Beleidsregels individuele inkomenstoeslag Vlieland 2021

Algemeen

 

De individuele inkomenstoeslag is een bijzondere vorm van bijzondere bijstand. De toeslag kan verstrekt worden aan mensen van 21 jaar of ouder, maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die langdurig een laag inkomen hebben en geen in aanmerking te nemen vermogen hebben. Bovendien mag er geen uitzicht zijn op inkomensverbetering.

 

In de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Vlieland 2021 is vastgelegd wat wordt verstaan onder een langdurig laag inkomen. Daarnaast is in de verordening de hoogte van de toeslag opgenomen, inclusief de wijze waarop jaarlijks de hoogte van de toeslag wordt geïndexeerd.

 

Of de aanvrager geen uitzicht heeft op inkomensverbetering moet worden beoordeeld aan de hand van de individuele omstandigheden van de belanghebbende. Hierbij moet het college in ieder geval de krachten en bekwaamheden van de aanvrager betrekken en de inspanningen die de aanvrager heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen. In deze beleidsregels is opgenomen wat hiermee wordt bedoeld en in welke situaties dat leidt tot uitsluiting van het in aanmerking komen van een individuele inkomenstoeslag.

 

Beleidsregels

Artikel 1. Begripsbepalingen

Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, Algemene wet bestuursrecht en de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Vlieland 2021.

 

Artikel 2. Voorwaarden individuele inkomenstoeslag

Om in aanmerking te komen voor de individuele inkomenstoeslag dient belanghebbende te voldoen aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 36 van de Participatiewet en in de Verordening individuele inkomenstoeslag.

 

Artikel 3. Recht op individuele inkomenstoeslag

  • 1.

    Recht op de individuele inkomenstoeslag heeft de belanghebbende die op de peildatum geen zicht heeft op inkomensverbetering.

  • 2.

    Overwegende het bepaalde in artikel 36 van de Participatiewet, heeft een persoon geen zicht op inkomensverbetering, als bedoeld in artikel 36, eerste lid van de Participatiewet, indien hij/ zij op de peildatum:

    • a.

      volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 in de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;

    • b.

      een Wajong-uitkering toegekend heeft gekregen;

    • c.

      ontheven is van de arbeidsplicht zoals bedoeld in artikel 9, 2e lid en artikel 9a van de Participatiewet;

    • d.

      op grond van artikel 6b van de Participatiewet medisch urenbeperkt is én waarvoor een vrijlating van inkomsten zoals bedoeld in artikel 31 tweede lid onder y van toepassing is. De inkomstenvrijlating wordt hierbij niet als inkomen aangemerkt.

 

Artikel 4. Geen recht op individuele inkomenstoeslag

  • 1.

    Geen recht op de individuele inkomenstoeslag heeft de belanghebbende die op de peildatum zicht heeft op inkomensverbetering.

  • 2.

    Overwegende het bepaalde in artikel 36 van de Participatiewet, heeft een persoon zicht op inkomensverbetering, als bedoeld in artikel 36 van de Participatiewet, indien hij/ zij:

    • a.

      op de peildatum een opleiding volgt als bedoeld in de “Wet tegemoetkoming onderwijsbijdragen en schoolkosten” of “Wet studiefinanciering 2000” of deze opleiding korter dan 6 maanden voorafgaande aan de peildatum succesvol heeft verlaten;

    • b.

      op de peildatum met behoud van uitkering een opleiding volgt zoals bedoeld onder a. maar die tegemoetkoming/ studiefinanciering niet ontvangt of deze opleiding korter dan 6 maanden voorafgaande aan de peildatum, succesvol heeft verlaten;

    • c.

      in de twaalf maanden voorafgaande aan de peildatum in onvoldoende mate heeft ingespannen ten aanzien van de aan zijn uitkering verbonden verplichtingen t.a.v. arbeid, re-integratie en participatie en als gevolg daarvan een afstemming heeft gekregen. Voor de beoordeling van het recht op de individuele toeslag is het moment van de gedraging bepalend.

 

Artikel 5. Referteperiode statushouder en gedetineerde

  • 1.

    De referteperiode voor de statushouder gaat in vanaf het eerste moment van verblijf in het AZC.

  • Bij gezinshereniging gaat de referteperiode, van de partner, in vanaf het eerste moment van het verblijf bij de partner.

  • 2.

    Een periode van detentie gedurende de referteperiode staat de verstrekking van de toeslag niet in de weg.

 

Artikel 6. Hardheidsclausule

  • 1.

    Het college kan in bijzondere gevallen besluiten af te wijken van deze regeling, indien toepassing hiervan leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

  • 2.

    In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.

 

Artikel 7. Slotbepalingen

  • 1.

    Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels individuele inkomenstoeslag Vlieland 2021.

  • 2.

    Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2021.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders op 15 december 2021.

 

 

 

A. Idema

C. Schokker-Strampel

secretaris-directeur

burgemeester

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlieland,

Naar boven