Gemeenteblad van Tilburg

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
TilburgGemeenteblad 2020, 336218Verordeningen



Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Tilburg houdende regels omtrent de heffing en invordering van leges (Legesverordening 2021)

De raad van de gemeente Tilburg;

 

  • -

    gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;

  • -

    gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet;

Besluit

 

Vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van leges 2021'.

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    “dag”: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

  • b.

    “week”: een aaneengesloten periode van zeven dagen;

  • c.

    “maand”: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;

  • d.

    “jaar”: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;

  • e.

    “kalenderjaar”: de periode van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 2 Belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam "leges" worden rechten geheven voor:

    • a.

      het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;

    • b.

      het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument;

    een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

  • 2.

    Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht.

Artikel 4 Vrijstellingen

  • 1.

    De leges genoemd in de in artikel 2 bedoelde tabel Titel 1, onderdeel 1.8.2 worden niet geheven in het geval de raadpleging geschiedt:

    • a.

      ten behoeve van de rijks-, provinciale of gemeentedienst;

    • b.

      overeenkomstig artikel 15 van de wet van 26 mei 1870, Staatsblad 82.

  • 2.

    De leges genoemd in de in artikel 2 bedoelde tabel Titel 1, hoofdstuk 10 worden niet geheven:

    • a.

      in de gevallen waarin de beheerder ingevolge zijn instructie tot kosteloos onderzoek verplicht is;

    • b.

      voor het raadplegen van analoge archiefbescheiden in de studiezaal en gepubliceerde scans op de website van het Regionaal Archief Tilburg.

  • 3.

    Van de in artikel 2 bedoelde leges zijn voorts vrijgesteld:

    • a.

      stukken, welke ter voldoening aan wettelijke voorschriften kosteloos moeten worden verstrekt;

    • b.

      beschikkingen op bezwaar- en verzoekschriften met betrekking tot gemeentelijke belastingen;

    • c.

      inlichtingen, welke anders dan ten behoeve van of in het belang van bepaalde personen, op verzoek worden verstrekt aan ambassades, gezantschappen en consulaten van vreemde mogendheden;

    • d.

      stukken, vereist voor de militaire dienst, met uitzondering van die welke moeten dienen voor toelating tot enige inrichting van onderwijs waar men wordt opgeleid tot officier of voor de geneeskundige en farmaceutische dienst bij de Koninklijke Marine (KM), de Koninklijke Landmacht (KL), de Koninklijke Luchtmacht (KLu) of de Koninklijke Marechaussee (KMar);

    • e.

      bewijs van in leven zijn, strekkende tot betaling van pensioenen, wachtgelden, lijfrenten en andere periodieke uitkeringen ten laste van publiekrechtelijke lichamen;

    • f.

      beschikking of afschriften daarvan, houdende beslissing op een aanvraag van subsidie uit de gemeentekas;

    • g.

      gunstige beschikkingen, genomen krachtens een rechtspositieregeling voor het personeel der gemeente;

    • h.

      de bevelschriften tot betaling.

  • 4.

    De leges genoemd in de in artikel 2 bedoelde tabel onder Titel 1, onderdeel 1.9.1.a, "verklaring omtrent het gedrag", worden niet van een aanvrager geheven die de aanvraag doet met als doel tijdelijk een gastkind van de Stichting Europa Kinderhulp in hun gezin op te nemen voor het houden van een korte vakantie.

Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven

  • 1.

    De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Wijze van heffing

  • 1.

    De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

  • 2.

    De leges als bedoeld in Titel 2 en 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel worden opgelegd bij wege van aanslag.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald in geval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6, eerste lid:

    • a.

      mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving;

    • c.

      wordt toegezonden, binnen 8 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 2.

    De in artikel 6, tweede lid, bedoelde aanslagen moeten worden betaald binnen één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Teruggaaf

Gehele of gedeeltelijke teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet en overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel opgenomen bepaling.

Artikel 10 Abonnementen

  • 1.

    De in deze verordening bedoelde abonnementen worden per schriftelijke aanvraag verleend.

  • 2.

    De bij abonnement verkregen inlichtingen mogen niet worden gepubliceerd of anderszins bekendgemaakt, noch aan derden worden verstrekt of medegedeeld, noch ten behoeve van derden worden verwerkt.

  • 3.

    Het publicatieverbod geldt niet ten aanzien van abonnementen verleend voor dag-, week- en buurtbladen voor zover betreft de publicatie in de eigen bladen.

  • 4.

    Abonnementen worden geacht te zijn ingegaan op de dag, waarop het verschuldigde bedrag voor het abonnement is voldaan, tenzij een andere datum is overeengekomen.

  • 5.

    Het voorafgaande geldt mede ten aanzien van inlichtingen, verstrekt door middel van de computer.

Artikel 11 Nadere regels door het college

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges.

Artikel 12 Overdracht van bevoegdheden

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • b.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die inwerking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft:

    • 1.

      onderdeel 1.1.8 (akten burgerlijke stand);

    • 2.

      hoofdstuk 2 (reisdocumenten);

    • 3.

      hoofdstuk 3 (rijbewijzen);

    • 4.

      onderdeel 1.9.1 (verklaring omtrent het gedrag);

    • 5.

      onderdeel 1.9.3 (naturalisatie)

    • 6.

      hoofdstuk 16 (kansspelen);

een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

Artikel 13 Overgangsrecht

De "Legesverordening 2020", de “Verordening tot eerste wijziging van de Legesverordening 2020" en de “Verordening tot derde wijziging van de Legesverordening 2020" worden ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

  • 3.

    Deze verordening kan worden aangehaald als "Legesverordening 2021".

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 november 2020

de griffier, voorzitter,

Bijlage 1: Tarieventabel, behorende bij de ´Legesverordening 2021´

Inhoudsopgave

 

Titel 1 Algemene dienstverlening

Hoofdstuk 1. Burgerlijke stand

Hoofdstuk 2. Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten

Hoofdstuk 3. Rijbewijzen

Hoofdstuk 4. Verstrekkingen uit de Gemeentelijke Basisregistratie personen

Hoofdstuk 5. Verstrekkingen uit het Kiezersregister- niet van toepassing

Hoofdstuk 6. Verstrekkingen op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens- vervallen

Hoofdstuk 7. Bestuursstukken- niet van toepassing

Hoofdstuk 8. Vastgoedinformatie

Hoofdstuk 9. Overige publiekszaken

Hoofdstuk 10. Regionaal Archief Tilburg

Hoofdstuk 11. Huisvestingswet 2014

Hoofdstuk 12. Leegstandswet

Hoofdstuk 13. Gemeentegarantie- niet van toepassing

Hoofdstuk 14. Vervallen

Hoofdstuk 15. Vervallen

Hoofdstuk 16. Kansspelen

Hoofdstuk 17. Telecommunicatie

Hoofdstuk 18. Verkeer en Vervoer

Hoofdstuk 19. Diversen

 

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen

Hoofdstuk 2. Beoordeling adviesverzoek

Hoofdstuk 3. Omgevingsvergunning

Hoofdstuk 4. Vermindering- niet van toepassing

Hoofdstuk 5. Teruggaaf

Hoofdstuk 6. Intrekking omgevingsvergunning- niet van toepassing

Hoofdstuk 7. Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

Hoofdstuk 8. Planologische procedures o.b.v. de Wet ruimtelijke ordening zonder

omgevingsvergunningplichtige activiteiten

Hoofdstuk 9. Bouwvergunning eerste of tweede fase o.g.v. oude wetgeving- vervallen

Hoofdstuk 10. In deze titel niet benoemde beschikking

 

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2

Hoofdstuk 1. Drank- en Horecawet

Hoofdstuk 2. Organiseren evenementen of markten

Hoofdstuk 3. Seksbedrijven

Hoofdstuk 4. Huisvestingswet 2014

Hoofdstuk 5. Marktstandplaatsen- niet van toepassing

Hoofdstuk 6. Winkeltijdenwet

Hoofdstuk 7. In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

 

Bijlage 1 Tabel Grondslag legesberekening

 

Memorie van Toelichting behorende bij de "Legesverordening 2021"

 

TITEL 1 ALGEMENE DIENSTVERLENING

 

Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand

1.1.1

Huwelijksvoltrekking/Partnerschapsregistratie

1.1.1.1

Voor het in behandeling nemen van een huwelijksaanvraag, een partnerschapsregistratie of een omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, waarbij het huwelijk, de partnerschapsregistratie of de omzetting plaatsvindt op maandag tot en met vrijdag, gelden de hierna te noemen tarieven:

  • a.

    in de Oranjezaal

805,40

  • b.

    in de Willem II-zaal

689,45

  • c.

    in de Anna Paulowna-zaal

627,75

  • d.

    in de trouwzaal Udenhout, raadszaal

848,75

  • e.

    in de trouwzaal Udenhout, B&W-kamer

618,00

  • f.

    in één van de aangewezen externe huwelijkslocaties

687,60

1.1.1.2

Voor het in behandeling nemen van een huwelijksaanvraag, een partnerschapsregistratie of een omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, waarbij het huwelijk, de partnerschapsregistratie of de omzetting plaatsvindt op zaterdag, gelden de hierna te noemen tarieven:

  • a.

    in de Oranjezaal

872,65

  • b.

    in de Willem II-zaal

756,70

  • c.

    in de Anna Paulowna-zaal

695,00

  • d.

    in de trouwzaal Udenhout, raadszaal

916,00

  • e.

    in de trouwzaal Udenhout, B&W-kamer

685,25

  • f.

    in één van de aangewezen externe huwelijkslocaties

687,60

1.1.1.3

Voor het in behandeling nemen van een huwelijksaanvraag, een partnerschapsregistratie of een omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, waarbij het huwelijk, de partnerschapsregistratie of de omzetting plaatsvindt op zondag, gelden de hierna te noemen tarieven:

  • a.

    in de Oranjezaal

1.168,10

  • b.

    in de Willem II-zaal

1.052,15

  • c.

    in de Anna Paulowna-zaal

990,45

  • d.

    in de trouwzaal Udenhout, raadszaal

1.211,45

  • e.

    in de trouwzaal Udenhout, B&W-kamer

980,70

  • f.

    in één van de aangewezen externe huwelijkslocaties

687,60

1.1.1.4

Voor het in behandeling nemen van een administratief huwelijk, een administratief geregistreerd partnerschap of een administratieve omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk

83,65

1.1.2

n.v.t

1.1.3

Voor het voltrekken van een huwelijk of een partnerschapsregistratie of een omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, buiten het gemeentehuis, in het geval als bedoeld in artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek

235,50

1.1.3.1

Voor het wijzigen en annuleren van een huwelijk, een geregistreerd partnerschap of een omzetting van een geregistreerd in een huwelijk, binnen vier weken voordat het huwelijk, het geregistreerd partnerschap of de omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk plaatsvindt

57,40

Bovengenoemde tarieven gelden ook voor het zogenaamde "opfrishuwelijk" ook wel "re-wedding" genoemd (de bevestiging van een eerder gesloten huwelijk/geregistreerd partnerschap).

1.1.4

n.v.t

1.1.5

Het tarief voor het verstrekken van een trouwboekje of een partnerschapsboekje

19,25

1.1.6

n.v.t

 

1.1.7

n.v.t

Nasporingen en inlichtingen burgerlijke stand

Vervallen

1.1.8.1

Afschrift van/uittreksel uit akte van de Burgerlijke stand

 

Voor het verstrekken van een afschrift van of een uittreksel uit een akte uit de registers van de burgerlijke stand

13,80

1.1.8.2

Verklaring van huwelijksbevoegdheid

 

 

Nederlanders die in het buitenland een huwelijk willen aangaan, moeten in een aantal gevallen een verklaring van huwelijksbevoegdheid overleggen. Dit is een verklaring, waaruit blijkt dat er naar Nederlands recht geen beletselen bestaan tegen het voorgenomen huwelijk. Voor deze verklaring, die wordt afgegeven door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de (laatste) woonplaats in Nederland

24,30

1.1.8.3

Meertalig uittreksel

 

Voor elk meertalig uittreksel uit een akte van de burgerlijke stand

13,80

1.1.8.4

Attestatie de vita

 

 

Voor elke attestatie de vita bedoeld in artikel 1:19K, BW

13,80

1.1.8.5

Voor elk meertalig Europees modelformulier van een afschrift of uittreksel van een akte van de burgerlijke stand of een attestatie de vita

13,80

1.1.8.6

Voor elk meertalig Europees modelformulier van een verklaring van huwelijksbevoegdheid

18,60

   

Hoofdstuk 2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten

 

1.2

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:

1.2.1

van een nationaal paspoort

1.2.1.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

73,20

1.2.1.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

55,35

1.2.2

van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een paspoort als bedoeld onder 1.2.1 (zakenpaspoort)

1.2.2.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

73,20

1.2.2.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

55,35

1.2.3

van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort)

1.2.3.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

73,20

1.2.3.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

55,35

1.2.4

tot het afgeven van een reisdocument voor vreemdelingen of vluchtelingen

55,35

1.2.5

van een Nederlandse identiteitskaart

1.2.5.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

58,30

1.2.5.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

30,70

1.2.6

De tarieven als genoemd in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 worden bij een spoedlevering vermeerderd met een bedrag van:

49,85

    

Hoofdstuk 3 Rijbewijzen

 

1.3.1

Rijbewijzen

  • a.

    Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs

40,65

  • b.

    Voor het in behandeling nemen van en het bemiddelen in een aanvraag voor de omwisseling van een buitenlands, militair of linnen rijbewijs, af te geven door de Rijksdienst voor het Wegverkeer. De kosten voor het rijbewijs zijn overigens inbegrepen en worden met voornoemde instantie verrekend.

40,65

  • c.

    Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van gegevens uit het Centraal Register Rijbewijzen of elke andere vergunning of ontheffing verleend op grond van de Wegenverkeerswet, het Wegenverkeersreglement of een daarop steunende regeling

9,55

  • d.

    Voor elke andere vergunning of ontheffing verleend op grond van de Wegenverkeerswet, het Wegenverkeersreglement of een daarop steunende regeling, uitgezonderd het gestelde in de onderdelen 1.18.1 t/m 1.18.3.2, dan wel voor een wijziging van een dergelijke vergunning of ontheffing

9,15

1.3.2.1

De tarieven als genoemd in de onderdelen a en b worden bij een spoedlevering vermeerderd met een bedrag van

34,10

   

Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen

 

1.4.1

Inlichtingen BRP

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het verstrekken van een inlichting aan een derde als genoemd in de verordening basisregistratie personen, per verstrekking

19,75

1.4.2

Nasporingen bevolkingsregister

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het verstrekken van inlichtingen, betreffende niet met namen en adressen aangeduide personen, ten behoeve waarvan één of meer kaartenverzamelingen of registers, behorende tot de bevolkingsadministratie, niet berustende in de archiefbewaarplaatsen, bedoeld in de Archiefwet 1995, geheel of gedeeltelijk moet worden doorlopen, dat voor het verzamelen der gegevens, de verstrekking ervan daaronder begrepen, nodig is, per eenheid van 15 minuten (afgerond naar boven)

35,70

Inzagerecht en protocollering BRP

Vervallen

Documentatie omtrent bevolking

Vervallen

   

Hoofdstuk 5, 6, 7

 

niet van toepassing

 

Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie

 

1.8.1

Voor het namens het Kadaster verstrekken van gegevens gelden de tarieven als bedoeld in de Tarievenregeling Kadaster, dit wil zeggen dat voor het verstrekken van de volgende gegevens de volgende tarieven gelden:

 

 

 

  • a.

    uit de kadastrale registratie (AKR), per object

17,00

  • b.

    uit het Landmeetkundig- en Cartografisch Informatiesysteem (LKI), per object

17,00

  • c.

    uit de geautomatiseerde registratie van hypotheken, per object

17,00

  • d.

    uit de registratie voor schepen, per object

17,00

  • e.

    voor het telefonisch verstrekken van deze informatie uit het kadaster, per object

17,00

Dit tarief is overeenkomstig de Tarievenregeling Kadaster. Het verstrekken van de gegevens geschiedt door het verschaffen van één of meerdere computerprints.

1.8.2

Nasporing archief Bouw- en woningtoezicht

  • a.

    Voor het doen van een opzoeking of een nasporing in het archief Bouw- en woningtoezicht door de daarvoor aangewezen ambtenaren, per kwartier:

15,05

  • b.

    Voor het doen van een opzoeking of een nasporing in het digitaal archief Bouw­en woningtoezicht via internet, zonder hulp van ambtenaren:

0,00

  • c.

    Voor een kopie van een stuk of gedeelte daarvan per stuk:

0,50

  • d.

    Voor het verstrekken van een kopie van grootformaat stukken, zoals bouwtekeningen en plattegronden, per stuk (formaat van origineel groter dan A3):

17,00

  • e.

    Voor het verstrekken van een digitaal bestand, van een bij het archief Bouw- en woningtoezicht berustende bouwtekening:

6,95

  • f.

    Voor het downloaden van een bestand uit het digitale archief Bouw- en woningtoezicht:

0,00

  • g.

    Afhandelingskosten voor toezenden van kopieën, gedigitaliseerd materiaal (via e­mail) etc.:

3,80

  • h.

    Voor het in behandeling nemen van een verzoek om informatie met betrekking tot bodemgesteldheid welke wordt aangevraagd via het digitaal loket, per kadastraal perceel:

7,35

   

Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken

 

1.9.1

Verklaringen in het bijzonder belang van de aanvragers

  • a.

    Voor een verklaring omtrent het gedrag

41,35

  • b.

    Voor verklaringen, certificaten en dergelijke - zonder onderscheid - die in het bijzonder belang van de personen, die de stukken vragen, worden afgegeven, en voor zover niet uitdrukkelijk elders in deze verordening een hoger of lager recht is genoemd, per stuk

19,75

1.9.2

Legalisatie

Voor de legalisatie van een handtekening/document

19,30

1.9.3

Naturalisatie en optie

Voor het in behandeling nemen van een verzoek tot verkrijging van de Nederlandse

nationaliteit

- Enkelvoudig verlaagd tarief

670,00

- Gemeenschappelijk verlaagd tarief

920,00

- Enkelvoudig standaard tarief

901,00

- Gemeenschappelijk standaard tarief

1.150,00

- Per meenaturaliserend minderjarig kind

133,00

- Enkelvoudig optieverzoek

191,00

- Gemeenschappelijk optieverzoek

326,00

- Per mee-opterend kind

21,00

1.9.4

Lijkbezorging

 

Voor een verlof tot het doen opgraven en het doen overplaatsen van een lijk

 

22,40

   

Hoofdstuk 10 Regionaal Archief Tilburg

    

1.10.1

 

Archiefbescheiden berustend in de archiefbewaarplaatsen van het Regionaal Archief Tilburg.

 

 

Het tarief bedraagt voor het op verzoek doen van naspeuringen in de bij het Regionaal Archief Tilburg berustende archiefbescheiden, voor ieder daaraan besteed kwartier:

15,05

1.10.2.1

De tarieven bedragen voor de bestelling van een papieren fotokopie van archiefbescheiden of van een digitale scan van niet gescande archiefbescheiden:

1.10.2.1.1

per fotokopie formaat A4/A3

0,50

1.10.2.1.2

per fotokopie formaat A0/A2 (bouwtekeningen en plattegronden)

17,00

1.10.2.1.3

per digitale scan van niet gescande archiefbescheiden formaat A4/A3

0,00

1.10.2.1.4

per digitale scan van niet gescande archiefbescheiden formaat A0/A2

0,00

1.10.2.2

een authentieke kopie per akte opgemaakt door de gemeentearchivaris

13,40

1.10.3

afhandelingskosten voor het toezenden van kopieën, gedigitaliseerd materiaal (per e-mail) etc.

3,85

   

Hoofdstuk 11 Huisvestingswet 2014

 

1.11

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

1.11.1

tot het verlenen van een huisvestingsvergunning, als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Huisvestingwet of artikel 13 van de Huisvestingsverordening Tilburg 2020, bedraagt

0,00

   

Hoofdstuk 12 Leegstandwet

 

1.12

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

1.12.1

tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandswet

55,90

1.12.2

Indien aanvragen als bedoeld in onderdeel 1.12.1 gelijktijdig worden ingediend en woonruimten in hetzelfde gebouw, zoals een flat, school of kantoorgebouw betreffen, wordt het in onderdeel 1.12.1 bedoelde tarief slechts éénmaal geheven

   

Hoofdstuk 13 t/m 15

 

Niet van toepassing

 

Hoofdstuk 16 Kansspelen

 

Vergunningen voor speelautomaten

1.16.1

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het aanwezig hebben van kansspelautomaten als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen, per vergunning: per toestel

22,50

 

vermeerderd met een bedrag van:

136,00

1.16.2

Indien de periode minder bedraagt dan 4 kalenderjaren, wordt het tarief per toestel naar evenredigheid in rekening gebracht. De bedragen zijn vastgesteld volgens het Speelautomatenbesluit 2000.

1.16.2.1

Bij staking van de exploitatie wordt op schriftelijk verzoek van de aanvrager teruggaaf verleend over het aantal nog niet verschenen jaren waarvoor de vergunning is afgegeven.

Wet op de kansspelen

1.16.3

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot het aanleggen van een kansspel als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning):

38,10

 

- bij een prijzenpakket tot € 4.500,00

 

 

   

Hoofdstuk 17 Telecommunicatie

 

Instemmingsbesluit Telecom Aanbieders

1.17.1

het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding in verband met het verkrijgen van een instemming omtrent tijdstip, plaats en wijze van uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.4, lid 1 van de Telecommunicatiewet,

338,70

per locatie voor een tracé vanaf 15 tot 100 meter een vast bedrag per vergunning van:

1.17.1.a

Het tarief voor tracés van 100 meter tot 2.000 meter bedraagt

338,70

per strekkende meter boven 100 meter vermeerderd met een bedrag van

0,75

1.17.1.b

Het tarief voor tracés van 2.000 meter tot 5.000 meter bedraagt

1.929,70

1.17.1.c

Het tarief voor tracés van 5.000 meter tot 10.000 meter bedraagt

2.105,30

1.17.1.d

Het tarief voor tracés van 10.000 meter tot 20.000 meter bedraagt

2.280,75

1.17.1.e

Het tarief voor tracés van 20.000 meter tot 30.000 meter bedraagt

2.456,20

1.17.1.f

Het tarief voor tracés van 30.000 meter tot 40.000 meter bedraagt

2.631,65

1.17.1.g

Het tarief voor tracés van 40.000 meter tot 50.000 meter bedraagt

2.807,10

1.17.1.h

Het tarief voor tracés van 50.000 meter tot 60.000 meter bedraagt

2.982,55

1.17.1.i

Het tarief voor tracés van 60.000 meter tot 70.000 meter bedraagt

3.158,40

1.17.1.j

Het tarief voor tracés van 70.000 meter tot 80.000 meter bedraagt

3.333,45

1.17.1.k

Het tarief voor tracés van 80.000 meter en meer bedraagt

3.508,85

1.17.1.2

Het tarief voor in het behandeling nemen van een melding voor het verkrijgen van instemming voor het (ver)plaatsen van ondergrondse en bovengrondse handholes, kasten e.d. t.b.v. een openbaar telecommunicatienetwerk een vast bedrag van:

135,85

1.17.1.3

Geluidsmeting afstelling geluidsbegrenzer

1.17.1.3.a

een vast bedrag per meetopdracht

239,00

1.17.1.3.b

per meetuur

97,60

1.17.1.3.c

voor het wijzigen van de afstelling en/of het verzegelen van een geluidsbegrenzer

239,00

   

Hoofdstuk 18 Verkeer en Vervoer

 

1.18

Ontheffingen RVV 1990

1.18.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

1.18.1.1

Voor het per kenteken verkrijgen van een lokale ontheffing voor de milieuzone zoals bedoeld in artikel 9 van de Regeling Ontheffingen Milieuzone gemeente Tilburg

167,40

1.18.1.2

Voor het verkrijgen van een lokale ontheffing voor de milieuzone zoals bedoeld in de artikelen 7 en 8 van de Regeling Ontheffingen Milieuzone gemeente Tilburg

27,90

1.18.1.3

Van ontheffing van het Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels met een looptijd korter dan twee weken, uitgezonderd die, bedoeld onder 1.18.1.1, 1.18.1.2, 1.18.3.1 en 1.18.3.3

21,45

1.18.1.4

Van ontheffing van het Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels met een looptijd vanaf twee weken tot maximaal drie maanden, uitgezonderd die, bedoeld onder 1.18.1.1, 1.18.1.2, 1.18.3.1 en 1.18.3.3

42,85

1.18.1.5

Van ontheffing van het Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels met een looptijd vanaf drie maanden tot maximaal drie jaar, uitgezonderd die, bedoeld onder 1.18.1.1, 1.18.1.2, 1.18.3.1 en 1.18.3.3

96,45

 

1.18.1.6

Van ontheffing van het Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels voor een doorlopende ontheffing, uitgezonderd die, bedoeld onder 1.18.1.1, 1.18.1.2, 1.18.3.1 en 1.18.3.3

267,95

1.18.2

N.v.t

1.18.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

1.18.3.1

Voor het verlenen van een parkeerontheffing voor invaliden

30,95

1.18.3.2

Bij verlies of diefstal van de ontheffing als bedoeld onder 1.18.3.1

16,75

1.18.3.3

Voor een wijziging van de ontheffing als bedoeld onder 1.18.1.1 en 1.18.3.1 op verzoek van de ontheffinghouder

16,75

1.18.4

Taxikeurmerk

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning op grond van de Verordening Kwaliteitskeurmerk straattaxi’s Tilburg 2019

 

 

144,15

1.18.5

Luchtvaartwetgeving

Voor het verlenen van een verklaring van geen bezwaar op grond van de Wet Luchtvaart, dan wel een daarvan afgeleide regeling, voor een kalenderjaar (alleen voor vrije luchtballonnen) of voor een enkele gebeurtenis

 

 

87,20

1.18.6

Landbouwvoertuigen

Voor het afgeven van een langlopende ontheffing landbouwvoertuig

 

 

30,95

 

Hoofdstuk 19 Diversen

 

1.19.1

Vergunningen, beschikkingen en dergelijke

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een beschikking op aanvragen van een vergunning of een ontheffing, dan wel voor elk ander stuk in het persoonlijk belang van de aanvrager opgemaakt, voor zover daarvoor in deze verordening geen bijzondere regeling is opgenomen of voor zover daarvoor geen wettelijke regeling of vrijstelling bestaat,

per bladzijde

3,56

met een minimum van

10,68

1.19.2

Fotokopieën

Voor het verstrekken van een fotokopie van een getypt, gedrukt of geschreven stuk, van maximaal het formaat A4, anders dan bedoeld in onderdeel 1.8.2 of 1.10.2.1, per bladzijde

A4 enkelzijdig

0,07

A4 dubbelzijdig

0,14

A3 enkelzijdig

0,14

A3 dubbelzijdig

0,21

A2 formaat

5,15

A1 formaat

7,70

A0 formaat

10,25

1.19.3

Collecten

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het houden van een openbare inzameling van geld en/of goederen als bedoeld in artikel 126 van de Algemene plaatselijke verordening

0,00

1.19.4

Leges havenvergunning

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om elke vergunning ingevolge de Havenverordening Piushaven 2017

42,10

 

TITEL 2 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER FYSIEKE LEEFOMGEVING/ OMGEVINGSVERGUNNING

 

Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen

 

2.1.1

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

2.1.1.1

Aanlegkosten:

de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Staatscourant. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk, of, voor zover deze ontbreekt, een raming van de aanlegkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden wordt in deze titel onder aanlegkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van de werken of de werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen.

2.1.1.2

Bouwkosten:

de grondslag, op basis waarvan de leges worden vastgesteld, wordt bepaald op basis van de tabel "Grondslag legesberekening".

Indien de tabel niet voorziet in het type bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning is aangevraagd, zal de grondslag, op basis waarvan de leges worden vastgesteld, worden berekend met gebruikmaking van de meest recente uitgave "Taxatieboekjes (Her)Bouwkosten" of het elektronische equivalent daarvan, zoals die worden uitgegeven door Vakmedianet.

Indien zowel de tabel als de "Taxatieboekjes (Her)Bouwkosten", inclusief het elektronische equivalent, niet voorzien in het type bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning is aangevraagd, zullen de bouwkosten door de aanvrager middels een open begroting aannemelijk moeten worden gemaakt. Deze zullen de grondslag vormen voor de berekening van de leges.

Oppervlakte en inhoudsmaten worden bepaald conform de artikelen 4.2 en 5.2 van de NEN 2580. De tabel "Grondslag legesberekening" is kosteloos in te zien bij de afdeling Dienstverlening en is tevens via de website van de gemeente Tilburg te raadplegen.

De NEN 2580 en de meest recente uitgave van de "Taxatieboekjes (Her)Bouwkosten" en het elektronische equivalent daarvan zijn kosteloos in te zien bij de afdeling Dienstverlening.

2.1.1.3

Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

2.1.1.4

Aanvrager:

de (rechts)persoon die een aanvraag heeft ingediend voor:

  • a.

    een omgevingsvergunning;

  • b.

    het opstellen van een bestemmingswijziging en/of uitwerkingsplan.

2.1.1.5

Bestemming zonder bouwmogelijkheden:

bestemming die in het algemeen geen mogelijkheid biedt tot het bouwen van bouwwerken en gebouwen, met uitzondering van ondergeschikte bouwwerken behorende bij deze bestemming. Voorbeelden hiervan zijn 'natuur', 'bos', 'agrarisch (met waarden)', 'groen', 'verkeer'. Bestemming met bouwmogelijkheden:

alle andere bestemmingen die mogelijkheden bieden tot het bouwen van bouwwerken en gebouwen. Voorbeelden hiervan zijn 'wonen', 'bedrijf', 'gemengd', e.a.

2.1.1.6

Bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond waarop de aanvraag betrekking heeft.

2.1.1.7

Huisperceel:

een perceel/kavel met een grondgebonden woning, bedoeld voor de bewoning door maximaal één huishouden.

2.1.1.8

Adviesverzoek:

een verzoek waarbij de planologische mogelijkheden en/of de wenselijkheid van een initiatief wordt onderzocht en/of het advies van de omgevingscommissie wordt gevraagd.

 

2.1.1.9

Bestemmingsplan:

Een ruimtelijk plan dat op grond van artikel 3.8 en 3.9 van de Wet ruimtelijke ordening wordt vastgesteld. Daar waar in deze verordening ‘bestemmingsplan’ wordt genoemd, wordt tevens ‘omgevingsplan’ bedoeld.

2.1.2

In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.

2.1.3

In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.

2.1.4

Handelsreclame

Iedere vorm van openbare aanprijzing van goederen en diensten, elke naamsaanduiding, bewegwijzering of openbare aankondiging of aanprijzing, al dan niet (gedeeltelijk) bewegend, al dan niet verlicht, overgebracht door middel van een aanduiding, opschrift, mededeling, uitbeelding, afbeelding, monster of brochure, geluidsversterking of projectie.

   

Hoofdstuk 2 Beoordeling adviesverzoek

 

2.2.1

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een adviesverzoek dat uitsluitend betrekking heeft op een beoordeling door de omgevingscommissie

0,00

2.2.2

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een adviesverzoek dat betrekking heeft op een huisperceel (inclusief de beoordeling van een bedrijf aan huis), met uitzondering van verzoeken die betrekking hebben op woningvorming, omzetting en splitsing (definitie Huisvestingsverordening) of het toevoegen van één of meerdere woningen

109,35

2.2.3

Voor het in behandeling nemen van overige aanvragen tot het beoordelen van een adviesverzoek

458,70

   

Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning

 

2.3

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project bedraagt: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

2.3.1

Bouwactiviteiten

(met bouwkosten wordt bedoeld bouwkosten als omschreven en berekend volgens onderdeel 2.1.1.2 van deze verordening)

2.3.1.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

2.3.1.1.1

indien de bouwkosten minder dan € 200.000,00 bedragen:

vermeerderd met: 2,67%

van de bouwkosten met een minimum van € 160,00;

0,00

2.3.1.1.2

indien de bouwkosten € 200.000,00 tot € 500.000,00 bedragen:

vermeerderd met: 2,62%

van de bouwkosten minus € 200.000,00;

5.350,00

2.3.1.1.3

indien de bouwkosten € 500.000,00 tot € 1.000.000,00 bedragen:

vermeerderd met: 2,51%

13.200,00

 

van de bouwkosten minus € 500.000,00;

2.3.1.1.4

indien de bouwkosten € 1.000.000,00 tot € 2.000.000,00 bedragen:

vermeerderd met: 1,93%

van de bouwkosten minus € 1.000.000,00;

25.800,00

2.3.1.1.5

indien de bouwkosten € 2.000.000,00 tot € 5.000.000,00 bedragen:

vermeerderd met: 1,83%

van de bouwkosten minus € 2.000.000,00;

45.100,00

2.3.1.1.6

indien de bouwkosten € 5.000.000,00 of meer bedragen:

vermeerderd met: 1,75%

van de bouwkosten minus € 5.000.000,00 met een maximum van:

 

100.100,00

 

439.000,00

2.3.1.2

n.v.t.

2.3.1.3

Verplicht advies agrarische commissie

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een advies van de agrarische commissie nodig is en wordt beoordeeld:

937,75

 

Dit bedrag wordt verhoogd met een tarief per bedrijfsbezoek van:

78,65

2.3.1.4

Achteraf ingediende aanvraag

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit: 10% van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges, met een maximum van € 1.000,00.

2.3.1.5

n.v.t.

2.3.1.6

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor de bouw van tijdelijke bouwwerken waarbij het hanteren van een gangbare bouwsom niet mogelijk is, zoals bij het plaatsen van prefab-units, tenten of iets dergelijks, bedraagt per 10 m2 vloeroppervlakte (afgerond op een veelvoud van 10 m2):

77,90

 

met dien verstande dat minimaal betaald moet worden:

167,50

2.3.1.7

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een gedoogbeschikking ten aanzien (van het bouwen) van een bouwwerk, dat zonder de vereiste omgevingsvergunning is opgericht en waarvoor niet alsnog een omgevingsvergunning kan worden verkregen, worden leges geheven volgens het tarief als vermeld in onderdeel 2.3.1.1, te verhogen met een toeslag van 10%

2.3.1.8

Zonnepanelen

In afwijking van het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 worden voor een aanvraag voor het plaatsen van zonnepanelen geen leges geheven. Indien zonnepanelen onderdeel uitmaken van een aanvraag om een omgevingsvergunning bestaande uit meer onderdelen dan uitsluitend die zonnepanelen, dan zullen voor de vaststelling van het legesbedrag de bouwkosten van de zonnepanelen buiten beschouwing worden gelaten.

2.3.1.9

Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV)

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het extra tarief, indien een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van de Verordening ruimte 2014 of het ter plaatse geldende bestemmingsplan getoetst moet worden aan de Toetsing zorgvuldige veehouderij en/of de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij

1.673,30

2.3.1.10

Terrasschermen en/of parasols op een terras bij een horeca-inrichting

In afwijking van het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief voor een aanvraag voor het plaatsen van terrasschermen en/of parasols op een terras bij een horeca inrichting

169,10

2.3.1.11

Besluit vergunningvrij

Indien voor een, op basis van artikel 2.1, lid 3 van de Wabo, vergunningvrije activiteit op verzoek van de aanvrager een "besluit vergunningvrij" wordt afgegeven:

106,25

 

2.3.2

Aanlegactiviteiten

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

118,85

2.3.3

Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1 en het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

2.3.3.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking), met uitzondering van de 10% afwijkingsbevoegdheid, voor het in behandeling nemen:

231,15

2.3.3.2

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking) voor het in behandeling nemen:

231,15

2.3.3.3

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking) verhoogd met een basisbedrag van:

7.500,00

dit bedrag wordt vermeerderd met de som van in de onderdelen 2.3.3.3.a t/m 2.3.3.3.c aangegeven bedragen.

2.3.3.3.a

Oppervlakte bouwperceel

Het basisbedrag wordt verhoogd met de oppervlakte van het bouwperceel waarop de aanvraag betrekking heeft

tot 500 m2:

0,00

van 500 m2 tot 2.500 m2 :

2.500,00

van 2.500 m2 tot 5.000 m2:

6.000,00

van 5.000 m2 tot 10.000 m2:

12.000,00

van 10.000 m2 tot 15.000 m2:

17.500,00

van 15.000 m2 tot 20.000 m2:

22.500,00

van 20.000 m2 tot 30.000 m2:

30.000,00

van 30.000 m2 tot 40.000 m2:

40.000,00

van 40.000 m2 tot 60.000 m2:

50.000,00

60.000 m2 of meer:

60.000,00

Deze regel geldt niet bij een aanvraag die betrekking heeft op 1 woning.

2.3.3.3.b

Gestapelde bouw

Indien de aanvraag betrekking heeft op gestapelde woning- of utiliteitsbouw met een bouwhoogte van meer dan 10 meter, wordt het basisbedrag verhoogd met:

bouwhoogte van 10 tot 15 meter:

13.000,00

bouwhoogte van 15 tot 25 meter:

30.000,00

bouwhoogte meer dan 25 meter:

50.000,00

2.3.3.3.c

Indien de ruimtelijke onderbouwing (in afwijking van de indieningsvereisten uit de Ministeriële regeling omgevingsrecht) door de gemeente wordt opgesteld geldt een toeslag van:

2.750,00

2.3.3.3.d

vervallen

2.3.3.3.e

Milieu effect rapportage

Indien het voor het vaststellen van de buitenplanse afwijking noodzakelijk is om een milieu effect rapportage procedure te doorlopen, wordt de som van het bedrag van de onderdelen 2.3.3.3 en 2.3.3.3.a t/m 2.3.3.3.c vermeerderd met 10%, met een minimum van:

 

 

5.396,65

2.3.3.3.f

Hogere waarden

Indien het voor het vaststellen van de buitenplanse afwijking noodzakelijk is om een procedure tot vaststelling van hogere waarden Wet geluidhinder te doorlopen, wordt hiervoor in rekening gebracht:

 

 

1.087,95

   

2.3.3.3.g

Onderdelen 2.3.3.3 t/m 2.3.3.3.f blijven buiten toepassing indien de kosten bedoeld in artikel 6.2.4 onderdeel h, Besluit ruimtelijke ordening zijn opgenomen in een door de aanvrager gesloten exploitatieovereenkomst of bij een vastgesteld exploitatieplan.

2.3.3.4

afwijking exploitatieplan- n.v.t.

2.3.3.5

Indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving) het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Indien een begroting als bedoeld in de eerste volzin is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

2.3.3.6

Indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving) het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Indien een begroting als bedoeld in de eerste volzin is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

2.3.4

Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

2.3.4.1

Indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1°, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking), voor het in behandeling nemen:

231,15

2.3.4.2

Indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking), voor het in behandeling nemen:

231,15

2.3.4.3

Indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking) een basisbedrag van:

Dit bedrag wordt vermeerderd met de som van in de onderdelen 2.3.4.3.a t/m 2.3.4.3.c aangegeven bedragen.

7.500,00

2.3.4.3.a

Oppervlakte bouwperceel

Het basisbedrag wordt verhoogd met de oppervlakte van het bouwperceel waarop

de aanvraag betrekking heeft

tot 500 m2:

0,00

van 500 m2 tot 2.500 m2 :

2.500,00

van 2.500 m2 tot 5.000 m2:

6.000,00

van 5.000 m2 tot 10.000 m2:

12.000,00

van 10.000 m2 tot 15.000 m2:

17.500,00

van 15.000 m2 tot 20.000 m2:

22.500,00

van 20.000 m2 tot 30.000 m2:

30.000,00

van 30.000 m2 tot 40.000 m2:

40.000,00

van 40.000 m2 tot 60.000 m2:

50.000,00

60.000 m2 of meer:

60.000,00

Deze regel geldt niet bij een aanvraag die betrekking heeft op 1 woning.

2.3.4.3.b

Gestapelde bouw

 

Indien de aanvraag betrekking heeft op gestapelde woning- of utiliteitsbouw met een bouwhoogte van meer dan 10 meter, wordt het basisbedrag verhoogd met:

bouwhoogte van 10 tot 15 meter:

13.000,00

bouwhoogte van 15 tot 25 meter:

30.000,00

bouwhoogte meer dan 25 meter:

50.000,00

2.3.4.3.c

Indien de ruimtelijke onderbouwing (in afwijking van de indieningsvereisten uit de Ministeriële regeling omgevingsrecht) door de gemeente wordt opgesteld geldt een toeslag van:

2.750,00

2.3.4.3.d

vervallen

2.3.4.3.e

Milieu effect rapportage

Indien het voor het vaststellen van de buitenplanse afwijking noodzakelijk is om een milieu effect rapportage procedure te doorlopen, wordt de som van het bedrag van de onderdelen 2.3.4.3 en 2.3.4.3.a t/m 2.3.4.3.c vermeerderd met 10%, met een minimum van:

 

 

5.396,65

2.3.4.3.f

Hogere waarden

Indien het voor het vaststellen van de buitenplanse afwijking noodzakelijk is om een procedure tot vaststelling van hogere waarden Wet geluidhinder te doorlopen, wordt hiervoor in rekening gebracht:

 

 

1.087,95

2.3.4.3.g

Onderdelen 2.3.4.3 t/m 2.3.4.3.f blijven buiten toepassing indien de kosten bedoeld in artikel 6.2.4 sub h Besluit ruimtelijke ordening zijn opgenomen in een door de aanvrager gesloten exploitatieovereenkomst of bij een vastgesteld exploitatieplan.

2.3.4.4

n.v.t.

2.3.4.5

Indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving) het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Indien een begroting als bedoeld in de eerste volzin is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

2.3.4.6

Indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving) het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Indien een begroting als bedoeld in de eerste volzin is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

2.3.5

In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid

2.3.5.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo juncto artikel 2.2 van het Besluit Omgevingsrecht, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

2.3.5.1.a

voor een gebruiksoppervlak tot en met 200 m2:

560,45

2.3.5.1.b

voor een gebruiksoppervlak van 201 m2 tot en met 1.000 m2:

vermeerderd met een bedrag van:

voor elke 100 m2 gebruiksoppervlak of gedeelte daarvan boven de 200 m2.

560,45

116,95

2.3.5.1.c

voor een gebruiksoppervlak van 1.001 m2 tot en met 5.000 m2:

vermeerderd met een bedrag van:

1.496,05

49,70

 

voor elke 100 m2 gebruiksoppervlak of gedeelte daarvan boven de 1.000 m2.

2.3.5.1.d

voor een gebruiksoppervlak groter dan 5.000 m2:

vermeerderd met een bedrag van:

voor elke 100 m2 gebruiksoppervlak of gedeelte daarvan boven de 5000 m2.

3.484,05

21,50

2.3.5.2

Voor het aanpassen van een bestaande vergunning, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo juncto artikel 2.2 van het Besluit Omgevingsrecht, voor een bouwwerk dat gedeeltelijk wordt vernieuwd, dan wel veranderd of vergroot, wordt de leges slechts berekend over het gebruiksoppervlak dat wordt vernieuwd, dan wel veranderd of vergroot, vermeerderd met het gebruiksoppervlak van de ruimten die direct grenzen aan de beschouwde ruimte(n), met een maximum van tweemaal de gebruiksoppervlak van de ruimten die worden vernieuwd, veranderd of vergroot.

2.3.5.3

Voor het aanpassen van een bestaande vergunning, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo juncto artikel 2.2 van het Besluit Omgevingsrecht, voor een veranderd gebruik, zonder dat er sprake is van verbouwing of anderszins, wordt de leges slechts berekend over het gebruiksoppervlak dat wordt vernieuwd, dan wel veranderd of vergroot, vermeerderd met het gebruiksoppervlak van de ruimten die direct grenzen aan de beschouwde ruimte(n), met een maximum van tweemaal de gebruiksoppervlakte van de ruimten die worden vernieuwd, veranderd of vergroot.

2.3.5.4

Voor zover een vergunning, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo juncto artikel 2.2 van het Besluit Omgevingsrecht, aanpassing behoeft na een verandering waarvoor overeenkomstig artikel 2.1, lid 1, sub a, van de Wabo een omgevingsvergunning is vereist, dan wel sprake is van een omgevingsvergunningvrije bouwactiviteit, op aanvraag van een vergunninghouder, is het gestelde in onderdeel 2.3.5.1 eveneens van toepassing.

2.3.5.5

Indien een aanvraag voor een vergunning, overeenkomstig artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo juncto artikel 2.2 van het Besluit Omgevingsrecht, op grond van het gestelde in paragraaf 2.3 van de Wabo (de beoordeling van de aanvraag) niet verder in behandeling wordt genomen zal 10% van de leges als bedoeld in onderdeel 2.3.5.1 in rekening worden gebracht met een minimum van:

 

160,00

 

en een maximum van:

1426,20

2.3.5.6

Voor een hernieuwde aanvraag van een vergunning, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo juncto artikel 2.2 van het Besl Omgevingsrecht, voor een bouwwerk waarvan de vergunning op grond van het bepaalde in paragraaf 2.6 van de Wabo (wijziging en intrekking van de omgevingsvergunning) is ingetrokken, wordt de leges berekend overeenkomstig het bepaalde in onderdeel 2.3.5.1

2.3.6

Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten

2.3.6.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo met betrekking tot een krachtens provinciale verordening of de Monumentenverordening gemeente Tilburg aangewezen monument, waarvoor op grond van die provinciale verordening of de Monumentenverordening gemeente Tilburg een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

2.3.6.1.1

voor het slopen verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een monument, indien de bouwkosten:

minder bedragen dan € 10.000,00:

128,90

liggen tussen € 10.000,00 en € 50.000,00:

128,90

 

vermeerderd met 0,635% over elk bedrag boven € 10.000,00;

liggen tussen € 50.000,00 en € 100.000,00:

vermeerderd met 0,52% over elk bedrag boven € 50.000,00;

383,50

liggen tussen € 100.000,00 en € 500.000,00:

vermeerderd met 0,39% over elk bedrag boven € 100.000,00;

641,80

liggen tussen € 500.000,00 en € 1.000.000,00:

vermeerderd met 0,25% over elk bedrag boven € 500.000,00;

2.208,55

meer bedragen dan € 1.000.000,00:

3.436,10

2.3.6.1.2

voor het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht, indien de bouwkosten:

minder bedragen dan € 10.000,00:

128,90

liggen tussen € 10.000,00 en € 50.000,00:

vermeerderd met 0,635% over elk bedrag boven € 10.000,00;

128,90

liggen tussen € 50.000,00 en € 100.000,00:

vermeerderd met 0,52% over elk bedrag boven € 50.000,00;

383,50

liggen tussen € 100.000,00 en € 500.000,00:

vermeerderd met 0,39% over elk bedrag boven € 100.000,00;

641,80

liggen tussen € 500.000,00 en € 1.000.000,00:

vermeerderd met 0,25% over elk bedrag boven € 500.000,00;

2.208,55

meer bedragen dan € 1.000.000,00:

3.436,10

2.3.6.1.3

voor het (gedeeltelijk) slopen van een monument, gebaseerd op de hoeveelheid sloopafval:

t/m 25 m3:

271,05

26 m3 t/m 50 m3:

508,20

51 m3 t/m 100 m3:

982,50

101 m3 t/m 500 m3:

1.897,25

meer dan 500 m3:

3.726,75

2.3.6.2

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de Wabo, op het slopen van een bouwwerk in een krachtens provinciale verordening of de Monumentenverordening gemeente Tilburg aangewezen stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo, waarvoor op grond van die provinciale verordening of de Monumentenverordening gemeente Tilburg een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten, gebaseerd op de hoeveelheid sloopafval:

t/m 25 m3:

271,05

26 m3 t/m 50m3:

508,20

51 m3 t/m 100 m3:

982,50

101 m3 t/m 500 m3:

1.897,25

meer dan 500 m3:

3.726,75

2.3.7

Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten of in beschermd stads- of dorpsgezicht Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

2.3.7.1

In gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo, of waarvoor op grond van een provinciale verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo, voor het geheel of gedeeltelijk slopen van één of meer bouwwerk(en), waarbij een hoeveelheid sloopafval vrijkomt:

  

t/m 25 m3:

271,05

van 26 m3 t/m 50 m3:

508,20

van 51 m3 t/m 100 m3:

982,50

van 101 m3 t/m 500 m3:

1.897,25

van meer dan 500 m3:

3.726,75

2.3.7.2

In gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo, of waarvoor op grond van een provinciale verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo, voor het geheel of gedeeltelijk slopen van één of meer bouwwerk(en), waarbij een sloopveiligheidsplan moet worden ingediend, wordt het in onderdeel 2.3.7.1 vermelde bedrag verhoogd met

67,75

2.3.7.3

In gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo, of waarvoor op grond van een provinciale verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo, voor het geheel of gedeeltelijk slopen van één of meer bouwwerk(en), waarbij een asbestinventarisatierapport moet worden ingediend, wordt het in onderdeel 2.3.7.1 vermelde bedrag verhoogd met

271,05

2.3.8

Aanleggen of veranderen weg

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen van een weg, of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag van een (rechts)persoon, niet zijnde een openbaar nutsbedrijf, voor een vergunning voor wat betreft het aanbrengen van ondergrondse voorzieningen, zoals kabels, leidingen en tankinstallaties, in openbare grond, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

 

628,30

2.3.9

Uitweg/inrit

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

 

657,25

2.3.10

Vellen

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of de "Bomenverordening Tilburg 2017" een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

2.3.10.1

indien de aanvraag betrekking heeft op één boom:

100,60

2.3.10.2

het bedrag in onderdeel 2.3.10.1 wordt verhoogd met:

er extra boom, tot een maximum van:

50,25

1.005,25

2.3.10.a

Handelsreclame

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning die betrekking heeft op handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder h en i, van de Wabo in samenhang met artikel 114a van de Algemene plaatselijke verordening en indien niet tevens sprake is van een activiteit als bedoeld in onderdeel 2.3.1.1 (bouwactiviteit), bedraagt het tarief

 

 

140,25

 

2.3.11

Opslag van roerende zakenn.v.t.

2.3.12

Natura 2000-activiteiten

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2aa, aanhef en onder a, van het Besluit omgevingsrecht (Natura 2000-activiteit) bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

 

918,40

2.3.13

flora- en fauna-activiteiten

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2aa, aanhef en onder b, van het Besluit omgevingsrecht (flora- en fauna-activiteit) bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

 

539,00

2.3.14

Andere activiteiten

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling dan in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit of handeling:

2.3.14.1

behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

963,85

2.3.14.2

behoort tot een bij provinciale verordening, gemeentelijke verordening of waterschapsverordening aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

963,85

2.3.14.2.1

n.v.t.

2.3.14.2.2

Indien het een provinciale of waterschapsverordening betreft: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Indien een begroting als bedoeld in de eerste volzin is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

2.3.15

n.v.t.

2.3.16

Beoordeling bodemrapport

Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld:

2.3.16.1

n.v.t.

2.3.16.2

Voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen hiervan:

2.3.16.2.1

n.v.t.

2.3.16.2.2

het beoordelen, namens het bevoegd gezag, van Programma’s van Eisen inzake archeologisch (voor)onderzoek, overeenkomstig het Protocol opstellen Programma van Eisen, Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie 4.1

980,65

2.3.16.2.3

de beoordeling, namens het bevoegde gezag, van aangeleverde Plannen van Aanpak inzake archeologisch (voor)onderzoek

258,05

 

2.3.16.2.4

de beoordeling, namens het bevoegde gezag, van rapporten die voortvloeien uit archeologisch (voor)onderzoek, ex art. 39 lid 2 MW, ex art. 40 lid 1, ex art. 41, lid 1 en lid 2 van de Monumentenwet, bedragen;

 

 

- voor bureauonderzoek

509,00

- voor Inventariserend proefsleuvenonderzoek inclusief opstellen selectiebesluit

774,20

- voor opgraving en archeologische begeleiding

1.290,30

- voor evaluatierapporten

509,00

2.3.17

Advies

2.3.17.1

Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.26, derde lid, van de Wabo: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

2.3.17.2

Indien een begroting als bedoeld in onderdeel 2.3.17.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

2.3.18

Verklaring van geen bedenkingen

2.3.18.1

Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo:

2.3.18.1.1

indien de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven:

657,25

2.3.18.1.2

indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

2.3.18.2

Indien een begroting als bedoeld in onderdeel 2.3.18.1.2 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

   

Hoofdstuk 4 Vermindering - n.v.t.

 

Hoofdstuk 5 Teruggaaf

2.5.1

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg-, kap- of sloopactiviteiten, monumenten inbegrepen

 

 

Indien een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg-, kap-, sloopactiviteiten en gebruik in relatie tot brandveiligheid, als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.3, 2.3.4, 2.3.5.1, 2.3.6, 2.3.7 en 2.3.10, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

 

 

2.5.1.1

indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van 8 weken na het in behandeling nemen ervan 75% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges;

 

 

2.5.1.2

indien de aanvraag wordt ingetrokken na 8 weken na het in behandeling nemen ervan 60% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges, met uitzondering van de onderdelen genoemd in de artikelen 2.3.3 en 2.3.4;

2.5.1.3

indien de aanvraag wordt ingetrokken na 8 weken na het in behandeling nemen ervan 50% van de op grond van de onderdelen genoemd in de artikelen 2.3.3 en 2.3.4 verschuldigde leges, met dien verstande dat er een minimumbedrag overblijft van € 7.500,00.

2.5.2

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning op initiatief van bevoegd gezag.

2.5.2.1

Teruggaaf van 100% van de leges voor de aanvraag wordt verleend indien: een aanvraag om omgevingsvergunning die wordt ingetrokken op initiatief van het bevoegd gezag, omdat die niet binnen de daarvoor gestelde termijn tot een vergunning zou hebben kunnen leiden door omstandigheden die het bevoegd gezag - door bijvoorbeeld verkeerde of te late advisering - aangerekend kunnen worden, en binnen drie maanden na de intrekking een nieuwe aanvraag wordt ingediend voor nagenoeg dezelfde activiteit.

2.5.2.2

Het bepaalde in onderdeel 2.5.2.1 is tevens van toepassing in gevallen waarin niet de gehele aanvraag wordt ingetrokken, maar de intrekking slechts betrekking heeft op één of enkele activiteiten van die aanvraag. Hierbij geldt dat, onder de voorwaarden zoals genoemd in onderdeel 2.5.2.1, slechts teruggaaf plaatsvindt voor de activiteiten waarvoor de aanvraag is ingetrokken.

2.5.2.3

Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg-, kap- of sloopactiviteiten monumenten inbegrepen

2.5.2.3.1

Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- , kap- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2., 2.3.6, 2.3.7 en 2.3.10, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 1 jaar na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: 25% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

2.5.2.3.2

Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- , kap- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6, 2.3.7 en 2.3.10, intrekt op grond van artikel 2.33, lid 2, sub a, van de Wabo, bestaat geen aanspraak op teruggaaf van de leges

2.5.3

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg-, kap- of sloopactiviteiten monumenten inbegrepen

2.5.3.1

Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg-, kap- of sloopactiviteiten en gebruik in relatie tot brandveiligheid, als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6, 2.3.7, 2.3.5.1 t/m 2.3.5.4 en 2.3.10 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 50% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

2.5.4

Minimumbedrag voor teruggaaf

Voor een bedrag minder dan: wordt geen teruggaaf verleend.

 

 

160,00

2.5.4.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning wegens onvolledigheid niet in behandeling wordt genomen, wordt teruggaaf van de leges verleend, met dien verstande dat er in alle gevallen aan te betalen leges overblijft:

160,00

2.5.5

Geen teruggaaf legesdeel advies of verklaring van geen bedenkingen

Van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 2.3.1.3, 2.3.17 en 2.3.18 wordt geen teruggaaf verleend.

 

Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning n.v.t.

 

Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

 

2.7

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project, per onderdeel van artikel 2.1 en/of artikel 2.2 van de Wabo afzonderlijk:

160,00

De grondslag voor de leges als bedoeld in onderdeel 2.3.1 wordt bepaald op basis van de gewijzigde aanvraag.

   

Hoofdstuk 8 Planologische procedures op basis van de Wet ruimtelijke ordening zonder omgevingsvergunningplichtige activiteiten

 

2.8.1

Het tarief (basisbedrag) bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, al dan niet in combinatie met een aanvraag om omgevingsvergunning

12.000,00

2.8.2

Het tarief (basisbedrag) bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek tot het wijzigen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening of het uitwerken van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder b, van die wet, al dan niet in combinatie met een aanvraag om omgevingsvergunning

7.500,00

2.8.3

Het bedrag zoals genoemd in de onderdelen 2.8.1 en 2.8.2 wordt vermeerderd met de som van de in onderdelen 2.8.3.a t/m 2.8.3.d aangegeven bedragen:

2.8.3.a

Oppervlakte plangebied

Het basisbedrag wordt verhoogd met de oppervlakte van het plangebied dat in het

bestemmingsplan is opgenomen

tot 500 m2:

0,00

van 500 m2 tot 2.500 m2 :

2.500,00

van 2.500 m2 tot 5.000 m2:

6.000,00

van 5.000 m2 tot 10.000 m2:

12.000,00

van 10.000 m2 tot 15.000 m2:

17.500,00

van 15.000 m2 tot 20.000 m2:

22.500,00

van 20.000 m2 tot 30.000 m2:

30.000,00

van 30.000 m2 tot 40.000 m2:

40.000,00

van 40.000 m2 tot 60.000 m2:

50.000,00

60.000 m2 of meer:

60.000,00

Deze regel geldt niet bij een aanvraag die betrekking heeft op 1 woning.

2.8.3.b

In aanvulling op onderdeel 2.8.3.a kan, in geval van bestemmingsvlakken, betrekking hebbende op bestemmingen zonder bebouwingsmogelijkheden én wanneer de oppervlakte van deze bestemmingsvlakken groter is dan de oppervlakte van de bestemmingsvlakken met bebouwingsmogelijkheden, het basisbedrag voor de bestemmingsvlakken zonder bebouwingsmogelijkheden worden verhoogd per m2 met:

0,10

wanneer dit niet leidt tot een hoger totaal bedrag dan wanneer enkel onderdeel 2.8.3.a geldt.

 

 

2.8.3.c

Aantal bestemmingen

Het basisbedrag wordt verhoogd met het aantal bestemmingen dat in het bestemmingsplan is opgenomen

2 bestemmingen:

1.200,00

3 tot en met 5 bestemmingen:

2.700,00

meer dan 5 bestemmingen:

5.500,00

 

2.8.3.d

Gestapelde bouw

Indien de aanvraag betrekking heeft op gestapelde woning- of utiliteitsbouw met een bouwhoogte van meer dan 10 meter, wordt het basisbedrag verhoogd met:

bouwhoogte van 10 tot 15 meter.

13.000,00

bouwhoogte van 15 tot 25 meter:

30.000,00

bouwhoogte meer dan 25 meter:

50.000,00

2.8.3.e

Voor zover het bestemmingsplan genoemd in onderdeel 2.8.1 door de aanvrager conform het leveringsprotocol van de gemeente Tilburg wordt aangeleverd, geldt een korting van:

1.000,00

2.8.3.f

Voor zover het plan genoemd in onderdeel 2.8.2 (wijziging/uitwerking) door de aanvrager conform het leveringsprotocol van de gemeente Tilburg wordt aangeleverd, geldt een korting van:

1.000,00

2.8.3.g

vervallen

2.8.3.h

Milieu effect rapportage

Indien het voor het vaststellen van het plan noodzakelijk is om een milieu effect rapportage procedure te doorlopen, wordt de som van het basisbedrag en de onderdelen onder 2.8.3.a t/m 2.8.3.d vermeerderd met 10%, met een minimum van:

 

 

5.301,20

2.8.3.i

Hogere waarden

Indien het voor het vaststellen van het plan noodzakelijk is om een procedure tot vaststelling van hogere waarden Wet geluidhinder te doorlopen, wordt hiervoor in rekening gebracht:

 

 

1.068,70

2.8.4

Onderdeel 2.8.1 of onderdelen 2.8.2 t/m 2.8.3.i blijft buiten toepassing indien de kosten bedoeld in artikel 6.2.4, sub h Besluit ruimtelijke ordening zijn opgenomen in een door de aanvrager gesloten exploitatie-overeenkomst of bij een vastgesteld exploitatieplan.

2.8.5

Teruggave van de leges als bedoeld in artikel 2.8.1 of 2.8.2 en 2.8.3 a t/m f

2.8.5.a

Indien de aanvraag wordt ingetrokken voor de start van de wettelijke procedure als bedoeld in artikel 3.8 of 3.9a Wro, 75% van de leges als bedoeld in artikel 2.8.1 of 2.8.2 en 2.8.3.a t/m f.

2.8.5.b

Indien de aanvraag wordt ingetrokken alvorens de gemeenteraad een besluit tot al dan niet vaststellen van het plan heeft genomen, 50% van de leges als bedoeld in artikel 2.8.1 en 2.8.3 a t/m g, met dien verstande dat er een minimumbedrag overblijft van € 12.000,00.

2.8.5.c

indien de aanvraag wordt ingetrokken alvorens het college een besluit tot al dan niet vaststellen van het plan heeft genomen, 50% van de leges als bedoeld in artikel 2.8.2 en 2.8.3 a t/m g, met dien verstande dat er een minimum bedrag overblijft van € 7.500,00.

2.8.5.d

In alle overige gevallen wordt geen teruggave van de leges verleend, tenzij de behandeling van de aanvraag of de procedure wordt stopgezet door omstandigheden die de gemeente kunnen worden aangerekend. In dat geval vindt teruggaaf plaats van 75% van de geheven leges met dien verstande dat er een minimumbedrag overblijft van € 2.500,00.

2.8.5.e

Indien het door de raad vastgestelde bestemmingsplan geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd, wordt geen teruggave van de leges verleend. Voor het opnieuw in behandeling nemen van de opengevallen aanvraag zijn de leges als bedoeld in artikel 2.8.1 of 2.8.2 en 2.8.3 verschuldigd.

2.8.6

Advies

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van deze paragraaf bedraagt het tarief, indien een daartoe bij algemene maatregel van bestuur, provinciale of gemeentelijke verordening aangewezen bestuursorgaan of andere instantie vrijwillig of verplicht advies moet uitbrengen in het kader van de benodigde planologische procedure, het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen tot aan het planologische besluit aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

 

2.8.7

Nadere uitwerking van open normen m.b.t. de ruimtelijke structuur van een bestemmingsplan in locatiespecifieke regels

De kosten verbonden aan het opstellen van locatie-specifieke regels van een bestemmingsplan worden bij de aanvrager in rekening gebracht. De kosten worden- voordat gestart wordt met de opstelling van deze regels- aan de aanvrager medegedeeld in een door of vanwege het college van burgemeester en wethouders opgestelde begroting. De begroting omvat de kosten van de ambtelijke inzet (uren * tarief) en/ of een onderbouwing van de kosten van extern advies en ondersteuning.

 

 

 

   

Hoofdstuk 9 Vervallen

 

Hoofdstuk 10 In deze titel niet benoemde beschikking

 

2.10.1

Vervallen

2.10.2

Algemene Plaatselijke Verordening APV

2.10.2.1

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning ingevolge artikel 13 van de APV:

* Bouwactiviteiten

247,35

* (Licht)reclame

247,35

* Aankondigingborden

123,65

* Spandoeken

123,65

* Winkelwagenopvangsluizen

247,35

* Rijwielbeugels en -rekken

164,90

* Overige objecten

164,90

* Overschrijvingen

82,45

En voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een verlenging voor:

* Bouwactiviteiten

123,65

2.10.2.2

Voor iedere, op grond van de APV verleende vergunning of ontheffing, voor zover daarvoor in deze verordening geen bijzondere regeling is opgenomen, per bladzijde

3,55

met een minimum van

6,05

2.10.2.3

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning voor het afleveren dan wel ter aflevering aanwezig houden van consumentenvuurwerk op grond van artikel 92 lid 1 APV

91,40

2.10.2.4

Voor het in behandeling nemen van een verzoek tot ontheffing van artikel 110 APV voor het plaatsen of in werking hebben van geluidsapparaten of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidshinder wordt veroorzaakt

91,40

    

 

TITEL 3 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER EUROPESE DIENSTENRICHTLIJN EN NIET VALLEND ONDER TITEL 2

 

Hoofdstuk 1 Drank- en Horecawet

 

3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van:

3.1.1

een aanvraag tot het verlenen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet

1.519,30

3.1.2

een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 31 van de Algemene plaatselijke verordening

1.519,30

3.1.2.a

Indien de in 3.1.2 genoemde aanvraag in combinatie wordt gedaan met de in 3.1.1 genoemde aanvraag

1.519,30

3.1.3

een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 32, van de Algemene plaatselijke verordening: per dag waarvoor ontheffing wordt aangevraagd

97,20

3.1.4

n.v.t.

3.1.5

een melding als bedoeld in artikel 30 van de Drank- en Horecawet en/-of een verzoek tot wijziging van de omschrijving van de in de exploitatievergunning vermelde lokaliteiten

81,55

3.1.6

een aanvraag tot het wijzigen van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Drank- en Horecawet en/of de exploitatievergunning wanneer sprake is van een wijziging van de leidinggevende

243,30

3.1.7

een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet

55,80

3.1.8

een aanvraag voor een terrasvergunning ingevolge artikel 13 van de APV

247,35

3.1.9

een aanvraag voor een tijdelijke terrasvergunning ingevolge artikel 13 van de APV

123,65

3.1.10

Terrasvergunning (tijdens de kermis)

Voor het verlenen van een terrasvergunning op of aan een door de raad aangewezen kermisterrein, tijdens de Tilburgse kermis

 

 

220,65

3.1.11

Teruggaaf

Indien de aanvraag als bedoeld in onderdeel 3.1.1 en 3.1.2 wordt ingetrokken na het in behandeling nemen door de gemeente bestaat aanspraak op 50% teruggaaf van de leges.

3.1.12

Indien de aanvraag op grond van artikel 3.1.1 t/m 3.1.10 wegens onvolledigheid niet verder in behandeling wordt genomen, wordt teruggaaf van de leges verleend, met dien verstande dat indien het tarief boven € 160,00 ligt, er in alle gevallen aan te betalen leges overblijft.

160,00

3.1.12.1

Voor een bedrag minder dan: wordt geen teruggaaf verleend

160,00

   

Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten

 

3.2.1.a

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 26 van de APV voor het organiseren van een evenement ex artikel 25 van de APV standaard, evenement klein regulier

259,35

3.2.1.b

Als onder a, maar dan evenement middel met verhoogde aandacht

756,45

3.2.1.c

Als onder a, maar dan evenement groot met verhoogd risico, met veel aandacht

2.846,60

3.2.1.d

Teruggaaf

Indien de aanvrager zijn aanvraag vergunning, als bedoeld in de onderdelen 3.2.1.a t/m 3.2.1.c, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op 50% teruggaaf van de leges met dien verstande dat er in alle gevallen aan te betalen leges overblijft.

160,00

3.2.1.e

Voor een bedrag minder dan: wordt geen teruggaaf verleend

160,00

3.2.1.2

Als onder 3.2.1.a, maar dan voor specifieke kleine evenementen zoals herdenkingen en goede doelen, nader vast te stellen in het evenementenbeleid

0,00

3.2.1.3

n.v.t.

3.2.1.4

n.v.t.

3.2.1.5

n.v.t.

3.2.1.6

n.v.t.

3.2.1.7

Indien de aanvraag op grond van artikel 26 van de APV wegens onvolledigheid niet verder in behandeling wordt genomen, wordt teruggaaf van de leges verleend, met dien verstande dat er in alle gevallen aan te betalen leges overblijft

160,00

3.2.2

n.v.t.

3.2.3

n.v.t.

   

Hoofdstuk 3 Seksbedrijven

 

3.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

3.3.1.1

Voor het verlenen van een vergunning op grond van artikel 97 van de Algemene Plaatselijke Verordening

1.519,30

3.3.1.2

Tot het wijzigen van een in subonderdeel 3.3.1.1 bedoelde vergunning in verband met een wijziging van:

3.3.1.2.1

n.v.t

3.3.1.2.2

De op de vergunning vermelde of te vermelden beheerder of beheerders

243,30

3.3.1.2.3 t/m

3.3.1.2.7

n.v.t

3.3.1.2.8

Van een wijziging vergunning i.v.m. verandering van de in de vergunning omschreven ruimte(n)

81,55

3.3.2 t/m

3.3.4

n.v.t.

3.3.5

Teruggaaf

Indien de aanvrager zijn aanvraag vergunning, als bedoeld in de onderdeel 3.3.1, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op 50% teruggaaf van de leges.

3.3.6.

Indien de aanvraag op grond van artikel 3.3.1.1 t/m 3.3.1.2.8 wegens onvolledigheid niet verder in behandeling wordt genomen, wordt teruggaaf van de leges verleend, met dien verstande dat indien het tarief boven de € 160,00 ligt er in alle gevallen aan te betalen leges overblijft

160,00

3.3.6.1

Voor een bedrag minder dan:

wordt geen teruggaaf verleend.

160,00

   

Hoofdstuk 4 Huisvestingswet 2014

 

3.4

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

3.4.1

Onttrekkingsvergunning

Om een onttrekkingsvergunning, als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 en artikel 2 van de Huisvestingsverordening Tilburg 2020, bedraagt

 

 

150,80

3.4.1.1

Indien:

  • -

    op een aanvraag om vergunning negatief wordt beschikt; of

  • -

    een aanvraag om vergunning wordt ingetrokken, voordat hierop een beslissing is genomen; of

  • -

    de vergunning door burgemeester en wethouders wordt ingetrokken op grond van artikel 6 van de Huisvestingsverordening Tilburg 2020:

wordt er geen teruggaaf van de geheven leges verleend

 

 

3.4.2

n.v.t.

3.4.3

Omzettingsvergunning

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omzettingsvergunning, als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014 en artikel 2 van de Huisvestingsverordening Tilburg 2020, bedraagt per adres

 

 

560,75

3.4.3.1

Indien:

  • -

    op een aanvraag tot vergunning negatief wordt beschikt; of

  • -

    de vergunning binnen een jaar na dagtekening op verzoek van de aanvrager wordt ingetrokken, omdat daarvan geen gebruik wordt gemaakt;

wordt teruggaaf van 50% van de geheven leges verleend.

3.4.3.2

Indien:

Een aanvraag om vergunning wordt ingetrokken, voordat hierop een beslissing is genomen, wordt teruggaaf van 60% van de geheven leges verleend.

3.4.3.3

Indien de aanvraag om een omzettingsvergunning wegens onvolledigheid niet in behandeling wordt genomen, wordt teruggaaf van de leges verleend, met dien verstande dat er in alle gevallen € 160,00 aan te betalen leges overblijft.

3.4.3.4

Voor aanvragen om een vergunning, als bedoeld in artikel 21, van de Huisvestingswet 2014 en artikel 2 van de Huisvestingsverordening Tilburg 2020, die na het in behandeling nemen vergunningvrij blijken te zijn, worden geen leges geheven.

3.4.3.5

Het tarief voor het in behandeling nemen van een wijziging van de tenaamstelling van een omzettingsvergunning , als bedoeld in artikel 21, onder c, van de Huisvestingswet 2014 en artikel 2 van de Huisvestingsverordening Tilburg 2020, bedraagt per adres

56,25

3.4.4

Vergunning woningvorming (Huisvestingswet 2014)

Vervallen

3.4.5

Vergunning voor splitsing in appartementsrechten

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een splitsingsvergunning, als bedoeld in artikel 22 van de Huisvestingswet 2014 en artikel 7 van de Huisvestingsverordening Tilburg 2020 bedraagt

 

 

150,80

3.4.5.1

Indien:

  • -

    -op een aanvraag om vergunning negatief wordt beschikt; of

  • -

    een aanvraag om vergunning wordt ingetrokken, voordat hierop een beslissing is genomen; of

  • -

    de vergunning door burgemeester en wethouders wordt ingetrokken op grond van artikel 11 van de Huisvestingsverordening Tilburg 2020:

wordt er geen teruggaaf van de geheven leges verleend

   

Hoofdstuk 5 Marktstandplaatsen n.v.t.

 

Hoofdstuk 6 Winkeltijdenwet

 

3.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

3.6.1

Voor een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet : per dag waarvoor ontheffing wordt aangevraagd:

61,80

Met een maximum van:

245,45

3.6.1.2

Voor een ontheffing voor een nachtwinkel op grond van artikel 7b Winkeltijdenverordening

245,45

 

Hoofdstuk 7 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

3.7

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

3.7.1

Exploitatievergunning smart- en headshops

3.7.1.1

Om vergunning op grond van artikel 45b Algemene Plaatselijke Verordening

1.519,30

3.7.1.2

Tot het wijziging van de leidinggevende

243,30

3.7.2

Gebouwen en bedrijfsmatige activiteiten waarbij de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat

3.7.2.1

om vergunning o.g.v. art. 53a APV

1.519,30

3.7.2.2

Tot het wijziging van de beheerder

243,30

3.7.3

Teruggaaf

Indien de aanvrager zijn aanvraag vergunning, als bedoeld in de onderdelen 3.7.1 en 3.7.2, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op 50% teruggaaf van de leges met dien verstande dat er in alle gevallen aan te betalen leges overblijft.

 

 

160,00

3.7.3.1

Indien de aanvraag op grond van artikel 3.7.1 en 3.7.2 wegens onvolledigheid niet verder in behandeling wordt genomen, wordt teruggaaf van de leges verleend, met dien verstande dat er in alle gevallen aan te betalen leges overblijft

160,00

3.7.3.2

Voor een bedrag minder dan:

wordt geen teruggaaf verleend.

160,00

3.7.4

Staanplaatsen ex artikel 2 Staanplaatsenverordening 1997 voor een staanplaats (ex artikel 2 Staanplaatsenverordening 1997)

43,25

 

Bijlage Tabel Grondslag legesberekening

 

 

Memorie van Toelichting behorende bij de "Legesverordening 2021"

Tarieven

De tarieven zijn ten opzichte van 2020 aangepast met een nominale verhoging van 1,8 %.

Voor de producten van Burgerzaken zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • 1.

    De producten waarvoor door het Rijk een wettelijk (maximum) tarief is vastgesteld. De betreffende tarieven, bijvoorbeeld een uittreksel uit akte burgerlijke stand, zijn voor zover mogelijk aangepast aan de voor 2021 geldende (maximum) tarieven.

  • 2.

    Ook zijn de Rijksleges en inkoopkosten, voor zover bekend, aan de prijzen voor 2021 aangepast.

  • 3.

    Voor de tarieven, waarvoor geen wettelijk maximum geldt, is tevens de nominale stijging van 1,8 % van toepassing.

  • 4.

    De tarieven, die tot stand zijn gekomen na toepassing van de punten 1 t/m 3, zijn afgerond op € 0,05.

  • 5.

    Voor producten waarvan de Rijkstarieven voor 2021 nog niet bekend zijn bij de totstandkoming van deze legesverordening, zijn de tarieven 2020 gehanteerd. De Rijkstarieven voor 2021 zullen worden gehanteerd nadat deze door het Rijk zijn vastgesteld.

  • 6.

    Het tarief van onderdeel 2.3.1.1 wordt specifiek bepaald op basis van de geraamde aanvragen.

  • 7.

    De normprijzen uit de Tabel Grondslag legesberekening (bijlage 1 van deze verordening) komt tot stand na raadpleging van de taxatieboekjes van Vakmedianet en eigen ervaringscijfers.

Onderdeel

1.10.2.1.3

1.10.2.1.4

Het Regionaal Archief Tilburg zet in op de transitie van fysieke naar digitale dienstverlening richting burgers en bedrijven. Vanaf het jaar 2018 werd het downloaden van alle bestanden van de website van het Regionaal Archief Tilburg al gratis. Het raadplegen van fysieke analoge bestanden is op grond van de Archiefwet 1995 kosteloos. Nu steeds meer burgers en bedrijven gebruik maken van digitale dienstverlening wordt vanaf 2021 het laten maken van een scan van archiefbescheiden die nog niet digitaal beschikbaar zijn, ook gratis

 

Europese Dienstenrichtlijn (EDR)

Met de invoering van de EDR is het niet meer toegestaan om de baten en de lasten binnen de gehele

legesverordening onderling te verrekenen. Een vergunningenstelsel dat specifiek is gericht op dienstverrichters of dienstverleners valt onder de EDR. Een algemeen vergunningenstelsel (bijv. de omgevingsvergunning voor bouw- of aanlegactiviteiten) valt niet onder de EDR omdat dit niet uitsluitend is gericht op de dienstverrichters/dienstverleners, maar ook op particuliere burgers. Een beperkt aantal vergunningenstelsels uit de tarieventabel van deze legesverordening vallen onder de werking van de EDR en mogen maximaal kostendekkend zijn.

 

Wijzigingen

Onderdeel

 

2.3.16.2.1

een vergunningsaanvraag (bouw)werkzaamheden en het schriftelijk verstrekken van besluiten inzake archeologische waarden en verwachtingen komt te vervallen en wordt onderdeel van de omgevingsvergunning.

2.8.5

Het betreft het aanpassen van teruggaaf van leges van de onderdelen 2.8.1 of 2.8.2 en 2.8.3 a t/m f met betrekking tot het intrekken of geheel of gedeeltelijk vernietigen van een bestemmingsplan.

Indien de aanvraag wordt ingetrokken voor de start van de wettelijke procedure als bedoeld in artikel 3.8 of 3.9a Wro, vindt teruggaaf plaats van 75% van de leges (2.8.5.a)

Indien de aanvraag wordt ingetrokken alvorens de gemeenteraad een besluit tot al dan niet vaststellen van het plan heeft genomen, vindt teruggaaf plaats van 50% van de leges, met dien verstande dat er een minimumbedrag overblijft van € 12.000,00 (2.8.5.b)

In alle overige gevallen wordt geen teruggave van de leges verleend, tenzij de behandeling van de aanvraag of de procedure wordt stopgezet door omstandigheden die de gemeente kunnen worden aangerekend. In dat geval vindt teruggaaf plaats van 75% van de geheven leges met dien verstande dat er een minimumbedrag overblijft van € 2.500,00 (2.8.5.c)

Indien het door de raad vastgestelde bestemmingsplan geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd, wordt geen teruggave van de leges verleend. Voor het opnieuw in behandeling nemen van de opengevallen aanvraag zijn de leges als bedoeld in artikel 2.8.1 of 2.8.2 en 2.8.3 verschuldigd (2.8.5.d)

 

Kosten en baten

De totale kostendekkendheid van de legesverordening mag maximaal 100% zijn. Bij het opstellen van de Legesverordening 2021 is de aanpassing van de wettelijke tarieven nog niet door het Rijk vastgesteld. De kostendekkendheid van de legesverordening zal wijzigen na vaststelling van de Rijkstarieven.

De totale lasten zijn € 13.311.282,- en de totale baten € 10.489.564,-. De totale kostendekkendheid van alle leges komt op 78,8%.

 

Kosten en baten

Lasten

Baten

Dekkings-percentage

Titel 1

ALGEMENE DIENSTVERLENING

Hoofdstuk 1

Burgerlijke stand

1.172.931

315.219

26,9%

Hoofdstuk 2

Reisdocumenten

809.325

712.680

88,1%

Hoofdstuk 3

Rijbewijzen

1.136.665

808.447

71,1%

Hoofdstuk 4

Verstrekkingen uit de gemeentelijke basisadministratie personen

50.779

121.700

239,7%

Hoofdstuk 9

Overige Burgerzaken

1.459.788

400.543

27,4%

Hoofdstuk 10

Regionaal Archief Tilburg

2.084

2.084

100,0%

Hoofdstuk 16

Kansspelen

8.350

7.363

88,2%

Hoofdstuk 17

Telecommunicatie

52.437

71.094

135,6%

Hoofdstuk 18

Verkeer en Vervoer

58.468

94.798

162,1%

Totaal Titel 1

4.750.828

2.533.928

53,3%

Titel 2

DIENSTVERLENING VALLEND ONDER FYSIEKE

LEEFOMGEVING/ OMGEVINGSVERGUNNING

Hoofdstuk 3

Omgevingsvergunning

6.542.282

6.542.282

100,0%

Hoofdstuk 3

Monumenten

60.908

10.800

17,7%

Hoofdstuk 3

Kappen

109.302

60.000

54,9%

Hoofdstuk 3

Archeologie

42.690

48.258

113,0%

Hoofdstuk 3

Gevelreclame

8.415

8.415

100,0%

Hoofdstuk 8

Planologische procedures op basis van de Wet ruimtelijke ordening zonder omgevingsvergunningplichtige activiteiten

999.417

764.676

76,5%

Hoofdstuk 10

In deze titel niet benoemde beschikking

68.016

36.735

54,0%

Totaal Titel 2

7.831.029

7.471.166

92,8%

Titel 3

DIENSTVERLENING VALLEND ONDER

EUROPESE DIENSTENRICHTLIJN EN NIET VALLEND ONDER TITEL 2

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 1 Drank- en Horecawet

476.669

281.353

59,0%

Hoofdstuk 2

Organiseren evenementen of markten

197.200

144.665

73,4%

Hoofdstuk 4

Huisvestingswet 2014

33.091

56.075

169,5%

Hoofdstuk 6

Winkeltijdenwet

3.293

863

26,2%

Hoofdstuk 7

In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

19.173

1.514

7,9%

Totaal Titel 3

729.425

484.470

66,4%

totaal kostendekkendheid

13.311.282

10.489.564

78,8%