Beleidsregels standplaatsen gemeente Laarbeek 2021

Burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek:

 

overwegende dat in artikel 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Laarbeek (hierna: APV) is bepaald dat zonder vergunning van burgemeester en wethouders geen standplaats mag worden ingenomen;

 

overwegende dat het gewenst is om met het oog op de rechtszekerheid en zorgvuldigheid beleidsregels vast te stellen ten behoeve van het uitgeven van vergunningen voor het innemen van standplaatsen; een en ander ter nadere uitwerking van het bepaalde in artikel 5:18 van de APV;

 

gelet op artikel 5:18 van de APV en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

besluiten

 

vast te stellen

 

beleidsregels standplaatsen gemeente Laarbeek 2021

 

1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • bestuursorgaan: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek;

  • aanvraag: de aanvraag voor een standplaatsvergunning;

  • standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel;

  • vergunninghouder: ieder aan wie door het bestuursorgaan een vergunning voor een standplaats is verleend;

  • APV: de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Laarbeek;

  • controleur: de met het toezicht op de naleving en de handhaving van de bepalingen van de APV aangewezen toezichthouder(s);

  • weg: de weg als bedoeld in afdeling 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening;

  • weekmarkt: de warenmarkten in Laarbeek welke krachtens besluit van de raad op de daartoe aangewezen plaats, dag en tijd worden gehouden;

  • reguliere standplaats: een standplaats voor bepaalde tijd, voor een vast aantal dagdelen per week;

  • incidentele standplaats: een standplaats waar per jaar per locatie 5 incidentele standplaatsen zijn toegestaan. Een incidentele standplaats wordt verleend voor de duur van maximaal 12 dagen per jaar. Uitgezonderd de branches oliebollen en kerstbomen: hiervoor kan een incidentele standplaats worden ingenomen in de maanden november en december.

Artikel 1.2 Toepasselijkheid beleidsregels

Deze beleidsregels zijn niet van toepassing op vaste standplaatsen op de weekmarkt, jaarmarkt, een evenement en een horecaterras.

Artikel 1.3 Standplaats tijdens weekmarkt en evenementen

  • 1.

    Tijdens de reguliere weekmarkten in Laarbeek op of direct nabij de locatie van de standplaats mag de standplaats niet worden ingenomen.

  • 2.

    In geval van evenementen en (weg)werkzaamheden op de betreffende standplaatslocatie of in de nabijheid daarvan, is het bestuursorgaan bevoegd om 14 dagen van tevoren vergunninghouder in kennis te stellen dat van de vergunning geen gebruik kan worden gemaakt.

Artikel 1.4 Leges

De tarieven voor een reguliere standplaatsvergunning en voor een incidentele standplaatsvergunning zijn opgenomen in de geldende legesverordening van de gemeente Laarbeek.

Artikel 1.5 Vergoeding

De gemeente mag voor het gebruik van de grond een adequate vergoeding vragen. Hiertoe wordt met de houders van een standplaats voor een maand of langer een huurovereenkomst gesloten.

  • Vanaf 1 januari 2021 bedraagt de privaatrechtelijke vergoeding voor het innemen van een standplaats € 2,55 per m2 per dag voor de eerste 10 m2. Voor de overige m2 bedraagt de vergoeding € 1,27 per m2 per dag.

  • Wanneer een standplaats wordt ingenomen voor één dagdeel (ochtend of middag) bedraagt de vergoeding € 1,27 per m2.

  • De vastgestelde vergoeding wordt jaarlijks verhoogd met het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie.

  • Bij gebruik van een standplaats voor niet-commercieel gebruik wordt geen vergoeding in rekening gebracht.

2. Aanvraag vergunning

Artikel 2.1 Wijze van aanvragen

  • 1.

    Een standplaatsvergunning wordt aangevraagd op een daarvoor beschikbaar gesteld aanvraagformulier. Dit formulier dient volledig te worden ingevuld, gedateerd en ondertekend te worden.

  • 2.

    Een aanvraag gaat vergezeld van een kopie van een geldig legitimatiebewijs en uittreksel Kamer van Koophandel.

  • 3.

    Een vergunning dient tenminste acht weken voor het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning nodig heeft, aangevraagd te worden. Indien een aanvraag voor vergunning later wordt ingediend, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen.

  • 4.

    Een aanvraag die niet met het vastgestelde aanvraagformulier is ingediend en/of niet is voorzien van de benodigde gegevens, wordt niet in behandeling genomen.

  • 5.

    Aanvragen voor een incidentele standplaats kunnen niet eerder worden ingediend dan:

    • 1 januari voor een vergunning geldig in het tweede kwartaal van datzelfde jaar;

    • 1 april voor een vergunning geldig in het derde kwartaal van datzelfde jaar;

    • 1 juli voor een vergunning geldig in her vierde kwartaal van datzelfde jaar;

    • 1 oktober voor een vergunning geldig in het eerste kwartaal van het daarop eerstvolgende jaar.

Artikel 2.2 Volgorde van binnenkomst van de aanvraag

  • 1.

    De volgorde van binnenkomst is bepalend voor de verlening van een standplaatsvergunning.

  • 2.

    De volgorde van binnenkomst is geldend de dag waarop de aanvraag bij de gemeente is binnengekomen volgens haar postsysteem.

  • 3.

    Het college kan besluiten een aanvrager geen standplaatsvergunning toe te kennen of de verleende vergunning in te trekken wanneer na behandeling van de volledige aanvraag blijkt dat er volgens het beleid een reden is om niet tot toekenning van het verzoek om een standplaatsvergunning over te gaan.

  • 4.

    De aanvrager aan wie op grond van bovenstaande onder lid 1 tot en met 3 een vergunning wordt geweigerd kan op een wachtlijst worden geplaatst.

Artikel 2.3 Persoon van de aanvrager

Om voor een vergunning in aanmerking te komen dient de aanvrager:

  • te voldoen aan alle wettelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsvoering;

  • een natuurlijk persoon te zijn.

3. De vergunning

Artikel 3.1 Duur

  • 1.

    Een reguliere standplaatsvergunning wordt verleend voor de duur van één jaar.

  • 2.

    Per jaar, per locatie mogen maximaal 5 incidentele standplaatsvergunningen worden verleend. Een incidentele standplaatsvergunning wordt verleend voor de duur van maximaal 12 dagen.

  • 3.

    Voor de verkoop van oliebollen en kerstbomen kan een incidentele standplaatsvergunning worden verleend in de maanden november en december tot het einde van het jaar.

  • 4.

    Voor de verkoop van nieuwe haring kan een incidentele standplaatsvergunning (Burgemeester van Nispenstraat) worden verleend voor de duur van 2 maanden.

Artikel 3.2 Persoonsgebonden vergunning

  • 1.

    De standplaats moet worden gebruikt door de vergunninghouder. In geval van ziekte of vakantie mag een vervanger de standplaats gebruiken, mits hij voldoende gekwalificeerd is.

  • 2.

    Een standplaats mag niet worden (onder-)verhuurd of op andere wijze aan een derde in gebruik worden gegeven.

  • 3.

    Het college kan op verzoek van de vergunninghouder ontheffing verlenen van de in lid 1 van dit artikel genoemde verplichting om de standplaats in persoon in te nemen.

Artikel 3.3 Opvolging

Bij het overlijden van de vergunninghouder wordt de vergunning overgeschreven op de echtgenoot/geregistreerd partner/levenspartner of één van de meewerkende kinderen, als een daartoe strekkende aanvraag binnen 3 maanden na het overlijden bij het bestuursorgaan wordt ingediend.

Artikel 3.4 Regeling bij ziekte vergunninghouder

  • 1.

    Houders van standplaatsen die wegens ziekte verhinderd zijn hun standplaats te bezetten, dienen de controleur daarvan schriftelijk in kennis te stellen binnen één week vanaf de eerste dag van ziekte.

  • 2.

    Bij langdurige afwezigheid van een standplaatshouder wegens ziekte, dient van deze reden van verhindering iedere drie maanden een geneeskundige verklaring te worden overlegd.

Artikel 3.5 Legitimatie

De vergunninghouder dient zich te kunnen legitimeren door middel van een door een officiële instantie afgegeven identiteitsbewijs. De vergunninghouder moet dit identiteitsbewijs op eerste aanvraag aan de controleur tonen.

Artikel 3.6 Verzekering

  • 1.

    De vergunninghouder dient voldoende verzekerd te zijn tegen vorderingen tot schadevergoeding, waartoe hij als gebruiker van een verkoopinrichting krachtens wettelijke aansprakelijkheidsbepalingen zou kunnen worden verplicht wegens aan derden toegebrachte schade.

  • 2.

    De aanvrager voldoet aan het bepaalde in het eerste lid als hij een geldig bewijs overlegt van het lidmaatschap van een organisatie die voor haar leden een collectieve verzekering als in dat lid bedoeld heeft afgesloten.

Artikel 3.7 Inhoud vergunning

  • 1.

    In de vergunning wordt ten minste vermeld:

    • een duidelijke omschrijving van de toegewezen standplaats met vermelding van de afmetingen en een situatietekening van de exacte standplaatslocatie;

    • de (groep van) artikelen die door de vergunninghouder op de hem toegewezen standplaats mogen worden verkocht;

    • de dag(en), het tijdvak en de tijden waarop van de standplaats gebruik mag worden gemaakt;

    • De motivering van het besluit om al dan niet een standplaatsvergunning te verlenen, omvat in ieder geval de plaats, de situering en het tijdstip, waarop de standplaats wordt ingenomen.

    • De voorwaarden genoemd in bijlage 2.

Artikel 3.8 Vervallen vergunning

De vergunning vervalt bij overlijden van de vergunninghouder indien geen toepassing is gegeven aan het bepaalde in artikel 3.3.

Artikel 3.9 Intrekking vergunning

  • 1.

    De vergunning kan worden ingetrokken:

    • a.

      op (schriftelijk) verzoek van de vergunninghouder;

    • b.

      wanneer niet langer wordt voldaan aan de voor de vergunninghouder geldende wettelijke vestigingseisen;

    • c.

      indien de vergunninghouder het bij of krachtens deze beleidsregels bepaalde overtreedt;

    • d.

      indien de vergunninghouder, niet of niet tijdig de (financiële) rechten, onder welke naam dan ook verschuldigd, voldoet;

    • e.

      indien de vergunninghouder zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;

    • f.

      indien ter verkrijging van de vergunning onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    • g.

      indien niet wordt voldaan aan de vereisten gesteld in de Warenwet of het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer op grond van de Wet Milieubeheer;

    • h.

      indien veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten aanleiding geven om deze beleidsregels te herzien en de vergunning niet in overeenstemming is met de herziene beleidsregel;

    • i.

      indien de standplaats gedurende drie achtereenvolgende weken of gedurende zes maal in een kwartaal niet wordt ingenomen; gevallen van overmacht, incidentele standplaatsen en een gebruikelijke vakantieperiode uitgezonderd.

  • 2.

    De vergunning kan enkel worden ingetrokken nadat de vergunninghouder gehoord is, met uitzondering van het 1e lid onder b van dit artikel.

Artikel 3.10 Schorsen vergunning

De vergunning wordt met onmiddellijke ingang geschorst in afwachting van een beslissing tot intrekking als bedoeld in artikel 4.9 indien er sprake is van een situatie zoals omschreven onder artikel 4.9, lid 1 sub c of sub e.

Artikel 3.11 Weigering vanwege overschrijding van het maximum aantal standplaatsen

Een aanvraag boven het vastgestelde maximum aantal standplaatsen op een bepaalde locatie wordt geweigerd.

Artikel 3.12 Weigering vanwege de bescherming van redelijke eisen van welstand

  • a.

    Een aanvraag kan geweigerd worden op basis van artikel 5:18 lid 3 sub a APV indien na ambtelijk onderzoek is gebleken dat standplaats wordt ingenomen op een zodanige wijze dat het straatbeeld ernstig wordt verstoord.

  • b.

    Een welstandsadvies dient onderdeel te zijn van het onderzoek.

  • c.

    Indien de standplaats zich bevindt in de directe omgeving van een monument of de standplaats het zicht aan een monument ontneemt dan kan dit reden zijn om een vergunning te weigeren.

Artikel 3.13 Weigering vanwege gevaar voor het verzorgingsniveau voor de consument

  • 1.

    Een aanvraag kan geweigerd worden op basis van artikel 5:18 lid 3 sub b APV indien na ambtelijk onderzoek is gebleken dat door het verlenen van een vergunning als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel der gemeente redelijkerwijs te verwachten is, dat door het verlenen van de vergunning een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.

  • 2.

    Een weigering op grond van het verzorgingsniveau vindt in ieder geval plaats:

    • wanneer een nieuw winkelcentrum wordt opgezet en het winkelcentrum enige bescherming behoeft voor het opbouwen van een klantenkring;

    • er binnen het verzorgingsgebied nog slechts één winkel gevestigd is in een bepaalde branche en deze winkel dreigt te verdwijnen door verlening van een standplaatsvergunning, waardoor het verzorgingsniveau ter plaatse in het gedrang komt.

  • 3.

    Aan de weigering mogen geen andere economische motieven of behoefteaspecten ten grondslag liggen.

  • 4.

    Deze weigeringsgrond geldt niet voor standplaatsen die diensten verlenen, omdat dit door de Europese Dienstenrichtlijn wordt beschouwd als een economische, niet toegestane, belemmering voor het vrije verkeer van diensten.

Artikel 3.14 Weigering vanwege strijd met het geldend bestemmingsplan

  • 1.

    Een aanvraag wordt geweigerd op basis van artikel 5:11 lid 2 APV indien het verlenen van een vergunning in strijd is met het geldend bestemmingsplan.

  • 2.

    Een afwijzing van een vergunningsaanvraag dient gemotiveerd te worden met de artikelen van het bestemmingsplan waaruit blijkt dat er sprake is van strijd met dat bestemmingsplan.

  • 3.

    Een standplaats ingenomen op een terrein met een bestemming van “verblijfsdoeleinden”, “verkeersdoeleinden” of “groendoeleinden” is niet in strijd met het geldend bestemmingsplan tenzij gemotiveerd kan worden aangetoond dat een parkeervak, waarvoor een standplaats wordt gevraagd, dringend nodig is om te voorzien in de parkeerbehoefte.

4. Standplaatsen

Artikel 4.1 Aantal standplaatsen per locatie

  • 1.

    Het aantal standplaatsen per locatie is aan een maximum gebonden zoals aangegeven in bijlage 1. Bijlage 1 maakt integraal onderdeel uit van deze beleidsregel.

  • 2.

    In bijlage 1 is per locatie aangegeven hoeveel standplaatsen er tegelijkertijd kunnen worden verleend. Een overschrijding van de in de tabel aangegeven maxima is niet toegestaan.

  • 3.

    Indien het totaal aantal aanvragen het maximum overtreft, wordt een wachtlijst opgesteld. De aanvragen worden geregistreerd in volgorde van binnenkomst.

Artikel 4.2 Innemen standplaats

  • 1.

    De vergunninghouder mag zich op de standplaats laten bijstaan.

  • 2.

    In geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheid kan de standplaatshouder - op zijn verzoek - toestemming worden verleend zich op zijn standplaats te doen vervangen door een met name genoemde persoon, welke dient te beschikken over een geldig legitimatiebewijs als bedoeld in artikel 2.1 lid 2, en dient te voldoen aan artikel 2.3 van deze beleidsregels.

  • 3.

    De gemeente heeft het recht om vergunninghouders tijdelijk een andere plaats toe te wijzigen in geval van bijvoorbeeld onderhoudswerkzaamheden.

Artikel 4.3 Tijdstippen en ingebruikneming

  • 1.

    In gebruik nemen van de standplaatsen kan alle dagen:

    • de hele dag van 7.00 uur tot 22.00 uur;

    • de voormiddagen van 7.00 uur tot 14.00 uur;

    • de namiddagen van 14.30 uur tot 22.00 uur.

  • 2.

    De standplaats mag niet eerder in gebruik worden genomen dan een half uur voordat met de verkoop mag worden begonnen.

  • 3.

    De standplaats moet volledig zijn ontruimd binnen een half uur nadat de verkoop moet zijn beëindigd.

  • 4.

    In incidentele gevallen en in geval van een bijzondere gelegenheid, zoals bijvoorbeeld carnaval en oudjaar, kunnen afwijkende tijden worden vastgesteld.

Artikel 4.5 Verlichting en geluid

  • 1.

    Vergunninghouder is verplicht zijn standplaats vanaf zonsondergang te voorzien van een verlichting, welke geen hinder toebrengt aan omwonenden en waarmee de uitgestalde goederen helder verlicht zijn.

  • 2.

    Het is vergunninghouder verboden gebruik te maken van luidsprekers en versterkers.

Artikel 4.6 Verzorging standplaats

  • 1.

    Vergunninghouder is verplicht er voor te zorgen dat zijn standplaats steeds een goed verzorgd aanzien biedt.

  • 2.

    Bij het ontruimen dient de vergunninghouder zijn standplaats en de onmiddellijke omgeving daarvan schoon op te leveren.

5. Slotbepalingen

Artikel 5.1 Overgangsrecht

  • 1.

    Toestemmingen en ontheffingen hoe dan ook genaamd verleend krachtens hoofdstuk 5 afdeling 3 APV blijven van kracht voor de duur dat ze zijn afgegeven.

  • 2.

    Aanwijzingen en beperkingen voor zover deze gegeven zijn op grond van hoofdstuk 5 APV blijven onverminderd van kracht.

Artikel 5.2 Intrekken ‘Beleidsregels standplaatsen gemeente Laarbeek 2020’

De ‘Beleidsregels standplaatsen gemeente Laarbeek 2020’ worden ingetrokken.

Artikel 5.3 Citeertitel

Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als: ‘Beleidsregels standplaatsen gemeente Laarbeek 2021’.

Artikel 5.4 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking één dag na bekendmaking.

Artikel 5.5 Overgangsbepaling

  • 1.

    Indien een aanvraag om een standplaatsvergunning is ingediend en voor de inwerkintreding van deze beleidsregels nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de onderhavige beleidsregel toegepast.

  • 2.

    Indien een aanvraag om een standplaatsvergunning is ingediend en voor de inwerkingtreding van deze beleidsregels reeds op die aanvraag is beslist, wordt daarop voor wat betreft het gebruik van de vergunning vanaf de inwerkingtreding de onderhavige beleidsregel toegepast.

Laarbeek, 15 december 2021

het college van burgemeester en wethouders,

gemeentesecretaris van Laarbeek,

J.W.M. van de Ven

de burgemeester van Laarbeek,

F.L.J. van der Meijden

Bijlage 1. Standplaatsen

 

Voor de genoemde locaties wordt ingevolge hoofdstuk 5 afdeling 3 APV uitgegaan van het verlenen van vergunning tot in onderstaande tabel aangegeven maximaal aantal standplaatsen.

 

Reguliere standplaatsen kunnen in elk geval worden ingenomen op de volgende locaties:

Aarle-Rixtel

Locatie

Aantal standplaatsen

Dorpsstraat ter hoogte van het Kerkplein

1

Dorpsstraat ter hoogte van het grasveld gelegen tussen de Goossenstraat en Wilhelminalaan

1

Beek en Donk

Locatie

Aantal standplaatsen

Heuvelplein

1

Piet van Thielplein

1

Lieshout

Locatie

Aantal standplaatsen

De Heuvel

1

Parkeerterrein supermarkt Dorpsstraat 54a

1 uitsluitend van donderdag tot en met zondag. Eén soort product per week. Oliebollen laatste twee weken van het jaar.

Mariahout

Locatie

Aantal standplaatsen

Oranjeplein

1

Een incidentele standplaats kan tijdens het haringseizoen in elk geval worden ingenomen op de volgende locatie:

Beek en Donk

Locatie

Aantal standplaatsen

Burgemeester van Nispenstraat (zonder stroomvoorziening)

1

Indien een aanvraag om standplaats wordt gedaan op een locatie die niet als standplaats is aangewezen, kan vergunning worden verleend mits de locatie niet in een woonwijk is gelegen, er geen overlast ontstaat en de aanvrager zelf zorgt voor de stroomvoorziening. De weigeringsgronden zoals opgenomen in de APV (artikel 1:8 en 5:18) en in de artikelen 3.12, 3.13 en 3.14 van de beleidsregels zijn ook van toepassing.

 

De gemeente heeft het recht om een locatie in zijn geheel op te heffen in geval van bijvoorbeeld herinrichting van het gebied.

 

Bij een standplaatsvergunning voor incidenteel aan te bieden producten, kan worden uitgeweken naar een andere locatie dan de vastgestelde standplaatslocaties.

Bijlage 2. Voorschriften voor standplaatsvergunningen

Vergunningvoorschriften

Aan deze vergunning zijn de volgende voorschriften verbonden:

  • 1.

    De vergunning geldt tot 1 januari van het eerstvolgende jaar. U dient zelf minimaal acht weken voor 1 januari van het eerstvolgende jaar een verzoek om verlenging te doen.

  • 2.

    De vergunning wordt ingetrokken indien de standplaats gedurende drie achtereenvolgende weken of gedurende zes maal in een kwartaal niet wordt ingenomen; gevallen van overmacht, incidentele standplaatsen en een gebruikelijke vakantieperiode uitgezonderd.

  • 3.

    De vergunning is niet overdraagbaar, behoudens bijzondere omstandigheden.

  • 4.

    De standplaats dient ingenomen te worden op de locatie zoals aangegeven op bijgaande situatietekening.

  • 5.

    Het is de vergunninghouder verboden zich met een voertuig, anders dan een verkoopwagen, op de niet voor voertuigen bestemde delen van de weg te bevinden of daar een voertuig aanwezig te hebben, behoudens ten behoeve van het laden en lossen van goederen.

  • 6.

    De vergunninghouder mag geen goederen uitstallen, verkopen of afleveren dan wel diensten aanbieden op een andere plaats en buiten de aangeduide tijden, dan waarvoor hem vergunning is verleend.

  • 7.

    Indien gebruik wordt gemaakt van verwarmings-, kook- en baktoestellen om de aangeboden producten te vervaardigen, dan dienen deze te voldoen aan de wettelijke vereisten, zoals gesteld bij of krachtens de Wet Milieubeheer, en dienen de brandveiligheidsvoorschriften als vermeld in of bij de vergunning, te worden nageleefd.

  • 8.

    De standplaats kan niet worden ingenomen indien het terrein waarop de standplaats wordt ingenomen, wordt aangewend voor evenementen of voor het uitvoeren van noodzakelijke werkzaamheden, zulks ter beoordeling van het college. De vergunninghouder zal hier uiterlijk 14 dagen voor het desbetreffende evenement over worden geïnformeerd.

  • 9.

    Bij het gebruikmaken van de vergunning moet op eerste vordering van de politie of buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) (een kopie van) deze vergunning alsmede, ter controle dat aan de vereisten ingevolge de Vestigingswet Bedrijven 1954 is voldaan, een geldig bewijs van registratie bij het hoofdbedrijfschap Detailhandel, afdeling markt-, straat-, en rivierhandel, onmiddellijk en behoorlijk ter inzage worden gegeven.

  • 10.

    De vergunninghouder is verplicht om de standplaats en de onmiddellijke omgeving van de standplaats schoon te houden. In verband daarmee dient de vergunninghouder er voor te zorgen dat er voldoende afvalbakken bij de standplaats aanwezig zijn.

  • 11.

    De vergunninghouder is verplicht ervoor te zorgen dat de standplaats en de onmiddellijke omgeving van de standplaats, direct na het beëindigen van de activiteiten, schoon wordt gemaakt en dat hij alle afval meeneemt.

  • 12.

    Indien de vergunninghouder handelt in strijd met het voorschrift onder 11, heeft het college het recht op kosten van de vergunninghouder de schoonmaakwerkzaamheden te laten uitvoeren. De vergunninghouder dient de door de gemeente te maken kosten binnen dertig dagen na ontvangst van de rekening te betalen.

  • 13.

    Alle aanwijzingen, welke in het belang van de volksgezondheid gegeven worden door de VWA / Keuringsdienst van Waren en welke in het belang van de openbare orde worden gegeven door of namens de politie, het hoofd van de afdeling Omgevingsbeheer of de buitengewoon opsporingsambtenaar van de gemeente Laarbeek, dienen stipt en onmiddellijk te worden opgevolgd.

  • 14.

    U dient voorts alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen te nemen om te voorkomen dat de gemeente dan wel derden schade lijden ten gevolge van het gebruik van de vergunning.

Elektriciteit

Voor elektriciteit kunt u gebruik maken van het gemeentelijk elektriciteitsaansluitpunt. Indien u hiervan gebruik wilt maken, kunt u contact opnemen met de medewerker van de receptie (tel. 0492 469 700). Voor de sleutel van de elektriciteitskast dient een waarborgsom te worden betaald van € 50,00. Dit bedrag dient (contant of per pin) te worden voldaan op het moment dat de sleutel wordt afgehaald. Hiervoor kunt u terecht gedurende de openingstijden van onze balies (maandag t/m vrijdag: 09:00 tot 12:30 uur en woensdag: 09:00 tot 12:30 uur; 14:00 tot 17:00 uur en 18:00 tot 19:30 uur).

 

Het niet of niet overeenkomstig de voorschriften van deze vergunning innemen van de standplaats kan leiden tot wijziging, schorsing of intrekking van de vergunning.

Naar boven