Gemeenteblad van Grave

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
GraveGemeenteblad 2021, 110370Beleidsregels



Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Grave houdende regels omtrent de tijdelijke ondersteuning voor noodzakelijke kosten (Beleidsregels tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten 2021 Grave)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Grave,

 

gelet op:

  • -

    titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    artikel 35 Participatiewet;

overwegende dat:

  • Het college het wenselijk vindt om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden een burger in aanmerking kan komen voor een tegemoetkoming Tijdelijke ondersteuning noodzakelijk kosten (TONK);

  • Het daarom wenselijk is voor dit doel aparte, tijdelijke, beleidsregels vast te stellen;

Besluit tot vaststelling van de:

 

Beleidsregels Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) 2021 Grave

 

Inleiding

 

Ondanks de verschillende steunmaatregelen die reeds door het kabinet zijn genomen, dreigen er mensen tussen wal en schip te vallen. De regeling Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) biedt een tegemoetkoming voor noodzakelijke kosten. De regeling is er voor inwoners die door de coronacrisis te maken krijgen met terugval in inkomen en hierdoor noodzakelijke kosten (zoals huur of hypotheek, kosten van gas, water en elektriciteit en premie zorgverzekering) niet meer kunnen betalen. Deze huishoudens kunnen geen of onvoldoende aanspraak maken op bestaande sociale zekerheid, vallen terug in inkomen en komen vanwege de partnertoets of het uren-criterium niet aanmerking voor de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO).

 

Het gaat om de volgende drie groepen:

 

  • a.

    Huishoudens die nog wel inkomen uit werk hebben, maar tegelijkertijd met een dusdanige terugval in inkomsten worden geconfronteerd dat zij noodzakelijke kosten niet meer kunnen voldoen. Dit kunnen zelfstandigen zijn die veel van hun opdrachten zien verdwijnen, maar ook flexwerkers die plotseling minder worden opgeroepen en ook werkenden die kortdurend vanwege quarantaine inkomsten mislopen.

  • b.

    Huishoudens die terugvallen op een uitkering en daardoor dusdanig achteruitgaan in inkomsten dat zij noodzakelijke kosten niet meer kunnen voldoen. Dit kunnen werkenden zijn, zoals artiesten en sekswerkers, die moeten terugvallen op het sociaal minimum.

  • c.

    Huishoudens waar een of beide partners geen inkomen uit werk meer heeft en ook geen recht op een uitkering. Daardoor kunnen zij een dusdanige terugval in inkomsten ervaren dat zij noodzakelijke kosten niet meer kunnen voldoen. Zelfstandigen kunnen bijvoorbeeld hun opdrachten ineens zien teruglopen of maken vanwege de partnertoets of het urencriterium geen aanspraak op de Tozo-maatregel.

H1. Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a.

      de wet: de Participatiewet;

    • b.

      het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Grave;

    • c.

      inkomensterugval: een onvoorziene, onvermijdelijke en substantiële terugval in het inkomen als gevolg van de coronacrisis;

    • d.

      bijstandsnorm: de bijstand als bedoeld in de artikelen 20 t/m 24 van de wet;

    • e.

      bijzondere bijstand: bijstand als bedoeld in artikel 35, 36 en 36b (§ 4.1) van de wet;

    • f.

      draagkracht: dat deel van het inkomen en vermogen waaruit de aanvrager zelf de bijzondere kosten kan voldoen.

    • g.

      voorliggende voorziening: elke voorziening buiten de wet waarop belanghebbende of het gezin aanspraak kan maken, dan wel een beroep kan doen, ter verwerving van middelen of ter bekostiging van specifieke uitgaven.

    • h.

      minimabeleid: bijzondere bijstand voor bepaalde kosten en afwijkende draagkrachtregels.

    • i.

      incidenteel voorkomende algemene kosten: kosten die gezien hun aard niet als bijzonder worden aangemerkt.

    • j.

      niet noodzakelijke kosten: kosten die gezien hun aard niet als noodzakelijk worden aangemerkt.

    • k.

      inkomen; inkomen dat voorkomt uit arbeid, uit een uitkering, uit verhuur en uit partner- en/of kinderalimentatie.

  • 2.

    Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Participatiewet.

H2. Recht op TONK

Artikel 2 Doelgroep TONK

Een tegemoetkoming TONK is bedoeld voor de aanvrager:

  • die door de huidige omstandigheden als gevolg van de coronacrisis te maken heeft met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in zijn of haar inkomen;

  • die daardoor noodzakelijke kosten zoals woonlasten niet meer kan voldoen, en

  • waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden.

Artikel 3 Voorwaarden TONK

Het verstrekken van TONK is maatwerk. Het College houdt rekening met de individuele omstandigheden van de aanvrager bij het bepalen van het recht op en de hoogte van de TONK. Dit met toepassing van de wet en de eigen beleidsregels.

 

  • 1.

    Het college kan een tegemoetkoming TONK verstrekken aan de aanvrager die te maken heeft met een inkomensterugval, waardoor de betaling van noodzakelijke kosten niet mogelijk is uit de beschikbare geldmiddelen.

  • 2.

    Er kan volstaan worden met een verklaring van de aanvrager dat de substantiële terugval in inkomen het gevolg is van de maatregelen in verband met het coronavirus (Covid-19);

  • 3.

    Het college verstrekt geen tegemoetkoming indien de aanvrager woonkostentoeslag ontvangt.

  • 4.

    De ‘Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Grave‘ zijn niet van toepassing op de aanvragen TONK.

Artikel 4 Noodzakelijke kosten

De tegemoetkoming TONK kan betrekking hebben op de volgende voor de aanvrager noodzakelijke algemene kosten van bestaan:

 

  • a.

    kosten van huur;

  • b.

    kosten van de hypotheekrente voor de woning;

  • c.

    kosten van elektriciteit, gas en water voor de woning;

  • d.

    kosten die behoren tot de servicekosten van de woning.

Artikel 5 Individuele bijzondere bijstand

Artikel 35 van de wet bepaalt dat de alleenstaande of het gezin recht heeft op bijzondere bijstand als men niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit:

 

  • a.

    de bijstandsnorm, of

  • b.

    het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm; of

  • c.

    het vermogen.

Artikel 6 Recht op bijzondere bijstand

  • 1.

    De algemene voorwaarden voor bijstand zijn van toepassing zoals bepaald in de artikelen 11 tot en met 16 van de wet.

  • 2.

    Het college verstrekt geen bijstand voor schulden (artikel 13 van de wet).

  • 3.

    Geen recht bestaat voor zover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor belanghebbende(n) toereikend en passend te zijn (artikel 15 van de wet).

  • 4.

    Voor kosten die in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk zijn aangemerkt, wordt geen bijzondere bijstand verstrekt, tenzij:

    • a.

      sprake is van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16 van de wet; of

    • b.

      er voor specifieke kosten door het college beleid is geformuleerd.

Artikel 7 Beoordeling van het recht

  • 1.

    TONK kan alleen worden verstrekt als aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:

    • a.

      de kosten zich aantoonbaar voordoen;

    • b.

      er sprake is van in het individuele geval noodzakelijke kosten;

    • c.

      niet op een andere wijze in (een deel van) de kosten kan worden voorzien;

    • d.

      er sprake is van kosten die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden;

    • e.

      er geen sprake is van uitsluitingsgronden (artikel 13 van de wet);

    • f.

      de kosten niet kunnen worden voldaan uit de aanwezige draagkracht op grond van de draagkrachtbepalingen in hoofdstuk 5 van deze beleidsregels.

  • 2.

    Indien uit de beoordeling blijkt dat het gaat om ‘vermijdbare kosten’ dan wordt daarvoor geen TONK verstrekt.

Artikel 8 Vorm van de bijstand

  • 1.

    TONK wordt, op grond van artikel 48 lid 1 van de wet, in principe om niet verstrekt, tenzij anders bepaald. Deze bijstand betreft een incidentele of periodieke verstrekking. De hoogte van de bijstand is afhankelijk van de aard van de kosten, eventuele andere vergoedingen en de financiële situatie van belanghebbende(n).

Artikel 9 Verplichtingen aan de bijstand en terugvordering

  • 1.

    Aan het verlenen van de TONK kan het college nadere verplichtingen verbinden die verband houden met de aard en het doel van deze bijstand op grond van artikel 55 van de wet. Dit houdt in dat de bijstand daadwerkelijk moet worden aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt.

  • 2.

    Daarnaast bestaat ook de verplichting om bewijs te overleggen van de kosten. Verplichtingen worden altijd schriftelijk kenbaar gemaakt in het besluit. Indien door belanghebbende(n) niet voldaan wordt aan de opgelegde verplichting(en) kan de bijstand worden teruggevorderd.

  • 3.

    TONK voor een bepaalde bestemming kan worden teruggevorderd indien men naderhand vergoedingen of tegemoetkomingen ontvangt voor die bestemming.

  • 4.

    Om te beoordelen of de toekenning van de TONK uitkering gerechtvaardigd is kan het college ervoor kiezen om een heronderzoek in te zetten.

H3. Indienen van een aanvraag

Artikel 10 Moment van indienen

Op grond van artikel 44 lid 1 van de wet kan in principe geen bijstand worden verstrekt met terugwerkende kracht. Het college wijkt hiervan af met onderstaande beleidsregels:

  • 1.

    De ondersteuning geldt vanaf 1 januari 2021 tot 30 juni 2021. Aanvragen voor de TONK kunnen worden ingediend tot 1 augustus 2021, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021.

  • 2.

    Bij een aanvraag voor de TONK dient gebruik te worden gemaakt van het formulier dat via de Snelbalie Inkomensondersteuning kan worden ingevuld.

  • 3.

    Aanvrager overlegt bij de aanvraag:

    • a)

      verklaring van de aanvrager dat de substantiële terugval in inkomen het gevolg is van de maatregelen in verband met het coronavirus (Covid-19);

    • b)

      de bewijzen van het inkomen van de maand januari 2021;

    • c)

      de bewijzen van de beschikbare geldmiddelen van de laatste 3 maanden voor ingangsdatum tegemoetkoming kosten;

    • d)

      de bewijzen van de noodzakelijke kosten van de laatste 3 maanden voor ingangsdatum tegemoetkoming kosten.

  • 4.

    Een aanvraag voor de TONK wordt slechts in behandeling genomen als de gevraagde gegevens compleet zijn en/of de gevraagde bewijsstukken zijn overgelegd. Het na een geboden hersteltermijn niet (tijdig) aanleveren van de gevraagde gegevens en/of bewijsstukken leidt tot het definitief niet meer behandelen van de aanvraag.

H4. Inkomen en vermogen

Artikel 11 In aanmerking te nemen inkomen

  • 1.

    Bij de vaststelling van het inkomen worden inkomensbestanddelen die bij de verlening van algemene bijstand niet tot de middelen worden gerekend, ook niet tot het inkomen gerekend bij de TONK.

  • 2.

    Het inkomen is gelijk aan (de som van) alle netto inkomensbestanddelen waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, inclusief vakantietoeslag.

  • 3.

    Bij de vaststelling van de hoogte van het inkomen wordt de individuele inkomenstoeslag en de individuele studietoeslag niet tot het inkomen gerekend.

  • 4.

    Voor de TONK is de geldende bijstandsnorm het uitgangspunt. Bij de vaststelling van de hoogte van het inkomen wordt rekening gehouden met de kostendelersnorm.

H5. Draagkracht en hoogte van de bijstand

Artikel 12 Draagkrachtberekening

De zogeheten draagkrachtregels bepalen welk deel van het inkomen en van het vermogen in aanmerking worden genomen in de berekening tot het vaststellen van de draagkracht en op welke wijze de draagkracht wordt toegepast voor het bepalen van de hoogte van de bijzondere bijstand.

 

Draagkracht is dat deel van het inkomen en vermogen dat belanghebbende zelf dient aan te wenden om de bijzondere kosten uit te voldoen. De draagkracht wordt uitgedrukt in een percentage. Hiermee wordt aangegeven welk deel van het in aanmerking te nemen inkomen en vermogen als draagkracht wordt gezien. Er wordt in dit verband gesproken van draagkrachtpercentage.

Artikel 13 Draagkracht uit inkomen

  • 1.

    Bij een aanvraag in het kader van het minimabeleid wordt rekening gehouden met het actueel inkomen en wordt men met een inkomen boven 115% van de geldende bijstandsnorm, geacht zelf in de kosten te kunnen voorzien.

  • 2.

    Bij de berekening wordt altijd uitgegaan van het netto inkomen inclusief vakantiegeld.

  • 3.

    Bij het berekenen van het inkomen wordt indien mogelijk uitgegaan van de maand januari 2021.

  • 4.

    Bij wisselende inkomsten wordt een gemiddelde genomen van de drie maanden november 2020, december 2020 en januari 2021.

  • 5.

    Bij de vaststelling van de hoogte van het inkomen wordt rekening gehouden met de kostendelersnorm. Voor TONK is de geldende bijstandsnorm het uitgangspunt. Dit geldt ook voor niet-uitkeringsgerechtigden.

     

In het volgende rekenvoorbeeld wordt de draagkrachtberekening voor de TONK nader toegelicht:

 

Draagkracht gehuwden

Totale gezinsinkomen is

€ 1.800,00 netto inclusief vakantietoeslag (vt)

115% van de bijstandsnorm is

€ 1.767,00 inclusief vt

 

---------------

Verschil

€ 33,00

 

In dit rekenvoorbeeld is € 33,- aan draagkracht is voor woonkosten.

 

De vaste lasten zijn als volgt:

Hypotheekrente

€ 800,00

Gas

€ 150,00

Elektra

€ 130,00

Water

€ 20,00

 

-------------

Totaal

€ 1.100,00

 

De woonkosten worden tot een maximaal van € 1.000,- per maand meegeteld. De hoogte van de te verlenen bijstand wordt (individueel) bepaald door de hoogte van de noodzakelijke kosten. Hierin worden de richtlijnen gevolgd van de huurtoeslag. Deze stelt dat het minimum aan te betalen woonkosten € 430,- bedraagt. Daadwerkelijke woonkosten (tot een maximum van 1.000,-) – gemiddelde woonkosten leidt tot een maximale TONK bijdrage a € 570,- per maand.

 

De draagkracht uit inkomen is € 33,-. Voor bijstand komt in aanmerking een bedrag van € 537,- per maand (€ 570,- – € 33,-).

Artikel 14 Draagkracht uit vermogen

  • 1.

    De wettelijke vermogensvrijlating geldt als uitgangspunt bij de beoordeling van het recht op algemene bijstand. Uitgangspunt is dat de aanvrager die beschikt over vermogen, dit ook inzet om extra kosten op te vangen. Aangesloten wordt bij de vermogensgrenzen genoemd in de wet (artikel 34).

  • 2.

    Van een aanvrager wordt verwacht dat hij of zij het bedrag boven het maximaal vermogen aanwend voor de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd. Het vermogen boven die grenzen wordt betrokken bij de draagkracht berekening.

Artikel 15 Beschikbaar vermogen

  • 1.

    Beschikbaar vermogen zijn geldmiddelen waarover de aanvrager beschikt of redelijkerwijs kan beschikken.

  • 2.

    Het betreft de beschikbare geldmiddelen van de aanvrager en de partner van de aanvrager.

  • 3.

    Onder beschikbare geldmiddelen wordt verstaan:

    • a.

      contant geld;

    • b.

      geld op betaal- en spaarrekeningen;

    • c.

      cryptovaluta, zoals bitcoins, voor zover deze direct beschikbaar zijn;

    • d.

      de waarde van effecten (hierbij gaat het om beleggingsrekeningen met aandelen, obligaties, en opties en effecten in depot), voor zover deze direct beschikbaar zijn.

  • 4.

    Het spaargeld, dat wordt opgebouwd tijdens de periode waarin periodieke bijzondere bijstand is ontvangen, wordt als vermogen in aanmerking genomen.

Artikel 16 Draagkrachtperiode

  • 1.

    De draagkracht wordt vastgesteld voor de periode waarin de TONK loopt.

  • 2.

    Bij periodieke bijzondere bijstand wordt de draagkracht per maand verrekend.

  • 3.

    Aangezien de periodieke bijzondere bijstand niet een volledig kalenderjaar betreft, wordt de draagkracht verrekend per maand maal het aantal maanden dat bijstand wordt verstrekt.

Artikel 17 Draagkrachtwijziging

  • 1.

    De draagkracht kan binnen de vastgestelde periode worden herzien indien een wijziging in woonsituatie, gezinssamenstelling, inkomen of vermogen daartoe aanleiding geeft.

  • 2.

    Een aanpassing van de draagkracht vindt plaats als het inkomen meer dan 15% is gestegen of gedaald.

  • 3.

    Belanghebbenden zijn verplicht op grond van artikel 17 lid 1 van de wet, uit eigen beweging wijzigingen in het inkomen of vermogen door te geven.

  • 4.

    Bij een onregelmatig inkomen kan het college de draagkracht schatten en na afloop van de TONK definitief vaststellen.

Artikel 18 Hoogte noodzakelijke kosten

De hoogte van de te verlenen bijstand wordt (individueel) bepaald door de hoogte van de noodzakelijke kosten. Hierin worden de richtlijnen gevolgd welke zijn afgeleid van de huurtoeslag. Deze bedraagt € 430,-. Totale woonkosten boven een bedrag van € 430,- komen in aanmerking voor TONK.

Artikel 19 Drempelbedrag

Er wordt geen tegemoetkoming TONK verstrekt als uit de berekening draagkracht uit inkomen blijkt dat belanghebbende recht heeft op een bijstand van minder dan € 25,-.

Artikel 20 Maximale hoogte tegemoetkoming

De maximale tegemoetkoming op basis van deze beleidsregel bedraagt € 570,- per maand per huishouden . Dit bedrag zal maandelijks worden uitgekeerd.

Artikel 21 Afzien opleggen verhuisverplichting

Het college legt aan de aanvrager die op basis van deze beleidsregel in aanmerking komt voor de tegemoetkoming TONK, geen verhuisverplichting op.

H6. Slotbepalingen

Artikel 22 Hardheidsclausule

Aan een persoon die geen recht heeft op een tegemoetkoming, kan het college, gelet op de omstandigheden, in afwijking van deze regeling, in het individuele geval beoordelen of iemand in aanmerking komt voor een tegemoetkoming, indien zeer dringende redenen hiertoe noodzaken (artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht).

Artikel 23 Inwerkingtreding en duur beleidsregels

  • 1.

    De beleidsregels treden met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 januari 2021.

  • 2.

    De beleidsregels vervallen op 1 augustus 2021.

Artikel 24 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten 2021 Grave.

Met vriendelijke groet,

Burgemeester en wethouders van Grave,

de secretaris,

Th.M.M. Hoex MMO

de burgemeester,

L. Roolvink