Gemeenteblad van Katwijk

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
KatwijkGemeenteblad 2020, 347197Verordeningen



 Verordening op de heffing en de invordering van begraafrechten 2021

De raad van de gemeente Katwijk;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 november 2020;

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN BEGRAAFRECHTEN 2021

(Verordening begraafrechten 2021)

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    begraafplaats(en):

    de gemeentelijke begraafplaats aan de Kerklaan te Katwijk aan den Rijn, de gemeentelijke begraafplaats Blekerij te Katwijk aan den Rijn, het algemeen gedeelte van de begraafplaats Duinrust te Katwijk aan Zee en de algemene begraafplaats aan de Ringweg te Valkenburg;

  • b.

    beheersverordening begraafplaatsen gemeente Katwijk:

    de verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen in de gemeente Katwijk 2010;

  • c.

    graf: een zandgraf of een keldergraf;

  • d.

    grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere stoffelijke overschotten worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;

  • e.

    asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

  • f.

    urn: een voorwerp ter berging van een of meerdere asbussen;

  • g.

    particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • -

      het doen begraven en begraven houden van stoffelijke overschotten;

    • -

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • h.

    algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van stoffelijke overschotten;

  • i.

    particulier urnenkelder: een kelder waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • -

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • j.

    particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • k.

    verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;

  • l.

    grafbedekking: gedenkteken of grafbeplanting op een graf, gedenkplaats of verstrooingsplaats.

Artikel 2 Belastbaar feit

Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen.

Artikel 3 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 4 Vrijstellingen

De rechten worden niet geheven voor het opgraven van een stoffelijk overschot of een asbus op rechterlijk gezag.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Belastingjaar

  • 1.

    Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

  • 2.

    Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 4.4 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht.

Artikel 7 Wijze van heffing

  • 1.

    De onderhoudsrechten, bedoeld in 4.2, 4.3 en 4.4 van de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    Andere rechten dan die bedoeld in 4.2, 4.3 en 4.4 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten

  • 1.

    De onderhoudsrechten, bedoeld in 4.2, 4.3 en 4.4 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de tweede helft van het belastingtijdvak aanvangt, zijn de rechten bedoeld in 4.2, 4.3 en 4.4 van de tarieventabel voor de helft verschuldigd.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de rechten bedoeld in 4.2 en 4.3 en 4.4 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Belastingaanslagen van € 5,00 of minder worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één aanslag verschuldigde bedragen voor het belastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten

Andere rechten dan die bedoeld in 4.2 en 4.3 en 4.4 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de begraafrechten wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten.

Artikel 13 Overgangsrecht

  • 1.

    De 'Verordening op de heffing en invordering van begraafrechten 2020' van 19 december 2019, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt.

Artikel 14 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

Artikel 15 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening begraafrechten 2021”.

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december 2020.

De raad voornoemd,

De griffier,

De voorzitter,

Tarieventabel behorende bij de Verordening begraafrechten 2021

 

Hoofdstuk 1

Verlenen van rechten

 

1.1

Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een eigen graf wordt geheven:

 

1.1.1

voor een grafkelder voor een periode van 30 jaar

€ 5.141,--

1.1.2

voor een zandgraf voor een periode van 30 jaar

€ 1.628,--

1.2

Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een urnenkelder wordt

geheven:

 

1.2.1

voor een periode van 30 jaar

€ 1.304,--

1.3

Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een urnennis wordt geheven:

 

1.3.1

voor een periode van 30 jaar

€ 1.304,--

1.4

Voor het verlengen van het uitsluitend recht bedoeld in de voorgaande onderdelen met 5 jaar wordt geheven:

€ 397,00

1.5

Voor het verlengen van het uitsluitend recht bedoeld in de voorgaande onderdelen met 10 jaar wordt geheven:

€ 794,00

1.6

Voor het verlengen van het uitsluitend recht bedoeld in de voorgaande onderdelen met 15 jaar wordt geheven:

€ 1.191,00

1.7

Voor het verlengen van het uitsluitend recht bedoeld in de voorgaande onderdelen met 20 jaar wordt geheven:

€ 1.589,00

1.8

Voor een periode van het aantal jaar dat noodzakelijk is om de grafrust-

periode van 15 jaar te vervolmaken: een recht gelijk aan het aantal jaren keer € 77,50 per jaar.

 

 

 

 

Hoofdstuk 2

Begraven

 

2.1

Voor het begraven van een stoffelijk overschot van een persoon van 12 jaar of ouder wordt geheven:

€ 926,--

2.2

Voor het begraven van overledenen beneden één jaar wordt geheven:

€ 212,--

2.3

Voor het begraven van overledenen van 1 tot 12 jaar wordt geheven:

€ 420,--

 

 

 

Hoofdstuk 3

Bijzetten van asbussen en urnen

 

3.1

Voor het bijzetten van een asbus of urn wordt geheven:

 

3.1.1

in een urnennis of urnenkelder

€ 157,--

3.1.2

in een particulier graf

€ 467,--

 

 

 

Hoofdstuk 4

Grafbedekking en onderhoud

 

4.1

Voor het afnemen en weer plaatsen van bedekkingen op eigen, zand- of keldergraven wordt (behalve in die gevallen dat dit niet door personeel van de gemeente kan geschieden) een recht geheven van:

€ 158,--

4.2

Voor het door of vanwege de gemeente onderhouden van de begraafplaats wordt geheven per jaar:

€ 82,00

4.3

Voor het door of vanwege de gemeente onderhouden van de begraafplaats wordt voor een algemeen graf geheven bij uitgifte

€ 410,--

4.4

De rechten bedoeld in onderdeel 4.2 kunnen worden afgekocht tot een maximum van 30 jaar per verlenging ,door voldoening van een bedrag bepaald volgens de onderstaande berekening:

 

 

Particulier graf:

Aantal jaren waarvoor wordt afgekocht

Vermenigvuldigingsfactor

€ 82,00

 

 

Algemeen graf:

 

€ 27,00 per jaar voor reeds uitgegeven algemene graven die nog niet in rekening zijn gebracht.

 

 

 

 

Hoofdstuk 5

Lijkschouwing

 

5.1

Voor het schouwen van een lijk door een gemeentelijke lijkschouwer wordt geheven:

€ 57,00

 

 

 

Hoofdstuk 6

Opgraven of ruimen

 

6.1

Voor het opgraven van een stoffelijk overschot wordt geheven:

€ 926,--

6.2

Voor het na opgraven weer opnieuw begraven in hetzelfde graf c.q. bijzetten van een asbus of urn worden de in hoofdstuk 2 en 3 genoemde rechten geheven:

 

6.3

Voor het na opgraven weer begraven in een ander graf c.q. bijzetten van een asbus of urn worden de in hoofdstuk 2 en 3 genoemde rechten geheven vermeerderd met het tarief in 6.1:

 

6.4

Voor het ruimen van een graf of het verplaatsen van kisten of asbussen of urnen wordt behalve het recht in 4.1 voor het afnemen en weer plaatsen van grafbedekking een recht geheven van :

€ 132,--

 

 

 

Hoofdstuk 7

Overige diensten

 

7.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van een verklaring van de gemeentearts voor het verzegelen van een lijkkist ten behoeve van een crematie:

€ 81,--

 

Deze tarieventabel behoort bij de Verordening begraafrechten 2021

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december 2020

De raad voornoemd,

De griffier,

De voorzitter,