Gemeenteblad van Haarlem

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
HaarlemGemeenteblad 2020, 341690Verordeningen



Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Haarlem houdende regels omtrent de heffing en de invordering van marktgelden (Verordening Marktgelden 2021)

De raad van de gemeente Haarlem;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 november 2020;

 

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

 

besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2021

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Marktverordening: de Marktverordening gemeente Haarlem 2014;

  • b.

    markt: de warenmarkt als bedoeld in de Marktverordening;

  • c.

    jaarmarkt: de Luilakmarkt en Kerstmarkt;

  • d.

    standplaats: de ruimte die op grond van de Marktverordening voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;

  • e.

    vergunninghouder: degene aan wie op grond van de Marktverordening een vergunning is verleend voor het innemen van een vaste plaats, dagplaats of standwerkersplaats op de markt;

  • f.

    vaste plaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;

  • g.

    dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen;

  • h.

    standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag wordt uitgegeven om daarop te standwerken;

  • i.

    standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een of meerdere artikelen;

  • j.

    verplaatste markt: een markt die door het college naar een andere dag, plaats of tijd wordt verplaatst dan die normaliter voor die markt gelden ;

  • k.

    promotiegelden: het bedrag dat in rekening wordt gebracht voor reclame en promotie- activiteiten ten behoeve van de markt.

  • l.

    Luilakmarkt: de jaarlijkse potjes- en plantjesmarkt op de vrijdagavond/nacht, tot zaterdagochtend voorafgaand aan Pinksteren;

  • m.

    Kerstmarkt: een markt in kerstsfeer in de binnenstad van Haarlem, in het eerste weekend na Sinterklaas;

  • n.

    frontbreedte: de lengte aan de voorzijde van een standplaats.

Artikel 2 Voorwerp van belasting en belastbaar feit

Onder de naam “marktgelden” worden rechten geheven voor:

  • a.

    het gebruik of genot van een standplaats op de daarvoor op grond van de Marktverordening aangewezen marktterreinen of op andere voor de openbare dienst bestemde plaatsen voor het uitoefenen van de markthandel en daarmee verband houdende handelingen en/of het gebruik van verstrekte hulpmiddelen;

  • b.

    het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, waaronder begrepen reclame- en promotie activiteiten;

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    Het marktgeld ter zake van een markt wordt geheven van de:

    • a.

      de vergunninghouder voor een vaste plaats;

    • b.

      de vergunninghouder voor een dagplaats;

    • c.

      de vergunninghouder voor een standwerkersplaats.

  • 2.

    Het marktgeld wordt geheven van degene aan wie incidenteel toestemming is verleend om extra ruimte in te nemen.

  • 3.

    Het marktgeld ter zake van een verplaatste markt wordt geheven van de:

    • a.

      de vergunninghouder voor een dagplaats;

    • b.

      de vergunninghouder voor een standwerkersplaats.

  • 4.

    Het marktgeld ter zake van een jaarmarkt wordt geheven van de ingeschrevene aan wie het college van burgemeester en wethouders voornemens is vergunning te verlenen.

Artikel 4 Belastinggrondslag en belastingtarief

  • 1.

    De marktgelden worden geheven naar de grondslagen en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Bij de berekening van de marktgelden wordt, ter bepaling van de oppervlakte, lengte of een tijdsduur, een gedeelte van een eenheid voor een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 5 Belastingtijdvak

  • 1.

    In de gevallen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar.

  • 2.

    In de gevallen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b en c, is het belastingtijdvak gelijk aan de dag waarvoor de vergunning is verleend.

  • 3.

    In de gevallen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, is het belastingtijdvak elke afzonderlijke dag waarvoor de toestemming is verleend.

  • 4.

    In de gevallen als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder a en b, is het belastingtijdvak gelijk aan de dag waarvoor de vergunning is verleend.

  • 5.

    In de gevallen als bedoeld in artikel 3, vierde lid, is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6 Wijze van heffing

  • 1.

    De marktgelden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, worden geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    De marktgelden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b en c, het tweede lid en het derde lid, worden geheven tot het gevorderde bedrag zoals dat blijkt uit een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur.

  • 3.

    De marktgelden als bedoeld in artikel 3, vierde lid, worden geheven bij wege van aanslag.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De marktgelden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, zijn verschuldigd bij aanvang van het kalenderjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het kalenderjaar aanvangt, zijn de marktgelden verschuldigd voor het aantal volle weken als er in het betreffende jaar na de aanvang van de belastingplicht nog overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het kalenderjaar eindigt wegens opzegging van de vergunning door de vergunninghouder, bestaat aanspraak op ontheffing voor het aantal volle weken als er in het betreffende kalenderjaar na het einde van de belastingplicht nog overblijven.

  • 4.

    Indien de belastingplicht in de loop van het kalenderjaar eindigt wegens overlijden van de vergunninghouder en de vergunning niet wordt overgeschreven als bedoeld in artikel 9 van de Marktverordening, bestaat aanspraak op ontheffing voor het aantal volle weken als er in het betreffende kalenderjaar na het einde van de belastingplicht nog overblijven.

  • 5.

    Voor de marktgelden verschuldigd door de belastingplichtingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, kan ter compensatie van afwezigheid wegens omstandigheden (ziekte etc.) voor ten hoogste twee marktdagen ontheffing worden verleend.

  • 6.

    De marktgelden als bedoeld in artikel 3, vierde lid, zijn verschuldigd bij aanvang van het kalenderjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

Artikel 8 Tijdstip en termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking in zoverre van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen ter zake van de marktgelden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden of gedeelten daarvan in het kalenderjaar resteren met dien verstande dat: iedere termijn, zijnde het bedrag verschuldigd voor één kalendermaand, moet worden betaald via PIN-transactie op de eerste verplichte betaaldag in het kalenderjaar, zoals deze op de aanslag is vermeld en vervolgens op elk van de daaropvolgende verplichte betaaldagen;

    indien de belastingplichtige, of zijn plaatsvervangende marktdeelnemer niet aanwezig is op enige volgens de aanslag verplichte betaaldag(en), dient de betaling van de verzuimde en niet betaalde termijn(en) op de eerstvolgende verplichte marktdag, waarop men wel aanwezig is, gelijktijdig met de termijn voor die marktdag per PIN-transactie te worden afgerekend.

  • 2.

    In afwijking in zoverre van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de marktgelden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b en c, het tweede lid en het derde lid, middels een PIN-transactie worden betaald op het moment van doen van, of uitreiking van de kennisgeving als bedoeld in artikel 6, tweede lid.

  • 3.

    In afwijking in zoverre van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen ter zake van de marktgelden als bedoeld in artikel 3, vierde lid, worden betaald binnen vier weken na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 4.

    De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 9 Anti-samenloop

Het marktgeld wordt niet geheven indien op grond van de precariobelastingverordening een belasting is geheven ter zake van het innemen van een standplaats.

Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De Verordening Marktgelden 2020 van 19 december 2019 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als de 'Verordening Marktgelden 2021’.

Vastgesteld in de raadsvergadering d.d. 17 december 2020.

De griffier,

de voorzitter,

Bijlage 1: Tarieven marktgelden 2021

 

 

Tarieven marktgelden 2021

A.

Vergunninghouder dagplaats of standwerkersplaats

1.a.1.

Het tarief bedraagt voor een dagplaats op een markt, per standplaats van maximaal 10 m2

€ 15,00

1.a.2.

Indien de standplaats groter is, wordt voor elke 5 m2 extra, het tarief als bedoeld in A.1.a.1., verhoogd met

€ 7,50

1.b.1.

Het tarief bedraagt voor een standwerkersplaats, per dag, per plaats van maximaal 10 m2

€ 15,00

1.b.2.

Indien de standwerkersplaats groter is, wordt voor elke 5 m2 extra, het tarief als bedoeld in A.1.b.1., verhoogd met

€ 7,50

B.

Incidentele extra ruimte

Het tarief voor incidentele extra ruimte bedraagt per dag, voor elke 5 m2

€ 7,50

C.

Vergunninghouder vaste plaats

1.a.

Het tarief bedraagt voor een vaste plaats op een markt per kalenderjaar, per standplaats van maximaal 10 m2 het aantal marktdagen in dat jaar maal

€ 12,80

1.b.

Indien de vaste plaats groter is, wordt voor elke 5 m2 extra, het tarief als bedoeld in D.1.a., verhoogd met het aantal marktdagen in dat jaar maal

€ 6,30

2.

Voor het ter beschikking stellen van de mogelijkheid elektra af te nemen, geldt, indien het verbruik gemiddeld per dag meer is dan 3 kW, een toeslag (exclusief BTW) per kW van

€ 0,30

maal het aantal marktdagen in dat jaar.

D.

Haarlemse Kerstmarkt

Met een minimum van € 115,00 per plaats bedraagt het tarief op de Haarlemse Kerstmarkt:

a.

voor een standplaats per kraam

€ 96,60

b.

voor een plaats voor verkoop van voedsel en/of dranken per strekkende meter frontbreedte

€ 37,10

E.

[vervallen]

a.

[vervallen]

b.

[vervallen]

F.

Haarlemse Luilakmarkt

Met, voor wat betreft onder F.a. en F.b., een minimum van € 126,00 per plaats bedraagt het tarief op de Haarlemse Luilakmarkt:

a.

voor een standplaats per kraam

€ 130,60

b.

voor een plaats voor verkoop van voedsel en/of dranken per strekkende meter frontbreedte

€ 41,40

c.

voor een grondplaats per strekkende meter

€ 32,60

G.

Promotiegeld

a

Voor een plaats op de Zaterdagmarkt wordt per ingenomen 10 m2, of een gedeelte daarvan een bedrag aan reclame en promotiegeld in rekening gebracht van

€ 1,50

 

Behorend bij het raadsbesluit van 17 december 2020.

 

De griffier van Haarlem