Gemeenteblad van Haarlem

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
HaarlemGemeenteblad 2020, 341688Verordeningen



Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Haarlem houdende regels omtrent de heffing en de invordering van begraafrechten (Verordening begraafrechten 2021)

De raad van de gemeente Haarlem;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 november 2020;

 

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

 

besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op de heffing en invordering van begraafrechten 2021

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • -

    beheersverordening: Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Haarlem.

  • -

    algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;

  • -

    algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen;

  • -

    asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

  • -

    begraafplaatsen: de begraafplaatsen Akendam, St.Jozef, Kleverlaan;

  • -

    graf: een zandgraf of een keldergraf;

  • -

    grafbedekking: gedenkteken of grafbeplanting op een graf, gedenkplaats of verstrooiingsplaats;

  • -

    grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;- particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om overledenen te gedenken;

  • -

    particuliere verstrooiingsplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om daarop as te doen verstrooien;

Artikel 2 Belastbaar feit

Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats.

Artikel 3 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 5 Belastingjaar

  • 1.

    Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

  • 2.

    Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk F van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor de rechten zijn betaald. De hier bedoelde rechten kunnen worden betaald voor meer dan één belastingjaar, met dien verstande dat betaling zich niet kan uitstrekken tot na de periode waarvoor toestemming is verleend.

Artikel 6 Wijze van heffing

De rechten, worden geheven bij wege van aanslag, of een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten

  • 1.

    De onderhoudsrechten, als bedoeld in hoofdstuk F.1 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt zijn de rechten bedoeld in onderdelen F.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de rechten bedoeld in onderdeel F.1 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten

Andere rechten dan die bedoeld in onderdeel F.1 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

Artikel 9 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 10 Bijzondere bepalingen

  • 1.

    Bij de overdracht aan de gemeente van het onderhoud van een graf voor onbepaalde tijd op de begraafplaats Schoterweg of van een graf voor bepaalde tijd op deze begraafplaats waarvan de gebruikstermijn niet is verstreken, worden de rechten berekend naar de tarieven bedoeld in rubriek F.1 van de tarieventabel.

  • 2.

    Voor het gebruik van de graven die op grond van de beheersverordening zijn uitgegeven voor onbepaalde tijd, worden geen rechten geheven.

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De 'Verordening begraafrechten 2020” van 19 december 2019 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het vierde lid, genoemde datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt.

  • 3.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 4.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

  • 5.

    Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening begraafrechten 2021.

Vastgesteld in de raadsvergadering d.d. 17 december 2020.

De griffier,

De voorzitter,

Bijlage 1: Tarieventabel Verordening Begraafrechten 2021

 

Tarieventabel Verordening Begraafrechten 2021

A.

Tarieven voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het houden van een eigen graf en voor het gebruik van een urnenvoorziening,

zoals bepaald in artikel 1 van de beheersverordening

A.1

Voor het gebruik gedurende een periode van 20 jaren van een graf als bedoeld in de beheersverordening

- Akendam, zone 1

€ 1.566,00

- Akendam, zone 2

€ 1.835,00

- Akendam, zone 3

€ 2.429,00

- St Jozef, zone 1

€ 1.566,00

- St Jozef, zone 2

€ 1.835,00

- Kleverlaan, zone 1

€ 1.835,00

- Kleverlaan, zone 2

€ 2.429,00

- Kleverlaan, zone 3

€ 2.915,00

A.2.1

Voor het gebruik gedurende een periode van 5 jaar van een urnengraf als bedoeld in de beheerverordening, locaties St Josef en Akendam, inclusief het grafonderhoud

€ 457,00

A.2.2

Voor het gebruik gedurende een periode van 5 jaar van een urnengraf als bedoeld in de beheerverordening, locatie Kleverlaan, inclusief het grafonderhoud

€ 508,00

A.4.1

Voor het gebruik gedurende een periode van 5 jaar jaren van een nis in een urnenzuil, locaties St Josef en Akendam

€ 508,00

A.4.2

Voor het gebruik gedurende een periode van 5 jaar jaren van een nis in een urnenzuil, locatie Kleverlaan

€ 920,00

A.5

Voor het gebruik gedurende een periode van 5 jaar van een urnenplaats in de urnenvijver

€ 920,00

A.6

Voor het gebruik gedurende een periode van 20 jaren van een wandgraf

€ 3.316,00

A.7

Voor het gebruik van een plek op de gedenkmuur voor de periode van één jaar

€ 53,00

A.8

Voor het gebruik van een plek aan de gedenkboom locatie Akendam voor een periode van 5 jaar (incl. aanschaf gedenkblad)

€ 132,00

A.8.1

Een extra tekstregel op de achterkant van een gedenkblad

€ 20,00

A.8.2

Voor het gebruik van een plek aan de gedenkboom op het Sterretjesveld voor doodgeborenen of vroeg gestorven baby’s, locatie Akendam voor een periode van 10 jaar (incl. aanschaf gedenkblad)

€ 130,00

A.9.1

Voor verlenging van de gebruikstermijn van een graf zoals bedoeld in A.1 respectievelijk A.6

- met 5 jaren: 25% van het vermelde 20- jarentarief, zoals gemeld in het relevante artikel

- met 10 jaren: 50% van het vermelde 20- jarentarief, zoals gemeld in het relevante artikel

- met 20 jaren: het vermelde 20- jarentarief, zoals gemeld in het relevante artikel

A.9.2

Voor verlenging van de gebruikstermijn van de urnenplekken bij onderdelen A.2.1 tot en met A.5:

- verlenging met 5 jaren: het vermelde 5- jarentarief, zoals gemeld in het afhankelijk van locatie en zone relevante artikel

- verlenging met 10 jaren: 2 maal het vermelde 5- jarentarief, zoals gemeld in het afhankelijk van locatie en zone relevante artikel

- verlenging met 20 jaren: 4 maal het vermelde 5- jarentarief, zoals gemeld in het afhankelijk van locatie en zone relevante artikel

A.9.3

Voor verlenging van de gebruikstermijn van een plek aan de gedenkboom als bedoeld in A.8 voor een periode van 5 jaar

€ 91,00

A.9.4

Voor verlenging van de gebruikstermijn van een plek aan de gedenkboom op het Sterretjesveld, als bedoeld in A.8.2 voor een periode van 10 jaar

€ 91,00

A.10

Bij aanvullend gebruik door bijzetting in een onder A.1 respectievelijk A.6 bedoeld graf geldt de wettelijk verplichte minimum termijn van 10 jaren. Voor deze tussentijdse verlenging van de gebruikstermijn geldt een jaartarief ten bedrage van 1/20 van het tarief zoals in A.1 respectievelijk A.6 afhankelijk van soort graf, locatie en zone.

B.

Het tarief voor het begraven in een eigen of algemeen graf, mausoleum en grafkelders zoals vermeld in artikel 1 van de beheersverordening

B.1

Voor het begraven of herbegraven van een stoffelijk overschot van een persoon van 12 jaar en ouder in een particulier graf

€ 1.91,00

B.1.1

Voor het bijzetten van een stoffelijk overschot van een persoon van 12 jaar of ouder in een wand- of keldergraf

€ 744,00

B.1.2

Voor het begraven of bijzetten van een stoffelijk overschot van een persoon van 12 jaar of ouder in een algemeen graf

€ 744,00

B.2

Voor het begraven of herbegraven van een stoffelijk overschot van een persoon jonger dan 12 jaar

€ 594,00

B.3.1

Voor het (opnieuw) bijzetten van een asbus of het (opnieuw) bijzetten van as in een graf buiten aanwezigheid van familie of andere belangstellenden

€ 153,00

B.3.2

Voor het (opnieuw) bijzetten van een asbus of het (opnieuw) bijzetten van as in een graf in aanwezigheid van familie of andere belangstellenden

€ 227,00

B.4

Voor het begraven of herbegraven van een foetus in een algemeen graf

€ 224,00

B.5.1

Voor het verstrooien van de as van een stoffelijk overschot buiten aanwezigheid van familie of andere belangstellenden

€ 91,00

B.5.2

Voor het verstrooien van de as van een stoffelijk overschot in aanwezigheid van familie of andere belangstellenden

€ 118,00

B.5.3

Voor het collectief verstrooien van as van meerdere stoffelijke overschotten buiten aanwezigheid van familie of andere belangstellenden per stoffelijk overschot

€ 36,00

B.6

Voor het aanbrengen van een grafbekisting volgens Islamitisch gebruik

€ 839,00

B.7

Voor het aanbrengen van een urnenkelder in een onder A.1, A.2.1 of A2.2 bedoeld graf

€ 227,00

B.8

Voor het begraven, het bijzetten van een asbus of het verstrooien van as op maandag tot en met vrijdag na 16.00 uur wordt het recht bedoeld in de onderdelen B.1 tot en met B.7 verhoogd met 25 procent, op zaterdag tussen 9.00 en 14.00 uur met 100 procent.

C.

Het tarief bedraagt voor opgravingen van stoffelijke overschotten:

C.1

Voor het opgraven van een stoffelijk overschot

€ 744,00

C.2

Indien tegelijkertijd meer dan één stoffelijk overschot van uit hetzelfde graf wordt opgegraven, wordt voor het tweede en elk volgende stoffelijk overschot de helft van het recht geheven

D.

Schudden van graven

Voor het schudden van graven op verzoek van de rechthebbende

€ 453,00

E.

Gebruik van faciliteiten

E.1

Gebruik aula en condoleanceruimte gedurende 1 uur (incl. voorzieningen)

€ 276,00

E.2

Voor gebruik van de aula of condoleanceruimte voor elk volgende kwartier

€ 49,00

F.

Onderhoud

F.1

Bijdrage in het onderhoud van gemeentewege van door de rechthebbende op of bij een grafruimte en ten behoeve van de gehele begraafsplaats als vermeld in artikel 1 van de Beheersverordening per jaar:

F 1.1

- Onderhoudsbijdrage particulier graf

€ 91,00

F 1.3

- Klein gedenkteken aan het hoofdeinde van een particulier graf (uitgifte voor 1-1-2006) en onderhoudsbijdrage wandgraf of gedenkplaats

€ 91,00

F.2

Een eenmalige bijdrage voor het onderhoud van een algemeen graf (12 jaar)

€ 400,00

F.3

Eenmalige bijdrage voor het onderhoud van een algemeen kindergraf (50 jaar)

€ 400,00

F.4

Eenmalige bijdrage voor het onderhoud van een algemeen foetusgraf (10 jaar)

€ 91,00

G.

Het tarief voor afnemen en herplaatsen van grafbedekkingen kleiner dan 0,95 m x 1,95 m en met een gangbaar gewicht is inbegrepen in de tarieven zoals vermeld in artikelen A.1 tot en met A.6. Voor grotere en zwaardere grafbedekkingen wordt op aanvraag een prijs verstrekt.

H.

Voor het verlenen van het recht bij leven op graven als bedoeld onder artikelen A.1 tot en met A.7 bedragen de tarieven 100 procent van de aldaar gemelde tarieven. Er worden dan geen kosten voor onderhoud, zoals gemeld in artikel F, berekend

I.

Het tarief voor schouwen van een stoffelijk overschot door de gemeentelijke lijkschouwer eventueel gevolgd door een verklaring van overlijden

€ 223,00

J.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het verlenen van een vergunning voor een grafmonument

€ 91,00

K

Uitvoeren van werken ten behoeve van de uitvaart of herdenking op afspraak, per uur

€ 91,00

 

Behorende bij het raadsbesluit van 17 december 2020.

 

De griffier van Haarlem