Tijdslot hondenlosloopgebied Weesperzijde, Amsterdam Oost

Ter inzage:

Voornemen ter besluit van het dagelijks bestuur van de bestuurscommissie van stadsdeel Oost van de gemeente Amsterdam tot wijziging regels losloopverbod honden op locatie Weesperzijde, Amsterdam Oost in verband met het verzoek van hondenbezitters om deze locatie aan te wijzen als officieel losloopgebied

Het dagelijks bestuur van de bestuurscommissie van stadsdeel Oost van Amsterdam, gelet op artikel 5.13, tweede lid, APV (aanwijzen gebieden waar aanlijnplicht niet van kracht is) en artikel 9, Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam, bijlage 3, onderdeel C.26, besluit de volgende regeling te wijzigen:

Voor de grasstrook tussen de rivier de Amstel en de straat Weesperzijde geldt een losloopverbod op basis van artikel 5.13 APV welke bepaald dat dit verbod altijd en overal in de openbare ruimte van kracht is.

Ten aanzien van de grasstrook tussen het water van de Amstel en de Weesperzijde (straat) ligt er een verzoek om deze locatie formeel aan te wijzen als losloopgebied. Dit verzoek komt van hondenbezitters die deze locatie al jaren gebruiken als losloopgebied. Stadsdeel Oost wil hen hierin tegemoet komen. De locatie zal worden aangewezen als losloopgebied gedurende:

1 oktober tot 15 april op alle tijdstippen

In verband met de drukte in dit gebied tijdens het recreatieseizoen, wordt besloten om gedurende deze periode een tijdslot in te voeren. Dit betekent dat dit gebied tijdens het recreatieseizoen als losloopgebied kan worden gebruikt gedurende:

15 april tot 1 oktober tussen 21.00 uur en 07.00 uur.

NB: voorgesteld wordt om dit voornemen tot besluit, indien dit besluit definitief zal worden, na één jaar te evalueren. Afhankelijk van de resultaten van deze evaluatie zal het bestaande besluit gehandhaafd blijven worden of zal er een nieuw voornemen tot besluit worden geformuleerd.

Wettelijke grondslag

Algemene Plaatselijke Verordening

Artikel 5.13, Aanlijngebod

Het eerste lid van artikel 5.13 verbiedt het los laten lopen van honden.

Daarvoor zijn verschillende redenen namelijk de verkeersveiligheid, het voorkomen van schade aan eigendommen van derden, het voorkomen van hinder voor voetgangers, het bestrijden van verontreiniging bijvoorbeeld van speelweiden, zandbakken, en dergelijke en het voorkomen van dierenleed.

Handhaving van dit verbod kan plaatsvinden door middel van bestuursdwang.

Dat kan in de praktijk betekenen dat een loslopende hond wordt gevangen en wordt overgedragen aan een asiel.

Het tweede lid geeft het college de bevoegdheid om plaatsen aan te wijzen waar het aanlijngebod niet van toepassing is. Te denken valt aan hondenuitlaatplaatsen en uitrenplaatsen.

Het derde lid maakt een uitzondering voor situaties waarin zwaarwegende belangen van de hondenbezitter zich tegen toepassing van het aanlijngebod verzetten. Het gaat hier onder andere om blindengeleidehonden.

Verordening op het lokaal bestuur

Artikel 9: taken en bevoegdheden dagelijks bestuur, bijlage 3 Bevoegdhedenregister, paragraaf C.26:

Aanwijzen van plaatsen waar het aanlijngebod voor honden niet van kracht is (APV, 5.13, lid 3): bevoegdheid is gedelegeerd aan het dagelijks bestuur van het stadsdeel.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 10 maart 2020

De voorzitter

Maarten Poorter

 

De loco-secretaris

Karima Arichi

Bijlage 1: kaart betreffende gebied

Naar boven