Gemeenteblad van Haarlem

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
HaarlemGemeenteblad 2020, 341691Verordeningen



Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Haarlem houdende regels omtrent de heffing en de invordering van havengelden (Verordening havengelden 2021)

Verordening op de heffing en de invordering van havengelden 2021

 

De raad van de gemeente Haarlem;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 november 2020;

 

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

 

besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op de heffing en de invordering van havengelden 2021

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    meetbrief: het document als bedoeld in de Meetbrievenwet 1981;

  • b.

    gebruik van de haven: het in artikel 2 bedoelde gebruik van de voor de openbare dienst bestemde wateren of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen;

  • c.

    vrachtschip: vaartuig, uitsluitend of in hoofdzaak gebezigd voor het vervoer van goederen;

  • d.

    vaartuig: een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen;

  • e.

    ander vaartuig: elk vaartuig, geen vrachtschip zijnde en geen woonschip zijnde als bedoeld in de Verordening precariobelasting 2021;

  • f.

    tabel: de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel;

  • g.

    termijn: een in de tabel genoemd tijdvak waarin het gebruik van de haven plaatsvindt;

  • h.

    een dag: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren beginnende om 12.00 uur;

  • i.

    een retour: een aaneengesloten tijdvak van 48 uur, beginnend om 12.00 uur;

  • j.

    een week: een aaneengesloten tijdvak van 7 dagen;

  • k.

    een maand: een kalendermaand;

  • l.

    een kwartaal: een tijdvak van drie aaneengesloten maanden dat aanvangt op 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober;

  • m.

    een half jaar: 6 aaneengesloten maanden binnen 1 jaar;

  • n.

    een jaar: een kalenderjaar;

  • o.

    doorvaart: het bevaren van de wateren zonder oponthoud of met een beperkt oponthoud zonder nachtverblijf, mits gedurende dit oponthoud geen goederen worden geladen of gelost.

  • p.

    bijboot: een boot om gebruikt te worden voor vervoer, redding, berging en werkzaamheden als bedoeld in artikel 1.01 van bijlage II van de Europese richtlijn 2006/87/EG .

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam havengeld worden rechten geheven ter zake van het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeentewateren of van andere voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen, die in beheer of onderhoud zijn bij de gemeente.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de schipper, de reder, de eigenaar van het vaartuig, degene die het schip heeft gecharterd of degene die als vertegenwoordiger van één van dezen optreedt.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de toepassing van de tarieven:

    • a.

      wordt een gedeelte van een eenheid van tijd, inhoud of van lengte voor een volle eenheid gerekend;

    • b.

      wordt de termijn steeds op de kortste van de in de tabel voor het betreffende soort vaartuig genoemde termijnen gesteld tenzij voor een langere termijn aangifte is gedaan;

    • c.

      geldt als laadvermogen het aantal tonnen zoals blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief;

    • d.

      wordt de lengte van het vaartuig gesteld op de lengte over het dek gemeten of zoals blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief;

    • e.

      wordt de maatstaf ambtshalve vastgesteld, indien de meetbrief niet wordt overgelegd of indien deze de vereiste gegevens niet vermeldt;

    • f.

      wordt onder laden en lossen mede verstaan de daartoe benodigde doorvaart;

    • g.

      wordt onder verblijf mede verstaan het afmeren.

Artikel 5 Vrijstellingen

De rechten worden niet geheven ter zake van:

  • a.

    vaartuigen, rechtstreeks in dienst van het Rijk, de provincie Noord-Holland, de gemeente Haarlem of een vreemde mogendheid, mits deze vaartuigen personen noch goederen tegen betaling vervoeren;

  • b.

    Bijboten , welke wettelijk verplicht zijn bij vaartuigen of woonschepen waarvoor de rechten worden geheven of die daarvan zijn vrijgesteld dan wel waarvoor precariobelasting wordt geheven;

  • c.

    in deze gemeente nieuw gebouwde vaartuigen, zolang daarmee geen ander gebruik van de in artikel 1 bedoelde wateren, werken of inrichtingen wordt gemaakt dan nodig is om deze voor de eerste maal vaarklaar te maken en geen lading wordt ingenomen;

  • d.

    wegens voortgezet verblijf gemeerde vaartuigen, indien dit voortgezet verblijf het gevolg is van het gestremd zijn van de scheepvaart wegens ijs.

Artikel 6 Wijze van heffing

  • 1.

    De rechten voor doorvaart per keer, per retour en voor verblijf/laden-lossen per dag/per week worden geheven bij wege van voldoening op aangifte.

  • 2.

    De rechten voor doorvaart per maand, per kwartaal, per half jaar of heel jaar en voor verblijf/laden-lossen per maand, kwartaal, half jaar of heel jaar worden geheven bij wege van aanslag of een gedagtekende nota, bon of andere schriftuur.

  • 3.

    Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld

De rechten zijn verschuldigd bij de aanvang van de belastingplicht.

Artikel 8 Heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    Indien een vaartuig wordt vervangen door een nieuw of gelijksoortig vaartuig, wordt het voor het vervangen vaartuig over de nog niet verstreken maanden van de lopende termijn betaalde havengeld op aanvraag van de belastingplichtige verrekend met het verschuldigde havengeld over die maanden voor het vervangende vaartuig, met dien verstande dat, indien het laatstgenoemde havengeld lager is dan het betaalde, teruggaaf van het verschil niet plaatsvindt.

  • 2.

    Het na toepassing van de in het vorige lid bedoelde verrekening verschuldigde bedrag moet binnen een maand na de vervanging overeenkomstig de aangifte worden betaald.

  • 3.

    Ingeval een ander dan degene van wie voor een bepaald tijdvak met betrekking tot een vaartuig havengeld is geheven, belastingplichtig is ter zake van hetzelfde vaartuig voor hetzelfde tijdvak, wordt, behoudens ingeval het eerste lid toepassing vindt, voor dat tijdvak het havengeld niet geheven van de ander.

  • 4.

    Indien de belastingplicht bij toepassing van het jaartarief voor een vaste ligplaats in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is het havengeld verschuldigd naar evenredigheid van het aantal kwartalen dat na het tijdstip van aanvang van de belastingplicht in dat jaar overblijft, het kwartaal van aanvang van de belastingplicht daaronder begrepen.

  • 5.

    Indien de belastingplicht bij toepassing van het jaartarief voor een vaste ligplaats in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt op verzoek ontheffing verleend naar evenredigheid van het aantal volle kwartalen dat na de beëindiging van de belastingplicht in het jaar overblijft.

  • 6.

    Bij toepassing van het tarief per keer, retour, dag, week, maand, kwartaal, halfjaar en voor het tijdvak oktober tot en met maart wordt geen ontheffing verleend.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten

Rechten zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten.

Artikel 12 Inwerkingtreding en Citeertitel

  • 1.

    De 'Verordening havengelden 2020' van 19 december 2019 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als de 'Verordening havengelden 2021'.

Vastgesteld in de raadsvergadering d.d. 17 december 2020.

De griffier,

De voorzitter,

Bijlage 1: Tarieventabel Havengelden 2021

 

Tarieventabel Havengelden 2021

Het tarief bedraagt voor:

A.

Vrachtschepen

1.

Doorvaart per ton laadvermogen:

met een minimum van € 11,35

a

per keer

€ 0,12

b

retour

€ 0,18

c

per jaar

€ 9,90

2.

Lossen, laden per ton laadvermogen

met een minimum van € 11,35

a

Per keer

€ 0,14

b

Per jaar

€ 11,60

3.

Verblijf (exclusief laden en lossen) per ton laadvermogen

a

Per week

€ 0,10

B.

Andere vaartuigen

4.

Doorvaart met gebruik van minimaal één brugopening, prijs per meter:

Met een minimum van € 6,00

a

Per keer

€ 1,20

b

Per jaar

€ 12,20

5.

Verblijf (inclusief doorvaart), prijs per meter

Met een minimum van € 7,00

a

dag

€ 1,40

Bij een aansluitend verblijf van drie dagen of meer wordt het tarief onder a berekend met een korting van 25%.

6.

Verblijf van oktober tot maart op een winterligplaats met een ander vaartuig met een lengte van:

a

kleiner dan 5 meter

€ 134,00

b

van 5 tot 10 meter

€ 269,00

c

van 10 tot 15 meter

€ 401,00

d

van 15 tot 25 meter

€ 671,00

e

van 25 tot 40 meter

€ 1.531,00

f

van meer dan 40 meter

€ 1.341,00

7.

Verblijf op een vaste ligplaats voor (plezier)vaartuigen met een ligplaatslengte van:

a

5 meter

€ 244,00

b

7 meter

€ 393,00

c

10 meter

€ 497,00

d

15 meter

€ 736,00

e

25 meter

€ 1.148,00

f

van meer dan 25 meter

€ 1.765,00

8.

Voor een ligplaats op het Noorderbuiten Spaarne van het type:

A: afmeting van de box 6 x 2,5 m, oppervlakte 15,0 m2

€ 617,00

B: afmeting van de box 6 x 3,0 m, oppervlakte 18,0 m2

€ 742,00

C: afmeting van de box 7 x 3,2 m, oppervlakte 22,4 m2

€ 923,00

D: afmeting van de box 8 x 3,4 m, oppervlakte 27,2 m2

€ 1.120,00

E: afmeting van de box 9 x 3,3 m, oppervlakte 29,7 m2

€ 1.224,00

F: afmeting van de box 10 x 3,5 m, oppervlakte 35,0 m2

€ 1.442,00

G: afmeting van de box 11 x 4,0 m, oppervlakte 44,0 m2

€ 1.813,00

De jaartarieven onder 7 en 8 zijn inclusief het doorvaartrecht

C.

Diensten/faciliteiten

9.

Gebruik havendienstboot + bemanning

a

Eerste uur

€ 142,00

b

Elk volgend uur

€ 103,00

c

Wegslepen van vaartuig

€ 412,00

10.

Bewaarkosten per vaartuig

a

Per week

€ 25,00

11.

(vervallen)

12.

Gebruik bilgepomp per keer

€ 3,60

13.

Elektra per KWh

a

Walstroom riviercruise

€ 0,36

b

Walstroom binnenvaart

€ 0,28

c

Elektrapunt pleziervaart

€ 0,51

14.

Warm water doucheruimte per keer

€ 0,50

15.

Reserveringskosten per meter

€ 0,40

Indien de reservering ten minste twee weken van tevoren wordt geannuleerd, dan zal 50% van de reserveringskosten gerestitueerd worden.

Bij annulering binnen twee weken zal geen restitutie plaats vinden.

Bij het niet verschijnen na reservering wordt het havengeld voor het gereserveerde aantal meters in rekening gebracht.

D.

Algemene opmerkingen

De genoemde tarieven zijn, voor zover van toepassing, inclusief BTW

Voor volledig elektrisch aangedreven of op spierkracht voortbewogen vaartuigen geldt een korting van 20% op het van toepassing zijnde tarief onder de punten 1 t/m 8 uit de tabel. Korting wordt alleen vooraf en op aanvraag gegeven.

In deze regeling wordt een gedeelte van een uur gerekend als een uur.

 

Behorende bij het raadsbesluit van 17 december 2020.

 

De griffier van Haarlem