Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2020, 348281 | Verordeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2020, 348281 | Verordeningen |
Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam tot wijziging van de Binnenhavengeldverordening Pleziervaart 2020 in verband met de introductie van nieuwe jaartarieven, een doorvaartvignet en een nieuwe termijn voor betaling (Eerste wijzigingsverordening Binnenhavengeldverordening Pleziervaart 2020)
De Binnenhavengeldverordening Pleziervaart 2020 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
Onder verlettering van de onderdelen d tot en met k tot e tot en met l wordt na onderdeel c een onderdeel ingevoegd, luidende:
Onder verlettering van de onderdelen j en k tot k en l wordt na onderdeel i een onderdeel ingevoegd, luidende:
“schip”: elk vaartuig, met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, dat feitelijk wordt gebruikt of geschikt is om te worden gebruikt als middel van vervoer te water; onder schip wordt mede verstaan drijvende werktuigen, zoals kranen, werkeilanden, een drijvende kraan, baggermolens, pontons of materieel van soortgelijke aard;
Artikel 4, tweede lid, komt te luiden:
Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:
Er wordt een derde lid toegevoegd, luidende:
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
Het vierde lid komt te luiden:
Het verschuldigde bedrag dat wordt geheven naar een jaartarief kan maximaal in vier maandtermijnen worden betaald door middel van een machtiging voor automatische incasso. De termijn waarbinnen het verschuldigde bedrag dient te zijn voldaan bedraagt drie maanden vanaf het moment dat het Binnenhavengeld Pleziervaart verschuldigd is op grond van artikel 9, eerste lid, tenzij er op dat moment minder dan drie maanden resteren in het kalenderjaar. In dat geval dient het verschuldigde bedrag in één keer te worden betaald.
Aldus besloten door de gemeenteraad bij schriftelijke stemming op 21 december 2020.
De plaatsvervangend voorzitter
Rik Torn
De raadsgriffier
Jolien Houtman
In de Nota Varen Deel 2 is aangegeven dat vanaf 1 juli 2020 niet alleen een vignet vereist is als iemand een pleziervaartuig wil aanmeren in het Amsterdamse binnenwater, maar ook als iemand met een pleziervaartuig wil varen op het Amsterdamse binnenwater. Tot nu toe was een pleziervaartuig dat zich op het water bevond zonder direct of indirect af te meren vrijgesteld van de betaling van het Binnenhavengeld Pleziervaart en bestond er ook geen vignetplicht. Met deze wijziging komt daar verandering in.
Conform het nieuwe beleid is niet alleen een vignet vereist als een pleziervaartuig een ligplaats wil innemen of wil afmeren op het Amsterdamse binnenwater, maar ook als een pleziervaartuig wil (door)varen op het Amsterdamse binnenwater. De reden dat alle pleziervaartuigen vanaf 1 januari 2021 over een vignet met een RFID chip moeten beschikken, is er volgens de Nota Varen deel 2 in gelegen dat alle vaartuigen die een vignet hebben zichtbaar zijn voor de vaarwegbeheerder. Op deze manier is het voor de gemeente mogelijk het totale scheepvaartverkeer in beeld te brengen en om efficiënt te handhaven.
Om dit te bewerkstelligen wordt in de onderhavige verordening de mogelijkheid geïntroduceerd om een doorvaartvignet aan te vragen, naast het (reeds bestaande) dagvignet en het jaarvignet. Iedereen die van het Amsterdamse binnenwater gebruik wil maken zonder direct of indirect af te meren wordt in de gelegenheid gesteld een doorvaartvignet aan te vragen. Alleen vaartuigen waarop een doorvaartvignet is aangebracht zijn vrijgesteld van betaling van het Binnenhavengeld Pleziervaart. Alle vaartuigen die niet beschikken over een doorvaartvignet moeten een dagvignet of een jaarvignet hebben. Het is straks dus niet meer toegestaan om zonder vignet over het Amsterdamse binnenwater te varen.
Het doorvaartvignet kan worden verkregen tegen kostprijs. De kostprijs bedraagt € 20,00. Als het doorvaartvignet eenmaal is verkregen, is het doorvaartvignet geldig voor de gehele levensduur van het vignet of totdat het vaartuig wordt vervangen. In dat geval kan een nieuw doorvaartvignet worden aangevraagd. Het doorvaartvignet staat los van het betalen van het Binnenhavengeld Pleziervaart.
Op grond van artikel 7 is een vaartuig waarop een doorvaartvignet is aangebracht vrijgesteld van betaling van het Binnenhavengeld Pleziervaart. Mensen die met een doorvaartvignet op het Amsterdamse binnenwater varen en besluiten dat ze ook willen afmeren, zullen (net als nu het geval is) het dagtarief moeten betalen. Het doorvaartvignet geldt immers alleen voor doorvaren, niet voor afmeren.
Vanaf 2021 wordt een andere tariefstructuur toegepast. Daardoor blijven de jaartarieven over de gehele linie gelijk ten opzichte van 2o20 en het tarief voor kleine vaartuigen (tot 3,5 meter) daalt zelfs iets ten opzichte van 2020. De reden om te kiezen voor een andere tariefstructuur is gelegen in het volgende. Voorheen bleek dat sommige eigenaren van vaartuigen, waarvan de oppervlakte net onder een bepaalde grens lag, voordeliger uit waren door te kiezen voor een hogere categorie, vanwege het lagere tarief per m2. Door hun vaartuig (iets) groter voor te stellen dan het vaartuig in werkelijkheid is, konden zij profiteren van een lager tarief per m2. Het doorgeven van de verkeerde oppervlakte is echter een overtreding. De raad heeft aan deze situatie een einde willen maken door een nieuwe tariefstructuur te hanteren, waarmee dit wordt voorkomen.
Voortaan moet voor ieder vaartuig een minimumtarief worden betaald (het “vanaf” tarief in de tabel van artikel 5). Voor iedere volgende m2 komt daar een vast bedrag bij. Op grond van artikel 4, derde lid, wordt een gedeelte van een eenheid van vierkante meters omhoog afgerond op een halve eenheid van een vierkante meter. Dit artikel blijft onverkort van toepassing en geldt ook voor de nieuwe tariefstructuur. In de praktijk betekent dit het volgende. Een vaartuig met een oppervlakte van bijvoorbeeld 4,65 m2 wordt voor de berekening van het tarief beschouwd als een vaartuig van 5 m2. En een vaartuig van bijvoorbeeld 7,12 m2 wordt voor de berekening van het tarief beschouwd als een vaartuig van 7,50 m2. Uitgaande van het reguliere tarief bedraagt het jaartarief voor een vaartuig van 5 m2 € 375 (300 + 75). En het jaartarief voor een vaartuig van 7,50 m2 bedraagt € 500 (425 + 75).
Om duidelijk te maken dat de verplichting om het jaartarief of het dagtarief te betalen niet alleen geldt voor alle pleziervaartuigen die afmeren, maar ook voor alle pleziervaartuigen die doorvaren, zijn enkele artikelen die betrekking hebben op het dagtarief gewijzigd. Alleen vaartuigen die voldoen aan de voorwaarden van artikel 7 zijn vrijgesteld van betaling van het Binnenhavengeld Pleziervaart.
Het milieutarief is een korting van 70% op jaartarief en geldt voor pleziervaartuigen die in geen geval anders worden voortbewogen dan door een elektromotor, door spierkracht of door windkracht. Tevens geldt dat pleziervaartuigen waarop al of niet incidenteel een motor aanwezig is, anders dan een elektromotor, niet onder het milieutarief vallen. Deze laatste voorwaarde komt te vervallen.
Voortaan geldt het milieutarief voor pleziervaartuigen die worden voortbewogen door een elektromotor, door spierkracht, door windkracht of door een andere, hiermee vergelijkbare, uitstootvrije wijze. Indien een pleziervaartuig meerdere motoren heeft, zoals een combinatie van een benzinemotor en een elektromotor, en op het Amsterdamse binnenwater uitsluitend gebruik wordt gemaakt van de uitstootvrije (elektro)motor, dan is het milieutarief voortaan ook van toepassing op deze hybride pleziervaartuigen.
In artikel 10, vierde lid, van de Binnenhavengeldverordening 2020 stond dat het verschuldigde bedrag dat wordt geheven naar een jaartarief in maximaal vier maandtermijnen vóór 1 mei kan worden betaald door middel van een machtiging voor automatische incasso. Voor de datum van 1 mei was gekozen om ervoor te zorgen dat het verschuldigde bedrag tijdig zou worden betaald, bij voorkeur rond de aanvang van het vaarseizoen. Aangezien het mogelijk is om gedurende het gehele jaar een pleziervaartuig aan te melden en omdat het wenselijk is dat iedereen het verschuldigde bedrag in termijnen kan betalen, is besloten de datum van 1 mei achterwege te laten.
Daarvoor in de plaats komt een termijn van drie maanden waarbinnen het verschuldigde bedrag dient te zijn voldaan, te rekenen vanaf het moment dat het gebruik of genot begint, zoals genoemd in artikel 2. Binnen deze periode kan het verschuldigde bedrag in maximaal vier maandtermijnen worden betaald door middel van een machtiging voor automatische incasso. Uitzondering hierop is de omstandigheid dat er minder dan drie maanden resteren in een kalenderjaar. In dat geval dient het verschuldigde bedrag in één keer te worden betaald.
Om te voorkomen dat er discussie kan ontstaan over de plaats waar het vignet op het vaartuig moet worden aangebracht, is de bepaling uit de Verordening op het binnenwater 2010 overgenomen. Voortaan moet het vignet aan de bakboordzijde worden aangebracht op de achterzijde van het pleziervaartuig.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2020-348281.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.