Gemeenteblad van Oisterwijk

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
OisterwijkGemeenteblad 2021, 158807Beleidsregels



Beleidsregels evenementen 2021

 

1. Inleiding 4

2. Doelstelling 5

3. Wettelijk kader 5

3.1 Algemene Plaatselijke Verordening 5

3.2 Besluit Brandveilig Gebruik en Basishulpverlening Overige Plaatsen 6

3.3 Uitvoeringsregels 6

3.4 Bestemmingsplan 7

3.5 Andere vergunningen 7

4. Vergunningprocedure 7

5. Toetsingscriteria, algemene bepalingen 8

5.1 Openbare Orde en veiligheid 8

5.2 Overzicht evenementen / evenementenkalender 8

5.3 Tijdstip van indiening van een aanvraag 9

5.4 Draagvlak voor het evenement 9

5.5 Maximum aantal evenementen op jaarbasis 9

5.6 Begintijden 10

5.7 Opbouwwerkzaamheden 10

5.8 Eindtijden 10

5.9 Afbouwwerkzaamheden 11

5.10 Geluid 11

5.11 Stankoverlast 14

5.12 Vervuiling/afval 14

5.13 De verkeersveiligheid 14

5.13.1 Afsluiten van wegen / omleidingen 14

5.13.2 Parkeergelegenheid 14

5.13.3 Mobiliteitsplan 15

5.14 Veiligheid van personen en goederen 15

5.15 Brandveiligheid 15

5.16 Constructieve veiligheid tijdelijke constructies 15

5.17 Attracties 16

5.18 Gezondheid 16

5.18.1 Drugs 16

5.18.2 Sanitaire voorzieningen 16

5.18.3 Geneeskundige hulpverlening 16

5.19 Drank- en Horecawet 16

5.20 Duurzaamheid 17

6. Evaluatie 17

7. Locatiespecifieke bepalingen 17

7.1 Locatie De Lind/Lindeplein in Oisterwijk 19

7.2 Sint Jansplein in Moergestel 21

7.3 Kerkstraat-Mgr. Bekkersplein in Haaren 23

7.4 Omgeving Den Donk 25

7.5 Locatie hoek Heiligenboom/Oirschotseweg in Moergestel 28

7.6 Locatie Kreitweg in Haaren 30

7.7 Locatie Oisterwijksedreef in Haaren 33

8. Algemene afwijkingsbevoegdheid 34

9. Selectiecriteria 34

10. Overgangsregeling 35

11. Vaststelling, inwerkingtreding en aanhaling 35

Inhoud

 

 

1. Inleiding

 

Met grote regelmaat worden in Oisterwijk evenementen georganiseerd. Deze maken een belangrijk onderdeel uit van het maatschappelijk leven binnen de Oisterwijkse gemeenschap.

Ze bepalen voor een belangrijk deel de levendigheid en sfeer van de gemeente. Ze leveren een positieve bijdrage aan het culturele en sociaal-maatschappelijk leven binnen de gemeente. Ze maken Oisterwijk op die manier een bruisende en aantrekkelijke verblijfsgemeente en dragen, mits goede balans, bij aan de leefbaarheid en voorzien in de behoefte aan ontspanning en vermaak. De evenementen kunnen ook een aantrekkende werking hebben op mensen van buiten de gemeente. Naast een gewenst sociaal aspect, zorgen evenementen daarmee ook voor naamsbekendheid, city marketing, van onze gemeente.

Wij hechten om voornoemde redenen een groot belang aan een breed en gevarieerd evenementenaanbod, waarbij het publiek breed is betrokken en waarmee alle doelgroepen en leeftijdsgroepen worden bereikt.

 

Het hebben van een breed gevarieerd evenementenaanbod, kunt dus veel positieve aspecten:

- Economische spin off (bestedingen, werk)

- Naamsbekendheid

- Variatie aan vrijetijdmogelijkheden

- Toeristisch-recreatief profiel

- Cultuur/sportparticipatie lokale inwoners

- Sociale samenhang, maatschappelijke participatie

- Sfeer en gezelligheid

- Relatieontwikkeling en beheer voor bedrijven

 

Evenementen kunnen, naast alle positieve aspecten ook in meer of mindere mate bepaalde hinder en risico’s met zich mee brengen.

Hierbij valt te denken aan:

- (geluids)hinder

- milieuvervuiling, afval

- beschadiging openbare ruimte

- verstoring openbare orde

- verkeer/parkeerdruk

- concentratie in bepaalde perioden (december, zomer)

- verminderde bereikbaarheid, toegankelijkheid woon- en publieksfuncties tijdens evenement.

 

Hinder voor bewoners, winkels en bedrijven kan niet ongelimiteerd plaats vinden. Wij kennen ook een zwaar gewicht toe aan hun belangen. Om een evenement veilig te laten verlopen en om hinder voor omwonenden zo beperkt mogelijk te houden, zijn in het beleid tal van beperkingen voor evenementen opgenomen en moet een evenement aan regels voldoen.

 

Evenementen en (enige) hinder zijn niet van elkaar los te koppelen. Aan dit beleid ligt een belangenafweging ten grondslag tussen voornoemde belangen. Voor evenementen is op grond van de APV een evenementenvergunning nodig.

De verlening daarvan wordt aan dit beleid getoetst. En aan een evenementenvergunning worden, mede in het kader van dit beleid, voorwaarden en beperkingen verbonden waaraan een evenement moet voldoen. Aan een concrete vergunningverlening ligt bovendien een concrete afweging ten grondslag, waarin alle relevante belangen die bij dat concrete evenement spelen, worden betrokken.

 

De vorige evenementenregeling is op 21 april 2015 door het college en de burgemeester

vastgesteld met een looptijd van vijf jaar.

Het doel van die Nota was het zoeken naar en vastleggen van een balans in levendigheid en leefbaarheid. De bepalingen waren, met name, gericht op eventuele hinder, in welke vorm dan ook, die een evenement kan veroorzaken op de omgeving. Denk hierbij aan bepalingen met betrekking tot op- en afbouwtijden, aantal evenementen en geluidsniveaus.

 

In deze Beleidsregels krijgen die belangen eveneens een plaats en daarnaast wordt ingegaan op andere onderdelen die van belang zijn om een evenement goed en veilig te laten verlopen. Een organisator kan aan de hand van deze Beleidsregels zien wat we van hem verwachten bij het voorbereiden van een aanvraag. Omwonenden en andere belanghebbenden weten wat zij kunnen verwachten en waar ze aan toe zijn.

Nieuwe Beleidsregels waren ook op zijn plaats omdat de het dorp Haaren in 2021 wordt toegevoegd aan gemeente Oisterwijk.

 

In- en externe afstemming

Deze regeling is, op voorhand, intern besproken met diverse vakafdelingen. Daarnaast is de regeling extern afgestemd de hulpdiensten en met enkele organisatoren van terugkerende aandachts- en risico-evenementen in gemeente Oisterwijk. Hun inbreng is, voor zover van belang, verwerkt in deze regeling.

 

Inspraak

De evenementenregeling heeft, conform de Inspraakverordening, gedurende zes weken ter inzage gelegen.

Van de ingebrachte reacties is verslag gemaakt en zijn verwerkt voor zover van belang.

2. Doelstelling

 

De hoofddoelstelling van het evenementenbeleid was en is het zoeken naar en vastleggen van een balans in levendigheid en leefbaarheid.

 

De gemeente Oisterwijk wil zich profileren als een prettige woongemeente en een aantrekkelijk gebied voor toeristen en recreanten. Evenementen leveren daaraan een bijdrage.

Evenementen zijn er niet alleen voor de bewoner, maar ook voor de bezoekers. Evenementen vergroten op die manier ook de aantrekkingskracht en de naamsbekendheid van onze gemeente.

 

Evenementen hebben altijd een bepaalde invloed op de leefomgeving, denk bijvoorbeeld aan geluid, verkeer, zwerfvuil en wegafzettingen. Of dit effect als hinder wordt ervaren is deels subjectief en deels meetbaar. Ervaringen van de afgelopen jaren laten zien dat hinder volledig elimineren niet mogelijk is, omdat er altijd mensen zijn die de gevolgen van een evenement als hinder zullen ervaren. Hinder dient wel zoveel als redelijkerwijs mogelijk is beperkt te worden. Daarom worden de spelregels voor het houden van evenementen in deze Beleidsregels vastgelegd.

 

De subdoelstelling van het evenementenbeleid was en is het in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu formuleren van beleidsuitgangspunten (het bieden van een kader voor de belangenafweging) voor het al dan niet verlenen van een vergunning op grond van artikel 2:25 (evenementenvergunning) en 4:5 (geluidhinder) van de APV.

Daarnaast creëren we duidelijkheid naar de organisatoren van evenementen. Wat staat hen te wachten en waar moet een evenement aan voldoen om een plaats te krijgen in de gemeente Oisterwijk. Hetzelfde geldt voor de bewoners en andere belanghebbenden in onze gemeente. Ook zij weten op deze manier wat zij kunnen verwachten en ook zij kunnen aan deze Beleidsregels duidelijkheid ontlenen.

3. Wettelijk kader

3.1 Algemene Plaatselijke Verordening

De evenementenvergunning vindt zijn grondslag in de door de raad van de gemeente Oisterwijk vastgestelde APV. Artikel 2:25 van de APV bepaalt dat het verboden is zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren (met uitzondering van de nader omschreven meldingsplichtige evenementen).

 

In artikel 2:24 van de APV is gedefinieerd dat onder een evenement wordt verstaan; elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak. Hierop zijn een aantal uitzonderingen en aanvullingen benoemd. Voor een exact overzicht wordt verwezen naar het genoemde artikel en de daarbij behorende toelichting. Deze toelichting geeft een duidelijk beeld, wanneer er sprake is van een evenement.

 

Op grond van artikel 4:5 van de APV is het verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet Milieubeheer of Activiteitenbesluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat het voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. Het college kan van dit verbod een ontheffing verlenen.

 

Op grond van artikel 4:18 van de APV is het verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. Onverminderd de weigeringsgronden op grond van artikel 1:8 kan deze ontheffing worden geweigerd in het

belang van de bescherming van de natuur en het landschap of een stads- of dorpsgezicht.

 

In artikel 1:8 van de APV is bepaald dat het bevoegd gezag een vergunning of ontheffing kan weigeren in het belang van:

a. de openbare orde;

b. de openbare veiligheid;

c. de volksgezondheid;

d. de bescherming van het milieu;

e. de verkeersveiligheid.

 

3.2 Besluit Brandveilig Gebruik en Basishulpverlening Overige Plaatsen

In Nederland gelden overal dezelfde regels voor de brandveiligheid op evenementen. Deze zijn wettelijk vastgelegd in het Besluit Brandveilig Gebruik en Basishulpverlening Overige Plaatsen (Besluit BGBOP).

Bij een aanvraag voor een evenement wordt tegelijk een melding brandveilig gebruik gedaan. Deze melding hoeft niet apart ingediend te worden. De aanvraag evenementenvergunning wordt getoetst aan de regels uit het Besluit BGBOP.

 

Wanneer een evenement in een gebouw plaatst vindt, moet voldaan worden aan brandveiligheidsvoorschriften die gelden voor dat gebouw. Deze voorschriften zijn vastgelegd in het Bouwbesluit. Als het gebruik van het gebouw door het evenement af wijkt van het normale gebruik kan, specifiek voor het evenement, een aparte gebruiksmelding gedaan worden.

 

3.3 Uitvoeringsregels

Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat een bestuursorgaan beleidsregels kan vaststellen met betrekking tot een hem toekomende of onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende bevoegdheid.

 

Met betrekking tot de weigeringsgronden van artikel 1:8 van de APV, kunnen de burgemeester en het college (ieder voor zover het betreft zijn bevoegdheid) beleidsregels (uitvoeringsregels) vaststellen. Deze regels worden in deze beleidsregels vastgelegd. Zij zijn leidend bij de beoordeling van aanvragen om een evenementenvergunning en geven duidelijkheid in welke gevallen en onder welke voorwaarden een vergunning wordt verleend.

 

Deze Beleidsregels bevatten een regeling voor evenementen in de openlucht (waaronder ook evenementen in tenten worden beschouwd) en buiten inrichtingen als bedoeld in het Activiteitenbesluit Milieubeheer. Voor evenementen binnen inrichtingen gelden in beginsel de regels uit het Activiteitenbesluit (waarbij afhankelijk van de te ondernemen activiteit in sommige gevallen ook een evenementenvergunning vereist is).

3.4 Bestemmingsplan

Evenementen kunnen in strijd zijn met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Uit de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak volgt dat, afhankelijk van de omvang van een evenement, evenementen in strijd met het bestemmingsplan niet zonder meer als toelaatbaar incidenteel afwijkend gebruik kunnen worden gekwalificeerd. Voor grotere evenementen zal daarom, naast de evenementenvergunning, een omgevingsvergunning verleend moeten worden om de strijdigheid met het bestemmingsplan toe te staan. Door het verlenen van een omgevingsvergunning, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan kan, indien gewenst, medewerking worden verleend (artikel 4, onderdeel 11 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht).

 

Indien de burgemeester besluit een evenementenvergunning te verlenen voor een bepaalde locatie, wordt in beginsel door het college ook een omgevingsvergunning verleend om af te wijken van het bestemmingsplan, tenzij er zwaarwegende ruimtelijke belangen zijn die daaraan in de weg staan en waarvoor geen oplossing gevonden kan worden.

Bij de verlening van zo’n omgevingsvergunning wordt getoetst of het evenement zich verdraagt met een goede ruimtelijke ordening. Hiervoor wordt, onder andere, gekeken naar de omgevingsaspecten, geluid, verkeer en parkeren, aard en omvang van het evenement. De vraag of sprake is van een goed woon- en leefklimaat maakt onderdeel uit van de beoordeling of een activiteit in strijd met een goede ruimtelijke ordening is.

Bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning wordt in veel gevallen ook getoetst aan de Wet Natuurbescherming in verband met beschermde soorten en beschermde gebieden en de eventuele effecten daarop vanwege een evenement.

3.5 Andere vergunningen

Voor het organiseren van een evenement kunnen naast de evenementenvergunning en de ontheffing op grond van artikel 4:5 van de APV (geluid) ook andere vergunningen of ontheffingen nodig zijn. Als voorbeeld noemen we:

- Loterijvergunning (Wet op de kansspelen)

- Ontbrandingstoestemming voor het afsteken van vuurwerk (provincie bevoegd gezag).

- Een ontheffing op grond van de Zondagswet

- Het plaatsen van reclame ten behoeve van het evenement

Deze vergunningen of ontheffingen worden in deze regels verder niet besproken.

4. Vergunningprocedure

 

De aanvraag voor een evenementenvergunning wordt beoordeeld op de onderdelen genoemd in artikel 1:8 van de APV.

De burgemeester is bevoegd aan een vergunning bepaalde voorschriften te verbinden, indien deze redelijkerwijs nodig zijn in verband met voorkoming van aantasting van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, de bescherming van het milieu en de verkeersveiligheid. Als de voorschriften een van de hierboven bedoelde belangen niet voldoende kunnen beschermen, dan wordt de vergunning schriftelijk geweigerd.

 

Op 24 oktober 2019 is het ‘Regionaal proces evenementenadvisering’ voor Veiligheidsregio Midden-en West- Brabant vastgesteld. De Landelijke Handreiking Evenementenveiligheid 2018 (HEV 2018) is uitgangspunt voor deze regionale procesbeschrijving. In het ‘Regionaal proces evenementenadvisering’ wordt beschreven hoe het proces van vergunningaanvraag tot vergunning respectievelijk evenement verloopt.

 

Voor de beoordeling van een aanvraag, wordt het ‘Regionaal proces evenementenadvisering’ voor Veiligheidsregio Midden-en West- Brabant gevolgd.

 

In het licht van het voorgaande wordt in het volgende onderdeel de toetsingscriteria besproken die van belang zijn voor het organiseren van een evenement en daarnaast medebepalend zijn voor het succes van het evenement.

5. Toetsingscriteria, algemene bepalingen

 

 

In artikel 1:8 van de APV is bepaald dat het bevoegd gezag een evenementenvergunning kan weigeren in het belang de openbare orde, de volksgezondheid, de veiligheid en het milieu.

In onze gemeente vindt een groot aantal evenementen plaats en veel evenementen worden georganiseerd op vaste locaties, bijvoorbeeld op en rondom De Lind in Oisterwijk, het Sint Jansplein in Moergestel en de Kerkstraat/Mgr. Bekkersplein in Haaren.

 

Het is dan ook noodzakelijk aandacht te besteden aan de frequentie, spreiding, duur en geluidproductie van evenementen. Vooral een combinatie van geluid gekoppeld aan een hoge frequentie van evenementen op dezelfde locatie kan voor omwonenden aanzienlijke hinder veroorzaken. (Geluid)hinder als gevolg van evenementen is niet te voorkomen. Deze hinder moet echter, rekening houdend met belangen van omwonenden, wel worden gereguleerd/beperkt.

 

In dit hoofdstuk zijn algemene bepalingen opgenomen die in beginsel op alle evenementen van toepassing zijn.

Voor een aantal veelgebruikte locaties is daarnaast in hoofdstuk 7 per locatie nog een aantal specifieke criteria gegeven. Bij strijdigheid tussen de criteria van hoofdstuk 5 en 7, gaan de criteria van hoofdstuk 7 voor een specifieke locatie, voor.

5.1 Openbare Orde en veiligheid

Indien een evenement wordt gehouden, vindt in alle gevallen een toets aan de openbare orde plaats. In potentie is de kans dat de openbare orde wordt verstoord groter, naarmate het evenement groter van opzet wordt en meer publiek daarop afkomt. Een organisatie dient daar in de plannen rekening mee te houden: voor een groter evenement zullen waarschijnlijk meer maatregelen getroffen moeten worden. Met de juiste maatregelen kunnen ook grotere evenementen verantwoord plaats vinden.

 

Als uitgangspunt geldt dat de organisator van het evenement primair verantwoordelijk is voor de veiligheid op een evenemententerrein (waaronder parkeerterreinen, fietsenstallingen, looproutes naar het festivalterrein etc). Van de bezoekers en/of deelnemers van het evenement wordt daarbij verwacht dat zij verantwoordelijkheid nemen voor de eigen veiligheid en die van de omgeving.

 

De politie is verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid, dus in de gebieden rondom het evenemententerrein (exclusief parkeerterreinen, fietsenstallingen, looproutes naar het festivalterrein etc).

5.2 Overzicht evenementen / evenementenkalender

Het doel van de evenementenkalender is een beeld te verschaffen van de evenementen die op het programma staan voor de gemeente Oisterwijk. Dit is onder meer belangrijk voor de inzetbaarheid van de hulpdiensten.

De evenementenkalender geeft overzicht en kan helpen bij het vinden van een goede balans in de frequentie en spreiding van evenementen. Jaarlijks moeten organisatoren voor 1 november hun evenement voor het jaar erop, aanmelden zodat deze op de evenementenkalender geplaatst kan worden. Hierbij moeten ze, onder andere, de datum en tijden, locatie en aantal gewenste bezoekers doorgeven.

 

Uiterlijk januari van dat kalenderjaar wordt door de gemeente beoordeeld of het evenement op de gewenste datum en locatie plaats kan vinden en krijgt de organisator daar schriftelijk bericht van. De gemeente beoordeelt dit aan de hand van deze evenementenregels.

Dit is nog geen toestemming dat het evenement daadwerkelijk plaats kan vinden. Daarvoor moet eerst een aanvraag ingediend worden die door de gemeente beoordeeld wordt.

 

Daarnaast is dit overzicht goed te gebruiken voor hulpdiensten. Voor de handhaving van de openbare orde staat de politie ter beschikking. In verband met de beschikbare capaciteit, het werkgebied en de planning van haar werkzaamheden, is het gewenst tijdig kennis te nemen van een evenement dat mogelijk wordt georganiseerd.

 

Het is in beginsel ter beoordeling aan de burgemeester of een aanvraag voor een evenementenvergunning in behandeling wordt genomen, indien dat evenement niet voor 1 november is gemeld.

5.3 Tijdstip van indiening van een aanvraag

Een aanvraag voor een evenementenvergunning moet minimaal 12 weken voor het tijdstip waarop het evenement plaats vindt, worden ingediend.

 

Wordt van deze termijn afgeweken, dan heeft de gemeente te weinig tijd om de aanvraag, indien nodig, aan te laten vullen, in behandeling te nemen (inclusief ter advisering voorleggen aan de adviseurs van de gemeente) en vervolgens af te handelen.

Hierdoor kan de vergunningverlening en daarmee doorgang van het evenement al meteen onder druk komen te staan. Ook heeft de gemeente te weinig tijd om belanghebbenden bijtijds te informeren (publiceren).

Op grond van artikel 1:8 van de APV kan een vergunning geweigerd worden als daar sprake van is.

5.4 Draagvlak voor het evenement

Dit is een van de belangrijkste punten voor het organiseren van een evenement; draagvlak creëren bij de omgeving van het evenement. Het wel of niet hebben van draagvlak, bepaalt voor een groot gedeelte het wel of niet slagen van een evenement.

 

De organisatie moet in overleg gaan met de omgeving van het evenement, bijvoorbeeld door middel van het organiseren van een informatiebijeenkomst met een aankondiging in één of meer relevante huis-aan-huisbladen en/of het verspreiden van informatiebrieven. Dit ook weer in combinatie met de aankondiging van het evenement, met bepaalde gegevens, in één of meer relevante huis-aan-huisbladen.

Niet alleen de directe omgeving, maar het gebied moet verder uitgebreid worden als de hinder van het evenement vermoedelijk verder gaat dan alleen de directe omgeving. Denk hierbij bijvoorbeeld aan geluid.

 

Bij de aanvraag moet een weergave van de informatieverstrekking richting omgeving ingediend worden.

5.5 Maximum aantal evenementen op jaarbasis

In dit onderdeel zijn bepalingen opgenomen die in beginsel voor alle locaties in gemeente Oisterwijk gelden, met uitzondering van de specifieke locatieprofielen.

 

In onderdeel 7 worden bepalingen opgenomen die voor verschillende locaties gelden en die onderling ook afwijkend kunnen zijn, te weten de specifieke locatieprofielen.

De specifieke locatieprofielen gelden voor:

1. De Lind/Lindeplein in Oisterwijk

2. Sint Jansplein in Moergestel

3. Kerkstraat/Mgr. Bekkersplein in Haaren

4. Omgeving Den Donk in Oisterwijk

5. Locatie hoek Heiligenboom/Oirschotseweg in Moergestel

6. Locatie Kreitweg in Haaren

7. Locatie Oisterwijksedreef in Haaren

 

Als een evenement wordt georganiseerd op gronden waarvoor een specifieke locatieprofiel is vastgesteld, gelden de bepalingen van dat locatieprofiel. Voor alle overige locaties gelden onderstaande bepalingen.

 

- Er mogen binnen de gemeente per jaar maximaal 9 evenementen met als hoofddoel het produceren van muziek worden gehouden onder de volgende voorwaarden:

 Het evenement duurt niet langer dan drie dagen (exclusief op- en afbouw- werkzaamheden)

 De maximale gevelbelasting op de dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan in tabel 1 van onderdeel 5.10 is vastgelegd;

- Dance-evenementen zijn alleen toegestaan op gronden waarvoor een specifiek locatieprofiel is vastgesteld, met als aanvulling dat op gronden buiten de vastgestelde locatieprofielen maximaal 1 dance-evenement is toegestaan dat niet langer duurt dan twee dagen.

5.6 Begintijden

Als algemeen uitgangspunt geldt de volgende regeling:

 

Maandag tot en met zaterdag

● Het begintijdstip van het evenement ligt niet voor 09.00 uur

 

Zondag en algemeen erkende feestdagen:

● Het begintijdstip van het evenement ligt niet voor 13.00 uur

 

Indien een evenement meerdere dagen duurt, geldt het bovenstaande voor elke dag van het evenement.

 

Van dit uitgangspunt kan in een evenementenvergunning enkel gemotiveerd worden afgeweken, waarbij in ieder geval de bepalingen in de Zondagswet in acht worden genomen.

5.7 Opbouwwerkzaamheden

Als algemeen uitgangspunt geldt voor de opbouwwerkzaamheden de volgende regeling:

Opbouwwerkzaamheden ten behoeve van een evenement vinden niet voor 09.00 uur en niet na 19.00 uur plaats. Uiterlijk vijf dagen voor aanvang van het evenement mag met de opbouw begonnen worden.

 

Het bevoegd gezag kan, indien aard en omvang van het evenement dit vereisen, van deze bepaling, zowel voor wat betreft het aantal dagen als voor wat betreft de werktijden afwijken.

De organisator moet hiervoor een gemotiveerd verzoek indienen.

5.8 Eindtijden

Als algemeen uitgangspunt geldt de volgende regeling:

 

Vrijdag, zaterdag en dagen voorafgaand aan algemeen erkende feestdagen

● In afwijking van de voorgaande Nota, wordt het eindtijdstip van het evenement niet vastgesteld op 02.00 uur, maar wordt dit vastgesteld op uiterlijk 01.00 uur. Deze aanpassing is het gevolg van het zwaarder gewicht dat wij toekennen aan het belang van bewoners, boven het belang van de bezoekers en organisatoren van evenementen.

 

Zondag tot en met donderdag:

● Eveneens in afwijking van de voorgaande Nota, wordt het eindtijdstip van het evenement op zondag tot en met donderdag niet vastgesteld op 00.00 uur, maar om uiterlijk 23.00 uur. Deze aanpassing is het gevolg van het zwaarder gewicht dat wij toekennen aan het belang van bewoners, boven het belang van de bezoekers en organisatoren van evenementen.

 

De eindtijd van het evenement wordt gelijk gesteld met de eindtijd dat muziek ten gehore mag worden gebracht. Dat betekent dat vanaf dat moment de bezoekers het evenemententerrein moeten verlaten.

In de vergunning wordt een tijdstip opgenomen waarop het evenemententerrein leeg moet zijn en alle bezoekers vertrokken moeten zijn.

 

Indien een evenement meerdere dagen duurt, geldt het bovenstaande voor elke dag van het evenement.

5.9 Afbouwwerkzaamheden

Als algemeen uitgangspunt geldt voor afbouwwerkzaamheden de volgende regeling:

Afbouwwerkzaamheden ten behoeve van een evenement vinden niet voor 09.00 uur en niet na 19.00 uur plaats. Uiterlijk twee dagen na afloop van het evenement moet de evenementenlocatie schoon worden opgeleverd.

 

Het bevoegd gezag kan, indien aard en omvang van het evenement dit vereisen, van deze bepaling afwijken. Zowel voor wat betreft het aantal dagen als voor wat betreft de werktijden. De organisator moet hiervoor een gemotiveerd verzoek indienen.

 

Het bevoegd gezag kan daarnaast toestemming geven om direct na afloop van een festivaldag de meest noodzakelijke werkzaamheden uit te voeren, zoals het verwijderen van kostbare apparatuur in verband met risico’s en het verwijderen van afval om het verspreiden daarvan over de omgeving door verwaaiing te voorkomen.

5.10 Geluid

In onze gemeente vindt een groot aantal evenementen plaats. Veel evenementen worden georganiseerd in het centrum van Oisterwijk (op en rondom De Lind), in het centrum van Moergestel (op en rond het Sint Jansplein) en in het centrum van Haaren (op en rondom het Mgr. Bekkersplein). Het is dan ook noodzakelijk aandacht te besteden aan de frequentie, spreiding, duur in verband met de geluidsproductie van evenementen.

 

Wat is geluidhinder?

Onze dagelijkse leefomgeving is vol van geluiden. Geluid kleurt onze woon- en verblijfsomgeving. Het is een essentieel onderdeel van de menselijke communicatie. Bij het leven en welbevinden horen ook geluiden van mensen die een avondje uitgaan, terrassen op een zomeravond, een concert, de kermis en allerlei in de buitenlucht georganiseerde kleinere en grotere evenementen. Het zijn allemaal zaken die het leven van veel mensen een recreatieve en prettige invulling geven.

 

Het is bekend dat evenementen niet alleen veel mensen vermaken, maar ook een hinder kunnen veroorzaken voor bewoners en soms zelfs voor bezoekers.

 

Is er sprake van geluidshinder als er veel mensen klagen? Zoals bij veel zaken ook het geval is, kun je het niet iedereen naar de zin maken. Er zal altijd een spanningsveld blijven bestaan tussen geluidsproducenten en gehinderde. De burgemeester heeft als taak oplossingen te zoeken in dit spanningsveld. Deze oplossingen dienen vastgelegd te worden in beleid dat aan burgers uit te leggen is.

 

In de Nota evenementenregels 2015-2020 is uitgebreid ingegaan waarom gekozen is voor de destijds vastgestelde geluidsnormen binnen de gemeente Oisterwijk.

Er was voor gekozen om als basis de nota “Evenementen met een luidruchtig karakter”, publicatiedatum januari 1996, van de Inspectie Milieuhygiëne Zuid-Limburg te hanteren. Dit betekent dat een maximaal binnen niveau in een woning van ongeveer 50 dB(A) als uitgangspunt genomen, met uitzondering van de nachtperiode. In beginsel blijven de normen uit deze Nota ook voor dit beleid het uitgangspunt. Waar in deze Beleidsregels van de normen wordt afgeweken, wordt dat door ons gemotiveerd.

 

Uit de evaluaties van de afgelopen jaren, volgt dat de huidige regeling op hoofdlijnen voldoet, en dat daarmee een goede balans is gevonden tussen rust en reuring. Het hanteren van de huidige normen, in combinatie met de aard, duur en frequentie van de evenementen, heeft bij evenementen niet tot overmatig veel klachten geleid. Niettemin is het geluidsbeleid in deze nieuwe Beleidsregels op enkele punten aangescherpt, wat een belangrijke tegemoetkoming is aan de rust van de bewoners.

 

Algemeen

De in de hieronder weergegeven tabel vastgelegde waarden worden gehanteerd als maximaal toegestane gemiddelde geluidsniveaus op de (dichtstbijzijnde) gevels van woningen of ander geluidgevoelig objecten.

 

Er is sprake van een onduldbare hinder als de waarden in de volgende tabel worden overschreden:

 

Tabel 1

Periode

Basisnorm

Max. niveau binnen

Gevelisolatie

Maximale gevelbelasting

Dag (07.00-19.00 uur)

35 dB(A)

50 dB(A)

20-25 dB(A)

70 dB(A)

Avond (19.00-23.00 uur)

30 dB(A)

50 dB(A)

20-25 dB(A)

70 dB(A)

Nacht(23.00-07.00 uur)

 

25 dB(A)

 

50 dB(A)

Nacht * (23.00-01.00 uur)

25 dB(A)

45 dB(A)

20-25 dB(A)

70 dB(A)

*Op vrijdag en zaterdag en de dagen voorafgaande aan een (nationale) feestdag wordt het tijdstop waarop de normstelling voor de nachtperiode ingaat, met 2 uur verschoven naar 01.00 uur.

 

Definities

dB(A): geluidniveau in decibellen, gemeten met een genormeerd (A)-filter dat corrigeert voor het menselijk gehoor.

dB(C): geluidniveau in decibellen, gemeten met een genormeerd (C)-filter dat speciaal geschikt is voor hoge geluidniveaus in lage frequenties (bastonen).

 

Aandachtspunten:

1. Omdat in veruit de meeste gevallen de basgeluiden de meeste hinder veroorzaken, wordt naast een dB(A) norm als maximale gevelbelasting in ook een dB(C) norm in de vergunning vastgelegd. De dB(C) norm is in de regel 13 dB hoger dan de dB(A) norm.

2. De genoemde normering betreft, voor zover het evenement al niet eerder is toegestaan (bestaande rechten), maximale normen. Bij een vergunningplichtig evenement dient afgewogen te worden of deze maximale norm noodzakelijk is.

 

Waarom dB(C)?

De hedendaagse populaire muziek bevat veel meer lage tonen (bassen) dan de populaire muziek van 25 jaar geleden. Een geluidnorm in dB(A) geeft echter weinig mogelijkheden om de eventuele hinder van het basgeluid te kunnen beperken. Landelijk wordt tegenwoordig daarom veelal een norm in de grootheid dB(C) aanvullend aan de dB(A)-norm toegevoegd. Bij bepaling van de geluidniveaus volgens de zogenaamde C-weging, tellen de lage tonen uit het muziekspectrum meer mee.

Op een evenemententerrein (op het Front off House (FOH)) is de dB(C) norm in de regel 15 tot 20 dB hoger dan de dB(A) norm. Over een grotere aftand van het evenement, loopt dit verschil in dB(A) en dB(C) op. Hoe verder verwijderd van een evenement, hoe minder de tonen hoorbaar zijn, tot je op een afstand komt waarop het evenement niet meer hoorbaar is. Wel is het zo dat dB(A) tonen gemeten over een oplopende afstand tot het evenement, eerder wegsterven dan dB(C) tonen. Hoe verder van het evenement gemeten, hoe groter het verschil dat tussen dB(A) en dB(C)tonen gemeten kan worden.

 

 

Metingen

Metingen en berekeningen ter controle van de genoemde geluidsniveaus vinden plaats overeenkomstig de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai 1999 (verder HMRI ‘99). In afwijking van de HRMI-99 wordt;

- als op het beoordelingspunt een geluid met een duidelijk muziek-karakter kan worden waargenomen, geen toeslag toegepast.

- gemeten op een hoogte van minimaal 1,5 meter boven het plaatselijke maaiveld.

- indien geluidgevoelige ruimten slechts op hoger gelegen etages aanwezig zijn, wordt de gevel op de begane grond ook als gevel van het geluidgevoelige gebouw gezien.

 

Dance-evenementen

Onder een dance-evenement wordt verstaan een evenement met elektronische dansmuziek. Deze muziek is grotendeels gemaakt is met elektronische muziekinstrumenten en kan meestal niet live worden gespeeld. Het ritme komt van een bassdrum.

 

Aandachtspunten dance-evenementen:

1. Omdat in veruit de meeste gevallen de basgeluiden de meeste hinder veroorzaken, wordt naast de in tabel 1 genoemde dB(A) norm ook een dB(C) norm in de vergunning vastgelegd. De dB(C) norm is in de regel 25 dB hoger dan de dB(A) norm.

 

dB(C) bij dance-evenementen:

De maximale dB(A)norm voor dance-evenementen wordt strikt genormeerd op 70 dB(A), dit is de ondergrens van de maximale waarden die de nota “Evenementen met een luidruchtig karakter”, publicatiedatum januari 1996, van de Inspectie Milieuhygiëne Zuid- Limburg geeft in de range van 70-75 dB(A). Met een maximale dB(C)waarde van 95 dB(C), bij een dB(A) waarde van 70 dB(A), kan de binnenwaarde van 50 dB(A) nog altijd worden gegarandeerd: uitgaande van een worst-case-scenario (63 Hz volledig maatgevend) leidt een geluidsniveau van 95 dB(C) bij een minimale gevelisolatie van 20 dB (conform de eisen van het Bouwbesluit) immers tot een binnenwaarde van maximaal 50 dB(A).

2. De genoemde normering betreft, voor zover het evenement al niet eerder is toegestaan (bestaande rechten), maximale normen. Bij een vergunningplichtig evenement dient afgewogen te worden of deze maximale norm noodzakelijk is.

 

Metingen

Metingen en berekeningen ter controle van de geluidsniveaus van dance-evenementen vinden plaats overeenkomstig de HMRI ’99, rekening houdend met het volgende:

- Meetapparatuur moet voldoen aan klasse 1 specificaties;

- Meethoogte 1,5 meter boven plaatselijk maaiveld;

- Meetpositie wordt gekozen naast de woning, om te voorkomen dat ook de reflectie wordt gemeten. Is het niet mogelijk naast de gevel te meten, dan wordt op een afstand van maximaal 2 meter van de gevel gemeten en wordt een gevelcorrectie van 3 dB in mindering gebracht;

- Bepaling invallend geluidniveau over een meettijd van 15 minuten;

- Het gemeten geluidniveau moet voor het eventueel aanwezige stoorgeluid gecorrigeerd worden;

- Metingen worden alleen verricht op woningen die onder meewindcondities liggen (toegestane maximum windhoek is 60 graden);

- De meteocorrectie (Cm) is van toepassing waarbij de Cm-waarden op basis van de HMRI worden bepaald;

- De toelaatbare windsnelheid voor betrouwbare metingen is in onderstaande tabel opgenomen:

Geluidsdrukniveau groter dan:

dB(A)

30

40

50

60

Windsnelheid tijdens de meting kleiner dan:

 

m/s

 

2

 

4

 

6

 

8

 

- Over de toelaatbare windsnelheid voor betrouwbare dB(C)-metingen zijn geen richtlijnen voorhanden. Bij een windsnelheid <6 m/s zullen naar verwachting betrouwbare dB(C) metingen verricht kunnen worden;

- Overschrijdingen tot en met 2 dB vallen binnen de meet- en rekennauwkeurigheid.

 

Soundchecks

Soundchecks moeten bij voorkeur plaatsvinden op de dag van het evenement zelf en duren niet langer dan 30 minuten per podium/area. Indien het organisatorisch onvermijdbaar is, kunnen soundchecks de dag voorafgaand aan het evenement plaatsvinden. Soundchecks worden niet voor 10.00 uur en niet na 21.00 uur gehouden. Voor soundchecks geldt hetzelfde maximale geluidniveau als in de vergunning is opgenomen.

 

Locatiespecifieke regels

Met de normen uit tabel 1 zouden een aantal evenementen in de dorpen van Oisterwijk en Moergestel niet mogelijk zijn. Daarom waren in de vorige nota voor deze locaties enkele uitzonderingen vastgelegd (locatiespecifieke regels, onderdeel 7).

De afgelopen jaren is gebleken dat bij deze vastgestelde geluidsnormen, zowel voor de bezoekers van evenementen als de voor de omwonenden, geen sprake is van onduldbare hinder.

5.11 Stankoverlast

Tijdens evenementen kan stankoverlast ontstaan doordat men levensmiddelen bakt en braadt. Bij grotere evenementen gebeurt dit meestal in speciale (verkoop)wagens door veelal professionele ondernemers. De verkoopwagens zijn in de meeste gevallen uitgerust met dure apparatuur om de verspreiding van “stank” zoveel mogelijk te verminderen.

 

De aard van de producten die verkocht worden, de bereidingswijze, de afstand van de wagen tot de bebouwing, de duur van plaatsing, dan wel de kwaliteit van de installaties is van groot belang. Deze zaken spelen een belangrijke rol in de afweging van de burgemeester om tot een acceptabele plaatsing van dit soort kramen te komen.

5.12 Vervuiling/afval

Tijdens evenementen ontstaat vaak zwerfvuil. Om vervuiling zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te beperken zal de organisator een voldoende aantal afvalbakken moeten plaatsen. Enerzijds in de directe nabijheid van stands waar producten voor directe consumptie worden verkocht en anderzijds op andere plaatsen op de locatie.

 

Vanzelfsprekend moet de organisator na afloop van het evenement het terrein geheel schoon en ontruimd opleveren. Indien hier geen gevolg aan wordt gegeven, gebeurt dit door of namens de gemeente, doch voor rekening van de organisator.

5.13 De verkeersveiligheid

Vast staat dat de (openbare) weg er niet alleen is voor het verkeer. Ook andere activiteiten moeten op de (openbare) weg mogelijk zijn, waarbij het normale gebruik van de (openbare) weg, in bepaalde gevallen, dient te wijken voor het bijzondere gebruik.

 

5.13.1 Afsluiten van wegen / omleidingen

Ten behoeve van een evenement op de (openbare) weg, moet deze afgesloten worden. Dit moet gebeuren met deugdelijk materiaal, dat voldoet aan wettelijke eisen. Dit materiaal wordt gratis beschikbaar gesteld door de gemeente Oisterwijk, afdeling Ruimte en in overleg met organisatie en gemeente, door de gemeente geleverd.

Ten behoeve van de tijdelijke afsluiting van de (openbare) weg, wordt een tijdelijke verkeersmaatregel gepubliceerd.

 

5.13.2 Parkeergelegenheid

Als evenementen worden georganiseerd, zal de (openbare) weg worden afgesloten voor al het (gemotoriseerde) verkeer. Dit houdt in dat personenauto’s geen mogelijkheid hebben op de weg te parkeren. In plaats daarvan moet de organisator van een evenement er voor zorgen dat bezoekers ergens anders kunnen parkeren met voldoende parkeercapaciteit.

 

5.13.3 Mobiliteitsplan

Bij een evenement kan bij de vergunningaanvraag een mobiliteitsplan opgevraagd worden.

In een mobiliteitsplan wordt aandacht besteed aan de:

- diverse vervoersstromen (openbaar vervoer, taxi’s, particulier vervoer, georganiseerd vervoer(pendelbussen, ontheffingen), fietsers en voetgangers);

- routes (incl. calamiteitenroutes, omleidingen, afsluitingen);

- parkeerfaciliteiten (ook fietsenrekken);

- bebording.

 

5.14 Veiligheid van personen en goederen

Zoals hiervoor aangegeven is de organisator van het evenement primair verantwoordelijk voor de veiligheid op een evenemententerrein (waaronder parkeerterreinen, fietsenstallingen, looproutes naar het festivalterrein etc). Van de bezoekers en/of deelnemers van het evenement wordt daarbij verwacht dat zij verantwoordelijkheid nemen voor de eigen veiligheid.

Daarom is het noodzakelijk, dat door of namens de organisatie toezicht wordt gehouden.

Indien een organisatie beveiligers aanstelt, moet voldaan worden aan de eisen die gesteld zijn bij of krachtens de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus.

 

Het is de taak van de organisator om in de aanvraag maatregelen te benoemen hoe te voorkomen of hoe te handelen als een risico ontstaat. Daarom moet bij een aanvraag moet een veiligheidsplan en/of een beveiligingsplan ingediend worden. Als er een gezamenlijke risico-inventarisatie met de Openbare Orde en Veiligheid-diensten (OOV-diensten) is gemaakt, moeten deze risico’s in deze plannen benoemd worden en duidelijk gemaakt worden met welke inzet van mensen, middelen en maatregelen deze risico’s uitgesloten of verminderd worden.

 

De gemeente beoordeelt de aanvraag, onder andere of de organisatie voldoende maatregelen treft voor een veilig en ordentelijk verloop van het evenement, mede aan de hand van adviezen van de OOV-diensten. Hierbij worden dus ook het ingediende veiligheidsplan, mobiliteitsplan en beveiligingsplan beoordeeld.

Afhankelijk van het evenement kunnen ook andere stukken gevraagd worden (zoals bijvoorbeeld een medisch plan).

5.15 Brandveiligheid

Indien tijdens evenementen een feesttent of een andere constructie wordt geplaatst, moet deze op deugdelijkheid en (brand)veiligheid worden gecontroleerd. Daarom moet de organisatie bij de aanvraag de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit BGBOP aanleveren.

5.16 Constructieve veiligheid tijdelijke constructies

Voor constructieve veiligheid van tijdelijke constructies als tenten, podia, tribunes en attracties die korter dan 31 dagen staan bestaat in Nederland geen wettelijke eisen. Het Bouwbesluit is niet van toepassing.

Er zijn echter wel richtlijnen in de vorm van NEN’s en NPR’s, vaak opgezet vanuit de brancheorganisaties. De gemeente maakt bij tijdelijke constructies onderscheid tussen tijdelijke constructies met een laag en overig risico.

Voor tijdelijke constructies met een laag risico hoeft geen specifieke bewijslast inzake constructieve veiligheid te worden ingediend.

Bij tijdelijke constructies die niet vallen onder de criteria van laag risico worden door de gemeente de richtlijnen als uitgangspunt gehanteerd. De organisator moet bij de aanvraag de bewijslast overleggen, dat de tijdelijke constructies voldoen aan de richtlijnen.

 

5.17 Attracties

Attractietoestellen die op een evenement komen staan, moeten beschikken over een geldige keuring. Bij het ontbreken van een geldige keuring kan het bevoegd gezag het toestel weigeren.

 

Voor de controle hiervan, moet het RAS-nummer van de attracties bij de aanvraag ingediend worden.

5.18 Gezondheid

5.18.1 Drugs

Aan evenementen wordt deelgenomen door personen (bezoekers en deelnemers) uit alle lagen van de bevolking. De soort bezoekers en/of deelnemers kan nauw samenhangen met de aard van een evenement. Dit geldt ook voor het aantal te verwachten bezoekers en/of deelnemers.

 

Voor de evenementen in gemeente Oisterwijk geldt een zero-tolerance voor wat betreft het gebruik van drugs op een evenement. De organisator van een evenement is hiervoor verantwoordelijk en moet hierop toe zien.

Een goede communicatie tussen organisatie en publieke instanties, alsmede de communicatie vanuit de organisatie naar de bezoekers toe, is van groot belang. De organisatie moet duidelijk maken aan de bezoekers dat een zero-tolerance beleid gehanteerd wordt en dat bezoekers worden verwijderd en aan de politie worden overgedragen, wanneer bij hen drugs aangetroffen worden.

 

Voor grote evenementen worden maatwerkafspraken gemaakt over de aanpak van drugs op en rondom het desbetreffende evenement.

 

Het is wel gebruikelijk dat er tijdens een evenement alcohol wordt geschonken. Hierover meer in onderdeel 5.19.

 

5.18.2 Sanitaire voorzieningen

Veelal is de beschikbare toiletcapaciteit niet genoeg om de (toilet)behoeften van alle bezoekers op te vangen. Het kan mogelijk zijn dat er extra toiletvoorzieningen worden gewenst. De organisatie moet hiervoor zorgdragen.

 

5.18.3 Geneeskundige hulpverlening

Bij sommige evenementen, gezien de aard, omvang en te organiseren activiteiten, kan het wenselijk zijn dat er sprake is van een eerste hulp voorziening. Dit moeten gediplomeerde eerstehulpverleners zijn. De organisatie moet hiervoor zorgdragen.

 

Bij evenementen met een hoog risico, kan aan de vergunning de voorwaarde verbonden worden dat naast gediplomeerde eerstehulpverleners ook zorgprofessionals ingezet moeten worden.

5.19 Drank- en Horecawet

Schenken van alcohol

Het verstrekken van zwakalcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse is in principe voorbehouden aan horeca-inrichtingen, waaraan een vergunning is verleend.

 

Bij evenementen maakt men niet altijd gebruik van een horeca-inrichting. Indien men tijdens evenementen buiten een horeca-inrichting zwakalcoholhoudende dranken wil verstrekken, moet men beschikken over een door de burgemeester te verstrekken ontheffing op basis van artikel 35 Drank- en Horecawet. Een dergelijke ontheffing kan uitsluitend verleend worden, indien de verstrekking geschiedt onder de onmiddellijke leiding van een persoon die niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is én de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt.

 

Een dergelijke ontheffing is vereist voor ieder evenement, waarbij men zwakalcohol-houdende drank voor gebruik ter plaatse wil verstrekken.

 

Als een evenement meer dan een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen duurt, is een drank- en horecavergunning nodig en kan geen ontheffing verleend worden.

 

In alle gevallen is tijdens een evenement alleen het gebruik van veiligheidsglas en/of plastic bekers toegestaan.

5.20 Duurzaamheid

Bij evenementen wordt gestreefd naar duurzaamheid. Duurzaamheid bij evenementen wordt niet afgedwongen, maar wordt vanuit de gemeente wel gestimuleerd richting organisatoren. Stimulatie vindt in ieder geval plaats door organisatoren bij het doen van een aanvraag/melding na te laten denken over doelstellingen ten aanzien van preventie van milieubelasting en welke maatregelen daarvoor worden genomen. Enkele voorbeelden om evenementen te verduurzamen zijn:

- Bij het organiseren van evenementen worden de principes van “Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen” gehanteerd (activiteiten bewust richten op het toevoegen van waarde aan zowel mensen, milieu en opbrengst en die op een actieve en transparante manier communiceren);

- Er wordt maximaal ingezet op afvalpreventie:

● Ervoor zorgen dat op een zo duurzaam mogelijke manier met grondstoffen (afval) wordt omgegaan. Onderdeel hiervan kan zijn dat het afval dat ontstaat wordt gescheiden ingezameld

● Er worden recyclebare/afbreekbare bekers/flesjes gebruikt bij het evenement of er wordt gewerkt met statiegeld bekers

● Er wordt geen gebruik gemaakt van confetti (kanonnen) in de openbare ruimte, ballonnen en plastic rietjes

- Waterverbruik wordt zoveel mogelijk gereduceerd (bijvoorbeeld bij de toiletvoorzieningen)

- Evenementen draaien zoveel mogelijk op groene stroom. Er wordt zoveel mogelijk LED- verlichting toegepast.

- Wanneer er onvoldoende vaste stroomaansluitingen aanwezig zijn kan het noodzakelijk zijn aggregaten te gebruiken. In dat geval streeft te organisatie ernaar Bio Brandstoffen te gebruiken

- Er wordt gebruik gemaakt van milieuvriendelijke schoonmaakmiddelen (met milieukeurmerk) zodat het afvalwater niet vervuild is

- Duurzaam vervoer van bezoekers wordt zoveel mogelijk gestimuleerd (bijv. door faciliteren van groepsvervoer (bus en/of trein), faciliteren carpoolen, realiseren van een (bewaakte) fietsenstalling).

6. Evaluatie

 

Nadat een evenementen heeft plaatsgevonden beslist het bevoegd gezag of, en op welke wijze, er geëvalueerd gaat worden. Bij terugkerende evenementen worden de uitkomsten van de evaluatie gebruikt als input voor de vergunningverlening van de volgende editie.

7. Locatiespecifieke bepalingen

 

In onderdeel 5 zijn algemene bepalingen opgenomen die in beginsel voor alle evenementen gelden. In dit onderdeel worden bepalingen opgenomen die voor verschillende locaties gelden en die onderling ook afwijkend kunnen zijn, te weten de specifieke locatieprofielen.

 

De keuze voor het opstellen van een specifiek locatieprofiel is ingegeven door het aantal terugkerende evenementen en/of de omvang van die evenementen. Het gaat kort gezegd om de belangrijkste evenementenlocaties in de gemeente.

 

De specifieke locatieprofielen gelden voor:

1. De Lind/Lindeplein in Oisterwijk

2. Sint Jansplein in Moergestel

3. Kerkstraat/Mgr. Bekkersplein in Haaren

4. Den Donk en omgeving in Oisterwijk

5. Locatie hoek Heiligenboom/Oirschotseweg in Moergestel

6. Locatie Kreitweg in Haaren

7. Locatie Oisterwijksedreef in Haaren

 

Voorkomen moet worden dat de (evenementendruk) op de centra van de dorpen te hoog wordt. Daarnaast kunnen specifieke regels noodzakelijk zijn, vanwege het bijzondere karakter van een evenement (denk bijvoorbeeld aan kermis en dance-evenementen).

 

De locatiespecifieke regels zoals die in de Nota evenementenregels 2015-2020 waren opgenomen, zijn in de praktijk goed werkbaar gebleken. Deze regeling wordt dan ook grotendeels gehandhaafd.

 

Voorzieningen ten behoeve van een evenement kunnen ook buiten de hiervoor genoemde locaties gerealiseerd worden. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan parkeergelegenheid en parkeervoorzieningen in de vorm van een transferium op andere, daarvoor geschikte locaties.

 

Indien een nieuwe locatie in gebruik wordt genomen, of indien het gebruik van een bestaande evenementenlocatie daar aanleiding voor geeft, kan een nieuwe locatieprofiel worden vastgesteld of een reeds vastgesteld locatieprofiel worden gewijzigd, wat bij vaststelling onderdeel wordt van dit evenementenbeleid.

 

Voor zover de bepalingen in onderdeel 5 niet overeenstemmen met de bepalingen in dit onderdeel, blijven eerstbedoelde bepalingen buiten toepassing.

 

In dit onderdeel wordt onder ‘weekend’ verstaan: vrijdag, zaterdag en zondag.

 

 

7.1 Locatie De Lind/Lindeplein in Oisterwijk

 

De Lind is het visitekaartje van de gemeente Oisterwijk en wordt omringd door winkels, horeca en woningen. Dankzij de uitstraling en de ligging vormt De Lind (in samenhang met het Lindeplein) het evenementencentrum van het dorp Oisterwijk.

Op onderstaand kaartje is weergegeven wat in het kader van deze beleidsregels verstaan wordt onder De Lind/Lindeplein in Oisterwijk.

 

Locatiespecifieke regels

Voor De Lind-Lindeplein in Oisterwijk gelden de volgende regels:

 

1 april tot 1 oktober

1. Elke kalendermaand is minimaal één weekend evenementvrij;

2. Een kioskconcert zonder geluidsversterkers is gedurende maximaal drie uur in een evenementvrij weekend toegestaan;

3. Maximaal vier markten, braderieën en daarmee vergelijkbare evenementen (hieronder wordt de weekmarkt niet verstaan) zijn toegestaan;

4. De maximale gevelbelasting op de dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan in tabel 1 van onderdeel 5.10 is vastgelegd.

5. Voor de kermis gelden de in tabel 2 opgenomen geluidsnormen;

6. Voor de kermis en evenementen tijdens de kermisdagen in juli, gelden in afwijking van wat is aangegeven in onderdeel 5.8, voor zondag tot en met dinsdag een eindtijd van 00.00 uur;

7. Maximaal twee evenementen per jaar zijn toegestaan met een maximale geluidsnorm zoals in tabel 2 is vastgelegd, gedurende maximaal drie dagen per evenement (hieronder de kermis niet inbegrepen) met inachtneming van de volgende aanvulling en beperkingen;

a. Het college kan een maximale gevelbelasting toestaan van 85 dB(A) gedurende maximaal 3 uur per dag en voor maximaal 3 dagen per evenement.

 

Tabel 2 incidentele afwijkende normering De Lind-Lindeplein

De maximale gevelbelasting geldt voor dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object.

Periode

Maximale gevelbelasting

(1 min. LAeq)

Dag (07.00-19.00 uur)

80 dB(A)

Avond (19.00-23.00 uur)

80 dB(A)

Nacht (23.00-07.00 uur)

Nacht* (23.00-01.00 uur)

50 dB(A)

80 dB(A)

*Op vrijdag en zaterdag en de dagen voorafgaande aan een (nationale) feestdag wordt het tijdstop waarop de normstelling voor de nachtperiode ingaat, met 2 uur verschoven naar 01.00 uur.

 

Aandachtspunten:

- Omdat in veruit de meeste gevallen de basgeluiden de meeste hinder veroorzaken, wordt naast in tabel 1 van onderdeel 5.10 respectievelijk tabel 2 genoemde dB(A) norm ook een dB(C) norm in de vergunning vastgelegd. De dB(C) norm is in de regel 13 dB hoger dan de dB(A) norm.

- De genoemde normering betreft, voor zover het evenement al niet eerder is toegestaan (bestaande rechten), maximale normen. Bij een vergunningplichtig evenement dient afgewogen te worden of deze maximale norm noodzakelijk is.

 

1 oktober tot 1 december en 1 februari tot 1 april

1. Per kalendermaand is maximaal één evenement toegestaan onder de volgende voorwaarden:

b. Het evenement mag niet langer duren dan drie dagen;

c. De maximale gevelbelasting op de dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan in tabel 1 van onderdeel 5.10 is vastgelegd.

2. In aanvulling op het bovenstaande, geldt dat tijdens carnaval op zaterdag twee evenementen mogen plaats vinden onder de volgende voorwaarden:

a. Het evenement moet uiterlijk om 22.00 uur zijn afgelopen;

b. De maximale gevelbelasting op de dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan in tabel 1 van onderdeel 5.10 is vastgelegd;

3. In aanvulling op het bovenstaande, geldt dat tijdens carnaval op zondag tot en met dinsdag maximaal één evenement per dag mag plaatsvinden onder de volgende voorwaarden:

a. Het evenement moet uiterlijk om 22.00 uur zijn afgelopen;

b. De maximale gevelbelasting op de dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan in tabel 1 van onderdeel 5.10 is vastgelegd

 

1 december tot 1 februari

1. Elke kalendermaand is minimaal één weekend evenementvrij;

2. De maximale gevelbelasting voor de dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan 55 dB(A);

3. In aanvulling op het bovenstaande geldt dat er in de maand december een evenement mag plaatsvinden met maximaal vier aaneengesloten weekenden, onder de volgende voorwaarden

a. De maximale gevelbelasting voor de dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan 55 dB(A)

b. Het college kan gedurende maximaal zes dagen een hogere geluidsnorm toestaan onder de volgende voorwaarden:

- De maximale gevelbelasting voor de dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan in tabel 1 van onderdeel 5.10 is vastgelegd;

- Na 23.00 uur mag het geluidniveau niet hoger zijn dan het achtergrondniveau.

 

 

7.2 Sint Jansplein in Moergestel

 

Het Sint Jansplein in Moergestel vorm het historische hart van het dorp Moergestel en is omgeven door de kerk, horeca, winkels en woningen. Het plein is geheel verhard en vormt een aantrekkelijke locatie voor het houden van evenementen.

Op onderstaand kaartje is weergegeven wat in het kader van deze regeling wordt verstaan onder Sint Jansplein.

Gelet op de aantrekkingskracht voor evenementen geldt voor het Sint Jansplein, evenals voor De Lind dat grote geluidbelastende evenementen in aantal beperkt moet blijven en dat er ‘rustperioden’ moeten worden ingebouwd.

 

 

Locatiespecifieke regels

Voor het Sint Jansplein in Moergestel geldt de volgende regeling:

 

1 april tot 1 oktober

1. Elke kalendermaand is minimaal één weekend evenementvrij;

2. Maximaal vier markten, braderieën en daarmee vergelijkbare evenementen (hieronder wordt de weekmarkt niet verstaan) zijn toegestaan;

3. De maximale gevelbelasting op de dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan in tabel 1 van onderdeel 5.10 is vastgelegd;

4. Voor de kermis gelden de in tabel 3 opgenomen geluidsnormen;

5. Voor de kermis en evenementen tijdens de kermisdagen in juli, gelden in afwijking van wat is aangegeven in onderdeel 5.8, voor zondag tot en met dinsdag een eindtijd van 00.00 uur;

 

Tabel 3 incidentele afwijkende normering Sint Jansplein

De maximale gevelbelasting geldt voor dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object.

Periode

Maximale gevelbelasting

(1 min. LAeq)

Dag (07.00-19.00 uur)

80 dB(A)

Avond (19.00-23.00 uur)

80 dB(A)

Nacht (23.00-07.00 uur)

Nacht* (23.00-01.00 uur)

50 dB(A)

80 dB(A)

*Op vrijdag en zaterdag en de dagen voorafgaande aan een (nationale) feestdag wordt het tijdstop waarop de normstelling voor de nachtperiode ingaat, met 2 uur verschoven naar 01.00 uur.

 

Aandachtspunten:

1 Omdat in veruit de meeste gevallen de basgeluiden de meeste hinder veroorzaken, wordt naast in tabel 1 van onderdeel 5.10 respectievelijk tabel 3 genoemde dB(A) norm ook een dB(C) norm in de vergunning vastgelegd. De dB(C) norm is in de regel 13 dB hoger dan de dB(A) norm.

2 De genoemde normering betreft, voor zover het evenement al niet eerder is toegestaan (bestaande rechten), maximale normen. Bij een vergunningplichtig evenement dient afgewogen te worden of deze maximale norm noodzakelijk is.

 

1 oktober tot 1 december en 1 februari tot 1 april

1. Per kalendermaand is maximaal één evenement toegestaan onder de volgende voorwaarden:

a. Het evenement mag niet langer duren dan drie dagen;

b. De maximale gevelbelasting op dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan in tabel 1 van onderdeel 5.10 is vastgelegd.

2. In aanvulling op het bovenstaande geldt dat tijdens carnaval van zaterdag tot en met dinsdag maximaal één evenement per dag mag plaatsvinden onder de volgende voorwaarden:

a. Het evenement moet uiterlijk om 22.00 uur zijn afgelopen;

b. De maximale gevelbelasting op dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan in tabel 1 van onderdeel 5.10 is vastgelegd.

 

1 december tot 1 februari

1. Elke kalendermaand is minimaal één weekend evenementvrij;

2. De maximale gevelbelasting op dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan 55 dB(A);

3. Het college kan gedurende maximaal zes dagen een hogere geluidsnorm toestaan onder de volgende voorwaarden:

a. De maximale gevelbelasting op dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan in tabel 1 van onderdeel 5.10 is vastgelegd;

b. Na 23.00 uur mag het geluidniveau niet hoger zijn dan het achtergrondniveau.

 

7.3 Kerkstraat-Mgr. Bekkersplein in Haaren

 

De Kerkstraat-Mgr. Bekkersplein vormt het centrum van Haaren en is omgeven door de kerk, enkele horeca, winkels en woningen. Het plein is gedeeltelijk verhard en vormt een aantrekkelijke locatie voor het houden van evenementen.

Op onderstaand kaartje is weergegeven wat in het kader van deze regeling wordt verstaan onder Kerkstraat-Mgr. Bekkersplein.

 

Gelet op de aantrekkingskracht voor evenementen geldt voor de Kerkstraat-Mgr. Bekkersplein, evenals voor De Lind-Lindeplein in Oisterwijk en het Sint Jansplein in Moergestel, dat grote geluidbelastende evenementen in aantal beperkt moet blijven.

 

Locatiespecifieke regels

Voor de Kerkstraat-Mgr. Bekkersplein in Haaren geldt de volgende regeling:

 

1 april tot 1 oktober

1. Elke kalendermaand is minimaal één weekend evenementvrij;

2. Maximaal vier markten, braderieën en daarmee vergelijkbare evenementen (hieronder wordt de weekmarkt niet verstaan) zijn toegestaan;

3. De maximale gevelbelasting op de dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan in tabel 1 van onderdeel 5.10 is vastgelegd;

4. Voor de kermis gelden de in tabel 4 opgenomen geluidsnormen;

5. Voor de kermis en evenementen tijdens de kermisdagen, gelden in afwijking van wat is aangegeven in onderdeel 5.8, voor zondag en maandag een eindtijd van 00.00 uur;

 

Tabel 4 incidentele afwijkende normering Kerkstraat-Mgr. Bekkersplein

De maximale gevelbelasting geldt voor dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object.

Periode

Maximale gevelbelasting

(1 min. LAeq)

Dag (07.00-19.00 uur)

80 dB(A)

Avond (19.00-23.00 uur)

80 dB(A)

Nacht (23.00-07.00 uur)

Nacht* (23.00-01.00 uur)

50 dB(A)

80 dB(A)

*Op vrijdag en zaterdag en de dagen voorafgaande aan een (nationale) feestdag wordt het tijdstop waarop de normstelling voor de nachtperiode ingaat, met 2 uur verschoven naar 01.00 uur.

 

Aandachtspunten:

1 Omdat in veruit de meeste gevallen de basgeluiden de meeste hinder veroorzaken, wordt naast in tabel 1 van onderdeel 5.10 respectievelijk tabel 4 genoemde dB(A) norm ook een dB(C) norm in de vergunning vastgelegd. De dB(C) norm is in de regel 13 dB hoger dan de dB(A) norm.

2 De genoemde normering betreft, voor zover het evenement al niet eerder is toegestaan (bestaande rechten), maximale normen. Bij een vergunningplichtig evenement dient afgewogen te worden of deze maximale norm noodzakelijk is.

 

1 oktober tot 1 december en 1 februari tot 1 april

1. Per kalendermaand is maximaal één evenement toegestaan onder de volgende voorwaarden:

a. Het evenement mag niet langer duren dan drie dagen;

b. De maximale gevelbelasting op de dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan in tabel 1 van onderdeel 5.10 is vastgelegd.

2. In aanvulling op het bovenstaande geldt dat tijdens carnaval op zaterdag twee evenementen mogen plaats vinden onder de volgende voorwaarden:

a. Het evenement moet uiterlijk om 22.00 uur zijn afgelopen;

b. De maximale gevelbelasting op de dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan in tabel 1 van onderdeel 5.10 is vastgelegd

3. In aanvulling op het bovenstaande geldt dat tijdens carnaval op zondag tot en met dinsdag maximaal één evenement per dag mag plaatsvinden onder de volgende voorwaarden:

a. Het evenement moet uiterlijk om 22.00 uur zijn afgelopen;

b. De maximale gevelbelasting op de dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan in tabel 1 van onderdeel 5.10 is vastgelegd

 

1 december tot 1 februari

1. Elke kalendermaand is minimaal één weekend evenementvrij;

2. De maximale gevelbelasting op de dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan 55 dB(A);

3. Het college kan gedurende maximaal zes dagen een hogere geluidsnorm toestaan onder de volgende voorwaarden:

a. De maximale gevelbelasting op de dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan in tabel 1 van onderdeel 5.10 is vastgelegd;

b. Na 23.00 uur mag het geluidniveau niet hoger zijn dan het achtergrondniveau.

 

 

7.4 Omgeving Den Donk

 

Al vele jaren wordt nabij sportpark Den Donk een dance-evenement georganiseerd met een (inter)nationaal karakter. Dit is een goed georganiseerd evenement dat een prima aanvulling vormt op het evenementenaanbod in Oisterwijk en vooral bij jongeren in trek is. Wij vinden het belangrijk dat dit evenement behouden blijft.

 

Op onderstaand kaartje is weergegeven wat in het kader van deze regeling wordt verstaan onder omgeving Den Donk.

 

Het evenement wordt georganiseerd naast de sportaccommodaties, richting het buitengebied. De nabijgelegen woonwijken en een beperkt aantal woningen aan de Hoevenseweg ondervindt hinder van dit evenement. Door het maximaal aantal toegestane (geluidbelastende) evenementen nabij sportpark Den Donk te beperken en eisen te stellen aan de maximale duur van een evenement, wordt voorkomen dat de door omwonenden ondervonden hinder (door het hele jaar heen) ontoelaatbaar wordt.

Evenementen op de sportaccommodaties worden niet getoetst aan deze specifieke locatieaanduiding.

 

Locatiespecifieke regels

Voor omgeving Den Donk geldt de volgende regeling:

1. Er mag per jaar maximaal 1 dance-evenement gehouden worden onder de volgende voorwaarden:

a. Het evenement (exclusief op- en afbouwwerkzaamheden en festivalcamping) duurt niet langer dan drie dagen;

b. De maximale gevelbelasting op de dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan in tabel 1 van onderdeel 5.10 is vastgelegd.

c. Naast de in tabel 1 van onderdeel 5.10 genoemde dB(A) norm wordt, rekening houdend met wat in paragraaf 5.10 onder aandachtspunten voor dance evenementen is weergegeven, ook een dB(C) norm in de vergunning vastgelegd. De dB(C) norm is in de regel 25 dB hoger dan de dB(A) norm

2. Er mag per kalenderjaar maximaal 1 ander geluidbelastend evenement (een evenement met als hoofddoelstelling het produceren van muziek (met uitzondering van een dance- evenement)) worden gehouden onder de volgende voorwaarden:

a. Het evenement (exclusief op- en afbouwwerkzaamheden) duurt niet langer dan drie dagen;

b. De maximale gevelbelasting op de dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan in tabel 1 van onderdeel 5.10 is vastgelegd.

c. Naast de in tabel 1 van onderdeel 5.10 genoemde dB(A) norm wordt ook een dB(C) norm in de vergunning vastgelegd. De dB(C) norm is in de regel 13 dB hoger dan de dB(A) norm.

 

Aandachtspunten:

- De genoemde normering betreft, voor zover het evenement al niet eerder is toegestaan (bestaande rechten), maximale normen. Bij een vergunningplichtig evenement dient afgewogen te worden of deze maximale norm noodzakelijk is.

 

Kamperen buiten kampeerterrein

Wanneer een meerdaags evenement op een locatie is toegestaan, leidt dat bij grote evenementen in het buitengebied, met een regionaal of bovenregionaal karakter, vaak tot de behoefte om een camping te installeren. Een festivalcamping heeft, mits goed georganiseerd, een grote toegevoegde waarde voor de festivalbeleving (ervaring wordt een festivalvakantie).

 

Een camping heeft daarnaast bij een meerdaags evenement grote logistieke voordelen. De aankomst en het vertrek van de bezoekers kunnen daardoor immers gespreid worden en het aantal bezoekers dat op de festivaldagen aankomt en vertrekt, wordt aanzienlijk beperkt. Een festivalcamping kent aandachtspunten vanuit crowd management. Er zal een plan moeten worden geschreven hoe met stewards en beveiliging de orde op de camping kan worden bewaard.

Vaak is daarvoor iets van vermaak nodig. Voor een optimale spreiding van bezoekers is het gewenst om een festivalcamping daags voor het evenement voor campingbezoekers open te stellen en campingbezoekers in de gelegenheid te stellen de camping daags na het evenement te verlaten. Voor de avond voor het evenement en na afloop van het evenement wordt de bezoekers vaak nog enig vermaak/vertier aangeboden, dat vooral ook om redenen van effectief crowd management op de camping, uitdrukkelijk gewenst is.

 

Op deze locatie wordt een evenement georganiseerd met een zogenaamd weekendarrangement met een weekendcamping voor de festivalbezoekers. Voor degene die hier gebruik van maken worden verschillende activiteiten georganiseerd, zoals openingsfeesten, sport- en spelactiviteiten, after-party’s, bioscoop en silent disco en eventueel afsluitingsfestiviteiten

 

Er zijn verschillende redenen om de weekendcamping toe te staan, namelijk

- de verkeersstromingen in het weekend zijn beter beheersbaar; de instroom van de campinggasten is op donderdag en vrijdag, de uitstroom is op maandag. Hierdoor zijn er minder verkeersbewegingen op zaterdag en zondag;

- de uitstroom na het einde van het evenement kan in betere banen geleid worden, omdat er minder mensen gebruik maken van de verschillende mobiliteitsstromingen;

- daardoor in verband met het grote aantal bezoekers een overzichtelijke situatie ontstaat;

- het handhaven van de openbare orde en veiligheid wordt gediend;

 

Een weekendcamping is op deze locatie toegestaan. Uitgangspunt is dat de grens van de camping in principe minimaal op een afstand van 50 meter van geluidgevoelige objecten (onder andere de omliggende woningen) is gelegen.

Indien vasthouden aan deze regel betekent dat een onevenredig groot deel van het beoogde terrein niet voor camping kan worden gebruikt, kan daarvan onder voorwaarden worden afgeweken;

- Op het deel van de camping dat op minder dan 50 meter van gevoelige objecten is gelegen, mogen geen activiteiten plaatsvinden;

- De minimale afstand die bij afwijken moet worden aangehouden tussen de camping en het geluidgevoelige object, bedraagt 30 à 35 meter.

- Door middel van toezicht moet op dit deel van de camping worden geborgd, dat hier geen activiteiten plaatsvinden, geen muziek wordt afgespeeld, of dat bezoekers zich in de nachtelijke uren niet luidruchtig gedragen.

- Wij betrekken daarbij dat de VNG-richtlijn een maatstaf geeft voor campings die 365 dagen per jaar kunnen worden gebruikt. Een festivalcamping wordt naar zijn aard slechts enkele dagen per jaar gebruikt en dat de festivalcamping op deze locatie eerder niet tot klachten heeft geleid.

 

De maximale gevelbelasting op dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan in tabel 1 van onderdeel 5.10 is vastgelegd.

Indien nodig mag, in het kader van bijvoorbeeld crowd management hier in beperkte mate gemotiveerd van worden afgeweken.

 

Bij de aanvraag voor de afwijking van de maximale gevelbelasting op de dichtstbijzijnde gevel van een woning, moet aangegeven worden welke maatregelen getroffen worden om het geluidsniveau zo min mogelijk belastend te maken voor omliggende woningen, gedurende de periode van de benodigde afwijking. Bijvoorbeeld door de omvang en situering van de activiteit die het geluid veroorzaakt.

 

Niet-meten-verklaring

Voor deze locatie wordt al een aantal jaren gewerkt met zogenaamde niet-meten-verklaringen.

Wij accepteren deze niet-meten-verklaring voor deze locatie voor enkele woningen in de nabijheid van het gehele evenemententerrein, dus inclusief de festivalcamping.

Door deze niet-meten-verklaringen worden enkele woningen iets zwaarder belast, waarmee bijvoorbeeld een hele woonkern, met vele honderden woningen een significant lagere gevelbelasting krijgt.

 

 

7.5 Locatie hoek Heiligenboom/Oirschotseweg in Moergestel

 

De locatie op de hoek Heiligenboom-Oirschotseweg in Moergestel (tegenover ’t Draaiboompje) is in de loop der jaren uitgegroeid tot een terrein waar (buiten het reguliere evenementenseizoen) vooral een aantal evenementen voor de jongeren plaatsvindt.

Op onderstaand kaartje is weergegeven wat in het kader van deze regeling wordt verstaande onder de locatie.

 

Door het aantal toegestane (geluidbelastende) evenementen op deze locatie te beperken en eisen te stellen aan de maximale duur van een evenement, wordt voorkomen dat de door omwonenden ondervonden hinder (door het hele jaar heen) ontoelaatbaar wordt.

 

Locatiespecifieke regels

Voor de locatie hoek Heiligenboom-Oirschotseweg in Moergestel geldt de volgende regeling:

1. Er mogen per kalenderjaar maximaal 2 geluidbelastende evenementen (evenementen met als hoofddoelstelling het produceren van muziek met uitzondering van een dance- evenement)) worden gehouden onder de volgende voorwaarden:

a. Het evenement (exclusief op- en afbouwwerkzaamheden) duurt niet langer dan drie dagen;

b. De maximale gevelbelasting op de dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan in tabel 1 van onderdeel 5.10 is vastgelegd.

c. Naast de in tabel 1 van onderdeel 5.10 genoemde dB(A) norm wordt ook een dB(C) norm in de vergunning vastgelegd. De dB(C) norm is in de regel 13 dB hoger dan de dB(A) norm.

 

7.6 Locatie Kreitweg in Haaren

Sinds een paar jaar wordt in het dorp Haaren in november een meerdaags evenement georganiseerd. Dit is in het verleden verplaatst van een binnenlocatie naar een buitenlocatie aan de rand van het dorp Haaren. Die locatie was te beperkt van omvang en lag, met het oog op het karakter van het evenement, relatief dicht op de bebouwde omgeving.

Vanaf 2020 wordt dit evenement georganiseerd op de locatie hoek Kreitweg/Hollenhoekweg in Haaren.

Dit is een goed georganiseerd evenement dat een prima aanvulling vormt voor de jongeren. Wij vinden het belangrijk dat dit evenement behouden blijft.

 

Het evenement wordt georganiseerd op agrarische gronden in het buitengebied. Een beperkt aantal woningen ondervindt hinder van dit evenement.

Op onderstaand kaartje is weergegeven wat in het kader van deze regeling wordt verstaan onder de locatie.

 

Naast de normen die specifiek voor dance-evenementen zijn opgesteld, wordt, door het aantal toegestane (geluidbelastende) evenementen op deze locatie te beperken en eisen te stellen aan de maximale duur van een evenement, voorkomen dat de door omwonenden ondervonden hinder (door het hele jaar heen) ontoelaatbaar wordt.

 

Locatiespecifieke regels

Voor de locatie Kreitweg in Haaren geldt de volgende regeling:

1. Er mogen per jaar maximaal 2 dance-evenementen plaats vinden, onder de volgende voorwaarden:

a. Het evenement (exclusief op- en afbouwwerkzaamheden) duurt niet langer dan een dag;

b. De maximale gevelbelasting op de dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan in tabel 1 van onderdeel 5.10 is vastgelegd.

c. Naast de in tabel 1 van onderdeel 5.10 genoemde dB(A) norm wordt, rekening houdend met wat in paragraaf 5.10 onder aandachtspunten voor dance-evenementen is weergegeven, ook een dB(C) norm in de vergunning vastgelegd. De dB(C) norm is in de regel 25 dB hoger dan de dB(A) norm

2. Er mag per kalenderjaar maximaal 1 ander geluidbelastend evenement (een evenement met als hoofddoelstelling het produceren van muziek (met uitzondering van een dance- evenement) worden gehouden onder de volgende voorwaarden:

a. Het evenement (exclusief op- en afbouwwerkzaamheden) duurt niet langer dan een dag;

b. De maximale gevelbelasting op de dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan in tabel 1 van onderdeel 5.10 is vastgelegd;

c. Naast de in tabel 1 van onderdeel 5.10 genoemde dB(A) norm wordt ook een dB(C) norm in de vergunning vastgelegd. De dB(C) norm is in de regel 13 dB hoger dan de dB(A) norm.

3. De toegestane evenementendagen mogen samengevoegd worden tot (een) meerdaags(e) evenement(en).

 

Aandachtspunten:

- De genoemde normering betreft, voor zover het evenement al niet eerder is toegestaan (bestaande rechten), maximale normen. Bij een vergunningplichtig evenement dient afgewogen te worden of deze maximale norm noodzakelijk is.

 

Kamperen buiten kampeerterrein

Wanneer een meerdaags evenement op een locatie is toegestaan, leidt dat bij grote evenementen in het buitengebied, met een regionaal of bovenregionaal karakter, vaak tot de behoefte om een camping te installeren. Een festivalcamping heeft, mits goed georganiseerd, een grote toegevoegde waarde voor de festivalbeleving (ervaring wordt echte festivalvakantie).

 

Een camping heeft daarnaast bij een meerdaags evenement grote logistieke voordelen. De aankomst en het vertrek van de bezoekers kunnen daardoor immers gespreid worden en het aantal bezoekers dat op de festivaldagen aankomt en vertrekt, wordt aanzienlijk beperkt.

 

Een festivalcamping kent aandachtspunten vanuit crowd management. Er moet een plan worden geschreven hoe met stewards en beveiliging de orde op de camping kan worden bewaard. Vaak is daarvoor iets van vermaak nodig.

Voor een optimale spreiding van bezoekers is het gewenst om een festivalcamping daags voor het evenement voor campingbezoekers open te stellen en campingbezoekers in de gelegenheid te stellen de camping daags na het evenement te verlaten. Voor de avond voor het evenement en na afloop van het evenement wordt de bezoekers vaak nog enig vermaak/vertier aangeboden, dat vooral ook om redenen van effectief crowd management op de camping, uitdrukkelijk gewenst is.

 

Er zijn verschillende redenen om de weekendcamping toe te staan, namelijk

- de verkeersstromingen in het weekend zijn beter beheersbaar; de instroom van de campinggasten is op donderdag en vrijdag, de uitstroom is op maandag. Hierdoor zijn er minder verkeersbewegingen op zaterdag en zondag;

- de uitstroom na het einde van het evenement kan in betere banen geleid worden, omdat er minder mensen gebruik maken van de verschillende mobiliteitsstromingen;

- daardoor in verband met het grote aantal bezoekers een overzichtelijke situatie ontstaat;

- het handhaven van de openbare orde en veiligheid wordt gediend;

 

Op deze locatie is nog niet eerder een weekendarrangement met een weekendcamping voor de festivalbezoekers georganiseerd.

 

Wanneer een festivalcamping in een aanvraag opgenomen wordt, wordt door het bevoegd gezag beoordeeld of deze inpasbaar is en of daar medewerking aan kan worden verleend. Elders in het beleid (bladzijde 25 en verder) zijn voor een festivalcamping criteria opgenomen. Deze worden in ieder geval betrokken bij de beoordeling van de aanvraag voor een festivalcamping op deze locatie.

 

Niet-meten-verklaring

De organisatie van dit evenement werkt al een aantal jaren met zogenaamde niet-meten-verklaringen.

Wij accepteren deze niet-meten-verklaring voor deze locatie voor enkele woningen in de nabijheid van het gehele evenemententerrein.

Door deze niet-meten-verklaringen worden enkele woningen iets zwaarder belast, waarmee bijvoorbeeld een hele woonkern, met vele honderden woningen een significant lagere gevelbelasting krijgt.

 

 

 

7.7 Locatie Oisterwijksedreef in Haaren

 

Sinds een paar jaar wordt in het dorp Haaren in juli een meerdaags evenement georganiseerd aan de Oisterwijksedreef.

Dit is een goed georganiseerd evenement dat een prima aanvulling vormt voor de bezoekers van alle leeftijden (vanaf 17/18 jaar). Wij vinden het belangrijk dat dit evenement behouden blijft.

 

Het evenement wordt georganiseerd op agrarische gronden in het buitengebied. Een beperkt aantal woningen ondervindt hinder van dit evenement.

 

Op onderstaand kaartje is weergegeven wat in het kader van deze regeling wordt verstaande onder de locatie.

Door het aantal toegestane evenementen op deze locatie te beperken en eisen te stellen aan de maximale duur van een evenement, wordt voorkomen dat de door omwonenden ondervonden hinder (door het hele jaar heen) ontoelaatbaar wordt.

 

Locatiespecifieke regels

Voor de locatie Oisterwijksedreef in Haaren geldt de volgende regeling:

1. er mag gedurende een weekend per jaar een evenement gehouden worden onder de volgende voorwaarden:

a. Het evenement (exclusief op- en afbouwwerkzaamheden) duurt niet langer dan twee dagen;

b. De maximale gevelbelasting op de dichtstbijzijnde gevel van een woning of ander geluidgevoelig object mag niet hoger zijn dan in tabel 1 van onderdeel 5.10 is vastgelegd;

c. Naast de in tabel 1 van onderdeel 5.10 genoemde dB(A) norm wordt ook een dB(C) norm in de vergunning vastgelegd. De dB(C) norm is in de regel 13 dB hoger dan de dB(A) norm.

 

Aandachtspunten:

- De genoemde normering betreft, voor zover het evenement al niet eerder is toegestaan (bestaande rechten), maximale normen. Bij een vergunningplichtig evenement dient afgewogen te worden of deze maximale norm noodzakelijk is.

 

Niet-meten-verklaring

De organisatie van dit evenement werkt al een aantal jaren met zogenaamde niet-meten-verklaringen.

Wij accepteren deze niet-meten-verklaring voor deze locatie voor enkele woningen in de nabijheid van het gehele evenemententerrein.

Door deze niet-meten-verklaringen worden enkele woningen iets zwaarder belast, waarmee bijvoorbeeld een hele woonkern, met vele honderden woningen een significant lagere gevelbelasting krijgt.

8. Algemene afwijkingsbevoegdheid

 

1. Het bevoegd gezag kan op een locatie meerdere of langer durende (geluidbelastende) evenementen toestaan dan is vastgelegd, indien gewaarborgd wordt dat de (geluids)hinder voor de omgeving beperkt blijft. Dit kan bijvoorbeeld door beperkingen te stellen aan de eindtijden van een evenementen en/of strengere geluidsnormen vast te stellen.

 

2. Het bevoegd gezag kan gemotiveerd afwijken van de geluidsvoorschriften in de onderdelen 5 en 7.

Daarbij moeten in ieder geval de volgende voorwaarden in acht worden genomen:

a. Een hogere geluidsbelasting op de gevel van de dichtstbijzijnde woning of ander geluidgevoelig object mag niet meer bedragen dan 5 dB. Voor deze uitzondering is slechts ruimte indien sprake is van bijzondere omstandigheden, een voorbeeld daarvan is dat enkele woningen iets zwaarder belast worden, waarmee bijvoorbeeld een hele woonkern, met vele honderden woningen een significant lagere gevelbelasting krijgt.

b. De organisatie moet een rapportage overleggen, waaruit de noodzaak van de hogere geluidniveaus blijken en onderbouwen dat er geen andere oplossingen mogelijk zijn.

Eventuele door de organisatie voorgestelde compenserende maatregelen kunnen bij de afweging, om af te wijken van de geluidsbepalingen, worden betrokken.

 

3. In het evenementenbeleid zijn eindtijden vastgesteld. Om redenen van crowdmanagement kan het aan te bevelen zijn om de horeca op een evenement nog iets langer open te laten. Daarmee kan de uitstroom door middel van spreiding van bezoekers worden gereguleerd. Met dit doel kunnen we afwijken van de gegeven eindtijden in het beleid. De eindtijden zijn in ieder geval niet van toepassing op de festivalcamping.

9. Selectiecriteria

 

Het kan voorkomen dat er meerdere initiatiefnemers zijn die op een zelfde datum en locatie een evenement willen organiseren of een gelijksoortig evenement dat op jaarbasis op een locatie beperkt is toegestaan. De gemeente behoudt zich het recht voor om in dat geval een keus te maken voor een evenement. Er is een aantal grote, jaarlijks terugkerende evenementen die een bepaalde waarde en historie hebben en die erg waardevol zijn. Om te waarborgen dat deze gecontinueerd worden in de vorm die de gemeente wenselijk acht, worden in dit hoofdstuk selectiecriteria voor de toewijzing van (concurrerende) evenementen opgenomen.

 

Wanneer sprake is van concurrerende aanvragen, worden de volgende stappen doorlopen:

1. Is het evenement aangemeld voor de Evenementenkalender

De aanvraag wordt bezien in het licht van de evenementenkalender. Sommige dagen /periode kennen een eigen thema; Koningsdag, Carnaval, Sinterklaas en Kerst. Bij concurrerende aanvragen zal een evenement passend in het thema voorrang krijgen boven een andere aanvraag die daar niet in past;

2. Samenwerken

Resterende concurrerende aanvragers worden onderling in contact gebracht om na te gaan of samengewerkt, geschoven of anderszins een oplossing gevonden kan worden;

3. Ervaringen uit het verleden

Het gaat hier om ervaringen met evenementen van de aanvrager; mate van professionaliteit van de aanvrager en partijen met wie deze samenwerkt, hoe is in het verleden het traject van vergunningverlening verlopen (samenwerking met de gemeente), hoe zijn de evenementen verlopen, hoe zijn ze geëvalueerd, aantal geconstateerde overtredingen etc. Hierbij wordt als uitgangspunt een periode van 3 jaar (te rekenen vanaf het jaar waarin het evenement gepland is) gehanteerd;

4. Historie evenement

Wanneer er na de voorgaande stappen nog concurrerende aanvragen over zijn, wordt bij deze stap de locatiegebondenheid beoordeeld. Als een aanvrager een evenement traditioneel en met succes op een bepaalde plaats heeft georganiseerd, moet dat meegewogen worden. Ook hierbij wordt als uitgangspunt een periode van 3 jaar (te rekenen vanaf het jaar waarin het evenement gepland is) gehanteerd.

10. Overgangsregeling

 

Op evenementen die na de datum van inwerkingtreding van deze regeling plaats vinden en waarvoor voor deze datum een vergunning is aangevraagd, waarover nog geen besluit is genomen, is deze regeling van toepassing.

11. Vaststelling, inwerkingtreding en aanhaling

 

Vaststelling

Deze evenementenregels zijn door de burgemeester en het college, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft, vastgesteld op 11 mei 2021

 

Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden de dag na bekendmaking in werking. Op dat moment vervalt de Nota evenementenregels 2015-2020.

 

Aanhaling

Deze evenementenregels wordt aangehaald als “Beleidsregels evenementen 2021”.