Gemeenteblad van Veere

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
VeereGemeenteblad 2020, 78719Verordeningen



Wegsleepverordening gemeente Veere 2020

De raad van de gemeente Veere;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 januari 2020;

gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 173, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 en het Besluit wegslepen van voertuigen;

overwegende dat het wenselijk is om in voorkomende gevallen op de weg staande voertuigen te kunnen verwijderen, over te brengen en in bewaring te stellen;

b e s l u i t:

vast de stellen de volgende “Wegsleepverordening gemeente Veere 2020”:

 

 

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

b. wet: de Wegenverkeerswet 1994;

c. besluit: het Besluit wegslepen van voertuigen;

d. voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1 RVV 1990;

e. motorvoertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1 RVV 1990;

f. het college: het college van burgemeester en wethouders;

g. etmaal: een periode van 24 uur;

h. wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten.

 

Artikel 2 Aanwijzing van wegen en weggedeelten

Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c van de wet, worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente aangewezen voor zover deze behoren tot een van de in artikel 2 van het besluit bedoelde soorten van wegen en weggedeelten.

 

Artikel 3 Uitvoering en plaats bewaring voertuigen

  • 1.

    De feitelijke handelingen voortkomend uit deze verordening, het wegslepen en bewaren van voertuigen, worden uitgevoerd door Auto Kuzee CV.

  • 2.

    Als plaats van bewaring van voertuigen wordt het depot van Auto Kuzee CV aangewezen te Marie Curieweg 5 te Vlissingen.

  • 3.

    De openingstijden van de in het tweede lid bedoelde bewaarplaats worden door het college vastgesteld.

 

Artikel 4 Kosten (incl. btw) en betaling eigenaar ter plaatse

  • 1.

    De kosten van het overbrengen van een voertuig naar de bewaarplaats bedragen:

    a. voorrijkosten/kosten van loos uitrijden:

    € 97,-- (maandag t/m vrijdag van 08.00-18.00 uur)

    € 133,--(overige tijden en feestdagen)

     

    b. onvolledige berging:

    € 190,--(maandag t/m vrijdag van 08.00-18.00 uur)

    € 225,--(overige tijden en feestdagen)

     

    c. volledige berging:

    € 225,--(maandag t/m vrijdag van 08.00-18.00 uur)

    € 280,--(overige tijden en feestdagen)

     

  • 2.

    De kosten van het bewaren van een voertuig bedragen € 11,-- voor elk etmaal of een gedeelte daarvan.

  • 3.

    Indien het voertuig niet binnen 48 uur na de inbewaringstelling is afgehaald, bedragen de kosten van bekendmaking van de beschikking € 32,--.

  • 4.

    De kosten verbonden aan de afgifte van een voertuig bedragen € 30,--, bij afgifte op maandag tot en met vrijdag tussen 08.00 en 18.00 uur, en op overige tijdstippen en op feestdagen € 60,50.

  • 5.

    Ingeval van verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging van een voertuig ingevolge artikel 5:30 van de Algemene wet bestuursrecht, worden de daadwerkelijk gemaakte kosten, inclusief de kosten van taxatie, in rekening gebracht.

  • 6.

    Betaling van de in de leden 1 tot en met 4 verschuldigde kosten dient plaats te vinden voor de overdracht van het voertuig.

 

Artikel 5 Overeenkomstige toepassing

Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 130, vierde lid, artikel 164, zevende lid en artikel 174, eerste lid van de wet, dan zijn de artikelen 1, 3 en 4 van deze verordening van overeenkomstige toepassing.

 

Artikel 6 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking. Per die datum wordt de Wegsleepverordening gemeente Veere 2005 ingetrokken.

 

Artikel 7 Citeerartikel

Deze verordening wordt aangehaald als: Wegsleepverordening gemeente Veere 2020.

 

 

Vastgesteld door de raad van de gemeente Veere in de openbare vergadering van 19 maart 2020

de griffier, de voorzitter,

J.A. Fröling-Kok drs. R.J. van der Zwaag

Bijlage Toelichting op de Wegsleepverordening gemeente Veere 2020

Algemene toelichting

De Wegsleepverordening bevat de aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen weggesleept kunnen worden in het belang van het vrijhouden van deze wegen en weggedeelten. Artikel 2 van de Wegsleepverordening wijst alle wegen en weggedeelten binnen onze gemeente aan voor zover ze behoren tot de in de verordening in artikel 1 genoemde soorten van wegen en weggedeelten.

De Wegsleepverordening bevat tevens de aanwijzing van de bewaarplaats voor weggesleepte voertuigen.

Artikel 3, tweede lid van de Wegsleepverordening wijst het terrein van Auto Kuzee CV te Vlissingen (Ritthem) aan. Burgemeester en wethouders hebben de openingstijden van de bewaarplaats vastgesteld in een apart besluit. Deze zijn: maandag tot en met zondag van 00.00 tot 24.00 uur. Hiermee is de bewaarplaats permanent geopend voor hen die hun voertuig willen ophalen.

Artikel 4 van de verordening bepaalt de kosten verbonden aan wegslepen en bewaren van voertuigen. De hoogte van het in rekening te brengen tarief is afgestemd op de kosten die het ingeschakelde bedrijf aan de gemeente in rekening brengt. De kosten van het opstellen en toezenden van een beschikking indien het voertuig niet binnen 48 uur wordt afgehaald zijn gebaseerd op de kosten verbonden aan de administratieve handelingen en verzendhandelingen die daarvoor moeten worden verricht, inclusief het opvragen van gegevens van de kentekenhouder. Dit betekent dat alleen de werkelijke kosten die de gemeente maakt in rekening worden gebracht, zonder opslag. De kosten die voor een overtreder zijn verbonden aan het wegslepen en bewaren van een voertuig zijn dusdanig hoog, dat dit voor de betrokkene al een aanzienlijk financieel nadeel betekent. Gelet daarop, dient ook als uitgangspunt te worden gehanteerd dat niet daarnaast een Aankondiging van wet Mulderbeschikking wordt uitgeschreven, tenzij de overtreding een dusdanige aantasting van de veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer is, dat een dergelijke sanctie daarnaast te rechtvaardigen is. Ook in geval van welbewuste (opzettelijke) negering van het vrijhouden van een aangewezen weg (gedeelte) kan er aanleiding zijn voor een dergelijke Aankondiging.

 

Wegslepen van voertuigen

 

- Bevoegdheid wegslepen

Op basis van artikel 170, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) is de bevoegdheid tot het

wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen een vorm van bestuursdwang. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het toepassen van bestuursdwang. Voor de uitvoering van de wegsleepregeling hebben burgemeester en wethouders deze bevoegdheid gemandateerd. In de praktijk komt dit er op neer dat de coördinator toezicht en handhaving beoordeelt of een voertuig weggesleept dient te worden. De feitelijke uitvoering van de bestuursdwang, het wegslepen van het voertuig, gebeurt door het aangewezen sleepbedrijf. In dit geval is dat Autobedrijf Kuzee CV, gevestigd aan de Marie Curieweg 5 te Vlissingen (Ritthem). Indien aan de voorwaarden voor het wegslepen van voertuigen, zoals gesteld in artikel 170, eerste lid van de WVW 1994, wordt voldaan betekent dit niet automatisch dat overgegaan kan worden tot het wegslepen van een voertuig. De bevoegde gemeente- of politiefunctionaris dient zeer zorgvuldig om te gaan met deze bevoegdheid. Hij dient in ieder afzonderlijk geval te beoordelen of wegslepen van het betreffende voertuig absoluut noodzakelijk is. Een beslissing tot toepassing van bestuursdwang, in dit geval het toepassen van de wegsleepregeling, wordt op schrift gesteld. Deze schriftelijke beslissing is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Tegen een besluit kan een belanghebbende bezwaar en beroep instellen op grond van de artikelen 8:1 en 7:1 van de Awb. Gewaarborgd wordt, dat binnen 1 dag na het feitelijke wegslepen van een voertuig, de eigenaar van het voertuig schriftelijk, middels een brief, in kennis wordt gesteld.

 

Procedure wegslepen

Indien een bevoegde ambtenaar besluit een voertuig weg te laten slepen dient hij de volgende procedure te volgen. De ambtenaar stelt Autobedrijf Kuzee CV in kennis en geeft daarbij de locatie, merk en het kenteken van het voertuig of, indien een kenteken ontbreekt, een omschrijving van het voertuig en de reden van wegslepen. De ambtenaar stelt een Besluit tot toepassing van bestuursdwang op door invulling van het daartoe vastgestelde formulier. De ambtenaar maakt proces verbaal op van het wegslepen. Hij vult daartoe het proces verbaal (“de sleepbon”) volledig in. Hierop dienen ook duidelijk alle beschadigingen van het voertuig en de losse voorwerpen in het

voertuig vermeld te worden. Het verdient aanbeveling, zeker als een auto al beschadigingen vertoont, deze fotografisch vast te leggen voordat enige handeling aan het voertuig wordt verricht om later problemen te voorkomen. Hij kan het proces verbaal (“de sleepbon”) eventueel invullen na aankomst van het sleepvoertuig. De ambtenaar wacht in de nabijheid van het betreffende voertuig tot het sleepvoertuig arriveert. Indien het sleepvoertuig is gearriveerd en het proces verbaal (“de sleepbon”) is nog niet ingevuld, dient dit ingevuld te worden voordat het personeel van het sleepvoertuig met de werkzaamheden begint. De ambtenaar vermeldt in het proces verbaal (“de sleepbon”) of sprake is van uitsluitend voorrijden, een onvolledige of een volledige berging. De ambtenaar en (indien sprake is van een onvolledige of volledige berging, ook) de chauffeur van het sleepvoertuig, ondertekenen het proces verbaal (”de sleepbon”). Nadat het voertuig aan het sleepvoertuig is gekoppeld en het proces verbaal (“de sleepbon”) volledig is ingevuld en ondertekend, wordt het voertuig overgebracht naar de bewaarplaats. De chauffeur van het sleepvoertuig neemt het besluit tot toepassing van bestuursdwang en het tot dan ingevulde proces verbaal (“de sleepbon”) mee. De betreffende ambtenaar laat op de plaats, of in de buurt van de plaats van het weggesleepte voertuig op herkenbare wijze een teken achter voor de eigenaar van het voertuig, zodat deze weet dat zijn voertuig is weggesleept.

 

Sleepfasen en kosten

Het wegslepen van voertuigen kan in drie fasen worden verdeeld.

Fase 1: Voorrijden/loos uitrijden. Het sleepbedrijf is gewaarschuwd. De bestuurder van het betreffende voertuig meldt zich echter bij zijn voertuig voordat het sleepvoertuig is gearriveerd en is bereid het voertuig te verplaatsen. In dit geval is sprake van een alleen nog voorrijden (of loos uitrijden) van het sleepvoertuig. Onder deze fase valt ook nog de situatie dat het sleepvoertuig is gearriveerd, maar de bestuurder zich meldt voordat een aanvang is gemaakt met het vastkoppelen van het voertuig aan het sleepvoertuig. Deze eerste fase is aan de orde totdat een eerste verbinding, hoe dan ook, met het sleepvoertuig is tot stand gebracht of het te verslepen voertuig is geplaatst op het sleepvoertuig of op of aan een hulpmiddel ten behoeve van het sleepvoertuig. In deze gevallen is de bestuurder de voorrijkosten zoals vastgesteld in artikel 4, eerste lid, onder a van de Wegsleepverordening verschuldigd. De bevoegde ambtenaar dient de persoonsgegevens van de bestuurder vast te stellen en hem mee te delen dat de voorrijkosten verhaald zullen worden. Deze kosten moeten gelijk betaald worden.

Fase 2: Onvolledige berging. Het sleepvoertuig is gearriveerd en er is een aanvang gemaakt met het vastkoppelen van het voertuig aan het sleepvoertuig. Dit is het geval vanaf het moment dat een eerste verbinding, hoe dan ook, tussen het te verplaatsen voertuig en het sleepvoertuig is tot stand gebracht, of het te verplaatsen voertuig is geplaatst op het sleepvoertuig of op of aan een hulpmiddel ten behoeve van het sleepvoertuig. Deze fase eindigt op het moment dat het sleepvoertuig met het te verplaatsen voertuig zich in beweging zet als onderdeel van de daadwerkelijke verplaatsing. In deze fase is sprake van een onvolledige berging. Indien de bestuurder

zich bij het voertuig meldt bereid is het voertuig te verplaatsen en bereid is de kosten te betalen, kan het voertuig worden losgekoppeld en ter beschikking worden gesteld van de bestuurder. Indien het voertuig wordt losgekoppeld en ter beschikking van de bestuurder wordt gesteld, is deze het tarief voor een onvolledige berging verschuldigd, zoals vastgesteld in artikel 4, eerste lid, onder b van de Wegsleepverordening. De bevoegde ambtenaar dient de persoonsgegevens van de bestuurder vast te stellen en hem mee te delen dat de kosten van een onvolledige berging verhaald zullen worden. Deze kosten moeten gelijk worden betaald. Het gaat hier om een bevoegdheid om het te verplaatsen voertuig los te koppelen en ter beschikking te stellen van de bestuurder. Indien de bestuurder de bereidheid toont de kosten te betalen maar op dat moment niet over voldoende middelen beschikt, kan de betrokken ambtenaar niettemin besluiten het voertuig ter beschikking van de bestuurder te stellen. Hij zal dit alleen doen indien hij het gerechtvaardigde vertrouwen heeft dat de kosten daadwerkelijk zullen worden betaald. Indien het gedrag van de bestuurder dat vermoeden niet rechtvaardigt, wordt voortgegaan met een volledige berging. Indien de bestuurder niet tot verplaatsing en/of betaling van de tot dan verschuldigde kosten bereid blijkt, wordt voortgegaan met een volledige berging.

Fase 3: Volledige berging. Het sleepvoertuig rijdt weg, het weg te slepen voertuig wordt overgebracht naar de bewaarplaats en in bewaring gesteld. De bestuurder dient zijn voertuig af te halen bij de bewaarplaats. Teruggave vindt alleen plaats aan de eigenaar/houder van het voertuig na betaling van alle kosten. Indien op het moment dat het sleepvoertuig zich al in beweging heeft gezet de bestuurder van het te verplaatsen voertuig zich alsnog meldt en deze bereid is zelf het voertuig te verplaatsen en de tot dan verschuldigde kosten van een volledige berging te betalen, zal alsnog het voertuig kunnen worden losgekoppeld en ter beschikking worden gesteld aan de bestuurder. Tot

en met dit moment is sprake van een volledige berging en is het tarief verschuldigd genoemd in artikel 4, eerste lid sub c. Er zijn nog geen kosten van bewaring verschuldigd. Voor de bevoegdheid van de betrokken ambtenaar het voertuig al dan niet ter beschikking te stellen aan de bestuurder: zie hetgeen daarover is vermeld bij fase 2. Ook dan geldt dat de bevoegde ambtenaar de persoonsgegevens van de bestuurder dient vast te stellen en hem mee te delen dat de kosten van een volledige berging verhaald zullen worden. Deze kosten moeten gelijk worden betaald. Indien de bestuurder niet tot verplaatsing en/of betaling van de tot dan verschuldigde kosten bereid blijkt,

wordt voortgegaan met de volledige berging.

 

Bewaring

Na sleepfase 3 treedt de fase in van bewaring van het voertuig. Deze fase begint op het moment dat (het sleepvoertuig met) het te verplaatsen voertuig zich bevindt op het bewaarterrein. Aangezien het bewaartarief een tarief per etmaal is, is het van belang het tijdstip van arriveren op het bewaarterrein te registreren in het proces verbaal. Dat is het moment waarop het eerste etmaal van bewaring aanvangt.

 

Geen kosten verschuldigd

Artikel 172, derde lid van de WVW 1994 bepaalt dat burgemeester en wethouders het bedrag van de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang, terugbetalen, indien: 1. niet tot overbrenging en inbewaringstelling had mogen worden overgegaan; 2. de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan van dien aard waren dat de kosten redelijkerwijs niet verschuldigd zijn; 3. aannemelijk is dat het voertuig tegen de wil van de rechthebbende is gebruikt en hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. In het onder 1 genoemde geval dienen burgemeester en wethouders op basis van artikel 172, zevende lid van de WVW 1994 tevens een redelijke schadeloosstelling te betalen aan degene die het voertuig heeft afgehaald. Dit geeft nogmaals aan dat zeer zorgvuldig met de bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen omgegaan dient te worden.

 

Bewaren en teruggeven van voertuigen

1. Procedure bewaren en teruggeven van voertuigen

Het weggesleepte voertuig wordt overgebracht naar de bewaarplaats van Auto Kuzee CV, Marie Curieweg 5 te Vlissingen (Ritthem). Het besluit tot toepassing van bestuursdwang wordt door de ambtenaar bij het voertuig gevoegd en ter hand gesteld aan de chauffeur van het sleepvoertuig. Het tijdstip van bewaren gaat in op het moment dat het voertuig op de bewaarplaats is gearriveerd. Auto Kuzee CV tekent dat tijdstip in het proces verbaal aan. De bewaarder controleert het gesleepte voertuig op beschadigingen. Indien het voertuig beschadigingen vertoont of andere beschadigingen dan ten tijde van het aankoppelen tot wegslepen, laat hij daarvan aantekeningen maken in het

bewaringsregister. Het bewaringsregister wordt tijdens de kantoortijden bijgehouden door de coördinator toezicht en handhaving van de gemeente Veere. Buiten de kantooruren worden mutaties in het bewaringsregister bijgehouden door Autobedrijf Kuzee CV die zo spoedig mogelijk de beheerder van het register van mutaties in kennis stelt en bijbehorende stukken aan de coördinator toezendt. De bewaarder voegt het witte exemplaar van het proces-verbaal (“de sleepbon”) in het bewaringsregister en verwerkt de mutatie in het bewaringsregister. De bewaarder zendt een kopie van het besluit tot toepassing van bestuursdwang en van het proces-verbaal (“de sleepbon”) onverwijld naar de beheerder van het bewaringsregister; indien nodig maakt hij daartoe gebruik van de fax en zendt hij daarna zo spoedig mogelijk dit exemplaar na. Indien de eigenaar/houder van het voertuig zich meldt bij de politie stelt deze de identiteit van degene die het voertuig wil afhalen vast, stelt vast of deze tot afhalen gerechtigd is en beslist of het voertuig aan hem/haar kan worden

teruggegeven. In geval van toepassing van artikel 130 of 164 van de WVW 1994 is alleen de politie bevoegd te beslissen of het voertuig mag worden teruggegeven. De politie stelt de rechthebbende in kennis van de kosten die moeten worden voldaan voordat het voertuig zal worden afgegeven en deelt deze mee dat het binnen vier uur tegen betaling van de kosten moet worden afgehaald bij Kuzee Auto C.V., Marie Curieweg 5 te Vlissingen (Ritthem). De politie informeert Kuzee Auto CV dat het voertuig zal worden afgehaald en door wie. Indien de eigenaar/houder/ gemachtigde van het

voertuig zich meldt bij de bewaarder, stelt de bewaarder van het voertuig de identiteit vast van degene die het voertuig wil afhalen, hij stelt vast of deze tot afhalen gerechtigd is (in geval van toepassing van artikel 130 of 164 van het WVW 1994 door vooraf toestemming te vragen aan de politie, tenzij deze Kuzee Auto CV vooraf heeft geïnformeerd dat afgifte is toegestaan). Op basis van deze vaststellingen beslist de bewaarder of het voertuig aan de desbetreffende persoon kan worden teruggegeven. Hij geeft het voertuig terug nadat alle kosten zijn voldaan en tegen ondertekening door de rechthebbende van een bewijs van ontvangst van het voertuig. In het ontvangstbewijs

worden datum en tijdstip van afgifte van het voertuig aangetekend. De bewaarder verstrekt degene die de kosten betaalt een kwitantie. Indien het voertuig binnen 48 uur na de inbewaringstelling wordt afgehaald en het besluit tot toepassing van bestuursdwang berust nog bij de bewaarder, dan geeft de bewaarder een exemplaar van het besluit aan de rechthebbende op het voertuig. De bewaarder maakt van de afgifte van het voertuig en -indien van toepassing- de afgifte van het besluit tot toepassing van bestuursdwang een mutatie in het bewaringsregister, hij meldt de afgifte per fax aan de beheerder van het bewaringsregister en zendt het bewijs van ontvangst onverwijld naar de beheerder van het bewaringsregister. De beheerder van het bewaringsregister voegt het bewijs van ontvangst in het register. Indien het voertuig niet binnen 48 uur na inbewaringstelling is afgehaald informeert Kuzee Auto CV de beheerder van het bewaringsregister onder verstrekking van alle vereiste gegevens en onder toezending van het besluit tot toepassing van bestuursdwang en een exemplaar van het proces-verbaal van het wegslepen en de inbewaringstelling. De coördinator toezicht en handhaving zendt, indien mogelijk binnen een week na het tijdstip waarop de bewaring is aangevangen, een bekendmaking aan de rechthebbende. De bekendmaking bestaat uit exemplaar van het besluit tot toepassing van bestuursdwang en een exemplaar van het proces- verbaal van het wegslepen en in bewaring stellen van het voertuig. Indien het voertuig een kenteken heeft, wordt de bekendmaking verzonden aan degene aan wie het kenteken is opgegeven. Indien blijkt dat ter zake van het voertuig aangifte van vermissing is gedaan, wordt de bekendmaking verzonden aan degene die deze aangifte heeft gedaan. De bekendmaking vermeldt de geconstateerde overtreding, dat het voertuig is weggesleept, de plaats en de wijze waarop de verschuldigde kosten kunnen worden voldaan, de bewaarplaats waar het voertuig afgehaald kan worden en de openingstijden van de bewaarplaats. Tevens wordt in de bekendmaking opgenomen dat degene die het voertuig afhaalt dient aan te tonen dat hij eigenaar/houder van het voertuig is en dat hij de kosten, verbonden aan het wegslepen en bewaren van het voertuig, dient te hebben voldaan voordat tot afgifte wordt overgegaan. In geval in bewaringstelling heeft plaatsgevonden op grond van artikel 130 of 164 WVW 1994 wordt er bovendien op gewezen dat afgifte van het voertuig pas mogelijk is na daartoe verkregen toestemming van de politie. Voorts wordt gewezen op de bevoegdheid ingevolge artikel 5:30 van de Awb tot verkoop, vernietiging of overdracht om niet indien het voertuig niet of niet tijdig wordt opgehaald.

 

2. Niet afgehaalde voertuigen

Indien het weggesleepte voertuig niet binnen 13 weken is opgehaald, kunnen burgemeester en wethouders overgaan tot verkoop van het voertuig of, indien dit niet mogelijk is, tot overdracht aan een derde om niet of tot vernietiging. Hiertoe kan ook binnen de termijn van 13 weken besloten worden zodra de kosten van het wegslepen en bewaren van het voertuig, vermeerderd met de geraamde kosten voor verkoop, overdracht om niet of vernietiging, onevenredig hoog worden in verhouding met de waarde van het voertuig (artikel 5:30 van de Awb). Op basis van artikel 172, tweede lid van de WVW 1994 kan dit niet binnen twee weken na de schriftelijke bekendmaking

zoals hiervoor beschreven. Een andere voorwaarde komt uit het Besluit regels over de registratie van gegevens bij toepassing van de wegsleepregeling: op basis van artikel 15 mag een in bewaring gesteld voertuig pas worden verkocht, overgedragen om niet of vernietigd nadat een beëdigd taxateur een rapport betreffende de waarde heeft opgemaakt. De opbrengst van verkoop of de geschatte sloopwaarde bij vernietiging wordt in mindering gebracht op de kosten van het wegslepen en bewaren van het voertuig.

 

3. Bewaringsregister

Op basis van artikel 170, vierde lid van de WVW 1994 dienen burgemeester en wethouders zorg te dragen voor het bijhouden van een bewaringsregister. Op basis van het Besluit dient dit register de volgende gegevens te bevatten: datum en tijdstip van in bewaring stelling; een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van het voertuig: kenteken, merk, type van het voertuig, beschrijving van de staat van het voertuig, eventueel aanwezige losse voorwerpen in het voertuig; naam van degene aan wie het kenteken is opgegeven of naam van de eigenaar of houder van het voertuig, voor zover

bekend, indien op of aan het voertuig geen kenteken is bevestigd; datum en tijdstip van afhalen; naam en adres van degene die het voertuig heeft afgehaald en gegevens waaruit blijkt dat diegene gerechtigd was tot het afhalen; het bedrag dat als kosten verbonden aan de toepassing van bestuursdwang is betaald; de datum van bekendmaking indien het voertuig niet binnen 48 uur is afgehaald; naam en adres van degene aan wie is bekendgemaakt; wijze van bekendmaking; bij verkoop van het voertuig: datum en tijdstip van de verkoop; de opbrengst; naam en adres van de

koper; indien de verkoop een batig saldo heeft opgeleverd: het batige saldo, naam en adres van degene aan wie het batige saldo is uitgekeerd en gegevens waaruit blijkt dat diegene gerechtigd was tot in ontvangstneming van het batig saldo; bij eigendomsoverdracht om niet van het voertuig: naam en adres van degene aan wie het voertuig is overgedragen; bij vernietiging van het voertuig: de waarde van het voertuig zoals vastgesteld in een door een beëdigd taxateur opgemaakt rapport; bij

terugbetaling van (een gedeelte van) de kosten door de gemeente: de datum waarop is terugbetaald; het bedrag van de terugbetaling; de grond voor terugbetaling; naam en adres van degene aan wie is terugbetaald. De gegevens dienen ten minste 5 kalenderjaren in het register opgenomen te blijven.

Een kalenderjaar is de periode van 1 januari tot en met 31 december. Dit betekent dat de gegevens 5 jaar bewaard dienen te worden na het jaar waarin het voertuig is teruggegeven, verkocht, overgedragen om niet of gesloopt. Burgemeester en wethouders verlenen desgevraagd aan belanghebbenden inlichtingen uit het register. Op het bewaringsregister is de Algemene Verordening Gegevensbescherming van toepassing.

 

Wegslepen op basis van bijzondere regelingen

Ingevolge artikel 170 WVW 1994 is het wegslepen en bewaren van voertuigen een vorm van bestuursdwang als bedoeld in artikel 125 van de Gemeentewet. Daarnaast kent de WVW 1994 in de artikelen 130, vierde lid, artikel 164, zevende lid en artikel 174, eerste lid eveneens mogelijkheden tot verplaatsing en bewaring van voertuigen. Dit is echter geen bestuursdwang. Dat houdt in dat de bezwaar- en beroepsprocedure van de Awb daarop niet van toepassing zijn. Er is dan ook niet vereist dat een beschikking tot wegslepen wordt opgesteld. Wel echter zal een proces-verbaal moeten worden opgesteld. Voor het overige is de procedure gelijk. Gewezen wordt op een verschil tussen artikel 130, vierde lid en artikel 164, zevende lid enerzijds, en artikel 174 eerste lid anderzijds. Dat verschil bestaat hierin, dat ingeval van artikel 130, vierde lid en artikel 164, zevende lid de bevoegdheid rechtstreeks ligt bij de vorderende ambtenaar of de proces-verbaal opmakende functionaris, terwijl de bevoegdheid van artikel 174, eerste lid ligt bij de burgemeester. Dat brengt met zich dat voor “zelfstandig” optreden van de politiefunctionaris in dit laatste geval een mandaat van de burgemeester nodig is. Daarnaast kent de gemeente Veere bepalingen in de APV terzake van o.m. het stallen van voertuigen (aanhangwagens en caravans) op de openbare weg. Aangezien dit een regeling is ter voorkoming van parkeerexcessen, met name gericht op het voorkomen van ontsiering, is dit een ander motief dan waaruit artikel 170 WVW 1994 een regeling geeft. De

desbetreffende bepalingen van de APV blijven bestaan naast de regeling van artikel 171 WVW 1994 en de wijze van optreden tegen overtreders valt niet onder de regeling van de wegsleepverordening. Ingeval van inbewaringstelling door de politie op grond van artikel 130, 164 of 174 WVW 1994 worden de gemaakte kosten in rekening gebracht bij de politie Zeeland West-Brabant.