Gemeenteblad van Hoorn

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
HoornGemeenteblad 2020, 330124Verordeningen



Jaarlijkse actualisatie Algemene plaatselijke verordening Hoorn

 

Zaaknummer: 1823408

 

  • gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders d.d.

 

betreft: Jaarlijkse actualisatie Algemene plaatselijke verordening Hoorn

 

De Raad van de gemeente Hoorn besluit:

 

De Algemene plaatselijke verordening Hoorn op de volgende punten te wijzigingen:

 

 

Artikel 1:1 komt te luiden:

Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;

  • b.

    weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;

  • c.

    openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;

  • d.

    bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;

  • e.

    rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;

  • f.

    bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening Hoorn;

  • g.

    gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet daaronder wordt verstaan;

  • h.

    handelsreclame: iedere openbare aanprijzing of aankondiging van een bedrijfsnaam, een bedrijfskenmerk, goederen of diensten waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.

  • i.

    bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994;

  • j.

    motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

  • k.

    voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens, en rolstoelen;

  • l.

    parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

 

Artikel 2:24 komt te luiden:

Artikel 2:24 Begripsomschrijving

  • 1.

    In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:

  • a.

    bioscoop- en theatervoorstellingen;

  • b.

    markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g. van de Gemeentewet;

  • c.

    kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

  • d.

    het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen;

  • e.

    betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

  • f.

    activiteiten als bedoeld in 2:39 van deze verordening;

  • g.

    sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f.

  • 2.

    Onder evenement wordt mede verstaan:

  • a.

    een herdenkingsplechtigheid;

  • b.

    een braderie;

  • c.

    een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening;

  • d.

    een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg of in de openbare buitenruimte;

  • e.

    een snuffelmarkt;

  • f.

    straatfeesten en buurtbarbecues op één dag;

  • g.

    vechtsportwedstrijden en –gala’s.

  • 3.

    In deze afdeling wordt onder klein evenement (categorie I) verstaan een eendaags evenement waarbij wordt voldaan aan alle onderstaande voorwaarden:

  • a.

    het evenement heeft niet meer dan 300 bezoekers;

  • b.

    er wordt geen tijdelijk bouwwerk geplaatst waarin meer dan 150 personen tegelijk aanwezig zijn;

  • c.

    het (binnen)evenement past binnen de geldende gebruiksvergunning

  • d.

    het evenement vindt van maandag tot en met donderdag tussen 08:00 uur tot 23:00 uur, vrijdag en zaterdag tussen 08:00 uur tot 0:00 uur en zondag tussen 13:00 uur tot 23:00 uur plaats;

  • e.

    het evenement produceert een laag geluidsniveau tot maximaal 70 dB(A)(achtergrondmuziek);

  • f.

    het evenement vindt niet plaats op de rijbaan, (brom)fietsgelegenheid en belemmert het verkeer en de hulpdiensten ook niet op een andere manier;

  • g.

    het evenement heeft een incidenteel karakter;

  • h.

    er wordt (bedrijfsmatig) geen alcohol verkocht;

  • i.

    er wordt in de openlucht geen vuur gestookt, anders dan kaarsen, fakkels en dergelijke en/of vuur dat gebruikt wordt voor koken, bakken en braden (barbecue);

  • j.

    er vindt geen ander evenement plaats op dezelfde datum en locatie.

 

Artikel 2:25 komt te luiden:

Artikel 2:25 Evenement

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  • 2.

    Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste tien werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.

  • 3.

    Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van evenementen met het oog op de openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en ter bescherming van de woon- en leefomgeving.

  • 4.

    De burgemeester kan binnen tien werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  • 5.

    Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van evenementen waar het verbod als bedoeld in het eerste en tweede lid niet van toepassing is.

  • 6.

    In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning voor vechtsportwedstrijden of -gala’s indien de organisator of vergunningaanvrager in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

  • 7.

    Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen aangeleverd.

 

Artikel 2:28 komt te luiden:

Artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf

  • 1.

    Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  • 2.

    In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:8:

  • a.

    weigert de burgemeester de vergunning indien de vestiging of exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit;

  • b.

    kan de burgemeester de vergunning weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

  • c.

    kan de burgemeester de vergunning weigeren als de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

  • 3.

    Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de horeca een ondergeschikte nevenactiviteit is van de winkelactiviteit. Van een nevenactiviteit is sprake indien onder andere minder dan 10% van de verkoopvloeroppervlakte wordt gebruikt voor de horeca-activiteiten.

  • 4.

    Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in:

  • a.

    zorginstellingen;

  • b.

    scholen;

  • c.

    bedrijfskantines of bedrijfsrestaurants;

  • d.

    zorginstellingen;

  • e.

    paracommerciële sportverenigingen;

  • f.

    musea.

  • 5.

    Het college kan in het belang van de openbare orde en veiligheid, de volksgezondheid, bescherming van het milieu en het woon- en leefklimaat nadere regels stellen omtrent de exploitatie van horecabedrijven.

  • 6.

    Het college kan in het belang van de openbare orde en veiligheid, de volksgezondheid, bescherming van het woon- en leefklimaat nadere regels stellen omtrent een horecabedrijf in een winkel als ondergeschikte nevenactiviteit van de winkelactiviteit.

 

Artikel 2:29 komt te luiden:

Artikel 2:29 Sluitingstijd

  • 1.

    Horecabedrijven, met uitzondering van daghorecabedrijven en bedrijven zoals genoemd in artikel 2:34a onder e., zijn gesloten op maandag tot en met zondag tussen 01:00 uur en 06:00 uur.

  • 2.

    Daghorecabedrijven zijn gesloten op maandag tot en met zondag tussen 22:00 en 06:00 uur, waarbij het bedrijf minimaal vier dagen per week om uiterlijk 11:00 uur geopend is.

  • 3.

    Bedrijven zoals genoemd in artikel 2:34a onder e. zijn gesloten tussen 00:00 en 06:00 uur.

  • 4.

    De burgemeester kan in de vergunning als bedoeld in artikel 2:28 door middel van een vergunningvoorschrift andere toegangstijden en sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk horecabedrijf en/of een daartoe behorend terras.

  • 5.

    De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.

  • 6.

    In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:8 kan een ontheffing als bedoeld in het vijfde lid worden geweigerd, geschorst of ingetrokken indien:

  • a.

    er strijd is met een geldend bestemmingsplan;

  • b.

    naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

  • 7.

    Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de sluitingstijden van horecabedrijven in het kader van festiviteiten.

  • 8.

    Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer of Winkeltijdenwet is voorzien.

 

Artikel 2:57 komt te luiden:

Artikel 2:57 Loslopende honden

  • 1.

    Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:

  • a.

    binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat die hond aangelijnd is;

  • b.

    op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;

  • c.

    op het strand en in het recreatiepark Schellinkhouterdijk en aan de Westerdijk in de periode 1 april tot 1 november;

  • d.

    op een openbare plaats zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.

  • 2.

    Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid onder a. niet geldt.

  • 3.

    De verboden genoemd in het eerste lid onder a., b. en c. gelden niet voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.

 

Artikel 2:73a wordt toegevoegd en komt te luiden:

Artikel 2:73a Carbid schieten

  • 1.

    Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen in een al dan niet afgesloten vat, bus, fles of dergelijk voorwerp op explosieve wijze te verbranden.

  • 2.

    De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.

  • 3.

    Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en het Wetboek van Strafrecht.

 

Artikel 2:81 komt te luiden:

Artikel 2:81 Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties

  • 1.

    Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek opstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn of daarmee sterke gelijkenis hebben van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde.

  • 2.

    Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.

 

Artikel 3:5 komt te luiden:

Artikel 3:5 Weigeringsgronden, schorsing en intrekking vergunning

  • 1.

    In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:8 wordt een vergunning, zoals bedoeld in artikel 3:3, geweigerd als:

  • a.

    de exploitant of de beheerder onder curatele staat;

  • b.

    de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of edendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is;

  • c.

    de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt;

  • d.

    redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

  • e.

    redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften;

  • f.

    er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000;

  • g.

    de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden;

  • h.

    de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,- meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:

  • I.

    bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en dit hoofdstuk;

  • II.

    de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis, tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht;

  • III.

    artikel 69 van de Algemene wet rijksbelastingen;

  • IV.

    de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;

  • V.

    de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of

  • VI.

    de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.

  • VII.

    de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de Kansspelen

  • i.

    de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf of escortbedrijf strijd op zal leveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een beheersverordening, een exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit.

  • 2.

    Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g., wordt gelijk gesteld:

  • a.

    een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf;

  • b.

    vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a., van de Algemene wet inzake rijksbelastingen , tenzij de geldsom minder dan € 375,- bedraagt.

  • 3.

    De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g. en h., wordt bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.

  • 4.

    Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g. en h., telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee.

  • 5.

    Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd:

  • a.

    voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 1:8 of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking;

  • b.

    als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3:4 gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen;

  • c.

    als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend;

  • d.

    als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de veiligheid en de gezondheid van prostituees of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd;

  • e.

    het maximum van het aantal te verlenen vergunningen voor seksinrichtingen zoals genoemd in artikel 3.3 lid 4 bereikt is.

  • f.

    het voorkomen of beperken van overlast;

  • g.

    het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;

  • h.

    de veiligheid van personen of goederen;

  • i.

    de verkeersvrijheid of- veiligheid;

  • j.

    de gezondheid of zedelijkheid;

  • k.

    de arbeidsomstandigheden van de prostituee.

 

Artikel 3:5a komt te luiden:

Artikel 3:5a Intrekken, schorsen vergunning

  • 1.

    De vergunning als bedoeld in artikel 3:3 wordt ingetrokken als:

  • a.

    de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;

  • b.

    de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven;

  • c.

    zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3.5 lid 1 onder a tot en met i;

  • d.

    de houder dit verzoekt;

  • e.

    de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan en een beheersverordening;

  • f.

    wanneer de exploitant van de seksbedrijf of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.

  • g.

    indien het bedrijfsplan niet voldoet aan het bepaalde in de nader regels op grond van deze verordening.

  • 2.

    De vergunning als bedoeld in artikel 3:3 kan worden geschorst of ingetrokken als:

  • a.

    is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;

  • b.

    in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning;

  • c.

    een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden;

  • d.

    is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen;

  • e.

    is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan opgenomen maatregelen;

  • f.

    zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde en veiligheid;

  • g.

    de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;

  • h.

    er bij het seksbedrijf of escortbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel;

  • i.

    gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.

 

Artikel 3:5b komt te luiden:

Artikel 3:5b Wijziging beheer en beëindiging exploitatie

  • 1.

    Indien een beheerder het beheer in het seksbedrijf of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.

  • 2.

    Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het bevoegde bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 3:5 eerste lid, a tot en met i.

  • 3.

    In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.

  • 4.

    De vergunning vervalt indien de beslissing op een aanvraag om een nieuwe vergunning onherroepelijk is geworden.

 

Artikel 5:14 komt te luiden:

Artikel 5:14 Begripsbepaling

  • 1.

    In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis.

  • 2.

    Onder venten wordt niet verstaan:

  • a.

    het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;

  • b.

    het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g. van de Gemeentewet;

  • c.

    het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17;

  • d.

    het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

 

Artikel 5:17 komt te luiden:

Artikel 5:17 Begripsbepaling

  • 1.

    In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de open lucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

  • 2.

    Onder standplaats wordt niet verstaan:

  • a.

    een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g. van de Gemeentewet;

  • b.

    een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

 

Hoorn, 8 december 2020

 

de griffier,                                    de voorzitter,

 

Bekendmaking:

  • door opname in het Gemeenteblad