Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijdemeren houdende regels omtrent Wet Bibob (Beleidsregel Wet BIBOB)

Intitulé

Gemeenten krijgen steeds meer te maken met ondermijnende criminaliteit. Ondermijnende criminaliteit bestaat uit alle vormen van criminaliteit die een bedreiging zijn voor de integriteit van het bestuur. Kenmerkend voor ondermijning is de verwevenheid tussen de boven- en onderwereld. Criminelen maken gebruik van legale structuren, zoals vergunningen, subsidies en overheidsopdrachten, om criminele activiteiten uit te voeren. Dit heeft tot gevolg dat de integriteit van de overheid wordt aangetast. De gemeente wil barrières opwerpen om de aantasting van integriteit te voorkomen. De Wet Bibob (Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur) is één van die barrières.

In deze beleidsregel wordt beschreven wat de Wet Bibob inhoudt en wanneer de gemeente deze wet toepast.

 

Gelet op het bepaalde in de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikelen 3, 27, 30a en 31 van de Drank- en Horecawet, artikelen 2:28 en 3:4 van de Algemene Plaatselijke Verordening en de artikelen 2.1, 2.17, 2.20 en 5.19 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

 

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

 

  • a.

    aanvraag: de aanvraag om een beschikking;

  • b.

    advies: het advies, zoals bedoeld in artikel 9 van de wet Bibob;

  • c.

    beschikkingen: alle besluiten waarop de wet van toepassing is (beschikkingen, weigeringen, intrekkingen, voorschriften en beperkingen);

  • d.

    bestuursorgaan: de burgemeester respectievelijk het college;

  • e.

    betrokkene: de aanvrager, de vergunninghouder;

  • f.

    Bibob-toets: de wijze van het behandelen van een aanvraag, waarbij door het bestuursorgaan volgens deze beleidsregels wordt beoordeeld of er redenen, ontleend aan de wet, aanwezig zijn om de aanvraag te weigeren of de verleende beschikking in te trekken, dan wel een advies aan te vragen bij het Landelijk Bureau Bibob;

  • g.

    Bureau: het Landelijk Bureau Bibob, als bedoeld in artikel 8 van de wet;

  • h.

    wet: de Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur;

  • i.

    RIEC: Regionaal Informatie- en Expertisecentrum

  • j.

    vastgoedtransactie: een overeenkomst of andere rechtshandeling met betrekking tot een onroerende zaak met als doel:

    • 1.

      het verwerven of vervreemden van het recht op eigendom of het vestigen, vervreemden of wijzigen van een zakelijk recht; of

    • 2.

      huur of verhuur; of

    • 3.

      het verlenen of gebruiksrecht; of

    • 4.

      de deelname aan een rechtspersoon, commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma die het recht op eigendom of een zakelijk recht met betrekking tot die onroerende zaak heeft of die onroerende zaak huurt of verhuurt.

Artikel 2. Doel

  • 1.

    De gemeente beoogt met toepassing van de wet te voorkomen dat zij criminele activiteiten faciliteert waardoor de veiligheid, leefbaarheid, rechtsorde of bestuurlijke slagkracht zouden kunnen worden aangetast;

  • 2.

    Deze beleidsregels hebben als doel duidelijkheid te verschaffen over de wijze waarop het bestuursorgaan de wet toepast.

Hoofdstuk 2. Publiekrechtelijke beschikkingen

Artikel 3. Toepassingsbereik bij APV en bijzondere wetten

  • 1.

    Uitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel plaats bij elke aanvraag voor beschikkingen voor een:

    • a.

      Drank- en horecavergunning voor de uitvoering van een horecabedrijf of slijterijbedrijf;

    • b.

      Exploitatievergunning openbare inrichting;

    • c.

      Artikel 30b Wet op de kansspelen: vergunning kansspelautomaten;

    • d.

      Vergunning seksinrichtingen en escortbedrijven;

    • e.

      Exploitatievergunning voor smart- en headshops.

  • 2.

    Uitvoering van de Bibob-toets kan toegepast worden op reeds verleende vergunningen, indien:

    • a.

      bekend wordt dat tegen de betrokkene in een andere gemeente bij een Bibob-toets een mindere of ernstige mate van gevaar is geconstateerd;

    • b.

      er een melding van een wijziging van leidinggevende op het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a van de Drank- en Horecawet is.

  • 3.

    Uitvoering van de Bibob-toets, in gevallen die hierboven niet genoemd zijn, kan worden toegepast in bijzondere gevallen, indien:

    • a.

      Concrete informatie van de gemeente of informatie van één of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC hiertoe aanleiding geeft; of

    • b.

      Als de officier van justitie de gemeente adviseert om bij een aanvraag een advies bij het Bureau aan te vragen.

  • 4.

    Uitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel niet plaats, indien:

    • a.

      Het een vergunning betreft voor de uitoefening van een horecabedrijf (of een exploitatievergunning voor een openbare inrichting) door een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet.

    • b.

      Vergunningen bedoeld in lid 4 sub a kunnen wel de bibob-toets doorlopen indien het valt onder de bijzondere gevallen als beschreven in lid 3 sub a en sub b.

Artikel 4. Toepassingsbereik omgevingsvergunningen bouwactiviteit

  • 1.

    Uitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel plaats bij een aanvraag van een omgevingsvergunning bouwactiviteit waarbij de normkosten hoger zijn dan €500.000,- (exclusief BTW). De normkosten worden door de gemeente berekend op basis van de Vigerende Legesverordeningen.

  • 2.

    Uitvoering van de Bibob-toets vindt bovendien plaats in geval van een aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit waarbij de normkosten meer bedragen dan €50.000,- en minder bedragen dan of gelijk zijn aan €500.000,- (exclusief BTW) én waarbij sprake is van een of meerdere risicocategorieën als beschreven in bijlage 1.

  • 3.

    Uitvoering van de Bibob-toets vindt plaats als de aanvrager in het tijdvak van 12 maanden, gerekend vanaf de eerste aanvraag, twee (of meer) aanvragen indient waarbij de normkosten meer dan €50.000,- maar minder dan €500.000,- (exclusief BTW) bedragen. De Bibob-toets zal op de tweede aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit plaatsvinden.

  • 4.

    Een aanvraag voor een omgevingsvergunning-bouwactiviteit wordt onderworpen aan een Bibob-toets, indien de normkosten hoger zijn dan € 50.000,- (exclusief btw) én indien het een locatie betreft die gelegen is in een door het college bij afzonderlijk besluit aangewezen risicogebied.

  • 5.

    Er vindt een Bibob-toets plaats in geval reeds aanvang is genomen met de realisatie van een vergunningplichtig bouwwerk, zonder dat daarvoor de vereiste vergunning is verleend én de normkosten meer bedragen dan € 50.000,- en minder bedragen dan of gelijk zijn aan € 500.000,- (exclusief btw).

  • 6.

    Bij een aanvraag omgevingsvergunning-bouwactiviteit zal de Wet Bibob in beginsel niet worden toegepast, in het geval dat de aanvraag afkomstig is van:

    • -

      overheidsinstanties;

    • -

      semioverheidsinstanties;

    • -

      toegelaten woningcorporaties;

    • -

      (rechts-)personen die bouwactiviteiten namens of in opdracht van een toegelaten woningcorporatie verrichten én worden gefinancierd uit de eigen middelen van de toegelaten woningcorporatie.

  • 7.

    In artikel 5.19, vierde lid, onder b van de Wabo is geregeld dat een omgevingsvergunning kan worden ingetrokken in het geval en onder voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob. Een omgevingsvergunning-bouwactiviteit kan worden ingetrokken:

    • a.

      als zich na de verlening ervan feiten en omstandigheden hebben voorgedaan die leiden tot het houden van een Bibob-toets en deze toets leidt tot de conclusie dat er sprake is van een ernstig gevaar voor misbruik van de vergunning; of

    • b.

      als de omgevingsvergunning is overgedragen en op naam van een ander wordt gesteld (artikel 2.25, tweede lid Wabo). Indien de nieuwe rechthebbende van deze vergunning aan een Bibob-toets wordt onderworpen, en uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob, kan het bestuursorgaan besluiten tot het intrekken van de vergunning.

Artikel 5. Toepassingsbereik omgevingsvergunning milieu

  • 1.

    Uitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel plaats bij elke aanvraag binnen het bereik van de wet voor een omgevingsvergunning milieu en een omgevingsvergunning beperkte milieutoets.

  • 2.

    De Wet Bibob kan worden toegepast op een reeds verleende omgevingsvergunning milieu of beperkte milieutoets indien:

    • a.

      de officier van justitie gebruikmaakt van zijn in de wet verankerde tipfunctie en het college adviseert een Bibob-advies aan te vragen; of

    • b.

      concrete informatie van de gemeente of informatie van één of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC hiertoe aanleiding geeft; of

    • c.

      bekend wordt dat tegen betrokkene in een andere gemeente bij een Bibob-toets een ernstige mate van gevaar is geconstateerd en aan betrokkene alhier een soortgelijke beschikking is verstrekt.

  • 3.

    Bij een aangevraagde of een reeds verleende omgevingsvergunning milieu of beperkte milieutoets zal de Wet Bibob in beginsel niet worden toegepast, in het geval dat de aanvraag afkomstig is van:

    • a.

      overheidsinstanties; of

    • b.

      semioverheidsinstanties.

Artikel 6. Toepassingsbereik subsidies

  • 1.

    Een Bibob-toets bij de aanvraag van een subsidie en bij een reeds verleende subsidie zal in beginsel uitgevoerd worden, indien daar aanleiding toe is vanuit:

    • a.

      eigen ambtelijke informatie; of

    • b.

      informatie verkregen vanuit het Landelijk Bureau; of

    • c.

      informatie verkregen vanuit één of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC; of

    • d.

      informatie vanuit de tipfunctie van de officier van justitie als bedoeld in artikel 26 van de wet; of

    • e.

      overige signalen.

Hoofdstuk 3. Privaatrechtelijke transacties

Artikel 7. Toepassingsbereik vastgoedtransacties

  • 1.

    De Wet Bibob kan worden toegepast op vastgoedtransacties met de gemeente als private partij, indien de vastgoedtransactie meer dan €50.000,- bedraagt;

  • 2.

    Onder het bedrag van €50.000,- is het mogelijk om de Bibob-toets uit te voeren indien de volgende gevallen:

    • a.

      de vastgoedtransactie valt onder de risicocategorieën in bijlage 1; of

    • b.

      de tipfunctie van de officier van justitie; of

    • c.

      wanneer concrete informatie van één of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC hiertoe aanleiding geeft; of

    • d.

      wanneer bekend wordt dat tegen de betrokkene in een andere gemeente bij een Bibob-toets ernstige mate van gevaar is geconstateerd.

  • 3.

    Bij een vastgoedtransactie, met de gemeente als private partij, zal de Wet Bibob in beginsel niet worden toegepast, in het geval dat de vastgoedtransactie wordt gesloten met:

    • a.

      overheidsinstanties; of

    • b.

      semioverheidsinstanties.

Artikel 8. Toepassingsbereik aanbestedingen

  • 1.

    Vanuit de Wet Bibob kan op alle overheidsopdrachten binnen het bereik van de wet een Bibob-toets toegepast worden. De gemeente voert in beginsel een Bibob-toets op overheidsopdrachten uit, indien er aanleiding is op grond van:

    • a.

      eigen ambtelijke informatie; of

    • b.

      informatie verkregen vanuit het Landelijk Bureau; of

    • c.

      informatie verkregen vanuit één of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC; of

    • d.

      informatie vanuit de tipfunctie van de officier van justitie als bedoeld in artikel 26 van de wet; of

    • e.

      overige signalen.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 9. Invoeringsdatum

  • 1.

    Deze beleidsregel treedt een dag na bekendmaking in werking.

  • 2.

    Deze beleidsregel is van toepassing op na de datum van inwerkingtreding ontvangen aanvragen als beschreven in de beleidsregel.

  • 3.

    Deze beleidsregel wordt aangehaald als “Beleidsregel Wet BIBOB”.

Vastgesteld op 11 mei 2021

Burgemeester en wethouders van Wijdemeren,

de secretaris,

mw. mr. W. Heeg

mw. drs. C.R. Larson

de burgemeester,

Bijlage 1: Risicocategorieën

De onderstaande opsomming van risicocategorieën is niet limitatief. De lijst van

risicocategorieën kan, indien nieuwe ontwikkelingen dit noodzakelijk maken, door het

college worden aangepast.

 

  • Inrichtingen waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of

  • anders dan om niet:

    • -

      logies wordt verstrekt (waaronder hotels, kamerverhuur, pensions),

    • -

      arbeidsmigranten worden gehuisvest,

    • -

      dranken worden geschonken (waaronder horecabedrijven), of

    • -

      rookwaren of spijzen (waaronder coffeeshops) voor directe consumptie

      worden verstrekt;

  • Voor het publiek toegankelijke, besloten ruimten waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet seksuele handelingen worden verricht, seksuele diensten worden aangeboden of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden (waaronder prostitutiebedrijven, darkrooms, seksbioscopen, sekswinkels, erotische massagesalons);

  • Een natuurlijke persoon, een groep van natuurlijke personen of een rechtspersoonn die bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet seksuele handelingen verricht of seksuele diensten aanbiedt in een andere ruimte dan de bedrijfsruimte (waaronder escortbedrijven);

  • Inrichtingen die zijn bestemd om het publiek de gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de kansspelen (waaronder speelautomatenhallen en gamecenters);

  • Afvalbewerkings- en verwerkingsbedrijven;

  • Transportondernemingen;

  • Autohandel (verkoop en verhuur);

  • Sloopbedrijven;

  • Autodemontagebedrijven;

  • Vuurwerkbranche;

  • Wisselkantoren;

  • Kapsalons;

  • Cadeauwinkels;

  • Belwinkels;

  • Internetcafés;

  • Niet-geregistreerde uitzendbureaus;

  • Sportscholen;

  • Beauty-, wellness- en saunabedrijven;

  • Import en exportbedrijven

  • Vastgoedbedrijven;

  • Inrichtingen voor:

    • -

      het bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van dierlijke of overige organische meststoffen;

    • -

      het vervaardigen, bewerken, opslaan of overslaan van anorganische nitraathoudende meststoffen;

  • Ondernemingen die handelen in (beschermde) diersoorten;

  • Woon-/zorgkantoren waar bedrijfsmatig zorg wordt verleend;

  • Zorgaanbieders;

  • PGB-bureaus;

  • Religieuze instellingen.

Bijlage 2: Procedure

Ultimum remedium

De beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit zijn belangrijke uitgangspunten van de Wet Bibob. Het instrument Bibob dient een ultimum remedium te zijn. Indien er geen reguliere weigeringsgronden aanwezig zijn, wordt Bibob uitgevoerd. De gemeente moet op de tweede plaats zelfstandig onderzoek uitvoeren op basis van de wet Bibob voordat de gemeente een adviesaanvraag indient bij het Bureau.

 

Bij een uiteindelijke beoordeling op basis van wet Bibob moet de aard van de strafbare feiten in verhouding staan tot het besluit, zoals opgenomen in artikel 3 van de wet.

 

Informatieplicht

Het bestuursorgaan informeert de betrokkene schriftelijk over een adviesaanvraag bij het Landelijk Bureau Bibob. De betrokkene wordt daarbij gewezen op de opschorting van de beslistermijn als bedoeld in artikel 9 van de wet. Een afschrift van deze brief wordt gevoegd bij het adviesverzoek aan het Bureau.

 

In het geval een door het Bureau ontvangen advies leidt tot het voornemen om een gevraagde beschikking te weigeren of reeds verleende beschikking in te trekken, wordt aan de betrokkene een kopie van het adviesrapport ter hand gesteld. De betrokkene wordt hierbij gewezen op zijn geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 28 van de wet Bibob.

 

Adviestermijn

Indien het bestuursorgaan een advies aanvraagt bij het Bureau, wordt op grond van artikel 31 van de wet Bibob de wettelijke termijn waarbinnen de beschikking dient te worden gegeven opgeschort voor de duur van de periode die begint op de dag waarop het advies door het Bureau in behandeling wordt genomen en eindigt met de dag waarop het advies is ontvangen.

 

Weigering en aanvullende voorwaarden

Het bestuursorgaan weigert in elk geval een aanvraag of gaat over tot intrekking van een reeds verleende beschikking als er sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet.

 

Het bestuursorgaan kan de aanvraag weigeren of de reeds verleende beschikking intrekken indien er sprake is van mindere mate van gevaar die niet kan worden geweerd door het stellen van aanvullende voorwaarden aan de beschikking.

 

Indien de aanvraag incompleet blijkt te zijn, wordt de aanvrager op basis van artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid geboden om de aanvraag aan te vullen. Als deze aanvullende stukken niet geleverd worden, dan wordt dit als ernstig gevaar gezien en wordt de aanvraag buiten behandeling geplaatst.

 

Indien de beschikking wordt geweigerd of ingetrokken op basis van de wet, wordt de betrokkene in gelegenheid gesteld daartegen zienswijzen in te brengen.

Naar boven