Gemeenteblad van Eindhoven

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
EindhovenGemeenteblad 2020, 333214Verordeningen



Verordening op de heffing en de invordering van marktgeld in de gemeente Eindhoven 2021

De raad van de gemeente Eindhoven;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 september 2020;

mede gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet;

 

besluit vast te stellen de

 

Verordening op de heffing en de invordering van marktgeld in de gemeente Eindhoven 2021

 

Artikel 1. Aard van de heffing en belastbaar feit

Onder de naam ‘marktgeld’ worden overeenkomstig de bepalingen van deze verordening rechten geheven voor het ter beschikking stellen van een standplaats en voor het door of vanwege de gemeente verstrekken van diensten ten gunste van een standplaats.

 

Artikel 2. Definities

  • 1.

    In deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      een dag: een etmaal of een gedeelte daarvan;

    • b.

      maand en kwartaal: een kalendermaand en een kalenderkwartaal;

    • c.

      marktverordening: de geldende Marktverordening Eindhoven, laatstelijk vastgesteld bij raadsbesluit van 20 november 2012, opgenomen in gemeenteblad 2012, nr. 61;

    • d.

      marktreglement: het geldende Marktreglement Eindhoven, laatstelijk vastgesteld bij collegebesluit van 11 april 2017, opgenomen in het gemeenteblad 2017, nr. 20;

    • e.

      markten: de warenmarkten, welke krachtens besluit van het college op de daarbij aangewezen plaatsen, dagen en tijden worden gehouden;

    • f.

      standplaats: de op en voor de duur van een markt op grond van de marktverordening en het marktreglement aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel;

    • g.

      vaste standplaats: een standplaats die op grond van de marktverordening en het marktreglement tot wederopzegging wordt toegewezen;

    • h.

      losse standplaats: een standplaats die op grond van de marktverordening het marktreglement als een zogenaamde dagplaats wordt toegewezen;

    • i.

      standwerkerplaats: een standplaats die op grond van de marktverordening en het Marktreglement wordt toegewezen voor het uitoefenen van de markthandel op een wijze als bij standwerken gebruikelijk is;

    • j.

      standplaatshouder: degene aan wie het op grond van de marktverordening en het marktreglement is toegestaan om gedurende een markt een vaste of losse standplaats dan wel standwerkerplaats in te nemen.

  • 2.

    Voor de berekening van de marktgelden wordt een gedeelte van een strekkende meter als een volle eenheid gerekend.

 

Artikel 3. Belastingplicht

Belastingplichtig is de standplaatshouder.

 

Artikel 4. Heffingsgrondslag en tarieven

Het marktgeld bedraagt per markt per ingenomen strekkende meter standplaats

  • a.

    voor een losse standplaats per dag: € 3,20;

  • b.

    voor een vaste standplaats voor een abonnement per kwartaal: € 31,60;

  • c.

    voor een standwerkerplaats per dag: € 9,10.

 

Artikel 5. Ontheffing

  • 1.

    Indien een belastingplichtige een hem toegewezen vaste standplaats als gevolg van ziekte, overlijden, bedrijfsopheffing of -staking, rekening houdend met het gestelde in de marktverordening en het marktreglement, ongebruikt laat gedurende de gehele of een deel van de periode waarvoor het abonnementstarief geldt, wordt op verzoek ontheffing verleend van het geheven marktgeld.

  • 2.

    Deze ontheffing bedraagt:

    • a.

      indien de standplaats gedurende de gehele abonnementsperiode ongebruikt is gelaten, het gehele bedrag van het daarvoor geheven marktgeld;

    • b.

      indien de standplaats gedurende een deel van de abonnementsperiode ongebruikt is gelaten, het bedrag dat gevonden wordt door het bij abonnement geheven marktgeld te verminderen met het marktgeld over de dagen, gedurende welke van de standplaats gebruik is gemaakt, berekend naar het dagtarief genoemd in artikel 4, aanhef en onder a.

Artikel 6. Wijze van heffing

  • 1.

    Het marktgeld wordt geheven bij wege van:

    • a.

      een gedagtekende bon of nota voor losse standplaatsen en standwerkerplaatsen;

    • b.

      een gedagtekende stortings-/acceptgirokaart voor vaste standplaatsen.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde bon, nota en stortings-/acceptgirokaart worden aangemerkt als kennisgeving, zoals bedoeld in artikel 233a van de Gemeentewet.

 

Artikel 7. Tijdstip verschuldigdheid

Het marktgeld wordt verschuldigd:

  • a.

    voor losse standplaatsen en standwerkerplaatsen bij het innemen van de plaatsen;

  • b.

    voor vaste standplaatsen bij de aanvang van de abonnementsperiode.

 

Artikel 8. Termijn van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet het marktgeld terstond worden voldaan bij het uitreiken van de in artikel 6 bedoelde kennisgeving en indien die kennisgeving wordt toegezonden binnen acht dagen na dagtekening van de kennisgeving.

  • 2.

    Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de kennisgeving.

  • 3.

    De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

 

Artikel 9. Kwijtschelding

Bij de invordering van marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 10. Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De ‘Marktgeldverordening 2020’, vastgesteld bij raadsbesluit van 5 november 2019, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten, die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Marktgeldverordening 2021’.

 

 

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 3 november 2020

, voorzitter.

, griffier.