Gemeenteblad van Rucphen

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
RucphenGemeenteblad 2020, 331532Verordeningen



VERORDENING AFVALSTOFFENHEFFING 2021

 

De raad van de gemeente Rucphen;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 november 2020;

gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

gezien het advies van de commissie Algemeen Bestuur en Middelen (ABM) van 3 december 2020;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING 2021

Artikel 1. Definitie

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder

  • -

    gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;

  • -

    milieustraat: ‘Milieustraat Vosdonk’ aan de Verschuurweg 5, 4878 AB te Etten-Leur.

Artikel 2. Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2.

    De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3. Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4. Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    De belasting wordt geheven naar de grondslagen genoemd in lid 2 van dit artikel en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    De grondslagen van de belasting zijn:

  • a.

    een vast bedrag per perceel;

  • b.

    het aantal ledigingen en inworpen van de periodiek ingezamelde afvalstoffen per perceel;

  • c.

    het op afroep inzamelen of achterlaten van afvalstoffen op de milieustraat of verlenen van incidentele dienstverlening als bedoeld in hoofdstuk 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • d.

    overige dienstverlening als bedoeld in hoofdstuk 4 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 5. Belastingjaar

Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6. Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 4, lid 2, letter a, b en c, en de hoofdstukken 1, 2 en 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 4, lid 2, letter d, en hoofdstuk 4 van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 2, letter a, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.

  • 5.

    De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 2, letter b en c, is verschuldigd na afloop van het belastingjaar of eerder indien de belastingplicht binnen de gemeente wordt beëindigd in de loop van het belastingjaar.

  • 6.

    De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 2, letter d, is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

  • 7.

    Voor de bij wege van aanslag geheven belasting geldt dat belastingbedragen van minder dan € 5,00 niet worden geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 8. Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 10.000,00 dat dit bedrag en een bestuurlijke boete op dit aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 3.

    Betaling via automatische incasso is voor alle aanslagen mogelijk. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 100,00 of meer, doch niet meer dan € 10.000,00 bedraagt, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnbedragen, waarvan de eerste vervalt op de 28e dag van elke maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnbedragen telkens een maand later.

  • 4.

    De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen 56 dagen na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan geldt de betaaltermijn als bedoeld in het eerste lid.

  • 5.

    In afwijking van de voorgaande leden moet de kennisgeving als bedoeld in artikel 6, tweede lid, worden betaald,

  • -

    ingeval de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 20 dagen na dagtekening van de kennisgeving;

  • -

    ingeval de kennisgeving mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving.

  • 6.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 9. Kwijtschelding

Voor de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel en de belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel voor respectievelijk

  • a.

    5 ledigingen GFT container,

  • b.

    9 ledigingen Restafval container

  • c.

    26 inworpen ondergrondse verzamelcontainer

kan kwijtschelding worden verleend.

Voor de belasting in hoofdstuk 3 en 4 van de tarieventabel wordt géén kwijtschelding verleend.

Artikel 10. Overgangsrecht

De "Verordening afvalstoffenheffing Rucphen 2019" vastgesteld op 11 december 2019, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 11 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

Artikel. 12 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening afvalstoffenheffing Rucphen 2021.

  • Aldus vastgesteld door

    de raad van de gemeente Rucphen

    in zijn openbare vergadering van 16 december 2020,

    de griffier,

    de voorzitter,

    Th.P.P. Broek

    mr. M. van der Meer Mohr

Tarieventabel behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing Rucphen 2021

  • Hoofdstuk 1 Tarieven vast bedrag afvalstoffenheffing

    1.1

    De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 2 onder a, bedraagt per perceel, per belastingjaar

    € 148,50

    Hoofdstuk 2 Tarieven hoeveelheid periodiek ingezamelde afvalstoffenheffing

    2.1

    De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 2 onder b, bedraagt, per perceel:

    2.1.1

    2.1.2

    per lediging van een GFT-container

    per lediging van een Restafval-container

    € 4,00

    € 11,30

    2.1.3

    per inworp in een ondergrondse verzamelcontainer

    € 2,30

    Hoofdstuk 3 Tarieven op afroep inzamelen, aanbieden op milieustraat en incidentele dienstverlening afvalstoffenheffing

    3.1

    De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 2, onder c bedraagt voor het op aanvraag aan huis inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen:

    3.1.1

    bij gebruik van een zogenaamde big bag, per stuk

    € 95,00

    3.1.2

    bij los aanbieden van grof huishoudelijk afval, per m3 of gedeelte daarvan

    € 100,00

    3.1.3

    voor bruikbaar huisraad

    nihil

    3.1.4

    voor elektronische en elektrische apparatuur, per object

    nihil

    3.2

    De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 2, onder c bedraagt voor het achterlaten van grove huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats:

    3.2.1

    voor grof huishoudelijk restafval, per ½ m3 of gedeelte daarvan

    € 12,50

    3.2.2

    voor B-hout (geschilderd), per ½ m3 of gedeelte daarvan

    € 12,50

    3.2.3

    voor C-hout (geïmpregneerd), per ½ m3 of gedeelte daarvan

    € 12,50

    3.2.4

    voor dakleer, per ½ m3 of gedeelte daarvan

    € 12,50

    3.2.5

    voor gips, per ½ m3 of gedeelte daarvan

    € 12,50

    3.2.6

    voor tapijt, per ½ m3 of gedeelte daarvan

    € 12,50

    3.2.7

    voor schoon puin, per ½ m3 of gedeelte daarvan

    € 12,50

    3.3

    Onverminderd het bepaalde in 3.2 wordt de eerste m3 op jaarbasis niet in rekening gebracht.

    Hoofdstuk 4 Overige dienstverlening afvalstoffenheffing

    Het tarief bedraagt:

    4.1

    voor het op aanvraag vervangen van een afvalcontainer, indien deze onbruikbaar is geraakt als gevolg van enig onzorgvuldig handelen van de gebruiker van een perceel

    • € 50,00

       

    4.2

    voor het op aanvraag verstrekken van een nieuwe toegangspas voor een ondergrondse verzamelcontainer/milieustraat

    • € 20,00

       

Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Rucphen van 16 december 2020 tot vaststelling van de Verordening afvalstoffenheffing Rucphen 2021. De griffier van Rucphen,