Wijze van toekenning van nummers
De wijze van toekenning van de nummers gebeurt indien mogelijk overeenkomstig systemen A B en C uit de Nederlandse norm NEN 1773, uitgave 1983. Systeem A wordt als hoofdregel gehanteerd, waarna de systemen B en C worden gebruikt als nevenregels.
- Een nummeraanduiding bestaat uit een huisnummer gevolgd door een huisletter en een huisnummertoevoeging zoals gedefinieerd in de wet BAG. Voor het samenstellen geldt:
- 1.
Een huisletter wordt niet gebruikt zonder huisnummer
- 2.
Een huisletter is bij voorkeur klein geschreven
- 3.
Een huisnummertoevoeging wordt niet gebruikt zonder huisnummer en huisletter
Plaatsing van de nummerdragers
Nummerdragers worden aangebracht overeenkomstig het gestelde in de Nederlandse norm NEN 1773, uitgave 1983.
Afmetingen en vormgeving nummerdragers
- -
Nummerdragers moeten bij voorkeur voldoen aan het gestelde inzake afmetingen en vormgeving in de Nederlandse norm NEN 1774, uitgave 1959.
- -
Indien niet kan worden voldaan aan het voorschrift van het eerste lid, hebben de nummerdragers een mate van leesbaarheid die ten minste gelijkwaardig is aan wat wordt beoogd met het eerste lid.
Materiaalkeuze voor de nummerdragers
Het materiaal dat wordt toegepast voor de vervaardiging van al dan niet te verlichten nummerdragers, is bij voorkeur in overeenstemming met het over de uitvoering van de dragers gestelde in de Nederlandse norm NEN 1774, uitgave 1959.
Naamdragers
De naamdragers moeten voldoen aan de gestelde functionele eisen ten aanzien van de afmetingen, de uitvoering, de constructie, de kleursoorten en de lichttechnische eigenschappen van de toegepaste materialen en de plaatsing van naamborden en naamverwijsborden, zoals vervat in de Nederlandse norm NEN 1772, uitgave 1992.