Gemeente Leiden - Verordening tot wijziging van de verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld 2020

De raad van de gemeente Leiden:

 

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (Raadsvoorstel RV20.0131 van 15 december 2020), mede gezien het advies van de commissie,

 

Gelet op de artikel 216 en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

 

BESLUIT

 

  • 1.

    vast te stellen de navolgende Verordening tot wijziging van de verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld 2020

Artikel I  

Letter e. van de tarieventabel behorende bij de verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld 2020 wordt als volgt gewijzigd:

 

e.

voor bedrijfsvaartuigen waarvoor door het college van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats is toegestaan, per kalenderjaar of gedeelte daarvan per box

1. Indien het een door een fossiele of organische brandstofmotor aangedreven vaartuig of een vaartuig zonder eigen voortstuwing betreft

€ 433,37

2. Indien het een elektrisch aangedreven vaartuig betreft

€ 99,49

3. Indien het een aantoonbaar bij het Register Varend Erfgoed Nederland of in het Nationaal Register Mobiel Erfgoed ingeschreven vaartuig betreft

€ 112,64

Artikel II  

Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2020.

 

Artikel III  

Deze verordening wordt aangehaald als “eerste wijziging verordening binnenhavengeld 2020”.

 

Gedaan in de openbare raadsvergadering van 15 december 2020,

de Griffier,

dhr. G.F.C. Van Leiden  

de Voorzitter,

drs. H.J.J. Lenferink

Naar boven