Handreiking toepassing PFAS houdende grond en baggerspecie Reusel-De Mierden

Burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden,

gelet op de door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant en Omgevingsdienst Brabant Noord opgestelde handreiking;

besluiten vast te stellen:

Handreiking toepassing PFAS houdende grond en baggerspecie Reusel-De Mierden.

 

 

 

Artikel 1 Toepassingsnorm PFAS-houdende grond

  • 1.

    Om hergebruik van PFAS-houdende grond binnen gemeente Reusel-De Mierden mogelijk te maken staat de gemeente toe dat PFAS-houdende grond mag worden toegepast als deze voldoet aan de vastgestelde tijdelijke achtergrondwaarden.

 

Tabel 1: Tijdelijke lokale achtergrondwaarden PFAS in de bodem (P80) * en toepassingseisen

PFAS-verbinding

Brabant grond (0,0 - 0,50 m-mv)

(µg/ kg.d.s .)

Brabant grond

(0,50 - 2,0 m-mv)

(µg/ kg.d.s .)

Landelijk grond

(µg/ kg.d.s .)

Toepassingseis

(µg/ kg.d.s .)**

PFOS

0,9

0,6

0,9

0,9

PFOA

1,1

0,8

0,8

1,1

GenX

<0,1

<0,1

<0,1

<0,1

Overige PFAS-verbindingen

0,3

<0,1

0,8

0,8

* Voor het bepalen van de tijdelijke lokale achtergrondwaarden is uitgegaan van de niet voor organisch stof gecorrigeerde gehalten

** Als toepassingseis wordt de hoogste achtergrondwaarden aangehouden (landelijk dan wel Brabants)

 

  • 2.

    Het toepassen van PFAS-houdende grond in de bodemfunctie ‘Landbouw/Natuur’ is enkel mogelijk tot een gehalte aan PFAS die de tijdelijke lokale achtergrondwaarden niet overschrijden. Of wanneer uit bodemonderzoek blijkt dat de ontvangende bodem een hoger gehalte bevat dan de vastgestelde tijdelijke achtergrondwaarden tot een maximum van 3-7-3-3.

  •  

  • 3.

    GenX is niet opgenomen in het standaard PFAS stoffenpakket. Als uit vooronderzoek blijkt dat grond afkomstig is vanuit GenX verdacht gebied dient deze parameter meegenomen te worden in het onderzoek van de toe te passen grond.

 

Artikel 2 Grond toepassen in een grondwaterbeschermingsbied

Een toepassing van PFAS-houdende grond of baggerspecie binnen een grondwaterbeschermingsgebied dient te voldoen aan de eisen zoals gesteld in de interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

 

Artikel 3 Verspreiding baggerspecie op aangrenzend perceel

  • 1.

    Met betrekking tot het verspreiden van (onderhouds)bagger op aangrenzend perceel wordt uitgegaan van het Tijdelijk handelingskader PFAS.

  •  

  • 2.

    Het verspreiden op het aangrenzend perceel van PFAS-houdende (onderhouds)baggerspecie is toegestaan voor zover dat voor de stoffen niet zijnde PFAS binnen de regels van het Besluit bodemkwaliteit ook zou zijn toegestaan en het gehalte PFAS past bij de lokale maximale waarde voor de bodemfunctieklasse van het gebied waarin de bagger wordt verspreid.

  •  

  • 3.

    Indien de baggerspecie afkomstig is uit een onverdachte watergang, is voor wat betreft PFAS geen onderzoek noodzakelijk, maar volstaan kan worden enkele representatieve metingen.

  •  

  • 4.

    Mocht sprake zijn van een verdachte watergang, dan wel een puntbron, dient een onderzoek conform de NEN5717/ NEN5720 uitgevoerd te worden om vast te stellen of de baggerspecie geschikt is om te verspreiden op aangrenzend perceel.

 

Artikel 4 Toetsregel PFAS-gehalte in de ontvangende bodem en de toe te passen partij

De volgende toetsregel wordt gehanteerd voor het bepalen van het totale gehalten aan PFAS in de ontvangende bodem en de toe te passen partij.

 

  • 1.

    Voordat het totale gehalten aan PFAS wordt bepaald dient bij een organische stof gehalte boven de 10% eerst het gehalte aan PFAS gecorrigeerd te worden.

 

  • 2.

    Voor het bepalen van de somparameters PFOS (lineair en vertakt) en PFOA (lineair en vertakt) wordt het Tijdelijk handelingskader gevolgd. Hierbij word uitgegaan van de volgende 3 toetsingsscenario’s:

  • Indien één component van een somparameter wordt aangetoond, wordt de detectiegrens van de andere component van die somparameter (welke niet is aangetoond) vermenigvuldigd met de factor 0,7. Vervolgens wordt dit gehalte opgeteld bij het gemeten gehalte van die ene component. Dit samen vormt de somparameter.

  • Indien beide componenten gemeten worden dienen deze bij elkaar te worden opgeteld. Dit samen vormt de somparameter.

  • Indien geen van beide stoffen aanwezig zijn wordt uitgegaan van de detectielimiet <0,1 µg/kg d.s.

 

Artikel 5 Slotbepaling

Deze handreiking is geldig totdat een bodemkwaliteitskaart voor PFAS bestuurlijk is vastgesteld.

 

Aldus besloten door burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden op 28 januari 2020.

de secretaris,

mr. R.P.B.M. Brekelmans

de burgemeester,

mw. A.J.M.H. van de Ven

Naar boven