Wijzigingsbesluit Leidraad invordering gemeentelijke belastingen

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ‘s-Hertogenbosch;

gelezen het voorstel van de gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen van 31 maart 2020 nr. 9854247;

besluit:

De Leidraad invordering gemeentelijke belastingen, vastgesteld bij besluit van 7 oktober 2019, nr.93544849, wordt gewijzigd als volgt:

 

Artikel 1

A

In artikel 1.1.5, vijfde alinea, eerste volzin, wordt tussen de woorden ‘Awb die van’ en ‘toepassing is

bij’ ingevoegd: ‘overeenkomstige’.

 

B

Artikel 1.1.12 wijzigt als volgt:

1. ‘belastingschuldige’ wordt telkens vervangen door ‘belanghebbende’.

2. In de eerste volzin wordt tussen de woorden ‘of andere vorderingen’ en ‘openstaan waarvan de’

ingevoegd: ‘op zijn naam’.

 

C

Artikel 14.1.3 wijzigt als volgt:

1. Aan de volzin van de eerste alinea wordt het volgende toegevoegd: ‘, tenzij hiermee de belangen

van de gemeente worden geschaad’.

2. Aan de eerste alinea wordt de volgende volzin toegevoegd: ‘Hierbij is het niet van belang of de

erfgenamen de nalatenschap zuiver hebben aanvaard.’

3. De tweede en derde alinea vervallen.

D

Artikel 14.4.5, laatste volzin, wordt vervangen door:

Indien de belastingschuldige kenbaar maakt dat de beslagvrije voet onjuist is vastgesteld, maar niet

de juiste informatie verstrekt voor de goede vaststelling ervan, stelt de ontvanger hem in de

gelegenheid om binnen een redelijke termijn alsnog de juiste informatie te verstrekken. Indien de

belastingschuldige de juiste informatie binnen de door de ontvanger gestelde termijn aanlevert,

herstelt de ontvanger de beslagvrije voet met ingang van de inhouding volgend op het moment

waarop de belastingschuldige kenbaar maakte dat de beslagvrije voet onjuist was vastgesteld.

E

Aan de eerste alinea van artikel 19.3.5 worden de volgende volzinnen toegevoegd:

Indien de belastingschuldige kenbaar maakt dat de beslagvrije voet onjuist is vastgesteld, maar niet

de juiste informatie verstrekt voor de goede vaststelling ervan, stelt de ontvanger hem in de

gelegenheid om binnen een redelijke termijn alsnog de juiste informatie te verstrekken. Indien de

belastingschuldige de juiste informatie binnen de door de ontvanger gestelde termijn aanlevert,

herstelt de ontvanger de beslagvrije voet met ingang van de inhouding volgend op het moment

waarop de belastingschuldige kenbaar maakte dat de beslagvrije voet onjuist was vastgesteld.

F

Artikel 22.8.10 tot en met 22.8.12 vervallen.

 

G

In artikel 25.1.14, derde alinea, wordt ‘tien’ vervangen door ‘[veertien]’.

 

H

Artikel 25.5.2, tweede alinea, eerste volzin, komt als volgt te luiden:

De ontvanger kan alvorens het uitstel te verlenen, zekerheid eisen als de aard van de belastingschuld

dan wel de omvang van de belastingschuld in relatie tot de verhaalsmogelijkheden die bij de

ontvanger bekend zijn, daartoe aanleiding geeft.

I

In de artikelen 25.7.2 en 25.7.5 wordt het woord ‘[veertien]’ telkens vervangen door ‘tien’.

 

J

Artikel 26.1.7 komt als volgt te luiden:

Als de ontvanger afwijzend heeft beslist op een verzoek om kwijtschelding of een aangeboden

akkoord, of het college afwijzend heeft beslist op een ingediend beroepschrift tegen een afwijzende

beschikking van de ontvanger, voldoet de belastingschuldige het op de belastingaanslag(en)

verschuldigde bedrag binnen [veertien] dagen na dagtekening van de afwijzende beschikking of

binnen de betaaltermijnen die op het aanslagbiljet zijn aangegeven. Na deze termijn kan de ontvanger

de invordering aanvangen dan wel voortzetten. Artikel 9 van de regeling is gedurende deze wachttijd

van overeenkomstige toepassing.

De termijn van [veertien] dagen geldt niet als sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 10 van

de wet. De termijn wordt daarnaast niet of niet geheel verleend als naar het oordeel van de ontvanger

aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen

van de gemeente worden geschaad.

 

K

Artikel 26.2.12, derde alinea wijzigt als volgt:

1. In sub A wordt ‘62’ vervangen door: ‘63’.

2. In sub B wordt ‘55’ vervangen door: ‘56’.

 

L

Artikel 26.2.19 wijzigt als volgt:

1. ‘35’ wordt vervangen door: ‘33’.

2. ‘75’ wordt vervangen door: ‘74’.

 

M

Artikel 26.4.6 wijzigt als volgt:

1. De aanhef en eerste alinea komen als volgt te luiden:

26.4.6. Invordering tijdens administratief beroep en herhaald verzoek om kwijtschelding en

ambtshalve behandeling beroepschrift

Als binnen de termijn van tien dagen als bedoeld in artikel 24 van de regeling een beroepschrift wordt

ingediend, dan wordt gedurende de behandeling van dit beroepschrift gehandeld overeenkomstig

artikel 9 van de regeling.

2. In de tweede alinea, eerste volzin wordt ‘veertien’ vervangen door ‘tien’.

 

N

Artikel 26.5 vervalt.

 

O

Artikel 68 tot en met 72 komt te luiden:

De artikelen 68, 70 tot en met 70f zijn niet van toepassing voor de gemeente.

Er zijn in deze leidraad op de artikelen 68, 69, 70, 70a, 70aa, 70ba, 70c, 70ca, 70d, 70e, 70ea, 70f, 71

en 72 van de wet geen beleidsregels gemaakt.

 

Artikel 2  

 

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2020, met dien verstande dat artikel 1, onderdeel E, terugwerkt tot en met 1 juli 2019.

  • 2.

    Dit besluit wordt aangehaald als: Wijzigingsbesluit leidraad invordering gemeentelijke belastingen 1e halfjaar 2020.

 

 

Gemeente ’s-Hertogenbosch, 31 maart 2020

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ‘s-Hertogenbosch;

gelezen het voorstel van de gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen van 31 maart 2020 nr. 9854247;

besluit:

De Leidraad invordering gemeentelijke belastingen, vastgesteld bij besluit van 7 oktober 2019, nr.93544849, wordt gewijzigd als volgt:

De secretaris,

Drs. B. van der Ploeg,

De burgemeester,

Drs. J.M.N.L. Mikers

 

 

Toelichting

Artikel I, onderdeel A betreft een technische wijziging. Er is een geen inhoudelijke wijziging beoogd.

Artikel I, onderdeel B betreft een technische wijziging. Artikel 2, lid 1, onderdeel k van de wet verstaat

onder belastingschuldige degene te wiens naam de belastingaanslag is gesteld. Een verklaring

betalingsgedrag kan echter ook worden aangevraagd door een partij die op dat moment geen

belastingaanslagen open heeft staan. Het is dus zuiverder te spreken van een belanghebbende dan

van een belastingschuldige. Om te voorkomen dat het begrip belanghebbende ruimer wordt uitgelegd

dan bedoeld, is opgenomen dat een belanghebbende alleen een verklaring kan aanvragen ten

aanzien van zijn eigen schuld, niet die van een ander. Hiermee is geen inhoudelijke wijziging beoogd.

Artikel I, onderdeel C, subonderdelen 1 en 2 betreffen een verduidelijking. Subonderdeel 3 laat twee

alinea’s vervallen waarvan de inhoud rechtstreeks volgt uit de artikelen 4:185 en 4:223 van het

Burgerlijk Wetboek. Er is geen inhoudelijke wijziging beoogd.

Artikel I, onderdeel D betreft een technische wijziging. Er is geen inhoudelijke wijziging beoogd.

Artikel I, onderdeel E bewerkstelligt dat in de situatie waarin een belastingschuldige in het buitenland

woont, hetzelfde wordt omgegaan met onjuiste informatie die verstrekt is bij een verzoek om

aanpassing van de beslagvrije voet als in binnenlandse situaties. Hiertoe worden de laatste twee

volzinnen van de eerste alinea van artikel 19.3.4 in artikel 19.3.5 opgenomen.

Artikel I, onderdeel F ziet op de aanpassing van de Leaseregeling per 1 januari 2020. Hoewel deze

artikelen niet van toepassing zijn voor de gemeente, zijn ze wel opgenomen in de gemeentelijke

leidraad met de toevoeging “Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.” De artikelen

vervallen nu helemaal.

In artikel I, onderdeel G, wordt artikel 25.1.14 gewijzigd in verband met de uniformering van een aantal

termijnen in deze leidraad die per 1 juli 2019 heeft plaatsgevonden.1 Artikel 25.1.14 is per abuis niet

meegenomen met de uniformering. Met deze wijziging gebeurt dit alsnog.

Artikel I, onderdeel H bevat een aanpassing van de formulering van artikel 25.5.2 van de leidraad. De

achtergrond van deze wijziging is dat niet duidelijk was hoe de genoemde voorwaarden om al dan niet

zekerheid te verlangen in hun onderlinge verhouding moeten worden gelezen. De nieuwe tekst maakt

duidelijk dat de aard van de belastingschuld niet in relatie hoeft te staan tot de verhaalsmogelijkheden.

De omvang van de belastingschuld daarentegen wordt door de ontvanger wel gerelateerd aan de

verhaalsmogelijkheden. Beide criteria kunnen op zichzelf aanleiding zijn voor de ontvanger om

zekerheid te verlangen. Het betreft hier een verduidelijking van de bestaande tekst. Er is geen

inhoudelijke wijziging beoogd.

Artikel I, onderdeel I heeft tot doel een omissie te herstellen die is ontstaan naar aanleiding van de

uniformering van een aantal termijnen in deze leidraad die per 1 juli 2019 heeft plaatsgevonden.2 De

termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen een afgewezen verzoek om uitstel of de

beëindiging van een verleend uitstel is tien dagen.

Artikel I, onderdelen J, M, subonderdeel 1 en N hebben tot doel het beleid te verduidelijken dat geldt

voor het opstarten van de invordering na de afwijzing van een verzoek om kwijtschelding of een

aangeboden akkoord, of een afwijzende beslissing op een ingediend beroepschrift tegen de afwijzing.

Dit beleid is versnipperd opgenomen in artikel 26.1.7, 26.4.6 en 26.5 van de leidraad. Met deze

wijziging wordt al het beleid opgenomen in artikel 26.1.7. Als gevolg hiervan kan een deel van artikel

26.4.6 en artikel 26.5 in zijn geheel vervallen. Er is geen inhoudelijke wijziging beoogd.

In artikel I, onderdeel K worden de forfaitaire bedragen voor boeken en leermiddelen in artikel 26.2.12,

derde alinea geactualiseerd naar de per 1 januari 2020 geldende bedragen.

In artikel I, onderdeel L worden de normpremie ziektekostenverzekering voor een alleenstaande of

alleenstaande ouder en de normpremie ziektekostenverzekering voor echtgenoten geactualiseerd

naar de per 1 januari 2020 geldende bedragen.

Artikel I, onderdeel M, subonderdelen 1 en 2 hebben tot doel omissies te herstellen die zijn ontstaan

na de uniformering van een aantal termijnen in deze leidraad die per 1 juli 2019 heeft

plaatsgevonden.3 De termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen een afwijzing voor een

verzoek om kwijtschelding is volgens artikel 24 van de regeling tien dagen.

Artikel I, onderdeel O betreft een redactionele wijziging. Er is geen inhoudelijke wijziging beoogd.

Artikel II regelt de datum van inwerkingtreding van de onderhavige wijzigingen. Onderdeel E heeft

terugwerkende kracht tot en met 1 juli 2019. Dit besluit is na de inwerkingtreding terstond uitgewerkt

en bevat daarom geen vervalbepaling.

 

 

Naar boven