Gemeenteblad van Geertruidenberg

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
GeertruidenbergGemeenteblad 2020, 336006Verordeningen



Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2021

Nr.

De raad van de gemeente GEERTRUIDENBERG;

 

Mede gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 november 2020;

 

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

 

BESLUIT

Vast te stellen de:

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2021.

 

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Artikel 1 Inleidende bepaling

Krachtens deze verordening worden geheven:

  • a.

    een afvalstoffenheffing;

  • b.

    reinigingsrechten.

 

Artikel 2 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • ‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

  • Medische indicatie: een schriftelijke verklaring van een huisarts of medisch specialist waarin wordt verklaard dat als gevolg van een chronische ziekte of handicap extra (medische) afvalstoffen moeten worden aangeboden.

  • Ondergrondse verzamelcontainer: de vanwege de gemeente aangebrachte ondergrondse verzamelcontainer waarin met behulp van een speciaal verstrekte afvalpas fijn huishoudelijk restafval kan worden aangeboden. Dit afval moet worden aangeboden in een vuilniszak.

  • Afvalpas: door de gemeente beschikbaar gestelde pas voor het openen van de ondergrondse verzamelcontainer voor fijn huishoudelijk restafval met een tegoed van 78 tikken (aanbiedingen) per belastingjaar. Huishoudens die niet de mogelijkheid hebben GFT afval op te slaan of apart in te zamelen ontvangen op jaarbasis 40 tikken extra.

 

Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing

Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam “afvalstoffenheffing” wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2.

    De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

 

Artikel 4 Voorwerp van de belasting

  • 1.

    Voorwerp van de belasting is een perceel.

  • 2.

    Als perceel wordt aangemerkt:

    a. de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken;

    b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;

    c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;

    d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.

    e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.

 

Artikel 5 Belastingplicht

  • 1.

    De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.

  • 2.

    Voor de toepassing van het eerste lid wordt:

    a. gebruikmaken van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruikmaken door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden;

    b. gebruikmaken door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven, met dien verstande dat degene die het deel in gebruik heeft gegeven, bevoegd is de heffing als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;

    c. het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld, met dien verstande dat degene die het perceel ter beschikking heeft gesteld, bevoegd is de heffing als zodanig te verhalen op degene aan wie het perceel ter beschikking is gesteld.

 

Artikel 6 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar, of indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar bij de aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door:

    a. 1 persoon € 179,88

    b. 2 personen € 232,92

    c. 3 personen € 255,00

    d. Meer dan 3 personen € 329,52

Voor de vaststelling van de gebruikssituatie is beslissend hetgeen terzake, aan het begin van het belastingjaar of indien de belasting aanvangt in de loop van het belastingjaar bij de aanvang van de belastingplicht, in de basisregistratie personen is geregistreerd, tenzij blijkt dat de gebruikssituatie anders is.

  • 2.

    De belasting als bedoeld in lid 1 wordt vermeerderd voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingjaar, in gebruik hebben van rest-afval containers of g.f.t. –containers, boven het getal van één, is een bedrag van € 156,00 per container per belastingjaar verschuldigd.

  • 3.

    Onverminderd het bepaalde in lid 1 en 2 wordt aan een belastingplichtige, welke is aangesloten op een ondergrondse verzamelcontainer, een afvalpas ter beschikking gesteld met een saldo van 78 tikken (aanbiedingen). Huishoudens die niet de mogelijkheid hebben GFT afval op te slaan of apart in te zamelen ontvangen op jaarbasis 40 tikken (aanbiedingen) extra. Per aanbieding boven dit aantal is een bedrag van € 2,00 verschuldigd.

  • 4.

    Onverminderd het bepaalde in lid 1, 2 en 3 bedraagt de belasting voor het op aanvraag verkrijgen van een nieuwe afvalpas bij beschadiging, vermissing of diefstal € 25,00.

 

Artikel 7 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 8 Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 6 lid 1 en lid 2 worden geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 6 lid 3 en lid 4 wordt geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving, waarop het verschuldigde bedrag wordt vermeld.

 

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.

  • 5.

    Indien in de loop van het belastingjaar het aantal personen dat gebruik maakt van een perceel toeneemt of afneemt, dan blijft de belastingschuld voor de rest van het belastingjaar ongewijzigd. Bij het begin van het eerst volgend belastingjaar wordt er een aanslag opgelegd naar het aantal personen dat op dat moment gebruik maakt van het perceel.

  • 6.

    De belasting bedoelt in artikel 6 lid 3 en lid 4 is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

 

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 2.

    In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 100,-, doch minder is dan € 8.000,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    De belasting als bedoeld in artikel 8, tweede lid moet worden betaald op het moment van het doen van de kennisgeving.

  • 4.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

 

Artikel 11 Vrijstelling

Voor belastingplichtigen met een medische indicatie wordt vrijstelling verleend voor de belasting als bedoeld in artikel 6 lid 2 voor het in gebruik hebben van een extra-rest-afval container.

 

Hoofdstuk III Reinigingsrechten

Artikel 12 Belastbaar feit

Onder de naam “reinigingsrechten” worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.

 

Artikel 13 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

 

Artikel 14 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    Het recht bedraagt voor het op aanvraag inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen:

    a. voorrijkosten € 20,00

    b. het tarief genoemd onder lid 1.a. wordt voor elke ½ m3 verhoogd met € 24,00

    c. het onder lid 1.b. genoemde bedrag is niet van toepassing op bruin- en witgoed dat valt onder de regeling Beheer elektrische en elektronische apparatuur.

  • 2.

    Het recht voor het achterlaten van afvalstoffen aan het milieubrengstation aan de Forellenweg te Raamsdonksveer bedraagt per kilogram voor:

    a. Asbest / asbesthoudend afval (uitsluitend met sloopmelding) € 0,00

    b. Autobanden, afkomstig van een personenauto, zonder velg (max. 4) € 0,00

    c. Bouw- en sloopafval € 0,20

    d. Chemisch afval (KGA) € 0,00

    e. Dakleer € 0,10

    f. Elektrische en elektronische apparatuur / Wit- en Bruingoed (AEEA) € 0,00

    g. Frituurvet en –olie € 0,00

    h. Gips € 0,10

    i. Grof huishoudelijk restafval € 0,25

    j. Grof snoei- en tuinafval € 0,00

    k. Harde kunststoffen € 0,00

    l. Hout (A+B of C-kwaliteit) € 0,10

    m. Huishoudelijk restafval, uitsluitend in gesloten vuilniszak of andere ompakking € 0,40

    n. Kadavers van kleine huisdieren € 0,00

    o. Luier- en incontinentieafval € 0,00

    p. Matrassen (schoon en droog) € 0,10

    q. Metaal € 0,00

    r. Oud papier en karton € 0,00

    s. Piepschuim (EPS / geëxpandeerd polystyreen) € 0,00

    t. Schoon puin € 0,10

    u. Tapijt € 0,10

    v. Textiel € 0,00

    w. Verpakkingen van plastic, metaal en drankenkartons (PMD): € 0,00

    x. Verpakkingsglas € 0,00

    y. Vlakglas € 0,00

    z. STORL verpakkingen € 0,00

  • 3.

    Het recht voor het achterlaten van afvalstoffen aan het milieubrengstation aan de Forellenweg te Raamsdonksveer bedraagt, indien de weegbrug inclusief de daarbij behorende programmatuur voor facturering al dan niet door een technische storing geen dienst doet, voor het achterlaten van huishoudelijk restafval en afval dat gelijktijdig wordt aangeboden, op de door de gemeente aangewezen milieustraat, per halve kubieke meter (0,5 m3) of een gedeelte daarvan, in afwijking van lid 2, voor:

    a. Bouw- en sloopafval (400 kg / m3) € 40,00

    b. Dakleer (800 kg / m3) € 40,00

    c. Gips (800 kg / m3) € 40,00

    d. Grof huishoudelijk restafval (300 kg / m3) € 37,50

    e. Hout (A+B of C-kwaliteit) (300 kg / m3) € 15,00

    f. Huishoudelijk restafval, uitsluitend in gesloten vuilniszak of andere ompakking (200 kg / m3) € 40,00

    g. Matrassen (schoon en droog) € 48,50

    h. Schoon puin (1.000 kg / m3) € 50,00

    i. Tapijt (800 kg / m3) € 40,00

  • 4.

    Het recht voor het achterlaten van afvalstoffen aan het milieubrengstation aan de Forellenweg te Raamsdonksveer bedraagt indien gelijktijdig zowel betaalde stromen, al dan niet met verschillende tarieven, als niet betaalde stromen als bedoeld in lid 2 en lid 3, worden achtergelaten geldt voor het totale gewicht of volume het hoogste tarief per kilogram of halve kubieke meter (0,5 m3).

  • 5.

    Voor de berekening van het recht wordt een gedeelte van de in onderdeel 2, 3 en 4 genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

 

Artikel 15 Wijze van heffing

De rechten worden geheven door middel van gedagtekende kennisgeving, nota of andere schriftuur, waarop het verschuldigde bedrag wordt vermeld.

 

Artikel 16 Ontstaan van de belastingschuld

De rechten zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

 

Artikel 17 Termijnen van betaling

  • 1.

    De rechten moeten worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 15:

    a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, nota of andere schriftuur dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 14 dagen de dagtekening van de kennisgeving, nota of andere schriftuur.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen.

 

Artikel 18 Kwijtschelding

Bij de invordering van reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Hoofdstuk IV Aanvullende bepalingen

Artikel 19 Overgangsrecht

De "Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2020” van 7 november 2019, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 20, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 20 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

 

Artikel 21 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2021".

 

Geertruidenberg, 12 november 2020

De raad van Geertruidenberg,

de griffier, de voorzitter

drs. K.M.C. Millenaar-Rammelaere, M. Witte