Verkeersmaatregel Molenweg

Ruimte / Mobiliteit / 2021-21159

Burgemeester en Wethouders van Maastricht

 

Gelet op:

  • artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap dat deze bevoegdheid op grond van “Maandaatregeling Gemeente Maastricht 2010” is gemandateerd aan het afdelingshoofd Mobiliteit;

  • artikel 15, lid 1, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;

  • artikel 15, lid 2, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor het aanbrengen of verwijderen van infrastructurele maatregelen die leiden tot een beperking of een uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken;

  • artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge het plaatsen en verwijderen van de in dit artikel genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit;

  • artikel 14 van het BABW, wordt de plaatsing van onderborden, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 en lid 3 van het BABW, in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht;

  • artikel 24 van het BABW ingevolge verkeerbesluiten worden genomen na overleg met de gemandateerde van de korpschef van het nationale politiekorps;

 

Overwegende:

Overwegende, dat de Molenweg een erftoegangsweg is in de gemeente Maastricht;

 

dat de Molenweg, gelegen tussen de Oude Molenweg en de Doornlaan, gedeeltelijk een 30 km/uur regime kent en gedeeltelijk een 50 km/uur regime.

 

dat er regelmatig klachten komen over vrachtverkeer die met draaiende motor langs de Molenweg staat;

 

dat er ook regelmatig klachten komen over geluidsoverlast veroorzaakt door verkeer dat te hard rijdt;

 

dat bij een erftoegangsweg de nadruk ligt op de verblijfsfunctie en is de verkeersfunctie ondergeschikt;

 

dat het gewenst is om de maximale snelheid voor de Molenweg, voor het deel gelegen tussen de Oude Molenweg en de Doornlaan, in te stellen op de 30 km/uur;

 

dat het gewenst is om een parkeerverbod in te stellen voor beide zijden van de Molenweg, voor het deel gelegen tussen de Oude Molenweg en de Doornlaan;

 

dat deze maatregelen worden genomen om de veiligheid en bescherming van de weggebruikers te verzekeren en ter voorkoming/beperking van door het verkeer veroorzaakte overlast dan wel aantasting van het karakter of de functie van verblijfsgebieden;

 

dat de borden geplaatst worden zoals is weergegeven op de bijgevoegde tekening behorend bij dit verkeersbesluit;

 

dat betreffende straat in beheer en onderhoud is bij de gemeente Maastricht;

 

dat overeenkomstig artikel 24 van het BABW de te nemen verkeersmaatregelen besproken zijn met de Districtchef van politiedistrict Maastricht;

 

BESLUITEN:

  • 1.

    In te trekken het bepaalde ten aanzien van de Molenweg in hun besluit van 6 juli 2018, Ruimte / Mobiliteit / 2018-21067;

  • 2.

    door het plaatsen van de borden E1 van Bijlage I van het RVV 1990 een parkeerverbod in te stellen voor beide zijden van de Molenweg, voor het deel gelegen tussen de Oude Molenweg en de Doornlaan;

  • 3.

    door het vervangen van het bord B1 door het bord B5 van Bijlage I van het RVV 1990 de voorrangsweg te wijzigen in een voorrangskruising bij de kruising Molenweg met de Doornlaan;

  • 4.

    door het in stand houden het bord B6 van Bijlage I van het RVV 1990 en haaientanden als bedoeld in artikel 12 van het BABW aan te geven dat het verkeer komende van de Molenweg, ten noorden van de Doornlaan voorrang dient te verlenen aan het verkeer op het tracé Molenweg/Doornlaan;

  • 5.

    door het in stand houden van het bord B6 van Bijlage I van het RVV 1990 en haaientanden aan te geven dat het verkeer komende van de Molenweg voorrang dient te verlenen aan het verkeer op de Bergerstraat;

  • 6.

    door het in stand houden van de borden C2 en C3 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderborden gedeelten van de (Oude) Molenweg aan te wijzen als eenrichtingsweg, gesloten te verklaren voor motorvoertuigen met uitzondering van landbouwverkeer:

    • het gedeelte vanaf een punt 50 meter ten zuiden van de aansluiting met de Oofthegge tot aan de Longinastraat in de richting van de Longinastraat;

    • het gedeelte vanaf de Eikenhoven tot aan de Plataanhoven in de richting van de Eikenhoven;

    • het gedeelte vanaf de Plataanhoven tot aan de Hagenstraat in de richting van de Hagenstraat;

  • 7.

    door het in stand houden van de borden C2 en C3 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderborden met de tekst “uitgezonderd aanwonenden en landbouwverkeer” het gedeelte van de Molenweg vanaf een punt 200 meter in noordelijke richting tot de splitsing met de Longinastraat/Hooverenweg gesloten te verklaren voor alle motorvoertuigen met uitzondering van aanwonenden en landbouwvoertuigen;

  • 8.

    door het in stand houden van de borden C12 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderbord het gedeelte van de Molenweg vanaf de Bergerstraat tot aan de Gaffellaan gesloten te verklaren voor alle motorvoertuigen met uitzondering van landbouw- en vrachtverkeer;

  • 9.

    door het in stand houden van het bord E4 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderbord met de tekst “opladen elektrische voertuigen” aan te wijzen als parkeerplaats voor het opladen van elektrische voertuigen, als bedoeld in artikel 24 van het RVV 1990, twee parkeerplaatsen ter hoogte van Molenweg 101 en 103;

  • 10.

    door het in stand houden van de borden G12a van Bijlage I van het RVV 1990 en onderborden met de tekst “landbouwvoertuigen toegestaan” aan te wijzen als verplicht fiets/bromfietspad waarop landbouwverkeer is toegestaan:

    • het gedeelte van de Molenweg gelegen tussen de Hagenstraat en de IJzerenkuilenweg;

    • het gedeelte vanaf de aansluiting met het verplicht fiets/bromfietspad richting Rijksweg tot aan de Holtstraat;

    • het ten oosten van de (Oude) Molenweg gelegen pad vanaf de Lorentzstraat tot aan huisnummer 53;

    • vanaf de Doornlaan tot aan de palen nabij de parkeerplaats van Vijverdal;

    • het gedeelte vanaf de Bronckweg tot aan de aansluiting met het verplichte fiets/bromfietspad richting de Rijksweg;

    • vanaf de Steegstraat tot aan de Keerderstraat;

  • 11.

    door het in stand houden van de fysieke maatregelen en uitneembare afzetpalen, beide als bedoeld in artikel 15 lid 2 van de WvW 1994, ter hoogte van de aansluiting van de Hagenstraat/Molenweg, het noordelijke weggedeelte van de Molenweg fysiek af te sluiten voor gemotoriseerd verkeer waarop landbouwverkeer wordt toegestaan.

 

Maastricht, 23 juli 2021

 

Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

Wethouder Krabbendam,

Voor deze,

 

E. Westbroek

Teammanager Mobiliteit

 

Bezwaar en voorlopige voorziening

Op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto artikel 7:1 juncto artikel 6:4 van de Awb kan, door degenen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt c.q. is verzonden of uitgereikt, bij ons college een bezwaarschrift worden ingediend.

 

U kunt het bezwaarschrift digitaal of schriftelijk indienen.

 

Als u het bezwaarschrift digitaal wilt indienen, kunt u dit doen via https://www.gemeentemaastricht.nl/bezwaarschrift-indienen. U vindt hier een formulier waarmee u bezwaar kunt maken.

 

U kunt het bezwaarschrift ook per post indienen.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

. de naam en het adres van de indiener;

. de dagtekening;

. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

. de gronden van het bezwaar.

Wij verzoeken u in het bezwaarschrift ook uw telefoonnummer en (zo mogelijk) uw e-mailadres te vermelden.

 

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en wethouders van Maastricht, Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht.

 

Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, bestuursrecht, postbus 950 te 6040 AZ te Roermond.

Van de verzoeker van een voorlopige voorziening wordt een griffierecht geheven. U wordt door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling.

 

U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

 

Bijlage

Naar boven