Subsidieregelingen gemeente Drechterland 2021

Inleiding

Subsidies zijn een instrument om beleidsdoelen te realiseren en hebben daarmee een sterke verbinding met wat er gebeurt in de samenleving. Het subsidiebeleid zou in deze snel veranderende maatschappij daarom een flexibel karakter moeten hebben, zodat rekening gehouden kan worden met trends en ontwikkelingen. Naast deze flexibiliteit is transparantie een belangrijk element, omdat uitlegbaar moet zijn wat de gemeente Drechterland met het subsidiebeleid beoogt. Transparantie betekent ook dat het subsidiebeleid en subsidieproces voor de gebruiker helder en begrijpelijk zijn.

 

Om een goede invulling te kunnen geven aan de transparantie, stelt het college het beleid jaarlijks de subsidieregelingen vast. In de subsidieregelingen wordt verder uitgewerkt wat voor activiteiten subsidiabel zijn, voor wie en met welke bedragen. Deze subsidieregelingen zijn onderverdeeld in 10 regelingen. Het zijn in feite de reeds bestaande regelingen, maar nu ondergebracht in 1 document in plaats van 10 afzonderlijke regelingen.

 

Hieronder wordt kort uiteengezet welke uitgangspunten en randvoorwaarden de gemeente Drechterland hanteert bij het beoordelen van subsidieaanvragen. Deze worden per subsidieregeling geconcretiseerd, want van de professionele instellingen wordt meer verwacht dan van de vrijwilligersorganisaties.

Aanvraag- en besluitvormingsprocedure

De kaders voor de aanvraag- en besluitvormingsprocedure zijn vastgesteld in de Algemene Subsidieverordening 2018 (hierna: ASV). Conform de ASV wordt een subsidieaanvraag voor een periodieke subsidie voor 1 oktober van het jaar, voorafgaand aan het boekjaar of de boekjaren waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, ingediend bij burgemeester en wethouders, tenzij in een subsidieregeling anders is bepaald. Vanaf 2019 zijn de waarderingssubsidies voor 4 jaar vastgesteld, derhalve tot en met 2022. Hiervoor is gekozen omdat dit veel administratieve lasten scheelt bij zowel de ontvanger als verstrekker. De budgetsubsidies (grote) worden wel jaarlijks verleend.

 

Voor de aanvraag dient gebruikt te worden gemaakt van het aanvraagformulier (te vinden op www.drechterland.nl onder het kopje Subsidies). De subsidieverlening vindt plaats na vaststelling van de gemeentebegroting en daarmee de subsidieplafonds voor het betreffende subsidiejaar. De begroting wordt ieder jaar (in beginsel) in oktober/november vastgesteld. Na de vaststelling van de Kadernota worden de subsidieregelingen opgesteld, vastgesteld door het college en vervolgens gepubliceerd.

Het college van burgemeester en wethouders beslist op de aanvraag tot subsidieverlening voor 1 januari van het jaar waarin de activiteiten worden uitgevoerd. De beslissing wordt uiterlijk 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft bekend gemaakt door middel van een beschikking.

Een subsidieaanvraag voor een eenmalige subsidie wordt minimaal 2 maanden voor aanvang van de activiteiten ingediend bij burgemeester en wethouders, tenzij in een subsidieregeling anders is bepaald. Burgemeester en wethouders besluiten binnen 8 weken op deze aanvraag, mits deze volledig is. Zie de ASV voor meer informatie rondom de subsidieverlening.

SUBSIDIEREGELING 1 MAATSCHAPPELIJKE DIENSTVERLENING

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drechterland besluit ter uitvoering van de Algemene Subsidieverordening Drechterland (ASVD) en op grond van artikel 4.81 van de Algemene wet bestuursrecht, vast te stellen de volgende

Subsidieregeling instellingen op het terrein van Maatschappelijke dienstverlening gemeente Drechterland

Artikel 1 Algemene bepaling

Deze subsidieregeling is een nadere uitwerking van de Algemene subsidieverordening Drechterland 2018.

Artikel 2 Doelstellingen

De subsidies worden beschikbaar gesteld op grond van de volgende doelstellingen:

  • -

    Het aanbieden van diensten ter bevordering van het algemeen welzijn van de inwoners van Drechterland.

  • -

    Het behouden en verbeteren van het aanbod en de kwaliteit van de voorzieningen op het terrein van maatschappelijke dienstverlening die gericht zijn op de inwoners van Drechterland.

  • -

    Het scheppen van voorwaarden voor toegankelijke en betaalbare activiteiten op het terrein van de maatschappelijke dienstverlening.

Artikel 3 Subsidievoorwaarden

  • 1.

    Voor een subsidie komen in aanmerking instellingen die zich ten doel stellen om zonder winstoogmerk activiteiten te verrichten die bijdragen aan de in artikel 2 genoemde doelstellingen.

  • 2.

    De instelling moet gevestigd zijn in de gemeente Drechterland en tenminste 10 leden hebben die woonachtig zijn in de gemeente Drechterland.

  • 3.

    Een instelling die niet gevestigd is in de gemeente Drechterland en met tenminste 10 Drechterlandse leden, kan voor subsidie in aanmerking komen als haar activiteiten gericht zijn op de inwoners van de gemeente Drechterland.

Artikel 4 Leden

Leden zijn natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar dat vooraf gaat aan het subsidiejaar, lid zijn van de instelling en contributie verschuldigd zijn aan de instelling.

Artikel 5 Waarderingssubsidie

Voor de berekening van de jaarlijkse waarderingssubsidie gelden de volgende grondslagen:

  • 1.

    een vast bedrag per instelling, afhankelijk van het aantal leden:

    -

    bij 10 tot 30 leden

    € 233,--

    -

    bij 30 tot 100 leden

    € 465,--

    -

    bij meer dan 100 leden

    € 930,--

  • 2.

    vogelopvangcentrum De Bonte Piet en de Dierenambulance Hoorn ontvangen een jaarlijkse waarderingssubsidie van € 233,--.

  • 3.

    stichting Reddingsstation Wijdenes ontvangt een jaarlijkse waarderingsbijdrage van € 4.650,--.

  • 4.

    de Stichting Leergeld West-Friesland ontvangt een jaarlijkse waarderingsbijdrage van € 5.000,--.

  • 5.

    de Vrijwillige hulpdienst Help Elkaar en de Vrijwillige hulppost Westwoud ontvangen een jaarlijkse waarderingsbijdrage van € 930,--.

Artikel 6 Budgetsubsidie

  • 1.

    Aan de volgende instellingen wordt op basis van de artikelen 16 tot en met 22 van de Algemene Subsidieverordening Drechterland een budgetsubsidie beschikbaar gesteld:

    • -

      Stichting Algemeen Maatschappelijk Werk Drechterland;

    • -

      Art.1 Bureau Discriminatiezaken Noord-Holland Noord;

    • -

      Bureau Slachtofferhulp;

    • -

      Schoolmaatschappelijk werk;

    • -

      Vrijwilligerscentrale West-Friesland (en maatschappelijke stage).

Artikel 7 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2021.

SUBSIDIEREGELING 2 JEUGD- EN JONGERENWERK

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drechterland besluit ter uitvoering van de Algemene Subsidieverordening Drechterland (Asv) en op grond van artikel 4.81 van de Algemene wet bestuursrecht, vast te stellen de

Subsidieregeling instellingen op het terrein van Jeugd- en jongerenwerk gemeente Drechterland

Artikel 1 Algemene bepaling

Deze subsidieregeling is een nadere uitwerking van de Algemene Subsidieverordening Drechterland 2018.

Artikel 2 Doelstellingen

De subsidies worden beschikbaar gesteld op grond van de volgende doelstellingen:

  • -

    Het behouden en verbeteren van het aanbod en de kwaliteit van activiteiten voor jeugd en jongeren.

  • -

    Het stimuleren van deelname aan activiteiten voor jeugd en jongeren.

  • -

    Het scheppen van voorwaarden voor toegankelijke en betaalbare activiteiten voor jeugd en jongeren.

Artikel 3 Subsidievoorwaarden

  • 1.

    Voor een subsidie komen in aanmerking instellingen die zich ten doel stellen om zonder winstoogmerk activiteiten op het terrein van het jeugd- en jongerenwerk te organiseren in Drechterland.

  • 2.

    De instelling moet gevestigd zijn in de gemeente Drechterland en tenminste tien leden hebben die woonachtig zijn in de gemeente Drechterland.

  • 3.

    Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet een instelling een redelijke eigen bijdrage vragen aan de leden. Een redelijke bijdrage is minimaal € 45,-- per jaar voor leden tot 18 jaar.

  • 4.

    Wanneer een organisatie besluit aan de leden een lagere bijdrage te vragen, wordt het toe te kennen subsidiebedrag verlaagd met het totaalbedrag dat ten opzichte van de redelijke bijdrage te weinig is gevraagd.

Artikel 4 Leden

Leden zijn natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar dat vooraf gaat aan het subsidiejaar of subsidieperiode, lid zijn van de instelling en contributie verschuldigd zijn aan de instelling en die op bedoelde datum niet ouder zijn dan 17 jaar.

Artikel 5 Waarderingsbijdragen

Voor de berekening van de jaarlijkse waarderingsbijdragen gelden de volgende grondslagen:

  • 1.

    een vast bedrag per zelfstandig onderdeel van de instelling, afhankelijk van het aantal leden:

    -

    bij 10 tot 30 leden

    € 233,--

    -

    bij meer dan 30 leden

    € 930,--

  • 2.

    een vast bedrag per deelnemer aan de door de instelling georganiseerde vakantiekinderspelen van € 4,19 per Drechterlands kind, onder voorwaarde dat de activiteiten minimaal 1 week duren;

  • 3.

    bovendien een vast bedrag van € 3.720,-- aan de Stichting Jeugdwerk Westwoud als bijdrage in de kosten van het beheer en onderhoud van de eigen accommodatie;

  • 4.

    een vast bedrag van € 1.070,-- aan de Stichting Speel-o-theek Hoogkarspel onder de voorwaarde dat de Speel-o-theek minimaal vier uur per week geopend zal zijn;

  • 5.

    een vast bedrag van € 3.720,-- voor de exploitatie van Jongerencentrum Access in Venhuizen;

  • 6.

    een waarderingsbijdrage van € 233,-- aan de stichting Huttendorp Westwoud en aan Huttendorp Hoogkarspel.

Artikel 6 Budgetsubsidie

  • 1.

    Aan de volgende instellingen wordt op basis van de artikelen 16 tot en met 22 van de Algemene Subsidieverordening Drechterland een budgetsubsidie beschikbaar gesteld:

    • -

      Stichting MEE & De Wering (onderdeel tiener- en jongerenwerk);

    • -

      Peuterspeelzaalwerk.

Artikel 7 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2021.

SUBSIDIEREGELING 3 OUDERENWERK

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drechterland besluit ter uitvoering van de Algemene Subsidieverordening Drechterland (Asv) en op grond van artikel 4.81 van de Algemene wet bestuursrecht, vast te stellen de volgende

Subsidieregeling instellingen op het terrein van het Ouderenwerk gemeente Drechterland

Artikel 1 Algemene bepaling

Deze subsidieregeling is een nadere uitwerking van de Algemene subsidieverordening Drechterland 2018.

Artikel 2 Doelstellingen

De subsidies worden beschikbaar gesteld op grond van de volgende doelstellingen:

  • -

    Het bevorderen van het algemeen welzijn van de oudere inwoners van Drechterland.

  • -

    Het behouden en verbeteren van het aanbod en de kwaliteit van de voorzieningen die (mede) gericht zijn op de oudere inwoners van Drechterland.

  • -

    Het scheppen van voorwaarden voor toegankelijke en betaalbare voorzieningen op het terrein van het ouderenwerk.

  • -

    Het stimuleren van de zelfstandigheid van ouderen en van hun participatie in de samenleving.

Artikel 3 Subsidievoorwaarden

  • 1.

    Voor een subsidie komen in aanmerking instellingen die zich ten doel stellen om zonder winstoogmerk activiteiten te verrichten die bijdragen aan de in artikel 2 genoemde doelstellingen.

  • 2.

    De instelling moet gevestigd zijn in de gemeente Drechterland en tenminste tien leden hebben die woonachtig zijn in de gemeente Drechterland.

  • 3.

    Een instelling die niet gevestigd is in de gemeente Drechterland en met tenminste 10 Drechterlandse leden, kan voor subsidie in aanmerking komen als haar activiteiten gericht zijn op de inwoners van de gemeente Drechterland.

  • 4.

    Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet een instelling een redelijke eigen bijdrage vragen aan de leden. Een redelijke bijdrage is: minimaal € 15,-- per jaar.

  • 5.

    Wanneer een organisatie besluit aan de leden een lagere bijdrage te vragen, wordt het toe te kennen subsidiebedrag verlaagd met het totaalbedrag dat ten opzichte van de redelijke bijdrage te weinig is gevraagd.

Artikel 4 Leden

Leden zijn natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar dat vooraf gaat aan het subsidiejaar of subsidieperiode, lid zijn van de instelling, contributie verschuldigd zijn aan de instelling en ouder zijn dan 64 jaar.

Artikel 5 Waarderingssubsidie

  • 1.

    Voor de berekening van de jaarlijkse waarderingssubsidie gelden de volgende grondslagen:

    a.

    een vast bedrag per instelling:

    € 465,--

    b.

    een bedrag per lid:

    € 2,79

    c.

    een subsidie in het kader van Meer bewegen voor Ouderen:

    € 465,--

     

    per groep indien deze activiteit wekelijks plaatsvindt

     

  • 2.

    In afwijking op het bepaalde in lid 1 van dit artikel ontvangen de volgende instellingen als vaste waarderingssubsidie de volgende subsidiebedragen:

    -

    Bejaardensociëteit “Met Mekaar”:

    € 233,--

    -

    Bejaardensociëteit Venhuizen:

    € 233,--

    -

    Seniores Priores

    € 4.684,--

Artikel 6 Budgetsubsidie

  • 1.

    Aan de volgende instellingen wordt op basis van de artikelen 16 tot en met 22 van de Algemene subsidieverordening Drechterland een budgetsubsidie beschikbaar gesteld:

    • -

      MEE & De Wering (aanbieder ouderenwerk en inclusief Steunpunt).

Artikel 7 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2021.

SUBSIDIEREGELING 4 VORMINGS- EN ONTWIKKELINGSWERK

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drechterland besluit ter uitvoering van de Algemene Subsidieverordening Drechterland (Asv) en op grond van artikel 4.81 van de Algemene wet bestuursrecht, vast te stellen de

Subsidieregeling instellingen op het terrein van Vormings- en ontwikkelingswerk gemeente Drechterland

Artikel 1 Algemene bepaling

Deze subsidieregeling is een nadere uitwerking van de Algemene subsidieverordening Drechterland 2018.

Artikel 2 Doelstellingen

De te verlenen subsidies worden beschikbaar gesteld op grond van de volgende doelstellingen:

  • -

    Het behouden en verbeteren van het aanbod en de kwaliteit van vormings- en ontwikkelingswerk.

  • -

    Het stimuleren en waarderen van vormings- en ontwikkelingswerk voor de inwoners van Drechterland.

  • -

    Het scheppen van voorwaarden voor toegankelijke en betaalbare activiteiten op het gebied van vormings- en ontwikkelingswerk.

Artikel 3 Begripsomschrijving

  • 1.

    Voor een subsidie komen in aanmerking instellingen die zich ten doel stellen om zonder winstoogmerk activiteiten op het terrein van vormings- en ontwikkelingswerk te organiseren in Drechterland.

  • 2.

    De instelling moet gevestigd zijn in de gemeente Drechterland en tenminste tien leden hebben die woonachtig zijn in de gemeente Drechterland.

  • 3.

    Een instelling die niet gevestigd is in de gemeente Drechterland en met tenminste 10 Drechterlandse leden, kan voor subsidie in aanmerking komen als haar activiteiten gericht zijn op de inwoners van de gemeente Drechterland.

  • 4.

    Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet een instelling een redelijke eigen bijdrage vragen aan de leden.

Artikel 4 Subsidievoorwaarden

Leden zijn natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar dat vooraf gaat aan het subsidiejaar of subsidieperiode, lid zijn van de instelling en contributie verschuldigd zijn aan de instelling.

Artikel 5 Subsidiegrondslagen

Voor de berekening van de jaarlijkse waarderingssubsidie gelden de volgende grondslagen:

  • 1.

    een vast bedrag van € 2.650,-- aan de St. Brede School ’t Wijde Nest en Brede ’t Reigersnest onder voorwaarde dat er minimaal twee educatieve activiteiten worden opgenomen in het jaarlijkse activiteitenplan.

  • 2.

    een vast bedrag van € 233,-- aan vrouwenverenigingen.

  • 3.

    een vast bedrag van € 930,-- aan de Streker Vogelvrienden voor het onderhoud van de volière in Hoogkarspel.

  • 4.

    een vast bedrag van € 930,-- aan kinderboerderij Het Hoidewoidje en een vast bedrag van € 5.580,-- aan de Stichting Kinderboerderij Hoogkarspel.

  • 5.

    een vast bedrag van € 465,-- voor instellingen die zich richten op natuur- en milieu-educatie, met uitzondering van de Heemtuin Reigersbek in Hoogkarspel, het Padlandbos te Venhuizen en Orion vereniging voor weer- en sterrenkunde. Zij ontvangen een subsidie van € 186,--, respectievelijk € 140,--, respectievelijk € 186,--.

  • 6.

    een vast bedrag van € 186,-- aan floralia-verenigingen en de KMTP Groei en Bloei.

  • 7.

    een vast bedrag van € 116,-- aan de Drieban flora.

  • 8.

    een vast bedrag van € 233,-- aan stichting De Verteltuin.

  • 9.

    een vast bedrag van € 1.235,-- aan de bibliotheek Pancratiusschool.

  • 10.

    een vast bedrag van € 4.775,-- aan Stichting Drechterland Mondiaal.

Artikel 6 Budgetsubsidies

  • 1.

    Aan de volgende instelling wordt op basis van de artikelen 16 tot en met 22 van de Algemene subsidieverordening Drechterland een budgetsubsidie beschikbaar gesteld:

    • a.

      Stichting Dorpshuis ´t Centrum;

    • b.

      Openbare bibliotheek West-Friesland Oost.

Artikel 7 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2021.

SUBSIDIEREGELING 5 ONDERWIJSBEGELEIDING

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drechterland besluit ter uitvoering van de Algemene Subsidieverordening Drechterland (Asv) en op grond van artikel 4.81 van de Algemene wet bestuursrecht, vast te stellen de

Subsidieregeling instellingen op het terrein van Onderwijsbegeleiding gemeente Drechterland

Artikel 1 Algemene bepaling

Deze subsidieregeling is een nadere uitwerking van de Algemene Subsidieverordening Drechterland 2018.

Artikel 2 Doelstellingen

De subsidies worden beschikbaar gesteld op grond van de volgende doelstellingen:

  • -

    Kinderen krijgen op locatie passende hulp en ondersteuning;

  • -

    Scholen bieden een ‘passend’ onderwijsaanbod aan leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte;

  • -

    Scholen zetten extra middelen in voor advisering, informatieverstrekking, begeleidingsactiviteiten en ontwikkelingsactiviteiten die bijdrage aan de verbetering van de professionaliteit van het onderwijspersoneel, onderwijsleersituaties, schoolorganisaties en de schoolloopbaan van kinderen.

Artikel 3 Subsidievoorwaarden

  • 1.

    De inzet van gemeentelijke middelen dient een bijdrage te leveren aan de goede samenhang en integrale aanpak tussen jeugdzorg en passend onderwijs (denk aan 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur);

  • 2.

    Voor het inzetten van de benodigde onderzoekexpertise en capaciteit wordt zo mogelijk aangesloten bij de expertise die al aanwezig is in het gebiedsteam van de gemeente Drechterland;

  • 3.

    Naast de inzet van gemeentelijke middelen zijn schoolbesturen verplicht om rijksmiddelen en professionaliseringsgelden (in voldoende mate) in te zetten voor het versterken van de extra ondersteuningstaak van de school.

Artikel 4 Peildatum

Het subsidieplafond (van maximaal € 30.275) wordt gedeeld door het totaal aantal leerplichtige leerlingen dat op 1 oktober 2019 ingeschreven staan bij de scholen in Drechterland (Bron: DUO).

Artikel 5 Budgetsubsidie

  • 1.

    Aan de volgende instellingen wordt op basis van de artikelen 16 tot en met 22 van de Algemene Subsidieverordening Drechterland een budgetsubsidie beschikbaar gesteld:

    • -

      Stichting Openbaar onderwijs Present;

    • -

      Stichting Katholiek Onderwijs De Streek.

Artikel 6 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2021.

SUBSIDIEREGELING 6 SPORT EN RECREATIE

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drechterland besluit ter uitvoering van de Algemene Subsidieverordening Drechterland (Asv) en op grond van artikel 4.81 van de Algemene wet bestuursrecht, vast te stellen de

Subsidieregeling instellingen op het terrein van Sport en recreatie gemeente Drechterland

Artikel 1 Algemene bepaling

Deze subsidieregeling is een nadere uitwerking van de Algemene subsidieverordening Drechterland 2018.

Artikel 2 Doelstellingen

De subsidies worden beschikbaar gesteld op grond van de volgende doelstellingen:

  • -

    Het bevorderen van sportdeelname van inwoners van Drechterland in het algemeen en van de doelgroepen jeugd, ouderen en gehandicapten in het bijzonder.

  • -

    Het behouden en verbeteren van het aanbod en de kwaliteit van sportactiviteiten.

  • -

    Het stimuleren van sportieve en recreatieve activiteiten.

  • -

    Het scheppen van voorwaarden voor toegankelijke en betaalbare sportactiviteiten.

Artikel 3 Subsidievoorwaarden

  • 1.

    Voor een subsidie komen in aanmerking organisaties met een laagdrempelig aanbod en die redelijkerwijs voor iedereen toegankelijk zijn en die zich ten doel stellen om zonder winstoogmerk gereglementeerde sportactiviteiten te organiseren in Drechterland, die bijdragen aan de in artikel 2 genoemde doelstellingen.

  • 2.

    De organisatie moet gevestigd zijn in de gemeente Drechterland en tenminste tien leden hebben die woonachtig zijn in de gemeente Drechterland.

  • 3.

    Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet een organisatie een redelijke eigen bijdrage vragen aan de leden. Een redelijke bijdrage is:

    • -

      minimaal € 45,-- per jaar voor leden tot 18 jaar en voor leden van 65 jaar en ouder;

    • -

      minimaal € 90,-- per jaar voor leden van 18 jaar en ouder en jonger dan 65 jaar.

  • 4.

    Wanneer een organisatie besluit aan de leden een lagere bijdrage te vragen, wordt het toe te kennen subsidiebedrag verlaagd met het totaalbedrag dat ten opzichte van de redelijke bijdrage te weinig is gevraagd.

  • 5.

    De organisatie moet aangesloten zijn bij een overeenkomstige landelijke, provinciale of regionale bond (erkend door het NOC*NSF).

Artikel 4 Leden

  • 1.

    Jeugdleden zijn natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar dat vooraf gaat aan subsidiejaar of subsidieperiode, lid zijn van de organisatie en contributie verschuldigd zijn aan de organisatie en die op bedoelde datum niet ouder zijn dan 17 jaar.

  • 2.

    Seniorleden zijn natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar dat vooraf gaat aan het subsidiejaar of subsidieperiode lid zijn van de organisatie en contributie verschuldigd zijn aan de organisatie en die op bedoelde datum 18 jaar of ouder zijn.

  • 3.

    Gehandicaptenleden zijn natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar dat vooraf gaat aan het subsidiejaar of subsidieperiode lid zijn van de organisatie en contributie verschuldigd zijn aan de organisatie en die door een chronische beperking niet zelfstandig kunnen deelnemen aan de betreffende sport en/of waar specifieke voorzieningen voor nodig zijn.

Artikel 5 Waarderingssubsidies

  • 1.

    Voor de berekening van de waarderingssubsidie gelden de volgende grondslagen:

    • a)

      Een basisbedrag van € 465,-- per buitensportvereniging en een basisbedrag van € 1.395,-- per binnensportvereniging.

    • b)

      Een bedrag van € 9,30 per jeugdlid en een bedrag van € 4,65 per seniorlid voor de beoefening van buitensport.

    • c)

      Een bedrag van € 23,25 per jeugdlid en een bedrag van € 4,65 per seniorlid voor de beoefening van binnensport.

    • d)

      Verenigingen die noodzakelijk structureel gebruik maken van zowel een buitensport- als binnensportaccommodatie komen in aanmerking voor een gemiddelde van de in de artikelen 5.1.a), 5.1.b) en 5.1.c) genoemde bedragen.

    • e)

      Regionaal werkende organisaties gericht op sport voor gehandicapten komen in aanmerking voor een bijdrage van € 23,25 per Drechterlands lid.

    • f)

      Schaakverenigingen, biljartverenigingen, hengelsportverenigingen, kolfverenigingen, bridgeclubs en zwemclubs komen in aanmerking voor een vaste waarderingssubsidie van € 233,--.

  • 2.

    Voor de organisatie van toernooien, wedstrijden of andere sportevenementen worden de volgende eenmalige subsidies beschikbaar gesteld:

    • a)

      Een bedrag van € 116,-- voor de organisatie van een activiteit met een regionale uitstraling.

    • b)

      Een bedrag van € 233,-- voor de organisatie van een activiteit met een provinciale uitstraling.

    • c)

      Een bedrag van € 465,-- voor de organisatie van een activiteit met een landelijke of internationale uitstraling.

    • d)

      Per jaar wordt per vereniging of onderdeel van een omnivereniging op grond van dit artikellid maximaal één activiteit gesubsidieerd.

    • e)

      In afwijking op de Algemene Subsidieverordening Drechterland worden de op grond van dit artikel beschikbaar gestelde subsidies direct definitief vastgesteld. Er hoeft na afloop geen inhoudelijk en financieel verslag te worden ingediend.

  • 3.

    Aan de volgende instellingen wordt op basis van de artikelen 23 tot en met 26 van de Algemene subsidieverordening Drechterland eveneens een waarderingssubsidie beschikbaar gesteld:

    • -

      Dorpshuis De Schalm (t.b.v. gymnastieklokaal);

    • -

      Dorpshuis Sport en Spel (t.b.v. gymnastieklokaal).

  • 4.

    Het college kan in incidentele gevallen afwijken van een of meerdere bepalingen uit dit artikel.

Artikel 6 Budgetsubsidies

  • 1.

    Aan de volgende instellingen wordt op basis van de artikelen 16 tot en met 22 van de Algemene subsidieverordening Drechterland een budgetsubsidie beschikbaar gesteld:

    • -

      Stichting Zwembad ‘t Hemmerven.

Artikel 7 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2021.

SUBSIDIEREGELING 7 KUNST EN CULTUUR

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drechterland besluit ter uitvoering van de Algemene Subsidieverordening Drechterland (Asv) en op grond van artikel 4.81 van de Algemene wet bestuursrecht, vast te stellen de

Subsidieregeling instellingen op het terrein van Kunst en cultuur gemeente Drechterland

Artikel 1 Algemene bepaling

Deze subsidieregeling is een nadere uitwerking van de Algemene subsidieverordening Drechterland 2018.

Artikel 2 Doelstellingen

De te verlenen subsidies worden beschikbaar gesteld op grond van de volgende doelstellingen:

  • -

    Het behouden en verbeteren van het aanbod en de kwaliteit van kunst en cultuur.

  • -

    Het stimuleren en waarderen van culturele activiteiten voor de inwoners van Drechterland.

  • -

    Het scheppen van voorwaarden voor toegankelijke en betaalbare activiteiten op het gebied van kunst en cultuur.

Artikel 3 Begripsomschrijving

  • 1.

    Voor een subsidie komen in aanmerking instellingen die zich ten doel stellen om zonder winstoogmerk activiteiten op het terrein van kunst en cultuur te organiseren in Drechterland.

  • 2.

    De instelling moet gevestigd zijn in de gemeente Drechterland en tenminste tien leden hebben die woonachtig zijn in de gemeente Drechterland.

  • 3.

    Een instelling die niet gevestigd is in de gemeente Drechterland en met tenminste 10 Drechterlandse leden, kan voor subsidie in aanmerking komen als haar activiteiten gericht zijn op de inwoners van de gemeente Drechterland.

  • 4.

    Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet een instelling een redelijke eigen bijdrage vragen aan de leden.

  • 5.

    Wanneer een organisatie besluit aan de leden een lagere bijdrage te vragen, dan zoals is bepaald in de artikelen 8,3 en 9,3, zal het toe te kennen subsidiebedrag worden verlaagd met het totaalbedrag dat ten opzichte van de redelijke bijdrage te weinig is gevraagd.

Artikel 4 Subsidievoorwaarden

Leden zijn natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar dat vooraf gaat aan het subsidiejaar of subsidieperiode, lid zijn van de instelling en contributie verschuldigd zijn aan de instelling.

Artikel 5 Subsidiegrondslag Historische verenigingen en stichtingen

Voor de berekening van de jaarlijkse waarderingssubsidie gelden de volgende grondslagen:

  • 1.

    een vast bedrag van € 465,-- aan een historische vereniging.

  • 2.

    een extra bijdrage van € 465,-- aan Historische vereniging Oosterblokker voor onderhoud accommodatie.

Artikel 6 Subsidiegrondslagen volksfeesten

Voor de berekening van de jaarlijkse waarderingssubsidie gelden de volgende grondslagen:

  • 1.

    een vast bedrag van € 465,-- en een bedrag van € 0,23 per inwoner van de betreffende kern, aan organisaties die activiteiten op of rond koningsdag organiseren. Er dient minimaal één kinderactiviteit te worden georganiseerd.

  • 2.

    een vast bedrag van € 233,-- aan organisaties die activiteiten in het kader van 4 en 5 mei organiseren.

  • 3.

    een vast bedrag van € 233,-- aan organisaties die de intocht van Sint Nicolaas organiseren.

  • 4.

    organisaties die activiteiten organiseren in het kader van Koningsdag en de intocht van Sinterklaas komen in aanmerking voor een eenmalige subsidie ter grootte van de te betalen leges bij de betreffende activiteit.

Artikel 7 Subsidiegrondslagen toneelverenigingen

Voor de berekening van de jaarlijkse waarderingssubsidie geldt de volgende grondslag:

  • 1.

    een vast bedrag van € 233,-- aan toneelverenigingen en schilderskringen onder voorwaarde dat er minimaal eenmaal per jaar een uitvoering of expositie plaatsvindt.

Artikel 8 Subsidiegrondslagen muziekverenigingen

Voor de berekening van de jaarlijkse waarderingssubsidie gelden de volgende grondslagen:

  • 1.

    een vast bedrag van € 1.395,-- aan muziekverenigingen onder voorwaarde dat er minimaal eenmaal per jaar een uitvoering plaatsvindt.

  • 2.

    een bedrag per lid van € 63,24.

  • 3.

    om voor subsidie in aanmerking te komen, moet een instelling een redelijke eigen bijdrage vragen aan de leden. Een redelijke bijdrage is minimaal € 60,-- per jaar.

Artikel 9 Subsidiegrondslagen zangverenigingen

Voor de berekening van de jaarlijkse waarderingssubsidie gelden de volgende grondslagen:

  • 1.

    een vast bedrag van € 233,-- aan zangkoren onder voorwaarde dat er minimaal eenmaal per jaar een uitvoering plaatsvindt.

  • 2.

    een bedrag per lid van € 9,30.

  • 3.

    om voor subsidie in aanmerking te komen, moet een instelling een redelijke eigen bijdrage vragen aan de leden. Een redelijke bijdrage is minimaal € 60,-- per jaar.

Artikel 10 Overige subsidiegrondslagen

Voor de berekening van de jaarlijkse waarderingssubsidie gelden de volgende grondslagen:

  • 1.

    een vast bedrag van € 1.395,-- aan de Culturele Commissie Pancratius, Cultureel Centrum De Triangel en de Stichting tot Behoud Oosterleker Kerk, onder voorwaarde dat er een minimaal vijf keer per jaar een uitvoering of expositie plaatsvindt.

  • 2.

    een vast bedrag van € 233,-- aan de Stichting Orgelconcerten Martinuskerk Westwoud.

  • 3.

    een vast bedrag van € 837,-- aan de Kunstroute Drechterland onder voorwaarde dat er minimaal eenmaal per jaar een expositie plaatsvindt.

  • 4.

    een vast bedrag van € 465,-- aan volksdansgroepen.

  • 5.

    een bedrag van € 1.860,-- aan het Westfries Museum.

  • 6.

    een bedrag van € 4.418,-- aan schouwburg Het Park.

  • 7.

    een bedrag van € 10.000,-- aan stichting De Blauwe Schuit.

  • 8.

    een bedrag van € 1.860,-- aan Kantklosschool Ieder voor Allen en een gebruikersvergoeding van € 2030,--.

Artikel 11 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2021.

SUBSIDIEREGELING 8 CULTUUREDUCATIE EN CULTUURPARTICIPATIE (o.a. muziekonderwijs)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drechterland;

 

overwegende dat

  • het gewenst is om, conform de ‘startnotitie herijking muziekonderwijs gemeente Drechterland’, het volgen van actief instrumentaal en vocaal muziekonderwijs door de jeugd van de gemeente Drechterland te stimuleren en

  • het gewenst is om, conform de ‘nota kunst en cultuur Drechterland 2017–2021’, alle kinderen met zoveel mogelijk kunstdisciplines in aanraking te laten komen

gelet op artikel 2, eerste lid en artikel 3, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Drechterland.

 

Besluit vast te stellen de volgende regeling:

Subsidieregeling cultuureducatie en cultuurparticipatie Drechterland 2020

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Algemene subsidieverordening: Algemene subsidieverordening Drechterland, afgekort: ASV;

  • b.

    Muziekonderwijs: erkende muziekopleidingen die voldoen aan de richtlijnen en kwaliteitseisen voor instrumentale muziekopleidingen (KunstKeur), of zoals onder meer vastgelegd in het ‘Raamleerplan voor de HaFaBra-sector’, alsmede daarmee naar inhoud en kwaliteit vergelijkbare opleidingen voor niet-HaFaBra muziekinstrumenten (zoals gitaar, piano, viool, e.d.);

  • c.

    Cultuureducatie: cultuureducatie wordt in de praktijk gehanteerd als verzamelbegrip voor kunsteducatie, erfgoededucatie en media-educatie, waarbij cultuur als doel en als middel wordt ingezet;

  • d.

    Actieve cultuureducatie: vorm van cultuureducatie, waarbij leerlingen zelf een kunstdiscipline beoefenen, zoals dans, drama, schilderen of zingen. Zij leren zich kunstzinnig uitdrukken, maar leren ook technieken en materialen kennen;

  • e.

    Receptieve cultuureducatie: vorm van cultuureducatie, waarbij leerlingen kijken of luisteren naar professionele kunstproducten zoals een theatervoorstelling, concert of tentoonstelling. Ze leren kenmerken, stijlen en stromingen herkennen;

  • f.

    Reflectieve cultuureducatie: leerlingen ‘beschouwen’ kunstproducten, zij denken, lezen, praten erover en wisselen van gedachten met elkaar. Bij zowel actieve als receptieve kunstbeoefening kan reflectie plaatsvinden. Reflectie op de kunstervaring, het eigen productieproces en de analyse hiervan vormen de essentie van kunsteducatie;

  • g.

    Cultuurparticipatie: het actief deelnemen aan het culturele leven in de vrije tijd;

  • h.

    Kunstdisciplines: architectuur, beeldende kunst, dans, film & video, audiovisueel, fotografie, muziek, theater, toegepaste kunst en vormgeving, (wereld)literatuur, etc.;

  • i.

    Gekwalificeerde docenten: docenten waarvan de kwalificatie voor het geven van les blijkt uit het feit dat ze succesvol de eerste opleidingsfase (bachelor) van het conservatorium of andere kunstvakopleiding hebben afgerond, dan wel dat ze beschikken over een daarmee gelijk te stellen kwalificatie op tenminste MBO of HBO werk- en denkniveau;

  • j.

    Eigen bijdrage: Het percentage van de kosten voor het muziekonderwijs dat de aanbieder (muziekvereniging, muziekschool of instelling) zelf draagt, bijvoorbeeld door middel van een lesgeldbijdrage van de leerlingen zelf.

Artikel 2 Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college van burgemeester en wethouders voor de in artikel 4 bedoelde activiteiten.

Artikel 3 Doel van deze regeling

Het doel van deze regeling is om zoveel mogelijk kinderen in de leeftijd van 2 tot en met 21 jaar actief kennis te laten maken met muziek en het bespelen van een muziekinstrument en ze daarnaast de mogelijkheid te bieden zich hierin verder te bekwamen. Daarnaast komen alle kinderen in Drechterland in aanraking met zoveel mogelijk vormen van cultuureducatie en kunstdisciplines. Dit kan op een actieve, receptieve en reflectieve manier zijn.

Artikel 4 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    Op grond van deze regeling kan uitsluitend subsidie worden verstrekt voor het door gekwalificeerde docenten geven van instrumentaal en vocaal muziekonderwijs en cultuureducatie aan leerlingen in de leeftijd van 8 (peildatum 1 januari van het betreffende kalenderjaar) tot en met 21 jaar (peildatum 1 januari van het betreffende kalenderjaar) plus bijbehorende samenspelmogelijkheden en optredens. Het gaat hier om actieve cultuureducatie.

  • 2.

    Er kan subsidie worden verstrekt voor het geven van klassikaal muziekonderwijs in zowel het basisonderwijs als bij muziekverenigingen en muziekscholen. Voorwaarde is dat dit klassikale muziekonderwijs wordt gegeven door gekwalificeerde docenten. Het gaat hier om actieve cultuureducatie.

  • 3.

    Daarnaast kan subsidie worden verstrekt voor het door gekwalificeerde docenten uitvoeren van projecten en activiteiten om kinderen in de leeftijd van 2 tot en met 12 jaar (peildatum 1 januari van het betreffende kalenderjaar) kennis te laten maken met muziek, cultuureducatie en kunstdisciplines.

Artikel 5 Doelgroep van deze subsidieregeling

  • 1.

    Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt aan muziekverenigingen en instellingen en organisaties zonder winstoogmerk, waarvan het doel van de activiteiten is gelegen op het vlak van muziekbeoefening dan wel op het vlak van muzikale vorming, cultuureducatie en kunstdisciplines.

  • 2.

    De door hen verzorgde opleidingen dienen open te staan voor een ieder die behoort tot de doelgroep, zoals die in artikel 4 is gedefinieerd.

Artikel 6 Weigeringgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 13 ASV wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien:

  • a.

    de activiteiten gericht zijn op kinderen jonger dan 2 jaar of ouder dan 21 jaar;

  • b.

    de activiteiten niet (voldoende) bijdragen aan het doel van deze subsidieregeling;

  • c.

    de aanvrager een winstoogmerk heeft;

  • d.

    er reeds subsidie is verleend voor dezelfde activiteiten met uitzondering van het gestelde in artikel 8 en 11 van de subsidieregeling ‘instellingen op het terrein van kunst en cultuur Drechterland’.

Artikel 7 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de kosten die naar ons oordeel noodzakelijk zijn voor het bieden van muziekonderwijs, cultuureducatie, samenspelmogelijkheden en optredens en activiteiten om kinderen actief kennis te laten maken met muziek, cultuureducatie en kunstdisciplines.

  • 2.

    Docentkosten die hiervoor gerekend kunnen worden, door muziekscholen, docentcollectieven en professionele kunstinstellingen, is het brutoloon per uur plus een opslag van 33% voor werkgeverslasten wanneer een docent in dienst is bij de instelling. Dat geldt niet voor muziekverenigingen.

  • 3.

    Bij projecten mogen ook kosten voor overhead (huur, organisatiekosten, coördinatie) worden meegerekend.

  • 4.

    Kosten voor consumpties of verblijfskosten komen niet in aanmerking voor subsidie.

Artikel 8 Berekening van de subsidie

  • 1.

    De subsidie bedraagt een percentage van de subsidiabele kosten bij het voldoen aan zoveel mogelijk voorwaarden, zoals gesteld onder artikel 9 lid 1. Voor projecten op basisscholen op het gebied van cultuureducatie bedraagt de subsidie een maximaal percentage van 70%.

  • 2.

    Voor de regeling Cultuureducatie Met Kwaliteit wordt een bedrag per inwoner gesubsidieerd.

  • 3.

    Er worden deelsubsidieplafonds ingesteld.

  • 4.

    Voor het geven van individueel vocaal of instrumentaal onderwijs wordt maximaal € 250,-- per leerling gesubsidieerd. Dit geldt voor muziekverenigingen.

  • 5.

    Voor het geven van individueel vocaal of instrumentaal onderwijs wordt maximaal €350,-- per leerling gesubsidieerd. Dit geldt voor zowel muziekscholen en docentcollectieven.

  • 6.

    Muziekscholen en docentcollectieven kunnen een vast bedrag ontvangen als bijdrage in de overhead.

  • 7.

    Voor het geven van klassikaal muziekonderwijs wordt maximaal € 20,-- per leerling gesubsidieerd. Dit geldt voor zowel muziekscholen, docentcollectieven, muziekverenigingen en basisscholen.

  • 8.

    Voor kleine basisscholen kan daarnaast een subsidie worden verleend voor een vast bedrag van € 500,-- per school. Een kleine basisschool is een school waarvan het aantal normatieve groepen vijf of minder is.

  • 9.

    Voor groepsgewijs muziekonderwijs in de kinderopvang in de leeftijd van 2ot 4 jaar geldt een maximale bijdrage van € 250,-- per groep met een maximum van € 500,-- per locatie.

  • 10.

    De subsidie voor muziekonderwijs binnen het basisonderwijs, in de kinderopvang en bij de muziekverenigingen bedraagt nooit meer dan 50% van de kosten van een vakdocent.

Artikel 9 Verdeling van het subsidieplafond

  • 1.

    De hoogte van de subsidie wordt bepaald door de volgende criteria:

    • a.

      Er wordt samengewerkt tussen minimaal twee partners met name op het gebied van samenspel en optredens;

    • b.

      Er worden, bijvoorbeeld via projecten, verbindingen gelegd met andere kunstdisciplines;

    • c.

      De subsidieaanvraag draagt bij aan het in stand houden van een breed en gevarieerd aanbod qua instrumentarium in het muzikale veld;

    • d.

      De hoeveelheid uitval (hoeveel deelnemers bij de start en aan het eind);

    • e.

      Er wordt innoverend, flexibel en ondernemend gewerkt (zie voor uitleg het invuldocument);

    • f.

      Een zo hoog mogelijke eigen bijdrage in de kosten van het muziekonderwijs en cultuureducatie en de samenspelmogelijkheden en optredens (prijs-kwaliteitverhouding).

  • 2.

    Het subsidieplafond voor cultuureducatie is in € 14.450,--.

  • 3.

    Het subsidieplafond voor Cultuureducatie Met Kwaliteit bedraagt € 10.700,-- (gebaseerd op 55 cent per inwoner).

  • 4.

    Het subsidieplafond voor muziekverenigingen bedraagt € 13.950,--.

  • 5.

    Het subsidieplafond voor muziekscholen en docentcollectieven voor individueel en klassikaal muziekonderwijs is € 16.100,--.

  • 6.

    Het subsidieplafond als bijdrage in de overhead voor muziekscholen en docentcollectieven bedraagt € 10.500,--.

  • 7.

    Het subsidieplafond voor kinderopvang is € 5.500,--.

  • 8.

    Het subsidieplafond voor muziekonderwijs in het basisonderwijs is € 31.500,--.

Artikel 10 Procedurebepalingen

  • 1.

    Er is sprake van de subsidiesoort ‘waarderingssubsidie’ en ‘eenmalige subsidie’;

  • 2.

    Subsidieaanvragen voor een waarderingssubsidie op grond van deze subsidieregeling dienen voor het subsidiejaar 2021 vóór 1 oktober 2020 door ons te zijn ontvangen;

  • 3.

    Subsidieaanvragen voor een eenmalige subsidie op grond van deze subsidieregeling dienen 8 weken voorafgaand aan de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft te zijn ingediend;

  • 4.

    Een eenmalige subsidie wordt alleen toegekend wanneer het subsidieplafond nog niet is bereikt;

  • 5.

    Subsidie voor muziekonderwijs in het basisonderwijs moet worden aangevraagd door de basisschool zelf;

  • 6.

    Wanneer het aantal aanvragen het subsidieplafond overschrijdt worden alle te verlenen subsidies met eenzelfde percentage naar beneden bijgesteld tot het plafond niet meer wordt overschreden;

  • 7.

    Aanvragen tot vaststelling dienen te geschieden conform het gestelde in artikel 20 ASV.

Artikel 11 Beslistermijn

  • 1.

    Voor de subsidieaanvragen voor het jaar 2020 beslist het college conform artikel 18 lid 4 ASV.

Artikel 12 Slotbepalingen

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2021;

  • 2.

    Deze regeling vervalt op 31 december 2021;

  • 3.

    Het totaal subsidieplafond voor deze regeling in 2021 bedraagt € 102.700,--;

  • 4.

    De regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling cultuureducatie en cultuurparticipatie Drechterland 2021. De subsidieregeling cultuureducatie en cultuurparticipatie Drechterland 2020 wordt met ingang van 1 januari 2021 ingetrokken.

SUBSIDIEREGELING 9 BIJZONDERE (CULTURELE) ACTIVITEITEN EN EENMALIGE SUBSIDIES

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drechterland besluit ter uitvoering van de Algemene Subsidieverordening Drechterland (Asv) en op grond van artikel 4.81 van de Algemene wet bestuursrecht, vast te stellen de

Subsidieregeling Bijzondere (culturele) activiteiten en eenmalige subsidies gemeente Drechterland

Artikel 1 Algemene bepaling

Deze subsidieregeling is een nadere uitwerking van de Algemene subsidieverordening Drechterland 2018.

Artikel 2 Begripsomschrijving

  • 1.

    Bijzondere activiteit: een eenmalige activiteit

    • -

      die direct in het belang is van de gemeente Drechterland en haar inwoners,

    • -

      die plaatsvindt in de gemeente Drechterland,

    • -

      die vernieuwend of experimenteel is,

    • -

      die buiten het normale activiteitenpakket van de organisatie is gelegen en

    • -

      die zonder financiële steun van de gemeente niet georganiseerd kan worden.

  • 2.

    Culturele activiteit: een bijzondere activiteit zoals omschreven in artikel 2, lid 1

    • -

      waar één of meer componenten in zitten van één van de volgende disciplines: theater, dans, muziek, toneel, cultureel erfgoed, cultuurhistorie, beeldende kunst of lezen en literatuur.

  • 3.

    Eenmalige subsidie: een eenmalige bijdrage:

    • -

      bij de start van een nieuwe Drechterlandse organisatie of

    • -

      bij het verkrijgen van volledige rechtspersoonlijkheid door een Drechterlandse organisatie.

  • 4.

    Een eenmalige subsidie kan ook beschikbaar worden gesteld voor bijzondere prestaties op het gebied van sport of cultuur.

Artikel 3 Subsidievoorwaarden

  • 1.

    Bijzondere activiteiten

    • a.

      Om voor een subsidie voor een bijzondere activiteit in aanmerking te komen, moet een organisatie aantonen welke andere inkomsten er zijn voor de betreffende activiteit.

    • b.

      Aan de deelnemers of bezoekers van de bijzondere activiteit wordt een redelijke eigen bijdrage gevraagd. Burgemeester en wethouders kunnen hieraan nadere voorwaarden stellen.

  • 2.

    Culturele activiteiten

    • a.

      Om voor subsidie voor een culturele activiteit in aanmerking te komen moet, naast de in artikel 3, lid 1 omschreven voorwaarden, aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

      • -

        Er wordt samengewerkt tussen minimaal twee partners;

      • -

        Er is sprake van cultureel ondernemerschap. De gemeente Drechterland stimuleert cultureel ondernemerschap door een instelling of organisatie nooit voor 100% te subsidiëren en te stimuleren dat andere financieringsbronnen aangeboord worden; Instellingen kunnen cultureel ondernemen door bijvoorbeeld de marketing te versterken, gebruik te maken van nieuwe media en partners te zoeken (‘creatief’, ‘innovatief’ en ‘gedurfd’).

  • 3.

    Eenmalige subsidies

    • a.

      Voor een eenmalige subsidie komen in aanmerking organisaties die zich ten doel stellen om zonder winstoogmerk activiteiten te organiseren in Drechterland.

    • b.

      Om in aanmerking te komen voor een eenmalige subsidie moet de organisatie gevestigd zijn in de gemeente Drechterland en tenminste tien leden hebben die woonachtig zijn in de gemeente Drechterland.

Artikel 4 Subsidiegrondslagen

  • 1.

    Bijzondere en culturele activiteiten

    • a.

      De subsidie voor een bijzondere activiteit wordt bepaald aan de hand van een in te dienen begroting voor de betreffende activiteit.

    • b.

      Het uiteindelijke subsidiebedrag voor een bijzondere activiteit is nooit hoger dan het daadwerkelijke tekort bij de betreffende activiteit.

    • c.

      Per organisatie wordt per jaar op grond van dit artikellid maximaal één activiteit gesubsidieerd.

  • 2.

    Eenmalige subsidies

    • a.

      De eenmalige subsidie bij de start van een nieuwe Drechterlandse organisatie en/of het verkrijgen van volledige rechtspersoonlijkheid door een Drechterlandse organisatie is € 200,--.

    • b.

      Voor het leveren van een bijzondere prestatie op het gebied van sport of cultuur kan een eenmalige subsidie beschikbaar worden gesteld tot € 100,--.

Artikel 5 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2021.

SUBSIDIEREGELING 10 INVESTERINGSSUBSIDIES

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drechterland besluit ter uitvoering van de Algemene Subsidieverordening Drechterland (Asv) en op grond van artikel 4.81 van de Algemene wet bestuursrecht, vast te stellen de

Subsidieregeling Investeringssubsidies sport gemeente Drechterland

Artikel 1 Algemene bepaling

Deze subsidieregeling is een nadere uitwerking van de Algemene subsidieverordening Drechterland 2018.

Artikel 2 Doelstelling

De subsidies worden beschikbaar gesteld op grond van de volgende doelstelling:

  • -

    Het voeren van een voorwaardenscheppend beleid, door het beschikbaar stellen van een financiële bijdrage ten behoeve van de accommodatie van een levensvatbare Drechterlandse buitensportvereniging.

Artikel 3 Begripsomschrijving

  • 1.

    Onder een primaire accommodatie wordt verstaan: kleedkamers en douches, bergruimte, scheidsrechterkleedkamer en EHBO-ruimte.

  • 2.

    Onder de duurzame investering met een kortere afschrijvingstermijn dan de opstallen wordt verstaan: casco-elementen t.w. dakbedekking, raam- en deurkozijnen, buitendeuren, buitenwanden, verwarmingsketel dan wel -elementen en/of warmwatervoorziening.

Artikel 4 Subsidievoorwaarden

  • 1.

    De sportverenigingen die op de onderstaande buitensportcomplexen gevestigd zijn, vallen onder de reikwijdte van deze subsidieregeling:

    • -

      Sportcomplex Koggeweg (SV De Valken);

    • -

      Sportcomplex Westerbuurt (ASV ’55);

    • -

      Sportcomplex Molenweg (WSW);

    • -

      Sportcomplex Havenweg (Omnivereniging Schellinkhout);

    • -

      Sportcomplex Sportlaan (SC Spirit ’30);

    • -

      Sportcomplex Woudlust (Woudia en DTS ’48);

    • -

      Sportcomplex Noorderdracht (Blokker).

  • 2.

    Een investeringssubsidie wordt verleend ten behoeve van de noodzakelijk geachte (ver)bouw en vervanging van primaire accommodaties en voor duurzame investeringen met een kortere afschrijvingstermijn dan de opstallen.

  • 3.

    Onder de investeringssubsidie valt ook de vervanging van lichtmasten indien deze noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de sportactiviteit.

  • 4.

    Een investeringssubsidie wordt slechts verleend indien de behoefte aan de te plegen investering voldoende aannemelijk is.

  • 5.

    Een investeringssubsidie wordt slechts verleend indien de sportvereniging bij het bepalen van de benodigde bouwsom rekening houdt met een redelijke mate van zelfwerkzaamheid.

  • 6.

    Een investeringssubsidie wordt beschikbaar gesteld onder de uitgangspunten van de klimaatvisie gemeente Drechterland. Dit betekent dat aantoonbaar inspanningen verricht moeten worden voor het gebruik van duurzame materialen en/of gericht op duurzaam energiegebruik.

Artikel 5 Subsidiegrondslagen

  • 1.

    De investeringssubsidie bij de (ver)bouw en vervanging van een primaire accommodatie is maximaal 40% van de werkelijke kosten.

  • 2.

    De investeringssubsidie bij de aanschaf en vervanging van een duurzame investering met een kortere afschrijvingstermijn dan de opstallen en bij de vervanging van lichtmasten is maximaal 25% van de werkelijke kosten.

  • 3.

    In afwijking op de bepalingen van de Algemene subsidieverordening kunnen verzoeken voor investeringssubsidies zoals bedoeld in artikel 5, lid 2, tot uiterlijk één week voor aanvang van de werkzaamheden worden ingediend.

Artikel 6 Doelmatigheidstoets

  • 1.

    Bij aanvragen van investeringssubsidies hoger dan € 10.000,-- vindt een doelmatigheidstoets plaats, waarbij de beoogde beleidseffecten worden afgewogen tegen de hoogte van de gevraagde subsidie.

  • 2.

    Wanneer het gevraagde subsidiebedrag in onvoldoende mate bijdraagt aan de beoogde beleidseffecten, kan een aanvraag geheel of gedeeltelijk worden afgewezen.

Artikel 7 Overige bepalingen

  • 1.

    Het college legt een verzoek op grond van artikel 5, lid 1 ter besluitvorming voor aan de gemeenteraad.

  • 2.

    Het college besluit uiteindelijk tot het wel of niet beschikbaar stellen van een investeringssubsidie op grond van artikel 5, lid 2.

Artikel 8 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2021.

Naar boven