Artikel 1
De Uitvoeringsregeling Tegemoetkoming schade COVID-19 wordt gewijzigd als volgt:
A. Artikel 5 Aanvullende weigeringsgronden komt als volgt te luiden:
Artikel 5 Aanvullende weigeringsgronden
In aanvulling op artikelen 2.7 en 2.8 van de Subsidieverordening kan de subsidie worden geweigerd als er sprake is van één of meerdere van de volgende gevallen:
a. De aanvraag is buiten de in artikel 7 genoemde termijn ingediend.
b. De gegevens vermeld in artikel 6 zijn niet tijdig en/of niet compleet ingediend bij het college.
c. De financiële noodsituatie is veroorzaakt door verwijtbaar gedrag van de bestuurder die, of het bestuur dat, leiding geeft aan de organisatie.
d. Er wordt niet voldaan aan het bepaalde in artikel 3 (de activiteiten).
e. Er wordt niet voldaan aan het bepaalde in artikel 4 (de doelgroep).
f tot en met i zijn komen te vervallen
j. De aanvrager voldoet niet aan de eisen van de Wet normering topinkomens (WNT).
k. De aanvraag is gericht op een structurele of meerjarige ondersteuning van de organisatie.
l. De aanvraag is in strijd met eerder genomen besluiten of wettelijke regelingen.
B. Artikel 6 Aanvraag, lid 2 komt als volgt te luiden: 2. In afwijking van artikel 3.1 van de Subsidieverordening overlegt de aanvrager bij de aanvraag de volgende gegevens:
a. Gegevens waaruit de noodzaak van de financiële ondersteuning voor het voortbestaan van de activiteiten van de aanvrager aangetoond wordt en duidelijk maakt dat de ontstane situatie alleen het gevolg is van de coronacrisis.
Voor de eerste aanvraagperiode over het jaar 2020 worden jaarrekeningen van 2018 en 2019 en -voor zover beschikbaar- de jaarrekening van 2020 ingediend. Mocht de jaarrekening van 2020 nog niet beschikbaar zijn, dan dient de aanvrager gegevens aan te leveren waaruit de inkomsten en uitgaven over 2020 blijken. Voor het beoordelen van de aanvraag maakt het college gebruik van de meest recente versie van de jaarrekening 2020. Het college kan hiervoor ook gebruik maken van de laatste versie van de jaarrekening 2020 welke is meegeleverd bij de subsidieverantwoording over 2020.
Zoals benoemd in artikel 7 lid 3 kan het college na de eerste aanvraagperiode besluiten nieuwe aanvraagperioden open te stellen. Bij de communicatie hierover wordt nader gespecificeerd welke (financiële) onderbouwing over welke periode de aanvrager hierbij moet indienen.
C. Artikel 8 Verdeling en hoogte van de subsidie, lid 2 komt als volgt te luiden:
2. De tegemoetkoming wordt gerelateerd aan de daadwerkelijke schade, welke herleidbaar door COVID-19 is ontstaan over het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft (‘dit jaar’). Het betreft hier de ten opzichte van 2019 misgelopen netto-inkomsten uit: entreegelden, horeca, winkelomzet, verhuur en gederfde netto-inkomsten door het wegvallen van activiteiten. Hierbij is het voor de aanvraagperiode geldende subsidieplafond te allen tijde leidend.
Het college behoudt zich het recht voor maatwerk toe te passen bij de beoordeling van de aanvragen, onder meer door rekening te houden met tegemoetkomingen die organisaties vanuit het Rijk of de provincie Zeeland hebben ontvangen.