Gemeenteblad van Cranendonck

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
CranendonckGemeenteblad 2021, 180947Beleidsregels



Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Cranendonck houdende regels omtrent het leerlingenvervoer (beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Cranendonck 2021)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Cranendonck

gelet op artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 6 lid 8 van de Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Cranendonck 2021:

overwegende dat:

  • -

    vanuit de praktijk blijkt dat de verordening bekostiging leerlingenvervoer op een aantal punten verduidelijking/inkadering behoeft;

  • -

    deze beleidsregels zijn opgesteld om aanvragen voor het leerlingenvervoer op een eenduidige manier te kunnen beoordelen;

besluit vast te stellen:

 

Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Cranendonck 2021

1 Vaststellen afstand woning – school artikel 1 onder b van de verordening bekostiging leerlingenvervoer

De afstand van de woning naar school dient consequent te worden gemeten. Er wordt voor elke afstand eenzelfde, professionele routeplanner gehanteerd.

Bij de berekening wordt gebruik gemaakt van de routeplanner van www.anwb.nl. Hierbij wordt uitgegaan van de kortste route. Het door deze routeplanner aantal berekende kilometers is het uitgangspunt bij de beoordeling van de aanvraag en voor de bekostiging van leerlingenvervoer. Omleidingen door wegwerkzaamheden worden in de berekening niet meegenomen.

Bij toekenning van een fietsvergoeding wordt uitgegaan van de kortste fietsafstand van huis naar school. Bij de berekening wordt uitgegaan van de routeplanner van www.anwb.nl (fietsopties).

2 Tijdelijke beperking leerling artikel 1 onder f van de verordening bekostiging leerlingenvervoer

Het leerlingenvervoer is alleen beschikbaar voor leerlingen met een structurele beperking, op grond waarvan eventueel aanspraak kan bestaan op een bekostiging. Leerlingen met een tijdelijke beperking, zoals een gebroken been, komen niet in aanmerking voor leerlingenvervoer. Als een leerling een groot gedeelte van het schooljaar in verband met bijvoorbeeld herstel van een operatie of revalidatie niet of niet zelfstandig met het openbaar vervoer kan reizen, kunnen ouders een aanvraag voor een vervoersvergoeding indienen.

  • -

    Als criterium wordt een termijn van drie maanden of langer aangehouden.

  • -

    Hierbij worden adviezen van medisch deskundigen betrokken.

3 Vaststellen reistijd openbaar vervoer artikel 1 onder n van de verordening bekostiging leerlingenvervoer

Het vaststellen van de reistijd van openbaar vervoer vindt plaats op basis van de beschikbaar gestelde informatie op www.9292.nl, via telefoon 0900 – 9292 of via de app 9292.

4 Scholen in het buitenland artikel 1 onder p van de verordening bekostiging leerlingenvervoer

De verordening bekostiging leerlingenvervoer is voortgekomen en gebaseerd op de Wet op het primair onderwijs (WPO), de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) en de Wet op de expertisecentra (WEC).

Dit brengt met zich mee, dat schoolsoorten waarop deze wetten geen betrekking hebben, niet voor een vervoerskostenvergoeding in aanmerking komen. Leerlingen die naar een Belgische school gaan zijn dan ook uitgesloten van een vervoerskostenvergoeding.

5 Eerste opvang anderstaligen (ISK-onderwijs) artikel 1 onder p van de verordening bekostiging leerlingenvervoer

Leerlingen, die vanwege een taalachterstand aangewezen zijn op een internationale schakelklas in het basisonderwijs, komen voor maximaal één jaar in aanmerking voor leerlingenvervoer.

Leerlingen, die vanwege een taalachterstand aangewezen zijn op een internationale schakelklas in het voortgezet onderwijs, komen niet in aanmerking voor het leerlingenvervoer, tenzij er sprake is van een structurele beperking.

6 Tijdsduur toekenning vervoersvoorziening artikel 6 lid 5 van de verordening bekostiging leerlingenvervoer

Vanuit het oogpunt van lastenverlichting voor de burger is het wenselijk om, indien mogelijk, voor een langere periode dan één schooljaar de vervoersvergoeding toe te kennen.

Wanneer te verwachten is dat er geen verandering zal optreden in de lichamelijke of geestelijke toestand van de leerling en deze dus aan de geldige criteria blijft voldoen, kan gekozen worden voor een meerjarenbeschikking. De ouders ontvangen dan één keer een beschikking voor meerdere jaren of de gehele periode op dezelfde school. Als er in de situatie van de leerling verandering is te verwachten dient te worden gekozen voor een verstrekking over een termijn van één schooljaar. Zodra het kind naar een andere school gaat moet altijd opnieuw een aanvraag ingediend worden.

7 Tijdstip van uitbetaling vervoersvergoeding artikel 6 lid 5 van de verordening bekostiging leerlingenvervoer

Het tijdstip van uitbetaling van een vervoerskostenvergoeding op basis van openbaar vervoer of een kilometervergoeding voor de fiets of auto wordt als volgt bepaald :

  • -

    Een fietsvergoeding wordt uitbetaald in twee gelijke termijnen: in november en in april.

  • -

    Een kilometervergoeding voor de auto en een openbaar vervoervergoeding worden – bij een volledig schooljaar – in tien gelijke maandelijkse termijnen uitbetaald. De eerste termijn in september, de laatste termijn in juni. Tijdens de zomervakantie vindt geen uitbetaling plaats.

  • -

    Bij de bepaling van de hoogte van een vervoerskostenvergoeding wordt uitgegaan van 200 schooldagen per jaar bij een volledig schooljaar.

8 Buitenschoolse opvang artikel 6 lid 7 van de verordening bekostiging leerlingenvervoer

Het leerlingenvervoer is bedoeld voor bekostiging van een vervoersvoorziening van leerlingen van

de woning (de structurele verblijfplaats) naar school en terug. Kinderen kunnen na school naar buitenschoolse opvang gebracht worden of voor schooltijd bij de buitenschoolse opvang worden opgehaald in plaats van/naar de woning. Bij buitenschoolse voorzieningen is te denken aan een opvanglocatie, zorglocatie, voor- of naschoolse opvang.

Dit is alleen mogelijk:

  • -

    als de buitenschoolse voorziening binnen de gemeente Cranendonck is gehuisvest.

  • -

    als dit structureel op dezelfde dagen van de week aansluitend aan de schooltijden plaatsvindt.

  • -

    als een volwassene hierbij het kind opvangt.

Vervoer vanaf de buitenschoolse voorziening naar het huisadres dient door ouders zelf geregeld te worden.

9 Regels bij incidenten in het taxivervoer artikel 7 lid 4d en 4e en lid 5 van de verordening bekostiging leerlingenvervoer

  • 1.

    Ouders zijn verantwoordelijk voor het gedrag van hun kind. Ze dienen hun kinderen te instrueren zich zo te gedragen dat tijdens het vervoer geen onregelmatigheden ontstaan. De verkeersveiligheid, evenals de veiligheid van de medepassagiers en de chauffeur mag niet in het geding komen.

  • 2.

    Als de leerling zich onaanvaardbaar gedraagt, kan dit gedrag er uiteindelijk toe leiden dat de vervoersvoorziening beëindigd wordt. Onder onaanvaardbaar gedrag wordt verstaan het gedrag dat onder de gegeven omstandigheden in het maatschappelijk verkeer onacceptabel is. Gedacht kan worden aan beschadiging van het interieur van de taxi(bus), mishandeling van medepassagiers, grove belediging of bedreiging van de chauffeur etc. Voordat daar consequenties aan worden verbonden dient nagegaan te worden of het gedrag verwijtbaar is. Bepaalde aandoeningen kunnen met zich meebrengen, dat dit niet het geval is. In dat geval zal met de vervoerder, ouders en school naar een passende oplossing worden gezocht (bijvoorbeeld begeleiding vervoer door ouders, eigen vervoer)

  • 3.

    Als het incident niet terug te voeren is op de handicap van de leerling, wordt het ongewenst gedrag aan de leerling toegerekend en treft de gemeente sancties. Afhankelijk van de ernst van het incident ontvangen de ouders van de gemeente een waarschuwingsbrief. In deze brief wordt meegedeeld dat bij herhaling van het ongewenst gedrag de leerling voor een termijn van maximaal drie schooldagen wordt geschorst van taxivervoer.

  • 4.

    Als daarna opnieuw ongewenst gedrag plaatsvindt, ontvangen de ouders een brief waarin hen, onder verwijzing naar de waarschuwingsbrief, wordt meegedeeld dat de leerling daadwerkelijk voor een termijn van maximaal drie schooldagen wordt uitgesloten van het taxivervoer.

  • 5.

    Als de leerling zich na de schorsing opnieuw schuldig maakt aan ongewenst gedrag, dan wordt de leerling uitgesloten van het taxivervoer met een maximum van vijf schooldagen.

  • 6.

    Als hierna opnieuw ongewenst gedrag plaatsvindt wordt de leerling uitgesloten van vervoer voor de rest van het schooljaar. Voor een volgend schooljaar wordt de aanvraag opnieuw beoordeeld.

  • 7.

    Als er schade wordt veroorzaakt aan de bus of aan de eigendommen van andere kinderen tijdens het vervoer, dan wordt diegene die de schade heeft veroorzaakt daarvoor aansprakelijk gesteld.

  • 8.

    In het taxivervoer is de chauffeur de begeleider. Bij problemen in het vervoer stelt de gemeente alleen een zitplaats voor een extra begeleider beschikbaar als dit noodzakelijk is om de veiligheid in de taxi(bus) te garanderen. Het is in dat geval de taak van de ouders/verzorgers om te zorgen voor een begeleider. De eventuele personeelskosten van de begeleider zijn voor rekening van de ouders.

  • 9.

    Het vervoer van leerlingen van huis naar school en terug is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van ouders. Deze verantwoordelijkheid kunnen de ouders niet op- of overdragen aan de gemeente. De wettelijke regeling noch de gemeentelijke verordening beperkt deze verantwoordelijkheid van ouders. Ouders blijven ook verantwoordelijk voor het schoolbezoek van hun kind, ook als deze (tijdelijk) niet mee mag in het taxivervoer vanwege onacceptabel gedrag.

10 Vervoer buiten standaard schooltijden artikel 13 van de verordening bekostiging leerlingenvervoer

Aangepast vervoer vindt plaats op standaard schooldagen en schooltijden zoals deze zijn opgenomen in de schoolgids.

  • 1.

    Vervoer dat nodig is in verband met een activiteit van de school buiten reguliere schooltijden (sportdag, excursie, sinterklaas- of andere feestdagviering), ziekte, doktersbezoek en dergelijke, valt buiten het leerlingenvervoer. Ouders zijn verantwoordelijk voor het halen en brengen van de woning naar school buiten de reguliere schooltijden, zoals deze zijn vermeld in de schoolgids.

  • 2.

    Als in de eindexamenperiode een examen na 10 uur plaatsvindt, kan er ’s morgens, op aanvraag en in overleg, afgeweken worden van de reguliere schooltijden. Indien het examen voor 10 uur plaatsvindt wordt de reguliere schooltijd aangehouden. Aan het einde van een examendag wordt de reguliere schooltijd aangehouden.

  • 3.

    Als er sprake is van lesuitval worden de mogelijkheden voor een andere rit bekeken op het moment dat de lesuitval meer dan twee lesuren bedraagt. Anders dienen de ouders hun kind zelf van school te halen. Dit geldt ook bij uitval van minimaal twee lessen aan het begin van de schooldag. De ritten worden zoveel mogelijk gecombineerd.

  • 4.

    Met afwijkende lesroosters, zoals deze voorkomen in het voortgezet onderwijs, kan in beginsel geen rekening worden gehouden. Hierbij kunnen wachttijden worden gehanteerd, waarbij leerlingen op elkaar wachten, dan wel eerder op school zijn. De mogelijkheden voor een andere rit worden bekeken als de afwijking meer dan twee lesuren bedraagt. Er wordt zoveel mogelijk gecombineerd vervoerd.

Vervoer tijdens schooltijden

Alleen wanneer de leerplichtige leerling door een structurele handicap slechts een deel van het onderwijsprogramma kan volgen, kan er in een voorkomend geval tijdens de schooltijden vervoerd worden. Sociale omstandigheden, lichamelijke problemen van tijdelijke aard of leeftijd zijn geen redenen voor vervoer tijdens schooltijd. Ouders dienen hun verzoek om een vervoersvoorziening op afwijkende tijden te onderbouwen met:

  • -

    een verklaring van school waaruit de medische noodzaak blijkt of

  • -

    een verklaring van een deskundige (bijvoorbeeld een arts, psycholoog of orthopedagoog)

  • -

    een opbouwschema om te komen tot een volledig schoolprogramma/onderwijstijd.

  • -

    een verklaring van de leerplichtambtenaar, waaruit blijkt dat deze akkoord is met het verkorte onderwijsprogramma.

11 Stage artikel 15 van de verordening bekostiging leerlingenvervoer

Onder stage wordt verstaan: praktische leertijd bij de beroepsopleiding.

Regels voor het vervoer van de woning naar het stageadres:

  • -

    Een stageadres is maximaal 20 kilometer verwijderd van de woning of maximaal de afstand van de woning naar school, verwijderd van de woning.

  • -

    Het aangepast vervoer naar en van het stageadres vindt zoveel mogelijk aansluitend aan schooltijden zoals deze in de schoolgids zijn opgenomen plaats.

  • -

    Het aangepast vervoer vindt niet plaats voor 7.00 uur of na 17.00 uur.

  • -

    Aangepast vervoer naar stageadressen vindt niet plaats tijdens het weekend en gedurende schoolvakanties.

12 Kilometervergoeding voor fiets en auto en vergoeding openbaar vervoer artikel 17-18-20 van de verordening bekostiging leerlingenvervoer

De kilometervergoeding bedraagt voor:

  • -

    de fiets € 0,09 gemeten langs de kortste afstand. Dit geldt voor zowel de leerling als een eventuele begeleider.

  • -

    de auto € 0,19 gemeten langs de kortste afstand. Hierbij wordt de reis vier maal per dag vergoed; ’s morgens en ’s middags de retourreis. Dit is gelijk aan de algemeen gebruikelijke belastingvrije kilometervergoeding, peil 1-1-2021.

Vergoeding kosten openbaar vervoer:

Bij een vergoeding van het openbaar vervoer wordt uitgegaan van de goedkoopst mogelijke wijze.

Dit geldt voor zowel de leerling als een eventuele begeleider. Hierbij wordt uitgegaan van maximaal de kosten van een maandabonnement voor de bus ongeacht of met de bus en/of trein wordt gereisd.

Alleen als de leerling met de trein reist en de reisduur hierbij is minder dan anderhalf uur, terwijl de leerling met de bus langer dan anderhalf uur onderweg zou zijn, worden ook de (goedkoopste) kosten van de trein vergoed.

13 Zelfstandig reizen leerlingen voortgezet speciaal onderwijs (VSO) artikel 17 van de verordening bekostiging leerlingenvervoer

De wet kent in artikel 4 van de WEC en artikel 4 van de WVO niet de mogelijkheid om het zelfstandig reizen van leerlingen van het voortgezet speciaal onderwijs en het voortgezet onderwijs te vergoeden.

Om zelfstandig reizen naar het voortgezet speciaal onderwijs te stimuleren verstrekt het college een vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer of de fiets gedurende het eerste schooljaar vanaf de maand waarin de leerling zelfstandig reist in plaats van gebruik te maken van het aangepast vervoer per taxi. Daarna vervalt de vergoeding.

14 Fietsafstand artikel 17 van de verordening bekostiging leerlingenvervoer

Uitgangspunt is dat een kind van 12 jaar of ouder 12 kilometer (enkele reis) moet kunnen fietsen.

15 Gebruik GoOV app artikel 18 van de verordening bekostiging leerlingenvervoer

Om gebruikmaking van het openbaar vervoer te stimuleren en om zelfredzaamheid te bevorderen kan gebruik gemaakt worden van de GoOV app.

De GoOV app:

  • -

    helpt om zelfstandig, veilig en daardoor met vertrouwen te reizen met het openbaar vervoer.

  • -

    is eenvoudig te gebruiken en begeleidt een leerling in het openbaar vervoer van deur tot deur tijdens looproutes, bij bushaltes en op stations.

De kosten van de GoOV app worden in eerste instantie voor een halfjaar door de gemeente vergoed. Als blijkt dat dat deze termijn niet voldoende is kan de vergoeding tot maximaal één schooljaar worden verlengd. De GoOV app kan in het kader van leerlingenvervoer gezien worden als begeleiding in het openbaar vervoer.

16 Van ouders redelijkerwijs te vergen inzet artikel 19 onder c van de verordening bekostiging leerlingenvervoer

Begeleiding in het vervoer is primair een taak van de ouders. Als dat niet mogelijk is, dienen zij zelf voor een oplossing te zorgen. De inzet die van ouders wordt gevraagd moet echter redelijk zijn. Per aanvraag wordt beoordeeld of de gevraagde inzet redelijk is. Hierbij is te denken aan:

  • -

    de ouder van een éénoudergezin kan aantonen dat hij niet langer zijn werk kan uitoefenen als hij zorg moet dragen voor de begeleiding naar school van zijn kind. Hiervoor kan een werkgeversverklaring worden gevraagd waaruit blijkt dat door de werktijden het niet mogelijk is om in de begeleiding te voorzien.

  • -

    er sprake is van een éénoudergezin waar nog een ander kind jonger dan twaalf jaar is die naar school moet worden gebracht of moet worden opgevangen.

  • -

    er structurele medische redenen zijn die ouders belemmeren hun kind te begeleiden. Dit moet worden vastgesteld door een verklaring van een medisch deskundige.

  • -

    de reisduur van de begeleiding meer dan twee uur per dag in beslag neemt.

Het feit dat ouders beiden werken vormt nooit een zelfstandige reden om aangepast vervoer per taxi(busje) toe te kennen.

17 Medische verklaring artikel 19 onder d van de verordening bekostiging leerlingenvervoer

Wanneer bij de aanvraag wordt aangegeven dat een leerling gebruik moet maken van aangepast vervoer op grond van een structurele handicap, moet ter onderbouwing een medische verklaring worden meegestuurd. Deze verklaring wordt afgegeven door een onafhankelijk medisch of pedagogisch deskundige. Als hieraan kosten verbonden zijn, worden deze gedragen door de gemeente. In deze medische verklaring moet inzicht gegeven worden waarom de leerling niet zelfstandig of niet onder begeleiding gebruik kan maken van het openbaar vervoer of de fiets en wat de ontwikkelkansen van het kind zijn ten aanzien van vervoer naar school.

Het college kan besluiten dat het indienen van een onafhankelijke medische verklaring in bepaalde gevallen niet aan de orde is, bijvoorbeeld gezien de aard en de ernst van de handicap van het kind.

18 Andere passende vervoersvoorziening artikel 21 van de verordening bekostiging leerlingenvervoer

Het is mogelijk om maatwerk toe te passen en de vergoeding zodoende te laten aansluiten bij de vermogens van de leerling en/of de ouder. Het kan er tevens toe bijdragen, dat het zelfstandig reizen wordt gestimuleerd. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een elektrische fiets, bakfiets. Hierin kan tegemoet worden gekomen mits de kosten van deze andere passende voorziening niet hoger zijn dan de kosten van het openbaar vervoer naar de school.

19 Vaststelling drempelbedrag artikel 23 van de verordening bekostiging leerlingenvervoer

Het drempelbedrag wordt vastgesteld op € 538,00 op schooljaarbasis.

De berekening is op basis van tarieven busvervoer 2021 van Hermes: een basistarief van € 0,99, een kilometertarief van € 0,175 en 34% korting.

Er kan een drempelbedrag in rekening worden gebracht aan ouders van een leerling die een school voor (regulier) basisonderwijs bezoekt. Als een kind een basisschool voor fulltime hoogbegaafdheidonderwijs bezoekt wordt het drempelbedrag niet in rekening gebracht mits er een gegronde onderbouwing aanwezig is dat voor het kind geen passend onderwijs binnen de gemeente aanwezig is. Dit geldt ook voor de in artikel 24 opgenomen eigen bijdrage in de vorm van een draagkrachtafhankelijke bijdrage.

20 Overgangsregeling

Een volgens de verordening leerlingenvervoer gemeente Cranendonck 2014 toegekende meerjarenbeschikking blijft van kracht volgens het gestelde in de beschikking.

21 Hardheidsclausule

De hardheidsclausule kan in beeld komen, als toepassing van de regels uit de verordening leidt tot onaanvaardbare situaties voor de leerling en/of voor de ouders (‘onbillijkheden van overwegende aard’). Het college kan door middel van de hardheidsclausule van de bepalingen uit de verordening of de beleidsregels afwijken. Toepassing van de hardheidsclausule is bedoeld voor echt uitzonderlijke situaties, is maatwerk en vraagt om een gemotiveerd besluit.

Toepassing van de hardheidsclausule en het beslissen in gevallen waarin deze regeling niet voorziet worden altijd voorgelegd aan het college.

22 Slotbepaling

De beleidsregels treden tegelijkertijd in werking met de verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Cranendonck 2021 op 10 juni 2021 en worden aangehaald als beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Cranendonck 2021.

Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Cranendonck op 13 april 2021.