Gemeenteblad van Medemblik

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
MedemblikGemeenteblad 2021, 139158Verordeningen



Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Medemblik houdende regels omtrent de gemeentelijke begraafplaatsen (Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Medemblik 2021)

De raad van de gemeente Medemblik;

 

gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van Medemblik d.d. 9 februari 2021;

 

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging;

 

besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Medemblik 2021

 

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    de gemeentelijke begraafplaats(en):

    • -

      aan de Dorpsstraat 42 in Abbekerk;

    • -

      aan de Kerkweg 1 in Abbekerk;

    • -

      de “Westerbegraafplaats” aan de Dijkweg in Andijk;

    • -

      de “Oosterbegraafplaats” aan de Weet in Andijk;

    • -

      aan het Kerkelaantje 10 in Benningbroek;

    • -

      aan het Noordeinde 28 in Lambertschaag;

    • -

      aan de Compagniesingel in Medemblik;

    • -

      “Zorgvliet” aan de Zorgvlietlaan in Medemblik;

    • -

      aan de Midwouder Dorpsstraat 16 in Midwoud;

    • -

      aan het IJsbaanpad in Nibbixwoud;

    • -

      aan de Heemraad Witweg t.o. nr. 16 in Oostwoud;

    • -

      aan het Oosteinde 44 in Oostwoud;

    • -

      aan de Almersdorperweg bij 24 in Opperdoes;

    • -

      aan de Kerkebuurt 16 in Opperdoes;

    • -

      aan de Westerstraat 42 in Sijbekarspel;

    • -

      “Nieuwe Algemene begraafplaats” aan de noordzijde van de NK kerk aan de Dorpsweg 121 in Twisk;

    • -

      “Oude Algemene begraafplaats” aan de zuidzijde van de NK kerk aan de Dorpsweg 121 in Twisk;

    • -

      aan de Raadhuisstraat 15 in Wognum;

    • -

      “Kreekland” aan de Kaaspers in Wognum.

  • b.

    graf: een zandgraf of keldergraf;

  • c.

    grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;

  • d.

    asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

  • e.

    urn: een voorwerp ter berging van as;

  • f.

    particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • i.

      het doen begraven en begraven houden van lijken;

    • ii.

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • g.

    algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;

  • h.

    particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • i.

    urnennis: een nis bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • j.

    kindergraf: een particulier graf waarin geen andere lijken worden begraven dan die van kinderen beneden de leeftijd van 12 jaar;

  • k.

    particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om overledenen te gedenken;

  • l.

    verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;

  • m.

    grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf, gedenkplaats of verstrooiingsplaats;

  • n.

    beheerder: degene die door het college met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen is belast, bevoegd is namens het college de in of krachtens deze verordening bedoelde grafrechten te vestigen en vergunningen af te geven, of degene die hem vervangt of degene die met bepaalde deeltaken is belast;

  • o.

    rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier urnengraf of een particuliere gedenkplaats, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;

  • p.

    gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;

  • q.

    aanvrager: degene die - al dan niet door tussenkomst van een uitvaartverzorger - opdracht geeft voor een begrafenis, bijzetting, herdenkingsplechtigheid of asverstrooiing en hiervoor de betalingsplichtige is. Tevens de persoon of rechtspersoon die de uitgifte van een graf, urnenplaats of gedenkplaats verzoekt, of die vergunning aanvraagt voor een monument of grafbedekking en hiervoor de betalingsplichtige is;

  • r.

    eigenaar: de natuurlijke persoon of een rechtspersoon die de grafbedekking op een graf of een urnennis in eigendom heeft;

  • s.

    het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Medemblik;

  • t.

    grafakte: de beschikking waarin overeenkomstig de bepalingen van deze verordening door of namens het college een grafrecht wordt verleend;

  • u.

    grafrecht: het uitsluitend recht op het begraven en begraven houden in een particulier graf of recht tot het doen bijzetten en bijgezet houden in een particulier urnengraf (met of zonder urnenkelder);

  • v.

    gebruik: het gebruik van een algemeen graf of urnennis;

  • w.

    Wet: de Wet op de lijkbezorging en de daaruit voortvloeiende regelgeving;

  • x.

    gedenkteken: voorwerp op een graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren, daaronder begrepen kettingen en hekwerken.

Artikel 2 Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf

  • 1.

    Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'particulier graf' mede verstaan: particulier urnengraf, particulier kindergraf, particulier keldergraf en particuliere gedenkplaats.

  • 2.

    Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'algemeen graf' mede verstaan: (algemene) urnennis.

Artikel 2a Beheer begraafplaatsen

  • 1.

    Het beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen berust bij het college. Het beheer omvat het onderhouden en exploiteren van de terreinen en de gebouwen en het bieden van faciliteiten voor lijkbezorging en herdenking van overledenen.

  • 2.

    Het college wijst een beheerder aan die belast wordt met:

    • a.

      de administratie van de begraafplaatsen;

    • b.

      het beheer en onderhoud van de begraafplaatsen;

    • c.

      het openen en sluiten van de graven voor een begraving, opgraving of ruiming c.q. bijzetting of ruiming;

    • d.

      de verstrooiing van as.

Hoofdstuk 2 Openstelling, orde en rust op de begraafplaats

Artikel 3 Openstelling begraafplaatsen

  • 1.

    De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk gedurende door het college bij nadere regels vast te stellen tijden. Het college maakt deze tijden openbaar bekend.

  • 2.

    Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats(en) kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.

  • 3.

    Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.

Artikel 4 Ordemaatregelen

  • 1.

    Het is aan steenhouwers, aannemers, hoveniers en daarmee gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van de beheerder, werkzaamheden aan grafbedekkingen op de begraafplaatsen te verrichten.

  • 2.

    Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die toestemming hebben werkzaamheden op de begraafplaats te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

  • 3.

    De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden, van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen.

  • 4.

    Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaatsen te rijden:

    • a.

      anders dan door uitvaartondernemers, medewerkers van de begraafplaatsen, steenhouwers, aannemers en daarmee gelijk te stellen personen (na toestemming van de beheerder);

    • b.

      elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen. Motorrijtuigen zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer van materialen;

    • c.

      sneller dan 10 km per uur.

  • 5.

    Het is verboden met fietsen en vergelijkbare voertuigen op de begraafplaatsen te rijden.

  • 6.

    Het is verboden om met niet aangelijnde honden de begraafplaatsen te betreden.

  • 7.

    Asverstrooiing op de begraafplaatsen is alleen mogelijk in overleg met, na toestemming van en in het bijzijn van de beheerder.

  • 8.

    Het verontreinigen van de begraafplaatsen en het plaatsen van gebruiksvoorwerpen buiten het grafvak is verboden.

  • 9.

    Het college kan ontheffing verlenen van de in dit artikel genoemde verboden en nadere regels vaststellen.

Artikel 5 Herdenkingen en plechtigheden

  • 1.

    Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste vijf werkdagen tevoren zijn gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld.

  • 2.

    De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

Artikel 6 Opgravingen en ruimen

Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.

Hoofdstuk 3 Voorschriften voor lijkbezorging

Artikel 7 Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf

  • 1.

    Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk twee werkdagen voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.

  • 2.

    Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder.

     

    De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.

Artikel 8 Lijkomhulsel en grafgiften

  • 1.

    Rechthebbenden of gebruikers leveren, gebruiken en accepteren uitsluitend lijkomhulsels, die voldoen aan de in of krachtens de wet dan wel op basis van publiekrechtelijke verordeningen, privaatrechtelijke reglementen of algemene voorwaarden gestelde regels ten aanzien van de doorlaatbaarheid van vloeistoffen en gassen, mechanische eigenschappen, vorm en biologische afbreekbaarheid. Genoemde regels zijn vastgesteld in het Besluit op de lijkbezorging (2013) en de Technische adviezen voor inrichting begraafplaatsen, graven en asverstrooiing (2014).

  • 2.

    Rechthebbenden of gebruikers zijn verplicht bij het verzoek tot het verlof tot begraven het gebruik van lijkhoezen aan de beheerder door te geven.

  • 3.

    Het is verboden om te begraven in een zinken of andere metalen of kunststof (binnen)kist.

  • 4.

    Het is niet toegestaan voorwerpen aan de grafruimte toe te voegen die de vertering van het lijk belemmeren of voorkomen en/of vervuilend zijn.

  • 5.

    Het college kan bij het ter begraving aanbieden van een kist of ander lijkomhulsel verzoeken om een schriftelijke verklaring omtrent de aanwezigheid van de in voorgaande leden bedoelde materialen en voorwerpen.

  • 6.

    De beheerder kan door middel van steekproeven controleren of aan de bepalingen in dit artikel is voldaan.

Artikel 9 Over te leggen stukken

  • 1.

    Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder.

  • 2.

    Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.

  • 3.

    Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren en in perioden van telkens 10 jaar.

  • 4.

    Indien de burgemeester verlof heeft verleend om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven dient het bedoelde verlof van de burgemeester worden overlegd.

  • 5.

    De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.

Artikel 10 Tijden van begraven en asbezorging

De tijden van begraving en bijzetting worden door het college bij nadere regels vastgesteld.

Hoofdstuk 4 Indeling en uitgifte van de graven

Artikel 11 Indeling graven en asbezorging

  • 1.

    Op de begraafplaats(en) kunnen worden uitgegeven:

    • a.

      particuliere graven;

    • b.

      particuliere urnengraven;

    • c.

      particuliere gedenkplaatsen.

  • 2.

    Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging.

Artikel 12 Aantal overledenen in graven en asvoorzieningen

  • 1.

    Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven.

  • 2.

    Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken worden begraven in algemene graven en welk aantal asbussen met of zonder urn in urnennissen worden bijgezet. Het college bepaalt tevens de afmetingen van de algemene graven.

Artikel 13 Volgorde van uitgifte

  • 1.

    De particuliere graven kunnen binnen de door de beheerder aangegeven grafvelden worden toegewezen, buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is.

  • 2.

    De algemene graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven.

  • 3.

    Het reserveren van grafrechten (bij leven) is mogelijk. Het college bepaalt bij nadere regels de voorwaarden en termijnen.

  • 4.

    Na een begraving vindt geen restitutie plaats van de reeds betaalde reserveringskosten.

Artikel 14 Categorieën

Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.

Artikel 15 Termijnen particuliere graven

  • 1.

    Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats(en) dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven. De uitgiftetermijnen worden door het college bij nadere regels vastgesteld.

  • 2.

    Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. De verlengingstermijnen worden door het college bij nadere regels vastgesteld.

  • 3.

    Bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen 10 jaar afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn tot minimaal 10 jaar na deze bijzetting.

  • 4.

    Indien in een particulier graf het maximaal aantal lijken of asbussen is bereikt en de termijn van 10 jaar na de laatst begravene is verstreken, is het mogelijk om de lijken samen te voegen onder in het graf. De rechthebbende kan daartoe verzoeken.

  • 5.

    Voor de bovengenoemde termijn dienen zowel het grafrecht als de onderhoudskosten bij uitgifte c.q. verlenging vooraf te worden voldaan.

Artikel 16 Grafkelder

(vervallen en opgegaan in de VFL)

Artikel 17 Overschrijving van verleende rechten

  • 1.

    Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon door overlegging aan het college van een door de rechthebbende en de betrokken rechtsopvolger getekend bewijs van overdracht. Deze rechtsopvolger is een natuurlijk persoon of rechtspersoon.

  • 2.

    Het gebruik op een algemeen graf kan overgedragen worden op een andere gebruiker door overlegging aan de beheerder van een door de gebruiker en de betrokken opvolger getekend bewijs van overdracht. Deze opvolger is een natuurlijk persoon of rechtspersoon.

  • 3.

    Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan.

  • 4.

    Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het derde lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden, is het college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen vervallen.

  • 5.

    Na het verstrijken van de in het derde lid genoemde termijn van zes maanden kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.

Artikel 18 Vervallen grafrechten

  • 1.

    Het grafrecht vervalt:

    • a.

      door het verlopen van de termijn waarvoor het recht is verleend;

    • b.

      indien de rechthebbende afstand doet van het recht;

    • c.

      indien de begraafplaats wordt opgeheven.

  • 2.

    Het college kan de grafrechten vervallen verklaren:

    • a.

      indien de betaling van de rechten ten behoeve van de vestiging of een verlenging van het grafrecht - ondanks een aanmaning - niet binnen drie maanden na aanvang van die termijn is geschied;

    • b.

      indien de rechthebbende - ondanks een aanmaning - in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt;

    • c.

      indien de rechthebbende van een particulier graf is overleden en het recht niet binnen de in artikel 17 lid 3, (Overschrijving van verleende rechten en gebruiken) gestelde termijn is overgeschreven;.

    • d.

      indien de rechthebbende - ondanks een aanmaning - niet binnen een jaar overgaat tot herstel van een graf dat in verval is, tenzij artikel 84a van de Wet op de lijkbezorging van toepassing is.

  • 3.

    Onder in verval zijnde graven wordt verstaan:

    • a.

      breuk van het monument;

    • b.

      een verzakking van het monument van meer dan 10 cm;

    • c.

      het onleesbaar afgesleten zijn van teksten;

    • d.

      beplanting buiten de toegestane afmetingen (groeiend boven de toegestane hoogte en buiten de grafafmeting);

    • e.

      omgevallen monumenten, dan wel monumenten die (deels) beschadigd zijn geraakt;

    • f.

      graven die een risico vormen voor de veiligheid van medewerkers en bezoekers van de begraafplaatsen (ondeugdelijke constructies volgens huidige richtlijnen).

  • 4.

    In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c en in het tweede lid vindt geen terugbetaling plaats van (een deel van) de betaalde rechten.

Artikel 19 Afstand doen van graven

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.

Hoofdstuk 5 Grafbedekkingen

Artikel 20 Vergunning grafbedekking

(vervallen en opgegaan in de VFL)

Artikel 21 Aansprakelijkheid

  • 1.

    Zolang het graf of de urnennis niet geruimd mag worden, blijft de rechthebbende of de gebruiker het eigendom houden van de in artikel 20 (Vergunning grafbedekking) bedoelde grafbedekking en gedenkteken maar ook beplantingen en andere voorwerpen. Al hetgeen wat op het graf geplaatst is, wordt geacht voor rekening en risico van de rechthebbende of gebruiker van een algemeen graf of een urnennis te zijn aangebracht.

  • 2.

    Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door en voor rekening en risico van de rechthebbende of gebruiker van een algemeen graf of een urnennis.

  • 3.

    Schade en eventuele gevolgschade voor derden is voor rekening en risico van de rechthebbende of gebruiker van een algemeen graf of een urnennis en deze dient de daaraan toegebrachte schade, door welke omstandigheid ook, op eerste aanschrijven te (doen) herstellen.

  • 4.

    Indien binnen twaalf weken na de dag van aanschrijving geen herstel of vernieuwing heeft plaatsgevonden, is het college bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de gedenktekens of beplantingen en andere voorwerpen over te gaan zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

  • 5.

    Indien door een ondeugdelijke (geworden) constructie naar het oordeel van het college een gevaarlijke situatie is ontstaan, kan het college direct maatregelen treffen.

Artikel 22 Onderhoud door de gemeente

  • 1.

    De gemeente voorziet slechts in het algemeen onderhoud van de begraafplaatsen. Het betreft het onderhouden van de wegen en paden, bomen en algemeen groen.

  • 2.

    De beheerder van de begraafplaatsen is gerechtigd om te allen tijde, zonder toestemming van de eigenaar van de grafbedekking, overhangend groen van graven en beplanting die buiten en boven de toegestane maximale hoogte uitreikt, te snoeien of te verwijderen, zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding.

Artikel 23 Onderhoud door rechthebbende of gebruiker

(vervallen en opgegaan in de VFL)

Artikel 24 Grafbeplanting

(vervallen en opgegaan in de VFL)

Artikel 25 Tijdelijke verwijdering grafbedekking

  • 1.

    Het afnemen en herplaatsen van een gedenkteken respectievelijk afdekplaat ten behoeve van de begraving van een lijk of de bijzetting van een asbus in het particulier graf geschiedt namens de rechthebbende en is voor rekening en risico van de rechthebbende.

  • 2.

    Een rechthebbende en eigenaar van een grafbedekking is verplicht te gedogen dat de op een graf aanwezige gedenktekens, beplanting en voorwerpen vanwege de gemeente tijdelijk geheel of gedeeltelijk worden verwijderd en herplaatst, indien dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van het graf of om een andere reden nodig is.

Artikel 26 Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn

  • 1.

    De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het graf door de beheerder worden verwijderd.

  • 2.

    Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt de beheerder (namens het college) ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de gebruiker bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of gebruiker niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van verwijdering door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend.

  • 3.

    Indien de grafbedekking bij afloop van de grafrechtentermijn niet verwijderd is, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is.

  • 4.

    Voorafgaande de verwijdering van de grafbedekking door de eigenaar is melding en toestemming van de beheerder nodig over het tijdstip en wijze van verwijdering.

Artikel 27 Losse voorwerpen

  • 1.

    Zolang het graf niet geruimd mag worden, blijven de op de graven geplaatste losse voorwerpen ter beschikking van de eigenaar van de grafbedekking.

  • 2.

    Na afloop van het grafrecht of het gebruik, vervalt het recht op deze voorwerpen aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

Hoofdstuk 6 Opgraving, Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen

Artikel 28 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

  • 1.

    Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend.

  • 2.

    De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder gedurende 2 jaar voor het verlopen van de termijn van het grafrecht een aanvraag indienen om de overblijfselen en de asbus(sen) te doen verzamelen om deze elders opnieuw te doen begraven of te laten cremeren respectievelijk de as te verstrooien. De rechthebbende op een particulier urnengraf kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.

  • 3.

    De gebruiker van een algemeen graf kan bij de beheerder gedurende 2 jaar voor het verlopen van de gebruikstermijn een aanvraag indienen om de overblijfselen of de asbus(sen) te doen verzamelen om deze elders in een ander graf te doen begraven respectievelijk te verstrooien. De gebruiker van een urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.

  • 2.

    De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd.

  • 5.

    De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats(en).

  • 6.

    Ruiming en herbegraving zoals bedoeld in lid 2 en 3 zal niet eerder plaatsvinden dan na beëindiging van de minimale grafrusttermijn van de laatst in gebruik genomen begraaflaag.

  • 7.

    De kosten die gemoeid zijn met de werkzaamheden genoemd onder lid 2 en 3 komen voor rekening van de rechthebbende of gebruiker van het betreffende graf.

  • 8.

    Indien herbegraving op een begraafplaats buiten de gemeente Medemblik plaatsvindt, moet de nabestaande aantonen dat de stoffelijke resten in directe aansluiting op begraving elders worden bijgezet.

  • 9.

    Het op verzoek van de rechthebbenden ruimen van particuliere (kelder)graven op de begraafplaats is niet mogelijk wanneer dit om technische redenen niet of moeilijk uitvoerbaar is.

Hoofdstuk 7. Gedeelte voor kerkgenootschap

Artikel 29. Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van graven

Het college kan na overleg met het bestuur van het kerkgenootschap ten aanzien van de openstelling van het gedeelte, de indeling van graven, de onderverdeling van graven in categorieën en de eisen voor de grafbedekking op het ter beschikking van het kerkgenootschap gestelde deel van de begraafplaats nadere regels stellen die afwijken van de verordening.

Hoofdstuk 8. In stand houden historische graven en opvallende grafbedekking

Artikel 30 Lijst

  • 1.

    Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.

  • 2.

    Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.

  • 3.

    De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

Hoofdstuk 9. Inrichting register

Artikel 31 Voorschriften

  • 1.

    Het college is verantwoordelijk voor de administratie van de begraafplaatsen.

  • 2.

    De administratie bevat een register van alle op de begraafplaatsen begraven lijken met een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar zij begraven zijn, alsmede een register van bijgezette asbussen met de krachtens artikel 65, eerste lid, van de wet voorgeschreven gegevens. De in deze registers opgenomen gegevens zijn openbaar.

  • 3.

    De administratie bevat een register van alle rechthebbenden en gebruikers van de graven, met hun namen en adressen en zo mogelijk aantekening van hun relatie tot de overledene. Dit register is niet openbaar.

  • 4.

    De rechthebbenden en gebruikers zijn verplicht de wijziging van hun adres aan de begraafplaatsadministratie door te geven.

  • 5.

    Van de in het tweede en derde lid bedoelde registers kan een ieder, doch van het in het derde lid bedoelde register alleen rechthebbenden en gebruikers of hun rechtsopvolgers, een uittreksel verkrijgen.

Hoofdstuk 10. Slotbepalingen

Artikel 32 Intrekking oude regeling

De Beheersverordening begraafplaatsen van de gemeente Medemblik 2015, vastgesteld op 10 december 2015 wordt ingetrokken.

Artikel 33 Overgangsbepaling

  • 1.

    Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de “Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Medemblik 2015” geldt als besluit genomen krachtens deze verordening.

  • 2.

    Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de “Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Medemblik 2015 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

  • 3.

    In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of indien verschil van mening bestaat over de uitleg van haar bepalingen, beslist het college.

Artikel 34 Strafbepaling

  • 1.

    Degene die handelt in strijd met de artikelen 3 (derde lid), 4 en 5 (tweede lid) en artikel 9 (eerste en tweede lid) wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

  • 2.

    Overtreding van bovenstaande artikelen van de verordening kan worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 35 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de datum van bekendmaking door de gemeente Medemblik.

Artikel 36 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Medemblik 2021.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 18 maart 2021

De griffier,

De voorzitter,

Bekend gemaakt: