Gemeenteblad van Middelburg

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
MiddelburgGemeenteblad 2020, 346364Verordeningen



VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN WATERTOERISTENBELASTING MIDDELBURG 2021

 

De raad van de gemeente Middelburg;

 

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders;

 

gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;

 

besluit:

 

vast te stellen de:

 

DE V ERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN WATERTOERISTENBELASTING MIDDELBURG 202 1

 

___________________________________________________________________

 

 

Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden;

b. lengte: de lengte over alles;

c. vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een vaartuig en die ter beschikking wordt gesteld voor eenzelfde vaartuig gedurende een seizoen

d. etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur;

e. maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen;

f. seizoen: het tijdvak van 1 april tot en met 31 oktober;

g. kapitein: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt;

h. passanten: diegenen die verblijf houden in de gemeente, met of op een vaartuig, zonder het hebben van een vaste ligplaats;

i. historische schepen: schepen die ten minste vijftig jaar oud zijn, in oorspronkelijke staat verkeren, representatief zijn voor het maritiem erfgoed en ingeschreven staan bij het nationaal register van varende monumenten.

 

Artikel 2. Belastbaar feit

Ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente op of met vaartuigen waarvoor wegens de aanwezigheid in het watergebied van de gemeente in welke vorm dan ook een vergoeding wordt betaald door personen, die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, wordt onder de naam ‘watertoeristenbelasting’ een directe belasting geheven.

 

Artikel 3. Belastingplicht

1. Belastingplichtig is degene die tegen vergoeding gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 aan hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op of met hem ter beschikking staande vaartuigen.

2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.

3. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig de kapitein, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig als in artikel 2 bedoeld dan wel een andere persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig.

 

Artikel 4. Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:

1. door degenen die verblijf houden aan boord van:

a. een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken,

van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden;

b. kano’s, roei- en volgboten;

c. motor en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter;

d. een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt;

e. een vaartuig dat in eigendom toebehoort aan de leden van het Koninklijk Huis;

f. een vaartuig in directe dienst van het Rijk, de provincie Zeeland of de gemeente Middelburg;

g. een vaartuig van de Koninklijke Marine of oorlogsvaartuigen van vreemde naties;

h. een vaartuig dat in eigendom toebehoort aan de Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij;

i. een vaartuig in gebruik voor onderhoud aan de waterwegen, welk onderhoud in opdracht van het Rijk, de provincie Zeeland of de gemeente Middelburg wordt uitgevoerd;

j. historische boten.

2. waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting;

3. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.

 

Artikel 5. Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal verblijven in het belastingtijdvak. Het aantal verblijven wordt gesteld op de som van het aantal etmalen dat elke in artikel 2 bedoelde persoon verblijf heeft gehouden. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend.

 

Artikel 6 Belastingtarief

  • 1.

    Het tarief bedraagt per persoon per etmaal € 1,80

    2. In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief € 63,35 voor vaartuigen met een vaste ligplaats indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen;

  •  

Artikel 7. Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan een kalenderjaar.

 

Artikel 8. Wijze van belastingheffing

Belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

 

Artikel 9. Aanslaggrens

Belastingaanslagen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd.

 

Artikel 10. Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

2. In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen, als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden tot 31 december in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste vijf en ten hoogste tien bedraagt.

De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet, elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de hiervoor gestelde termijnen.

 

Artikel 11. Kwijtschelding

Bij de invordering van watertoeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 12. Aanmeldingsplicht

De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet.

 

Artikel 13. Registratieplicht

De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden verblijfhouden te registreren

 

Artikel 14. Overgangsbepaling

De “Eerste wijziging op de Verordening watertoeristenbelasting 2020” van de gemeente Middelburg van 12 december 2019, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 16 tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 16. Inwerkingtreding

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

 

Artikel 17. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening watertoeristenbelasting Middelburg 2021’.

 

Vastgesteld door de raad van de gemeente Middelburg in zijn openbare vergadering van

10 december 2020

de griffier, de voorzitter,

drs. A.A.A. Rijpert mr. H.M. Bergmann