Gemeenteblad van Rotterdam

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
RotterdamGemeenteblad 2020, 39998Overige besluiten van algemene strekking



Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam houdende regels omtrent onderwijsbeleid (Subsidieregeling Rotterdams Onderwijsbeleid 2020-2021)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,

 

gelezen het voorstel van de concerndirecteur Maatschappelijke Ontwikkeling van 4 februari 2020, 20MO00170;

 

gelet op de artikelen 3, 4, 6, 7, 13 en 14 van de Subsidieverordening Rotterdam 2014;

 

overwegende, dat het wenselijk is een Subsidieregeling vast te stellen, ter uitvoering van het Rotterdams onderwijsbeleid 2019-2022 Gelijke Kansen voor elk talent;

 

besluit:

 

Hoofdstuk 1 Algemeen deel

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • -

    achterstandsscore: achterstandsscore, als bedoeld in artikel 27 van het Besluit bekostiging Wet op het primair onderwijs;

  • -

    Children’s zone: school in de wijken Afrikaanderwijk, Bloemhof, Carnisse, Hillesluis, Feijenoord, Oud-Charlois en Tarwewijk;

  • -

    ho: hoger onderwijs;

  • -

    leerlingenaantal: het aantal leerlingen of deelnemers dat in de administratie van de Dienst Uitvoering Onderwijs staat ingeschreven op een school op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het te subsidiëren school- of kalenderjaar;

  • -

    mbo: middelbaar beroepsonderwijs;

  • -

    norm voortgezet onderwijs: de normen die de Inspectie heeft vastgesteld voor de vier indicatoren van het onderwijsresultatenmodel;

  • -

    NPRZ: Nationaal Programma Rotterdam Zuid;

  • -

    ondergrens po: de Inspectie-ondergrens van de schoolvergelijkingsgroep van de door het ministerie goedgekeurde verplichte eindtoets basisschool;

  • -

    po: primair onderwijs;

  • -

    po cz: primair onderwijs in Children’s zone;

  • -

    school: alle op grond van de Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs erkende scholen en de instellingen op grond van de Wet educatie en beroepsonderwijs, Wet op het hoger en wetenschappelijk onderzoek;

  • -

    schooljaar: de periode van 1 augustus tot en met 31 juli van het daarop volgende jaar;

  • -

    vo: voortgezet onderwijs;

  • -

    (v)so: (voortgezet) speciaal onderwijs;

  • -

    ve: vroegschoolse educatie.

Artikel 2 Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten en doelgroepen.

Artikel 3 Activiteiten en doelgroepen

  • 1.

    Subsidies kunnen uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten in het kader van de volgende onderdelen:

    • a.

      schoolontwikkeling;

    • b.

      Burgerschapsinitiatieven en deskundigheidsbevordering burgerschap;

    • c.

      zij-instroom en opscholing onderwijsassistenten;

    • d.

      werkdruk, ontzorgen, starters en stagiairs;

    • e.

      anders organiseren, innoveren en ruimte directies;

    • f.

      Rotterdamse lerarenbeurs;

    • g.

      van onderwijs naar arbeidsmarkt;

    • h.

      sociale veiligheid in en om scholen;

    • i.

      dagprogrammering;

    • j.

      schakelklassen primair onderwijs;

    • k.

      Lekker fit!;

    • l.

      ieder Kind Een Instrument;

    • m.

      ouderbetrokkenheid;

    • n.

      veiligheid op school.

  • 2.

    Het overzicht door welke doelgroepen de diverse subsidies kunnen worden aangevraagd is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.

Artikel 4 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    Uitsluitend kosten voor de uitvoering van activiteiten, als bedoeld in artikel 3 van deze regeling, en accountantskosten ten behoeve van de verantwoording van deze subsidieregeling komen in aanmerking voor subsidiëring.

  • 2.

    Niet voor subsidie in aanmerking komen de kosten met betrekking tot reguliere activiteiten, activiteiten waarvoor uit ander bronnen financiële middelen ter beschikking gesteld kunnen worden, reguliere loonkosten en overhead.

Artikel 5 Berekening van uurtarieven

Bij het hanteren van uurtarieven in het kader van het beoordelen van de aanvraag worden de volgende standaardberekeningswijzen toegepast:

  • a.

    berekening op basis van werkelijke kosten, inclusief werkgeverslasten;

  • b.

    berekening op basis van de laatst vastgestelde genormeerde gemiddelde personeelslast voor het po, vo, (v)so; of

  • c.

    berekening die vooraf is goedgekeurd door de subsidieverlener.

Artikel 6 Subsidieplafond

  • 1.

    Voor de toepassing van deze subsidieregeling geldt voor de periode van 1 augustus 2020 tot en met 21 juli 2021 een subsidieplafond van in totaal € 44.330.000. Dit bedrag is onder voorbehoud van de jaarlijkse goedkeuring van de begroting door de gemeenteraad van Rotterdam en onder voorbehoud van verkrijging van middelen van het Rijk. Het subsidieplafond bestaat uit de volgende deelplafonds:

     

    Schoolontwikkeling

    € 20.060.000

    Burgerschapsinitiatieven en deskundigheidsbevordering burgerschap

    € 1.075.000

    Zij-instroom en opscholing onderwijsassistenten

    € 1.250.000

    Werkdruk, ontzorgen, starters en stagiairs 

    € 2.000.000

    Anders organiseren, innoveren en ruimte directies

    € 1.420.000

    Rotterdamse lerarenbeurs

    € 600.000

    Van onderwijs naar arbeidsmarkt

    € 695.000

    Sociale veiligheid in en om scholen

    € 120.000

    Dagprogrammering

    € 11.400.000

    Ouderbetrokkenheid

    € 6.000.000

     

  • 2.

    De mogelijkheid tot het indienen van subsidieaanvragen ten behoeve van Zij-instroom en opscholing onderwijsassistenten kan opnieuw worden opengesteld als na afhandeling van alle subsidieaanvragen die zijn ingediend tot en met 1 mei 2020, inclusief aanvragen waarvoor uitstel is verleend, het subsidieplafond van de onderdelen Zij-instroom en opscholing onderwijsassistenten, Werkdruk, ontzorgen, starters en stagiairs en Anders organiseren, innoveren en ruimte directies nog niet is bereikt.

    • a.

      De hernieuwde openstelling voor het indienen van subsidieaanvragen wordt uiterlijk 1 juli bekend gemaakt op de website van de gemeente Rotterdam.

    • b.

      Nieuwe subsidieaanvragen kunnen worden ingediend tot en met 15 oktober 2020.

    • c.

      De verdeling van de subsidie geschiedt, tot het subsidieplafond als bedoeld in artikel 6, eerste lid, op basis van de volgorde als bedoeld in artikel 7.

Artikel 7 Wijze van verdeling en hoogte van de subsidie

De diverse subsidies worden verdeeld op basis van de methodieken, bedoeld in bijlage 2 en 3 bij deze regeling.

Artikel 8 Aanvraag subsidie

  • 1.

    In aanvulling op artikel 5 van de SVR 2014 wordt de subsidieaanvraag ingediend met behulp van het vastgestelde subsidieaanvraagformulier, bedoeld in bijlage 4, met uitzondering van:

    • a.

      Dagprogrammering;

    • b.

      Schakelklassen.

  • 2.

    Voor dagprogrammering geldt de aanvraagprocedure bedoeld in hoofdstuk 4.

  • 3.

    Voor de aanvraag subsidie schakelklassen kunt u contact opnemen met de beleidsadviseur schakelklassen van de gemeente Rotterdam.

  • 3.

    Bij een aanvraag voor subsidieonderdeel Veiligheid op school wordt een geldige offerte van auditerende instantie gevoegd.

  • 4.

    Voor het subsidieonderdeel veilig wordt één gezamenlijke aanvraag voor het vo en één gezamenlijke aanvraag voor het mbo ingediend, ten behoeve van scholen waar de noodzaak het hoogst is.

Artikel 9 Aanvang beslistermijn aanvraag subsidie

  • 1.

    In afwijking van artikel 6, tweede lid, van de SVR 2014, wordt de subsidieaanvraag uiterlijk op 1 mei 2020 ingediend.

  • 2.

    In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de SVR 2014, vangt de beslistermijn aan op 1 mei 2020.

Artikel 10 Subsidieverantwoording

  • 1.

    In aanvulling op artikel 13, tweede lid, en artikel 14, tweede lid, van de SVR 2014 wordt de subsidieverantwoording ingediend met behulp van het vastgestelde subsidieverantwoordingsformulier, bedoeld in bijlage 2, daarnaast geldt:

    • a.

      voor dagprogrammering, dat tevens de gemaakte afspraken in het vast te stellen programma, zoals bedoeld in hoofdstuk 4 worden nagekomen;

    • b.

      voor veiligheid op school, dat bij de verantwoording naast het vastgestelde subsidieverantwoordingsformulier ook het audit-rapport wordt overgelegd.

  • 2.

    De subsidieverantwoording wordt uiterlijk op 30 november na afloop van het schooljaar ingediend.

Hoofdstuk 2 Generieke subsidie

Artikel 11 Schoolontwikkeling

  • 1.

    Het schoolontwikkelingsbudget is een generieke subsidie voor concrete activiteiten en maatregelen, die bijdragen aan het vergroten van kansengelijkheid zoals beschreven in het onderwijsbeleid ‘Gelijke kansen voor elk talent’ en draagt bij aan één of meerdere van de volgende thema’s:

    • a.

      het verbeteren van de overgangen tussen schoolsoorten om de tweedeling tussen leerlingen in de huidige praktijk te verkleinen en de uitval te verminderen;

    • b.

      de kwaliteit en toegankelijkheid van scholen, waarbij een kwalitatief goed en gevarieerd aanbod aan (voor)scholen in de hele stad, zorgt voor dat alle leerlingen worden uitgedaagd om het beste uit zichzelf te halen en vermindert segregatie;

    • c.

      passende zorg en ondersteuning voor leerlingen die dat nodig hebben om in hun schoolloopbaan succesvol te kunnen zijn;

    • d.

      voldoende gekwalificeerde en goed toegeruste leraren, schoolleiders en pedagogisch medewerkers;

    • e.

      een Rotterdamse werkwijze democratisch burgerschap omdat het onderwijs de opdracht voelt om kinderen en jongvolwassenen te helpen weerbare, verantwoordelijke burgers te worden die een waardevolle bijdrage leveren aan de Nederlandse samenleving;

    • f.

      de verbinding van het onderwijs met de arbeidsmarkt om kinderen op te leiden voor de wereld van morgen; of

    • g.

      ruimte voor talentontwikkeling van alle kinderen, te beginnen met de ontwikkeling van dagprogrammering in de Children’s Zone op Zuid;

    • h.

      versteviging van de sociale veiligheid op en rond school.

  • 2.

    Bij de subsidie voor schoolontwikkeling wordt onderscheidt gemaakt in scholen in groep 1 en scholen in groep 2.

  • 3.

    Scholen in het po in groep 1 zijn alle scholen met het inspectieoordeel zeer zwak of onvoldoende, aangevuld met scholen onder de ondergrens po, uitgezonderd scholen met de waardering Goed van de Inspectie van het Onderwijs.

  • 4.

    Scholen in het po in groep 2 zijn alle scholen met de waardering Goed, aangevuld met scholen boven de ondergrens po, uitgezonderd scholen met het inspectieoordeel zeer zwak of onvoldoende.

  • 5.

    Scholen in het vo in groep 1 zijn alle scholen met het inspectieoordeel zeer zwak of onvoldoende, aangevuld met scholen onder de norm vo en scholen/afdelingen in het vo, uitgezonderd scholen met de waardering Goed van de Inspectie van het Onderwijs.

  • 6.

    Scholen in het vo in groep 2 zijn alle scholen met de waardering Goed, aangevuld met scholen boven de norm vo en scholen/afdelingen in het vo, uitgezonderd scholen met het inspectieoordeel zeer zwak of onvoldoende.

  • 7.

    Voor categorale gymnasia telt de indicator van het onderwijsresultatenmodel “onderwijspositie ten opzichte van advies po”, waar uitsluitend leerlingen met een enkelvoudig vwo-advies worden toegelaten, niet mee voor zover de norm niet zakt onder -5%.

  • 8.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger, die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van schoolontwikkeling de volgende verplichtingen:

    • a.

      scholen in groep 1, zetten de middelen alleen in voor extra activiteiten gericht op verhoging van de schoolprestaties en verbetering van de schoolresultaten en daarmee het verkleinen van schoolverschillen om boven de ondergrens po of norm vo te komen;

    • b.

      scholen in groep 2, en het (v)so,zetten de middelen in voor extra activiteiten gericht op een bijdrage aan de thema’s zoals beschreven in het onderwijsbeleid ‘Gelijke kansen voor elk talent’;

    • c.

      de beschikbare middelen voor scholen in groep 1 worden op deze aangewezen scholen ingezet;

    • d.

      de beschikbare middelen voor scholen in groep 2 worden door het schoolbestuur op de school of scholen naar keuze ingezet;

    • e.

      indien middelen beschikbaar voor scholen in groep 2 ingezet worden op scholen in groep 1, worden deze middelen ingezet voor extra activiteiten gericht op verhoging van de schoolprestaties en verbetering van de schoolresultaten en daarmee het verkleinen van schoolverschillen om boven de ondergrens po of norm vo te komen;

    • f.

      de subsidies berekend ten behoeve van een bepaalde sector in po, vo, (v)so worden uitsluitend in die sector ingezet.

  • 9.

    Bij de beoordeling van de aanvragen van scholen in groep 1, kan advies van externe deskundigen worden gevraagd. Daarin wordt gekeken naar de juistheid van de analyse en de effectiviteit van de gekozen aanpak.

Hoofdstuk 3 Specifieke subsidies

Artikel 12 Burgerschapsinitiatieven en deskundigheidsbevordering burgerschap

  • 1.

    De subsidie Burgerschapsinitiatieven en deskundigheidsbevordering burgerschap is voor ondersteuning aan kleinschalige burgerschapsinitiatieven die bijdragen aan de Rotterdamse Werkwijze Democratisch Burgerschap op Rotterdamse scholen en vve-instellingen of is voor projecten en initiatieven die bijdragen aan deskundigheidsbevordering van leraren en overige onderwijsprofessionals met als doel van leerlingen democratische Rotterdammers te maken. Er wordt naar gestreefd dat iedere school een veilige oefenplaats is voor democratisch burgerschap.

  • 2.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger, die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van Burgerschapsinitiatieven en deskundigheidsbevordering burgerschap, de volgende verplichtingen:

    • a.

      het initiatief heeft een specifieke Rotterdamse context en invulling en gaat over actuele thema’s;

    • b.

      de werkwijze sluit aan bij de leefwereld van leerlingen en jongeren;

    • c.

      het initiatief draagt ertoe bij dat de school een plek is waar leerlingen kunnen oefenen in burgerschapsvaardigheden als voorbereiding op de hedendaagse samenleving; en

    • d.

      de werkwijze wordt per onderwijssector en school op een voor de leerling passende manier uitgewerkt, waarbij maatwerk mogelijk wordt gemaakt, om commitment van de school te bewerkstellingen.

Artikel 13 Zij-instroom en opscholing onderwijsassistenten

  • 1.

    De subsidie Zij-instroom en opscholing onderwijsassistenten is voor het stimuleren van zij-instroom en opscholen van onderwijsassistenten om de druk op de Rotterdamse arbeidsmarkt te verlichten en de diversiteit binnen teams te vergroten. De subsidie kan worden aangevraagd voor zowel het zij-instroom in beroeptraject, voor zij-instromers die een deeltijd of een duale opleiding volgen, als voor onderwijsassistenten die instromen in de lerarenopleiding of de pabo.

  • 2.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van zij-instroom de volgende verplichtingen:

    • a.

      de zij-instromer volgt onderwijs om zijn bevoegdheid als docent in het po of (v)so te behalen;

    • b.

      de zij-instromer wordt ingezet op een Rotterdamse school en heeft hiervoor een getekende overeenkomst;

    • c.

      de zij-instromer ontvangt salaris gedurende zijn opleiding; en

  • 3.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger, die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van opscholing onderwijsassistenten de volgende verplichtingen:

    • a.

      de onderwijsassistent volgt onderwijs om zijn bevoegdheid als docent in het po, so of vso te halen;

    • b.

      de onderwijsassistent is in zijn huidige baan werkzaam op een Rotterdamse schoollocatie;

    • c.

      de onderwijsassistent wordt in tijd gefaciliteerd door zijn schoolbestuur om de opleiding te volgen;

  •  

    • d.

      de onderwijsassistent volgt de opleiding aan een Rotterdamse pabo; en

    • e.

      het schoolbestuur vraagt tevens de landelijke subsidie “Onderwijsassistenten naar opleiding tot leraar” aan.

Artikel 14 Werkdruk, ontzorgen, starters en stagiairs

  • 1.

    De subsidie Werkdruk, ontzorgen, starters en stagiairs is voor ondersteuning aan initiatieven ten behoeve van begeleiding van startende docenten of stagiairs of ten behoeve van werkdrukvermindering. Deze initiatieven stellen de startende docenten en stagiairs in staat zich beter te richten op hun kerntaken of dragen bij aan een goede start van leraren en stagiairs in hun onderwijsloopbaan.

  • 2.

    De subsidie heeft voor po cz als doel om teams in locaties in Children’s Zone-gebied te ontzorgen en om stagiairs en starters te binden aan locaties in Children’s Zone-gebied.

  • 3.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van begeleiding startende docenten en stagiairs of werkdrukvermindering de volgende verplichtingen:

    • a.

      de activiteiten hebben direct effect op vermindering van de ervaren werkdruk, hebben een efficiëntere inzet van startende docenten of de begeleiding van startende docenten en stagiairs en zijn duurzaam van aard;

    • b.

      het plan of de opgedane kennis is overdraagbaar aan andere besturen of scholen, waarbij aan de subsidieaanvrager een actieve bijdrage kan worden gevraagd bij deze kennisdeling; en

    • c.

      middelen die beschikbaar zijn voor Children’s zone-locaties worden alleen op Children’s zone-locaties besteed.

Artikel 15 Anders organiseren, innoveren en ruimte directies

  • 1.

    De subsidie Anders organiseren, innoveren en ruimte directies is ter ondersteuning van de ontwikkeling en uitvoering van projecten voor de actielijn ‘anders organiseren van de lerarenaanpak’, ter stimulering van experimenten en pilots, die op de lange termijn bijdragen aan een andere opbouw van de organisatie of die bijdragen aan het duurzaam aantrekkelijk maken van het beroep van leraar en ter versterking van de inzet van directies voor de ontwikkeling en uitvoering van deze initiatieven.

  • 2.

    De subsidie voor experimenten en pilots past binnen één van volgende drie thema’s:

    • a.

      versterken van het beroepsbeeld van de leraar met onder andere ruimte voor vakmanschap en professionele ontwikkeling;

    • b.

      inzet van een meer divers personeelsbestand; of

    • c.

      anders opleiden;

    • d.

      de subsidie voor experimenten en pilots past binnen één van volgende drie thema’s:

  • 3.

    Bij de aanvraag anders organiseren dienen de volgende onderdelen inzichtelijk gemaakt te worden:

    • a.

      het effect op het lerarentekort in Rotterdam;

    • b.

      het aantal betrokken scholen in het experiment;

    • c.

      de samenwerking met andere partijen; en

    • d.

      de duurzaamheid en ontwikkelsnelheid;

    • e.

      of kennisinstituten betrokken zijn; of

    • f.

      gebruik gemaakt wordt van inzet van de ‘innovatiegroep broedplaats’ of een vergelijkbaar kennisplatform.

  • 4.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van Anders organiseren, innoveren en ruimte voor directies de volgende verplichtingen:

    • a.

      het plan en de opgedane kennis zijn overdraagbaar aan andere besturen en scholen, waarbij van de subsidie-aanvrager een actieve bijdrage kan worden gevraagd bij deze kennisdeling;

    • b.

      de extra middelen beschikbaar voor Children’s zone-locaties worden alleen ingezet voor ruimte voor directie op Children’s zone-locaties.

Artikel 16 Rotterdamse lerarenbeurs

  • 1.

    De subsidie Rotterdamse lerarenbeurs is voor het stimuleren van het beste onderwijs in Rotterdam door medewerkers, die bij de uitoefening van hun beroep direct bijdragen aan de bevordering van het leerproces, te ondersteunen in hun ontwikkeling en hun te boeien en binden aan het uitoefenen van hun vak in Rotterdam.

  • 2.

    Voor de aanvraag van de lerarenbeurs geldt het volgende:

    • a.

      de studie of cursus betreft geen buitenlandse studiereis;

    • b.

      de beurs kan worden ingezet voor meerjarige professionaliseringsactiviteiten, die al aangevangen zijn en nog niet afgerond zijn;

    • c.

      de beurs is niet bedoeld voor leraren die een hogere of tweede bevoegdheid willen halen, omdat zij gebruik kunnen maken van de landelijke regelingen voor lerarenbeurzen;

    • d.

      de beurs is niet bedoeld voor professionaliseringsactiviteiten die de school of het bestuur kan organiseren in kader van (verplichte) scholing. Aanvragen die van deze aard zijn kunnen niet worden bekostigd uit de Rotterdamse Lerarenbeurs.

  • 3.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger, die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van de Rotterdams lerarenbeurs de volgende verplichtingen:

    • a.

      de beurs is complementair aan de maatregelen die het schoolbestuur of de vve-, mbo-instelling neemt om de medewerkers verder te professionaliseren;

    • b.

      de beurs is complementair aan de landelijke lerarenbeurs die het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap beschikbaar stelt;

    • c.

      de beurs komt tegemoet aan de persoonlijke scholingsbehoefte van de medewerkers voor wie de beurs aangevraagd wordt;

    • d.

      de beurs wordt ingezet voor een activiteit die een bijdrage levert aan de bekwaamheid van de medewerkers die werkzaam zijn in het onderwijs, zoals opgenomen in de Wet op de beroepen in het onderwijs, of die werkzaam zijn bij een vve-instelling en die bij de uitoefening van hun beroep direct bijdragen aan het leerproces van peuters, leerlingen en studenten;

    • e.

      de medewerker heeft een vaste aanstelling in het po, vo, v(s)o van ten minste 0,575 fte en in de vve van ten minste 0,5 fte; en

    • f.

      medewerkers in het mbo hebben in plaats van een vaste aanstelling, een aanstelling van ten minste een half jaar.

Artikel 17 Van onderwijs naar arbeidsmarkt

  • 1.

    De subsidie Van onderwijs naar arbeidsmarkt bestaat uit Bewust kiezen voor beroepsopleiding en beroepssector en uit Doorstroming van jongeren naar hogere onderwijsniveaus en naar de arbeidsmarkt.

  • 2.

    De subsidie voor Bewust kiezen voor beroepsopleiding en beroepssector is voor activiteiten die eraan bijdragen dat jongeren een bewuste keuze maken voor beroepen, branches of beroepssectoren en toeleidende opleidingen.

  • 3.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger, die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van Bewust kiezen voor beroepsopleiding en beroepssector de volgende verplichtingen:

    • a.

      er is samenwerking tussen vo en mbo bij uitvoering van deze subsidie;

    • b.

      in de loopbaanoriëntatie of -begeleiding wordt expliciet aandacht besteed aan één of meerdere Rotterdamse tekortsectoren, te weten techniek, IT, zorg en onderwijs;

    • c.

      de subsidie wordt besteed aan de professionalisering van docenten dan wel de ouderbetrokkenheid ten aanzien van loopbaanbegeleiding;

    • d.

      de subsidie wordt besteed aan het verbeteren van de doorstroom van vmbo naar mbo; en

    • e.

      de subsidie is vernieuwend en aanvullend op de bestaande loopbaanoriëntatie en -begeleiding van de school of het schoolbestuur.

  • 4.

    De subsidie voor Doorstroming van jongeren naar hogere onderwijsniveaus en naar de arbeidsmarkt is voor het verbeteren van de doorstroom van jongeren.

  • 5.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger, die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van Doorstroming van jongeren naar hogere onderwijsniveaus en naar de arbeidsmarkt de volgende verplichtingen:

    • a.

      de subsidie draagt bij aan het vergroten van het aantal studenten van de beroepsbegeleidende leerweg in het mbo en aan het vergroten van de doorstroming binnen mbo naar de beroepsbegeleidende leerweg;

    • b.

      de subsidie draagt bij aan het versterken van de samenwerking tussen beroepsonderwijs en bedrijfsleven waar dit gaat boven de reguliere samenwerking die reeds verwacht mag worden, zodat krachtige, innovatieve en snelle sporen ontstaan naar een baan;

    • c.

      de subsidie draagt bij aan het stimuleren van samenwerking tussen de mbo-instellingen, tussen mbo en hbo en tussen hoger onderwijsinstellingen op het gebied van het delen van kennis en expertise.

Artikel 18 Sociale veiligheid in en om scholen

  • 1.

    De subsidie Veilig is voor versteviging van de sociale veiligheid op en rond school.

  • 2.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger, die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van de veiligheid op scholen de volgende verplichtingen:

    • a.

      de subsidie wordt ingezet voor trainingen voor het versterken van individuele leraren en lerarenteams rond omgaan met agressie en de straatcultuur in de klas of op school;

    • b.

      de subsidie wordt ingezet om tijdelijk beveiliging in te huren wanneer er een toename wordt geconstateerd van de (ervaren) onveiligheid;

    • c.

      de subsidie wordt ingezet om agressie onder jongeren te beteugelen en hen weerbaar tegen groepsdruk te maken;

    • d.

      de subsidie wordt ingezet om signalering ten aanzien van seksueel grensoverschrijdend gedrag onder leraren en teams te versterken; of

    • e.

      de subsidie wordt ingezet om de weerbaarheid ten aanzien van seksueel grensoverschrijdend gedrag van leerlingen en studenten te vergroten.

Hoofdstuk 4 Subsidie voor scholen in de Children’s Zone

Artikel 19 Dagprogrammering

  • 1.

    De subsidie Dagprogrammering is voor dagprogrammering op po scholen in de Children’s Zone. De dagprogrammering draagt bij aan goede onderwijsresultaten, bredere vorming en een evenwichtige sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen die onderwijs volgen op po-scholen in de Children’s Zone. Voor de po-scholen in de Children’s Zone geldt dat de subsidie Lekker Fit en IKEI deel uit kunnen maken van de dagprogrammering.

  • 2.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger, die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van de dagprogrammering verplichtingen zoals opgenomen in het Programma van eisen Dagprogrammering.

Hoofdstuk 5 Overige subsidies

Artikel 20 Schakelklassen primair onderwijs

  • 1.

    De subsidie Schakelklassen primair onderwijs is voor eerste opvang nieuwkomers primair onderwijs, waarin kinderen die minder dan twee jaar in Nederland zijn, 12 maanden de gelegenheid wordt geboden de Nederlandse taal aan te leren om daarna in te stromen in het reguliere onderwijs.

  • 2.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger, die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van de schakelklassen primair onderwijs de volgende verplichtingen:

    • a.

      een schakelklas eerste opvang bevat ten minste 8 leerlingen en ten hoogste 15 leerlingen uit de groepen drie tot en met acht;

    • b.

      een schakelklas kan aangevraagd worden als op 1 oktober, op 1 februari of op 1 juni 16 leerlingen aanwezig zijn, mits de bestaande klassen tot 15 leerlingen gevuld zijn;

    • c.

      continuïteit van de schakelklassen eerste opvang nieuwkomers geldt als prioriteit;

    • d.

      expertise op het gebied van opvang nieuwkomers is aanwezig.

  • 3.

    Een schakelklas kan aangevraagd worden wanneer op de teldatum;1 november, 1 februari en 1 mei, 16 leerlingen aanwezig zijn, mits de bestaande klassen met 15 leerlingen gevuld zijn. Met behulp van drie telmomenten wordt vastgesteld of uitbreiding of overheveling van klassen nodig is.

  • 4.

    De 1 februari telling, voorafgaande aan de subsidieverlening, is richtinggevend voor de verdeling van de schakelklassen.

  • 5.

    De subsidieaanvrager behoort tot het bestuur van één van de volgende scholen.

     

    Bestuur

    School

    Gebied

    BOOR

    OBS Dakpark

    Delfshaven

    BOOR

    OBS Kasteel Spangen

    Delfshaven

    BOOR

    Kameleon

    Charlois

    BOOR

    Over de Slinge

    Charlois

    BOOR

    Catamaran

    IJsselmonde

    BOOR

    Notenkraker

    Hoogvliet

    PCBO

    Pniëlschool

    Feijenoord

    PCBO

    CBS de Sleutel

    Feijenoord

    PCBO

    Da Costa

    Feijenoord

    RVKO

    Stephanus

    Schiebroek

    RVKO

    Emmausschool

    Delfshaven

    RVKO

    Rozenhorst

    Rozenburg

    K&O

    Talmaschool

    Kralingen-Crooswijk

    K&O

    Martin Luther King

    Prins Alexander

     

Artikel 21 Lekker Fit!

  • 1.

    De subsidie Lekker Fit! is gericht op het bevorderen van een gezonde leefstijl Via het programma Lekker Fit! versterkt de gemeente gezond en fit opgroeien in Rotterdam en een gezonde leefstijl voor kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar.

  • 2.

    In het kader van het programma ‘Lekker Fit!’ geldt het volgende:

    • a.

      geselecteerde scholen kunnen gebruik maken van het programma Lekker Fit!;

    • b.

      de afspraken met de scholen over de uitvoering van de 10 pijlers worden vastgelegd in een intentieovereenkomst.

Artikel 22 Ieder Kind een Instrument

De subsidie ‘Ieder Kind een Instrument’ is voor het bieden van kansen voor kinderen van de basisschool om een instrument te leren bespelen en samen muziek te maken. Het talent voor muziek wordt op school ontdekt en ontwikkeld en het enthousiasme groeit spelenderwijs. In schooljaar 2020-2021 wordt de inzet op de bestaande IKEI-scholen voortgezet.

Artikel 23 Ouderbetrokkenheid

  • 1.

    De subsidie Ouderbetrokkenheid is voor het aanstellen van een medewerker ouderbetrokkenheid om de school te helpen de betrokkenheid en het onderwijsondersteunend gedrag van ouders optimaal te stimuleren.

  • 2.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger, die een subsidie ontvangt voor Ouderbetrokkenheid activiteiten de volgende verplichtingen:

    • a.

      de medewerker geeft mede uitvoering aan het vastgestelde ouderbeleidsplan van de school;

    • b.

      de medewerker stimuleert onderwijsondersteunend gedrag van ouders;

    • c.

      de medewerker wordt, indien van toepassing, ook ingezet om de ouders in de groep nul te ondersteunen bij het uitvoeren van de oudercomponent van het programma van de groep nul;

    • d.

      de medewerker geeft invulling aan de doorgaande lijn ouderbetrokkenheid groep nul-basisschool;

    • e.

      voor po: de medewerker heeft of is studerend voor een diploma op minimaal mbo 4-niveau, bij voorkeur in een pedagogische-didactische richting en beheerst Nederlands op niveau 2F;

    • f.

      voor vo: de medewerker heeft of is studerend voor een diploma op minimaal hbo-niveau, bij voorkeur in een pedagogische-didactische richting en beheerst Nederlands op niveau 3F.

Artikel 24 Veiligheid op school

  • 1.

    De subsidie Veiligheid op school is voor een initiële audit of een re-audit ten behoeve van het certificaat Veilige School.

  • 2.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger, die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van veiligheid op school, de volgende verplichtingen:

    • a.

      uitvoering van een audit of re-audit ter verkrijging of behoud van het certificaat Veilige School;

    • b.

      de certificering, voor het verkrijgen of behoud van het certificaat Veilige School, vindt plaats conform het Rotterdams certificeringskader.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen

Artikel 25 Overgangsrecht

De subsidieregeling Rotterdams Onderwijsbeleid 2019-2020 blijft van toepassing op subsidies verstrekt op grond van die regeling en op volledige aanvragen om subsidie die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van deze subsidieregeling.

Artikel 26 Inwerkingtreding en werkingsduur

Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na de dagtekening van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 augustus 2021, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze subsidieregeling zijn verstrekt.

Artikel 27 Citeertitel

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Rotterdams Onderwijsbeleid 2020-2021.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van 4 februari 2020.

 

De secretaris,

V.J.M. Roozen

 

De burgemeester,

A. Aboutaleb

 

Dit gemeenteblad is uitgegeven op 6 februari 2020 en ligt op dins-, woens- en donderdagen van 9.00 tot 13.00 uur ter inzage bij het Bestuurlijk Informatiecentrum Rotterdam (BIR), locatie Wachtruimte Timmerhuis, Halvemaanpassage 1 (trap op, melden bij Informatiebalie)

(Zie ook: www.bis.rotterdam.nl – Regelgeving of Gemeentebladen chronologisch)

 

Toelichting

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In dit artikel worden de begrippen uitgelegd die in de subsidieregeling worden gehanteerd. Op een aantal hiervan volgt hieronder een nadere toelichting.

 

  • -

    Leerlingaantal: de gemeente hanteert de tellingen die in januari 2020 op de website van DUO beschikbaar zijn; er vinden geen aanpassingen meer plaats, behalve als er significante groei heeft plaatsgevonden;

  • -

    norm voortgezet onderwijs: de normen die de Inspectie heeft vastgesteld voor de vier indicatoren van het onderwijsresultatenmodel; een school (of afdeling van die school) die op minstens één van de vier indicatoren onder de inspectienorm in het onderwijsresultatenmodel scoort en een school of afdeling met het inspectieoordeel zeer zwak of onvoldoende wordt gedefinieerd als school/afdeling die achterblijft in leerprestaties.

  • -

    NPRZ: Nationaal Programma Rotterdam Zuid is een samenwerkingsverband van Rijk, gemeente, schoolbesturen, woningcorporaties, zorginstellingen en werkgevers van Zuid, politie en Openbaar Ministerie met als doel om Zuid in 2030 op het niveau van G4 gemiddeld te komen; dat geldt voor zowel school als werk, als wonen;

  • -

    ondergrens primair onderwijs: de Inspectie-ondergrens van de schoolvergelijkingsgroep van de door het ministerie goedgekeurde verplichte eindtoets basisschool; een school die onder deze grens scoort wordt gedefinieerd als een school die achterblijft in leerprestaties, hierbij wordt gebruik gemaakt van de meest recent (beschikbare) score op 1 mei 2020, en scholen met het inspectieoordeel zeer zwak of onvoldoende, hierbij wordt gebruik gemaakt van het overzicht ‘oordelen primair, speciaal en voortgezet onderwijs 1 april 2020’;

  • -

    Wanneer het nieuwe onderwijsresultatenmodel voor het po in gebruik wordt genomen door de Inspectie van het onderwijs, wordt de ondergrens hierop aangepast. Zie ook: https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/onderwijsresultaten-primair-onderwijs/naar-een-nieuw-onderwijsresultatenmodel

  • -

    norm voortgezet onderwijs: de normen die de Inspectie heeft vastgesteld voor de vier indicatoren van het onderwijsresultatenmodel; een school (of afdeling van die school) die op minstens één van de vier indicatoren onder de inspectienorm in het onderwijsresultatenmodel scoort en een school of afdeling met het inspectieoordeel zeer zwak of onvoldoende wordt gedefinieerd als school/afdeling die achterblijft in leerprestaties.

Artikel 4 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

In deze artikelen wordt uitgelegd welke kosten voor subsidie in aanmerking komen. De bedoelde accountantskosten in dit artikel maken deel uit van het totaal verleend bedrag. Er worden geen extra middelen beschikbaar gesteld.

 

Artikel 8 Aanvraag subsidie

In dit artikel wordt uitgelegd hoe de houder subsidie voor Rotterdams onderwijsbeleid kan aanvragen. De subsidie voor het schooljaar 2020-2021 kan worden aangevraagd tot en met 1 mei 2020. Na het indienen van deze aanvraag is een hersteltermijn mogelijk. Deze termijn wordt in overleg met de gemeente bepaald.

 

De subsidieaanvraag bestaat uit een Word-aanvraagformulier en een Excel-aanvraagformulier. Beide formulieren zijn beschikbaar op het webportaal van de gemeente Rotterdam.

 

Voor de aanvraag subsidie schakelklassen kan contact worden opgenomen met de beleidsadviseur schakelklassen van de gemeente Rotterdam.

 

Artikel 11 Schoolontwikkeling

Met ingang van het schooljaar 2020-2021 gaat de inspectie gebruik maken van referentieniveaus in het onderwijsresultatenmodel. Voor het huidige schooljaar (2019-2020) test de inspectie het nieuwe onderwijsresultatenmodel en is het mogelijk nog aan verandering onderhevig. De gemeente zal dit nauwlettend monitoren wat dit in de toekomst betekent voor onze subsidieregeling. Omdat de subsidieregeling werkt met de resultaten gebaseerd op t-2, is het nog niet mogelijk met het nieuwe onderwijsresultatenmodel te werken in de subsidieregeling 2020-2021.

 

Artikel 13 Zij-instroom en opscholing onderwijsassistenten

Alleen kosten die na inzet van de landelijke subsidiemogelijkheden overblijven voor de opscholing onderwijsassistenten komen voor subsidie in aanmerking.

 

Artikel 18 Sociale veiligheid in en om scholen

Deze subsidie ter bevordering van de veiligheid op scholen is bestemd voor het mbo en het vo. Er wordt voor de zowel de besturen in het mbo als de besturen in het vo een bedrag beschikbaar gesteld. Voor dit bedrag kan een gezamenlijke aanvraag ingediend worden voor inzet op veiligheid op de scholen die hier het meest behoefte aan hebben.

 

Artikel 19 Dagprogrammering

Dagprogrammering beslaat 10 uur per week bovenop de reguliere onderwijstijd. In totaal is dagprogrammering op jaarbasis 400 uur bovenop de reguliere 940 uur. Schoolbesturen dienen op basis van het programma van eisen een aanvraag in voor 10 uur dagprogrammering per week. Een deel van dagprogrammering is subsidiabel, die uren zijn onder regie van school. Een deel van de verstrekking is in natura (zoals Lekker Fit!, IKEI). Het programma van eisen wordt door de gemeente met de betrokkenen afgestemd en gedeeld.

 

Artikel 20 Schakelklassen primair onderwijs

Voor de uitvoering is expertise op het gebied van opvang nieuwkomers vereist. Deze expertise is aanwezig bij een beperkt aantal scholen. Deze scholen die hier bedoeld worden, zijn opgenomen in Artikel 20 lid 4.

 

Bijlagen:

  • 1.

    Bijlage bij artikel 3 Activiteiten en doelgroepen

  • 2.

    Bijlage bij artikel 7 Wijze van verdeling en hoogte van de subsidie

  • 3.

    Berekening schoolontwikkelingsbudget, als bedoeld in artikel 7;

  • 4.

    Subsidieaanvraagformulier en subsidieverantwoordingsformulier voor schoolbestuur, Rotterdams Onderwijsbeleid, Gelijke kansen voor elk talent 2019-2022, schooljaar 2020-2021, als bedoeld in artikel 7, artikel 8 en artikel 10. 

Bijlage 1 Bijlage bij artikel 3 Activiteiten en doelgroepen

 

In onderstaande tabel wordt uitgewerkt door welke doelgroepen de diverse subsidies kunnen worden aangevraagd.

 

 

ve

po (incl.

Children's Zone)

po alleen voor Children's Zone

vo

so

vso

mbo

ho

Generieke subsidie

Schoolontwikkeling

 

x

 

x

x

x

 

 

Specifieke subsidies

Burgerschapsinitiatieven onderwijs

x

x

 

x

x

x

x

 

Zij-instroom en opscholing onderwijsassistenten

 

x

 

 

x

x

 

 

Werkdruk, ontzorgen, starters en stagiairs

 

x

x

x

x

x

x

 

Anders organiseren, innoveren en ruimte directies

 

x

x

 

x

x

 

 

Rotterdamse lerarenbeurs

x

x

 

x

x

x

x

 

Van onderwijs naar arbeidsmarkt

 

 

 

x

 

x

x

x

Sociale veiligheid in en om scholen

 

 

 

X

 

x

x

 

Subsidie voor scholen in de Children’s Zone

Dagprogrammering

 

 

x

 

 

 

 

 

Overige subsidies

Schakelklassen primair onderwijs

 

x

 

 

 

 

 

 

Lekker fit!

x

x

 

 

 

 

 

 

Ieder Kind Een Instrument

 

x

 

 

 

 

 

 

Ouderbetrokkenheid

 

x

 

x

x

x

 

 

Veiligheid op school

 

 

 

x

 

x

x

 

Bijlage 2: Bijlage bij artikel 7 Wijze van verdeling en hoogte van de subsidie

 

Subsidieonderdeel

Wijze van verdelen

Maximale hoogte van de subsidie

Generieke subsidie

Schoolontwikkeling

Na aftrek van de subsidie voor het (v)so wordt voor het po en het vo de subsidie vooraf verdeeld volgens de methodiek beschreven in bijlage 3 Berekening schoolontwikkelingsbudget.

Voor het (v)so € 10.000 per vestigingsnummer.

Specifieke subsidies

Burgerschapsinitiatieven en deskundigheidsbevordering burgerschap

De subsidie wordt vooraf verdeeld per bestuur/instelling op basis van het leerlingenaantal per bestuur/instellingen en aantal peuters per instelling (twee- en driejarigen), zoals berekend in bijlage 4 subsidieaanvraagformulier.

 

Zij-instroom en opscholing onderwijsassistenten

De subsidie wordt vooraf verdeeld op basis van vaste voet en leerlingenaantal en trajecten die het 2e jaar ingaan per bestuur, zoals berekend in bijlage 4 subsidieaanvraagformulier.

Maximaal € 5.000 per zij-instromer, maximaal 2 jaar achtereenvolgens aan te vragen.

Maximaal € 2.500 per onderwijsassistent, maximaal 4 jaar achtereenvolgens aan te vragen.

Werkdruk, ontzorgen, starters en stagiairs

De subsidie wordt voor het po, vo en (v)so vooraf verdeeld op basis van vaste voet en leerlingenaantal per bestuur, zoals berekend in bijlage 4 van het subsidieaanvraagformulier. Voor po cz zijn extra middelen beschikbaar, deze worden evenredig verdeeld per cz-locatie. Voor het mbo is per instelling een maximaal bedrag van € 20.000 per instelling beschikbaar.

Subsidie op basis van ingediende plan en begroting.

Anders organiseren, innoveren en ruimte directies

De subsidie wordt voor het po en (v)so vooraf verdeeld op basis van leerlingenaantal per bestuur, zoals berekend in bijlage 4 van het subsidieaanvraagformulier. Voor po cz zijn extra middelen beschikbaar, deze worden evenredig verdeeld per cz-locatie.

Subsidie op basis van ingediende plan en begroting.

Rotterdamse lerarenbeurs

De toekenning geschiedt op basis van inhoudelijke toetsing aan de verplichtingen, bedoeld in hoofdstuk 3. Bij gelijke geschiktheid en bereiken van subsidieplafond, hebben medewerkers die geen beurs hebben ontvangen of ingezet in 2019-2020 voorrang.

Maximaal € 1.500 per medewerker, zoals bedoeld in artikel 15.

Van onderwijs naar arbeidsmarkt

De toekenning geschiedt op basis van inhoudelijke toetsing aan de verplichtingen, bedoeld in hoofdstuk 3. Plannen die voldoen aan meerdere verplichtingen en plannen die gericht zijn op beroepsbegeleidende leerweg worden als krachtiger beoordeeld.

Subsidie op basis van ingediende plan en begroting.

Sociale veiligheid in en om scholen

Voor zowel het vo als het mbo is € 80.000 beschikbaar. Voor dat bedrag kan een gezamenlijk plan ingediend worden.

Per sector is maximaal € 80.000 beschikbaar.

Subsidie voor dagprogrammering

Dagprogrammering

De middelen worden vooraf verdeeld op basis een uurtarief in combinatie met het met de gemeente gezamenlijk op te stellen en vast te stellen programma.

Middelen zijn voor 10 uur dagprogrammering, voor subsidie dan wel aanbod.

Overige subsidies

Schakelklassen primair onderwijs

Toekenning geschiedt op basis van continuering.

Per schakelklas, waarin minimaal 940 uur per schooljaar wordt lesgegeven, is een bedrag van maximaal € 40.000 beschikbaar.

Lekker Fit!

Het huidige aantal van 94 scholen wordt gehandhaafd. Ook de huidige verdeling wordt in beginsel gehandhaafd. Indien een plek vrijkomt zal een nieuwe school geselecteerd worden op basis van overgewichtcijfers, SES, of een school in een prioriteitswijk ligt, de aanwezigheid van een gymzaal in de buurt en de motivatie van de school om mee te doen.

 

Ieder Kind Een Instrument

Het huidige aantal IKEI-scholen wordt gehandhaafd. Ook de huidige verdeling wordt gehandhaafd. Indien een plek vrijkomt wordt prioriteit gegeven aan scholen in de Rotterdamse Children’s Zone. Scholen met de hoogste achterstandsscore hebben hierbij prioriteit.

 

Ouderbetrokkenheid

De toekenning geschiedt op basis van continuering. Plekken die vrijkomen worden niet opgevuld.

€ 35.000 per medewerker voor 0,8 fte.

Veiligheid op school

Toekenning van een audit geschiedt als voldaan wordt aan de verplichtingen, bedoeld in hoofdstuk 5, artikel 24, en wordt maximaal 2 keer gesubsidieerd.

Subsidie bedraagt maximaal € 3.000 per (re-) audit.

 

Bijlage 3: Berekening verdeling schoolontwikkelingsbudget, als bedoeld in artikel 7

 

Gebruikte bronbestanden

 

Basisbestanden van DUO: data.duo.nl

 

Primair onderwijs, leerlingen

  • -

    01. Leerlingen po per onderwijssoort, cluster en leeftijd

  • -

    02. Leerlingen bo naar gewicht, samenwerkingsverband, impulsgebied en schoolgewicht

  • -

    Bestand van het CBS betreffende de Inspectie-ondergrens van de schoolvergelijkingsgroep van de door het ministerie goedgekeurde verplichte eindtoets basisschool.

Voortgezet onderwijs, leerlingen

  • -

    01. Leerlingen per vestiging naar onderwijstype, lwoo-indicatie, sector, afdeling, opleiding

  • -

    02. Leerlingen per vestiging naar postcode leerling en leerjaar.

Overige bestanden

  • -

    Wetten.overheid.nl: Van de Regeling Leerplusarrangement vo, Nieuwkomers vo en eerste opvang Vreemdelingen 2009 de meest recente bijlage 5: Lijst met postcodes van de armoedeprobleemcumulatiegebieden.

Inzet van het beschikbare bedrag

Het beschikbare bedrag van € 20.060.000 wordt voor het schoolontwikkelingsbudget gesplitst naar po, vo en (v)so en ingezet conform verder beschreven systematiek.

 

Algemene uitgangspunten voor berekening

  • -

    In de berekeningen wordt voor het begrip school steeds uitgegaan van officiële vestigingen van DUO, de hoofd- of nevenvestigingen (aangeduid met het 4-cijferige brin-nummer plus het 2-cijferige volgnummer).

  • -

    Zes-cijferig brin-nummer. Voor de bestanden van DUO moet het brin-nummer en vestigingsnummer eerst samengevoegd worden.

  • -

    Het aantal leerlingen op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan de aanvraag is bepalend. In de berekeningen worden drie hoofdgroepen onderscheiden namelijk: po, vo en (v)so.

  • -

    De scholen en leerlingen worden aan de drie hoofdgroepen toegedeeld.

Beschikbare bedragen

De beschikbare middelen zijn onderverdeeld naar drie hoofdgroepen: po, vo en (v)so (zie onderstaande tabel). De scholen voor (v)so kunnen maximaal € 10.000 subsidie per vestiging krijgen. De te verdelen middelen voor po en vo worden berekend door het totale budget te verminderen met € 10.000 per schoolvestiging (v)so per hoofdgroep (zie onderstaande tabel).

 

Hoofdgroepen

Totaal beschikbare budget

po

€ 13.130.000

vo

€ 6.570.000

(v)so

€ 360.000

 

Berekening schoolontwikkelingsbudget primair onderwijs

 

Uitgangspunten:

  • -

    achterstandsscore: achterstandsscore, als bedoeld in artikel 27 van het Besluit bekostiging Wet op het primair onderwijs

  • -

    Rotterdamse achterstandsscore = achterstandsscore * versterking achterstand (B)

  • -

    Versterking achterstand (B) = weging van de achterstandsscore = 2

  • -

    Vaste voet per school = € 10.000

Berekening:

Stap 1: Bereken het totaal van de Rotterdamse achterstandsscore

= Tel alle berekende Rotterdamse achterstandsscores bij elkaar op

Stap 2: Correctie voor totaalbedrag Vaste Voet

= € 13,13 miljoen – aantal scholen * € 10.000 = € 11,19 miljoen

Stap 3: Bedrag per leerlingen

= € 11,19 miljoen / (leerlingen + totaal Rotterdamse

achterstandsscores)

Stap 4: Bereken het bedrag per school

= € 10.000 + Bedrag per leerlingen * (aantal leerlingen school + Rotterdamse achterstandsscore van de school)

 

Berekening schoolontwikkelingsbudget voortgezet onderwijs

 

Uitgangspunten:

  • -

    Van het totaal beschikbare budget wordt 1/3 van het schoolontwikkelingsbudget beschikbaar gesteld aan de leerlingen in het vmbo, lwoo en praktijkonderwijs.

  • -

    Het aantal leerlingen dat een opleiding in het vmbo, lwoo en praktijkonderwijs volgt, wordt voor het vo bepaald op basis van de leerlingen per schoolvestiging (bronbestand vo 01). De leerlingen in een gemengde opleiding havo/vwo/vmbo zijn voor 50% / 50% verdeeld over havo/vwo en vmbo.

  • -

    Het resterende bedrag wordt over alle leerlingen (van praktijkonderwijs tot gymnasium) voortgezet onderwijs verdeeld. Het bedrag per leerling wordt bepaald op basis van het beschikbare gecorrigeerde vo-budget, het leerlingaantal op de betreffende schoolvestigingen en het aantal leerlingen dat daarvan woont in een APC-gebied. De berekening is als volgt:

 

Berekening vmbo, lwoo en pro

Stap 1: bereken bedrag per leerling vmbo, lwoo en pro

= (1/3 van totale beschikbare gecorrigeerde bedrag voor hoofdgroep vo) / (aantal leerlingen vmbo, lwoo en pro)

Stap 2: bereken het bedrag alle leerlingen per leerling vo

= (totale beschikbare gecorrigeerde bedrag voor hoofdgroep vo min bedrag voor vmbo, lwoo en praktijkonderwijs) / (totaal aantal leerlingen hoofdgroep vo + 10 maal aantal leerlingen uit APC-gebieden)

Stap 3: bereken het bedrag per school

= (bedrag per leerling vmbo, lwoo en pro + bedrag alle leerlingen per leerling vo) * aantal leerlingen op school