Gemeenteblad van Oostzaan

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
OostzaanGemeenteblad 2020, 344291Verordeningen



Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Oostzaan houdende regels omtrent de heffing en de invordering van toeristenbelasting (Verordening toeristenbelasting 2021)

De Raad van de gemeente Oostzaan;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 november 2020;

 

gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;

 

Besluit:

 

vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2021

(Verordening toeristenbelasting 2021)

ARTIKEL 1 BELASTBAAR FEIT

Onder de naam “toeristenbelasting” wordt een directe belasting geheven voor het houden van een verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet al ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.

ARTIKEL 2 BELASTINGPLICHT

  • 1.

    Belastingplichtige is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1 in de hem ter beschikking staande ruimten dan wel op de hem ter beschikking staande terreinen.

  • 2.

    De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.

  • 3.

    Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degenen belastingplichtige die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.

ARTIKEL 3 VRIJSTELLINGEN

De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:

  • 1.

    van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;

  • 2.

    van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig verblijft in de zin van artikel 8, letters c,d,f,g,h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers;

ARTIKEL 4 MAATSTAF VAN HEFFING

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten dat zij verblijf houden.

ARTIKEL 5 BELASTINGTARIEF

Het tarief per persoon per overnachting bedraagt € 4,50

ARTIKEL 6 BELASTINGJAAR

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

ARTIKEL 7 WIJZE VAN HEFFING

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

ARTIKEL 8 AANSLAGGRENS

Belastingbedragen van minder dan € 10,- worden niet geheven.

ARTIKEL 9 TERMIJNEN VAN BETALING

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid en in afwijking van artikel 10, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 is een voorlopige aanslag welke is opgelegd voor de elfde maand van het belastingjaar, invorderbaar zoveel gelijke termijnen als er na de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, nog maanden van het belastingjaar overblijven. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gesteld termijnen.

ARTIKEL 10 AANMELDINGSPLICHT

  • 1.

    De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet.

ARTIKEL 11 REGISTRATIEPLICHT

  • 1.

    De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd en door de gemeente voorgeschreven nachtverblijfregister.

  • 2.

    Het college van burgemeester en wethouders stelt genoemd nachtverblijfregister op verzoek kosteloos beschikbaar.

  • 3.

    Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de inrichting en gebruik van het nachtverblijfregister.

  • 4.

    De verplichting als bedoeld in de voorgaand leden geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van een eigen registratiesysteem dat voldoet aan de door het college van burgemeester en wethouders gestelde eisen aan het nachtverblijfregister.

ARTIKEL 12 INWERKINGTREDING, OVERGANGSBEPALING EN CITEERTITEL

  • 1.

    De ‘Verordening Toeristenbelasting 2020 van 16 december 2019 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening toeristenbelasting 2021”.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 december 2020.

De Raad voornoemd,

De raadsgriffier,

Dhr. M.W. Bosma

de voorzitter,

R. Meerhof