Gemeenteblad van Hellevoetsluis
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hellevoetsluis | Gemeenteblad 2020, 61199 | Overige besluiten van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hellevoetsluis | Gemeenteblad 2020, 61199 | Overige besluiten van algemene strekking |
Nadere regels peuteropvang Hellevoetsluis 2020
Besluit van college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellevoetsluis tot vaststelling van beleids rege ls voor de uitvoering van de artikel en 1 t/m 16 van de Nadere regels peuteropvang Hellevoetsluis 2020.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellevoetsluis;
gelezen het voorstel van 18 februari 2020 (20200074);
het gewenst is om nadere regels vast te stellen die in acht worden genomen bij het verstrekken van peuteropvang en VVE in de gemeente;
gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
gelet op de Algemene Subsidie Verordening Hellevoetsluis;
gelet op het Besluit van 20 september 2019 tot wijziging van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie in verband met de verhoging van het minimaal aantal uren aanbod voorschoolse educatie;
b e s l u i t vast te stellen de volgende beleidsregels:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze nadere regels wordt verstaan onder:
Peuteropvang: educatieve opvang voor kinderen vanaf 2 jaar tot het moment waarop zij naar de basisschool uitstromen, gericht op ontwikkelingsstimulering en voorbereiding op de basisschool en die voldoet aan de eisen uit de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen met het daarbij behorende Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Peuteropvang wordt uitgevoerd op peuteropvanglocaties in groepen van maximaal 16 peuters per groep. De ontwikkeling van alle peuters wordt gevolgd middels een observatiesysteem dat de peuter/kleuterontwikkeling en/of de leervorderingen op een gestructureerde wijze voor alle kinderen in beeld brengt.
VVE (voor- en vroegschoolse educatie): hier opgevat als peuteropvang voor kinderen vanaf 2 jaar en 3 maanden tot het moment waarop zij naar de basisschool uitstromen, waarin via een VVE-programma op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling.
Deze nadere regels hebben als doelstelling het bieden van gelijke en optimale ontwikkelkansen voor alle kinderen uit de gemeente Hellevoetsluis in de leeftijd van 2 jaar en drie maanden tot het moment dat zij naar de basisschool instromen, door het subsidiëren van een kwalitatief hoogwaardig aanbod van peuteropvang, inclusief VVE.
Artikel 3. Subsidiabele activiteiten
Het College kan aan een houder, die voldoet aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 5, subsidie verlenen voor de volgende activiteiten:
Artikel 5. Voorwaarden om voor subsidie in aanmerking te komen
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan houders die voldoen aan de volgende voorwaarden:
Er is sprake van een warme overdracht van peuters naar de basisschool. Dit houdt het volgende in: in de overdracht geeft de peuteropvanglocatie (als voorschoolse voorziening) persoonlijk - en bij voorkeur in aanwezigheid van de ouders – informatie mee over de ontwikkeling van het kind, onder andere op gebied van taal, spel, motoriek en sociaal-emotioneel.
Houders die in de voorafgaande periode wel subsidie ontvingen, maar aanvragen voor een nieuwe nog niet eerder gesubsidieerde locatie, moeten het laatste beschikbare inspectierapport van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) Rotterdam-Rijnmond rondom de kwaliteit van VVE en Kinderopvang op de nieuwe locatie, overleggen.
Artikel 7. Hoogte van de subsidie
De subsidiëring van peuteropvang en VVE is afhankelijk van de specifieke Rijksbijdrage Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) en aanvullende bijdrage voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag (zogenoemde ‘Asscher’-middelen), bij wijziging van de hoogte van deze bijdragen kan het college per kalenderjaar besluiten de wijze en hoogte van subsidiëring te herzien.
Artikel 8. Toetsing recht op een gesubsidieerde peuterplaats
Indien het verwachte verzamelinkomen wijzigt/is gewijzigd ten opzichte van het verzamelinkomen dat is aangegeven op de Inkomensverklaring(en) over voorgaande jaren, dient deze verklaring aangevuld te worden met documenten waaruit de hoogte van het verwachte verzamelinkomen van het betreffend subsidiejaar blijkt. Dit kunnen zijn: salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering etc. Uit de documenten dient te blijken dat de inkomenswijziging structureel is, en in ieder geval geldt voor de maand voorafgaand aan plaatsing op een peuterplaats.
Afhankelijk van of ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag, brengt de houder de kosten verschillend in rekening bij ouders:
Indien de houder conform artikel 8 heeft vastgesteld dat een ouder geen recht heeft op kinderopvangtoeslag, en daardoor een gesubsidieerde peuterplaats krijgt, stelt de houder op basis van de ingediende stukken van ouders de hoogte van het verzamelinkomen en bijbehorende ouderbijdrage vast, en brengt deze in rekening bij de ouders. Deze ouderbijdrage is gelijk aan de ouderbijdragentabel van de Belastingdienst.
Indien de houder conform artikel 8 heeft vastgesteld dat een ouder wel recht heeft op kinderopvangtoeslag, brengt de houder het maximum uurtarief kinderopvang in rekening bij de ouders. Op basis van dit bedrag kunnen ouders kinderopvangtoeslag aanvragen. Het bedrag dat na aftrek van de kinderopvangtoeslag nog betaald moet worden, is de inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Het is voor ouders die recht hebben op kinderopvangtoeslag niet toegestaan om toeslag aan te vragen voor uren die volledig bekostigd worden door de gemeente, zoals gesteld in artikel 10 lid 2.
Artikel 10. De subsidieverlening
Indien gedurende de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft voor de betreffende peuteropvanglocatie bestuursrechtelijke handhaving van kracht wordt, kan dat het herzien of intrekken van het besluit tot subsidieverlening tot gevolg hebben en kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
Artikel 11. Verantwoording subsidie
De ontvanger van een subsidie voor peuteropvang/VVE dient bij de jaarverantwoording aanvullend een, door een accountant opgesteld, assurance-rapport in omtrent de aan het college gepresenteerde inkomsten en uitgaven van de peuteropvang/VVE. Hierbij worden de inkomsten en uitgaven met betrekking tot andere producten van de houder (bijv. kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang), buiten beschouwing gelaten.
Voor de verstrekte subsidies geldt dat het college bij houder nadere gegevens kan opvragen om de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie conform de opgelegde voorwaarden te controleren. Daartoe is de houder verplicht het college desgewenst inzage te geven in diens administratie betreffende onder meer:
Artikel 12. Vaststelling subsidie
Indien gedurende of na afloop van de subsidieperiode blijkt dat niet voldaan is aan de gehanteerde voorwaarden zoals genoemd in artikel 5, dan wel de prestatie eisen zoals gesteld in de bijbehorende beschikking, heeft het college het recht de subsidie lager vast te stellen en de subsidie geheel of gedeeltelijk terug te vorderen.
Het college beslist in alle voorkomende gevallen waarin deze nadere regels niet voorzien. Daarnaast is het college bevoegd om in bijzondere gevallen gemotiveerd van deze regeling af te wijken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2020-61199.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.