Gemeenteblad van Oostzaan

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
OostzaanGemeenteblad 2020, 344285Verordeningen



Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Oostzaan houdende regels omtrent de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten (Verordening lijkbezorgingsrechten 2021)

De Raad van de gemeente Oostzaan;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 november 2020;

 

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

 

Besluit:

 

vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2021

(Verordening lijkbezorgingsrechten 2021)

ARTIKEL 1 DEFINITIES

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    begraafplaats: de algemene begraafplaats Oostzaan:

  • 2.

    particulier graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • het doen begraven en begraven houden van de overledene;

    • het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

    • het doen verstrooien van as;

  • 3.

    algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van overledene;

  • 4.

    asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

  • 5.

    urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;

  • 6.

    verstrooiingsplaats: een permanent daartoe bestemd terrein waarop as wordt verstrooid, dan wel een plaats waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het recht is verleend om as te doen verstrooien.

ARTIKEL 2 BELASTBAAR FEIT

Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats.

ARTIKEL 3 BELASTINGPLICHT

De rechten worden geheven van degenen op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

ARTIKEL 4 VRIJSTELLINGEN

De rechten worden niet geheven voor:

  • 1.

    opgravingen en daaruit volgende herbegraving ingevolge een bevel van een gerechtelijke autoriteit;

  • 2.

    het begraven van een levenloos geborene of kind jonger dan een jaar die met de overleden moeder in dezelfde kist wordt begraven.

ARTIKEL 5 MAATSTAF VAN HEFFING EN BELASTINGTARIEF

  • 1.

    De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel;

  • 2.

    Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als volle eenheid aangemerkt.

ARTIKEL 6 BELASTINGJAAR

  • 1.

    Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar;

  • 2.

    Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 5 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht.

ARTIKEL 7 WIJZE VAN HEFFING

  • 1.

    De onderhoudsrechten, bedoeld in hoofdstuk 5 van de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag;

  • 2.

    Andere rechten dan die bedoeld in hoofdstuk 5 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekend gemaakt.

ARTIKEL 8 ONTSTAAN VAN DE BELASTINGSCHULD

  • 1.

    De rechten, als bedoeld in hoofdstuk 5 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Andere rechten dan de rechten, als bedoeld in hoofdstuk 5 van de tarieventabel, zijn verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening of bij aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

ARTIKEL 9 TERMIJN VAN BETALING

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen 30 dagen na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

ARTIKEL 10 INWERKINGTREDING, OVERGANGSBEPALING EN CITEERTITEL

  • 1.

    De “Verordening lijkbezorgingsrechten 2020” van 16 december 2019 wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, vierde lid, genoemde datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt.

  • 3.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 4.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

  • 5.

    Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening lijkbezorgingsrechten 2021”.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 december 2020

De Raad voornoemd,

De raadsgriffier,

Dhr. M.W. Bosma

de voorzitter,

R. Meerhof

Bijlage 1 Tarieventabel, behorende bij verordening lijkbezorgingsrechten 2021

 

Artikel

Omschrijving

Bedrag

Hoofdstuk 1 Verlenen van rechten

1.1

voor het verlenen van een gebruiksrecht op een particulier graf niet zijnde een kindergraf voor een periode van 20 jaar wordt geheven

€ 1.786,45

1.2

voor het verlenen van een gebruiksrecht op een particulier graf niet zijnde een kindergraf, bijzondere ligging naar keuze op het oude gedeelte bij de kerk, voor ene periode van 20 jaar wordt geheven:

€ 2.467,40

1.3

voor het verlenen van een gebruiksrecht op een kindergraf, voor een periode van 20 jaar wordt geheven

€ 1.044,65

1.4

voor het verlenen van een gebruiksrecht op een urnengraf voor een periode van 20 jaar wordt geheven

€ 1.044,65

1.5

voor het verlenen van een gebruikersrecht op een urnen-nis in het columbarium voor een periode van 20 jaar, inclusief ongegraveerde naamplaat wordt geheven:

€ 1.044,65

1.6

voor elke verlening met een periode van 5 jaren wordt geheven een kwart van de rechten genoemd in 1.1,1.2,1.3,1.4 en 1.5

1.7

voor elke verlening met een periode van 10 jaren wordt geheven de helft van de rechten genoemd in 1.1,1.2,1.3,1.4 en 1.5

1.8

voor elke verlening met een periode van 20 jaren wordt geheven de rechten genoemd in 1.1,1.2,1.3,1.4 en 1.5

Hoofdstuk 2 Begraven

2.1

Voor het begraven van een stoffelijk overschot van een persoon van 12 jaar of ouder wordt geheven:

€ 1089,75

2.2

Voor het begraven van een stoffelijk overschot van een kind jonger dan een jaar wordt geheven:

€ 350,25

2.3

Voor het begraven van een stoffelijk overschot van een kind beneden 12 jaar wordt geheven:

€ 711,85

2.4

Voor het begraven van een stoffelijk overschot van een persoon van 12 jaar of ouder wordt geheven in een algemeen graf voor een minimale periode van 10 jaar wordt een vast bedrag berekend:

€ 1.786,15

Voor het begraven op buitengewone uren wordt het recht, bedoelt in 2.1, 2.2 en 2.3 verhoogt met 50%

Onder buitengewone uren wordt verstaan: alle uren die buiten normale werkuren vallen. Onder normale werkuren wordt verstaan: Maandag tot en met vrijdag van 09.00 tot en met 15.00

Hoofdstuk 3 As-bestemming

3.1

voor het bijzetten van een asbus of urn in een particulier graf, op het urnenveld of in het columbarium wordt geheven.

€ 265,80

3.2

voor het verstrooien van as in een particulier graf of aangewezen plaats als strooiveld 

€ 265,80

voor het bijzetten van een asbus of verstrooien van een stoffelijk overschot op buitengewone uren wordt het recht bedoeld in 3.1 en 3.2 verhoogd met 50%

Onder buitengewone uren wordt verstaan: alle uren die buiten normale werkuren vallen. Onder normale werkuren wordt verstaan: Maandag tot en met vrijdag van 09.00 tot en met 15.00

Hoofdstuk 4 Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen

4.1

voor het in behandeling nemen van een vergunningaanvraag inzake het plaatsen van een monument of bandengraf op:

  • -

    een particulier,

  • -

    algemeen graf,

  • -

    urnengraf, 

 

 

€ 118,45

Hoofdstuk 5 Onderhoud

5.1

Voor het jaarlijks onderhoud van de algemene begraafplaats wordt per jaar geheven:

  • -

    particulier beplantingsgraf

  • -

    particuliere bandengraf

  • -

    urnengraf/urnennis

 

 

 

 

€ 132,10

Afkoop onderhoud:

10 jaren waarvoor wordt afgekocht: factor 8

20 jaren waarvoor wordt afgekocht: factor 16

Hoofdstuk 6 Overige

6.1

Voor het schudden van een particulier graf op verzoek van rechthebbende wordt geheven:

€ 1.130,85

6.2

Voor het opgraven van een stoffelijk overschot 

€ 1.130,85

6.3

Kosten kist voor herbegraving

€ 250,00

6.4

Overschrijven van het grafrecht op naam van andere rechthebbende 

€ 27,85

6.5

Lijkschouw

€ 415,25

6.6

Verwijderen, terugplaatsen monument met banden of beplanting

€ 251,85

6.7

Voor het eenmaal luiden van de klok wordt geheven

€ 92,70

6.8

Voor het tweemaal luiden van de klok wordt geheven

€ 138,05

6.9

Voor een vaasje horende bij de urnennis in het columbarium wordt geheven

€ 104,05

6.10

Voor het uitvoeren van werkzaamheden op verzoek van belanghebbende/rechthebbende wordt geheven per kwartier

€ 18,55

 

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 december 2020

 

De Raad voornoemd,

De raadsgriffier, de voorzitter,

 

 

Dhr. M.W. Bosma R. Meerhof