Artikel I
De Huisvestingsverordening Den Haag 2019 wordt gewijzigd als volgt:
A In artikel 1:1 wordt op alfabetische rangschikking een nieuwe begripsomschrijving toegevoegd, luidende:
|
- toeristische verhuur:
|
in een woonruimte tegen betaling bieden van verblijf aan personen die niet als ingezetene zijn ingeschreven met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen;
|
B In artikel 5:2 wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:
d. in gebruik worden gegeven voor toeristische verhuur.
C In artikel 8:2 wordt een derde en vierde lid ingevoegd, luidende:
3. Een verzoek tot verlenging van een voorrangsverklaring, die is toegewezen op grond van de Huisvestingsverordening Den Haag 2015-2019, wordt getoetst aan de voorwaarden zoals vastgelegd in de Huisvestingsverordening Den Haag 2015-2019.
4. Artikel 5:6, tweede tot en met vierde lid en het vijfde lid, onder b, zijn niet van toepassing op aanvragen van een vergunning zoals bedoeld in artikel 5:2, onder c, indien de aanvraag aan de volgende voorwaarden voldoet:
a. de aanvraag ziet toe op twee of meer woonruimten welke aantoonbaar feitelijk gerealiseerd zijn tussen 1 november 2015 en 1 juli 2019, doordat een zelfstandige woonruimte is verbouwd tot twee of meer zelfstandige woonruimten;
b. de aanvraag dient als herstelmogelijkheid bij het ontbreken van deze vergunning;
c. de aanvraag is voorzien van een toegewezen omgevingsvergunning voor de gerealiseerde woonruimten;
d. de aanvraag is uiterlijk voor 1 juli 2023 ingediend.
D Na de artikelsgewijze toelichting van artikel 5:2, onder c wordt een nieuw artikelsgewijze toelichting ingevoegd, dat luidt als volgt:
Artikel 5:2, onder d
Een vergunningaanvraag voor toeristische verhuur wordt gezien als een vergunningaanvraag voor woningonttrekking.
E Na de artikelsgewijze toelichting van artikel 7:2, derde lid worden nieuwe artikelsgewijze toelichtingen ingevoegd die luiden als volgt:
Artikel 8:2, derde lid
De voorwaarden en zoekprofielen voor urgentieverklaringen zijn met de inwerkingtreding van deze verordening aangepast. Urgentieverklaringen die voor 1 juli 2019 zijn toegewezen worden in de Huisvestingsverordening Den Haag 2015-2019 voorrangsverklaringen genoemd. Een voorrangsverklaring kan op grond van de oude verordening, mits aan de daarin opgenomen voorwaarden is voldaan, worden verlengd.
Artikel 8:2, vierde lid
Het verbod bedoeld in artikel 5:2, onder c, ziet uitsluitend toe op woningen die na 1 juli 2019 bouwkundig zijn gesplitst door het verbouwen van één zelfstandige woning in twee of meerdere zelfstandige woningen. Ook in de Huisvestingsverordening Den Haag 2015-2019 was het verboden om zonder vergunning bouwkundig te splitsen in de daartoe aangewezen wijken, voor de daartoe aangewezen woonruimten. Voor woningen die tussen 1 november 2015 en 1 juli 2019 zijn gerealiseerd door bouwkundige splitsing conform de voorwaarden van de toen geldende verordening en hiervoor een omgevingsvergunning is toegewezen kan een vergunning worden aangevraagd om het gebrek hiervan te herstellen. Deze herstelmogelijkheid is mogelijk tot 1 juli 2023.
Voor woningen die aantoonbaar gesplitst zijn voor 1 november 2015 geldt het verbod van artikel 5:2, onder c niet.
Artikel 5:2, onder c, blijft van toepassing op alle woonruimten waarvan niet kan worden vastgesteld dat de realisatie door bouwkundige splitsing voor 1 juli 2019 heeft plaatsgevonden.