Beleidsregels Schuldhulpverlening 2017

Het college van Leidschendam-Voorburg;

 

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

besluit:

 

A. de Beleidsregels schuldhulpverlening in te trekken;

B. vast te stellen de navolgende Beleidsregels Schuldhulpverlening 2017:

 

Beleidsregels Schuldhulpverlening 2017

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente;

  • b.

    inwoner: ingezetene die op grond van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens bij een gemeente is ingeschreven;

  • c.

    schuldhulpverlening: het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden, indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg;

  • d.

    verzoeker: persoon die zich tot het college heeft gewend voor schuldhulpverlening.

 

Artikel 2. Doelgroep gemeentelijke schuldhulpverlening

Alle inwoners van de Gemeente Leidschendam-Voorburg / Voorschoten / Wassenaar van 18 jaar en ouder kunnen zich tot het college wenden voor schuldhulpverlening, met uitzondering van inwoners die fraude hebben gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en die inwoners in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk zijn veroordeeld of aan wie een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd.

 

Artikel 3. Aanbod schuldhulpverlening

  • 1.

    Het college verleent aan verzoeker schuldhulpverlening indien het college schuldhulpverlening noodzakelijk acht. Indien de noodzaak niet aanwezig wordt geacht door het college, kan een aanvraag worden geweigerd.

  • 2.

    De vorm waarin de gemeente schuldhulpverlening aanbiedt, is van meerdere factoren afhankelijk en kan per situatie verschillen. De regelbaarheid van de persoon en de regelbaarheid van de schulden zijn bepalend.

  • 3.

    Alvorens een schuldregeling wordt getroffen, worden inkomsten en uitgaven van belanghebbende in evenwicht gebracht: stabilisatie. Zodra dit het geval is, kan worden gestart met de schuldregeling. Het (breed) moratorium kan worden ingezet om stabilisatie mogelijk te maken doch kan niet door aanvrager afgedwongen worden bij het college.

 

Artikel 4. Verplichtingen

  • 1.

    Verzoeker doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op schuldhulpverlening, zowel bij de aanvraag als gedurende de looptijd van het schuldhulpverleningstraject.

  • 2.

    Verzoeker is verplicht om alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is gedurende de aanvraagperiode en tijdens het schuldhulpverleningstraject. De medewerking bestaat onder andere uit het nakomen van afspraken en het zich houden aan de bepalingen van de schuldregelingsovereenkomst.

  • 3.

    Verzoeker beschikt over een basisbankrekening of de uitvoerende instantie opent een basisbankrekening voor verzoeker.

  • 4.

    Verzoeker zal na het indienen van een verzoek om schuldhulpverlening geen nieuwe betaalverplichtingen aangaan waarvan redelijkerwijs aangenomen kan worden, dat hij er niet of slechts ten dele aan kan voldoen.

 

Artikel 5. Weigeren en beëindigen

  • 1.

    Indien verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 4, kan het college besluiten om schuldhulpverlening te weigeren dan wel te beëindigen.

  • 2.

    De aanvultermijn zoals die in artt. 4:5 en 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht is gesteld, is niet van toepassing op artikel 4 lid 4 van deze beleidsregels.

 

Artikel 6. Beëindiginggronden

Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening indien:

  • a.

    het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond;

  • b.

    de schuldenaar zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van schulden;

  • c.

    op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan betrokkene is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;

  • d.

    belanghebbende zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject, misdraagt;

  • e.

    de schuldenaar in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren;

  • f.

    de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, niet (langer) passend is;

  • g.

    indien een verzoek tot toelating WSNP is afgewezen.

 

Artikel 7. Recidive – hernieuwde aanvraag

  • a.

    Indien minder dan 2 jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend, door verzoeker een traject schuldregeling succesvol is doorlopen (minnelijk en/of wettelijk), kan een aanvraag schuldhulpverlening worden geweigerd met uitzondering van het geven van informatie, advies en/of een doorverwijzing.

  • b.

    Indien minder dan 1 jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend een traject schuldregeling tussentijds door toedoen van de verzoeker is beëindigd (minnelijk en/of wettelijk), ingevolge artikel 5 een traject schuldhulpverlening is geweigerd of schuldhulpverlening is beëindigd op grond van artikel 6 sub c, d of e, kan een aanvraag schuldhulpverlening worden geweigerd met uitzondering van het geven van informatie, advies en/of een doorverwijzing.

 

Artikel 8. Inwerkingtreding en citeertitel

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017 en wordt aangehaald als “Beleidsregels Schuldhulpverlening 2017”.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders

van 20 december 2016,

B.J.D. Huykman, drs. J.W. van der Sluijs

Secretaris, burgemeester

Naar boven