Tweede wijziging Beleidsregels individuele bijzondere bijstand gemeente West Betuwe 2020

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe;

 

Overwegende dat

 

medische kosten, reiskosten of kosten voor peuteropvang kunnen leiden tot financiële problemen bij inwoners van de gemeente en het gewenst is dat mogelijkheden voor een passende tegemoetkoming voor hen duidelijk is;

 

besluit vast te stellen de volgende wijziging van de Beleidsregels individuele bijzondere bijstand gemeente West Betuwe 2020:

Artikel I Wijziging van de Beleidsregels individuele bijzondere bijstand gemeente West Betuwe 2020

De Beleidsregels individuele bijzondere bijstand gemeente West Betuwe 2020 worden als volgt gewijzigd.

 

A Artikel 4.1 komt als volgt te luiden:

 

Artikel 4.1 uitgangspunten medische kosten

  • 1.

    Bijzondere bijstand voor medische kosten wordt afgewezen op grond van artikel 15 van de Participatiewet.

  • 2.

    In de volgende situaties kan er éénmaal bijzondere bijstand worden verstrekt voor medische kosten:

    • a.

      Als de belanghebbende staat geregistreerd als wanbetaler bij het CAK

  • 3.

    In de situatie van lid 2 sub a geldt de voorwaarde dat belanghebbende de volledige medewerking verleent aan het op orde brengen van de financiën en het aflossen van schulden door middel van budgetcoaching, een schuldhulpverleningstraject en/of het zich onder bewind laten stellen, afhankelijk van de individuele situatie.

  • 4.

    Indien belanghebbende een andere aanvullende ziektekostenverzekering heeft afgesloten dan de CZM kan belanghebbende eenmalig in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor medische kosten.

  • 5.

    De medische kosten worden in ieder geval noodzakelijk geacht als er een (gedeeltelijke)vergoeding voor deze kosten mogelijk is uit het aanvullende Garant Pakket van verzekeraar Menzis.

  • 6.

    Vergoeding van medische kosten zijn nooit hoger dan de extra vergoedingen zoals opgenomen in Gemeentepolis Garant Verzorgd 2 en/of Garant Tand verzorgd 2. De vergoeding waar belanghebbende recht op heeft op basis van zijn of haar huidige verzekering wordt hierop in mindering gebracht.

B Artikel 6.1 komt als volgt te luiden:

 

Artikel 6.1 reiskosten

  • 1.

    In beginsel zijn reiskosten algemene kosten van bestaan en deze komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand.

  • 2.

    Als er sprake is van individuele, bijzondere omstandigheden, kan er worden afgeweken van het uitgangspunt in lid 1. Onder dit soort omstandigheden wordt (oa) het volgende verstaan:

    • a.

      bezoek aan uit huis geplaatst kind,

    • b.

      bezoek van familieleden (eerste graad) in een zorginrichting

    • c.

      bezoek aan gedetineerd familielid in de eerste graad in een gesloten inrichting in Nederland.

    • d.

      voor de inburgeringsplichtige die reiskosten heeft in verband met het volgen van onderwijs voor het behalen van het inburgeringsexamen wanneer de enkele reisafstand meer is dan 15 km. De inburgeringsplichtige kan, als de afstand minder dan 15 km bedraagt en hij daartoe in staat is, de afstand per fiets afleggen.

  • 3.

    De hoogte van de bijzondere bijstand voor 2a, 2b, en 2c wordt gebaseerd op een bezoekfrequentie van maximaal twee keer per maand voor twee gezinsleden.

  • 4.

    De bijzondere bijstand bedraagt niet meer dan het goedkoopste OV-tarief of, wanneer het college van belanghebbende niet kan vergen dat gebruik wordt gemaakt van het OV of gebruik van het OV niet mogelijk is, kan bijzondere bijstand worden vastgesteld op basis van de belastingvrije kilometervergoeding voor het gebruik van een (eigen) auto.

C Artikel 7.7 komt als volgt te luiden:

 

Artikel 7.7 Peuteropvang

  • 1.

    De kinderopvangtoeslag via de Belastingdienst dan wel de gemeentelijke subsidieverlening voor peuteropvang geldt als een voorliggende voorziening.

  • 2.

    Indien de in het eerste lid genoemde voorliggende voorzieningen niet toereikend zijn kan het college periodiek bijzondere bijstand verstrekken voor de eigen bijdrage peuteropvang voor kinderen van 2 tot 4 jaar voor maximaal 2 dagdelen (van 4 uur) per week, gedurende 40 weken in een kalenderjaar, als er bij de ouder of het kind sprake is van een sociaal medische indicatie en er geen beroep kan worden gedaan op de Wet Kinderopvang. De belanghebbende moet dan over een sociaal medische indicatie voor de noodzaak van peuteropvang beschikken die is afgegeven door een onafhankelijk arts.

  • 3.

    De hoogte van bijzondere bijstand voor de in lid 2 genoemde vergoeding voor de eigen bijdrage peuteropvang bedraagt niet meer dan maximaal het door de gemeente gehanteerde uurtarief.

Artikel II Inwerkingtreding

Dit besluit wordt bekend gemaakt in het elektronische Gemeenteblad en treedt na bekendmaking in werking en werkt terug tot en met 1 april 2021.

Aldus besloten in de vergadering van het college op 30 maart 2021,

De secretaris,

Karen Coesmans

de burgemeester,

Servaas Stoop

Naar boven