Gemeenteblad van Cranendonck

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
CranendonckGemeenteblad 2020, 93425Overige besluiten van algemene strekking



Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Cranendonck houdende regels omtrent maatschappelijke ondersteuning (Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Cranendonck 2020)

HOOFDSTUK 1 BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

  • 1.

    In dit Besluit wordt verstaan onder:

    • a.

      Verordening: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Cranendonck 2020.

  • 2.

    Alle begrippen die in dit Besluit worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, de Verordening en de Algemene wet bestuursrecht.

HOOFDSTUK 2 PROCEDUREREGELS

artikel 2.1 Rechten en plichten

  • 1.

    Het college wijst de cliënt op de consequenties van het doen van een melding. Het doen van een melding brengt met zich dat het college en andere bij de verstrekking van maatwerkvoorziening betrokken actoren persoonsgegevens moeten verstrekken waarbij de privacywetgeving in acht wordt genomen.

  • 2.

    Een cliënt wordt ingelicht over zijn rechten en plichten, zoals de hoogte van de te betalen bijdrage, de mogelijkheden voor een persoonsgebonden budget en hoe een aanvraag kan worden gedaan.

artikel 2.2 Niet verschijnen op afspraak bij door de gemeente ingeschakelde adviseur

  • 1.

    De cliënt en/of diens huisgenoot wordt/ geacht ten tijde van het gesprek of de afspraak voor (nader) onderzoek (advisering) door een door de gemeente aangewezen medisch adviseur aanwezig te zijn.

  • 2.

    Indien zonder opgaaf van redenen geen gevolg wordt gegeven aan de oproep voor het noodzakelijke medisch onderzoek zal dat uitgelegd worden als het niet meewerken aan het onderzoek wat kan leiden tot het beëindigen van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3 van de Verordening.

HOOFDSTUK 3 HULP BIJ HET HUISHOUDEN

artikel 3.1 Regie bij de huishouding

  • 1.

    De regie van de huishouding kan verstrekt worden in:

    • a.

      natura, waarbij de gemeente de regie van de huishouding verstrekt via gecontracteerde zorgaanbieders.

    • b.

      de vorm van een persoonsgebonden budget.

  • 2.

    Het zorg in natura tarief voor regie van de huishouding (HbH2) bedraagt:

    € 29,68 per uur.

    Aanbieders HbH2 zijn: Land van Horne, Zuidzorg, Rinettezorg, ActiefZorg, Casalinga enTzorg

  • 3.

    Het persoonsgebonden budget voor deze vorm van hulp bij het huishouden wordt vastgesteld conform artikel 4.2 lid 3 onder a Verordening MO 2020.

artikel 3.2 Ontregelde huishouding

  • 1.

    Bij een ontregelde huishouding kan een maatwerkvoorziening verstrekt worden in:

    • a.

      Natura, waarbij de gemeente deze vorm van hulp bij het huishouden verstrekt via gecontracteerde zorgaanbieders.

    • b.

      In de vorm van een persoonsgebonden budget

  • 2.

    Het zorg in natura tarief voor regie van de huishouding (HbH3) bedraagt € 32,17 per uur,

  • 3.

    Het persoonsgebonden budget voor deze vorm van hulp bij het huishouden wordt vastgesteld conform artikel 4.2 lid 3 onder a Verordening MO 2020.

artikel 3.3 Hulp bij de huishouding

  • 1.

    Hulp bij het huishouden kan verstrekt worden in:

    • a.

      natura, waarbij de gemeente de hulp bij het huishouden verstrekt via gecontracteerde zorgaanbieders.

    • b.

      de vorm van een persoonsgebonden budget.

  • 2.

    Het zorg in natura tarief voor hulp bij het huishouden (HbH1) bedraagt per 25 maart 2019

    € 26,73 per uur.

  • 3.

    Het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden wordt vastgesteld conform artikel 4.2 lid 3 onder a Verordening MO 2020.

HOOFDSTUK 4 BEGELEIDING

artikel 4.1 Begeleidingsvormen

Bij begeleiding wordt onderscheid gemaakt in drie vormen begeleiding:

 

  • a.

    Begeleiding A: Individuele begeleiding, die indien passend/noodzakelijk is vanwege de situatie van de cliënt kan worden gecombineerd met begeleiding B.

 

  • De activiteiten zijn individueel en gericht op:

    • Het ondersteunen bij of het oefenen met vaardigheden of handelingen.

    • Het ondersteunen bij of het oefenen met het aanbrengen van structuur of het voeren van regie.

    • Het overnemen van toezicht op de cliënt.

    • Aansturen van gedrag (bijvoorbeeld sociale vaardigheden of persoonlijke verzorging)

    • Ondersteunen en stimuleren van mantelzorg en informele ondersteuning

    • Zorg op afstand.

  • b.

    Begeleiding B: Dit is een structurele tijdsbesteding in groepsverband met een welomschreven doel waarbij de cliënt actief betrokken wordt en die hem zingeving geeft.

  • Indien passend/noodzakelijk bij of gezien de situatie van de cliënt kan een combinatie met individuele begeleiding worden gemaakt.

 

  • De activiteiten zijn gericht op:

    • Het geven van een zinvolle daginvulling buitenshuis en:

    • Activering gericht op persoonlijke ontwikkeling en/of;

    • Ontlasting van mantelzorg en/of;

    • Stabilisering of voorkomen van achteruitgang van fysieke, cognitieve en sociaal emotionele vaardigheden en/of;

    • Toeleiding naar (betaalde) arbeid;

  • c.

    Begeleiding C: Gespecialiseerde begeleiding bij bijvoorbeeld NAH (niet aangeboren hersenletsel) en psychische stoornissen.

 

  • De activiteiten zijn gericht op:

    • begeleiden in verband met ernstig tekortschietende vaardigheden in het zelfregelend vermogen (dagelijkse bezigheden regelen, besluiten nemen, plannen en uitvoeren van taken, beheerszaken regelen, communicatie, sociale relaties, organisatie van de huishouding);

    • begeleiden bij sociaal-emotionele problematiek die samenhangt met de stoornis;

    • begeleiden bij de mogelijke integratie in de samenleving en de sociale participatie, met extra aandacht voor ontwikkeltrajecten op het vlak van wonen, werken, sociaal netwerk (doelgericht toepassen van methoden van casemanagement bijvoorbeeld hulp bij de opbouw van een sociaal netwerk) met als doel zelfredzaamheid).

artikel 4.2 Hoogte zorg in natura en persoonsgebonden budget begeleiding

  • 1.

    Het persoonsgebonden budget voor Begeleiding A bedraagt € 500,18 per maand.

  • 2.

    Het persoonsgebonden budget voor Begeleiding B bedraagt € 754,36 per maand.

  • 3.

    Het persoonsgebonden budget voor Begeleiding C bedraagt € 702,08 per maand.

  • 4.

    In uitzonderlijke gevallen (die niet onder Begeleiding A, B of C vallen) worden individuele afspraken gemaakt omtrent de hoogte van het persoonsgebonden budget.

  • 5.

    Het maximale tarief voor begeleiding is € 63,00 per uur.

  • 6.

    De zorg in natura tarieven zijn gelijk aan de persoonsgebonden budgetten voor zover artikel 4.2 lid 2 sub a en b Verordening MO 2018 van toepassing zijn.

  • 7.

    Het persoonsgebonden budget voor begeleiding bij informele/ particuliere inzet bedraagt 50% van het goedkoopste natura tarief ex artikel 4.2 lid 2 sub b Verordening MO 2020 in deze 50% van het tarief onder lid 1, 2 en 3.

artikel 4.3 Hoogte persoonsgebonden budget vervoer bij groepsbegeleiding

  • 1.

    Het persoonsgebonden budget voor vervoer van en naar Begeleiding B bedraagt € 11,85 per dag.

  • 2.

    Het persoonsgebonden budget voor rolstoel gebonden vervoer van en naar Begeleiding B bedraagt € 17,78 per dag.

  • 3.

    Vergoedingen van vervoer bij zorg in nature zijn gelijk zijn aan de bedragen genoemd in lid 1 en 2.

HOOFDSTUK 5 KORTDUREND VERBLIJF

artikel 5.1 Definitie kortdurend verblijf

Kortdurend verblijf is een vorm van respijtzorg, waarbij degene die ondersteuning nodig heeft elders verblijft met als uitgangspunt maximaal 3 etmalen per week en de mantelzorger even de tijd heeft om op adem te komen. Kortdurend verblijf is ten principale preventief bedoeld maar kan ook repressief worden ingezet: een indicatie heeft als doel om overbelasting bij mantelzorgers te voorkomen dan wel te verminderen, zodat zij de zorg thuis vol kunnen houden en (veel duurdere) opname in een intramurale instelling wordt voorkomen, of op zijn minst uitgesteld.

artikel 5.2 Verstrekkingsvormen

  • 1.

    De voorziening kan verstrekt worden in:

    • a.

      natura, waarbij de gemeente kortdurend verblijf verstrekt via gecontracteerde aanbieders.

    • b.

      de vorm van een persoonsgebonden budget.

  • 2.

    De hoogte van een door het college te verlenen persoonsgebonden budget voor kortdurend verblijf bedraagt € 208,28 per etmaal.

  • 3.

    De hoogte van een persoonsgebonden budget voor kortdurend verblijf bedraagt ex artikel 4.2 lid 3 sub e 2 maximaal € 60 per etmaal.

  • 4.

    De hoogte van de zorg in natura als bedoeld onder 1 is gelijk aan het persoonsgebonden budget als genoemd onder 2.

HOOFDSTUK 6 NORMALE GEBRUIK VAN DE WONING

artikel 6.1 Definitie woonvoorziening – woningaanpassing

  • 1.

    Woonvoorziening:

    Niet bouw- of woontechnische voorziening (niet nagelvast) die gericht is op het opheffen dan wel verminderen van beperkingen die worden gevonden in het gebruik van de woning;

  • 2.

    Woningaanpasssing:

    bouw- of woontechnische aanpassing (nagelvast) die gericht is op het opheffen of verminderen van beperkingen die worden ondervonden bij het gebruik van de woning;

artikel 6.2 Woningaanpassing

  • 1.

    Een woningaanpassing kan verstrekt worden in:

    • a.

      natura, waarbij de gemeente de woningaanpassing laat uitvoeren via de woningeigenaar (b.v. woningcorporatie) op basis van een of meerdere offertes.

    • b.

      de vorm van een persoonsgebonden budget.

  • 2.

    De hoogte van een door het college te verlenen persoonsgebonden budget voor een woningaanpassing wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf en het onderhoud, reparatie en verzekering daarvan. Verder geldt dat het onderstaande voor vergoeding in aanmerking komt:

    • a.

      De aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening. Indien de woningaanpassing in zelfwerkzaamheid wordt getroffen dan vervalt de post loonkosten en komen alleen de materiaalkosten voor vergoeding in aanmerking.

    • b.

      De risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991. Indien de voorziening in zelfwerkzaamheid wordt getroffen dan vervalt de post loonkosten en komen alleen de materiaalkosten voor vergoeding in aanmerking.

    • c.

      Het architectenhonorarium tot ten hoogste 10 procent van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in DNR 2005 van de BNA. Alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing moet worden ingeschakeld worden deze kosten subsidiabel geacht. Het betreft dan veelal de ingrijpende woningaanpassingen.

    • d.

      De aantoonbare kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2 procent van de aanneemsom.

    • e.

      De leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de woningaanpassing.

    • f.

      De verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting.

    • g.

      Renteverlies, in verband met het verrichten van een noodzakelijke betaling aan derden voordat het persoonsgebonden budget is uitbetaald, voor zover dit verband houdt met de bouw dan wel het treffen van woningaanpassingen.

    • h.

      De prijs van bouwrijpe grond indien noodzakelijk als niet binnen de oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden.

    • i.

      De door het college (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhoging, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn.

    • j.

      De kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing.

    • k.

      De aantoonbare kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening.

    • l.

      De administratiekosten die verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een woningaanpassing voor de cliënt, voor zover de kosten onder a t/m k meer dan € 907,00 bedragen, 10 procent van die kosten, met een maximum van € 340,00.

  • 3.

    Bij woningaanpassingen van € 5.000 of hoger inzake woningen in eigendom bestaat voor de cliënt de verplichting om 2 offertes in te dienen van de betreffende woningaanpassing.

  • 4.

    De bijkomende kosten als bedoeld in het tweede lid worden gebaseerd op het bedrag dat het college hiervoor verschuldigd is bij een maatwerkvoorziening in natura gebaseerd op de gebruikelijke afschrijvingstermijn voor de voorziening.

artikel 6.3 Aantal m2 waarvoor compensatie mogelijk is

  • 1.

    Het aantal m2 waarvoor ten hoogste een maatwerkvoorziening in natura dan wel een persoonsgebonden budget kan worden verleend, aangegeven per vertrek in een zelfstandige woning:

     

    soort vertrek

    aantal m2 bij van aanbouw van een vertrek

    aantal m2 bij uitbreiding van een reeds aanwezig vertrek

    Woonkamer

    30

    6

    Keuken

    10

    4

    Zit- slaapkamer

    18

    8

    Eenpersoonsslaapkamer

    10

    4

    Tweepersoonsslaapkamer

    18

    4

    Toiletruimte

    2

    1

    badkamer: - wastafelruimte

    - doucheruimte

    - badruimte

    2

    3

    4

    1

    2

    2

    entree/gang/hal

    5

    2

    Berging

    6

    4

  • 2.

    Het aantal m2 verhard pad tussen de openbare weg en de hoofdingang tot een woonruimte, dan wel tussen een tweede ingang en een berging en/of tuinpoort dat bij het nieuw aanleggen van paden dan wel bij het aanpassen van bestaande paden dat ten hoogste wordt verstrekt dan wel middels een persoonsgebonden budget voor vergoeding in aanmerking komt is 20m2.

artikel 6.4 Woonvoorziening niet zijnde woningaanpassing

  • 1.

    Een woonvoorziening niet zijnde een woningaanpassing kan verstrekt worden in:

    • a.

      natura, waarbij de gemeente de woonvoorziening niet zijnde een woningaanpassing verstrekt via gecontracteerde leveranciers op basis van meerdere offertes.

    • b.

      de vorm van een persoonsgebonden budget.

  • 2.

    De hoogte van een door het college te verlenen persoonsgebonden budget voor een woonvoorziening niet zijnde een woningaanpassing wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf en het onderhoud, reparatie en verzekering daarvan. De bijkomende kosten als bedoeld in het tweede lid worden gebaseerd op het bedrag dat het college hiervoor verschuldigd is bij een maatwerkvoorziening in natura gebaseerd op de gebruikelijke afschrijvingstermijn van de voorziening.

HOOFDSTUK 7 VERPLAATSEN IN EN OM DE WONING

artikel 7.1 Verstrekkingsvormen rolstoel

  • 1.

    Een rolstoel kan verstrekt worden in:

    • a.

      natura, waarbij de gemeente de rolstoelvoorziening verstrekt via gecontracteerde leveranciers op basis van een of meerdere offertes.

    • b.

      de vorm van een persoonsgebonden budget.

  • 2.

    De omvang van het persoonsgebonden budget wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf en het onderhoud, reparatie en verzekering daarvan.

  • 3.

    De bijkomende kosten worden gebaseerd op het bedrag dat het college hiervoor verschuldigd is bij een maatwerkvoorziening in natura gebaseerd op de gebruikelijke afschrijvingstermijn van de voorziening.

HOOFDSTUK 8 LOKAAL VERPLAATSEN PER VERVOERMIDDEL

artikel 8.1 Verstrekkingsvormen

  • 1.

    Een vervoersvoorziening kan verstrekt worden in:

    • a.

      natura, waarbij de gemeente de vervoersvoorziening verstrekt via gecontracteerde leveranciers of op basis van een of meerdere offertes.

    • b.

      een algemene voorziening waaronder een collectieve vervoersvoorziening.

    • c.

      de vorm van een persoonsgebonden budget.

    • d.

      de algemene voorziening als bedoeld onder b heeft het primaat ten opzichten van een pgb als bedoeld onder c.

Artikel 8.2 Collectief vervoer

  • 1.

    Collectief vervoer als bedoeld in artikel 8.1 lid 1 onder b wordt alleen in natura verstrekt en niet als persoonsgebonden budget.

  • 2.

    Bij een rit met het collectief vervoer komen maximaal de eerste 5 OV zones/25 KM voor vergoeding in aanmerking. De overige zones/kilometers moet de cliënt zelf betalen.

  • 3.

    De eigen bijdrage voor de klant bedraagt € 0,96 als een opstaptarief en vervolgens € 0,167 per KM (betreft het klanttarief voor 2019)

  • 4.

    Vanaf 1 maart 2020 is de Wmo vergoeding maximaal gebaseerd op 25 KM van deur tot deur. Per die datum vervalt de systematiek van OV zones.

  • 5.

    Per zone/kilometer komen de kosten van regulier openbaar vervoer voor eigen rekening en vergoed de gemeente slechts het meerdere tot de contractueel afgesproken kilometerprijs, zie lid 3.

  • 6.

    Bij de bepaling van het aantal zones/kilometers wordt rekening gehouden met de individuele omstandigheden. Het jaarlijkse aantal zones/kilometers is vastgesteld op maximaal 700/1500 zones/kilometers. Bij samenloop met een andere vervoersvoorziening, zoals bijvoorbeeld een scootermobiel of een driewielfiets, wordt het aantal zones/kilometers gehalveerd.

  • 7.

    Bij de bepaling van het aantal zones/kilometers wordt rekening gehouden worden met de individuele omstandigheden. Het aantal toe te kennen zones/kilometers kan in uitzonderingssituaties worden verhoogd tot een maximum van 1400/3000 per jaar.

artikel 8.3 Algemene vervoersvoorziening

Belanghebbende kan voor de in artikel 8.1. lid 1 sub b vermelde voorziening in aanmerking komen als aantoonbare beperkingen;

  • a.

    het gebruik van het openbaar vervoer of;

  • b.

    het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken.

Artikel 8.4 Persoonsgebonden budget gebruik (rolstoel) taxi

  • 1.

    Het persoonsgebonden budget voor gebruik van een taxi bedraagt maximaal € 1.875,-- per jaar.

  • 2.

    Het persoonsgebonden budget voor gebruik van een rolstoeltaxi bedraagt maximaal € 2.800,-- per jaar.

  • 3.

    Indien beide echtgenoten (partners) in aanmerking komen voor een persoonsgebonden budget als bedoeld in lid 1 of lid 2 dan bedraagt de hoogte per persoon maximaal 75 % van de normbedragen als bedoeld in lid 1 en lid 2.

  • 4.

    PGB in lid 1 is gebaseerd op € 1,25 per KM en in lid 2 op € 1,85 per KM

HOOFDSTUK 9 HEBBEN VAN CONTACTEN EN DEELNAME RECREATIEVE, MAATSCHAPPELIJKE EN RELIGIEUZE ACTIVITEITEN

artikel 9.1 Bezoekbaar maken woning

  • 1.

    De voorziening kan verstrekt worden in:

    • a.

      Natura, waarbij de gemeente de noodzakelijke voorzieningen laat uitvoeren via de woningeigenaar (b.v. woningcorporatie) of op basis van een of meerdere offertes.

    • b.

      de vorm van een persoonsgebonden budget.

  • 2.

    De hoogte van een door het college te verlenen persoonsgebonden budget voor het bezoekbaar maken van een woning wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 4.2 lid 3 sub j van de verordening.

  • 3.

    De bijkomende kosten worden gebaseerd op het bedrag dat het college hiervoor verschuldigd is bij een maatwerkvoorziening in natura gebaseerd op de gebruikelijke afschrijvingstermijn van de voorziening.

artikel 9.2 Sportvoorzieningen

  • 1.

    De sportvoorziening kan verstrekt worden in:

    • a.

      natura;

      de gemeente verstrekt sportvoorzieningen via gecontracteerde leveranciers of op basis van een of meerdere offertes.

    • b.

      de vorm van een persoonsgebonden budget.

  • 2.

    De hoogte van een door het college te verlenen persoonsgebonden budget voor een sportvoorziening wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 4.2 lid 1 van de verordening.

  • 3.

    De bijkomende kosten worden gebaseerd op het bedrag dat het college hiervoor verschuldigd is bij een maatwerkvoorziening in natura gedurende een periode van 5 jaar.

HOOFDSTUK 10 MANTELZORGONDERSTEUNING

artikel 10.1 Mantelzorgondersteuning

  • 1.

    In algemene zin en betreffende de jaarlijkse blijk van waardering wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van de verordening.

HOOFDSTUK 11 BESTRIJDING MISBRUIK OF ONEIGENLIJK GEBRUIK

artikel 11.1 Controle

Het college doet steekproefsgewijs onderzoek naar de rechtmatigheid van de maatwerkvoorziening.

HOOFDSTUK 12 MELDINGSREGELING/CALAMITEITEN EN GEWELD

artikel 12.2 Meldingsregeling calamiteiten en geweld

  • 1.

    Op 18 augustus 2015 heeft het college van B&W van de gemeente Cranendonck het 'protocol toezicht en calamiteiten binnen de jeugdhulp en Wmo' vastgesteld.

  • 2.

    Als toezichthouder in de zin van artikel 6.1 van de Wmo 2015 en als toezichthouder op preventieve jeugdhulpvoorzieningen is per 1 september 2015 door het college aangewezen de directeur van GGD Zuidoost Brabant.

HOOFDSTUK 13 SLOTBEPALINGEN

artikel 13.1 Inwerkingtreding

Dit Besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.

artikel 13.2 Citeertitel

Dit Besluit wordt aangehaald als “Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Cranendonck 2020.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders, op 17 december 2019.