Gemeenteblad van Gulpen-Wittem

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Gulpen-WittemGemeenteblad 2021, 106681Beleidsregels



Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gulpen-Wittem houdende regels omtrent de tijdelijke ondersteuning voor noodzakelijke kosten (Beleidsregels Tijdelijke ondersteuning noodzakelijk kosten (TONK) Maastricht Heuvelland)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gulpen-Wittem.

 

gelet op titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 35 van de Participatiewet,

 

gezien de Kamerbrief, d.d. 9 december 2020, van de minister van Economische Zaken en Klimaat e.a. inzake Aanpassingen in het economische steun- en herstelpakket als gevolg van de ontwikkeling in de bestrijding van het coronavirus;

 

overwegende dat het wenselijk is om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden huishoudens in aanmerking kunnen komen voor een tegemoetkoming Tijdelijke ondersteuning noodzakelijk kosten (TONK) en hiervoor aparte, tijdelijke beleidsregels vast te stellen;

 

besluit de volgende regeling vast te stellen:

 

Beleidsregels Tijdelijke ondersteuning noodzakelijk kosten (TONK) Maastricht Heuvelland

Artikel 1 - Begripsbepalingen

  • 1.

    In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a.

      wet: Participatiewet;

    • b.

      college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gulpen-Wittem;

    • c.

      samenwonende: degene die duurzaam een gezamenlijke huishouding voert met een ander;

    • d.

      tegemoetkoming TONK: tegemoetkoming voor noodzakelijke woonkosten ingevolge deze beleidsregels;

    • e.

      eigen woning: door een aanvrager bewoonde zelfstandige woning, woonschip of woonwagen, waarvan deze eigenaar of mede-eigenaar is;

    • f.

      huurwoning: door een aanvrager bewoonde zelfstandige woning of woonwagen met een huur boven de huurtoeslaggrens of woonschip, waarvan deze huurder is;

    • g.

      verstrekkingsperiode: de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021;

    • h.

      woonkostentoeslag: bijzondere bijstand voor periodieke woonkosten, als bedoeld in de beleidsregels ingevolge de Algemene Wet Inkomensafhankelijke Regelingen (AWIR).

  • 2.

    Onder de aanvrager wordt verstaan de alleenstaande of de alleenstaande ouder die tegemoetkoming TONK aanvraagt, dan wel de samenwonenden die deze gezamenlijk aanvragen.

  • 3.

    Tenzij anders aangegeven worden begrippen in deze beleidsregels gebruikt in dezelfde betekenis als in de wet.

  • 4.

    De Beleidsregels Bijzondere Bijstand Gulpen-Wittem 2018 e.v. zijn niet van toepassing op aanvragen voor tegemoetkoming TONK.

Artikel 2 – Voorwaarden tegemoetkoming TONK

  • 1.

    Het college kan een tegemoetkoming TONK verstrekken aan de aanvrager voor wie sprake is van een inkomensterugval die volgens opgave van de aanvrager verband houdt met de coronacrisis, van wie de financiële draagkracht niet meer toereikend is voor de betaling van de noodzakelijke woonkosten voor de eigen woning of huurwoning en die ook verder voldoet aan de voorwaarden die in deze beleidsregels worden gesteld.

  • 2.

    Als voorwaarden voor een tegemoetkoming TONK geldt dat de belanghebbende op de peildatum 1 januari 2021:

    • a.

      zijn of haar hoofdverblijf heeft in Gulpen-Wittem;

    • b.

      van de door hem of haar bewoonde woning huurder is, waarbij het gaat om de huur van een zelfstandige woning, dan wel daarvan eigenaar of mede-eigenaar is, en

    • c.

      ouder is dan 18 jaar en jonger is dan 66 jaar en vier maanden.

  • Bij een gehuurde woning of woonwagen moet de huur hoger zijn dan € 752,33 per maand.

  • Verder geldt als voorwaarde dat de aanvrager ook op de aanvraagdatum voor tegemoetkoming TONK in de onder b bedoelde woning woont.

  • 3.

    Bij samenwonende aanvragers is het voldoende als één van hen voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het vorige lid.

Artikel 3 - Noodzakelijke woonkosten

  • 1.

    De tegemoetkoming TONK kan betrekking hebben op de volgende voor de aanvrager bestaande woonkosten:

    • a.

      in het geval van een huurwoning: de kale huur; in het geval van een eigen woning: de verschuldigde hypotheekrente;

    • b.

      voor andere woonkosten geldt een vast bedrag van EUR 100 per maand.

  • 2.

    Voor het bepalen van de voor de aanvrager bestaande woonkosten wordt als peilmaand januari 2021 gehanteerd.

Artikel 4 – Vermogensgrens

  • 1.

    De aanvrager wordt geacht een toereikende financiële draagkracht te hebben, wanneer het beschikbare privévermogen op 1 januari 2021 meer bedroeg dan de op hem toepasselijke vermogensgrens genoemd in artikel 34 derde lid van de wet zijnde:

    • a.

      EUR 6.295 voor een alleenstaande en;

    • b.

      EUR 12.590 voor een alleenstaand ouder en;

    • c.

      EUR 12.590 voor gehuwden/samenwonenden tezamen.

  • 2.

    Onder het beschikbare privévermogen wordt in deze beleidsregel uitsluitend verstaan:

    • a.

      contant geld;

    • b.

      tegoeden op bank- en spaarrekeningen;

    • c.

      geld in de vorm van cryptovaluta, en

    • d.

      beleggingen op een effectenrekening of in een effectendepot, met uitzondering van aandelen in het eigen bedrijf en overige aandelen op naam.

Artikel 5 – Financiële draagkracht in het inkomen

  • 1.

    De financiële draagkracht in het inkomen van de aanvrager wordt bepaald aan de hand van de ontvangen netto-inkomsten over januari 2021.

  • 2.

    Onder inkomen van de aanvrager wordt in ieder geval verstaan:

    • a.

      winst uit onderneming;

    • b.

      inkomen uit arbeid in loondienst;

    • c.

      inkomen uit een uitkering;

    • d.

      inkomen uit verhuur van woonruimte;

    • e.

      inkomen uit partner- en/of kinderalimentatie.

  • Voor aanvragers die een uitkering ingevolge de Participatiewet ontvingen, wordt het inkomen geacht gelijk te zijn aan het sociaal minimum.

  • 3.

    Wanneer de aanvrager in de peilmaand alimentatie betaalde, wordt het inkomen verminderd met het bedrag daarvan.

  • 4.

    Winst uit onderneming wordt verminderd met 17% met het oog op belasting en premies die daarover naar verwachting verschuldigd zijn.

  • 5.

    Wanneer de aanvrager de woning op 1 januari 2021 bewoonde met een of meer andere bewoners, wordt het inkomen van de aanvrager voor de toepassing van deze beleidsregels verhoogd met EUR 150 voor elke medebewoner, ouder dan 21 jaar (geboren vóór 2000), die aan de aanvrager geen huur verschuldigd is.

  • 6.

    Van een inkomen tot aan het sociaal minimum wordt de aanvrager geacht EUR 430 per maand te kunnen betalen aan noodzakelijke woonkosten als bedoeld in artikel 3.

  • 7.

    Als sociaal minimum wordt voor de toepassing van deze beleidsregels verstaan een bedrag van EUR 1.120 voor een alleenstaande of een alleenstaand ouder aanvrager, dan wel EUR 1.600 voor een samenwonende aanvrager.

  • 8.

    Als financiële draagkracht worden alle in dit artikel genoemde en vastgestelde netto-inkomsten in beschouwing genomen die uitgaan boven het in lid 7 vermelde van toepassing zijnde sociaal minimum.

Artikel 6 - Geen Voorliggende voorziening

  • 1.

    Een uitkering op grond van de volgende regelingen is in ieder geval geen voorliggende voorziening voor de TONK:

    • a.

      Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL);

    • b.

      Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW);

    • c.

      Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo).

Artikel 7 – Drempelbedrag

Geen tegemoetkoming TONK wordt verstrekt voor zover de kosten waarvoor de tegemoetkoming wordt gevraagd een bedrag van EUR 25 per maand niet te boven gaan.

Artikel 8 - Aanvraag

  • 1.

    De aanvraag voor de tegemoetkoming TONK wordt digitaal ingediend (zie gemeentelijke website). Een schriftelijke aanvraag is mogelijk indien naar het oordeel van het college bijzondere omstandigheden in het individuele geval hiertoe aanleiding geven; in dat geval wordt aan de aanvrager een schriftelijk in te vullen aanvraagformulier ter beschikking gesteld.

  • 2.

    Een aanvraag tegemoetkoming TONK kan worden ingediend tot 1 juli 2021.

  • 3.

    De aanvrager overlegt bij de aanvraag kopieën van:

    • a.

      een identiteitsbewijs,

    • b.

      een specificatie van de verschuldigde woonkosten met betrekking tot januari 2021

    • c.

      in geval van een huurwoning: de huurovereenkomst en

    • d.

      eventuele andere bewijsstukken waarnaar bij de digitale of schriftelijke aanvraag wordt gevraagd.

  • 4.

    Een aanvraag voor een tegemoetkoming TONK, als bedoeld in lid 2, kan met terugwerkende kracht worden aangevraagd vanaf 1 januari 2021.

Artikel 9 - Verstrekking tegemoetkoming TONK en maximering

  • 1.

    Indien het college vaststelt dat de financiële draagkracht niet toereikend is voor de betaling van de noodzakelijke woonkosten en ook overigens is voldaan aan de gestelde voorwaarden, wordt een tegemoetkoming TONK verstrekt voor woonkosten over de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021, tenzij een aanvrager over een deel van deze periode al woonkostentoeslag heeft ontvangen.

  • 2.

    De tegemoetkoming TONK over de in lid 1 vermelde verstrekkingsperiode is gelijk aan het verschil tussen de noodzakelijke woonkosten, als bedoeld in artikel 3 en de financiële draagkracht in het inkomen, als bedoeld in artikel 5 en bedraagt ten hoogste EUR 3.000 (EUR 500 per maand).

  • 3.

    Het college kan in aanvulling op deze beleidsregels bij een nader te nemen besluit bepalen dat het in lid 2 vermelde gemaximeerde bedrag wordt verhoogd mits de door het Rijk voor de TONK beschikbaar gestelde financiële middelen dit toelaten.

  • 4.

    Het college verbindt aan de tegemoetkoming TONK niet een verplichting dat de belanghebbende zich moet inzetten voor het vinden van goedkopere woonruimte.

Artikel 10 – Uitbetaling

De uitbetaling van de TONK vindt eenmalig plaats. Na mogelijke aanvullende besluitvorming, als bedoeld in artikel 9 derde lid, kan er in voorkomende gevallen nog een nabetaling plaatsvinden.

Artikel 11 - Hardheidsclausule

Indien de aanvrager niet in aanmerking komt voor een tegemoetkoming TONK of toepassing van de beleidsregels anderzijds tot onbillijkheden van overwegende aard leidt, kan het college, gelet op alle omstandigheden waaronder een terugval in inkomen van de aanvrager als gevolg van de coronacrisis, in het individuele geval beoordelen of de aanvrager in afwijking van de beleidsregels alsnog in aanmerking komt voor een tegemoetkoming TONK, indien zeer dringende redenen hiertoe noodzaken.

Artikel 12 – Inwerkingtreding en looptijd

De beleidsregels Tijdelijke ondersteuning noodzakelijk kosten (TONK) Maastricht Heuvelland treden in werking met ingang van de dag na bekendmaking en werken terug tot en met 1 januari 2021. De beleidsregels vervallen per 1 juli 2021.

Artikel 13 – Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als ‘Beleidsregels Tijdelijke ondersteuning noodzakelijk kosten (TONK) Maastricht Heuvelland’.

Aldus besloten door:

burgemeester en wethouders van de gemeente Gulpen-Wittem in de collegevergadering van 30 maart 2021

de secretaris,

J.G.A. Kusters MCM

de burgemeester,

ing. N.H.C. Ramaekers-Rutjens

Toelichting

Algemeen deel

Vanuit de wens om huishoudens te ondersteunen waarvoor de bestaande steunmaatregelen geen of onvoldoende soelaas bieden, heeft het kabinet de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) geïntroduceerd. Deze tegemoetkoming is voor huishoudens die te maken hebben met een inkomensterugval en daardoor de noodzakelijke kosten niet meer kunnen betalen uit het inkomen. Het gaat hierbij om een vergoeding voor daadwerkelijke noodzakelijke kosten, niet om een inkomensondersteunende regeling. De TONK is met name bedoeld voor woonkosten en geldt voor de periode januari 2021 tot en met juni 2021.

 

De TONK is niet echt een afzonderlijke regeling. De tegemoetkoming TONK is een vorm van bijzondere bijstand in het kader van de Participatiewet. Vanwege de zeer bijzondere situatie waarin grote delen van het economische leven stilliggen, is er aanleiding om tijdelijk af te wijken van regels die normaal worden gehanteerd bij de bijzondere bijstand. Gemeenten kunnen hiervoor in deze periode de regels van de bijzondere bijstand op onderdelen tijdelijk aanpassen. Met deze beleidsregels geeft het college hieraan invulling voor de gemeente Gulpen-Wittem

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 2 – Voorwaarden tegemoetkoming TONK

De TONK is erop gericht huishoudens die verklaren door de coronacrisis te zijn teruggevallen in inkomen en daarmee hun woonlasten niet meer kunnen betalen, in aanmerking te laten komen voor een tegemoetkoming in eventuele hoge woonlasten.

In aansluiting op de systematiek die geldt binnen de bijzondere bijstand wordt er niet alleen gekeken naar de aanwezige inkomsten maar ook naar het vermogen boven een bepaalde grens (zie toelichting artikel 4)

 

Het moet bij de TONK gaan om huishoudens met een zelfstandige woning (huur in de vrije sector of in eigendom); dit kan ook een woonschip zijn of woonwagen (zie artikel 1 - Begripsbepalingen). Dat het moet gaan om een zelfstandige woonruimte is ook de hoofdregel bij de huurtoeslag, al bestaan daar uitzonderingen op. Het ligt in het algemeen niet voor de hand dat de overheid een tegemoetkoming biedt voor het betalen van hoge kosten van onzelfstandige woonruimte. Wanneer iemand een onzelfstandige woonruimte huurt en de lasten daarvan als gevolg van een inkomensterugval in de coronacrisis niet meer kan betalen, is wellicht een beroep mogelijk op coulance mogelijk van de verhuurder of hoofdbewoner.

Mensen met een kale huur onder EUR 752,33 per maand voor een huurwoning of woonwagen komen niet voor een TONK-vergoeding in aanmerking. Voor hen wordt de huurtoeslag gezien als een passende en toereikende voorziening.

 

Gelet op het doel van de TONK komen huishoudens vanaf de AOW-leeftijd hiervoor niet in aanmerking. Als de leeftijd van een alleenstaande of van beide samenwonenden vóór 2021 boven 66 jaar en vier maanden lag, komen de betrokkenen gelet op het doel van de TONK niet in aanmerking voor tegemoetkoming. Zij hebben in beginsel gedurende de hele TONK-periode aanspraak op AOW en eventueel pensioen, en er is minder aanleiding om een aanvullend vangnet te bieden voor een inkomensterugval. Wel staat in bijzondere situaties een beroep open op bijzondere bijstand / woonkostentoeslag.

 

De minimumleeftijd van 18 jaar wordt gehanteerd, omdat minderjarigen wettelijk gezien zijn uitgesloten van bijstand. Het hanteren van een hogere minimumleeftijd is overwogen, ook gezien de voorwaarde dat voor een aanvrager sprake moet zijn van een inkomensterugval en naar verhouding hoge woonlasten voor een zelfstandige woonruimte. Voor een nadere afbakening naar leeftijd is echter niet gekozen.

 

Als peildatum voor het bewonen van een zelfstandige woning met relatief hoge woonkosten wordt 1 januari 2021 gehanteerd. Daarnaast wordt als voorwaarde gesteld dat de betrokkene ten tijde van de aanvraag voor tegemoetkoming TONK ook in deze woning woont. Wanneer de betrokkene tussentijds is verhuisd is er geen aanleiding voor een generieke tegemoetkoming. Bij mensen die ten tijde van de aanvraag samenwonen (duurzaam een gezamenlijke huishouding voeren – zie artikel 1 - Begripsbepalingen), is het voldoende als een van de betrokkenen voldoet aan deze voorwaarde en de leeftijdscriteria.

 

Artikel 3 – Noodzakelijke woonkosten

Bij de woonkosten wordt uitgegaan van kale huur zoals dit ook gehanteerd wordt bij de huurtoeslag. Bij een eigen woning wordt de hypotheekrente als woonkosten beschouwd.

Voor overige woonkosten zoals gemeentelijke belastingen en service- en energiekosten wordt een standaardbedrag in aanmerking genomen van EUR 100 per maand.

 

Aflossingen op de hypotheek tellen niet mee als woonkosten. Wanneer iemand aflossingstermijnen niet kan betalen uit aanwezig inkomen of spaargeld, zijn met de bank wellicht afspraken mogelijk over een hypotheekpauze. Hypotheekverstrekkers worden hiervoor ook door aangepaste regelgeving gefaciliteerd.

 

Een deel van de woonkosten (EUR 430 per maand) worden huishoudens altijd geacht te kunnen betalen, ook bij een laag inkomen. Bij inkomsten boven 100% sociaal minimum, neemt het bedrag dat mensen zelf kunnen betalen voor eventuele hoge woonlasten toe (zie ook artikel 5 – Financiële draagkracht in het inkomen).

 

Artikel 4 – Vermogensgrens

Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming TONK geldt dat de aanvrager niet meer vermogen mag hebben dan de voor hem van toepassing zijnde vermogensgrens vermeld in artikel 34 derde lid van de Participatiewet.

Het gaat hierbij om vermogensbestanddelen die een meer liquide karakter hebben. Voor de omschrijving hiervan is aansluiting gezocht bij de voorgenomen vermogenstoets voor de Tijdelijke ondersteuning zelfstandig ondernemers (Tozo). Toespitsing op het privévermogen vindt plaats conform de Divosa-Handreiking TONK voor gemeenten (19-2-2021). Voor de aanspraak op tegemoetkoming TONK geldt bij de vermogenstoets 1 januari 2021 als peildatum. Aanvragers wordt in dit kader gewezen op het saldo voor bank- en spaarrekeningen per 31 december 2020 dat eenvoudig door de aanvrager bij de bank is op te vragen of kan worden ingezien.

 

Artikel 5 – Financiële draagkracht in het inkomen

Voor de tegemoetkoming TONK gelden ook specifieke regels om de financiële draagkracht in het inkomen van de aanvrager(s) te bepalen. Zo wordt een uniforme peilmaand gehanteerd voor het inkomen. Voor de TONK gaan we voor het inkomen uit van de peilmaand januari 2021. Voorbeelden van inkomen zijn: loon, winst uit onderneming, uitkering (waaronder Tozo), alimentatie/ onderhoudsbijdrage en inkomsten uit (onder)verhuur.

 

Voor de hoogte van de tegemoetkoming TONK gaat het huishoudinkomen pas een rol spelen vanaf ongeveer 110% van het sociaal minimum. Daarbij worden binnen deze beleidsregels maar twee niveaus gehanteerd:

  • -

    EUR 1.120 p.m. voor alleenstaanden; dit is ca. 110% van de bijstandsnorm voor alleenstaanden tussen 21 jaar en de pensioenleeftijd, EUR 1.021,67;

  • -

    EUR 1.600 p.m. voor samenwonenden; dit is ca. 110% van de bijstandsnorm voor samenwonenden in deze leeftijd, EUR 1.459,52.

Bij de woonkostentoeslag wordt meerinkomen al vanaf 100% van de bijstandsnorm gerekend bij de financiële draagkracht van het huishouden.

Omdat bij de TONK sprake is van een bijzondere aanleiding en omdat in het kader van een vereenvoudigde afdoening niet op alle aspecten rondom woonkosten kan worden ingegaan wordt bij de TONK pas rekening gehouden met draagkracht vanaf 110% van het sociaal minimum.

 

Het gaat bij de twee genoemde inkomstenniveaus om nettobedragen exclusief vakantiegeld. Daarnaast hanteren we geen andere niveaus voor het sociaal minimum (zoals kostendelersnormen en normen voor personen jonger dan 21 jaar of in de AOW-leeftijd. Wel kan het gezamenlijk bewonen van de woning met anderen invloed hebben op de aanspraak op een tegemoetkoming TONK. In het geval van onderhuursituaties moet de aanvrager een opgave te doen van de inkomsten die daaruit voortkomen. Bij inwonende kinderen en andere medebewoners, ouder dan 21 jaar, die geen onderhuur verschuldigd zijn, gaan we ervan uit dat zij wel een bijdrage leveren aan de woonkosten. Hiervoor wordt een standaardbedrag gehanteerd van EUR 150 per maand. Beneden 21 jaar liggen de lonen veelal lager; hetzelfde geldt voor een eventuele bijstandsuitkering voor iemand tot 21 jaar. Daarom wordt tot die leeftijd geen rekening gehouden met een bijdrage in de woonkosten.

 

Voor aanvragers die in de peilmaand een uitkering hadden ingevolge de Participatiewet wordt ervan uitgegaan dat hun inkomen op het niveau ligt van het sociaal minimum. In het kader van deze uitkering worden andere relevante inkomsten al uitgevraagd bij de betrokkene en wordt dit aangevuld tot het toepasselijke normbedrag van de bijstand. Dit geldt ook voor huishoudens met een uitkering ingevolge de Tozo.

 

Voor de tegemoetkoming TONK is het niveau van de netto-inkomsten van belang. Bij bruto-inkomsten vindt een correctie plaats voor de verwachte belastingen en premies die daarover verschuldigd zijn. Hiervoor wordt conform het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen een percentage van 17% gehanteerd.

 

Een deel van de woonkosten (EUR 430 per maand) moeten mensen altijd zelf blijven betalen, ook bij een inkomen op het sociaal minimum. Dit bedrag komt overeen met het bedrag aan woonkosten dat in het kader van de huurtoeslag voor rekening van de betrokkene kan blijven.

Bij inkomsten boven het gehanteerde niveau van 110% sociaal minimum, stijgt het bedrag dat mensen geacht kunnen worden om vanuit dit inkomen te betalen voor eventuele hoge woonlasten.

De financiële draagkracht wordt voor het bepalen van de aanspraak TONK voor de hele verstrekkingsperiode gebaseerd op de situatie op de peildatum en in de peilmaand en – voor wat betreft het al dan niet samenwonen en het actuele adres – op de aanvraagdatum. Tussentijdse wijzigingen in iemands situatie hebben verder geen invloed op de aanspraak. Dit schept maximale duidelijkheid over iemands aanspraak en houdt de uitvoeringslasten hanteerbaar.

 

Artikel 6 – Voorliggende voorziening

Voor de noodmaatregel TONK kan er samenloop zijn met andere regelingen uit het steun- en herstelpakket van het Rijk zoals de Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers), de TVL (Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB) of de NOW (Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid). Deze worden niet beschouwd als voorliggende voorziening. De vorengenoemde regelingen worden niet toereikend geacht of zijn niet bedoeld voor de (eigen/privé) woonkosten ingeval van een grote inkomensterugval.

 

Artikel 7 – Drempelbedrag

Bedragen de kosten waarvoor een tegemoetkoming kan worden aangevraagd niet meer dan EUR 25 per maand dan wordt geen tegemoetkoming verstrekt. Van een aanvrager kan worden geacht deze kosten toch nog zelf te kunnen voldoen.

 

Artikel 8 – Aanvraag

Voor de tegemoetkoming TONK geldt een beperkte aanvraagperiode (tot 1 juli 2021). Hiervoor wordt een elektronisch aanvraagformulier beschikbaar gesteld waarvoor aanvragers kunnen inloggen met hun DigiD. Dit wordt ook gedaan zodat de toekenning, het bepalen van de hoogte van de tegemoetkoming en de uitbetaling zo veel mogelijk automatisch kunnen plaatsvinden.

Het college bepaalt de aanspraak op tegemoetkoming TONK aan de hand van de opgaven van de aanvrager. Het college kan deze opgaven controleren aan de hand van bewijsstukken en inlichtingen waarover het college beschikt in het kader van de uitvoering van de Participatiewet. Ook kan het college de aanvrager om nadere inlichtingen of bewijsstukken vragen (artikel 53a van de Participatiewet).

Wijzigingen in iemands situatie hebben geen invloed op de hoogte van de TONK. Huishoudens met een woonkostentoeslag krijgen geen toegang tot de TONK, tenzij de woonkostentoeslag maar betrekking heeft op een deel van de verstrekkingsperiode TONK.

 

Artikel 9 – Verstrekking tegemoetkoming TONK en maximering

Wanneer de bestaande woonkosten de financiële draagkracht te boven gaan, wordt het bedrag aan tegemoetkoming TONK op maat bepaald. Omdat wordt uitgegaan van een peilmaand betreft dit een maandbedrag dat dan in beginsel geldt voor alle maanden in de verstrekkingsperiode. Bij deze systematiek bestaat de mogelijkheid dat de uitgaven voor de TONK het bedrag dat de gemeente daarvoor vooralsnog krijgt, te boven gaan.

Daarom is op voorhand een maximering ingebouwd. Er kan over de verstrekkingsperiode vooralsnog maximaal EUR 3.000 aan tegemoetkoming TONK worden uitbetaald.

 

Het kan echter ook zijn dat de uitvoeringspraktijk uitwijst dat de uitgaven achterblijven bij de verwachtingen en/of dat het Rijk ruimhartiger gaat bijdragen.

Indien daar eind mei/begin juni 2021 meer zicht op is en de bijdragen van het RIJK het toelaten, kan het college in aanvulling op de beleidsregels met een nader te nemen besluit bepalen het gemaximeerde bedrag te verhogen.

Er kan dan voor aanvragers waarvoor het eerder gemaximeerde bedrag onvoldoende toereikend was een nabetaling op maat volgen, maximaal tot aan het nieuwe gemaximeerde bedrag.

 

Anders dan bij de reguliere woonkostentoeslag wordt aan de tegemoetkoming TONK niet de verplichting gekoppeld om te zoeken naar andere woonruimte.

 

Artikel 11 – Hardheidsclausule

Voor schrijnende gevallen, waarbij geen beroep om de TONK kan worden gedaan of toepassing van de beleidsregels TONK anderzijds tot onbillijkheden leidt, is er een hardheidsclausule.

Er moet in deze gevallen wel sprake zijn uitzonderlijke en zeer dringende redenen. Het feit dat een tegemoetkoming TONK niet toereikend is, vormt op zichzelf niet zo’n dringende reden.

 

Artikel 12 – Inwerkingtreding en looptijd

De beleidsregels vervallen per 1 juli 2021, omdat tot die datum een aanvraag kan worden ingediend. Het moet duidelijk zijn dat de aanvraag geldt voor de verstrekkingsperiode die maximaal loopt van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021.