Gemeenteblad van Harderwijk

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
HarderwijkGemeenteblad 2020, 332355Verordeningen



Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk houdende regels omtrent subsidie op peuterspeelwerk (Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Harderwijk 2020)

Burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk;

 

gelet op het bepaalde in artikel 4:21 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikel 2 en 3 van de Algemene Subsidieverordening Harderwijk 2020 (Asv), de Wet kinderopvang en de Wet op het primair onderwijs;

 

overwegende dat het een wettelijke plicht is om voorschoolse educatie te realiseren en het wenselijk is peuteropvang te subsidiëren;

 

besluiten vast te stellen de navolgende regeling:

 

‘SUBSIDIEREGELING PEUTEROPVANG EN VOORSCHOOLSE EDUCATIE HARDERWIJK 2020’.

 

Hoofdstuk 1: algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • 1.

    Asv : de Algemene subsidieverordening Harderwijk 2020;

  • 2.

    Aanvraag: een aanvraag om subsidie zoals bedoeld in deze regeling die de aanvrager indient;

  • 3.

    Aanvrager: de houder van een kindercentrum die een aanvraag indient op grond van deze regeling;

  • 4.

    Bestuursrechtelijke handhaving: handhaving in de vorm van een genomen besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom, bestuursdwang of een bestuurlijke boete;

  • 5.

    CJG: het Centrum voor Jeugd en Gezin;

  • 6.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk;

  • 7.

    Houder: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en die met die onderneming een kindercentrum exploiteert die staat vermeld in het Landelijk Register Kinderopvang;

  • 8.

    Inkomensverklaring: een officiële verklaring – indien mogelijk van de Belastingdienst – met daarop de inkomensgegevens van een bepaald belastingjaar;

  • 9.

    Kindercentrum: een voorziening in de gemeente Harderwijk waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang en geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang;

  • 10.

    Kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint;

  • 11.

    Kinderopvangtoeslag: de tegemoetkoming van het Rijk aan ouders bedoeld als gedeeltelijke bijdrage in de kosten voor in het LRK geregistreerde kinderopvang;

  • 12.

    Kinderopvangtoeslagtabel: tabel op basis waarvan voor peuteropvang en/of voorschoolse educatie een inkomensafhankelijke tariefstelling kan worden vastgesteld. Deze is gelijk aan de door het Rijk vastgestelde kinderopvangtoeslagtabel. Deze tabel wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld;

  • 13.

    Landelijk Register Kinderopvang (LRK): register, als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang, waarin kinderopvangvoorzieningen zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke eisen;

  • 14.

    Maximumuurtarief: het bedrag dat als maximum uurprijs voor dagopvang bij een kindercentrum is opgenomen in artikel 4, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslag. Dit tarief wordt jaarlijks door het ministerie van SZW vastgesteld;

  • 15.

    Ouders: ouders, voogden of verzorgers van een peuter die naar de peuteropvang gaat;

  • 16.

    Ouderbijdrage: financiële vergoeding die ouders moeten betalen voor de afname van kinderopvang, afgestemd op het toetsingsinkomen van het huishouden;

  • 17.

    Peutermonitor: het door het college bekostigd ICT-systeem, waarvan het gebruik kosteloos is voor de subsidieontvanger;

  • 18.

    Peuteropvang: educatieve opvang in een kindercentrum van kinderen van 2 tot 4 jaar in een horizontale stamgroep; gericht op ontwikkelingsstimulering en voorbereiding op de basisschool, gedurende maximaal 7 uur per week, gedurende één of twee weekdagen van ieder maximaal 3,5 uur, gedurende 40 (school)weken per jaar; die voldoet aan de wettelijke eisen die aan kinderopvang worden gesteld;

  • 19.

    Peuters: in de gemeente Harderwijk woonachtige kinderen van 2 tot 4 jaar;

  • 20.

    SiSa : Single information, Single audit;

  • 21.

    Toetsingsinkomen: het inkomen dat telt voor toeslagen.

  • 22.

    Voorschoolse educatie (VE): educatieve opvang in een kindercentrum van kinderen van 2 tot 4 jaar met extra en intensieve begeleiding gericht op het verkleinen van (het risico op) een taalachterstand; in een stamgroep van 2- en 3-jarigen gericht op peuters met een VVE-indicatie van 240 uur per half jaar voor peuters vanaf 2 jaar tot 2,5 jaar en van 640 uur per jaar voor peuters vanaf 2,5 jaar tot 4 jaar. Voor kinderen vanaf 2 jaar tot 2,5 jaar te verdelen over minimaal 2 dagen per week en voor kinderen vanaf 2,5 tot 4 jaar te verdelen over minimaal 3 dagen per week met een maximum van 6 uur per dag;

  • 23.

    VVE-indicatie: een door het CJG afgegeven indicatie die aangeeft dat een peuter in aanmerking komt voor een aanbod voorschoolse educatie.

  • 24.

    VVE-gecertificeerde voorschoolse opvang: een voorziening voor kinderopvang in de gemeente Harderwijk die aan de geldende wettelijke eisen voldoet en in het LRK opgenomen met een VVE registratie;

Artikel 2. Asv

Op deze regeling is de Asv van toepassing, tenzij hiervan in deze regeling nadrukkelijk wordt afgeweken.

Artikel 3. Doel

Deze subsidieregeling heeft als doelstelling voorschoolse educatie te realiseren c.q. te subsidiëren en peuteropvang te subsidiëren, zodat binnen de gemeente Harderwijk gelijke en optimale ontwikkelingskansen voor alle kinderen van 2 tot 4 jaar zijn.

Artikel 4. Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan op aanvraag uitsluitend worden verstrekt onder de in deze regeling opgenomen voorwaarden, aan een houder:

  • a.

    voor het geven van peuteropvang aan kinderen van ouder(s) zonder recht op kinderopvangtoeslag, die in de gemeente Harderwijk wonen;

  • b.

    voor het geven van voorschoolse educatie aan kinderen met een VVE-indicatie, die in de gemeente Harderwijk wonen.

Artikel 5. Subsidieplafonds en wijze van verdeling

  • 1.

    Het college stelt jaarlijks voor 1 oktober het subsidiabel uurtarief voor voorschoolse educatie vast.

  • 2.

    Het college stelt op basis van artikel 5 Asv jaarlijks de subsidieplafonds vast voor de voorschoolse educatie en voor de peuteropvang.

  • 3.

    Jaarlijks wordt, naast de gebruikelijke bekendmaking, in het onderwijsplatform bekend gemaakt hoe hoog de subsidieplafonds zijn, hoe de verdeling zal plaatsvinden, en op welke wijze subsidieaanvragen kunnen worden ingediend.

  • 4.

    Deze bekendmaking van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde subsidieplafonds, vindt plaats in het tweede kwartaal voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 5.

    De subsidie wordt verleend per kalenderjaar of gedeelte daarvan, per kwartaal.

  • 6.

    Indien ten tijde van de subsidieaanvragen voor het nieuwe kalenderjaar op basis van de totale aanvraag zou leiden tot een overschrijding van het in de begroting van het betreffende kalenderjaar opgenomen beschikbare subsidiebedrag, het zogenaamde subsidieplafond, wordt de subsidie van alle in aanmerking komende organisaties naar rato van de aangevraagde subsidiebedragen gekort. Dit gebeurt door het in de begroting van het betreffende kalenderjaar opgenomen beschikbare subsidiebedrag te delen door het totaal van alle aangevraagde subsidiebedragen en de aangevraagde subsidiebedragen per kindercentrum te vermenigvuldigen met de uitkomst hiervan.

Artikel 6. Voorwaarden en verplichtingen

  • 1.

    De houder zorgt er voor dat het kindercentrum dat peuteropvang en/of voorschoolse educatie uitvoert:

    • a.

      werkt met een erkend integraal ontwikkelingsgericht programma dat is opgenomen in de databank Effectieve jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut;

    • b.

      werkt met een kind- of ontwikkelvolgsysteem (zoals KIJK) en de gegevens vanuit dit systeem overdraagt aan de basisschool waar dit kind is aangemeld; in dit systeem moet zowel de eigen groei als de groei ten opzichte van het gemiddelde zichtbaar zijn;

    • c.

      intercultureel werkt (erkenning van waarden van verschillende culturen die elkaar wederzijds beïnvloeden) en integratie bevordert;

    • d.

      goed contact onderhoudt en/of samenwerkt met één of meer basisscholen (overdracht en doorgaande leerlijn), de Jeugdgezondheidszorg (vroegsignalering) en jeugdhulp;

    • e.

      ouders betrekt en ondersteunt bij de opvoeding en stimulering van de ontwikkeling van hun kind;

  • 2.

    De houder, die peuteropvang en/of voorschoolse educatie uitvoert, werkt op verzoek en naar vermogen, mee aan onderzoek, overleg, beleidsontwikkeling en de uitvoering daarvan in het kader van de Jeugdwet en de Wet Primair Onderwijs.

  • 3.

    Houders innen zelf de ouderbijdragen en zijn verantwoordelijk voor het bijbehorende risico van niet-betalers.

  • 4.

    De houder bewaart alle documenten en gegevens die dienen voor berekening of herberekening van de subsidie in zijn administratie, totdat de subsidie definitief is vastgesteld door de gemeente;

  • 5.

    De houder brengt bij de ouder(s) zonder recht op kinderopvangtoeslag maximaal de ouderbijdrage in rekening;

  • 6.

    De subsidieontvanger is verplicht een aansluitovereenkomst af te sluiten met de leverancier van de Peutermonitor.

  • 7.

    De volgende gegevens dienen via de Peutermonitor aangeleverd te worden, aan de hand waarvan de hoogte van de subsidie wordt bepaald:

    • a.

      Naam van de locatie

    • b.

      LRK ID van de locatie

    • c.

      Of de locatie geregistreerd is als voorschoolse educatie in het LRK

    • d.

      BSN van de peuter

    • e.

      Of er een VVE-Indicatie aanwezig is

    • f.

      Of de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag

    • g.

      Voornaam en achternaam van de peuter

    • h.

      Postcode, huisnummer (toevoeging) en woonplaats

    • i.

      Geboortedatum van de peuter

    • j.

      Of het een eerste kind betreft (alleen voor subsidie peuteropvang)

    • k.

      Startdatum en einddatum voorschoolse educatie en/ of peuteropvang

    • l.

      Aantal contracturen regulier

    • m.

      Aantal contracturen voorschoolse educatie

    • n.

      Inkomen ouders (alleen voor subsidie peuteropvang)

  • 8.

    De houder neemt de datum waarop ouders recht krijgen op kinderopvangtoeslag als einddatum voor subsidie peuteropvang op in het eerstvolgende kwartaaloverzicht, zoals bedoeld in artikel 14.

  • 9.

    Voor de subsidie peuteropvang dient in het contract tussen de houder en de ouder(s) een verklaring van de ouders opgenomen te zijn dat:

    • a.

      zij geen recht hebben op kinderopvangtoeslag;

    • b.

      zij geen recht hebben op vergoeding van de kosten op basis van de verordening Wet Kinderopvang (sociaal medische indicatie);

    • c.

      zij direct bij de houder melden als zij wel recht krijgen op kinderopvangtoeslag of vergoeding op basis van de verordening Wet Kinderopvang;

    • d.

      hun kind peuteropvang volgt bij één kindercentrum;

    • e.

      zij akkoord gaan met inzage in en verstrekking van documenten en gegevens genoemd in dit artikel aan de gemeente t.b.v. de subsidieverstrekking;

  • 10.

    Het college kan bij de subsidieverlening aanvullende verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

Artikel 7. Indiening aanvraag

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie peuteropvang en/of voorschoolse educatie wordt ingediend uiterlijk 30 september in het jaar voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2.

    Een aanvraag om subsidie wordt, in afwijking van lid 1, ingediend tussen 26 en 13 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 8. Beslistermijn

  • 1.

    Het college beslist, in afwijking van artikel 8, tweede lid, van de Asv, binnen 13 weken na 30 september op de volledige aanvraag.

  • 2.

    Het college beslist, in afwijking van artikel 8, tweede lid, van de Asv, binnen 13 weken na de datum van ontvangst van de in artikel 7, tweede lid bedoelde aanvraag.

  • 3.

    Het college kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengen.

  • 4.

    Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (subsidie van rechtswege) is niet van toepassing.

Artikel 9. Vereisten aanvraag

  • 1.

    De subsidie wordt aangevraagd door de houder van de kinderopvang, waarbij voor de subsidie voorschoolse educatie geldt dat het een VVE-gecertificeerde kinderopvang moet zijn.

  • 2.

    Voor een nieuw gevestigde kinderopvang wordt de subsidieaanvraag uiterlijk drie maanden voor de start van de activiteiten ingediend.

  • 3.

    De aanvraag bevat in ieder geval:

    • a.

      Een volledig ingevuld aanvraagformulier, te vinden op www.harderwijk.nl, met daarin:

      • i.

        een overzicht van de locatie(s) waarvoor subsidie wordt aangevraagd met het bijbehorende registratienummer in het LRK;

      • ii.

        een prognose van het aantal peuters dat gebruik zal maken van peuteropvang en/of voorschoolse educatie, uitgesplitst in wel of geen VVE-indicatie, wel of geen recht op kinderopvangtoeslag, te factureren ouderbijdragen en het aantal uren dat naar verwachting gerealiseerd wordt;

    • b.

      gegevens waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de voorwaarden en verplichtingen in artikel 6 lid 1 van deze regeling.

    • c.

      daarnaast kan door het college nog aanvullende informatie worden gevraagd.

  • 4.

    Bij een aanvraag voor subsidie VVE moet onverlet het bepaalde in het derde lid ook een werkplan VVE worden ingediend. In dit werkplan is de inhoudelijke en organisatorische uitvoering van het VVE-programma beschreven. Het betreft minimaal de omschrijving van:

    • a.

      het extra educatieaanbod aan VVE-peuters waarmee ze voorbereid worden op de basisschool;

    • b.

      op welke wijze er aandacht is voor het pedagogisch-educatief handelen van de pedagogisch medewerkers en welke (bij)scholing ze in het subsidiejaar gaan volgen;

    • c.

      op welke wijze (extra) ondersteuning, zowel intern als extern, geborgd is;

    • d.

      de wijze van jaarlijkse evaluatie van de interne kwaliteit van het educatieaanbod.

    • e.

      hoe de houder inspeelt op nieuwe ontwikkelingen in wet- en regelgeving;

    • f.

      hoe de houder aan de slag gaat met verbeterpunten in beoordelingen vanuit de Onderwijsinspectie;

Artikel 10. Weigerings- en intrekkingsgronden

  • 1.

    In aanvulling op de artikelen 4:25 en 4:35 Awb en artikel 9 van de Asv kan een aanvraag geweigerd worden:

    • a.

      als niet aan de eisen in deze regeling en/ of alle wettelijke eisen voor peuteropvang en/ of voorschoolse educatie wordt voldaan;

    • b.

      als een houder een dermate hoog uurtarief rekent of andere toelatingseisen invoert, die de algemene toegankelijkheid van de peuteropvang of voorschoolse educatie in gevaar brengt of dreigt te brengen;

  • 2.

    Een subsidieaanvraag voor voorschoolse educatie wordt geweigerd als de houder:

    • a.

      niet VVE-gecertificeerd is;

    • b.

      voorschoolse educatie aanbiedt die niet voldoet aan de kwaliteitseisen zoals benoemd in de Wet kinderopvang, het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en de extra kwaliteitseisen specifiek voor de gemeente Harderwijk;

    • c.

      voorschoolse educatie niet aanbiedt in horizontale groepen met uitsluitend 2- en 3-jarigen;

    • d.

      bij plaatsing van een peuter op een beschikbaar gekomen VVE-peuterplek kinderen met een VVE-indicatie geen voorrang geeft;

    • e.

      geen uitvoering geeft aan het convenant Voor- en Vroegschoolse Educatie en aan het protocol Uitvoering VVE-beleid Harderwijk.

  • 3.

    In aanvulling op de intrekkingsgronden van artikel 4:48 en 4:50 van de Awb en artikel 9 van de Asv kan de toegekende subsidie worden ingetrokken indien bestuursrechtelijke handhaving van kracht wordt voor het kindercentrum dat subsidie is toegekend.

Artikel 11. Berekening hoogte subsidietoekenning voorschoolse educatie

Het college subsidieert voor alle peuters met een VVE-indicatie het subsidiabel uurtarief, waarbij geldt:

  • 1.

    tot het 8e uur per week betalen ouders (KOT en Niet KOT) tot maximaal het maximumuurtarief dagopvang een inkomensafhankelijke ouderbijdrage. Het college bekostigt tot het 8e uur per week het verschil tussen het maximumuurtarief dagopvang en het door de gemeente Harderwijk gehanteerde subsidiabel uurtarief.

  • 2.

    vanaf het 8e tot en met (maximaal) het 16e uur bekostigt het college het volledige bedrag tot het door de gemeente Harderwijk gehanteerde subsidiabel uurtarief.

Artikel 12. Berekening hoogte subsidietoekenning peuteropvang

  • 1.

    De hoogte van de subsidie peuteropvang wordt bepaald door de vermenigvuldiging van de volgende drie variabelen:

    • a.

      het percentage van het maximumuurtarief uit de Kinderopvangtoeslagtabel;

    • b.

      het aantal uren peuteropvang per kind in het berekeningsjaar;

    • c.

      de door de houder gehanteerde uurprijs voor peuteropvang, met inachtneming van bedrag, bedoeld in het tweede lid.

  • 2.

    De maximale uurprijs die bij de hoogte van de subsidie, bedoeld in het eerste lid, in aanmerking wordt genomen is gelijk aan het maximumuurtarief dagopvang.

  • 3.

    Een veranderend inkomen kan invloed hebben op de hoogte van het subsidiebedrag voor peuteropvang. Ouders dienen dit aan te tonen met recente loongegevens. De houder voert de wijziging door in de Peutermonitor.

Artikel 13. Bevoorschotting en betaling in gedeelten

  • 1.

    Bevoorschotting gebeurt in beginsel in de tweede maand van ieder kwartaal op basis van de door de houder geüploade kwartaalgegevens in de Peutermonitor van het voorgaande kwartaal. Indien een subsidiebeschikking wordt verlengd, loopt deze wijze van bevoorschotting onverminderd door.

  • 2.

    Vier keer per jaar, na afronding van een kwartaal, wordt door de houder de data geüpload in de Peutermonitor. De gegevens worden uiterlijk op 1 mei, 1 augustus, 1 november en 1 februari geüpload.

Artikel 14. Verantwoording en subsidievaststelling

  • 1.

    Vaststelling van de toegekende subsidie vindt plaats door het college nadat aanvrager een aanvraag om vaststelling heeft ingediend, waarbij de aanvrager conform het bepaalde in de Asv verantwoording aflegt over de door hem verrichte activiteiten. De subsidieontvanger is in aanvulling op de verantwoordingseisen uit de Asv, verplicht de gegevens voor de vaststelling van de subsidie, wettelijke controle op doelmatigheid en rechtmatigheid (SiSa), aan te leveren via de Peutermonitor.

  • 2.

    In aanvulling op de verantwoordingseisen zoals opgenomen in de Asv dient de aanvrager met een aanvraag tot subsidievaststelling de volgende gegevens te overleggen:

    • a.

      per locatie en per maand het aantal kinderen inclusief contractueel afgenomen uren zonder een VVE-indicatie (alleen voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag);

    • b.

      per locatie en per maand het aantal kinderen inclusief contractueel afgenomen uren met een VVE-indicatie, uitgesplitst naar ouders met en zonder recht op kinderopvangtoeslag;

    • c.

      in geval van subsidie voor voorschoolse educatie, een evaluatie van het werkplan VVE zoals ingediend bij de aanvraag.

  • 3.

    Het college kan bij de houder nadere gegevens opvragen om de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie conform de opgelegde voorwaarden te controleren. Daartoe is de houder verplicht het college desgewenst inzage te geven in diens administratie betreffende onder meer:

    • a.

      inkomensverklaringen of andere bewijzen van de hoogte van het gezinsinkomen;

    • b.

      verklaringen geen recht op kinderopvangtoeslag van ouders;

    • c.

      plaatsingsovereenkomst peuter waaruit aantal uren, soort peuterplek, ouderbijdrage en start- en (verwachte) einddatum blijken;

    • d.

      VVE-indicaties, afgegeven door het CJG, voor plaatsingen van peuters met een VVE-indicatie.

  • 4.

    De vaststelling van de subsidie vindt plaats door toepassing van hetgeen gesteld in artikel 11 en artikel 12 en met inachtneming van het bepaalde in het vijfde en zesde lid van dit artikel.

  • 5.

    Als de houder minder uren peuteropvang of voorschoolse educatie heeft gerealiseerd dan het aantal waarop de hoogte van de subsidieverlening was gebaseerd, heeft dit een lagere subsidievaststelling en terugvordering tot gevolg.

  • 6.

    Als de houder meer uren peuteropvang of voorschoolse educatie heeft gerealiseerd dan het aantal waarop de hoogte van de subsidieverlening was gebaseerd, kan de houder verzoeken om de toegekende subsidie in te trekken en te vervangen door een subsidietoekenning met een hoger bedrag, in overeenstemming met het daadwerkelijk bestede aantal uren.

  • 7.

    Indien blijkt dat (op onderdelen) wordt afgeweken van de subsidieverlening en/of als niet voldaan wordt aan de voorwaarden en verplichtingen en/of de verantwoordingseisen, kan het college de in eerste instantie verleende subsidie verlagen of op ‘nihil’ vaststellen.

  • 8.

    Het college stelt een subsidie vast binnen 13 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling.

  • 9.

    De in het zevende lid genoemde termijn kan éénmalig met ten hoogste 10 weken worden verdaagd.

  • 10.

    Paragraaf 4.1.3.3 Awb (subsidievaststelling van rechtswege) is niet van toepassing.

Artikel 15. Hardheidsclausule

Het college kan deze regeling buiten toepassing laten of van deze subsidieregeling afwijken, indien onverkorte toepassing zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 16. Inwerkingtreding en overgangsbepalingen

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking ervan.

  • 2.

    Deze regeling is van toepassing op de verlening en vaststelling van subsidies ten behoeve van peuteropvang en voorschoolse educatie dat aangeboden wordt vanaf 1 januari 2021.

  • 3.

    De subsidieregeling Peuterspeelwerk Harderwijk, vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk op 21 november 2017, wordt ingetrokken met ingang van de dag waarop deze subsidieregeling in werking treedt.

  • 4.

    Op aanvragen die zijn ingediend op grond van de in het derde lid van dit artikel genoemde regeling en waarop nog niet is beslist op de datum van inwerkingtreding van deze regeling, wordt beslist met toepassing van deze in het derde lid van dit artikel bedoelde regeling.

  • 5.

    De vaststelling van subsidies verstrekt op grond van de in het derde lid van dit artikel genoemde regeling geschiedt met toepassing van de in het derde lid van dit artikel genoemde regeling.

  • 6.

    Op bezwaarschriften die zijn ingediend tegen een besluit dat is genomen op grond van de in het derde lid van dit artikel genoemde regeling en waarop nog niet is beslist op de datum van inwerkingtreding van deze regeling, wordt beslist met toepassing van de in het derde lid van dit artikel bedoelde regeling.

Artikel 17. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Harderwijk 2020.

Aldus vastgesteld op 08-12-2020 door burgemeester en wethouders van gemeente Harderwijk,

secretaris,

burgemeester,