Gemeenteblad van Vijfheerenlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
VijfheerenlandenGemeenteblad 2020, 86293Verordeningen



Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Vijfheerenlanden houdende regels omtrent advisering tegemoetkoming planschade (Planschadeverordening Vijfheerenlanden)

De raad van de gemeente Vijfheerenlanden;

 

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 februari 2020

 

Gelet op artikel 6.7 Wet ruimtelijke ordening en artikel 6.1.3.3 Besluit ruimtelijke ordening;

 

Besluit vast te stellen de volgende:

 

Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Vijfheerenlanden

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • a)

    Aanvrager: Degene die een aanvraag om tegemoetkoming in planschade indient;

  • b)

    Adviesadviescommissie: schadebeoordelingsadviescommissie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van deze verordening;

  • c)

    Adviseur: de door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen persoon of commissie als bedoeld in artikel 6.1.1.1, onder c, Besluit ruimtelijke ordening;

  • d)

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden

  • e)

    Derde- belanghebbende: degene die het college heeft verzocht ter verwezenlijking van zijn project een bestemmingsplan te herzien of te wijzigen dan wel een afwijking te verlenen. En die met de gemeente daarover een overeenkomst heeft gesloten waarin is vermeld dat de schade die ontstaat geheel of gedeeltelijk voor zijn rekening komt;

  • f)

    Drempelbedrag: bedrag dat de aanvrager dient te betalen alvorens de aanvraag in behandeling wordt genomen;

  • g)

    Planschade: schade als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, Wet ruimtelijke ordening

  • h)

    Planologische maatregel: oorzaken zoals genoemd in artikel 6.1, tweede lid, Wet ruimtelijke ordening;

Artikel 2. Indiening van de aanvraag

Een aanvraag om planschade wordt bij het college ingediend. Hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van het aanvraagformulier tegemoetkoming planschade Vijfheerenlanden.

Artikel 3. Indiening aanvraag en mededeling ontvangst

  • 1.

    Het college tekent de datum van ontvangst onverwijld aan op het geschrift waarbij de aanvraag is ingediend.

  • 2.

    De ontvangst van de aanvraag wordt onverwijld en schriftelijk medegedeeld aan de aanvrager.

  • 3.

    Een eventueel derde-belanghebbende wordt binnen twee weken schriftelijk op de hoogte gesteld van de ingediende aanvraag om tegemoetkoming in planschade.

  • 4.

    In de ontvangstbevestiging wijst het college de aanvrager erop dat voor het in behandeling nemen van de aanvraag een drempelbedrag van €500 - verschuldigd is. Het verschuldigde bedrag dient uiterlijk binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling op de rekening van de gemeente te zijn gestort.

  • 5.

    Het drempelbedrag als bedoeld in artikel 3.4 kan worden verlaagd tot €300,- indien de aanvrager door middel van een aangifte inkomstenbelasting of andere bescheiden kan aantonen dat het inkomen in de twaalf maanden voorafgaand aan de aanvraag niet meer dan 120% van het wettelijk minimumloon betrof.

  • 6.

    Indien op de aanvraag geheel of ten dele positief wordt beslist, wordt het door de aanvrager betaalde recht zoals bedoeld in lid 3 terugbetaald, tegelijk met de uitbetaling van de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 10.

Artikel 4. Besluit tot niet- ontvankelijkheid of kennelijke ongegrondheid

  • 1.

    Indien het drempelbedrag niet binnen de genoemde termijn is bijgeschreven, verklaart het college de aanvraag niet- ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat aanvrager in verzuim is geweest.

  • 2.

    Het college neemt de aanvraag niet in behandeling, indien:

    • a.

      het aanvraagformulier als bedoeld in artikel 2 niet of niet voldoende is ingevuld voor de beoordeling van de aanvraag, of

    • b.

      aanvrager verzuimt om de gegevens en bescheiden die nodig zijn voor de beslissing op de aanvraag en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan hebben, aan te leveren, mits aanvrager de gelegenheid heeft gehad om binnen vier weken de aanvraag aan te vullen.

  • 3.

    Een besluit om de aanvraag op grond van lid 2 niet in behandeling te nemen wordt aan de aanvrager bekendgemaakt binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag, onderscheidenlijk binnen acht weken nadat de termijn is verstreken gedurende welke de aanvrager de aanvraag kon aanvullen.

  • 4.

    Het college kan de laatste in het derde lid genoemde termijn eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen

  • 5.

    Indien de aanvraag kennelijk ongegrond is wijst het college de aanvraag af zonder inschakeling van een adviseur. Van kennelijk ongegrondheid is bijvoorbeeld sprake als er geen planologische wijziging is geweest en dus een grondslag om schadevergoeding aan te vragen ontbreekt. Ook indien de schade is verjaard kan een aanvraag wegens kennelijke ongegrondheid afgewezen worden. Ook als de schade evident voorzienbaar was ten tijde van de aankoop zal van kennelijke ongegrondheid sprake zijn.

  • 7.

    Het college is bevoegd de aanvraag binnen vier weken na ontvangst, onderscheidenlijk binnen acht weken nadat de termijn verstreken is gedurende welke de aanvrager de aanvraag kon aanvullen, af te wijzen, indien de aanvraag kennelijk ongegrond is.

Artikel 5. Besluit tot opdrachtverstrekking aan een adviseur of adviescommissie

  • 1.

    Indien artikel 4 en 5 niet van toepassing zijn, wijst het college uiterlijk binnen twaalf weken, na ontvangst van de aanvraag, een adviseur aan voor de advisering over de op de aanvraag te nemen beschikking die beschikt over voldoende deskundigheid inzake advisering op het gebied van planschade.

  • 2.

    Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste lid bedoelde adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op planschade vanwege inkomensderving en er, gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra deskundigheid wordt door het college een tweede adviseur aangewezen die deskundig is op het gebied van accountancy of van financieel economische bedrijfsvoering.

  • 3.

    Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste lid bedoelde adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op planschade vanwege waardevermindering van een onroerende zaak en er, gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra deskundigheid wordt door het college een tweede adviseur aangewezen die deskundig is op het gebied van waardering van onroerende zaken en van waardevermindering daarvan als gevolg van een planologische verslechtering.

  • 4.

    Indien naar het oordeel van het college het tweede en het derde lid van toepassing zijn, worden zowel de in het tweede als het derde lid bedoelde adviseurs aangewezen.

  • 5.

    Bij aanwijzing van meerdere adviseurs vormen deze een adviescommissie, waarvan de in het eerste lid bedoelde adviseur voorzitter is.

  • 6.

    De adviescommissie wijst uit haar midden een rapporteur aan.

  • 7.

    De aangewezen adviseur mag niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de gemeenteraad en of college. Eveneens mag een adviseur niet betrokken zijn bij de planologische maatregel waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 8.

    Aanvrager, dan wel een derde belanghebbende kan binnen twee weken na de mededeling tot het aanwijzen van een adviseur een schriftelijk en gemotiveerd verzoek om wraking indienen bij het college.

  • 9.

    Het college beslist binnen twee weken na het verstrijken van de termijn zoals genoemd in lid 7 over het ingediende verzoek tot wraking.

Artikel 6. Werkwijze adviseur of adviescommissie

  • 1.

    Het college stelt aan de adviseur of de adviescommissie alle op de aanvraag betrekking hebbende informatie, alsmede de voor de beoordeling daarvan naar het oordeel van de adviseur of van de adviescommissie noodzakelijke bescheiden ter beschikking.

  • 2.

    De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie stelt de aanvrager, derde- belanghebbende en de gemeente in de gelegenheid schriftelijk hun visie naar voren te brengen dan wel organiseert een of meer hoorzittingen, waar de aanvrager, derde- belanghebbende en het college in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag toe te lichten, onderscheidenlijk de voor de advisering over de aanvraag relevante informatie te verschaffen, dan wel het standpunt over de aanvraag aan de adviseur kenbaar te maken.

  • 3.

    Van de in lid 2 bedoelde hoorzitting wordt verslag gemaakt door de adviseur of adviescommissie dat wordt betrokken in het uit te brengen advies en als bijlage opgenomen.

Artikel 7. Het advies

  • 1.

    De adviseur of adviescommissie brengt binnen 16 weken na ontvangst van de opdracht een schriftelijk en gemotiveerd conceptadvies uit.

  • 2.

    De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie kan deze termijn onder opgaaf van reden met ten hoogste vier weken verlengen.

  • 3.

    Het conceptadvies zendt de adviseur of de adviescommissie aan het college, aan de aanvrager en aan de derde- belanghebbende.

  • 4.

    De aanvrager, het college alsmede de derde-belanghebbende worden in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de toezending van het conceptadvies schriftelijk te reageren.

  • 5.

    In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen vier weken na het verstrijken van de in lid 4 bedoelde termijn een advies uit aan het college, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken.

  • 6.

    In het geval geen of niet tijdig een reactie is ingediend brengt de adviseur of de adviescommissie binnen twee weken na verloop van de termijn als bedoeld in lid 4 een definitief advies uit.

Artikel 8. Besluit

  • 1.

    Het college zal na ontvangst van het definitieve advies van de adviseur of adviescommissie binnen 8 weken een besluit nemen op de aanvraag en maakt dit besluit binnen deze termijn bekend aan de aanvrager.

  • 2.

    Het college kan deze termijn, onder opgaaf van redenen, één keer met ten hoogste 4 weken verdagen.

Artikel 9. Uitbetaling

Indien het college een vergoeding van planschade vaststelt, geschiedt uitbetaling ervan inclusief de wettelijke rente op een door aanvrager opgegeven rekening zo spoedig mogelijk na het onherroepelijk worden van de beschikking.

Artikel 10. Overgangsbepaling

Deze verordening is van toepassing op aanvragen als bedoeld in art 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening die worden ontvangen vanaf 1 april 2020.

Artikel 11. Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: "Planschadeverordening Vijfheerenlanden”

Artikel 12. Slotbepalingen

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.

  • 2.

    Bij de inwerkingtreding van deze verordening worden ingetrokken de:

    • a.

      Procedureregeling planschadevergoeding 2005, voormalige gemeente Vianen, in werking getreden op 1 september 2005;

    • b.

      Procedureverordening tegemoetkoming in planschade, voormalige gemeente Zederik, in werking getreden op 13 november 2009;

    • c.

      Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade, voormalige gemeente Leerdam, in werking getreden op 21 mei 2009.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Vijfheerenlanden op 23 maart 2020.

De voorzitter,

De griffier,