Gemeenteblad van Maastricht

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
MaastrichtGemeenteblad 2020, 48164Verordeningen



Terrasverordening gemeente Maastricht

 

DE RAAD DER GEMEENTE MAASTRICHT,

 

gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. organisatieonderdeel Veiligheid en Leefbaarheid, no. 2019.35261;

 

gelet op artikel 149 Gemeentewet;

 

BESLUIT:

 

Vaststellen van onderstaande Terrasverordening gemeente Maastricht

 

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen

 

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

 

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Terras: een buiten de besloten ruimte van de horecalokaliteit liggend deel waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken en/of eetwaren voor directe consumptie worden verstrekt.

  • b.

    Horecalokaliteit: een van een afsluitbare toegang voorziene lokaliteit, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.

  • c.

    Gevelterras: een terras uitsluitend binnen de gevelgrenzen van de horecalokaliteit en direct aansluitend aan de gevel;

  • d.

    Straatterras: een terras uitsluitend binnen de gevelgrenzen van de horecalokaliteit met een vrije doorloop langs de gevel of langs het gevelterras;

  • e.

    Pleinterras: een terras op een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen bijzondere locatie,

  • f.

    Indelingsplan: een door het College van burgemeester en wethouders vast te stellen plan dat een beknopte en feitelijke weergave vormt van de verdeling en indeling van een pleinterras tussen de aanmelders.

  • g.

    Ensembleterras: gevel-, straat- en/of pleinterrassen van verschillende horecalokaliteiten die aansluitend zijn gelegen en zijn aangewezen door het College van burgemeester en wethouders;

  • h.

    Terrasgerelateerde voorzieningen; voorzieningen die de terrasexploitaitie ondersteunen of terrasgrenzen benadrukken, zoals plantenbakken, menuborden, serveermeubels.

  • i.

    Weg:

    • 1.

      de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede de daaraan liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen;

    • 2.

      de – al dan niet met enige beperking- voor het publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor vaartuigen;

    • 3.

      de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen, die uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte toegang geven en niet afsluitbaar zijn;

    • 4.

      andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen, passages, en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten.

  • j.

    Aanmelder: een aanmelder die zich meldt als bedoeld in artikel 11.

 

HOOFDSTUK 2 De vergunning

 

 

Artikel 2 Vergunningsplicht

 

  • 1.

    Het is verboden een terras te vestigen en te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  • 2.

    Het verbod in het eerste lid geldt niet:

    • a.

      Indien het terras zich geheel op eigen (privé)grond en niet op of aan de weg bevindt en

    • b.

      Voor door de burgemeester aangewezen gevallen mits de door de burgemeester te stellen algemene regels worden nageleefd.

 

Artikel 3 Zaaksgebondenheid terrasvergunning

 

De verleende terrasvergunning is zaaksgebonden en overdraagbaar voor de duur van de verleende vergunning.

 

Artikel 4 Soorten vergunning

 

  • 1.

    Er zijn drie soorten terrassen:

    • a)

      Gevelterras

    • b)

      Straatterras

    • c)

      Pleinterras

  • 2.

    Alle drie soorten terrassen kunnen deel uitmaken van een ensembleterras.

  • 3.

    In de door de burgemeester te verlenen vergunning zal telkens worden aangegeven om welke soort terras het gaat.

  • 4.

    In afwijking van lid 1 onder a en b en lid 2 kan de burgemeester in bijzondere gevallen een vergunning verlenen voor een terras buiten de gevelgrenzen van de horecalokaliteit.

 

Artikel 5 Weigeren van de vergunning

 

De burgemeester kan een vergunning als bedoeld in artikel 2 weigeren:

  • 1).

    indien de vestiging of de exploitatie van het terras in strijd is met het geldende bestemmingsplan;

  • 2).

    de aanvrager geen vergunning op grond van art. 2.3.1.2 lid 1 APV of art. 3 Drank- en horecawet heeft;

  • 3).

    indien moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de horecalokaliteit en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het terras;

  • 4).

    indien het vestigen of exploiteren van het terras schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;

  • 5).

    indien het vestigen of exploiteren van het terras hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;

  • 6).

    indien het vestigen of exploiteren van het terras afbreuk doet aan het stedenbouwkundige beeld of aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse;

  • 7).

    indien de openbare ruimte anderszins in gebruik is;

  • 8).

    indien er meerdere belanghebbenden conflicterende aanspraak maken op de publieke ruimte ten behoeve van een redelijke verdeling;

  • 9).

    ingeval van strijd met de op grond van artikel 6 lid 5 vastgestelde nadere regels;

  • 10).

    indien de doorgang voor hulpdiensten niet is gewaarborgd;

  • 11).

    indien een ongehinderde doorgang voor weggebruikers niet is gewaarborgd;

  • 12).

    indien er vanuit de horecalokaliteit geen direct zicht is op het terras.

     

Artikel 6 Voorschriften en nadere regels

 

  • 1.

    De burgemeester kan voorschriften aan een vergunning verbinden.

  • 2.

    De vergunninghouder is verplicht om zijn pleinterras en ensembleterras zo volledig mogelijk te exploiteren. De vergunninghouder dient zijn terras gedurende de door de burgemeester in de vergunning op te nemen openingstijden op te stellen.

  • 3.

    De burgemeester kan bij evenementen, manifestaties, demonstraties of bij (infrastructurele) werkzaamheden bepalen dat het terras tijdelijk voor de duur van het evenement/de activiteit of de werkzaamheden moet worden verwijderd.

  • 4.

    Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd nadere regels vast te stellen ter zake één of meer van de in artikel 5 genoemde weigeringsgronden.

  • 5.

    Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd nadere regels vast te stellen met betrekking tot de voorschriften verbonden aan onder meer exploitatie van terrassen, het meubilair, terrasgerelateerde voorzieningen, parasols, luifels, terrasschotten, terrasverwarming en openingstijden.

     

Artikel 7 Intrekken van de vergunning

 

  • 1.

    De burgemeester trekt de vergunning in, indien:

    • a.

      blijkt dat de vergunning is verleend op basis van een onjuiste of onvolledige opgave van de gegevens;

    • b.

      door de wijze van exploitatie van het terras de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast;

    • c.

      de vergunninghouder niet langer beschikt over een vergunning op grond van de Drank- en Horecawet dan wel een vergunning op grond van artikel art. 2.3.1.2 lid 1 APV;

  • 2.

    De burgemeester kan de vergunning (tijdelijk) intrekken indien:

    • a.

      naar zijn oordeel de omstandigheden op grond waarvan de vergunning is afgegeven, zodanig zijn gewijzigd dan wel de exploitatie van het terras op een zodanige wijze plaatsvindt dat het woon- en leefklimaat in de naaste omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

    • b.

      gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;

    • c.

      gehandeld wordt in strijd met deze verordening.

 

Artikel 8 Geldigheidsduur vergunning

 

  • 1.

    De vergunningen voor een gevelterras worden voor maximaal 5 jaar verleend en gelden gedurende het hele jaar.

  • 2.

    De vergunningen voor een straatterras worden voor maximaal 5 jaar verleend en zijn geldig voor de periode van 15 februari tot de eerste dag na de kerstvakantie zoals landelijk voor regio Zuid wordt vastgesteld.

  • 3.

    De vergunningen voor een pleinterras worden voor 8 jaar verleend en zijn telkens geldig voor de periode van 15 februari tot de eerste dag na de kerstvakantie zoals landelijk voor regio Zuid wordt vastgesteld.

 

HOOFDSTUK 3 De aanvraag

 

 

Artikel 9 Indienen aanvraag

 

  • 1.

    Het indienen van een aanvraag voor een terrasvergunning is noodzakelijk indien:

    • a.

      het een terras betreft waarvoor geen vergunning is verleend, of

    • b.

      de situering of afmeting van een bestaand terras wordt verzocht te wijzigen, of

    • c.

      de geldigheidsduur van de eerder verleende terrasvergunning is verlopen.

  • 2.

    Aanvragen van een terrasvergunning geschiedt digitaal via een daartoe door de burgemeester vastgesteld aanvraagformulier.

  • 3.

    In de aanvraag wordt aangegeven voor welke soort terras de aanvraag dient.

  • 4.

    Bij de aanvraag om een terrasvergunning moeten naast de gevraagde gegevens in het aanvraagformulier de volgende gegevens aangeleverd worden:

    • a)

      een situatietekening van het terras op schaal 1:200 met details zoals bomen, parkeerplaatsen, bebouwing in de omgeving, lichtmasten. De maten van de verschillende details worden aangegeven.

    • b)

      de oppervlakte van het Terras (in vierkante meters);

    • c)

      Kleurenfoto’s van terrasmeubilair, parasols (inclusief afmetingen) en eventuele opstallen en terrasschotten,

    • d)

      Nadere informatie over de wijze van opslag van het terrasmeubilair (regulieren gedurende langere tijd),

    • e)

      Nadere informatie over de wijze waarop de directe omgeving is betrokken bij voorbereiding van de aanvraag; tenminste dient te worden overlegd een document waaruit blijkt dat:

      • i.

        de omgeving is geïnformeerd over de voorgenomen terrasexploitatie,

      • ii.

        de omgeving in de gelegenheid is gesteld om hierop te reageren en wat hiervan de resultaten zijn en

      • iii.

        hoe de aanvrager de resultaten al dan niet heeft verwerkt in zijn aanvraag.

 

HOOFDSTUK 4 Bijzondere bepalingen voor pleinterrassen

 

 

Artikel 10 Procedure verdeling en verlening pleinterrasvergunning

 

  • 1.

    Voor de pleinterrassen geldt de in deze verordening opgenomen procedure voor verlening van pleinterrasvergunningen. De bij of krachtens deze verordening gestelde regels voor (verkrijging van) een terrasvergunning gelden onverkort voor een pleinterrasvergunning. In het geval dit hoofdstuk afwijkt van de (reguliere) procedure voor aanvraag en verlening van een terrasvergunning, prevaleert hetgeen in dit hoofdstuk is bepaald.

  • 2.

    Er kunnen door het college van burgemeester en wethouders op een fysieke locatie meerdere pleinterrassen worden aangewezen. Dit zal dan zichtbaar zijn op bijlage 1 bij deze verordening. De hierna te beschrijven procedure geldt voor ieder apart aangewezen pleinterras en dient ook voor ieder apart aangewezen pleinterras te worden doorlopen.

  • 3.

    Een pleinterrasvergunning kan enkel worden verleend wanneer de horecalokaliteit van de aanvrager op het indelingsplan is geplaatst conform deze verordening.

  • 4.

    Het indelingsplan en vergunning heeft een werkingsduur van 8 jaar na vaststelling ervan door het college van burgemeester en wethouders.

 

Artikel 11 Aanmelding en vereisten voor plaatsing op het Indelingsplan

 

  • 1.

    Om op het indelingsplan te kunnen worden geplaatst, dient een digitaal verzoek te worden ingediend binnen het daarvoor bestemde aanmeldtijdvak. Wanneer men ervoor kiest zich via een digitaal verzoek aan te melden voor de procedure om op het Indelingsplan te worden geplaatst, gaat de aanmelder ermee akkoord dat hij na vaststelling van het indelingsplan door het college van burgemeester en wethouders verplicht is een aanvraag in te dienen voor een pleinterrasvergunning conform het bepaalde in deze verordening.

  • 2.

    Wanneer het college van burgemeester en wethouders de procedure om te komen tot een indelingsplan voor verlening van de pleinterrasvergunningen voor de pleinterrassen openstelt, zal zij een openbare aankondiging via de gemeentelijke website doen waarin vermeld wordt wanneer het aanmeldtijdvak waarbinnen voormeld digitaal verzoek gedaan moet worden, start en eindigt.

  • 3.

    Het aanmeldtijdvak zal niet eerder aanvangen dan 1 week nadat de openbare aankondiging is gedaan en het aanmeldtijdvak zal 4 weken duren. Een digitaal verzoek tot aanmelding wordt ingediend middels een daartoe bestemd formulier.

  • 4.

    Indien geen volledig ingevuld formulier wordt ingeleverd, wordt de aanmelder in de gelegenheid gesteld om het verzoek binnen 2 weken aan te vullen.

  • 5.

    Een verzoek tot plaatsing op het indelingsplan zal door het college van burgemeester en wethouders buiten behandeling worden gelaten in de volgende gevallen:

    • a.

      De aanmelder is niet in het bezit van een vergunning op grond van artikel 2.3.1.2. lid 1 APV of artikel 3 Drank- en horecawet;

    • b.

      De aanmelder beschikt niet over een horecalokaliteit met een eigen toiletgelegenheid voor gasten. Indien een digitaal verzoek wordt gedaan voor plaatsing op het indelingsplan met een gewenste terrasruimte van 30m2 of meer: de aanmelder beschikt niet over een horecalokaliteit met een eigen toiletgelegenheid met minimaal 2 gescheiden toiletten voor gasten.

    • c.

      De loodlijn van de gevel van de horecalokaliteit van de aanmelder die zich aanmeldt voor plaatsing op het indelingsplan van een pleinterras komt niet uit op het pleinterras. Een loodlijn is een lijn die een rechte hoek maakt met de raaklijn van de figuur waarop zij wordt neergelaten.

    • d.

      Er is wel sprake van een loodlijn als bedoeld onder c. maar de afstand van de loodlijn vanuit de voorgevel van de horecalokaliteit van de aanmelder tot aan de grens van het pleinterras bedraagt meer dan 30 meter.

    • e.

      De aanmelder verzoekt om op het indelingsplan te worden geplaatst met een gewenste terrasruimte van minder dan 20 m2. Deze voorwaarde geldt niet voor de indelingsplannen van de verschillende pleinterrassen aan het Cörversplein.

    • f.

      Het verzoek is, nadat de aanmelder op grond van lid 4 in de gelegenheid is gesteld het formulier aan te vullen, incompleet en kan derhalve niet worden beoordeeld.

  • 6.

    In het geval om welke reden dan ook geen verzoeken tot plaatsing van een horecalokaliteit op een Indelingsplan worden ontvangen of alle verzoeken buiten behandeling moeten worden gelaten door het college van burgemeester en wethouders, eindigt de procedure tot vaststelling van het indelingsplan. In dat geval verleent de raad aan het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om één of meerdere van de in lid 5 genoemde vereisten te laten vervallen en/of te verruimen en de procedure tot aanmelding opnieuw open te stellen.

  • 7.

    In het geval voor een pleinterras de ontvangen verzoeken tot plaatsing van een horecalokaliteit op het indelingsplan om welke reden dan ook niet de gehele oppervlakte van het pleinterras omvat en de dan nog beschikbare ruimte niet meer dan 5% van de gehele oppervlakte betreft, is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om deze restoppervlakte in het indelingsplan toe te delen zonder dat een nieuwe aanmeldingsprocedure (als bedoeld in artikel 11 lid 6) hoeft te worden opgestart. Bij de vaststelling van de indeling van die restoppervlakte is het college van burgemeester en wethouders bevoegd af te wijken van één of meerdere van de in lid 5 genoemde vereisten. Rekening houdend met de dan geldende vereisten vindt vervolgens toedeling van het nog niet ingedeelde deel van het pleinterras bij voorrang plaats aan de horecalokaliteit, die nog niet op het indelingsplan staat en die op de kortst mogelijke afstand van dat deel van het pleinterras is gelegen.

 

Artikel 12 Procedure om te komen tot een Indelingsplan

 

  • 1.

    Nadat het college van burgemeester en wethouders de ontvangen verzoeken tot plaatsing op het indelingsplan heeft beoordeeld, maakt zij bekend welke horecalokaliteiten van welke aanmelders op het indelingsplan gaan worden geplaatst.

  • 2.

    Vervolgens worden de bekendgemaakte aanmelders in de gelegenheid gesteld om aan het college van burgemeester en wethouders een voorstel te doen voor een indelingsplan. Een dergelijk voorstel dient binnen 2 maanden na de bekendmaking als opgenomen in lid 1 door het college van burgemeester en wethouders te zijn ontvangen.

  • 3.

    Indien binnen de daartoe gestelde termijn een voorstel door het college van burgemeester en wethouders is ontvangen, zal het college van burgemeester en wethouders toetsen of het voorstel voldoet aan de in artikel 13 opgenomen vereisten. Als dat het geval is, kan het college van burgemeester en wethouders het voorstel overnemen en het indelingsplan voor het betreffende pleinterras vaststellen.

  • 4.

    Wordt een voorstel niet of niet tijdig ontvangen, dan wel voldoet het ontvangen voorstel niet aan de vereisten als opgenomen in artikel 13 van deze verordening, dan stelt het college van burgemeester en wethouders zelf per pleinterras een indelingsplan vast met inachtneming van deze verordening.

 

Artikel 13 Vaststelling Indelingsplan door college van burgemeester en wethouders

 

  • 1.

    Het indelingsplan waarvan door de aanmelders een voorstel aan het college van burgemeester en wethouder is verzonden, voldoet aan de volgende vereisten:

    • i.

      De horecalokaliteiten van alle aanmelders die zijn opgenomen in de bekendmaking van het college van burgemeester en wethouders zijn op het indelingsplan geplaatst.

    • ii.

      Er is geen horecalokaliteit op een zodanige wijze op het indelingsplan geplaatst, dat deze het terras van een andere horecalokaliteit moet doorkruisen om vanuit zijn horecalokaliteit op zijn terras te komen.

    • iii.

      De terrasruimte van iedere horecalokaliteit op het indelingsplan is tenminste 20 m2 groot. Op het indelingsplan is de toegewezen oppervlakte in m2 van de terrasruimte van een horecalokaliteit zichtbaar.

    • iv.

      Het voorstel voor het indelingsplan is door alle aanmelders voor akkoord ondertekend.

 

  • Binnen voormelde eisen, zorgen aanmelders ervoor dat de terrasruimte van hun horecalokaliteiten op de meest logische wijze wordt ingedeeld op het indelingsplan. Daarbij dienen zij zoveel mogelijk aan te sluiten bij de volgende uitgangspunten:

    • v.

      De ligging van de horecalokaliteit van de aanmelder ten opzichte van de plaats op het indelingsplan. De terrasruimte van een horecalokaliteit is zoveel mogelijk gelegen op dat deel van het pleinterras dat is gelegen binnen of in het verlengde van de gevel van de horecalokaliteit.

    • vi.

      Voor wat betreft de afmetingen van de breedte van de terrasruimte geldt dat zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de breedte van de corresponderende horecalokaliteit van de aanmelders.

 

  • In afwijking van het voorgaande, gelden specifiek voor de pleinterrassen Cörversplein en drie zuidelijke delen van de Kesselskade enkel de volgende eisen:

    • i.

      Per pleinterras is slechts de horecalokaliteit van 1 aanmelder op het indelingsplan geplaatst.

    • ii.

      Het voorstel voor het indelingsplan is door alle aanmelders voor akkoord ondertekend.

 

  • 2.

    In het geval dat een voorstel niet of niet tijdig wordt ontvangen, dan wel wanneer het ontvangen voorstel niet voldoet aan de vereisten als opgenomen in artikel 13 lid 1 van deze verordening of wanneer het college van burgemeester en wethouders anderszins aanleiding ziet het ontvangen voorstel niet vast te stellen, dan stelt het college van burgemeester en wethouders zelf per Pleinterras een Indelingsplan vast.

    • a.

      Voor een regulier pleinterras wordt een indelingsplan vastgesteld met inachtneming van het volgende:

      • i.

        Het pleinterras wordt ten behoeve van de verdeling van beschikbare terrasruimte tussen de horecalokaliteiten van aanmelders die op het indelingsplan worden geplaatst, opgedeeld in gelijke delen waarbij de totale beschikbare terrasruimte van een pleinterras (het maximum is opgenomen in bijlage 1) wordt gedeeld door het aantal horecalokaliteiten van aanmelders dat op het indelingsplan wordt geplaatst.

      • ii.

        Aanmelders kunnen maximaal voor een gelijk deel aanspraak maken op de beschikbare terrasruimte van een pleinterras, ongeacht hoeveel m2 aan gewenste oppervlakte er door de aanmelders in het schriftelijk verzoek is opgegeven. Als er een schriftelijk verzoek is gedaan voor minder m2 dan het gelijke deel van de terrasruimte van een pleinterras, dan kan die aanmelder slechts aanspraak maken op het gewenste aantal m2 en wordt het verschil tussen het gewenste aantal m2 en het gelijke deel opnieuw evenredig verdeeld tussen eventuele andere aanmelders.

      • iii.

        Het Indelingsplan voldoet aan de uitgangspunten voor wat betreft indeling opgenomen in lid 1 van dit artikel.

    • b.

      In afwijking van het bepaalde onder a) geldt voor wat betreft de pleinterrassen, Cörversplein en Kesselskade, zuidelijke drie delen dat door het college van burgemeester en wethouders per pleinterras slechts de horecalokaliteit van 1 aanmelder op het indelingsplan wordt geplaatst, omdat het vanwege de fysieke situatie slechts mogelijk is de horecalokaliteit van 1 aanmelder op het indelingsplan te plaatsen. Daartoe zal per pleinterras een loting plaatsvinden tussen de aanmelders voor dat pleinterras door een door het college van burgemeester en wethouders daarmee te belasten notaris. In het geval een aanmelder meerdere schriftelijke verzoeken heeft ingediend om op verschillende indelingsplannen van pleinterrassen te worden geplaatst, geldt dat zodra deze aanmelder voor een willekeurig Indelingsplan is ingeloot, deze eerst weer in aanmerking komt voor plaatsing op een ander indelingsplan in het geval alle andere aanmelders die in aanmerking komen eveneens reeds voor een indelingsplan zijn ingeloot.

    • c.

      Het indelingsplan voldoet aan de uitgangspunten voor wat betreft indeling opgenomen in lid 1 van dit artikel.

 

  • 3.

    Het college van burgemeester en wethouders kan – nadat het indelingsplan is vastgesteld- tussentijds, al dan niet periodiek, het indelingsplan aanpassen met inachtneming van de procedure als opgenomen in deze verordening.

 

Artikel 14 Aanvraag pleinterrasvergunning en bijzondere weigeringsgronden

 

  • 1.

    Nadat het indelingsplan voor een pleinterras is vastgesteld, dienen er binnen 4 weken na vaststelling aanvragen te worden gedaan voor een terrasvergunning voor een pleinterras.

  • 2.

    Naast de overige in deze verordening opgenomen weigeringsgronden, kan een pleinterrasvergunning worden geweigerd in de volgende gevallen:

    • a.

      Wanneer er voor dezelfde locatie, datum en tijdstip al een terrasvergunning is verleend;

    • b.

      Het terras niet is gelegen binnen het gebied dat in bijlage 1 als Pleinterras is aangewezen;

    • c.

      De horecalokaliteit van de aanvraag niet is opgenomen op het door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde indelingsplan.

    • d.

      De aanvraag voor een terras niet overeenstemt met het aantal m2 dat voor de horecalokaliteit is voorzien in het indelingsplan.

 

HOOFDSTUK 5 Geen vergunning bij niet tijdig beslissen

 

 

Artikel 15 Geen vergunning bij niet tijdig beslissen

Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is op deze verordening niet van toepassing.

 

HOOFDSTUK 6 Straf- en opsporingsbepalingen

 

 

Artikel 16 Strafbepaling

 

Overtreding van een bij of krachtens deze verordening vastgestelde verbodsbepaling, niet nakoming van een bij of krachtens deze verordening opgelegde verplichting en niet nakoming van een of meer voorschriften aan een vergunning verbonden, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.

 

Artikel 17 Toezichthouders

 

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn, naast de bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van strafvordering aangewezen ambtenaren, belast de door de burgemeester aangewezen ambtenaren, ieder voor zover betreft de in die aanwijzing genoemde onderwerpen.

 

 

HOOFDSTUK 7 Overgangsbepaling

 

 

Artikel 18 Overgangsbepaling voor terrasvergunningen

Terrasvergunningen verleend op grond van artikel 2.1.5.1 uit de APV en die aflopen in de periode vanaf inwerkingtreding van deze verordening tot 4 januari 2021, worden geacht onder dezelfde voorwaarden waaronder ze zijn verleend door te lopen tot uiterlijk 4 januari 2021. Met ingang van deze datum vervallen deze vergunningen van rechtswege.

 

HOOFDSTUK 8 Inwerkingtreding en citeertitel

 

 

Artikel 19 Inwerkingtreding

 

Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.

 

Artikel 20 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Terrasverordening gemeente Maastricht”.

 

 

Aldus besloten door de raad der gemeente Maastricht in zijn openbare vergadering van 11 februari 2020.

De Griffier,

D. Juttten a.i.

 

De Voorzitter, 

J.M. Penn-te Strake

 

 

Toelichting bij de Terrasverordening

Algemeen

Voor u ligt de nieuwe Terrasverordening van Maastricht.

Maastricht heeft de ambitie om haar positie als motor voor de (Eu)regionale economie te versterken en de lokale kwaliteit van leven te verbeteren. Door te investeren in een duurzame ontwikkeling is en blijft Maastricht een prachtige stad om in te wonen, werken en te verblijven.

Onderdeel van deze prachtige stad waar we wonen, werken en verblijven zijn terrassen in Maastricht. Maastricht is dè stad voor de levensgenieter en dat komt mede door onze gezellige terrassen. Maastricht beleef je buiten. Onze prachtige, historische stad vormt het unieke decor om te genieten van de stad, het eten, het drinken, de bewoners, de bezoekers en elkaar.

Een terras wordt gevoerd in de openbare ruimte. Een ruimte die zeker in een compacte stad als Maastricht beperkt is. In die openbare ruimte komen vele functies samen; er wordt geleefd, gewerkt, gewoond, bezocht, beleefd, gewinkeld, genoten, gewandeld, geparkeerd en gereden met fiets of auto. De verschillende aanspraken op die openbare ruimte moeten in een goede balans met elkaar komen zodat de een of de ander niet overheerst.

Gezellige terrassen vormen een belangrijk onderdeel van onze prachtige stad. Maar terrassen en de bezoekers van de terrassen kunnen ook voor (geluids)overlast zorgen voor omwonenden. Terrassen kunnen door bezoekers als obstakel gezien worden waar men omheen of doorheen moet zien te komen. Terrassen worden geplaatst in de openbare ruimte. De gemeente draagt zorg voor de openbare ruimte. Waarborging van de openbare orde en veiligheid zijn daarbij belangrijke uitgangspunten.

Om een goede balans te kunnen creëren tussen werken en wonen zoals in de omgevingsvisie tot uiting komt, moeten bepaalde regels gelden voor terrassen. In deze Terrasverordening bieden we het juridische kader om die regels te (kunnen) stellen.

Door het scheppen van dit kader worden een aantal belangrijke zaken ten aanzien van terrasexploitatie geregeld. Eén van de belangrijkste is de vergunningsplicht. Daarmee heeft de gemeente grip op de plaatsing van terrassen in de openbare ruimte. De gemeente kan daarmee ook sturen op de inrichting van de terrassen en de ruimtelijke kwaliteit.

In principe is een vergunning van de burgemeester nodig om een terras te exploiteren. Bij het verlenen van een vergunning spelen aspecten bereikbaarheid, openbare orde en veiligheid een belangrijke rol.

 

De burgemeester heeft de bevoegdheid om in plaats van de vergunningsplicht algemene regels te stellen voor het exploiteren van een terras en om nadere voorschriften te verbinden aan de vergunning.

In de verordening zijn diverse objectieve toetsingsgronden opgenomen die een breed kader bieden om aanvragen te kunnen beoordelen. Dit toetsingskader ziet met name op de openbare orde, veiligheid en de ruimtelijke inpasbaarheid van terrassen. Deze toetsingsgronden kunnen nader worden uitgewerkt.

Regels over de wijze van exploitatie van het terras, zoals openingstijden, terrasmeubilair en terrasverwarming worden in nadere regels vastgelegd. Dit betreft regels op meer detailniveau.

Het college van burgemeester en wethouders legt die regels vast.

Het oude Terrassenbeleid was opgesteld in 2015 en omvatte regels over de herverdeling van pleinterrassen. In het beleid was reeds voorzien in een actualisering en herziening van het beleid binnen een periode van 5 jaar. Daarbij zijn er in 2019 relevante ontwikkelingen geweest in de rechtspraak die de gemeente noopt om het beleid opnieuw tegen het licht te houden.

Op onderdelen van het beleid bleek immers sprake van een spanningsveld tussen het beleid ter zake de pleinterrassen en de rechtspraak. Het gaat dan om de rechtspraak die ziet op het leerstuk van de schaarse rechten.

 

Een van de vereisten is dat mogelijke exploitanten die voldoen aan de objectieve vereisten een gelijke kans moet hebben om mee te dingen naar een plek op het plein. De gemeente is daarbij gehouden aan bepaalde regels over hoe deze vergunningen worden verdeeld zoals onder meer dat sprake moet zijn van een transparant verdelingsmethodiek.

 

De bevoegdheid tot het verlenen van een terrasvergunning was geregeld in de APV. De APV kent grenzen aan de mogelijkheid om terrassen te reguleren; met name voor wat betreft de onderwerpen die zien op de verdeling van vergunningen en de afwegingskaders. Daarbij komt dat de weigeringsgronden uit de APV ook onvoldoende grondslag bieden om herverdeling van de pleinterrassen, zoals de regelgeving voorschrijft, in goede banen te leiden. Daarnaast is gebleken dat ook in andere kwesties (die niet over herverdeling gaan) de weigeringsgronden zoals opgenomen in de APV te beperkend zijn.

 

Om een goede integrale afweging te maken of ergens wel of geen terras kan worden geëxploiteerd, is een breder toetsingskader gewenst. Een kader dat breder is dan het kader zoals opgenomen in de huidige APV.

 

Om een sluitend afwegingskader te realiseren, is gekozen om regels over terrassen in de vorm van een specifieke, op maat van de gemeente Maastricht geschreven, verordening vast te leggen.

Daarnaast biedt een verordening meer mogelijkheid om maatwerk toe te passen/flexibiliteit te betrachten.

 

De vaststelling van een Terrasverordening behoort op grond van de Gemeentewet tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.

 

In de Terrasverordening wordt uitgebreid ingegaan op regels rondom de vergunningverlening van terrassen en meer specifiek de herverdeling van pleinterrassen.

 

Voor de verlening van de pleinterrassen bevat de Terrasverordening een uitgebreide procedurebeschrijving. Deze is noodzakelijk vanwege de conflicterende belangen van mogelijke exploitanten die mogelijk aanspraak kunnen maken op een plek op een plein in combinatie met de beperkt aantal beschikbare vierkante meters op een plein. Door deze conflicterende belangen ontstaat de situatie dat de pleinterrasvergunning op grond van het huidige beleid een schaarse vergunning is.

 

Aan de verdeling van schaarse vergunningen zijn vanuit de jurisprudentie bepaalde eisen gesteld, welke eisen zijn betrokken bij het opstellen van deze verordening.

 

Bij de procedure rondom de herverdeling van pleinterrassen worden bepaalde stappen voorgesteld.

Die stappen zijn als volgt.

 

Stap 1. WAAR?

Ten eerste is vastgesteld op welke locaties/pleinen (dus WAAR) sprake is van een pleinterras, zijnde een terras op een daartoe specifiek aangewezen bijzondere locatie. Deze pleinen zijn voor wat betreft de terrasgrenzen vastgelegd en is de totale voor terrasexploitatie beschikbare oppervlakte vastgelegd. Daarbij is uiteraard rekening gehouden met de doorgang van hulpdiensten.

De pleinen waar het thans om gaat zijn: Onze Lieve Vrouweplein, Sint Amorsplein, Kakeberg/Tongersestraat, Kesselskade, Cӧrversplein en pleintje onder de Klok in Wyck.

 

Stap 2. WIE?

Vervolgens is bepaald aan welke eisen (dus WIE) de mogelijke exploitant moet voldoen om in aanmerking te komen voor een plek op het te verdelen plein.

De voorliggende Terrasverordening gaat uit van de volgende limitatieve eisen:

  • de exploitant moet in bezit zijn van een Drank- en Horecavergunning (natte horeca) of een horecaexploitatievergunning (droge horeca), en

  • de exploitant moet voor wat betreft de toiletvoorzieningen voldoen aan de regels uit de APV voor de horecaexploitatievergunning, te weten het hebben van een eigen toiletvoorziening voor gasten, indien de exploitant een terras wil van 30 m2 of meer dan dient de exploitant te beschikken over minimaal 2 gescheiden toiletten en

  • de exploitant moet aan het plein liggen. Dit wordt concreet gemaakt door de voorwaarde op te nemen dat een loodlijn vanuit de voorgevel van de horecalokaliteit op het te verdelen pleinterras moet uitkomen. Een loodlijn is een lijn die een rechte hoek maakt met de raaklijn van de figuur waarop zij wordt neergelaten. De loodlijn is maximaal 30 meter.

  • en

  • de vierde eis is dat een exploitant minimaal 20 m2 terras moet en wil exploiteren, zodat er geen al te kleine terrassen op het plein komen.

 

Stap 3. HOE?

Tot slot is in de verordening de wijze van verdeling (dus HOE) van de beschikbare vierkante meters (uitkomst stap 1) over de gegadigden (uitkomst stap 2) geregeld.

  • c).

    In de verordening is opgenomen dat de mogelijke exploitanten, die hun interesse kenbaar hebben gemaakt en voldoen aan de eisen, eerst zelf de mogelijkheid krijgen om met een eigen indelingsplan te komen. Dat indelingsplan is een van de toetsingsgronden voor een aanvraag voor een terrasverordening. De mogelijke exploitanten kunnen een indelingsplan opstellen en vaststellen. Als unaniem en binnen 4 weken een indelingsplan is opgesteld dan wordt dit door de gemeente als indelingsplan overgenomen.

  • d).

    Lukt dit niet dan zal het college van burgemeester en wethouders op basis van op voorhand kenbaar gemaakte criteria een indelingsplan maken. Uitgangspunten daarbij zijn (1) dat de beschikbare vierkante meters in gelijke delen wordt verdeeld over het aantal gegadigden en (2) bij het indelingsplan, zo veel als mogelijk, rekening wordt gehouden met de loodlijn van de gevel op het plein zodat een logische verbinding ontstaat tussen het terras en bijbehorende horecalokaliteit. Het delen in gelijke delen geldt voor de pleinen: Onze Lieve Vrouweplein, Sint Amorsplein, Kakeberg/ Tongersestraat, Pleintje onder de Klok (Wyck) en op de Kesselskade de delen Noord en Midden. Op het Cӧrversplein en het zuidelijke deel van de Kesselskade (aan de kant van de Sint Servaasbrug) is het niet mogelijk het terras in gelijke delen te verdelen gezien de fysieke indeling op de betreffende locaties. Er bestaan op deze pleinen hoogteverschillen zodat er een natuurlijke fysieke afbakening is ontstaan tussen onderlinge delen. Deze worden in stand gelaten. Daarom geldt voor enkel die twee pleinen als verdelingssystematiek een loting via een notaris. De horecalokaliteit(en) met een loodlijn op dat deel van het plein doet mee met de loting. Een horecalokaliteit mag pas voor de tweede keer meedoen met de loting als alle gegadigden een plek via loting hebben bemachtigd.

 

Uiteraard bevat de verordening ook de nodige gebruikelijke bepalingen (begripsomschrijvingen, overgangsrecht etc.). In het navolgende volgt voor zover nodig een toelichting per artikel.

Artikelsgewijze toelichting

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • a.

    Terras: een plek in de openbare ruimte, waar je kan zitten en waar je tegen betaling kan eten of drinken, waar je in de zon kan zitten en waar je afhankelijk kan zijn van weersomstandigheden. Een van de genietplekjes, waar je Maastricht buiten beleefd.

  • b.

    Horecalokaliteit; in deze verordening is gekozen voor de term horecalokaliteit. Dit sluit aan bij het begrip horecalokaliteit uit de Drank- en Horecawet. Met horecalokaliteit wordt de binnenruimte van de horecagelegenheid bedoeld. Onder de definitie zoals in de Terrasverordening valt naast de horecalokaliteit uit de Drank- en Horecawet ook de lokaliteit die dranken en spijzen bereidt of verstrekt zonder Drank- en horecavergunning (de zogenaamde droge horeca welke moet beschikken over een exploitatievergunning op grond van de APV). Onder horecalokaliteit in de Terrasverordening wordt in ieder geval verstaan een restaurant, café, broodjeszaak, snackbar of een discotheek.

  • c.

    Gevelterras: een terras dat zich direct aan de gevel van de horecalokaliteit bevindt. Meestal ligt het gevelterras aan de voorkant van de lokaliteit.

  • d.

    Straatterras: een voorbeeld van een straatterras zijn de terrassen aan het Vrijthof aan de oostzijde. Vanaf de horecalokaliteit staat eerst een gevelterras, vervolgens is er een looppad en daarna tot aan de straat staat het straatterras.

  • e.

    Pleinterras: bij deze verordening zijn de volgende pleinen als pleinterras aangemerkt: Onze Lieve vrouweplein, Cörversplein, Kakeberg/Tongersestraat, Sint Amorsplein en Kesselskade. Het grote verschil met de straatterrassen is dat vanuit de horecalokaliteit en eventueel het gevelterras gezien een weg loopt met gemotoriseerd en/of fietsverkeer tussen horecalokaliteit en het pleinterras. De pleinterrassen worden limitatief geregeld.

  • f.

    Indelingsplan: een plattegrond waarop aangegeven staat waar welke aanmelder op het plein een terras gaat exploiteren. Het Indelingsplan wordt volgens de regels van hoofdstuk 4 opgesteld en door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. Dat plan is n van de toetsingsgronden voor een aanvraag voor een terrasvergunning.

  • g.

    Ensembleterras: ensembleterrassen zijn terrassen van horecalokaliteiten die naast elkaar liggen. Ensemblesterrassen staan op het Vrijthof Oost, Vrijthof Noord, Vrijthof West, Onze Lievevrouweplein, Bassin, Corversplein, Markt Noord, Markt Zuid, Kesselskade, Patielstraat en Sint Amorsplein. Voor deze terrassen gelden regels die samenhang en samenwerking benadrukken.

  • h.

    Terrasgerelateerde voorzieningen: voorzieningen die zijn gekoppeld aan het terras en ook inherent zijn aan het gebruik als terras.

  • i.

    Weg: dezelfde definitie als artikel 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening Maastricht. Deze definitie omvat meer dan wat men in het dagelijkse spraakgebruik onder de weg verstaat; zo vallen alle parken, stoepen en portieken die voor publiek toegankelijk zijn ook onder deze definitie.

  • j.

    Aanmelder: degene die zich aanmeldt om in aanmerking te komen voor een plaats op een plein om ter plaatse een terras te exploiteren.

     

HOOFDSTUK 2 DE VERGUNNING

 

 

Artikel 2 Vergunningsplicht

In principe is een vergunning van de burgemeester nodig om een terras te exploiteren.

De vergunningsplicht is nodig om te kunnen sturen op het verlenen van vergunningen. Daarbij wordt gelet op openbare orde, veiligheid, bereikbaarheid en ruimtelijke inpasbaarheid.

De burgemeester krijgt de bevoegdheid om in plaats van de vergunningsplicht algemene regels te stellen voor het exploiteren van een terras.

Er is tevens geen vergunning op grond van de verordening nodig voor een terras dat zich geheel op privé eigendom bevindt en niet op de weg.

Uitgesloten van de vergunningsplicht is daardoor een terras op bijvoorbeeld een (afgesloten) binnenplaats of plaats die enkel bereikbaar is via een inrichting. Dus wanneer de bezoeker het terras enkel kan bereiken als deze door de horecalokaliteit moet. Er is dan geen terrasvergunning nodig omdat dat gedeelte onderdeel uitmaakt van de horecalokaliteit. Eisen over onder andere geluid die zijn gesteld vanuit de Wet Milieubeheer en het Activiteitenbesluit blijven van toepassing.

Voor een terras op privégrond dat direct toegankelijk is voor bezoekers blijf op grond van de verordening een vergunning vereist, zoals bijvoorbeeld een park of een tuin, die openbaar toegankelijk zijn voor derden maar eigendom is van bijvoorbeeld de horecaexploitant of een derde. Een ander voorbeeld van privégrond die rechtstreeks toegankelijk is vanaf de openbare weg is bijvoorbeeld een portiek of een voortuin.

 

Artikel 3 Zaaksgebondenheid terrasvergunning

Een terrasvergunning kan worden overgedragen aan de opvolgende ondernemer. De vergunning is daarmee gekoppeld aan de locatie. De vergunning en de daarin verbonden voorwaarden en voorschriften zien dan ook op de locatie (afmetingen, legging, openingstijden etc.).

 

Artikel 4 Soorten terrassen

Lid 1 t/m 3 Er zijn drie soorten terrassen. Die indeling is nodig om te komen tot een passend systeem van vergunningverlening. Voor een toelichting op de soorten terrassen wordt verwezen naar de begripsomschrijvingen. Voor wat betreft de pleinterrassen is gekozen voor een systeem waarbij die op voorhand op een kaart worden aangewezen.

Lid 4. In principe worden enkel terrasvergunningen verleend voor de ruimte in het verlengde van de gevelgrenzen van de horecagelegenheid. In bijzondere gevallen kan de burgemeester hiervan afwijken. Die bijzondere gevallen zijn afhankelijk van plaats en tijd.

Bij bijzondere gevallen kan gedacht worden aan terrassen bij bijzondere evenementen, waarbij bijvoorbeeld door wegafsluitingen de openbare ruimte anders wordt gebruikt en dus tijdelijk meer ruimte nodig en/of beschikbaar is voor terrasvoering.

Bij evenementen heeft de burgemeester op grond van artikel 6 onder lid 3 tevens de mogelijkheid om te bepalen dat een terras moet worden verwijderd, als dat in het kader van de organisatie van dat evenement in de weg staat.

Een ander bijzonder geval is dat om wat voor reden dan ook een terras dat valt binnen een ensemble – om welke reden dan ook – tijdelijk niet kan worden geëxploiteerd. Er valt als het ware een gat in de normaal gesproken aansluitende terrassen. Voor die gevallen is er een mogelijkheid gecreëerd voor de burgemeester om het gat op te vullen door een (tijdelijke) vergunning te verlenen. Daarbij zal zoveel als mogelijk overleg plaatsvinden met de vergunninghouder.

 

Artikel 5 Weigeringsgronden van de vergunning

In de Terrasverordening zijn de objectieve weigeringsgronden opgenomen. Door deze weigeringsgronden kan een goede integrale afweging worden gemaakt of een terras op die plek wenselijk is. De weigeringsgronden zijn geformuleerd als facultatieve weigeringsgronden. Dat houdt in dat de burgemeester de aanvraag voor een terrasvergunning kan weigeren op basis van een of meerdere gronden. Het gaat om een discretionaire bevoegdheid van de burgemeester en daarbij zal een afweging van belangen moeten plaatsen. De uitkomst van die afweging wordt terughoudend getoetst door een rechter.

 

Door het opnemen van een limitatieve lijst van weigeringsgronden wordt een brede integrale afweging gemaakt en kan maatwerk worden geleverd. De weigeringsgronden zijn in algemene termen opgenomen.

Het college van burgemeester en wethouders hebben op grond van artikel 6 lid 4 van de Terrasverordening de mogelijkheid om in nadere en concretere regels duidelijker aan te geven wat wel en niet wordt vergund.

 

Ter toelichting op de gronden voor toetsing van een aanvraag om een terrasvergunning.

Lid 1. Indien het bestemmingsplan (en of een ander ruimtelijk besluit) een terras niet mogelijk maakt kan geen terrasvergunning worden verleend. Dit geeft de zekerheid aan de horecaondernemer dat hij met een terrasvergunning in de hand daadwerkelijk terrasexploitatie kan voeren. Tevens geeft dit de zekerheid dat een terras enkel wordt geëxploiteerd indien dat planologisch is toegestaan.

Lid 2. Een terrasvergunning wordt alleen verleend aan een horecaondernemer die in bezit is van een zogenaamde droge of een natte horecavergunning. Er wordt geen terras vergund bij zaken waar horeca een ondersteunende factor is, zoals bij winkelondersteunende horeca. In die zin wordt de mogelijkheid van een terras gekoppeld aan inrichtingen die in hoofdzaak een horecafunctie hebben.

Lid 3. Deze grond biedt mogelijkheid om bijvoorbeeld in een woonwijk een terrasvergunning niet te verlenen als het terras volgens de aanvraag tot 02:00 uur openblijft.

Lid 4. Deze weigeringsgrond is overgenomen uit de weigeringsgrond uit de Algemene Plaatselijke Verordening van Maastricht artikel 2.1.5.1 lid 5 onder a, die voorheen gold voor de terrasvergunning. Het gaat onder meer om het waarborgen van de openbare orde en veiligheid.

Lid 5. Om de welstandseisen in Maastricht te borgen staan in de door de gemeenteraad vastgestelde welstandsnota eisen ten aanzien van het uiterlijk van terrassen. Die eisen worden gekoppeld aan de terrassen door het opnemen van een weigeringsgrond in de Terrasverordening.

Lid 6. Monumenten verdienen bescherming en dat is ook vertaald in de Terrasverordening. Op basis van deze weigeringsgrond is het mogelijk om een aanvraag te weigeren als een terras voor een monument wordt geplaatst of op andere wijze niet past in een historische stad als Maastricht.

Lid 7. De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte. Om te waarborgen dat de openbare ruimte op de gewenste wijze wordt gebruikt, wordt in de verordening een bepaling opgenomen die dit moet waarborgen. Dubbel- en of strijdig gebruik moet worden voorkomen.

Als op de plaats waar de horecaondernemer terras wil voeren de openbare ruimte anderszins in gebruik is, heeft de burgemeester een mogelijkheid om de vergunningaanvraag te weigeren. Dit is bijvoorbeeld het geval als op de plek waar de ondernemer/ vergunningaanvrager een terras wil, fietsenstallingen staan, een parkeerplaats is of een bushokje staat. Een terras maakt gebruik van de openbare ruimte zoals die is.

Lid 8. Uitgangspunt is dat de ruimte wordt verdeeld. Er ontstaan situaties waarin voor een bepaalde ruimte meerdere gegadigden zijn. Om te voorkomen dat een vergunning voor een locatie aan meerdere gegadigden moet worden verleend is een cumulatiebepaling opgenomen.

Een aanvraag kan worden geweigerd als er meerdere horecalokaliteiten aanspraak willen maken op de plek. Voor aangewezen pleinterrassen is een speciale regeling opgenomen voor conflicterende aanspraken. Voor de overige gevallen is deze weigeringsgrond opgenomen in het uitzonderlijke geval dat er sprake is van een conflicterende aanspraak.

Lid 9. Indien het terras anders wordt geëxploiteerd dan op de wijze als vastgelegd in de nadere regels die het college van burgemeester en wethouders kan vaststellen ten aanzien van terrasmeubilair, terrasgerelateerde voorzieningen, parasols enzovoorts.

Lid 10. De doorgang van brandweer, politie en ambulance moet ten alle tijden worden gewaarborgd. In het kader van de veiligheid en bereikbaarheid is dat van groot belang. Om dat belang te kunnen waarborgen is een specifieke weigeringsgrond opgenomen. Een terras kan niet worden geplaatst op een plek waar dat die doorgang niet wordt gewaarborgd.

Lid 11. De ongehinderde doorgang van andere weggebruikers moet worden gewaarborgd. Dit is niet overal hetzelfde. In straat met voornamelijk winkels zoals de Grote Staat zijn terrassen ongewenst en is de doorgang niet gewaarborgd. Op toegangswegen naar de binnenstad kan een ongehinderde doorgang een breder gebruik van het trottoir vereisen dan in straten in het voetgangersgebied. In het kader van het belang van inclusie en de naleving van het VN-verdrag van de rechten van personen met een handicap moet de doorgang worden gewaarborgd voor bijvoorbeeld mensen in een rolstoel.

Lid 12. De gemeente eist dat er vanuit de horecalokaliteit direct zicht is op het terras omdat zij in het kader van de openbare orde en veiligheid vindt dat de ondernemer in moet kunnen grijpen op het terras als daar wat gebeurt. Uiteraard is het voor de ondernemer ook van belang dat er direct zicht is; om gasten en bezoekers van het terras snel te bedienen. Direct zicht ontstaat niet door technische hulpmiddelen (camera’s) of door continu personeel op het terras aanwezig te laten zijn.

Het systeem is dat er meerdere weigeringsgronden zijn. Als aan of meer weigeringsgronden wordt voldaan, kan de aanvraag om een terrasvergunning worden geweigerd.

 

Artikel 6 Voorschriften en nadere regels

Lid 1. Aan de vergunning kunnen nadere voorschriften worden verbonden. Die voorschriften liggen in lijn van de verleende vergunning en zijn daaraan gekoppeld.

Lid 2. Bij pleinterrassen en ensembleterrassen zorgt de gezamenlijkheid en de aangesloten terrassen voor een aantrekkelijk beeld om het terras te bezoeken. Opgestapelde stoelen naast een ander terras doet afbreuk aan het beeld van terrassen. Daarom is deze verplichting opgenomen.

Lid 3. Bij evenementen of wanneer (infrastructurele) werkzaamheden worden uitgevoerd is terrasvoering niet altijd mogelijk. De vergunning wordt verleend onder de voorwaarde dat in die gevallen het terras moet worden verwijderd gedurende de periode van het evenement (eventueel inclusief op- en afbouw van het evenement) of gedurende de werkzaamheden. Bijvoorbeeld als tijdens een huldiging van een unieke sportprestatie door een Maastrichtenaar een feest wordt georganiseerd, kan het zijn dat terrassen tijdelijk moeten wijken.

Lid 4. De open normen in de weigeringsgronden kunnen in nadere regels worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Hierbij gaat het om de nadere invulling van bijvoorbeeld gebieden. In bepaalde straten is vanwege de vele winkels minder gewenst om terrassen te voeren, terwijl in andere straten terrassen juist meer de overtoon voeren. Met de open normen in de weigeringsgronden kan invulling worden gegeven aan de wens van de horecaondernemers voor gebiedsdifferentiatie en maatwerk.

De nadere regels geven de bewoners en ondernemers meer duidelijkheid. Door de bevoegdheid tot het nader regelen bij het College van burgemeester en wethouders neer te leggen wordt geborgd dat een integrale afweging gemaakt wordt en een juiste balans ontstaat tussen flexibiliteit en zekerheid voor de horecaondernemers. Deze regels worden in de loop van 2020 opgesteld.

Lid 5. Het college van burgemeester en wethouders is daarnaast bevoegd nadere regels te stellen ten aanzien van de wijze van exploitatie. Het gaat dan over regels ten aanzien van meubilair, parasols, luifels, terrasverwarming, openingstijden enz. Met deze bevoegdheid wordt geborgd dat een integrale afweging gemaakt wordt en een juiste balans ontstaat tussen flexibiliteit en zekerheid voor de horecaondernemers. Deze regels worden in de loop van 2020 in afstemming opgesteld.

 

Artikel 7 Intrekking van de vergunning

De verlening van een terrasvergunning betekent dat men beschikt over een vergunning om – voor bepaalde tijd – een terras te exploiteren. Uiteraard betekent verlening van die vergunning niet dat er geen redenen kunnen zijn om een vergunning tussentijds in te trekken. Om die reden is in de verordening ook – evenals in de APV – de mogelijkheid geboden om een vergunning in te trekken op basis van een of meerdere gronden.

Het intrekken van de vergunning betekent overigens nog niet dat het terras daarmee ook feitelijk is gesloten is. Intrekking betekent dat het terras geëxploiteerd wordt zonder vergunning en dat is op grond van artikel 2 van deze verordening verboden is. Dit biedt een grondslag voor handhavend optreden.

Lid 1. Hierin zijn de gronden opgenomen waarbij de vergunning wordt ingetrokken indien aan een of meerdere gronden wordt voldaan; het betreft imperatieve weigeringsgronden. De gronden spreken voor zich.

Lid 2. Weigeringsgronden waarbij de vergunning kan worden ingetrokken; het gaat hier om facultatieve weigeringsgronden waarbij een bredere belangenafweging zal plaatsvinden.

 

Artikel 8 Geldigheidsduur van de vergunning

De rechtspraak inzake de schaarse rechten heeft ook betekenis voor de duur van een terrasvergunning. Die duur mag in principe niet onbeperkt zijn. Op basis van de rechtspraak is gezocht naar een duur die aansluit bij de aard en het karakter van de terrasvergunning.

Alle terrasvergunningen worden verleend voor een periode van 5 jaar, met uitzondering van die voor de pleinterrassen, die gelden voor 8 jaar. Dit geeft een goede balans tussen zekerheid voor de ondernemer en de mogelijkheden om bij herinrichting van de openbare ruimte andere keuzes te maken.

Gevelterrassen mogen gedurende de looptijd van de vergunning het hele jaar door worden uitgezet en geëxploiteerd.

 

Voor straat- en pleinterrassen geldt dat deze niet mogen worden uitgezet en geëxploiteerd in een bepaalde, korte, periode (vanaf de eerste maandag na de kerstvakantie tot 15 februari). Deze periode geldt als een periode waarin tijdelijk geen straat- en pleinterrassen aanwezig zijn. Dat biedt de stad ook even rust in het straatbeeld en het gebruik, van de openbare ruimte.

 

HOOFDSTUK 3 DE AANVRAAG

Artikel 9 Indienen van de aanvraag

Lid 1. Een aanvraag voor een terrasvergunning moet worden gedaan a) voor een nieuw terras, b) als iets verandert in situering of afmeting of c) als de geldigheidsduur verloopt (zoals bepaald in artikel 8; na 5 jaar).

Lid 2. Een aanvraag wordt middels een aanvraagformulier ingediend. Dat aanvraagformulier wordt door de burgemeester vastgesteld. De aanvraag kan digitaal worden ingediend.

Lid 3. In de aanvraag wordt aangegeven of het een gevel-, straat- en/of ensembleterras is.

In de aanvraag wordt dus door de aanvrager aangegeven welk terras men wenst te exploiteren. De aanvraag wordt ook als zodanig in behandeling genomen.

Lid 4. Bij de aanvraag moeten een aantal gegevens worden ingeleverd zoals genoemd in lid 4.

 

HOOFDSTUK 4 BIJZONDERE BEPALINGEN VOOR PLEINTERRASSEN

Algemeen

 

Voor wat betreft de pleinterrassen geldt dat is voorzien in een op maat ontwikkeld regime voor het verlenen van vergunningen. Dat heeft onder meer te maken met de verdeling van de schaarse ruimte en anderzijds met de specifieke eigenschappen van een pleinterras.

 

Het gaat met name om de verdeling van het beschikbare plein en het opstellen en vaststellen van een indelingsplan.

 

Uitgangspunt is dat is gekozen voor een systeem waarbij een indelingsplan als basis gaat dienen voor de toetsing van aanvragen en de verlening van vergunningen. Voor het kunnen verkrijgen van een terrasvergunning voor een pleinterras is in ieder geval vereist dat de aanvraag moet zijn gehonoreerd door plaatsing op het indelingsplan. Plaatsing op het indelingsplan betekent overigens niet dat ook automatisch vergunning kan worden verleend.

Een aanvraag voor een vergunning zal immers ook aan andere gronden voor verlening van een vergunning worden getoetst.

Voor wat betreft het indelingsplan is gekozen voor een systeem waarbij eerst de mogelijkheid wordt geboden aan de aanvragers om zelf een indelingsplan vast te stellen. Een aanvrager zal moeten voldoen aan een beperkt aantal minimumeisen. In het geval de aanvrager er zelf niet uitkomen, zal het opstellen van het indelingsplan door het college plaatsvinden. Het indelingsplan zal altijd worden vastgesteld door het college aangezien dat plan een van de toetsingsgronden is voor verlening van vergunning. Daarvoor is vereist dat sprake is van een vastgesteld indelingsplan.

Voor wat betreft de wijze van totstandkoming van het indelingsplan (lees: het maken van de indeling) gelden objectieve criteria die ook een indeling mogelijk moet maken die past binnen de wettelijke kaders.

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 10 procedure verdeling en verlening Pleinterrasvergunning

Lid 1. Hoofdstuk 4 bevat de procedure voor de verdeling en verlening van een pleinterrasvergunning. Al hetgeen in dit hoofdstuk is beschreven, is aanvullend ten opzichte van hetgeen is bepaald in de overige hoofdstukken van de Terrasverordening. Waar in hoofdstuk 4 van de rest van de Terrasverordening wordt afgeweken, geldt hoofdstuk 4.

Lid 2. Het college heeft de bevoegdheid om een pleinterras als bedoeld in artikel 1 van de verordening aan te wijzen. De pleinterrassen zullen bij de verordening worden gevoegd. De verdeelprocedure uit hoofdstuk 4 geldt voor ieder pleinterras afzonderlijk.

Lid 3. Hier komt naar voren dat een terrasvergunning voor een pleinterras in beginsel slechts kan worden verleend aan aanvrager wiens Horecalokaliteit op het Indelingsplan is geplaatst.

Lid 4. Het Indelingsplan (en vergunning) heeft een werkingsduur van 8 jaar na vaststelling ervan door het college van burgemeester en wethouders.

 

Artikel 11 Aanmelding en vereisten voor plaatsing op het Indelingsplan

Lid 1. Binnen het daartoe bestemde aanmeldtijdvak dient een digitaal verzoek te worden ingediend door iedere partij wiens Horecalokaliteit hij graag op het betreffende Indelingsplan wil hebben geplaatst. Door een digitaal verzoek in te dienen, gaat de aanmelder ermee akkoord dat hij verplicht is om conform het bepaalde in de verordening tevens – na vaststelling van het Indelingsplan- een terrasvergunning aan te vragen.

Lid 2. Alleen het college van burgemeester en wethouders kan de procedure om tot een Indelingsplan te komen starten. Dit gebeurt door het doen van een openbare aankondiging op de website van de gemeente Maastricht. Uit die aankondiging zal blijken wat het aanmeldtijdvak is waarbinnen het digitale verzoek tot aanmelding gedaan dient te worden.

Lid 3. Het aanmeldtijdvak zal 4 weken beslaan. Het zal starten tenminste 1 week nadat op de website van de gemeente de openbare aankondiging is geplaatst. Er zal op de website een digitaal formulier ter beschikking worden gesteld, dat dient te worden gebruikt voor het digitale verzoek.

Lid 4. Mocht het tijdig ingediende formulier niet volledig zijn, dan wordt de aanmelder in de gelegenheid gesteld om binnen 2 weken het verzoek aan te vullen.

Lid 5. Een digitaal verzoek tot plaatsing op het Indelingsplan wordt buiten behandeling gelaten in de gevallen als in lid 5 omschreven.

Lid 6. In dit lid verleent de Raad aan het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om de vereisten om in aanmerking te komen om op een Indelingsplan te worden geplaatst, te wijzigen indien om welke reden dan ook geen verzoeken tot plaatsing op het Indelingsplan van een bepaald pleinterras worden ontvangen, of alle verzoeken buiten behandeling moeten worden gesteld.

Lid 7. Er kan zich een situatie voordoen waarin de ontvangen aanmeldingen (die moeten voldoen aan de daaraan te stellen eisen) niet het gehele oppervlakte van het terrasterrein omvatten. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn indien voor een bepaald gedeelte van het terras geen aanmelding wordt ingediend of kan worden ingediend. De oorzaak hiervoor kan zijn gelegen in de eisen die worden gesteld aan aanvragen voor plaatsing op het indelingsplan.

Het is echter wenselijk dat alle beschikbare ruimte voor terras ook feitelijk door een terras kan worden ingevuld. Om te waarborgen dat dit ook het geval is, wordt voorzien in een specifieke regeling. Die regeling kan enkel worden toegepast in de situatie dat alle aanmeldingen zijn ontvangen maar desondanks blijkt dat die aanmeldingen niet het gehele plein omvatten. Voor het geval deze specifieke situatie zich voordoet, wordt voorzien in de mogelijkheid om een of meerdere eisen aan te passen. Bij het overblijven van ruimte – nadat alle aanmeldingen zijn binnengekomen – op het terras kan tevens worden gekozen om niet opnieuw de procedure voor een indelingsplan open te stellen maar de overblijvende ruimte toe te delen. Bij deze toedeling kunnen dan horecalokaliteiten worden betrokken die eerder niet voldeden aan de eisen. De toedeling van de overgebleven ruimte vindt dan plaats aan de horecalokaliteit die voldoet aan de aangepaste eisen en op de kortst mogelijke afstand ligt van het deel van het pleinterras dat nog niet was ingevuld.

 

Artikel 12 Procedure om te komen tot een Indelingsplan

Lid 1. Na het verstrijken van het aanmeldtijdvak en het beoordelen door het college van burgemeester en wethouders van de digitale verzoeken om op het Indelingsplan te worden geplaatst, zal bekend worden gemaakt welke Horecalokaliteiten van welke aanmelders op het Indelingsplan zullen worden geplaatst.

Lid 2. Bekendgemaakte aanmelders mogen gedurende 2 maanden een voorstel doen aan het college van burgemeester en wethouders voor een Indelingsplan van een pleinterras.

Lid 3. Het college van burgemeester en wethouders zal een tijdig ontvangen voorstel toetsen aan de in artikel 13 van de verordening opgenomen vereisten. Wordt aan de eisen voldaan, dan kan het college van burgemeester en wethouders het voorstel overnemen en het Indelingsplan conform vaststellen.

Lid 4. Wordt niet binnen de gestelde periode een voorstel ontvangen of voldoet het voorstel niet aan de vereisten van artikel 13, dan stelt het college van burgemeester en wethouders zelf een Indelingsplan vast met inachtneming van deze verordening.

 

Artikel 13 Vaststelling Indelingsplan door college van burgemeester en wethouders

Lid 1. Hier is bepaald aan welke eisen een voorstel van de aanmelders voor een Indelingsplan dient te voldoen. i) Alle Horecalokaliteiten van bekendgemaakte aanmelders zijn op het Indelingsplan geplaatst, ii) Een Horecalokaliteit dient niet dusdanig op het Indelingsplan te zijn geplaatst, dat hij een ander terras moet doorkruisen om op zijn eigen terras te komen, iii) het terras van alle Horecalokaliteiten is tenminste 20m2 groot. Ook dient iv) het voorstel voor het Indelingsplan door alle aanmelders voor akkoord te zijn ondertekend.

Binnen de eisen als onder i) tot en met iv) genoemd, hebben aanmelders bovendien de verplichting om de terrasruimte van hun Horecalokaliteiten op de meest logische wijze in te delen op het Indelingsplan. Daarbij dienen zij zoveel mogelijk aan te sluiten bij een tweetal uitgangspunten (v) en vi)), namelijk ten eerste de ligging van de terrasruimte ten opzichte van de Horecalokaliteit van de aanmelder. Ten tweede is dat het uitgangspunt dat de breedte van de terrasruimte zoveel mogelijk moet aansluiten bij de breedte van de corresponderende Horecalokaliteit van de aanmelders.

Voor de pleinterrassen Corversplein en Kesselskade gelden slechts 2 eisen. Daar geldt i) dat per pleinterras slechts 1 aanmelder op het Indelingsplan is geplaatst en ii) het voorstel voor het Indelingsplan door alle aanmelders voor akkoord is ondertekend.

Lid 2. In het geval het college van burgemeester en wethouders zelf een Indelingsplan voor een pleinterras vaststelt, gebeurt dat met inachtneming van de voorwaarden als in dit lid omschreven.

Ad a). Als verdeelsystematiek voor een regulier pleinterras is er gekozen voor een evenredige verdeling van de beschikbare terrasruimte over de bekendgemaakte aanmelders. Gezien de systematiek die in dit lid wordt beschreven kan enerzijds het resultaat zijn dat er minder m2 aan terrasruimte wordt toegekend aan een Horecalokaliteit van een bekendgemaakte aanmelder dan er door die aanmelder in het digitaal verzoek is opgenomen. Anderzijds geldt dat een aanmelder nooit meer terrasruimte kan krijgen toegewezen dan er in het digitaal verzoek is opgenomen.

Ad b). Enkel en specifiek voor de pleinterrassen op het Corversplein en de Kesselskade wordt gezien de fysieke beperkingen een andere verdeelsystematiek gehanteerd, te weten loting. De procedure daartoe wordt omschreven in dit lid.

Lid 3. Het college van burgemeester en wethouders heeft de bevoegdheid om een Indelingsplan dat is vastgesteld tussentijds aan te passen.

 

Artikel 14 Aanvraag Pleinterrasvergunning en bijzondere weigeringsgronden

Lid 1. Binnen 4 weken na vaststelling door het college van burgemeester en wethouders dienen aanvragen te worden gedaan voor een terrasvergunning voor een pleinterras.

Lid 2. Een aanvraag voor een terrasvergunning voor een pleinterras wordt getoetst aan alle weigeringsgronden die in de verordening zijn opgenomen. Aanvullend ten opzichte van terrasvergunningen voor gevelterrassen en straatterrassen gelden nog de weigeringsgronden als in dit lid omschreven.

a) Een pleinterrasvergunning wordt geweigerd indien voor dezelfde terrasruimte reeds een vergunning is verleend.

b) Een pleinterrasvergunning waarvan het terras niet is gelegen binnen het door het college van burgemeester en wethouders aangewezen pleinterras, wordt ook geweigerd.

c) In het geval de Horecalokaliteit niet op het Indelingsplan is geplaatst, wordt een vergunning ten behoeve van die Horecalokaliteit geweigerd.

d) Een vergunning wordt geweigerd indien de aanvraag niet overeenstemt met het aantal m2 dat in het Indelingsplan is voorzien voor de betreffende Horecalokaliteit.

 

HOOFDSTUK 5 GEEN VERGUNNING BIJ NIET TIJDIG BESLISSEN

Artikel 17 Geen vergunning bij niet tijdig beslissen

Er wordt niet van rechtswege een vergunning verleend als niet tijdig wordt besloten op de aanvraag.

Hiermee wordt voorkomen dat vergunningen van rechtswege ontstaan. Dat heeft immers een ongewenst effect.

 

HOOFDSTUK 6 STRAF- EN OPSPORINGSBEPALINGEN

 

Artikel 18 Strafbepaling

Bij het constateren van overtredingen van deze verordening dan wel de nadere regels of voorschriften die zijn genomen op basis van deze verordening kan daar op twee wijzen tegen worden opgetreden: bestuursrechtelijke en strafrechtelijk.

 

Artikel 19 Toezichthouders

Ambtenaren bij of krachtens het Wetboek van Strafvordering aangewezen en ambtenaren door de burgemeester aangewezen zijn bevoegd toezicht uit te oefenen.

 

HOOFDSTUK 7 OVERGANGSBEPALING

 

Artikel 20 Overgangsbepaling terrasvergunningen

Conform het huidige Terrassenbeleid 2015 worden terrasvergunningen verleend voor de duur van 5 jaar. Het jaar 2020 staat in het teken van verandering.

 

Enerzijds als gevolg van de herverdelingsprocedure van de pleinterrassen; in de loop van 2020 wordt per pleinterras een indelingsplan vastgesteld wat de basis vormt voor de nieuw te verlenen pleinterrasvergunningen. Anderzijds omdat in de loop van 2020 de beleids-/ uitvoeringsregels voor terrasexploitatie in brede zin zullen worden geactualiseerd en vastgesteld. Het doel is om vervolgens na vaststelling van de nieuwe regels ook de aanvragen terrasvergunning te kunnen toetsen aan deze nieuwe regels en dienovereenkomstig een besluit op de aanvragen te kunnen nemen.

 

HOOFDSTUK 8 INWERKINGTREDING EN CITEERARTIKEL

De tekst spreekt voor zich.