Gemeenteblad van Brummen

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
BrummenGemeenteblad 2020, 338356Verordeningen



TREASURYSTATUUT GEMEENTE BRUMMEN

Kenmerk Z052431/D343465

 

DE RAAD VAN DE GEMEENTE BRUMMEN,

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 november 2020 met kenmerk D342549;

Gelet op artikel 16, eerste lid, van de Financiële verordening gemeente Brummen;

Gezien het advies van de Auditcommissie van 10 november 2020;

 

HEEFT BESLOTEN:

1. Het Treasurystatuut gemeente Brummen (D343426) vast te stellen met inachtneming van de volgende punten:

a. Er worden geen nieuwe leningen en/of garanties verstrekt als de netto schuldquote (inclusief verstrekte leningen) groter is dan 100% en als de solvabiliteitsratio lager is dan 20%.

 

 

INHOUDSOPGAVE
Inleiding

Treasury

- Artikel 1. Begrippenkader

- Artikel 2. Doelstellingen van de treasuryfunctie

Risicobeheer

- Artikel 3. Uitgangspunten risicobeheer

- Artikel 4. Renterisicobeheer

- Artikel 5. Kredietrisicobeheer

- Artikel 6. Intern liquiditeitsrisicobeheer

- Artikel 7. Valutarisicobeheer

Gemeentefinanciering

- Artikel 8. Financiering

- Artikel 9. Langlopende uitzettingen

- Artikel 10. Relatiebeheer

Kasbeheer

- Artikel 11. Geldstromenbeheer

- Artikel 12. Saldo- en liquiditeitenbeheer

Administratieve organisatie en interne controle

- Artikel 13. Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle

- Artikel 14. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden

- Artikel 15. Informatievoorziening

- Artikel 16. Intrekking oude Treasurystatuut

- Artikel 17. Inwerkingtreding

Toelichting

 

 

1. INLEIDING

In de Wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido) worden de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. De Wet Fido definieert de treasuryfunctie daarbij als alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op:

1. de financiële vermogenswaarden;

2. de financiële geldstromen;

3. de financiële posities;

4. de hieraan verbonden risico’s.

De gemeente Brummen onderkent het belang van een verantwoord en adequaat beheer van haar financiële middelen. Zij wenst haar activiteiten op het gebied van treasury op een zo transparant en beheersbaar mogelijke wijze in te richten.

Om te komen tot boven geformuleerde doelstellingen heeft de gemeente de volgende twee instrumenten op het gebied van treasury ingevoerd: allereerst het voor u liggende treasurystatuut. In dit statuut wordt de “beleidsmatige infrastructuur” van de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. Het statuut maakt een objectieve en transparante verantwoording vooraf en achteraf mogelijk.

Naast het treasurystatuut neemt de gemeente jaarlijks een verplichte paragraaf Financiering op in zowel de begroting als in de jaarrekening. Hierin worden de specifieke beleidsvoornemens, respectievelijk de uitvoering van het beleid op het gebied van treasury besproken.

Bij het opstellen van het treasurystatuut is rekening gehouden met de bepalingen van de wettelijke kaders in de Gemeentewet, Wet Fido, Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden en de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden en het Besluit begroting en verantwoording gemeenten en provincies (BBV).

In het treasurystatuut worden allereerst het begrippenkader en de doelstellingen van de treasuryfunctie van de gemeente geformuleerd. Deze doelstellingen worden vervolgens geconcretiseerd voor de verschillende deelgebieden van treasury: risicobeheer, gemeentefinanciering en kasbeheer. Daarna worden de organisatorische randvoorwaarden van de treasuryfunctie weergegeven. Daarbij ligt het accent op de eenduidigheid omtrent de verdeling van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Tot slot worden de uitgangspunten vastgelegd voor de informatie die noodzakelijk is om het gehele proces beheersbaar en meetbaar te maken en te houden. In de Toelichting worden waar nodig de in het treasurystatuut opgenomen artikelen toegelicht.

 

Treasury

Artikel 1. Begrippenkader

In dit statuut wordt verstaan onder:

a. Concern Controller: De functionaris verantwoordelijk voor:

· Het opzetten van administratieve richtlijnen op het gebied van treasury;

· Het bewaken van de kwaliteit van de treasuryprocessen;

· Het controleren van de volledigheid en betrouwbaarheid van de informatievoorziening van de treasuryfunctie en hierover rapporteren aan het college van B&W.

b. Derivaten: Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren.

c. Financiering: Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen.

d. Garantie: Waarborg waarbij de gemeente zich tegenover een geldverstrekker gedurende een bepaalde looptijd krachtens een overeenkomst verbindt tot nakoming van de aan een geldlening verbonden rente- en aflossingsverplichtingen voor zover de geldnemer in gebreke blijft hiermee.

e. Geldstromenbeheer: Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te verschuiven zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).

f. Huisbankier: Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)

g. Intern liquiditeitsrisico: De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen.

h. Kasbeheer: Het zo doelmatig mogelijk inrichten van de ingaande en uitgaande geldstromen, zodat zo min mogelijk renteverlies optreedt.

i. Kasgeldlimiet: Een bedrag op basis van de Wet Fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar.

j. Kredietrisico: De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit.

k. Liquiditeitenbeheer: Het financieren en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar.

l. Liquiditeitenplanning: Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid.

m. Liquiditeitsrisico: Het risico dat de gemeente loopt, om niet aan haar korte termijn betalingsverplichting te kunnen voldoen.

n. Paragraaf Financiering: Het begrotingsonderdeel dan wel rekeningonderdeel waarin het beleid voor het komende jaar wordt vastgelegd respectievelijk waarin verantwoording wordt afgelegd over de realisatie van het voorgenomen beleid.

o. Rating: Taxatie van de kredietwaardigheid van een financiële onderneming of een land, bepaald door tenminste één van de drie ratingagencies: Moody’s, Standard en Poor’s en Fitch.

p. Rentecompensatiecircuit: Systeem waarbij de (valutaire) debet- en creditsaldi van alle rekeningen van een organisatie worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend.

q. Renterisico: Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen.

r. Renterisiconorm: Een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal van de gemeente bij aanvang van het jaar, dat aangeeft welk deel van de vaste schuld maximaal in aanmerking komt voor aflossing en/of renteherziening.

s. Rentetypische looptijd: Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding.

t. Rentevisie: Toekomstverwachting van de gemeente over de renteontwikkeling.

u. Risicobeheer: Risicobeheer is erop gericht om de gevolgen van diverse risico’s, welke de gemeente loopt, binnen bepaalde aanvaardbare grenzen te houden, of om bepaalde risico’s geheel uit te sluiten.

v. Saldobeheer: Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen.

w. Solvabiliteitsratio van 0%: Status die door een bancaire toezichthouder in een EU-lidstaat aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend.

x. Schatkistbankieren: Tegoeden van decentrale overheden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor zal de Nederlandse staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten waardoor de staatsschuld zal dalen.

y. Treasurer: Functionaris belast met de uitvoering van de treasuryfunctie en gerelateerde activiteiten volgens dit treasurystatuut en de paragraaf Financiering.

z. Treasuryactiviteiten: De financieringsactiviteiten, het bijbehorende risicobeheer en alle activiteiten die erop gericht zijn huidige en toekomstige financiële risico’s in kaart te brengen en te beheersen.

aa. Treasurybeleid: Vastlegging van de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten, de organisatorische en administratieve kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie en interne controle ter uitvoering van de treasuryfunctie.

bb. Treasuryfunctie: Omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, uitzettingen en kasbeheer.

cc. Treasurystatuut: Beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van

doelstellingen, randvoorwaarden en richtlijnen. Het statuut maakt een objectieve en transparante verantwoording vooraf en achteraf mogelijk.

dd. Uitzetting: Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen

condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.

 

Artikel 2. Doelstellingen van de treasuryfunctie

Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;

Het beheersbaar houden van financiële risico’s, zoals renterisico, kredietrisico en intern liquiditeitsrisico;

Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;

Het optimaliseren van het rendement van de beschikbare liquiditeiten binnen de wettelijke kaders respectievelijk de richtlijnen en limieten van dit statuut;

Het waarborgen dat de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de treasuryfunctie duidelijk worden geregeld.

 

Risicobeheer

Artikel 3. Uitgangspunten risicobeheer

Bij de uitvoering van alle treasuryactiviteiten dienen de regels en bepalingen van dit treasurystatuut, de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido), de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Rudo) en de Regeling verplicht schatkistbankieren in acht te worden genomen.

De gemeente hanteert een terughoudend beleid om leningen of garanties te verstrekken of financiële participaties te hebben uit hoofde van de publieke taak.

Bij een netto schuldquote, inclusief verstrekte leningen, groter dan 100%, en een solvabiliteitsratio lager dan 20%, worden geen nieuwe leningen en garanties verstrekt.

Nieuwe leningen en garanties worden afgestemd op de bestaande financiële positie van de gemeente. Vooraf dient advies te worden gevraagd aan de Treasurer en de Concern Controller over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij.

De gemeente verstrekt alleen leningen of garanties na goedkeuring van de raad.

Het is niet toegestaan middelen aan te trekken met het enkele doel de aangetrokken gelden tegen een hoger rendement uit te zetten.

De gemeente houdt haar overtollige liquide middelen in ’s Rijks schatkist aan. Deze middelen blijven beschikbaar voor de uitoefening van de publieke taak.

Het gebruik van derivaten is niet toegestaan.

 

Artikel 4. Renterisicobeheer

De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet Fido. Incidenteel zijn tijdelijke overschrijdingen, die in het belang van de gemeente zijn, toegestaan;

De renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet Fido;

Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning;

De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie;

Binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de gemeente naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen.

 

Artikel 5. Kredietrisicobeheer

Bij het uitzetten van middelen in de schatkist van het rijk doen zich geen kredietrisico’s voor uit hoofde van treasury.

Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de publieke taak bedingt de gemeente zoveel mogelijk zekerheden.

 

Artikel 6. Intern liquiditeitsrisicobeheer

De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar).

 

Artikel 7. Valutarisicobeheer

Valutarisico’s worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend leningen aan te trekken in Euro’s.

 

Gemeentefinanciering

Artikel 8. Financiering

Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:

Financieringsmiddelen worden uitsluitend aangetrokken voor de uitoefening van de publieke taak;

Het aantrekken van financieringsmiddelen wordt uitsluitend gedaan met inachtneming van de voorwaarden in artikel 4;

Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren;

Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn: onderhandse leningen en kasgeldleningen;

De gemeente vraagt offertes op bij minimaal twee instellingen alvorens een financiering wordt aangetrokken. De offertes en de opdrachtbevestigingen worden door de gemeente schriftelijk vastgelegd. Bij gelijke prijs wordt gekozen voor de huisbankier van de gemeente.

 

Artikel 9. Langlopende uitzettingen

Het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor een periode van één jaar en langer wordt uitsluitend gedaan onder de in artikel 4, 5 en 7 genoemde voorwaarden.

 

Artikel 10. Relatiebeheer

De gemeente beoogt het realiseren van gunstige dan wel marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten:

Bank relaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te voldoen aan de eisen die gesteld zijn aan een AA_rating;

Financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins EU-toezicht te vallen, zoals De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer;

Tussenpersonen dienen geregistreerd te zijn bij de Autoriteit Financiële Markten en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen.

 

Kasbeheer

Artikel 11. Geldstromenbeheer

Om de kosten van het geldstromenbeheer te beperken wordt:

Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en op de liquiditeitenplanning af te stemmen;

Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen;

Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd bij één bank.

 

Artikel 12. Saldo- en liquiditeitenbeheer

Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende richtlijnen:

De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank als bedoeld onder artikel 11, lid 3;

Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken, conform artikel 4 lid 1;

Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant;

Het aantrekken van kortlopende middelen vindt plaats conform artikel 11;

De gemeente vraagt in ieder geval offertes op bij minimaal 2 instellingen alvorens middelen worden aangetrokken. De offertes en de opdrachtbevestigingen worden door de gemeente schriftelijk vastgelegd;

Vorderingen op debiteuren dienen conform het invorderingsbeleid zo effectief en efficiënt mogelijk te worden omgezet in ontvangen liquiditeiten.

 

Administratie organisatie en interne controle

Artikel 13. Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle

In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:

De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd;

De administratieve organisatie en interne controle waarborgen dat:

De uitvoering rechtmatig en doelmatig is;

De treasuryactiviteiten goed kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd;

De juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd zijn.

Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd en terug te vinden in de mandaatregeling;

Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:

iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogenprincipe);

de uitvoering en controle geschieden door afzonderlijke functionarissen;

de uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschieden door afzonderlijke functionarissen.

Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie, zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties;

Een transactie wordt onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten;

Na ontvangst van de transactiebevestiging wordt de transactie direct gecontroleerd door een medewerker die niet betrokken is geweest bij het afsluiten van de transactie. Bovendien worden transacties gecontroleerd via de verbijzonderde controle.

 

Artikel 14. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden

De verantwoordelijkheden en bevoegdheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente zijn als volgt:

 

Functie

Verantwoordelijkheden

Bevoegdheden

Gemeenteraad

· Het vaststellen van treasurydoelstellingen, het treasurybeleid, beleidskaders en limieten;

· Het vaststellen van de paragraaf Financiering in de begroting en de jaarstukken;

· Het houden van toezicht op het treasurybeleid en de uitvoering hiervan;

· Het evalueren en als gevolg daarvan (eventueel) bijstellen van het treasurybeleid;

· Het uitvoeren van de niet aan het college van burgemeester en wethouders overgedragen treasuryactiviteiten.

· Het verstrekken van leningen aan derden uit hoofde van de publieke taak;

· Het garanderen van middelen uit hoofde van de publieke taak

College van Burgemeester en wethouders

· Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoordelijkheid);

· Het achteraf bekrachtigen van de afgesloten transacties (voor zover de raad dit niet aan zich heeft voorbehouden);

· Het rapporteren aan de raad over de uitvoering van het treasurybeleid.

Alle overige treasuryactiviteiten voortvloeiend uit het Treasurystatuut

Portefeuillehouder Financiën

Het uitvoeren van het treasurybeleid (politieke verantwoordelijkheid).

 

 

Artikel 15. Informatievoorziening

In de begroting en jaarstukken geeft het college van burgemeester en wethouders inzicht in de berekening van de kasgeldlimiet, de renterisiconorm, de financieringsbehoefte en de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening.

 

Artikel 16. Intrekking oude Treasurystatuut

Het Treasurystatuut, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 27 oktober 2016 met kenmerk RV16.0041, wordt ingetrokken.

 

Artikel 17. Inwerkingtreding

Dit Treasurystatuut treedt in werking op 1 januari 2021.

Dit Treasurystatuut wordt aangehaald als: Treasurystatuut gemeente Brummen.

 

 

Dit besluit is genomen tijdens de openbare raadsvergadering van 17 december 2020.

De gemeente raad van gemeente Brummen,

De burgemeester A.J. van Hedel

Griffier D.D. Balduk

Toelichting

In dit treasurystatuut wordt het treasurybeleid van de gemeente op hoofdlijnen vastgelegd. Dat gebeurt in de eerste plaats door het aangeven van de doelstellingen van de treasuryfunctie (in artikel 2). Vervolgens geeft de gemeenteraad in het statuut aan binnen welke richtlijnen en limieten de doelstellingen dienen te worden gerealiseerd. Een richtlijn is een bindend voorschrift voor een handelswijze die gevolgd moet worden en een limiet is een type richtlijn die een uiterste grens aangeeft. Een belangrijk deel van de limieten en richtlijnen is bepaald door de Wet Fido. Middels de limieten en richtlijnen wordt het “risicoprofiel” van de gemeente bepaald, waarbinnen de treasuryactiviteiten dienen te worden uitgevoerd.

De paragraaf Financiering in de begroting geeft de beleidsplannen voor de treasuryfunctie voor de komende jaren en in het bijzonder voor het eerstkomende jaar weer. Het bevat onder meer gegevens over de algemene ontwikkelingen en de concrete beleidsplannen binnen de kaders van het statuut. Het gaat hierbij vooral om de plannen voor het risicobeheer, de gemeentefinanciering (analyse financieringspositie, leningen- en garantieportefeuille en uitzettingsportefeuille) en het kasbeheer. Uit de toelichting zal moeten blijken dat de plannen binnen de kaders van de Wet Fido en het treasurystatuut blijven. De paragraaf Financiering in het jaarverslag geeft in het bijzonder een verschillenanalyse tussen de plannen zoals deze zijn opgenomen in de begroting en de realisatie in het verslagjaar.

 

Artikel 2 lid 1

De treasurer dient te waarborgen dat de gemeente duurzaam in staat is de voor haar activiteiten benodigde middelen aan te trekken. De condities die daar bij worden bedongen dienen, in het licht van de op het betreffende moment gebruikelijke condities, acceptabel (tenminste marktconform) te zijn.

Artikel 2 lid 2

Door haar activiteiten loopt de gemeente de volgende financiële risico’s: renterisico’s, kredietrisico’s, interne liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s. Het is de taak van de treasurer dergelijke risico’s zo veel mogelijk te beperken. In de artikelen 3 tot en met 7 wordt aangegeven op welke wijze dit wordt gewaarborgd.

Artikel 2 lid 3

Deze kosten bestaan onder andere uit rentekosten, provisies en kosten van het betalingsverkeer. Het is de taak van de treasurer het beheer zo efficiënt mogelijk uit te voeren.

Artikel 2 lid 4

De gemeente streeft ernaar de renteresultaten te optimaliseren. Dit betekent dat de gemeente geen middelen onbenut laat maar streeft naar zo hoog mogelijke renteopbrengsten (c.q. zo laag mogelijk rentekosten) zonder dat daarbij overmatige risico’s worden gelopen. De prioriteiten van de treasuryfunctie liggen in eerste instantie bij het beheersen en beperken van financiële risico’s, de treasuryfunctie is immers niet winstgericht. Binnen het acceptabele risicoprofiel zoals vastgesteld in de Wet Fido en dit treasurystatuut kan echter wel worden gestreefd naar optimalisatie van de renteresultaten.

Artikel 3 lid 1

De Wet Fido geeft twee belangrijke beleidsmatige uitgangspunten met betrekking tot treasury. Dit betreft de “publieke taak” waarvoor leningen en garanties dienen enerzijds en het prudente karakter van (overige) uitzettingen anderzijds. Er wordt hierbij dus een specifiek onderscheid gemaakt tussen het verstrekken van leningen “uit hoofde van de publieke taak” en het uitzetten van middelen “uit hoofde van treasury”. De wet stelt geen eisen aan het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde van de publieke taak. Wel wordt in de toelichting op de Wet Fido het volgende aangegeven: “Het gemeentebestuur bepaalt de definitie van de publieke taak. De begroting en de begrotingswijzigingen bepalen het budgettaire kader voor de uitoefening van de publieke taak”. In dit licht is het dus de treasurer die het politieke besluit voor dergelijke garanties en leningen voorbereidt en adviseert over de financieringsvoorwaarden en de implicaties van de betreffende aanvraag voor de totale financiële positie van de gemeente. Daarnaast is het van belang dat de treasurer de betreffende aanvraag opneemt in de liquiditeitenplanning.

Artikel 3 lid 2, 3 en 4

De gemeente hanteert een terughoudend beleid om leningen en garanties te verstrekken en mag dit alleen uit hoofde van de publieke taak. Daarbij worden strikte normen gehanteerd. Wanneer er niet aan deze normen wordt voldaan zal de gemeente geen leningen of garanties verstrekken. Het verstrekken van de lening of garantie zal niet moeten leiden tot het niet voldoen aan de normen zoals benoemd in lid 2. Daarnaast zal de financiële positie en kredietwaardigheid van de aanvrager gecontroleerd moeten worden middels het opvragen van een kredietinformatierapport. Wanneer de kans op wanbetaling laag wordt geacht en de huidige betalingswaardering boven de 7 is, zal het advies positief zijn.

Artikel 3 lid 6

Conform de Wet Fido, dienen uitzettingen “uit hoofde van treasury” (zie toelichting artikel 3 lid 1) een prudent karakter te hebben. In de Wet Fido en de bijbehorende ministeriële regelingen wordt het begrip “prudent” nader uitgewerkt. Het aangaan van financiële transacties met als oogmerk die financiële waarden te zijner tijd eventueel met winst te verkopen, is nadrukkelijk niet toegestaan (zie artikel 2 lid 2 Wet Fido en de memorie van toelichting op de Wet Fido). Bankachtige activiteiten het aantrekken en uitzetten van middelen met als doel het genereren van inkomen zijn als gevolg van deze bepaling verboden.

Artikel 3 lid 7

Bij overschrijding van het drempelbedrag worden dagelijks de overtollige middelen op de rekening courant afgeroomd naar de Schatkist.

Artikel 3 lid 8

Derivaten zijn financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. Derivaten kennen een breed toepassingsgebied en worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. De Wet Fido stelt dat derivaten uitsluitend mogen worden gebruikt ter beperking van financiële risico’s.

Artikel 4 lid 1

Renterisicobeheer omvat het beperken van de invloed van (externe) rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente. Een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Teneinde een grens te stellen aan korte financiering (met een rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend over het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar (8,5% van de begroting). Indien dit in het belang van de gemeente is (toekomstige inkomsten, op korte termijn), mag de kasgeldlimiet maximaal 2 achtereenvolgende kwartalen overschreden worden. De overschrijding in het derde kwartaal wordt voorkomen door het aantrekken van een langlopende lening.

Artikel 4 lid 2

Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm wordt berekend door een vastgesteld percentage (20% ) te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal. De renterisiconorm dient jaarlijks als onderdeel van de paragraaf Financiering bij de begroting en het jaarverslag opgenomen te worden.

Artikel 4 lid 3

Afstemming op de liquiditeitenplanning beoogt bedragen slechts te lenen cq. uit te zetten gedurende de periode dat zij daadwerkelijk nodig respectievelijk beschikbaar zijn.

Artikel 4 lid 4

Een rentevisie is een toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling, op basis waarvan een financierings- en beleggingsbeleid wordt gevoerd. Afhankelijk van de (interne- of externe) ontwikkelingen zal de gemeente haar rentevisie actualiseren. De rentevisie kan daarbij gebaseerd worden op de rentevisie van enkele gezaghebbende financiële instellingen. Afstemming van het beleid op de rentevisie betekent bijvoorbeeld het uitstellen van uitzettingen met een lange looptijd op het moment dat men een rentestijging verwacht.

Artikel 4 lid 5

Door spreiding aan te brengen in de rentetypische looptijd (de periode dat de rente van een uitzetting vast is) van uitzettingen, wordt de invloed van een rentedaling op de renteresultaten gespreid over meerdere jaren. Deze spreiding is slechts mogelijk indien uit de liquiditeitenplanning blijkt dat middelen gedurende een langere periode beschikbaar zijn.

Artikel 5

Ter beperking van kredietrisico’s zijn in dit artikel richtlijnen opgenomen voor de minimale kredietwaardigheid van de partijen waar de gemeente middelen uitzet / belegt. Een (credit-) rating is een beoordeling van de kredietwaardigheid van een instelling, die voor zowel de korte als voor de lange termijn wordt verschaft door gerenommeerde rating “agencies” zoals Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch IBCA. De hoogste kredietwaardigheid wordt bij Standard & Poor’s en Fitch IBCA weergegeven met AAA, gevolgd door AA en A. Moody’s kwalficeert van hoog naar laag Aaa, Aa en A. Daarnaast kent men kwalificaties met letters B, C en D. Een A-rating staat voor “zeer kredietwaardig” Een solvabiliteitsratio van 0% (ofwel een “solvabiliteitsvrije status”) is een status die door een bancaire toezichthouder in een EU-lidstaat (bijv. De Nederlandsche Bank) wordt toegekend aan het schuldpapier van een instelling. Deze status houdt in dat deze bank voor desbetreffend papier geen reserves (0%) hoeft aan te houden en wordt onder meer toegekend aan papier uitgegeven of gegarandeerd door (centrale) overheden. Het is de gemeente dus toegestaan om bij andere overheden geld uit te zetten, of om te beleggen in papier waaraan een overheidsgarantie is verbonden (zoals door het WSV geborgde leningen van woningcorporaties).

Artikel 6

Interne liquiditeitsrisico’s doen zich bijvoorbeeld voor wanneer de gemeente gelden voor een bepaalde periode heeft uitgezet en gedurende de looptijd van de uitzetting blijkt dat de gelden (onverwacht) nodig zijn voor het doen van een investering. Dit kan tot gevolg hebben dat de gemeente tijdelijk een lening moet aantrekken (wanneer de uitzettingen vast staan in bijvoorbeeld een lening) Ter beperking van dit risico baseert de gemeente haar financiële transacties op een liquiditeitenplanning waarin de toekomstige inkomsten en uitgaven van de gehele organisatie zijn gepland. In de praktijk is het opstellen van een betrouwbare en nauwkeurige liquiditeitenplanning niet eenvoudig. Dit heeft te maken met de inherente onzekerheden die verbonden zijn aan de activiteiten van de gemeente en de hieraan verbonden financiële gevolgen. Het is daarom van groot belang dat de Treasurer juist, tijdig en volledig wordt geïnformeerd door de budgethouders over de financiële gevolgen van hun activiteiten.

Artikel 7

Door alleen leningen aan te gaan en uit te zetten in Euro’s, wordt per definitie geen valutarisico gelopen.

Artikel 8 lid 1

Het aantrekken van gelden met als enig doel het behalen van rentewinsten is niet toegestaan ingevolge artikel 2 lid 2 van de Wet Fido.

Artikel 8 lid 2

De uitgangspunten van artikel 4 betreffende het renterisicobeheer dienen in acht te worden genomen.

Artikel 8 lid 3

Teneinde de renteresultaten te optimaliseren wordt zoveel mogelijk intern gefinancierd.

Artikel 8 lid 4

Onderhandse geldleningen zijn leningen waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg met de geldgevende partij kunnen worden vastgesteld.

Artikel 9

Uitzetting betreft het uitzetten van middelen (uit hoofde van treasury) voor een periode langer dan één jaar. In het onderdeel Risicobeheer (artikel 3 tot en met 7) is gedefinieerd op welke wijze de gemeente het prudente karakter van haar uitzettingen waarborgt. In dit artikel worden aanvullende richtlijnen met betrekking tot uitzettingen geformuleerd.

Artikel 10 lid 1

Op het gebied van relatiebeheer beoogt de treasury het realiseren van zo gunstig mogelijke condities voor de door haar af te nemen diensten. Teneinde structuur aan te brengen in de momenten waarop de beoordeling van bankrelaties plaats heeft, is opgenomen dat deze beoordeling minimaal eens in de 5 jaar plaats moet hebben.

Artikel 10 lid 3 & 4

Tussenpersonen hebben een intermediairsfunctie bij het afsluiten van financiële transacties en vallen niet onder de “tegenpartijen”. De vereisten van lid 2 zijn voor tussenpersonen dan ook niet van toepassing. Teneinde dit te ondervangen stelt de gemeente voor tussenpersonen als eis dat zij onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) staan en daarvan een vergunning als makelaar hebben ontvangen.

Artikel 11 lid 1

Geldstromenbeheer omvat met name het zorgdragen voor een efficiënt

betalingsverkeer. Geldstromen kunnen bijvoorbeeld op elkaar worden afgestemd door een betalingsdatum af te stemmen op bepaalde verwachte ontvangsten. Hiermee wordt voorkomen dat de gemeente tijdelijk middelen aan moet trekken (cq. middelen aan haar uitzettingenportefeuille moet onttrekken) teneinde de betreffende betaling (tijdelijk) te financieren.

Artikel 11 lid 3

Het laten uitvoeren van het betalingsverkeer door één bank heeft als voordeel dat er geen kosten hoeven te worden gemaakt om gelden tussen verschillende banken over te boeken en het vergemakkelijkt de liquiditeitsbewaking door sneller overzicht.

Artikel 12 lid 1

Het saldo en liquiditeitenbeheer betreft het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen (-courant) van de gemeente. Teneinde de noodzaak tot het doen van interne overboekingen te beperken, worden verschillende rekeningen die de gemeente bij één bank aanhoudt opgenomen in een rentecompensatiecircuit. Dit is een systeem waarbij de (valutaire) debet- en creditsaldi van alle rekeningen van een organisatie worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend.

Artikel 12 lid 3

In dit lid worden limitatief de mogelijke korte termijn financieringsinstrumenten

benoemd. De term daggeld (ook wel callgeld genoemd) staat voor een opgenomen of uitgezette lening voor onbepaalde tijd die dagelijks gewijzigd kan worden. Kasgeldleningen zijn niet verhandelbare leningen voor een vast bedrag en een vaste periode (maximaal 2 jaar) en tegen een vast rentepercentage. Kredietlimiet op de rekening courant betreft de mogelijkheid debet (“rood”) te staan op de rekening courant.

Artikel 13

Bij de treasuryfunctie zijn veel personen en organen betrokken. Het statuut legt expliciet het mandateringspatroon vast, in casu welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden de betrokken partijen hebben. Met het oog op de omvang van de transacties en de hiermee samenhangende risico’s, zijn in dit artikel een aantal specifieke uitgangspunten opgenomen teneinde een transparante functiescheiding aan te brengen tussen beleidsbepaling en de uitvoering en tussen de administratie en controle op financiële transacties.

Artikel 14

De verantwoordelijkheden van de functionarissen die binnen de gemeente betrokken zijn bij de treasuryactiviteiten zijn in artikel 15 beschreven. De toekenning van de genoemde functies en bijbehorende bevoegdheden en verantwoordelijkheden aan functies en/of functionarissen vindt plaats via de hiertoe dienende documenten (mandaten, besluiten, arbeidsovereenkomsten e.d.). Deze verantwoordelijkheden dienen te worden gecommuniceerd naar de betrokkenen. De eindverantwoordelijkheid voor het treasurybeleid ligt primair bij het bestuur van de gemeente. Teneinde niet onnodig te worden belast met het dagelijkse treasurybeheer geeft het bestuur aan de organisatie de bevoegdheid om in haar naam een deel van haar bevoegdheden uit te oefenen. De praktische uitvoering van het beleid vindt dus vooral op ambtelijk niveau plaats, wat als voordeel heeft dat er slagvaardiger kan worden geopereerd. Bij de toewijzing van bevoegdheden is zoveel mogelijk rekening gehouden met de vereiste functiescheiding tussen besluitvorming, uitvoering, administratie en controle.

Artikel 15

Het verstrekken van juiste, tijdige, volledige en relevante verantwoordingsinformatie moet gerekend worden tot de belangrijkste voorwaarden voor het kunnen beheersen van de financiële en interne risico’s van de gemeente. Deze informatie wordt verstrekt in de paragraaf Financiering inde begroting en de jaarstukken.