Gemeenteblad van Etten-Leur

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Etten-LeurGemeenteblad 2020, 340478Verordeningen



Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Etten-Leur houdende regels omtrent de heffing en invordering van marktgelden (Verordening marktgeld Etten-Leur 2021)

De raad van de gemeente Etten-Leur;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 24 november 2020, met overneming van de daarin vermelde motieven;

 

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de:

 

VERORDENING OP DE HEFFING EN

INVORDERING VAN MARKTGELDEN 2021

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    markt: de door het college ingestelde weekmarkt;

  • b.

    standplaats: een aan de belastingplichtige ter beschikking gestelde plaats op de markt of buiten de markt;

  • c.

    vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;

  • d.

    dagplaats: de standplaats die per (markt)dag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen;

  • e.

    vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats of dagplaats.

  • f.

    kwartaal: kalenderkwartaal.

2. Aard van de heffing/belastbaar feit

 

Onder de naam ‘marktgeld’ wordt een recht geheven voor:

  • a.

    het innemen van een standplaats op marktterreinen of op andere, voor de openbare dienst bestemde, openbare en in de openlucht gelegen plaatsen, voor het ten verkoop uitstallen, aanbieden of voorradig hebben en voor het verkopen of afleveren van goederen, eetwaren en andere artikelen dan wel aanbieden van diensten en het genot van diensten;

  • b.

    gebruik maken van diensten, verleend door de gemeentelijke marktcommissie, voor reclame- en promotieactiviteiten.

Artikel 3 Belastingplicht

Het marktgeld wordt geheven van de vergunninghouder of degene die een standplaats aanvraagt of inneemt.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en tarief

Het recht wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 5 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan een kwartaal. Indien gedurende een kortere periode dan een kwartaal een standplaats als bedoeld in artikel 1 wordt toegewezen is het belastingtijdvak gelijk aan deze kortere periode van toewijzing.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld

  • 1.

    Het marktgeld voor een (vaste) standplaats is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Het marktgeld voor een dagplaats is verschuldigd bij de aanvang van het innemen van een standplaats.

Artikel 7 Vrijstelling

Het marktgeld bedoeld in onderdeel 1, letter b van de bij deze verordening behorende tarieventabel, wordt niet geheven ter zake van standplaatsen op openbare straten en pleinen waarvoor krachtens verpachting, verhuring, een ander privaatrecht of krachtens concessie aan de gemeente een vergoeding is verschuldigd.

Artikel 8 Wijze van heffing

  • 1.

    Het marktgeld wordt bij wege van aanslag geheven.

  • 2.

    Het marktgeld voor een dagplaats wordt geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld.

Artikel 9 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet het marktgeld worden betaald:

    • a.

      binnen 14 dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet;

    • b.

      ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 8, tweede lid wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van de marktgelden wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Overgangsrecht

De ‘Verordening marktgeld Etten-Leur 2020’, vastgesteld bij raadsbesluit van 4 november 2019, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande, dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening marktgeld Etten-Leur 2021’.

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering

van

De raad voornoemd,

Dhr. drs. W.C.M. Voeten MBA

griffier

Mw. dr. M.W.M. de Vries

voorzitter

Bijlage 1: Tarieventabel behorende bij de ‘Verordening marktgeld Etten-Leur 2021’

 

1.

Het marktgeld bedraagt voor het:

 

 

  • a.

    innemen van een standplaats op de wekelijkse warenmarkt per dag of gedeelte daarvan, per strekkende meter in gebruik genomen grond, met een minimum van vier strekkende meter, gemeten langs de zijde waarvan als regel wordt verkocht

 

€ 2,65

 

  • b.

    innemen van een, buiten de onder 1, letter a, bedoelde wekelijkse warenmarkt, per dag of gedeelte daarvan, per standplaats

 

€ 24,65

2.

Het marktgeld in het eerste lid wordt voor zover een dagplaats of vaste standplaats op de wekelijkse warenmarkt wordt ingenomen, per standplaats, per marktdag voor promotie- en reclameactiviteiten door de gemeentelijke marktcommissie verhoogd met:

 

€ 3,20

 

 

 

3.

Voor vaste standplaatsen op de wekelijkse warenmarkt als bedoeld in onderdeel 1, sub a en onderdeel 2 van de Tarieventabel worden 10 dagen, per kwartaal, per standplaats geheven. Deze voor onbepaalde tijd ter beschikking gestelde standplaatsen zijn noch geheel, noch gedeeltelijk voor overdracht vatbaar. Gehele of gedeeltelijke terugbetaling van een niet of niet ten volle gebruikt kwartaal vindt niet plaats.

 

 

Behorende bij raadsbesluit van

 

 

Dhr. drs. W.C.M. Voeten MBA

griffier