Focus op werk Uitwerking ambitie coalitie-akkoord 2018-2022: 25% meer mensen aan het werk. Hilversum

 

 

 

Je hoort erbij en je doet er toe. Je bent nodig in Hilversum.

Je werkt, betaald of onbetaald, deeltijd of voltijd, nu of straks. Je doet er alles aan om dat te bereiken.

Het Sociaal Plein helpt je hierbij.

 

 

 

Inhoud

 

 

Voorwoord 4

 

1 Hoe bepalen we wat we doen: speerpunten huidig beleid 5

1.1 2015: Meerjarenbeleidskader Participatiewet 5

1.2 2017: Visie kadernota sociaal domein 2017: ‘erbij horen en er toe doen’ 6

1.3 2017: Uitvoeringsplan Aan het Werk 2017 7

1.4 2018: Coalitieakkoord 2018-2022:

'Aan de slag voor een buurtgericht, duurzaam, veilig en levendig Hilversum’ 8

 

2 Waarom moet er iets veranderen? 9

2.1 Verschuiving in uitgangspunten 9

2.2 De 25% ambitie kan worden gerealiseerd binnen huidig beleid 9

 

3 Zelfde beleidskaders, nieuwe uitgangspunten 11

3.1 De visie op werk als weg naar zelfstandigheid 11

3.2 Onze pijlers in de begeleiding naar werk 11

3.3 Wie is onze inwoner in de Participatiewet? 13

 

4 Definities en aantallen 14

4.1 Wat bedoelen we met… 14

4.2 Wat levert dit op? 15

 

5 Hoe gaan we dat doen? 16

5.1 Wat gaan we anders doen? 16

5.2 Wat gaan we doen en voor wie? 16

5.3 De reis van de inwoner in werk en inkomen 18

 

6 De samenhang 19

6.1 Samen 19

6.2 Kennis en kunde lokaal en regionaal verbinden:

het arbeidsmarktbewerkingsplan Werken aan Werk 19

 

7 Het financieel kader

7.1 De ambitie 25% uitstroom financieel vertaald 22

7.2 Inkomsten, uitgaven en resultaat:

de BUIG (Bundeling Uitkering Inkomensvoorzieningen Gemeenten) 23

7.3 Ontstaan en analyse tekort BUIG Hilversum vanaf 2015 25

7.4 De aanpak van het tekort BUIG vanaf eind 2016 25

7.5 De intensivering van de aanpak van het tekort BUIG vanaf 2019 27

7.6 Begrotingsvoorstel 29

 

 

Bijlage 1 Van missie naar concreet uitgewerkte doelstellingen en dan naar concrete acties 31

 

Bijlage 2 De reis van de inwoner in werk en inkomen 35

Voorwoord

 

 

Hierbij biedt het college u als raad de uitwerking aan van de doelstelling om 25% meer mensen uit de Participatiewet naar werk te begeleiden. We noemen de uitwerking Focus op werk en dat is precies wat we gaan doen: we kijken naar onze inwoner in de bijstand vanuit de mogelijkheden op werk. We zien werk als de belangrijkste stap naar meer zelfstandigheid en meer onafhankelijkheid. Nu, binnen twee jaar of misschien is de kans op werk niet aannemelijk maar is activering als vrijwilliger wel haalbaar. In dat laatste geval willen we de ruimte geven aan onze maatschappelijke partners, verenigingen, scholen en clubs om mensen een kans te geven.

 

In deze uitwerking wordt nadrukkelijk de samenhang gezocht en gevonden tussen onze ambitie om meer mensen uit werkloosheid te krijgen en de vernieuwing van het minimabeleid, onze aanpak in de schuldhulpverlening en het bredere sociaal domein. Om deze reden worden alle beleidsmatige stukken tegelijk aan de raad ter behandeling en besluitvorming voorgelegd. Samen is het veel, maar de ambities zijn groot en de mogelijkheden ook. Juist de samenhang biedt de kans van slagen.

 

Meer mensen aan het werk klinkt vanzelfsprekend en we weten, na 5 jaar Participatiewet, dat dit niet voor iedereen vanzelfsprekend is. Iedereen doet mee en verdient dat, en ook dat is geen vanzelfsprekendheid gebleken. De inclusieve arbeidsmarkt bestaat (nog) niet en in de praktijk is het voor werkgevers complex en kostbaar om iemand met een beperking aan het werk te krijgen en houden. We hebben onze werkgevers in de regio daarom hard nodig en zij ons. Zodat we van elkaar kunnen leren. Ook zien we dat we als regiogemeenten in de regio Gooi&Vechtstreek elkaar nodig hebben. Want de arbeidsmarkt is groter dan Hilversum alleen. Ook in de samenwerking met UWV zien we kansen: vooral in de preventie op instroom in de bijstand maar ook in de samenwerking als we iemand naar werk kunnen begeleiden. Kennis delen, leren en de eigen rol in die samenwerking effectiever inzetten, daar gaan we intensiever aan werken.

 

We vinden dat werk moet lonen en dat we werk voor iedereen mogelijk moeten kunnen maken. Daarom willen we onze inwoner beter kennen, en de afspraken aanscherpen zodat ze nagekomen kunnen worden. We kiezen daarom in de uitvoering van werk en inkomen voor integraliteit: een brede intake waarna we gericht samen met onze inwoner kunnen gaan werken aan werk.

 

 

 

Annette Wolthers

Wethouder Werk en Inkomen  

1. Hoe bepalen we wat we doen: speerpunten huidig beleid

 

We willen meer mensen aan het werk en we willen dat mogelijk maken. Dit plan is een intensivering van het huidige beleid, een wijziging in de uitvoering en integratie van beleidsonderdelen.

De coalitie heeft een ambitie geformuleerd om meer mensen vanuit de Participatiewet aan het werk te helpen en getoetst is, of deze ambitie past binnen de vastgestelde beleidskaders. Een uitvoeringsplan geeft de slagkracht die het college zoekt om uitwerking te geven aan de ambitie en vooral aan de vraag: hoe gaan we de ambitie realiseren en welke veranderingen zijn daarvoor nodig. Omdat deze veranderingen wel dienen te passen in de beleidsuitgangspunten die de gemeenteraad heeft vastgesteld, volgen hieronder deze uitgangspunten en de relevante beleidsdocumenten.

 

1.1. 2015: Meerjarenbeleidskader Participatiewet

Kern: we ondersteunen iedereen naar diens arbeidsvermogen zoals de nieuwe Participatiewet dat beoogt omdat we dat belangrijk vinden, en zetten onze middelen selectief en scherp in.

 

Uitgangspunten:

- De ontplooiing mens centraal: sociale ondersteuning en economische ondersteuning

- De regionale samenwerking is gericht op jongeren, mensen uit het doelgroepenregister met blijvende beperking, regionale werkgeversbenadering, aansluiting onderwijs, economie en arbeidsmarkt

- We bepalen onze gemeentelijke ondersteuning aan de hand van houding en potentieel:

 

 

1.2. 2017: Visie kadernota sociaal domein 2017: ‘er bij horen en er toe doen’

 

Kern: Iedereen hoort er bij en doet er toe en wat we daar voor onze inwoner als gemeente aan moeten bijdragen bepalen we op basis van maatwerk. Middelen kunnen we combineren en de vraag van de inwoner en wat deze zelf kan, zijn daarbij leidend.

 

 

We hebben in de kadernota onze missie verwoord:

‘We willen dat iedere inwoner naar vermogen kan meedoen en kan bijdragen aan onze samenleving. Elke inwoner van Hilversum hoort erbij en doet er toe. Van ons mag worden verwacht dat wij als gemeente:

- bijdragen aan het creëren van een gezonde, sterke en sociale samenleving;

- voor onze inwoners kwalitatief goede ondersteuning organiseren

voor hen die dat nodig hebben.

- licht waar mogelijk, zwaar waar nodig.

- deze ondersteuning is gericht op het versterken van de eigen kracht van inwoners en hun netwerk.’

Over de visie op werk heeft de raad in de kadernota gesteld dat het college de opdracht heeft om:

- de kansen op werk te verbeteren

- begeleiding te geven aan inwoners en werkgevers naar/op werk:

• vooral op de werkplek, met als doel duurzame werkrelaties

• en wanneer werk niet mogelijk is, mensen kansen bieden met sociaal werk/vrijwilligerswerk

• meedoen kunnen doen, wordt onderdeel van onze gespreksvoering.

- voldoende banen te organiseren en een goede match op aanbod 

1.3. 2017: Uitvoeringsplan Aan het Werk 2017:

 

Kern: In de uitvoering van de Participatiewet krijgt de gemeente Hilversum minder geld dus doen we in de uitvoering van de participatiewet aanpassingen om toch meer mensen aan het werk te helpen en uiteindelijk meerjarig kostenneutraal te kunnen uitvoeren. In hoofdstuk 7 laten we de resultaten van Aan het Werk zien omdat dit het vertrekpuntpunt is voor Focus op Werk en de 25% ambitie.

 

Landelijk is in 2016 een nieuw verdeelmodel voor de verdeling van het macrobudget BUIG ingevoerd (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten) waardoor Hilversum vanaf 2016 een substantieel lager rijksbudget kreeg toebedeeld dan benodigd was voor het aantal mensen met een participatiewet-uitkering. Het nieuwe verdeelmodel gaat uit van de theoretische kans op bijstand op basis van de sociaal-demografische gegevens van een gemeente. Tot 2016 werd de hoogte van de BUIG bepaald aan de hand van toekenningen in het verleden (‘historisch verdeelmodel’).

 

De hoogte van het Rijksbudget was daarmee een feit. Een knop waar wél aan te draaien viel, was de lokale invloed op instroom, doorstroom en uitstroom. Te weinig mensen stroomden uit de uitkering vanwege het aanvaarden van betaald werk. Ook stroomden meer mensen in de Participatiewet in.

Het actieplan Aan het Werk bevatte een negental ingrijpende maatregen in de uitvoering waardoor zowel instroom, doorstroom als uitstroom beïnvloed konden worden.

Deze maatregelen zijn vertaald als de uitvoering van de Participatiewet binnen de beschikbare budgetten. De financiële uitdaging maakten we zichtbaar in onderstaande grafiek:

 

 

De negen maatregelen uit Aan het Werk staan onveranderd overeind en zijn:

1. Analyse van ons bestand van kandidaten, bijhouden en invoeren in CRM systeem

2. Versterking preventie instroom (samen met UWV en het onderwijs), onder meer door direct doorgeleiden naar werk

3. Nieuwe werkwijze bij intake en begeleiding + lagere caseload en anders werken voor de begeleiders naar werk

4. Handhaving

5. Nieuwe contracten en aansturing arbeidsontwikkeling

6. Actiever arbeidsmarktbeleid: bijvoorbeeld samenwerking bedrijfsleven via werkgeverservicepunt (zoals Hilversum werkt samen en de regionale aanjager Werkkamer)

7. Nazorg bieden aan werkgevers en inwoners

8. Meten van effecten maatregelen

9. Beter delen en communiceren van de gezamenlijke resultaten

1.4. 2018: Coalitieakkoord 2018-2022: 'Aan de slag voor een buurtgericht, duurzaam, veilig en levendig Hilversum

 

Kern: de economie groeit en bloeit, dus meer mensen moeten daarvan kunnen profiteren, ook mensen in de Participatiewet, want niemand hoeft langs de zijlijn te staan.

 

Concreet is de ambitie geformuleerd om in de huidige bestuursperiode 25% mensen extra aan het werk te krijgen vanuit de Participatiewet want ook mensen in de bijstand moeten kunnen profiteren van de economische groei. Dat is in de meerjarenbegroting vertaald als 1 miljoen besparing op de uitgaven aan de uitkering (BUIG). Deze komt daarmee bovenop de ambitie vanuit Aan het Werk. In hoofdstuk 7 gaan we nader in op deze ambitie.

2. Waarom moet er iets veranderen?

 

We willen nu gebruik maken van het economisch tij, de arbeidsmarkt en de mogelijkheden van de wetgever. We willen meer gebruik maken van de kansen voor onze inwoner in Hilversum en in de regio Gooi&Vechtstreek. We kennen 2200 mensen in de Participatiewet in Hilversum en vinden dat teveel. We willen mensen laten meedoen, en willen vooral inwoners in de Participatiewet voorbereiden op kansen straks, als nu niet haalbaar is. We hebben regionale mogelijkheden om meer opleidingen in te zetten en we willen die goed benutten door de regionale en lokale krachten en middelen te bundelen. Onze werkgevers zoeken kandidaten. De vacatures matchen lang niet altijd direct met de mogelijkheden van inwoners in de Participatiewet. Dit is eigen aan de Participatiewet; de problematiek is vaak groter en de werkloosheid vaak langduriger. Opleidingen zijn daarom nodig net als slimme samenwerking met werkgevers: loonkostensubsidie, stageplekken, mensen een kans geven. We zoeken ook onbetaalde werkplekken, bijvoorbeeld meer vrijwilligersplekken.

 

2.1. Verschuiving in uitgangspunten

 

Na drie jaar Participatiewet weten we beter hoe de Participatiewet werkt in de praktijk en hoe we succesvoller kunnen zijn. Iedereen doet mee naar vermogen geeft niet de focus op betaald werk die we door anders werken wel zouden kunnen bereiken. Ook voor de groep die niet naar werk gaat en zal gaan. Deze groep vraagt meer aandacht dan we konden geven. Tegelijk zagen we grote caseloads waardoor succes lastiger te behalen valt. Daarom is focus nodig. Als we definiëren wat per persoon het hoogst haalbare is, kunnen we per persoon de beste begeleiding bieden. We zetten het ‘willen’ minder centraal en het ‘kunnen’ centraler. Als we in de uitvoering zorgen dat de structuur ondersteunend is aan dit doel, kunnen we de focus echt mogelijk maken.

 

Het huidig college maakt met deze ambitie duidelijk dat economische groei voor iedereen voordelig moet zijn, ook mensen die op de korte en langere termijn het verst van de arbeidsmarkt af staan. Iedereen doet mee in de inclusieve arbeidsmarkt. Deze is er nog niet, dus het college wil hieraan een impuls geven door de focus op werk. Vergeten we dan iemand? Nee. De zoektocht naar (on)betaald werk is ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid en daarom zullen mensen die niet naar betaald werk kunnen een rol krijgen in de duurzame transformatie sociaal domein: vrijwilligerswerk, verenigingswerk, buurtwerk, schoolwerk enz. Dat is het doorkijkje naar 2020 en verder. Bovendien zijn het minimabeleid en de schuldhulpverlening vanaf 2020 volledig ondersteunend aan onze uitstroom-ambities.

 

2.2. De 25% ambitie kan worden gerealiseerd binnen huidig beleid

We willen, kortom, dat onze inwoner in de Participatiewet werkt, betaald of onbetaald, nu en straks, vanuit principes van wederkerigheid, kosten-baten en duurzame zelfredzaamheid. Vanaf 2019 verandert de begeleiding van inwoners met een uitkering die binnen twee jaar aan het werk kunnen. Het sociaal plein gaat dan samen met het UWV, regiogemeenten, het werkgeversservicepunt en werkgevers meer focus aanbrengen op groepen inwoners die binnen afzienbare tijd aan het werk kunnen.

 

Onze beleidsmatige uitgangspunten veranderen niet. De kadernota sociaal domein is en blijft leidend in onze uitvoering van de Jeugdwet, de WMO en de Participatiewet. Waar het meerjarig beleidskader Participatiewet nog uitging van de gemeentelijke focus op een uitkering en de begeleiding naar werk, gaat de kadernota Sociaal Domein uit van de gemeentelijke focus op de oplossing voor onze inwoner.

 

Iedereen hoort er bij en doet er toe. Deze visie geeft de mogelijkheid om de ambities van het college te kunnen realiseren omdat we het maatwerk in het sociaal domein kunnen zoeken binnen de drie wetten Participatiewet, WMO en Jeugdwet: als we kijken naar wat een inwoner uit Hilversum nodig heeft, volstaat het vaak niet om dat vanuit 1 wet te doen. Een voorbeeld: iemand heeft schulden, geen werk, is blijvend op langdurige zorg aangewezen en heeft aanpassingen in huis nodig. Door de mogelijkheden die de kadernota ons biedt, kunnen we de vraag van deze inwoner en diens eigen mogelijkheden centraal stellen. De wet blijft leidend in wat mag en wat niet.

 

 

3. Zelfde beleidskaders, nieuwe uitgangspunten

 

Iedereen hoort erbij en doet ertoe. Dit vinden we ook voor 2018-2022 leidend in de bepaling van de begeleiding naar werk. We gaan wel focus op werk aanbrengen in onze eigen rol en verantwoordelijkheid. Door onszelf bij alles wat we doen de vraag te stellen: wat draagt dit bij aan de kans op werk? Dat vraagt een verschuiving in prioriteiten voor de gezamenlijke uitvoering door het sociaal plein en alle partners zoals werkgevers, collega-gemeenten, middenstand, uitzendbureaus, Werkgeverservicepunt (WSP), UWV, verenigingen, clubs, scholen en maatschappelijke organisaties. We zien zo ook meer mogelijkheden om te voldoen aan onze opdracht uit de kadernota.

 

3.1. De visie op werk als weg naar zelfstandigheid

 

We zien werk als hét middel om meer zelfstandigheid te bereiken. We zien ook dat schulden een grote belemmering vormen in iemands vermogen om te kúnnen werken. We zoeken daarom heel nadrukkelijk de samenhang. Maar er is meer: we erkennen ook dat een groep inwoners niet aan het werk zal gaan, niet nu en niet binnen twee jaar. Dat betekent iets voor onze focus: voor deze groep zoeken we de mogelijkheden op om actief te kunnen zijn met een (gedeeltelijke) uitkering in de Hilversumse samenleving. We willen deze groep daarmee ondersteunend kunnen laten zijn voor scholen, zorginstellingen, verenigingen, werkgevers. Daarmee bereiken we niet alleen een gezamenlijk resultaat voor deze inwoners maar ook een gezamenlijk resultaat voor Hilversum. Een voorbeeld: als iemand vrijwillig koffie schenkt voor ouderen, kan de professionele zorgverlener zich rustiger aan de zorgtaken wijden. We wijzigen dus niet ons beleid, want iedereen telt mee en dat blijft zo. Maar wel de focus. Hierbij passen we de maatwerkmethodiek toe waarbij de legitimiteit, betrokkenheid en rendement mee wordt genomen in het besluit.

 

 

 

Je hoort erbij en je doet er toe. Je bent nodig in Hilversum.

Je werkt, betaald of onbetaald, deeltijd of voltijd, nu of straks. Je doet er alles aan om dat te bereiken.

Het Sociaal Plein helpt je hierbij.

 

 

 

 

 

 

3.2. Onze pijlers in de begeleiding naar werk

 

1. Veel meer werk voor gemeente en inwoner aan de ‘ voorkant’ en veel minder ‘gedoe’ daarna

Om elkaar goed te kunnen kennen en te weten wat mogelijk en nodig is, moeten we tijd steken in de kennismaking. En vervolgens elkaar scherp houden aan afspraken. Dan is monitoring van twee kanten pas echt mogelijk.

2. Werken loont en meer uren werken loont meer

We volgen experimenten met bijverdienen in de bijstand maar willen ook zelf mogelijkheden opzoeken. Want iemand mag niet ontmoedigd worden door regeltjes als parttime werk en parttime uitkering elkaar bijten.

3. Focus: werk, werk, werk..

Werk als voorliggende oplossing voor bijvoorbeeld schulden, eenzaamheid, uitsluiting, isolatie en een laag inkomen. We gaan volledig focussen op de kans op werk en wat daar voor nodig is. We zien ook dat niet iedereen tot die groep behoort. Ook voor de groep die niet naar betaald werk kan zien we activering als kans op minder afhankelijkheid en meer zelfstandigheid.

4. Iedereen is deel van de oplossing maar jij moet het doen

We kunnen en willen niet de oplossing zijn. Maar we kunnen wel dingen mogelijk maken. We geloven in ieders eigen vermogen om actief te werken aan werk. We hebben een netwerk, onze stakeholders en we verstrekken een inkomensondersteuning. Samen met onze inwoner zorgen voor het slagen. Ook als iemand niet naar werk kan, zorgen we voor aandacht en een goed gesprek.

5. Wederkerigheid en samenhang minimabeleid en schuldhulpverlening

We zien werk als een weg naar zelfstandigheid maar zien ook de noodzaak van ondersteuning vanuit het minimabeleid en begeleiding bij schulden als deze problematisch zijn en werk belemmeren. We geloven daarom in de samenhang: we stemmen onze inzet af op wat nodig is en de inwoner spant zich maximaal in om het doel te behalen.

6. Leren van elkaar: groepsgewijs werkt

We zoeken naar meer aandacht om meer resultaat te bereiken. Enerzijds door kleinere caseloads maar ook door in groepsgewijze samenstelling inwoners van elkaar te laten leren en effectief te kunnen begeleiden. Dit doen we al en gaan we intensiveren omdat het werkt.

7. Voorspellend werken vanuit data

We kunnen steeds beter data-gestuurd werken en zo voorspellend zijn. Dat is nog volop in ontwikkeling maar wel een beweging die we omarmen en intensiveren. Zo weten we wat werkt en kunnen we stoppen met dat wat niet werkt. We zijn nog niet zo ver maar slaan die weg volop in.

8. Duurzaam

Een duurzaam leven betekent in dit verband twee dingen:

- financiële, mentale en sociale stabiliteit vanuit bijvoorbeeld ons minimabeleid

- voorbereiden op de toetreding tot de arbeidsmarkt, ook als dat nog twee jaar weg is. Door opleiding, werkervaring, stage, vrijwilligerswerk en cursussen.

 

3.3. Wie is onze inwoner in de Participatiewet?

 

Door het brede gesprek bij de intake kunnen we samen met onze inwoner de kans op werk of activering bepalen. We kennen daarbij drie groepen. We duiden ze hier kort, in hoofdstuk 6 gaan we nader op de kenmerken van de inwoner in de Participatiewet in en in hoofdstuk 5 geven we meer toelichting op de nieuwe uitvoering.

 

Groep 1: Al aan het werk of kan nu werken:

Je hebt net een uitkering aangevraagd en kunt met wat ondersteuning snel (=binnen half jaar) betaald aan het werk. En/of: je werkt al maar komt daarmee niet boven de uitkeringsnorm en hebt een aanvulling nodig. Met urenuitbreiding is financiële zelfstandigheid te realiseren.

 

Groep 2: Werkt nu niet maar binnen twee jaar wel:

Je bent wat langer werkloos en mist daardoor de aansluiting op de huidige en toekomstige arbeidsmarkt. Met gerichte ondersteuning kun je binnen twee jaar betaald aan het werk.

 

Groep 3: Werkt nu niet en heeft (nu) geen perspectief op werk:

Je bent lang werkloos en hebt beperkingen van dien aard, dat betaald werk op korte termijn niet haalbaar is. Dit kan sociale, lichamelijke of mentale oorzaken hebben. Je hebt blijvend financiële ondersteuning nodig in de vorm van een uitkering.

4. Definities en aantallen

 

Om goed te kunnen monitoren en om succesvoller te kunnen samenwerken binnen het sociaal domein zodat meer mensen naar werk kunnen uitstromen, is het belangrijk om dezelfde ‘taal’ te spreken. Daarom in dit hoofdstuk de interpretatie van de college-ambities.

 

4.1. Wat bedoelen we met..

 

1. Dit gaat over inwoners met een rechtmatige aanspraak op een participatiewet-uitkering.

2. De 25% ambitie definiëren we als volgt: een toename van 25% van het aantal uitkeringsgerechtigden die (gedeeltelijk of volledig) uitstromen wegens werkaanvaarding ten opzichte van het aantal van 214 (zoals genoemd in de begroting 2019, referentiewaarde 2017). Dit betekent: vanaf 2019 stromen jaarlijks 267 uitkeringsgerechtigden (gedeeltelijk of volledig) uit wegens werkaanvaarding. We realiseren dit door instroombeperking, doorstroom- en uitstroombevordering: het voorkomen van instroom, stimuleren van parttime werk en het verhogen van het deeltijdpercentage van parttimers worden hierin meegeteld.

3. De 25% ambitie gaat hand in hand met de besparing op de uitkeringslasten: dus al werkt iemand 1 uur per week, hij werkt en bespaart op de kosten van zijn uitkering.

4. Het scenario gaat uit van de invoering van een brede intake, daarbij maken we gebruik van de maatwerkmethodiek. We baseren vervolgens de mate van begeleiding en de wijze van begeleiding (= de investering) op het werkvermogen: de kans dat iemand nu/straks/(waarschijnlijk) nooit betaald aan het werk kan.

5. We maken per inwoner een maatschappelijke business case die onze ondersteuning en investering rechtvaardigt.

6. Wederkerigheid is een principe vanuit de gedachte dat iedereen iets kan en niemand niets kan.

7. We kennen onze inwoner in de Participatiewet. Iedereen heeft een digitaal profiel.

8. We gaan uit van ondersteuning vanuit het nog vast te stellen nieuwe minimabeleid dat vanuit drie pijlers inzet op: Activering, het bieden van een Vangnet en/of Gezondheidsdoelstellingen. Deze ondersteuning volgt dus de doelstelling om nu/straks/(waarschijnlijk) nooit betaald te gaan werken. Ook schuldhulpverlening wordt activerend en aanmoedigend ingezet.

9. Om de 25% ambitie te verwezenlijken, dient kwalitatief te worden geïnvesteerd in mensen en middelen.

10. De vrije middelen uit het arbeidsmarktbewerkingsplan Werken aan Werk worden ingezet.

11. Gemeentelijke middelen komen uit de integratie uitkering sociaal domein, de bundeling gebundelde uitkering inkomensvoorziening gemeenten (BUIG) en middelen minimabeleid 2019.

12. We spreken dezelfde taal binnen het gehele sociaal domein. Er is geen ‘klant’, ‘cliënt’ of ‘kandidaat’. Er is een inwoner.

4.2. Wat levert dit op?

 

We hebben vanaf 2019 de volgende concrete targets geformuleerd:

1. Conform begroting 2019: 267 inwoners met Participatiewet-uitkering werken (parttime of fulltime). Dit is 25% toename ten opzichte van de referentiewaarde 2017 (214 uitstroom naar werk) zoals deze is genoemd in de programmabegroting 2019.

2. Geen extra formatie hiertoe nodig op sociaal plein voor aanpak naar werk van inwoners uit groep 2.

3. Wél veranderingstraject in mens en organisatie.

 

Vervolgens stellen we ons de volgende doelen voor 2020 en verder:

1. Implementatie nieuwe aanpak activerend minimabeleid inclusief schuldhulpverlening 267 uitstroom naar betaald werk per jaar, parttime of fulltime.

2. Eén integraal werkproces minimabeleid-uitstroombeleid.

3. Doelgroep 3 op basis van wederkerigheid activeren binnen gehele sociaal domein en Hilversumse samenleving door netwerk aanpak en samenwerking met de buurt, de verenigingen, de scholen, de werkgevers e.a.

5 Hoe gaan we dat doen?

 

We gaan anders werken en meer samenwerken. Zowel binnen de gemeentelijke organisatie als samen met onze stakeholders. Want werkloosheid is een maatschappelijke uitdaging omdat de kosten door de maatschappij gedragen worden en we intussen bovendien weten dat werkloosheid ook op andere levensdomein invloed heeft. Daarom vraagt ook de begeleiding naar en focus op werk kennis van de inwoner.

 

5.1 Wat gaan we anders doen?

1. De grootste verandering is de verandering in werken. Wat dit voor de uitvoering betekent, is uitgewerkt in hoofdstuk 6. Vooral het samenwerken, intern en extern, en de integrale intake geven de mogelijkheid om meer focus aan te brengen in de kans op werk vanaf begin van aanvraag uitkering. Door de brede intake kunnen gerichtere interventies mogelijk zijn. Dit gesprek gaat over het vermogen om te kunnen werken, het financieel vermogen, het fysiek vermogen, het mentaal vermogen.

2. In de begeleiding naar werk verandert inhoudelijk ook veel. Wederkerigheid is een belangrijk nieuw begrip: we helpen je en vragen daarvoor iets terug. Dit komt voort uit de gedachte: iedereen kan iets en niemand kan niets. Dat betekent dat van iedereen gevraagd wordt om zich maximaal in te spannen om aan het werk te komen of zich anderszins in te zetten.

3. Duurzaamheid is een ander belangrijk begrip. We willen dat iemand die nu niet kan werken, binnen twee jaar klaar is om de arbeidsmarkt op te gaan. We willen daarom investeren in opleiding en leren/werken.

4. Samenhang is belangrijk en wordt veel belangrijker en groter. We zetten extra maatregelen in en zoeken de samenhang met het regionale marktbewerkingsplan om gezamenlijk én lokaal met gezamenlijke én lokale middelen de extra impuls te kunnen geven. Zie hiertoe de bijlage over de extra instrumenten.

5. Betere samenwerking met ketenpartners, werkgevers en maatschappelijke partners. Samen leerwerktrajecten opzetten en samen wervingscampagnes organiseren, samen verantwoordelijkheid nemen voor vestiging of vertrek van bedrijven die gevolgen hebben voor de bijstand. We kennen een ketenaanpak voor statushouders en voor jongeren. Dat blijven we doen en de professionals die voor deze groepen werken blijven dat doen omdat de aanpak succes heeft.

6. Het nieuwe minimabeleid en beleid schuldhulpverlening worden activerend ingezet om werk aantrekkelijker te maken. Deze worden hierdoor ondersteunend aan het bereiken van betaald of onbetaald werk. Door de brede intake wordt dit mogelijk gemaakt: we kunnen zo per inwoner bepalen wat nodig is. We gaan daarmee nadrukkelijk werken vanuit de bedoeling

7. We gaan zoveel mogelijk groepsgewijze begeleiding geven waar mogelijk en individuele aandacht waar nodig.

8. Data-based werken waardoor monitoring en sturing scherper kunnen. We stoppen met doen wat aantoonbaar niet werkt.

 

5.2 Wat gaan we doen en voor wie?

 

De begeleiding naar werk start direct bij de aanvraag om een uitkering. We verleggen veel aandacht naar de voorkant van ons werkproces. Dat doen we vanuit de gedachte dat we onze inwoner willen kennen en moeten kennen om het maatwerk te kunnen leveren dat nodig is om aan het werk te kunnen. Het brede intake gesprek is hetzelfde gesprek dat wordt gevoerd over een inkomensvoorziening of een aanvraag op ondersteuning vanuit het minimabeleid. Dat vinden we nodig omdat ook het minimabeleid activerend van aard wordt. We kijken naar kansen op werk en op activering en doen vervolgens wat nodig is. Door deze eenduidige en brede intake kennen we drie groepen werkzoekende inwoners:

 

Groep 1: al aan het werk of kan nu werken

• Wat: kun je nu aan het werk; dan zo spoedig mogelijk werk door een jobhunter in samenwerking met het regionale Werkgeverservicepunt (WSP), werkgevers/uitzendbureaus en UWV samenwerking. Deze inzet en samenwerking worden geïntensiveerd.

• Wie betreft het: je hebt sinds kort een bijstandsuitkering en hebt met wat ondersteuning binnen een half jaar kans op werk of je werkt al en kunt op termijn meer werken. Je bent nog niet financieel zelfredzaam maar kunt dat wel worden.

• Wie: team Poort voert uit.

• Hoe: de ondersteuning naar werk bestaat uit intensieve wekelijkse sollicitatie(training). We gaan meer samenwerking met werkgevers.

• Wat nog meer: eventuele inkomensondersteuning (uitkering en/of minimabeleid) is gericht op tijdelijkheid en voorkomen van armoedeval als iemand (meer) gaat werken en regelingen dreigen te verdwijnen.

• Waarom: Maatschappelijke business case is: Werken loont voor iedere betrokkene: zelfredzaamheid en besparing op BUIG.

 

Groep 2: werkt nu niet maar binnen twee jaar wel

• Wat: jouw activering start vandaag. Je kunt binnen twee jaar aan het werk; dus investeren we ook in opleiding en re-integratie door coaching, werkleerbedrijf, opleiding met behoud van uitkering, stages. We werken hierbij in lokaal, regionaal en interregionaal verband samen met werkgevers, scholen en andere gemeenten.

• Wie: team Werk & Participatie, WerkgeversServicepunt.

• Hoe:

1. Alle stakeholders kunnen bijdragen aan werkgelegenheid vanuit de gezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid: samenwerking vrijwilligerscentrale, groepsgewijze ondersteuning, re-integratie: scholing, leren/werken, stages, werkervaring, monitoring resultaten en bijsturing, data-based werken.

2. We ondersteunen werkgevers actief bij het mogelijk maken van plaatsingen. Werkgevers krijgen een centralere rol in de arbeidsbemiddeling net als uitzendbureaus.

3. Eventuele inkomensondersteuning (uitkering en minimabeleid) is gericht op pijlers vangnet, activering en gezondheid. Pijler activering is gericht op re-integratie. Indien nodig bieden we een tijdelijk traject om schulden aan te pakken en voortaan te voorkomen en tijdelijke coaching om te leren omgaan met een minimuminkomen.

4. Handhaving blijft belangrijk om fraude te voorkomen. Signalen van het Inlichtingenbureau pakken we direct op. Alle medewerkers van het Sociaal Plein moeten signalen van fraude kunnen herkennen en oppakken.

• Waarom: Maatschappelijke Business case is: investering nu, betekent klaar zijn voor arbeidsmarkt straks en straks maatschappelijke winst behalen voor iedereen.

 

Groep 3: het is (nu) niet aannemelijk dat werk haalbaar is.

• Wat: iedereen kan iets en niemand kan niets. Het doel is maatschappelijke waarde toevoegen aan jezelf en aan Hilversum. We willen iedereen laten meedoen en ‘iets’ terug laten doen voor de uitkering. We hebben om meerdere redenen behoefte aan samenwerking: budgettair, vanuit de eigen verantwoordelijkheden en rollen, en omdat we zien dat Hilversum behoefte aan gemeenschapszin en maatschappelijke deelname heeft.

• Wie: vrijwilligers, maatschappelijke organisaties, werkgevers, buurtorganisaties, team inkomen

• Hoe: inkomensondersteuning (uitkering en minimabeleid) is gericht op pijlers vangnet en gezondheid. We bieden aandacht en spreken iedereen minstens 1 keer per jaar. Activering is gericht op meedoen naar vermogen en in beweging komen door bijvoorbeeld vrijwilligerswerk en inzet vanuit Positieve Gezondheid. Structurele buddy-ondersteuning op inkomensgebied kan ook een voorbeeld van ondersteuning zijn.

• Waarom: maatschappelijke business case is: toename eigen vermogen en besparing maatschappelijke kosten en maatschappelijke waarde voor Hilversum

 

5.3 De reis van de inwoner in werk en inkomen

De integrale dienstverlening (oftewel de samenhang tussen werk, schulden, uitkering en minimabeleid ziet er vanaf 2020 uit zoals in de visualisatie hieronder weergegeven. Deze wordt nader uitgewerkt en ingevuld in bijlage 2.

 

 

6. De samenhang

 

We kiezen voor de inzet van de re-integratiemiddelen voor degenen die binnen nu en twee jaar naar betaald werk kunnen worden begeleid, voltijd of deeltijd. Voor de groep die niet direct naar betaald werk zal kunnen, kiezen we voor een ander regime: meedoen, aandacht geven, en activering richting vrijwilligerswerk in scholen, buurten, verenigingen e.d. De regie blijft bij de gemeente maar de uitvoering wordt hier samen met onze maatschappelijke partners gedaan.

 

6.1 Samen

Om dit te kunnen bereiken gaan we ingrijpend anders werken: we zoeken een doorbraak naar een écht duurzaam perspectief en zelfstandig leven en voeren daarom in het sociaal domein met onze inwoner een breed intakegesprek.

Als we weten wat er speelt bij onze inwoner, is vervolgens de vraag, wat de inwoner zelf kan en wat we aanvullend ondersteunen vanuit gemeentelijke re-integratie, het minimabeleid, het schuldhulpverleningsbeleid, de WMO, de jeugdwet. En: met wie kunnen we dat gezamenlijk organiseren: de eigen buurt, werkgevers, verenigingen, regiogemeenten, intraregionale samenwerking, UWV, scholen.

We doen dit samen met jou, met onze inwoner. Natuurlijk heb je zelf de regie en de verantwoordelijkheid om een traject te laten slagen. Maar beide hebben we ons aan afspraken te houden. We bereiken zo samen het doel dat we samen gesteld hebben.

 

6.2 Kennis en kunde lokaal en regionaal verbinden: het arbeidsmarktbewerkingsplan Werken aan Werk

 

Kennis van de regionale arbeidsmarkt en van de werkloosheid

Net als andere gemeenten heeft ook Hilversum behoefte aan goede analyses van de arbeidsmarkt, de economie en de kansen voor mensen in de Participatiewet. Er moeten meer mensen kunnen profiteren van economische groei, en ook mensen met een beperking of een afstand tot de arbeidsmarkt. Daarom is regionaal gekozen voor een gezamenlijke analyse; de arbeidsmarkt houdt niet op bij de grens van de gemeente Hilversum. Deze analyses hebben een plek gekregen in het regionale arbeidsmarktbewerkingsplan Werken aan Werk. De uitwerking van dat plan is de regionale en gezamenlijke aanpak van de regiogemeenten en UWV om samen met inwoners en werkgevers de komende jaren meer mensen naar werk te helpen vanuit de Participatiewet.

Vanwege de relevantie hierbij een samenvatting van Werken aan Werk voor Hilversum:

 

Kennis van de lokale werkloosheid in Hilversum

Voor Hilversum gelden de belangrijkste kenmerken van de inwoner in de Participatiewet:

- Ongeveer 2200 huishoudens met een bijstandsuitkering

- Grootste groep is tussen de 27-45 jaar

- Groei aantal jongeren door stopzetten toegang Wajong

- Daarvan bijna de helft zonder startkwalificatie dus begeleiding naar onderwijs waar mogelijk

- Bijna de helft van de uitkeringsgerechtigden heeft een zeer laag arbeidsvermogen: tot 40%

- Doorstroom vanuit de WW naar de Participatiewet is laag (ongeveer 6%)

- Regionaal veel lager aandeel werkloze bevolking dan landelijk (42 per duizend inwoners) en in Hilversum juist hoger (53 per duizend)

 

Kennis van de regionale én bovenregionale arbeidsmarkt en de economie

De kansen op de arbeidsmarkt in de regio Gooi&Vechtstreek liggen in sectoren die op deze bestandskenmerken niet goed aansluiten:

- Media en ICT, vooral gericht op Groot-Amsterdam en daarbinnen op de stad Amsterdam;

- Groothandel, vooral gericht op Groot-Amsterdam en daarbinnen op de stad Amsterdam.

- Specialistische zakelijke diensten, vooral gericht op Groot-Amsterdam en daarbinnen op de stad Amsterdam;

- Vastgoed, vooral gericht op Groot-Amsterdam en daarbinnen op de stad Amsterdam;

- Detailhandel, vooral gericht op Groot-Amsterdam en daarbinnen op de stad Amsterdam;

- Bouwnijverheid, vooral gericht op Overig Nederland;

- Cultuur, sport en recreatie, vooral gericht op Overig Nederland en daarnaast op Groot-Amsterdam/ Amsterdam.

- Daarnaast is de zorg een grote sector maar minder in de zin van werkgelegenheid.

 

 

Rode draad: opheffen van de ‘mismatch’

De ‘mismatch’ tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt is een feit in deze regio en vooral in Hilversum. Daarom bevat het plan ook analyses van de aanpalende arbeidsmarktregio’s.

De rode draad in het arbeidsmarktbewerkingsplan Werken voor Werk is, om deze mismatch structureel voor de toekomst op te heffen. Een voorbeeld zou kunnen zijn door te investeren in leerwerktrajecten samen met de lagere mbo niveaus in de zorg, maar ook veel ruimte voor innovatie door werkgevers, door gemeenten en onderwijs.

 

Actielijnen

Werken aan werk bevat uitgebreide analyses van de arbeidsmarkt, de kenmerken van werkloosheid in de regio, de aard van de inwoner in de Participatiewet en van de kansen en bedreigingen in zowel de aanbod- als de vraagzijde. Op basis van deze analyses is een actieprogramma opgesteld dat bestaat uit de volgende agendapunten vanaf 2019:

1. Meer werk voor huishoudelijke hulpen: Schoonthuis continueren

2. Werkgelegenheidsprojecten in kansrijke sectoren

3. Lokaal budget voor scholing en omscholing

4. Impuls lokale initiatieven

5. Innovatiefonds initiatieven uit de samenleving

6. Versterking capaciteit werkgeversservicepunt

7. Aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt

8. Ontwikkelen en uitvoeren privaat-publieke samenwerking

9. Interregionale samenwerking

10. Effectieve samenwerking arbeidsmarktpartners

11. Gezamenlijk monitoren

12. Verbinden werkgeversdienstverlening vanuit Economie en vanuit Participatiewet

13. Sturen op resultaten

 

 

Financieel belang

Deze actiepunten zijn vervolgens vertaald naar concrete doelen en maatregelen. De acties kunnen uitgevoerd worden door de inzet van resterende middelen vanuit de zgn. HHT gelden. Deze middelen (resterend ruim € 5 miljoen) worden sinds 1 april 2016 uitgevoerd vanuit de subsidieregeling huishoudelijke hulp toelage. Onderdeel van bijbehorend plan was dat indien middelen resteren na 1 januari 2018, deze middelen beschikbaar blijven voor de uitvoering. Het ministerie heeft toestemming gegeven om deze middelen breder in te mogen zetten ten behoeve van werkgelegenheid, niet uitsluitend in zorg en welzijn en onder de voorwaarde dat dit leidt tot meer banen. Het arbeidsmarktbewerkingsplan is hiervan het resultaat, en vormt samen met dit uitvoeringsplan Focus op werk de lokale en regionale aanpak om meer mensen naar werk te begeleiden.

 

Voor Hilversum betekent de verdeling van de middelen die voor lokale vrije invulling beschikbaar komt: € 235.000 gedurende 4 jaar. Daarnaast is ongeveer € 3 miljoen regionaal beschikbaar voor gezamenlijke acties en impulsen. Alle uitwerking staat in het plan beschreven.

 

 

7. Het financieel kader

 

Concreet is de ambitie in de programmabegroting 2019 vertaald als 25% extra bovenop de referentiewaarde uit 2017 (=214 mensen met een volledige of gedeeltelijke uitkering die uitstromen wegens werkaanvaarding). We begeleiden vanaf 2019 dus 267 mensen naar werk, parttime of fulltime. Deze extra 53 inwoners genereren (deels) eigen inkomsten en daarmee (deels) een besparing op de uitkeringslasten BUIG.

Het uiteindelijk resultaat BUIG wordt door veel meer factoren beïnvloed. De mate waarin leggen we hieronder uit door inzicht in de inkomsten en uitgaven BUIG te geven.

In dit hoofdstuk laten we zien dat deze aanpak mogelijk en bovendien financieel nodig is maar ook dat de meerjarige financiële opgave groter is in de context van de historische ontwikkeling van de inkomsten en uitgaven en de systematiek van de BUIG, de aanpak van het tekort en de vangnetregeling Participatiewet.

 

 

7.1 De ambitie 25% uitstroom financieel vertaald

 

Financiële doelstelling

 

1. We gaan voor de financiële vertaling van 25% meer uitstroom naar de uitgaven BUIG vanaf 2021 uit van de volgende aannames:

• Een uitkering kostte in Hilversum in 2018 gemiddeld €14.400,-.

• Ook voor 2019, 2020 en 2021 rekenen we met €14.400,- per uitkering.

• We willen 267 inwoners vanuit de participatiewet naar werk begeleiden. Dat is 53 inwoners meer dan het referentiejaar 2017 (zie programmabegroting 2019).

• Van deze 53 inwoners schatten we in dat de helft fulltime en de helft voor maximaal 50% kan werken:

50% x 53 X (0,5 x 14.400,-) = € 190.800

50% x 53 x 14.400,- = € 381.600

Totale maximale besparing: = € 550.000 (afgerond)

 

2. Dit betekent dat de coalitie-ambitie om € 1 miljoen te besparen op de uitgaven BUIG wordt verlaagd naar €550.000. Dit leidt tot een begrotingswijziging, zie 7.6.

 

3. Het voorlopig vastgestelde budget BUIG (26 april 2019) voor Hilversum voor 2019 is verlaagd met € 1 miljoen ten opzichte van de eerste voorlopige vaststelling in oktober 2018. Deze verlaging kan bij vaststelling van het definitief budget BUIG in oktober 2019 leiden tot een begrotingswijziging.

 

4. De vertaling van meer uitstroom naar de meerjarige tekortreductie wordt door meer factoren bepaald dan alleen onder argument 1 genoemd: het terugdringen van de uitgaven wordt daarom bezien in samenhang met landelijke ontwikkelingen, de hoogte van de inkomsten, de beheersing van de instroom in de uitkering en het kunnen inlopen van gegroeide achterstanden in uitstroom en financiën in voorgaande jaren. Het effect op de realisatie 2019 en het meerjarig tekort BUIG zal kleiner zijn. We komen met een nadere analyse in de 2e helft van 2019.

 

7.2 Inkomsten, uitgaven en resultaat: de BUIG (Bundeling Uitkering Inkomensvoorzieningen Gemeenten)

 

De inkomsten BUIG fluctueren:

1. De hoogte van het Hilversumse deel van het landelijk objectief vastgestelde macrobudget wordt jaarlijks door het kabinet vastgesteld en is afhankelijk van veel factoren waaronder werkgelegenheid en werkloosheid.

2. Hilversum heeft daarnaast inkomsten BUIG vanuit terugvordering, verhaal en openstaande debiteuren.

3. Het landelijk macrobudget is toereikend voor alle bijstandsuitkeringen, maar dat betekent niet dat de BUIG het per gemeente per definitie volstaat voor de lokale uitgaven BUIG; er zijn tekortgemeenten en overschotgemeenten.

4. Hilversum kent sinds de invoering van het nieuwe objectieve verdeelmodel BUIG een negatief resultaat BUIG en dat werkt meerjarig door. Om dat om te buigen naar minimaal een neutraal saldo moet Hilversum dus meer dan bovengemiddeld presteren. Het nieuwe objectieve model gaat uit van de statistische kans dat iemand in Hilversum het komend jaar in de bijstand geraakt, maar houdt geen rekening met die historische ontwikkeling in Hilversum. Anders gezegd: genoeg geld voor de ‘nieuwe’ situatie en te weinig voor de ‘oude plus nieuwe situatie’.

5. Naast de inkomsten BUIG bestaat voor tekortgemeenten nog een bron van inkomsten BUIG sinds de invoering van het nieuwe verdeelmodel BUIG; de vangnetregeling Participatiewet. Alle gemeenten ‘sparen’ hiervoor doordat een deel van de BUIG in het macrobudget wordt gereserveerd en dus niet aan gemeenten op voorhand wordt uitgekeerd. Daar gelden voorwaarden voor. Omdat in 2017 meer dan de helft van alle gemeenten aanspraak maakten op een uitkering vanuit de vangnetvoorziening, is het aandeel Vangnet in het macrobudget voor 2019 belangrijk opgehoogd waardoor minder budget resteert voor de uitkering per gemeente.

6. Voorwaarden voor een aanvulling op de BUIG vanuit deze regeling zijn de drempel (tekort moet minstens 5% van de BUIG zijn) en het eigen risico (5% is volledig eigen risico; en boven de 5% geldt een vergoeding van 50% en vanaf 12,5% geldt een volledige vergoeding van het tekort). Voor 2019 veranderen deze voorwaarden en is de eerste drempel altijd 7,5%. Dit eigen risico verwerken we op voorhand in de begroting bij een verwacht tekort BUIG.

7. Om een beeld van de ontwikkelingen aan de inkomstenkant te krijgen, hieronder de hoogte van de BUIG vanaf 2016:

 

 

De uitgaven BUIG worden bepaald:

1. Door het aantal uitkeringen en de hoogte van de uitkeringen. Deze laatste kan fluctueren omdat een deel van de uitkering door persoonlijke situatie bepaald wordt.

2. Door het saldo van instroom vs. uitstroom: als we minder willen uitgeven moeten we eind van het jaar netto minder uitkeringen verstrekken dan op 1 januari van dat jaar. Netto in dit geval betekent dus: het saldo van instroom en uitstroom: minder inwoners zijn ingestroomd en meer inwoners zijn uitgestroomd.

3. De uitgaven nemen dus alleen af door uitstroom als tegelijk de instroom afneemt en niet toeneemt.

Het resultaat BUIG wordt bepaald door

 

1. Het saldo inkomsten en uitgaven BUIG.

2. Als de uitgaven de inkomsten overstijgen, spreken we van een tekort.

3. Om dat tekort te compenseren moet sprake zijn van een afname van de uitgaven tegelijk met het compenseren van het tekort van de voorgaande jaren: de tekorten van de voorgaande jaren én de tekorten in een lopend jaar door een lagere BUIG moeten meerjarig worden gecompenseerd door evenredig minder uitgaven.

4. Dat betekent dat ieder jaar de opgave groter is dan begroot als de doelstellingen over dat jaar niet behaald zijn.

5. In 2018 zijn 205 inwoners uit de Participatiewet naar werk uitgestroomd. De begrotingsdoelstelling was 214. Hierin telt parttime uitstroom door deeltijd werk (nog) niet mee. Omdat we dit als een belangrijke succesfactor zijn, gaan we vanaf 2019 parttime werk monitoren als prestatie-indicator.

6. In geval van jongeren streven we altijd naar onderwijs boven werk.

 

7.3 Ontstaan en analyse tekort BUIG Hilversum vanaf 2015

Met de invoering van de Participatiewet in 2015 is ook het nieuwe landelijk verdeelmodel geïntroduceerd. Het nieuwe verdeelmodel is gebaseerd op objectieve kenmerken, en berekent de toekomstige kans op instroom in de bijstand per type huishouden in Hilversum. Zo ontstond in 2015 direct een tekort voor Hilversum. Als dat tekort niet in hetzelfde jaar weggewerkt wordt, en het budget wordt niet navenant verhoogd voor het jaar erop, werkt het tekort het volgend jaar door en is de opgave (minder uitkeringen) het jaar erna dus extra groot. Dit is in Hilversum meerjarig zichtbaar.

 

In eerste instantie is daarom extern gekeken naar het effect van de nieuwe verdeelsystematiek voor Hilversum. Deze analyse wordt onder 7.3. nader toegelicht. In 2017 en 2018 is vervolgens gewerkt aan een analyse van de arbeidsmarkt en de aard van de werkzoekende in deze regio. Deze regionale analyses staan in het regionale arbeidsmarktbewerkingsplan. Voor het plan Focus op Werk is daarnaast gekeken naar de sterkte-zwakteanalyse van het bestand aan uitkeringen. Dat alles heeft geleid tot de voorgestelde aanpassingen in de uitvoering en de voorgestelde volledige focus op de kans op werk.

 

 

7.4 De aanpak van het tekort BUIG vanaf eind 2016

Sinds 2016 is volop ingezet op het reduceren van het BUIG tekort. De ambities zijn te hoog gesteld omdat onvoldoende grip bestond op de landelijke ontwikkelingen van de BUIG

2016-2017: analyse van het tekort BUIG en het gevolg voor Hilversum van het nieuwe verdeelmodel BUIG

We hebben eind 2016 een externe analyse van het tekort BUIG gedaan. Daaruit bleek onder andere, dat in Hilversum bepaalde groepen sterk vertegenwoordigd zitten die een grotere statistische kans op bijstand hebben dan andere groepen:

De analyse liet zien:

1. Dat een aantal groepen opvalt in Hilversum ten opzichte van referentiegemeenten: die bewoners bevinden zich vaker in de bijstand dan kan worden verklaard aan de hand van huishoudens- en regiokenmerken. Dit zijn voor Hilversum:

- Alleenstaanden

- Inwoners met een leeftijd tussen 30 en 40

- Inwoners met een leeftijd tussen 50 en AOW

- Inwoners van Syrische afkomst

- Bewoners van een corporatiewoning

- Laagopgeleide autochtonen

2. Dat in Hilversum de gemiddelde uitkering duurder is in vergelijking tot referentiegemeenten. Daarop kan deels worden gestuurd door meer parttime inkomsten te stimuleren door parttime werk naast bijstand.

3. Dat Hilversum hinder ondervindt van de mismatch tussen arbeidsmarkt en werkzoekenden

 

2017-2018: aansluiting Hilversum op landelijke lobby voor beter verdeelmodel en voor passende rijksbudgetten

De gemeenteraad en het college van Hilversum hebben zich nadrukkelijk uitgesproken voor passende budgetten vanuit het Rijk voor de uitvoering van de taken in het sociaal domein. Onder andere door zich via de G44 lobby aan te sluiten bij VNG standpunten. Deze lobby heeft bijgedragen aan de doorontwikkeling van het nieuwe verdeelmodel BUIG. De Raad op het Openbaar Bestuur (ROB) heeft zich in de zomer van 2018 achter het definitieve verdeelmodel gesteld dat hiermee als ‘uitontwikkeld’ wordt beschouwd. Belangrijke verbeteringen zijn doorgevoerd zoals de component statushouders. Voor 2018 betekende dit direct een aanpassing van de BUIG voor Hilversum in de vorm van een hoger budget.

 

2017: Aan het werk

De tekortreductie heeft in Hilversum geleid tot het uitvoeringsplan Aan het werk in 2017. Aan het Werk richt zich er op, dit doorwerkend tekort eind 2020 opgelost te hebben. Dit betekent per 2021

€ 2 miljoen minder uitgaven ten opzichte van 2017. De doelstellingen uit Aan het Werk zijn verwoord in hoofdstuk 1. De volgende resultaten zijn behaald:

1. Om de trend vanaf 2016 richting een lager tekort BUIG door te zetten, is vanaf 2016 jaarlijks succesvol een aanvullende vangnetuitkering Participatiewet aangevraagd.

2. Het verminderen van het aantal uitkeringen vanuit Aan het werk van gemiddeld 70 is niet gehaald. Wel is het gelukt het aantal uitkeringen nagenoeg stabiel te houden in 2018.

3. De intensivering van de uitstroomactiviteiten heeft aldus sinds Aan het Werk in 2017 startte, geleid tot omkering van de trend van een stijgend aantal uitkeringen naar een licht dalende trend.

4. Er vanuit gaande, dat Hilversum ook in 2018 de aanvulling vanuit de vangnetregeling ontvangt, is in 2018 de Participatiewet binnen begroting uitgevoerd. De financiële ambities m.b.t. de BUIG zijn gerealiseerd.

5. Het aantal inwoners dat is uitgestroomd naar betaald werk in 2018 is licht onder begroting gebleven: 205 i.p.v. 214.

6. Voor een relatief lastig te bemiddelen doelgroep is het gelukt om ieder jaar de begrotingsdoelstellingen te hebben behaald sinds 2016.

7. Eind 2018 was 71% van alle inwoners met een Participatiewet-uitkering opgenomen in de matchingstool Szeebra.

8. Extra aandacht gaat uit naar de doelgroepen statushouders en jongeren. Voor deze groepen hebben we speciale teams ingericht. Hierdoor zijn in 2018 24 statushouders uitgestroomd zijn naar werk tegenover 12 in 2017.

9. Voor vragen gerelateerd aan de participatiewet is de begeleiding richting werk verder naar de voorkant’ gehaald waardoor mensen sneller bemiddeld worden naar werk.

 

2017 e.v.: intensivering uitvoering Banenafspraak

De Werkkamer is vanuit de Participatiewet voorgeschreven voor iedere arbeidsmarktregio. In dit samenwerkingsorgaan hebben gemeenten, UWV, werkgevers en werknemers zitting om uitvoering te geven aan de landelijke banenafspraak. Conform deze afspraak hebben werkgevers en overheden een taak om inwoners met een structurele beperking aan het werk te helpen via concrete aantallen banen. De indicatiestelling om hiervoor in aanmerking te komen verloopt via het UWV en de uitvoering van de banenafspraak verloopt via het WSP en het sociaal plein. In de regio Gooi&Vecht is vanaf 2017 een extra impuls gedaan om tot de volgende resultaten te komen:

1. Eind 2018 zijn er 447 extra banen gerealiseerd, 91 % van de doelstelling ultimo 2018 (de landelijke realisatie is 123 %)

2. In meerjarig perspectief kan de toename in 2018 (103 banen) als redelijk positief worden geduid

3. Als vervolg op het actieplan 2017-2018 wordt ook in 2019-2020 een actieplan uitgevoerd om de banenafspraak een blijvende impuls te geven

4. In het 4e kwartaal 2018 zijn er netto 39 banen bijgekomen

5. 47 % van de doelgroep Participatiewet (incl. Wajong) werkt in deze regio (landelijk: 43%)

6. In het 4e kwartaal hebben 47 mensen het werk verloren (3e kwartaal: 49)

7. In 2018 zijn 22 personen ingestroomd via de praktijkroute (2017: 70 personen)

8. We hebben intern 5 garantiebanen gerealiseerd binnen de gemeente Hilversum.

 

2017 e.v.: aanbieden beschutte werkplekken

Vanaf 2018 is het aanbieden van beschutte werkplekken een verplichting geworden vanuit de Participatiewet. Dit betekent voor gemeenten een blijvende financiële verplichting maar dient uiteraard het doel, om mensen een baan aan te bieden die blijvend een beschutte werkomgeving nodig hebben. Ook hier voert het UWV de indicering uit en zijn gemeenten verplicht de plaatsing en begeleiding te organiseren en te financieren.

 

Op een beschutte werkplek zijn in deze regio 18 mensen aan het werk op 31 december 2018, 2 meer dan vorig kwartaal. Onze taakstelling vanuit het Ministerie van SZW was 31 beschutte werkplekken in de regio eind 2018. Lokaal geldt, dat geen wachtlijst bestaat voor beschut werk en dat we in 2017 8 inwoners uit Hilversum en in 2018 13 inwoners een beschutte werkplek konden aanbieden bij Tomin.

 

7.5 De intensivering van de aanpak van het tekort BUIG vanaf 2019

Zoals in onderstaande grafiek te zien, is een intensivering nodig om de het tekort op het BUIG budget weg te werken:

Oranje lijn: budget BUIG (€) omgerekend in aantallen (2019 en 2020 obv voorlopige vaststelling) Blauwe lijn: werkelijk aantal huishoudens met een uitkering

Rode lijn: potentieel aantal huishoudens bij ongewijzigde situatie vanaf 1 jan 2019 (Gap 2)

Groene lijn: gewenste aantal huishoudens om uit te komen met budget BUIG (Gap 1)

(obv 2e voorlopige vaststelling BUIG-budget 2019 van € 28,6 miljoen)

 

A: Het BUIG budget voor 2019 is gezakt met € 1 miljoen.

1e voorlopige vaststelling BUIG budget 2019 (okt 2018): € 29,6 miljoen 2e voorlopige vaststelling BUIG Budget 2019 (apr 2019): € 28,6 miljoen

 

Regionaal: 2019: analyses en aanpak Werken aan Werk

In 2018 is voor 2019 en verder in de regio Gooi&Vechtstreek gezamenlijk een actieplan opgesteld om meer mensen vanuit de Participatiewet naar werk te begeleiden. De hoogste prioriteit is hierbij betaald werk door het opheffen van de mismatch tussen vraag en aanbod naar werk. Zeker in Hilversum is dit een belemmering in het bevorderen van de uitstroom. Het resultaat is het regionaal arbeidsmarktbewerkingsplan Werken aan Werk, dat tegelijkertijd met dit plan aan de raad voorgelegd wordt.

Werken aan werk bevat uitgebreide analyses van de arbeidsmarkt, de kenmerken van werkloosheid in de regio, de aard van de inwoner in de Participatiewet en van de kansen en bedreigingen in zowel de aanbod- als de vraagzijde. Op basis van deze analyses is een actieprogramma opgesteld dat bestaat uit de volgende agendapunten vanaf 2019. Deze zijn uitgebreider beschreven in Werken en Werk en in dit uitvoeringsplan in hoofdstuk 6.

Lokaal: 2019: Focus op Werk

De ambitie in dit uitvoeringsplan gaat verder waar Aan het Werk gebleven is (zie ook grafiek op

pagina 7). Te zien in bovenstaande grafiek is, wat de status van deze ambitie is. Die is niet gehaald in de streefcijfers van de aantallen uitkeringen. Om de rode lijn om te buigen richting de streefcijfers, is de groene ombuiging nodig. Dat betekent een verzwaring voor de opdracht in dit plan Focus op werk. Dat maakt het ook nodig om dit te doen. Om beide uitstroomambities vanuit Aan het werk plus Focus op werk beide te kunnen realiseren, gaan we uit van realisme en haalbaarheid. Werk is het doel. Meer mensen naar werk zien we als haalbaar:

1. We kennen nu door de analyses van ons bestand aan Participatiewet uitkeringen en de analyses van de economie en arbeidsmarkt, zowel lokaal als regionaal onze kansen en uitdagingen.

2. Doordat we de inwoner kennen en onze aanpak individualiseren in het gehele sociaal domein, kunnen we maatwerk leveren en dus effectiever zijn.

3. De intensivering van de aanpak om meer mensen aan het werk te helpen is financieel mogelijk door meer focus in de groepen en de caseload te brengen dan nu het geval is.

4. Vanaf 2020 zal door het nieuwe minimabeleid en schuldhulpverlening de instroom in de Participatiewet beter beheerst kunnen worden.

5. We kiezen voor een gecombineerde lokale en regionale samenwerking in onze uitvoering. We kijken over grenzen heen omdat de kansen ook in andere gemeenten en regio’s liggen. Door de samenhang met dit alles en met het regionale arbeidsmarktbewerkingsplan ontstaan kansen en komen middelen beschikbaar om de ambitie te realiseren.

6. Werkgevers krijgen een grotere rol en ruimte om initiatieven te nemen.

7. Het college heeft opdracht gegeven tot een rechtmatigheidsonderzoek naar eventuele (nooit lagere) voorliggende voorzieningen waardoor inwoners geen aanspraak op de Participatiewet hoeven te maken. Dit onderzoek is in april 2019 gestart en zal in 2019 tot beëindigingen leiden die in de uitstroom 2019 meetellen.

8. In 2018 is gestart met een pilotfocusgroep van uitkeringsgerechtigden van 27 tot 45 jaar waarbij volledig integraal tussen rechtmatigheid en doelmatigheid (‘werk’ en ‘inkomen’) wordt samengewerkt en een andere werkwijze van

 

 

7.6 Begrotingsvoorstel

 

Het begrotingsvoorstel voor de uitvoering van Focus op werk ziet er als volgt uit:

 

Dit leidt tot de volgende begrotingswijziging:

 

 

 

Toelichting begroting

2020 t/m 2022

In 2020 t/m 2022 is jaarlijks € 235.000 incidenteel budget en dekking opgenomen vanuit het Regionale arbeidsmarktbewerkingsplan Werken aan Werk. Deze middelen zullen worden ingezet voor Participatie en re-integratie. Bovenop deze 3-jarig incidentele inzet van € 235.000 wordt in Hilversum vanuit het regiobudget, in het kader van het Marktbewerkingsplan, voor de periode 2019 t/m 2022 nog ongeveer € 1 miljoen ingezet voor participatie en re-integratie. Deze inzet is geen onderdeel van de begroting van Hilversum, dus is derhalve niet opgenomen in bovenstaand begrotingsvoorstel.

2021 t/m 2024

In 2021 wordt structureel € 550.000 gecorrigeerd op het huidige BUIG budget: De ambities uit Aan het Werk en uit het coalitieakkoord betekenen in feite dat vanaf 2021 een bedrag van € 1 miljoen zou moeten worden overhouden op de BUIG. We schatten in dat dit niet haalbaar is en stellen dat bij naar € 550.000, om de genoemde redenen.

 

 

Overige bedrijfsvoering

In de 3 beleidsplannen Minima, Schuldhulpverlening en Focus op werk is ICT ondersteuning (voor alle drie plannen samen 1 FTE; structureel € 70.000) en eenmalige frictiekosten in 2020 (voor alle drie plannen samen €300.000) opgenomen.

 

Risicoparagraaf

 

1. Het landelijk macrobudget Systematiek BUIG

Het objectieve verdeelmodel BUIG gaat vanaf 2015 volledig uit van de statistische kans dat een inwoner uit Hilversum in de Participatiewet terecht komt. Daartoe kijkt het model naar CBS gegevens zoals bevolkingsopbouw, economie, woningvoorraad sociale huur e.d. Daarnaast wordt het landelijk macro budget ook op basis van een (landelijk) verdeelmodel bepaald. Dit model gaat uit van landelijke cijfers en verwachtingen over economie en arbeidsmarkt en de ontwikkeling van de werkloosheid in het volgend jaar. Het oude verdeelmodel keek naar historische ontwikkelingen in de bijstand per gemeente, en het nieuwe model kijkt naar de toekomstige ontwikkelingen. Voorspellingen zijn daardoor altijd onder het voorbehoud van de uiteindelijke definitieve hoogte van de BUIG.

 

2. Landelijk minder mensen in de bijstand

Op 26 april 2019 is de tweede voorlopige vaststelling BUIG 2019 gepubliceerd. Ten opzichte van de eerste voorlopige vaststelling BUIG 2019 (€ 29,7 miljoen) is het budget met € 1 miljoen naar beneden bijgesteld naar € 28,7 miljoen, mede als gevolg van gunstige landelijke ontwikkelingen inzake het lager dan verwachte aantal gerealiseerde bijstandsuitkeringen in 2018.

 

3. Ontwikkeling uitstroom Hilversum

Naast dit nadeel van € 1 miljoen op het BUIG-budget voor 2019 zien we het volgende. In 2018 loopt de uitstroom uitkeringsgerechtigden achter op de doelstelling, maar worden we financieel gecompenseerd door een hoger BUIG budget, waardoor we binnen de begroting blijven. Echter ook in 2019 lopen de aantallen achter bij onze verwachtingen. Met de tweede voorlopige vaststelling van de BUIG is de verwachting dat we in 2019 niet binnen budget zullen blijven. Een betrouwbare prognose is op basis van de eerste 3 maanden nog niet te geven. Zoals aangegeven komen we met een nadere analyse in de 2e helft van 2019.

 

 

 

Bijlage 1

Van missie naar concreet uitgewerkte doelstellingen en dan naar concrete acties.

 

 

Scenario:

 

Impact op de beleidsdoelstellingen:

 

Iedereen werkt, betaald of onbetaald, zodat we werkloosheid bestrijden nu en straks, wederkerigheid voor iedereen,

De duurzame transformatie sociaal domein: Hilversum doet mee.

25% meer mensen aan het werk vanaf 2019

+

Wederkerigheid: we doen iets voor elkaar en dat is niet vrijblijvend.

++

Werk moet altijd lonen

+

Toename blijvende zelfredzaamheid: groep 1)

Al aan het werk/kan nu werken

+

Toename blijvende zelfredzaamheid groep 2) Werkt nu niet maar binnen twee jaar wel

-

Toename blijvende zelfredzaamheid groep 3) Werkt nu niet en zal niet gaan werken

+

Past in de transformatie gedachte sociaal domein: de inwoner kennen en de werkgevers en partners zijn mede aan zet

++

Bevorderen participatie in Hilversum via ondersteuning maatschappelijk leven; bv werkgevers, culturele instellingen, maatschappelijke partners, sportverenigingen, scholen, openbare ruimtes

++

Duurzaamheid: klaar voor toetreding op de arbeidsmarkt, ook straks als de economie mocht kantelen

+

Mate van verandering in bedrijfsvoering &uitvoering Sociaal Plein

++

Investering geld

 

+

Extra financiële taakstelling uit coalitieakkoord € 1 miljoen besparing op BUIG binnen vier jaar

+

 

 

 

 

Doelgroep:

 

Impact van:

 

Groep 1)

Al aan het werk of kan nu werken

Groep 2) Werkt nu niet maar binnen twee jaar wel

Groep 3) Werkt nu niet en zal niet gaan werken

Maatschappelijke  business case:

Waarom willen we dit:

Waar is deze verandering merkbaar?

Invoering brede dienstverlenend intake (vb maatwerkmethodiek)

+

+

+

Doel: meten is weten en gericht kunnen ondersteunen. Winst = meer sturing op beoogd resultaat interventie mogelijk + meer transparantie + meer betrokkenheid inwoner

Medewerkers Sociaal Plein

Na inventarisatie: de maatschappelijke businesscase: een uitkering kost gemiddeld 14.400,-, dus levert de inzet op aan besparing op de kosten maar vooral aan maatschappelijke winst voor de inwoner

+

+

+

Doel: meer transparantie: wat doen we en wat levert het op. Meer sturing vanuit cijfers en daardoor meer ruimte voor maatwerk en vakmanschap want doelmatigheid is onderbouwd.

Medewerkers Sociaal Plein

Intensivering poort: Intensieve wekelijkse groepsgewijze sollicitatie onder begeleiding 

++

-

-

Doel: investering in sollicitatiebegeleiding = Verkorting werkloosheid per kandidaat (wl) = toename zelfstandigheid (z) + besparing kosten BUIG (b)

Poort

Intensivering poort: instroombeperking door preventie: samenwerking WSP en UWV

+

-

-

Doel: ieder doet waar we goed in zijn en niet waar we minder goed in zijn of geen geld voor hebben. Samen de cirkel rond maken. Werkgevers in positie brengen: voortijdig kennis van wat op langere termijn de bijstand betekent bij ontslag

Poort

Focus aanbrengen in de begeleiding binnen de teams sociaal plein naar doelgroep inwoners

+

+

++

Doel: meer gericht kunnen ontwikkelen waardoor kwaliteitsbevordering mogelijk is. 

Poort en Team Werk & Parti-cipatie

Betere sturing door data-based werken (ook in samenwerking met regio)

+

+

+

Doel: we weten waar we het over hebben en we kunnen beter voorspellen. We dwingen onszelf tot het bijhouden van onze gegevens en laten onze inwoner waar mogelijk het eigen dossier bijhouden of begeleiden de weg daar naar toe.

Management

Andersoortige  aandacht voor groep 3

-

-

+

Doel: voor deze groep: aandacht loont en dwang niet. 

Team Inkomen

Vergroten % deeltijd/parttime werk

+

-

-

Doel: parttime werk makkelijker vindbaar dan fulltime. Vervolgens uitbreiden uren. Werk moet dan wel lonen. Iedere uitbreiding van uren is een besparing op de BUIG

Team Poort en  Werk & Parti-cipatie

Samenwerking Tomin en andere sociaal ondernemers: we delen de kosten en de opbrengt en maken dingen mogelijk.

+

+

-

Doel: Stimuleren en mogelijk maken sociaal ondernemerschap door samenwerking economie-werk en inkomen. Sociaal ondernemen belonen en mag lonen.

allen

(meer) werk aantrekkelijker maken door bijverdiensten mogelijk te maken

+

+

-

Doel: aanmoedigen en niet ontmoedigen. We zoeken de mogelijkheden op.

allen

Uitbreiding scope en aantal leerwerktrajecten in de wijken zoals pilot leerwerktraject zorg.

-

+

-/-

Doel: duurzaamheid en kansen vergroten, ook als regulier leren niet mogelijk is. Betrokkenheid en verantwoordelijkheid werkgevers voor benodigde medewerkers benutten.

Team Werk & Participatie, Werkgevers-servicepunt

Nadrukkelijke relatie schulden en minimabeleid en werk zoeken in aanpak.

+

+

+

Doel: schulden beperken de kans op werken sterk. Terwijl werk de kans is om structurele schulden te voorkomen. We helpen je en jij gaat in de tussentijd leren of werken en samen lossen we af.

Team Poort,  Team Werk & Parti-cipatie

Right to coöperate: baas over eigen re-integratiebudget

-

+

-

Doel: we weten het niet beter. Onder nog vast te stellen randvoorwaarden stimuleren en bevorderen we je ondernemerschap en initiatief in je zoektocht naar werk.

Team Werk & Participatie

Gemeente-brede inkooptrajecten: social return als norm

-

+

-

Doel: inkoop is effectieve sturing om mensen kansen te bieden die op papier minder kansrijk zijn. 

Inkoop,  Werk & Parti-cipatie , Werkgevers-servicepunt

Innovatie en partnership: uitbreiding gedachtengoed NOVA

-

+

+

Doel: het ‘samen’ verantwoordelijk zijn doet recht aan de verhouding overheid-samenleving. We laten de professionals graag aan de slag gaan.

Team Werk & Participatie , Bbz

Begeleiden inwoners in participatiewet naar ZZP-schap straks. Ook: Parttime ondernemen bevorderen en participeren in sociale onderneming.

-

+

-

Doel: de arbeidsmarkt verandert. Het denken over werk ook. In de zorg en in de bouw is veel werk en veel flexibiliteit. Ook voor mensen in de Participatiewet geeft dit kansen. Maar dat gaat niet vanzelf, dus gerichte sturing op het voorbereiden als ZZP’er is nodig. We zetten hiertoe ZZP’ers zelf in want zij weten hoe het moet.

Team Werk & Participatie

Focus op de eigen verantwoordelijkheid in de samenwerking UWV-Werkgeverservicepunt-gemeente

+

+

-

Doel: Het WSP moet als werkgeversdienstverlener de arbeidsmarkt en de werkgevers kennen. Dat is een basiseis. Het UWV kent de WW’er die wellicht te lang werkloos raakt. Wij als gemeente kennen onze inwoner. Rolverheldering en taakverduidelijking.

 

Plaatsing mensen met beperking in de eigen organisatie

+

+

-

Doel: we hebben een taak vanuit de Wet banenafspraak maar vooral een voorbeeldrol om inclusiviteit een gezicht te geven.

Team Poort, Team Werk & Participatie, HR

WMO voorzieningen zoals arbeidsmatige dagbesteding activerend inzetten

-

-

+

Doel: de samenhang zoeken tussen Werk, Inkomen en WMO: als we willen activeren, moet de WMO inzet dat ook ondersteunen en mogelijk maken.

Team Wmo, Team Werk & Participatie, team Inkomen

Wederkerigheid: Je doet er toe en je doet iets terug

+/-

+

+

Doel: we helpen om je gericht en langdurig op weg te helpen. Zodat je ons niet meer nodig hebt. 

Alle teams

Vrijwilligersbeleid: vrijwilligerswerk en buddy-zijn aantrekkelijker maken door bijv. training en waardering

-

-

+

Doel: als we meer betrokkenheid vragen voor en bij onze stad, moet er begeleiding mogelijk gemaakt worden. Dat kunnen we niet allemaal zelf en we hebben dus vrijwilligers nodig.

p.m.

Inwoners uit de participatiewet zetten zich in voor Hilversum en Hilversum voor hen

-

+/-

+

Doel: het verenigingsleven ondersteunen, professionals in zorg en onderwijs ondersteunen.

p.m.

Methodisch werken

+

+

+

Doel: kwaliteitsbevordering door plan-do-check-act

Alle teams

Mensen in de bijstand helpen elkaar

-

+

+

Doel: ervaringsdeskundigheid inzetten.

Alle teams

 

Bijlage 2 De reis van de inwoner in werk en inkomen

Naar boven