Wijziging Verordening sociaal domein Berkelland 2021

De raad van de gemeente Berkelland;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 mei 2021;

 

b e s l u i t :

Artikel 1  

De Verordening sociaal domein Berkelland 2021 wordt gewijzigd als volgt.

 

  • A.

    De Inleidende tekst van Hoofdstuk 2 komt te luiden:

    • Soms lukt het Inwoners niet om zelf hun problemen op te lossen. Inwoners kunnen dan hulp vragen aan de gemeente. In dit hoofdstuk staat hoe een inwoner die hulpvraag kan stellen. Ook staat in dit hoofdstuk hoe de hulpvraag wordt behandeld en hoe de gemeente tot een besluit komt. Uitgangspunt is dat alle hulpvragen in één keer worden gesteld. Maar soms geldt voor bepaalde hulpvragen een bijzondere route. In dit hoofdstuk staat ook, hoe inwoners en hulpverleners signalenkunnen doorgeven aan de gemeente, als ze zich zorgen maken over andere inwoners. Geeft de gemeente hulp, dan zorgt de gemeente ervoor dat de hulp aansluit bij andere vormen van hulp die de inwoner al krijgt. Inwoners en professionals kunnen ook informatie vinden op de Berkellandwijzer (www.berkellandwijzer.nl).

  • B.

    Artikel 2.1.1., eerste lid, komt te luiden:

    • 1.

      Inwoners die hulp nodig hebben kunnen zich melden bij één van de Voormekaarteams van de gemeente. Dat kan via inloop, digitaal of telefonisch (0545-250300).

  • C.

    Artikel 2.1.2, derde lid, komt te luiden:

    • 3.

      De inwoner kan zelf een plan opstellen waarin de inwoner uitlegt hoe zijn persoonlijke situatie is. In dat plan geeft de inwoner ook aan wat hij wil bereiken met zijn vraag (dat plan noemen wij een persoonlijk plan of familiegroepsplan). De gemeente informeert de inwoner over die mogelijkheid. De inwoner krijgt de gelegenheid om na de melding binnen 7 dagen een persoonlijk plan in te leveren bij Voormekaar.

  • D.

    Artikel 2.3.4., Stap 2, komt te luiden:

    • -

      Stap 2: De gemeente stelt hierna vast welke problemen, beperkingen of (on)mogelijkheden, er precies zijn die belangrijk zijn voor het beoordelen van de hulpvraag. De gemeente brengt in kaart welke hulp nodig is.

  • E.

    De Inleidende tekst van Hoofdstuk 4 komt te luiden:

    • Jongeren moeten zo gezond en veilig mogelijk opgroeien. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de ouders, de jongeren, en van hun netwerk. Als zij daarbij hulp nodig hebben, dan kunnen zij beroep doen op ondersteuning door de gemeente. Deze hulp wordt zo vroeg mogelijk geboden. Zo kan het beroep op gespecialiseerde hulp worden beperkt. Bij het geven van hulp staat de eigen kracht van ouders en jongeren voorop. Die moet worden versterkt. De hulp moet ook het probleemoplossend vermogen van het gezin en de sociale omgeving vergroten. Met jongeren bedoelen we in deze verordening kinderen en tieners tot 18 jaar, en in bepaalde situaties tot 23 jaar. Dit zijn de jeugdigen zoals beschreven in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

  • F.

    Artikel 4.3., vierde lid, komt te luiden:

    • 4.

      De inwoner kan gebruik maken van Veilig Thuis. Dit advies- en meldpunt biedt 24 uur per dag 7 dagen per week advies en ondersteuning aan iedereen die direct of indirect is betrokken bij huiselijk geweld en/of kindermishandeling. Het advies-en meldpunt is te bereiken via telefoonnummer 0800-2000 (gratis) of via www.veiligthuis.nl.

  • G.

    Artikel 4.4., tweede lid, komt te luiden:

    • 2.

      Jeugdhulp kan in bepaalde gevallen worden verlengd. Dit kan maximaal tot de dag dat de jongere 23 jaar wordt. Er is een aantal voorwaarden voor verlengde jeugdhulp. Deze hulp kan alleen worden ingezet als:

      • a.

        de jongere al voor zijn 18e levensjaar jeugdhulp kreeg en de gemeente voortzetting noodzakelijk vindt;

      • b.

        na beëindiging van de jeugdhulp (die was begonnen voor het 18e levensjaar) binnen een termijn van half jaar de gemeente vaststelt dat hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is.

      • c.

        de jeugdhulp wordt ingezet in het kader van een strafrechtelijke beslissing of jeugdreclassering.

  • H.

    Artikel 5.1, eerste lid, komt te luiden:

    • 1.

      Het is belangrijk dat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen, de normale dagelijkse activiteiten kunnen doen en een huishouden kunnen voeren. Dat is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid voor de inwoner zelf. Het kan zijn dat een inwoner hulp nodig heeft, vanwege een beperking of door een langdurig psychisch of psychosociaal probleem. De inwoner kan aan de gemeente hulp vragen als hij zelf geen oplossing kan vinden voor zijn problemen. De hulp kan verschillende vormen hebben. Gaat het om hulp-op-maat, dan zijn er wel enkele voorwaarden. Die zijn te vinden in artikel 2.3.2. De hulp moet daarnaast langdurig nodig zijn, tenzij het gaat om hulp bij huishouden (huishoudelijke ondersteuning). Als de inwoner beschermd wonen of opvang nodig heeft, dan moet de hulp van de gemeente eraan bijdragen dat de inwoner zichzelf zo snel mogelijk weer kan redden in de samenleving.

  • I.

    Artikel 5.2.1., eerste lid, onder b., komt te luiden:

    • b.

      verhuizing naar een geschikte woning niet mogelijk is of duurder is dan de verbouwing of het hulpmiddel.

      De woning wordt voor de inwoner bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar gemaakt.

      Als de inwoner zijn hoofdverblijf in een Wlz-instelling heeft, kan één woning bezoekbaar worden gemaakt voor maximaal € 2.500.

  • J.

    Artikel 5.2.1., tweede lid, komt te luiden:

    • 2.

      Als verhuizing voorgaat, dan kan de inwoner in aanmerking komen voor een geldbedrag voor de verhuizing en inrichting van een geschikte woning. Deze tegemoetkoming in de verhuiskosten is € 2.500.

  • K.

    Artikel 5.2.2., eerste lid, komt te luiden:

    • 1.

      De inwoner met een beperking die zijn woning niet schoon en leefbaar kan houden, kan in aanmerking komen voor hulp bij het huishouden (huishoudelijke ondersteuning).

  • L.

    Artikel 5.2.2., derde lid, komt te luiden:

    • 3.

      De hulp bij het huishouden (huishoudelijke ondersteuning) zorgt voor het schoonmaken van het huis. Op basis van maatwerk kan de gemeente besluiten dat de schoonmaakhulp meer doet, zoals het klaarzetten van maaltijden of het helpen bij de was. Als het nodig is, ondersteunt die hulp ook bij het organiseren van het huishouden. Dat kan advies, instructie of voorlichting zijn. Dat helpt de inwoner om het huishouden zelfstandig uit te voeren.

  • M.

    Artikel 6.4., achtste lid, komt te luiden:

    • 8.

      De vergoeding van de gemeente voor het gebruik van een eigen vervoermiddel wordt berekend op basis van een kilometervergoeding voor dat vervoermiddel, afgeleid van de laatst bekende Reisregeling binnenland.

  • N.

    Artikel 6.4., negende lid, komt te luiden:

    • 9.

      Als ouders meerdere kinderen tegelijk met de auto vervoeren, dan verstrekt de gemeente eenmaal de kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de laatst bekende Reisregeling binnenland.

  • O.

    De inleidende tekst van Hoofdstuk 8 komt te luiden:

    • Als inwoners hulp kunnen krijgen van de gemeente, moet de gemeente ook bepalen in welke vorm die hulp dan wordt gegeven. De hulp van de gemeente kan in de vorm van geld zijn, of ‘in natura’: de gemeente zorgt ervoor dat er hulp wordt ingezet (een dienst of een product). Gaat het om Wmo-hulp of jeugdhulp, dan kan de inwoner ook kiezen voor een Pgb, als aan de voorwaarden is voldaan. Dit hoofdstuk regelt in welke vorm de hulp wordt ingezet en welke regels daarbij horen. Ook is geregeld wanneer de gemeente een financiële bijdrage aan de inwoner kan vragen op grond van de Wmo.

  • P.

    Artikel 7.7.2. komt te luiden:

    • De gemeente zorgt ervoor dat een inwoner die hulp kan krijgen bij het oplossen van schulden, die hulp zo snel mogelijk krijgt. De gemeente zet hierbij in op duurzame resultaten en zal bij ingezette trajecten nazorg leveren om herhaling te voorkomen.

  • Q.

    Artikel 8.2., tweede lid, komt te luiden:

    • 2.

      De gemeente zet zich ervoor in dat de aanbieder van een dienst of een product:

      • a.

        de wettelijke regels over garantie naleeft, en

      • b.

        de inwoner informeert over alles wat belangrijk is om te weten over de dienst of het product.

        In Hoofdstuk 12 is daarover meer geregeld.

  • R.

    Artikel 8.3.1., tweede lid, onder c, komt te luiden:

    • c.

      De inwoner vraagt een Pgb voor kosten die zijn gemaakt, voordat de aanvraag is gedaan.

  • S.

    Artikel 8.3.3., vierde lid, komt te luiden:

    • 4.

      De hoogte van het Pgb voor professionele hulp is gebaseerd op het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura (berekend met behulp van het tariefmodel sociaal domein Achterhoek). Het tariefverschil tussen ondersteuning in natura en Pgb is het overheadpercentage. Bij ondersteuning in natura is een overheadpercentage van 25% opgenomen en in het Pgb tarief is een overheadpercentage van 15% opgenomen.

  • T.

    Artikel 8.3.3., zesde lid, komt te luiden:

    • 6.

      Voor logeren uitgevoerd door niet-professionele hulp bedraagt de tegemoetkoming maximaal € 141 per kalendermaand, tenzij op basis van het Pgb-plan van de inwoner kan worden volstaan met een lagere tegemoetkoming. De inwoner dient een “Verklaring hulp uit het sociaal netwerk” in te vullen en in te dienen bij de gemeente die deze doorstuurt naar de Sociale VerzekeringsBank.

  • U.

    In Hoofdstuk 9 komen de kernwaarden als volgt te luiden:

  • Naast de kernwaarden van Hoofdstuk 1, gelden voor dit hoofdstuk de volgende kernwaarden:

    • De gemeente en de inwoner zeggen wat ze doen en doen wat ze zeggen.

    • De gemeente en de inwoner geven elkaar de informatie die nodig is.

    • De gemeente ziet de inwoner als volwaardig partner.

  • V.

    Artikel 9.2.11, derde lid, komt te luiden:

    • 3.

      Vervallen.

  • W.

    In Hoofdstuk 13 Begrippenlijst komt het begrip ‘Gebruikelijke hulp’ als volgt te luiden:

  • Gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet worden met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld.

  • Onder gebruikelijke hulp kan ook gebruikelijke zorg vallen. Gebruikelijke zorg is de zorg die gezinsleden normaal aan elkaar geven binnen het huishouden, omdat ze samen verantwoordelijk zijn voor dat huishouden.

  • X.

    In Hoofdstuk 13 Begrippenlijst komt het begrip ‘Mantelzorger(s)’ als volgt te luiden:

  • Mantelzorger(s): langdurig, vrijwillig en onbetaald zorgverlening aan een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, (schoon)ouder, kind of ander familielid, vriend of kennis. Deze zorg wordt niet-beroepsmatig verleend voor minimaal 8 uur per week en langer dan 3 maanden.

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2021.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van

22 juni 2021

de griffier,

de voorzitter,

Toelichting raadsvoorstel

Onderwerp: Overzicht Eerste wijziging Verordening sociaal domein Berkelland 2021 (wijzigingen zijn geel gearceerd)

 

Huidige tekst/ artikel aanduiding

Nieuwe tekst/ aanpassing

Hoofdstuk 2 De hulpvraag

Inleidende tekst

Toegevoegd wordt de zin:

Inwoners en professionals kunnen ook informatie vinden op de Berkellandwijzer (www.berkellandwijzer.nl).

Artikel 2.1.1 lid 1

Telefoonnummer van de Voormekaarteams wordt gewijzigd in 0545-250300

Artikel 2.1.2 lid 3

Toegevoegd wordt de zin:

De inwoner krijgt de gelegenheid om na de melding binnen 7 dagen een persoonlijk plan in te leveren bij Voormekaar.

Artikel 2.3.4

  • -

    Stap 2: De gemeente stelt hierna vast welke (on)mogelijkheden, problemen of beperkingen er precies zijn die belangrijk zijn voor het beoordelen van de hulpvraag. De gemeente brengt in kaart welke hulp nodig is.

  • -

    Stap 2: De gemeente stelt hierna vast welke problemen, beperkingen of (on)mogelijkheden, er precies zijn die belangrijk zijn voor het beoordelen van de hulpvraag. De gemeente brengt in kaart welke hulp nodig is.

Hoofdstuk 4 Gezond en veilig opgroeien

Inleidende tekst

 

Met jongeren bedoelen we in deze verordening kinderen en tieners tot 18 jaar, en eventueel tot 23 jaar. Dit zijn de jeugdigen zoals beschreven in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

 

 

 

Met jongeren bedoelen we in deze verordening kinderen en tieners tot 18 jaar, en in bepaalde situaties tot 23 jaar. Dit zijn de jeugdigen zoals beschreven in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

Artikel 4.3 lid 4

De gemeente biedt het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling Veilig Thuis. Dit advies- en meldpunt biedt 24 uur per dag 7 dagen per week advies en ondersteuning aan iedereen die direct of indirect is betrokken bij huiselijk geweld en/of kindermishandeling.

 

De inwoner kan gebruik maken van Veilig Thuis. Dit advies- en meldpunt biedt 24 uur per dag 7 dagen per week advies en ondersteuning aan iedereen die direct of indirect is betrokken bij huiselijk geweld en/of kindermishandeling. Het advies-en meldpunt is te bereiken via telefoonnummer 0800-2000 (gratis) of via www.veiligthuis.nl.

Artikel 4.4 lid 2

Jeugdhulp kan in bepaalde gevallen worden verlengd. Dit kan maximaal tot de dag dat de jongere 23 jaar wordt.

 

Jeugdhulp kan in bepaalde gevallen worden verlengd. Dit kan maximaal tot de dag dat de jongere 23 jaar wordt. Er is een aantal voorwaarden voor verlengde jeugdhulp. Deze hulp kan alleen worden ingezet als:

  • d.

    de jongere al voor zijn 18e levensjaar jeugdhulp kreeg en de gemeente voortzetting noodzakelijk vindt;

  • e.

    na beëindiging van de jeugdhulp (die was begonnen voor het 18e levensjaar) binnen een termijn van half jaar de gemeente vaststelt dat hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is.

  • f.

    de jeugdhulp wordt ingezet in het kader van een strafrechtelijke beslissing of jeugdreclassering.

Artikel 5.1 lid 1

(huishoudelijke ondersteuning) toegevoegd na hulp bij huishouden

Artikel 5.2.1 lid 1 sub b

verhuizing naar een geschikte woning niet mogelijk is of duurder is dan de verbouwing of het hulpmiddel.

De woning wordt voor de inwoner bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar gemaakt.

Als de inwoner zijn hoofdverblijf in een Wlz-instelling heeft, kan één woning bezoekbaar worden gemaakt.

 

verhuizing naar een geschikte woning niet mogelijk is of duurder is dan de verbouwing of het hulpmiddel.

De woning wordt voor de inwoner bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar gemaakt.

Als de inwoner zijn hoofdverblijf in een Wlz-instelling heeft, kan één woning bezoekbaar worden gemaakt voor maximaal €2.500.

Artikel 5.2.1 lid 2

Als verhuizing voorgaat, dan kan de inwoner in aanmerking komen voor een geldbedrag voor de verhuizing en inrichting van een geschikte woning. Deze tegemoetkoming in de verhuiskosten is maximaal € 2.500.

 

Als verhuizing voorgaat, dan kan de inwoner in aanmerking komen voor een geldbedrag voor de verhuizing en inrichting van een geschikte woning. Deze tegemoetkoming in de verhuiskosten is €2.500.

Artikel 5.2.2 lid 1

(huishoudelijke ondersteuning) toegevoegd na hulp bij huishouden

Artikel 5.2.2 lid 3

De hulp bij het huishouden zorgt voor het schoonmaken van het huis. In bijzondere situaties doet de schoonmaakhulp meer, zoals het klaarzetten van maaltijden of het helpen bij de was. Als het nodig is, ondersteunt die hulp ook bij het organiseren van het huishouden. Dat kan advies, instructie of voorlichting zijn. Dat helpt de inwoner om het huishouden zelfstandig uit te voeren.

 

De hulp bij het huishouden (huishoudelijke ondersteuning) zorgt voor het schoonmaken van het huis. Op basis van maatwerk kan de gemeente besluiten dat de schoonmaakhulp meer doet, zoals het klaarzetten van maaltijden of het helpen bij de was. Als het nodig is, ondersteunt die hulp ook bij het organiseren van het huishouden. Dat kan advies, instructie of voorlichting zijn. Dat helpt de inwoner om het huishouden zelfstandig uit te voeren.

Artikel 6.4 lid 8

De vergoeding van de gemeente voor het gebruik van een eigen vervoermiddel wordt berekend op basis van een kilometervergoeding voor dat vervoermiddel, afgeleid van de Reisregeling binnenland.

 

De vergoeding van de gemeente voor het gebruik van een eigen vervoermiddel wordt berekend op basis van een kilometervergoeding voor dat vervoermiddel, afgeleid van de laatst bekende Reisregeling binnenland.

Artikel 6.4 lid 9

Als ouders meerdere kinderen tegelijk met de auto vervoeren, dan verstrekt de gemeente eenmaal de kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland.

 

Als ouders meerdere kinderen tegelijk met de auto vervoeren, dan verstrekt de gemeente eenmaal de kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de laatst bekende Reisregeling binnenland.

Artikel 7.7.2

Schuldhulpverlening

Toegevoegd wordt de zin:

De gemeente zet hierbij in op duurzame resultaten en zal bij ingezette trajecten nazorg leveren om herhaling te voorkomen.

Hoofdstuk 8

Inleiding

Als inwoners hulp kunnen krijgen van de gemeente, moet de gemeente ook bepalen in welke vorm die hulp dan wordt gegeven. De hulp van de gemeente is meestal ‘in natura’: de gemeente zorgt ervoor dat er hulp wordt ingezet (een dienst of een product).

 

 

Als inwoners hulp kunnen krijgen van de gemeente, moet de gemeente ook bepalen in welke vorm die hulp dan wordt gegeven. De hulp van de gemeente kan in de vorm van geld zijn, of ‘in natura’: de gemeente zorgt ervoor dat er hulp wordt ingezet (een dienst of een product).

Artikel 8.2 lid 2

De gemeente zet zich ervoor in dat de aanbieder van een product:

 

De gemeente zet zich ervoor in dat de aanbieder van een dienst of een product:

Artikel 8.3.1 lid 2 sub c

De inwoner vraagt een Pgb voor kosten die zijn gemaakt, voordat de aanvraag is gedaan, en de gemeente kan niet meer nagaan of het nodig was om die kosten te maken.

 

De inwoner vraagt een Pgb voor kosten die zijn gemaakt, voordat de aanvraag is gedaan.

Artikel 8.3.3 lid 4

De hoogte van het Pgb voor professionele hulp is gelijk aan het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura (berekend met behulp van het tariefmodel sociaal domein Achterhoek), waarbij het tarief met 15% voor overhead naar beneden is bijgesteld, tenzij op basis van het Pgb-plan van de inwoner passende en toereikende hulp voor een lager tarief kan worden ingekocht.

 

De hoogte van het Pgb voor professionele hulp is gebaseerd op het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura (berekend met behulp van het tariefmodel sociaal domein Achterhoek). Het tariefverschil tussen ondersteuning in natura en Pgb is het overheadpercentage. Bij ondersteuning in natura is een overheadpercentage van 25% opgenomen en in het Pgb tarief is een overheadpercentage van 15% opgenomen.

Artikel 8.3.3 lid 6

Voor logeren uitgevoerd door niet-professionele hulp (hulp uit sociaal netwerk)  bedraagt de tegemoetkoming maximaal € 141 per kalendermaand, tenzij op basis van het Pgb-plan van de inwoner kan worden volstaan met een lagere tegemoetkoming. De inwoner dient een “Verklaring hulp uit het sociaal netwerk” in te vullen en in te dienen bij de gemeente die deze doorstuurt naar de Sociale VerzekeringsBank.

 

Voor logeren uitgevoerd door niet-professionele hulp bedraagt de tegemoetkoming maximaal € 141 per kalendermaand, tenzij op basis van het Pgb-plan van de inwoner kan worden volstaan met een lagere tegemoetkoming. De inwoner dient een “Verklaring hulp uit het sociaal netwerk” in te vullen en in te dienen bij de gemeente die deze doorstuurt naar de Sociale VerzekeringsBank.

Hoofdstuk 9 kernwaarden

We zeggen wat we doen en doen wat we zeggen.

 

De gemeente en de inwoner zeggen wat ze doen en doen wat ze zeggen.

Artikel 9.2.11 lid 3

Vervalt

Hoofdstuk 13 begrippenlijst

Gebruikelijke hulp

Toegevoegd wordt de zin:

Onder gebruikelijke hulp kan ook gebruikelijke zorg vallen. Gebruikelijke zorg is de zorg die gezinsleden normaal aan elkaar geven binnen het huishouden, omdat ze samen verantwoordelijk zijn voor dat huishouden.

Hoofdstuk 13 begrippenlijst

Mantelzorger(s): langdurig, vrijwillig en onbetaald zorgverlening aan een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, (schoon)ouder, kind of ander familielid, vriend of kennis. Deze zorg wordt niet-beroepsmatig verleend voor minimaal 8 uur per week of langer dan 3 maanden.

Mantelzorger(s): langdurig, vrijwillig en onbetaald zorgverlening aan een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, (schoon)ouder, kind of ander familielid, vriend of kennis. Deze zorg wordt niet-beroepsmatig verleend voor minimaal 8 uur per week en langer dan 3 maanden.

 

Naar boven