Gemeenteblad van Landerd
Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
---|---|---|---|
Landerd | Gemeenteblad 2021, 120087 | Verordeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
---|---|---|---|
Landerd | Gemeenteblad 2021, 120087 | Verordeningen |
Bomenverordening gemeente Landerd 2020
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters, een beplanting van bosplantsoen of een struweel. In afwijking van deze minimale dwarsdoorsnede van 10 cm geldt geen minimale doorsnede indien het houtopstanden betreffen in artikel 11.
vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Artikel 2 Kaart beschermde houtopstanden en aangewezen gebieden
Het college stelt een kaart ‘beschermde houtopstanden’ met bijbehorende lijst van beschermde houtopstanden vast. De kaart met bijbehorende lijst wordt indien nodig naar het oordeel van het college herzien. De kaart en bijbehorende lijst bevat een samenhangend geheel van potentieel monumentale bomen, monumentale bomen, structuurbomen en landschapselementen.
De in het eerste lid genoemde kaart ‘beschermde houtopstanden’ bevat in elk geval een eenduidige aanduiding van de beschermde houtopstanden, een indeling naar categorieën beschermde houtopstanden (structuurboom (lijn), (potentieel) monumentale boom (punt), landschapselement (lijn), een aanduiding waar op grond van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning vereist is voor het vellen van een houtopstand in het kader van de uitvoering van een werk, de bebouwde kom-grens en een legenda.
De in het eerste lid genoemde kaart ‘beschermde houtopstanden’ en lijst bevatten in ieder geval de bomen voorkomende in het landelijk Register van Monumentale Bomen van de landelijke Bomenstichting, de boomstructuren uit de vigerende groenvisie, aangevuld met lokale (potentieel) monumentale bomen en landschapselementen.
Het in het eerste lid gestelde verbod behoudens vergunning, geldt tevens voor houtopstanden in gemeentelijk eigendom met een dwarsdoorsnede van de stam groter dan 20 cm op 1.30 m hoogte boven het maaiveld, die staan buiten de aangewezen gebieden. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam.
De omgevingsvergunning moet worden aangevraagd via het omgevingsloket: Externe link: www.omgevingsloket.nl.
In het geval waarbij vanwege zwaarwegend maatschappelijk belang ontheffing aangevraagd wordt voor een beschermde houtopstand en in het geval van bouw of aanleg van werken nabij te behouden beschermde houtopstanden kan gevraagd worden om een bomen effect analyse (BEA). Deze analyse is opgesteld door een onafhankelijke en gecertificeerde boomdeskundige.
Artikel 6 Verlenings-, weigerings- en opschortingsgronden
Artikel 7 Bijzondere vergunningsvoorschriften
Tot aan de omgevingsvergunning tot vellen te verbinden voorschriften kan het voorschrift behoren dat pas tot vellen van houtopstand op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan indien wordt voldaan aan een of meer van de onderstaande bij de omgevingsvergunning aan te geven voorwaarden:
Artikel 8 Herplant-/instandhoudingsplicht
Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is, zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten inclusief de nazorg overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.
Indien uitvoering van een herplant niet mogelijk is of naar maatstaven van redelijkheid onvoldoende compensatie biedt voor het vellen van de houtopstand wordt door de zakelijk gerechtigde van de grond waarop de houtopstand zich bevond een bedrag gelijk aan de boomwaarde in de bestemmingsreserve bomen gestort.
Indien de houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze verordening van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt beschadigd of bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om:
Artikel 9 Afstand van de erfgrenslijn
De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op 0.5 m voor bomen in privaat eigendom en op nihil voor bomen in eigendom van de gemeente, heesters en heggen.
Artikel 10 Bestrijding van boomziekten
Indien zich op een terrein één of meer houtopstanden bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren van verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn:
Artikel 12 Uitzicht belemmerende beplanting
De rechthebbende op een boom, heg, struik of andere beplanting welke voor het wegverkeer het benodigde vrije uitzicht kan belemmeren of daarvoor op andere wijze hinder of gevaar kan opleveren, is verplicht deze beplanting te snoeien, of op te binden, of te verwijderen na aanschrijving door het college, binnen een door hen te stellen termijn en overeenkomstig hun aanwijzingen.
Met de opsporing van de in deze afdeling strafbaar gestelde feiten zijn behalve de ambtenaren, genoemd in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering, belast de daartoe door het bevoegd gezag aan te wijzen personen.
De omgevingsvergunningaanvragen, die zijn ingediend voor de in artikel 17 genoemde datum van inwerkingtreding, vallen onder de verordening die van kracht was voorafgaande aan deze verordening, zijnde de Bomenverordening gemeente Landerd 2014.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Landerd van 24 september 2020.
De raad voornoemd,
de griffier,
E.E. Weijenberg
de voorzitter,
M.C. Bakermans
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BOMENVERORDENING GEMEENTE LANDERD 2020
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Belanghebbenden. Met belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht wordt bedoeld:
Artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht
Bevoegd gezag. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geeft de term ‘bevoegd gezag’ weer. Nu de aanvraag tot vergunning of ontheffing tot het vellen van houtopstanden een aanvraag tot omgevingsvergunning is, dient de term ‘bevoegd gezag’ gehanteerd te worden.
De Wabo schrijft voor dat de omgevingsvergunning wordt verleend door één bevoegd gezag en dat één procedure wordt doorlopen met één procedure van rechtsbescherming mogelijkerwijs in twee instanties. Niet altijd is het bevoegd gezag, om te oordelen over een omgevingsvergunningaanvraag het college. Het kan voorkomen dat het College van Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag is of de minister. De verantwoordelijkheid voor het besluit en de handhaving op grond van de verordening ligt bij hetzelfde bevoegd gezag. Ook wijziging of intrekking van de omgevingsvergunning ligt dan bij datzelfde bevoegd gezag.
Bomen effect analyse. Waardevolle houtopstanden worden regelmatig (ernstig) beschadigd of vernietigd door bouw en aanleg van huizen, wegen, rioleringen of kabels en leidingen. Vaak gebeurt dit ongewenst en onbedoeld, omdat er te laat is gekeken naar de gevolgen voor de houtopstanden, waardoor ze niet ingepast worden of (onherstelbaar) beschadigd raken. De bomen effect analyse (BEA) is de landelijke richtlijn van de Bomenstichting voor een nauwgezette en onafhankelijke beoordeling, voorafgaand aan de voorgenomen bouw of aanleg. Deze standaardisering waarborgt de boomtechnische kwaliteit en garandeert een goede beoordeling van alle effecten en mogelijke alternatieven. Een BEA dient uitgevoerd te worden door een deskundig boomverzorger of boomtechnisch adviseur. De resultaten van deze beoordeling kunnen vervolgens worden meegenomen in de besluitvorming rond bouw of aanleg.
Boom. Met 'zowel levend als afgestorven' is bedoeld ook het vellen van dode of bijna dode bomen vergunning- of ontheffingplichtig te maken. Hiermee kan voorkomen worden dat een kwaadwillende boomeigenaar er voor zorgt dat een gezonde boom dood gaat of `bij vergissing´ een gezonde boom kapt. Het kan tevens wenselijk zijn om dode bomen te bewaren vanwege hun ecologisch waardevolle functies of omdat er wettelijk beschermde diersoorten in nestelen.
Boomwaarde. De richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB, Postbus 27, 9000 AA Grou) voor de monetaire boomwaarde worden jaarlijks vastgesteld aan de hand van de prijsindexcijfers van het CBS, marktprijsgemiddelden en andere kengetallen. De richtlijnen gelden als de meest deskundige methodiek voor de wijze van vaststellen van de geldwaarde van houtopstanden en worden in de rechtspraak erkend. Het spreekt overigens voor zich dat houtopstanden ook vele andere waarden dan monetaire waarde kunnen vertegenwoordigen.
Houtopstand. Een kernbegrip van deze verordening, waarop het kapverbod en de vergunning- of ontheffingplicht van toepassing zijn.
Boomvormer. Een boomvormer is een houtig, opgaand gewas met ontwikkeling van één of meer hoofdtakken. Een boomvormer kan uitgroeien tot een boom, een meerstammige boom of een boomachtige struik. In het alledaagse spraakgebruik heeft een boom één of slechts enkele stammen. In de natuur bestaat er echter een geleidelijke overgang: heester - struik - struikachtige boom - (meerstammige) boom.
Hakhout. Eén of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen.
Houtwal. Lijnvormige bosaanplant hoofdzakelijk bestaande uit inheemse heesters, struiken en boomvormers.
(Lint) Begroeiing. Vanwege de grote ecologische waarde van dergelijke begroeiingen (bijv. een meidoorn- of mispelhaag) is bescherming hiervan een noodzaak. Er staat "begroeiing" in plaats van beplanting om ook spontaan opgeslagen groen bescherming te bieden.
Bosplantsoen. Aanplant van jong bos, bestaande uit hoofdzakelijk heesters, struiken en boomvormers.
Struweel. Een begroeiing van hoofdzakelijk inheemse soorten heesters en struiken.
Vellen. Elke wijze van het te gronde richten van een houtopstand ongeacht of dit gedeeltelijk is, bijvoorbeeld bij kappen, of volledig, zoals bij rooien (inclusief stobbe verwijderen). Ook ingrepen die een ingrijpende wijziging betekenen, zoals kandelaberen of het snoeien van meer dan 20 procent van het kroonvolume, vallen onder vellen. Dit om het ernstig beschadigen of ontsieren van een boomkroon tegen te kunnen gaan. Het instandhouden door periodieke snoei van de door kandelaberen of knotten ontstane kroonvorm is niet vergunning- of ontheffingplichtig. De eerste keer kandelaberen of knotten is wel vergunning- of ontheffingplichtig. Het verwijderen van hoofdwortels, waarvan kan worden aangenomen dat daardoor de houtopstand ernstige schade oploopt, valt eveneens onder het begrip vellen. Door de verordening ook van toepassing te laten zijn op het ernstig beschadigen of ontsieren van samengestelde verschijningsvormen, worden grootschalige ingrepen in houtopstand eveneens vergunning- of ontheffingplichtig.
Artikel 2 Kaart beschermde houtopstanden en aangewezen gebieden
De kaart zal als onderdeel van alle beslissingen in het omgevingsbeleid meegewogen worden.
De lokale (potentieel) monumentale bomen en landschapselementen zijn bepaald op basis van door het college vastgestelde criteria.
De redengevende beschrijving is een zorgvuldige motivering van de reden(en) waarom de desbetreffende houtopstand is aangewezen als een beschermde houtopstand. Een nauwgezette omschrijving voorkomt niet alleen juridische complicaties, maar creëert tevens draagvlak voor het duurzaam in stand houden van deze houtopstanden. De beschrijving geeft meer inzicht en duidelijkheid omtrent de natuur-, milieu-, cultuurhistorische- en andere waarden en eventuele bijzondere functies van de houtopstand. Daarnaast is de redengevende beschrijving een toetsingskader voor een aanvraag tot ontheffing, waardoor een besluit beter gemotiveerd en afgewogen kan worden.
Artikel 3 Kapverbod beschermde houtopstand
Overige relevante vergunningen
Bij bepaalde bestemmingen is conform bepalingen uit het bestemmingsplan een omgevingsvergunning nodig voor aanleg.
Buiten de bebouwde kom kan een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten gelden voor kap van een houtopstand met een oppervlakte van tien are of meer of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. Raadpleeg de Wet natuurbescherming voor specifieke criteria.
Voor gemeentelijke houtopstanden buiten de aangewezen gebieden blijft de ondergrens van bescherming van 20 cm stamdoorsnede gehandhaafd. Enerzijds vanwege het algemeen belang van houtopstanden in openbaar gebied en anderzijds vanwege het waarborgen van inspraakmogelijkheden van belanghebbenden.
Voor nadere informatie over de indieningsvereisten voor een omgevingsvergunning wordt verwezen naar de website Externe link: www.omgevingsloket.nl.
Artikel 6 Verlenings-, weigerings- en opschortingsgronden
Dit artikel bevat de criteria, die in ieder besluit inzake een aanvraag tot vellen genoemd moeten worden. Stilzwijgend wordt ervan uitgegaan dat (te) zieke of gevaar opleverende bomen altijd voor vergunning of ontheffing in aanmerking zullen komen. In het geval er onduidelijkheid bestaat over de instandhoudingsmogelijkheden van een dergelijke boom kan gevraagd worden een advies van een onafhankelijk en gecertificeerd boomdeskundige ter motivering bij de aanvraag in te dienen.
Tot maatschappelijk zwaarwegend belang behoren Bouw en andere werkzaamheden van algemeen belang.
Een project van algemeen belang dat in beginsel de inwoners van een kern of bebouwingscluster voordeel oplevert en de steun heeft van het college. Daarnaast is gekeken naar alternatieve ruimtelijke en boomkundige oplossingen om de beschermde houtopstand te behouden.
Artikel 7 Bijzondere vergunningsvoorschriften
De voorschriften moeten concreet en precies worden uitgewerkt, bijvoorbeeld naar locatie, boomsoort of grootte.
Artikel 8 Herplant-/instandhoudingsplicht
Nazorg dient op die wijze plaats te vinden dat voldoende water en voedingsstoffen toegepast worden om de houtopstand duurzaam in stand te houden.
Herplantvoorschriften moeten concreet en eenduidig zijn en mogen zeer gedetailleerd soort, locatie en plantwijze voorschrijven mits dit in het gangbare beleid past.
Artikel 9 Afstand van de erfgrenslijn
De leden één en twee van artikel 42 Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek (BW) geeft het bekende verwijderingrecht voor bomen binnen twee meter en heesters en hagen binnen 0.5 m van de erfgrenslijn. Maar in artikel 5:42 tweede lid BW is opgenomen: ‘tenzij ingevolge een verordening of een plaatselijke gewoonte een kleinere afstand is toegelaten’. Daarom is in deze verordening dit artikel toegevoegd dat de erfgrensafstand aanzienlijk verkleind. Met ‘nihil’ voor heggen en heesters is bedoeld deze natuurlijke wijze van erfbegrenzing te beschermen en tot de normale standaard te maken. Vele bomen en heesters zullen door deze afstandverkleining beter beschermd, misschien wel gespaard worden.
Artikel 10 Bestrijding van boomziekten
Dit artikel is bedoeld om besmettelijke boomziekten zoals de iepziekte adequaat te kunnen bestrijden. Belangrijk is dat verspreiding van potentieel broedhout en de besmetting wordt voorkomen. In het derde lid is een bijzondere bestuursdwang bevoegdheid in aanvulling op de algemene gemeentelijke bestuursdwang bevoegdheid opgenomen, vanwege de ernst van de zaak en noodzaak snel te kunnen handelen.
Zo dikwijls de zorg voor de naleving van enig voorschrift van deze verordening dit vereist, wordt hierbij aan hen die met de zorg voor de naleving daarvan zijn belast of daaraan moeten meewerken, bevoegdheid gegeven tot opsporing behoudens de strafrechtelijke grenzen in de overige wetgeving. In hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 5:11 - 5:20 Awb) staan de bijzondere bevoegdheden van toezichthouders, waaronder het betreden van gebouwen, niet zijnde woningen, en terreinen te betreden, desnoods tegen de wil van de rechthebbende.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2021-120087.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.