Verordening op de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-zone Vastgoedeigenaren Wijchen centrum 2021-2025

De raad van de gemeente Wijchen;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 24 november 2020;

 

gelet op de artikelen 1, eerste en derde lid, 2, eerste, tweede lid, 3, eerste lid, en 7, eerste en vierde lid, van de Wet op de bedrijveninvesteringszones (BI-zones) gezien de uitvoeringsovereenkomst van 17 november gesloten met de Stichting BIZ pandeigenaren Wijchen Centrum;

Besluit;

 

Vast te stellen de;

 

Verordening op de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-zone Vastgoedeigenaren Wijchen centrum 2021-2025

 

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    de BI-zone: het bij deze verordening aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven;

  • b.

    de wet: de Wet op de bedrijveninvesteringszones;

  • c.

    het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijchen;

  • d.

    de uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente en de Stichting BIZ pandeigenaren Wijchen Centrum gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet;

  • e.

    de Stichting: de Stichting BIZ pandeigenaren Wijchen Centrum.

Hoofdstuk II Belastingbepalingen

Artikel 2 Belastbaar feit en aard van de belasting

  • 1.

    Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt gedurende een periode van 5 jaar jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de BI-zone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen.

  • 2.

    De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die verbonden zijn aan activiteiten in de openbare ruimte en op het internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de BI-zone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de BI-zone.

Artikel 3 Voorwerp van de belasting

  • 1.

    Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak.

  • 2.

    Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 4 Belastingplicht

  • 1.

    De BIZ-bijdrage wordt geheven van de eigenaar, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft van een in de BI-zone gelegen onroerende zaak.

  • 2.

    Als eigenaar wordt aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

  • 1.

    De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze geldt voor het kalenderjaar.

  • 2.

    De belasting wordt geheven in het gebied zoals genoemd in artikel 6 van deze verordening.

  • 3.

    Indien met betrekking tot de onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met toepassing van artikel 6, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 6 Afbakening BI-zone

De BI-zone bestaat uit objecten gelegen in de navolgende straten:

  • Burchtstraat (geheel)

  • Vlaskam (alleen nummer 2)

  • Elckerlycweg (nummers 20 en 22)

  • Europaplein (nummers 119 en 121)

  • Kasteellaan (oneven nummers t/m 43a en even nummers t/m 52)

  • Markt (geheel)

  • Marktpad (geheel)

  • Marktpromenade (geheel)

  • Oude Klapstraat (nummer 10 en nummer 76 t/m 78)

  • Spoorstraat (t/m nummer 57)

  • Sterrebosweg (geheel)

  • Touwslagersbaan (geheel)

  • Mr. Van Coothlaan (t/m nummer 10)

Het aangewezen gebied is vermeld op de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart.

Artikel 7 Vrijstellingen

In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van:

  • a.

    onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente;

  • b.

    straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;

  • c.

    plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;

  • d.

    begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;

  • e.

    objecten die vanuit de WOZ-administratie zijn aangemerkt als trafo, parkeerplaats, telefooncentrale, pinautomaat en zendmast;

  • f.

    onroerende zaken die worden beheerd door een vereniging of stichting die geen onderneming drijft, voor zover die objecten bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs, voor club- en buurthuiswerk, voor de beoefening van sport, kunst of cultuur, of voor andere activiteiten van sociale of culturele aard;

  • g.

    onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst ter zake van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening in de regio en de handhaving van de openbare orde en veiligheid.

Artikel 8 Tarief BIZ-bijdrage

  • 1.

    Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt 0,19% van de heffingsmaatstaf.

  • 2.

    De BIZ-bijdrage bedraagt minimaal € 270,00 en maximaal € 540,00 per onroerende zaak.

Artikel 9 Wijze van heffing

De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9 eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt ingeval het totaalbedrag van de op één aanslag biljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 45,00 doch niet meer dan € 3.000,00 en een machtiging is afgegeven voor het automatisch incasseren van het verschuldigde bedrag -, dat:

    • a.

      aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari en 1 oktober van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben, worden geïncasseerd in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog volle kalendermaanden in het belastingjaar overblijven, met een maximum van acht;

    • b.

      aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 30 september van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben, worden geïncasseerd in drie gelijke termijnen. Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervalt de eerste incassotermijn een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de BIZ-bijdrage wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Looptijd belastingheffing

De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar.

Hoofdstuk III Subsidiebepalingen

Artikel 13 Aanwijzing Stichting

De Stichting BIZ pandeigenaren Wijchen Centrum wordt aangewezen als de Stichting als bedoeld in artikel 7 van de wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht.

Artikel 14 Buiten toepassing algemene subsidieverordening

Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene Subsidieverordening Wijchen niet van toepassing.

Artikel 15 Subsidiebepalingen

  • 1.

    De subsidie voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in het jaarlijks te overleggen activiteitenplan en begroting wordt verstrekt aan de in artikel 13 aangewezen Stichting. In de uitvoeringsovereenkomst zijn nadere regels gesteld over het indienen van het activiteitenplan en de subsidieverlening en -vaststelling.

  • 2.

    De voorschotsubsidie wordt vastgesteld op de geraamde netto opbrengst van de te ontvangen BIZ-bijdragen die in de in artikel 2, eerste lid, bedoelde periode worden geheven.

  • 3.

    De subsidie bedraagt maximaal het bedrag van de jaarlijks te ontvangen BIZ-bijdragen, verminderd met de geraamde perceptiekosten ad. 4% van de geraamde opbrengst van dat jaar.

  • 4.

    De eventuele minderopbrengsten (bijvoorbeeld als gevolg van waardevermindering door bezwaar en beroep of oninbaarheid van de belastingbedragen) zijn voor rekening en risico van de Stichting. Eventuele meeropbrengsten komen ten goede van de Stichting.

  • 5.

    Voor zover dit niet reeds is geschied in de uitvoeringsovereenkomst, kan het college nadere regels stellen met betrekking tot de verplichtingen van de subsidie-ontvanger.

Artikel 16 Wijze van betalen

  • 1.

    De gemeente betaalt de voorschotsubsidie uit in 4 termijnen, namelijk:

    • 1.

      vóór 15 januari van het kalenderjaar 25% van de begrote subsidie;

    • 2.

      vóór 15 april van het kalenderjaar 25% van de begrote subsidie;

    • 3.

      vóór 15 juli van het kalenderjaar 25% van de begrote subsidie;

    • 4.

      vóór 15 oktober van het kalenderjaar 25% van de begrote subsidie.

  • 2.

    In de uitvoeringsovereenkomst worden nadere regels gesteld over de wijze van uitbetaling van de voorschotsubsidie en het vaststellen van de definitieve subsidie.

Artikel 17 Melding van relevante wijzigingen

  • 1.

    De Stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie.

  • 2.

    De Stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van een wijziging van de statuten, dan wel van verandering of beëindiging van de activiteiten.

Hoofdstuk IV Slotbepalingen

Artikel 18 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag, nadat het college heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

Artikel 19 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening BI-zone Vastgoedeigenaren Wijchen Centrum 2021-2025’.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december 2020,

De griffier,

De voorzitter,

Gebiedskaart als bedoeld in artikel 6 van deze Verordening

Naar boven