Gemeenteblad van Den Helder

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Den HelderGemeenteblad 2020, 321773Verordeningen



Besluit van de raad van de gemeente Den Helder, houdende regels over de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten [Verordening lijkbezorgingsrechten 2021]

De raad van de gemeente Den Helder;

 

gelezen het raadsvoorstel van het college van burgemeester en wethouders van Den Helder van 29

september 2020,

 

kennis genomen hebbende van de voorbereidende commissievergadering Raadscommissie Bestuur

en Middelen op 26 oktober 2020.

 

besluit:

 

de Verordening lijkbezorgingsrechten 2021 vast te stellen.

 

VERORDENING op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2021

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    begraafplaats: de algemene begraafplaats Huisduinerweg;

  • b.

    graf: een zandgraf of een keldergraf;

  • c.

    grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;

  • d.

    asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

  • e.

    urn: een voorwerp ter berging van een of meerdere asbussen;

  • f.

    particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • het doen begraven en begraven houden van lijken;

    • het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen

    • het doen verstrooien van as;

  • g.

    algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;

  • h.

    particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

    • het doen verstrooien van as;

  • i.

    algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen;

  • j.

    particuliere urnen nis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • k.

    particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om overledenen te gedenken;

  • l.

    verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;

  • m.

    particuliere verstrooiingsplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om daarop as te doen verstrooien;

  • n.

    grafbedekking: gedenkteken of grafbeplanting op een graf, gedenkplaats of plaats van verstrooing;

  • o.

    gesaneerd graf: een graf dat niet wordt geruimd, en waarvan geen verlenging van het uitsluitend recht tot het begraven en bijzetten van asbussen kan worden verleend, doch wel het recht bestaat een naamsteen te behouden in de nabijheid.

 

Artikel 2 Belastbaar feit

Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats.

 

Artikel 3 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

 

Artikel 4 Vrijstellingen

De rechten worden niet geheven voor:

  • 1.

    het lichten van een lijk of asbus op rechterlijk gezag;

  • 2.

    het begraven van doodgeboren kinderen of van zuigelingen die met de overleden moeder in een kist worden begraven.

 

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

 

Artikel 6 Belastingjaar en belastingtijdvak

  • 1.

    Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

  • 2.

    Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 2 en 3 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht.

 

Artikel 7 Wijze van heffing

  • 1.

    De rechten, bedoeld in hoofdstuk 2 onderdeel 2.1 t/m 2.10.2 van de tarieventabel, kunnen worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld of worden geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    Andere rechten dan die bedoeld in lid 1, worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

 

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten.

  • 1.

    Vervallen

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 2 en 3 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de rechten bedoeld in hoofdstuk 2 en 3 van de tarieventabel zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,--.

  • 4.

    Belastingbedragen van minder dan € 10,- worden niet geheven.

 

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten

Andere rechten dan die bedoeld in hoofdstuk 2 en 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

 

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving of van het aanslagbiljet.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen of gedagtekende schriftelijke kennisgeving, of als het aanslagbiljet of de kennisgeving één aanslag bevat, en:

    • het bedrag daarvan meer is dan € 500,-;

    • zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven;

    • de aanslagen op verzoek kunnen worden betaald in vijf gelijke termijnen binnen vijf jaar.

  • De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op die welke in de dagtekening van de aanslag is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens één jaar later.

  • 3.

    De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande leden gestelde termijnen.

 

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De “Verordening lijkbezorgingsrechten 2020” van 6 november 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt.

  • 3.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 4.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

  • 5.

    Deze verordening wordt aangehaald als de “Verordening lijkbezorgingsrechten 2021”.

 

Aldus besloten in de raadsvergadering van 4 november 2020.

voorzitter

J.J. Nobel

griffier

mr. drs. M. Huisman

Tarieventabel bij de Verordening lijkbezorgingsrechten 2021

 

Hoofdstuk 1 Begraven

1.1

Het tarief bedraagt voor:

 

 

1.1.1

het begraven van het stoffelijk overschot in een algemeen graf per begraving

1.085,05

 

 

 

 

1.2

het begraven van een stoffelijk overschot in alle andere graven per begraving

 

 

1.2.1

het begraven van een persoon van 3 jaar en ouder

1.085,05

1.2.2

het begraven van een persoon jonger dan 3 jaar

514,45

1.2.3

Vervallen

 

 

1.2.4

het begraven met betonnen bekisting op islamitische wijze op afdeling I – Noordoost van een persoon vanaf 2 jaar en ouder

2.221,65

1.2.5

het begraven met betonnen bekisting op islamitische wijze op

afdeling I – Noordoost van een persoon jonger dan 2 jaar

1.028,90

1.3

Voor het begraven van een stoffelijk overschot op zaterdag en op werkdagen na 15.00 uur wordt per begraving een extra bedrag geheven van

175,40

 

 

 

 

1.4

Deze extra heffing is niet van toepassing als de begraving geschiedt op rechterlijk gezag of in opdracht van de burgemeester.

 

 

 

Hoofdstuk 2 Uitgifte en verlengingsrechten van graven

2.1

Het tarief bedraagt voor:

 

 

2.1.1

het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen begraven en begraven houden in een eigen graf voor een periode van 10 jaar:

 

 

2.1.2

voor graven in het oude gedeelte van de begraafplaats, per verlening begraafplaats, per verlening

1.349,25

2.1.3

voor graven in het plantsoengedeelte, per verlening

1.911,55

2.1.4

voor graven op afdeling I – Noordoost, per verlening

1.554,90

 

 

 

 

2.2

het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen begraven en begraven houden in een eigen graf voor een periode van 15 jaar:

 

 

2.2.1

voor graven in het oude gedeelte van de begraafplaats, per verlening

2.023,85

2.2.2

voor graven in het plantsoengedeelte, per verlening

2.867,35

2.2.3

voor graven op afdeling I – Noordoost, per verlening

2.332,50

 

 

 

 

2.3

het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen begraven en begraven houden in een eigen graf voor een periode van 20 jaar:

 

 

2.3.1

voor graven in het oude gedeelte van de begraafplaats, per verlening

2.665,50

2.3.2

voor graven in het plantsoengedeelte, per verlening

3.779,10

2.3.3

voor graven op afdeling I – Noordoost, per verlening

3.109,85

 

 

 

 

2.4

het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen begraven en begraven houden in een eigen graf voor een periode van 25 jaar:

 

 

2.4.1

voor graven in het oude gedeelte van de begraafplaats, per verlening

3.373,10

2.4.2

voor graven in het plantsoengedeelte, per verlening

4.778,95

2.4.3

voor graven op afdeling I – Noordoost, per verlening

3.887,45

 

 

 

 

2.5

het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen begraven en begraven houden in een eigen graf voor een periode van 30 jaar:

 

 

2.5.1

voor graven in het oude gedeelte van de begraafplaats, per verlening

4.047,75

2.5.2

voor graven in het plantsoengedeelte, per verlening

5.734,65

2.5.3

voor graven op afdeling I – Noordoost, per verlening

4.694,45

 

 

 

 

2.6

elke verlenging van het tijdvak als genoemd onder hoofdstuk 2.1.1 t/m 2.5.3 voor een periode van 5 jaar

 

 

2.6.1

voor graven op het oude gedeelte van de begraafplaats, per verlenging

672,85

2.6.2

voor graven in het plantsoengedeelte per verlenging

955,70

2.6.3

voor graven op afdeling I - Noordoost, per verlenging

777,50

 

 

 

 

2.7

elke verlenging van het tijdvak als genoemd onder hoofdstuk 2.1.1 t/m 2.5.3 voor een periode van 10 jaar

 

 

2.7.1

voor graven op het oude gedeelte van de begraafplaats, per verlenging

1.345,75

2.7.2

voor graven in het plantsoengedeelte per verlenging

1.911,50

2.7.3

voor graven op afdeling I - Noordoost, per verlenging

1.555,00

 

 

 

 

2.8

elke verlenging van het tijdvak als genoemd onder hoofdstuk 2.1.1 t/m 2.5.3 voor een periode van 15 jaar

 

 

2.8.1

voor graven op het oude gedeelte van de begraafplaats, per verlenging

2.018,60

2.8.2

voor graven in het plantsoengedeelte per verlenging

2.867,25

2.8.3

voor graven op afdeling I - Noordoost, per verlenging

2.332,55

 

 

 

 

2.9

elke verlenging van het tijdvak als genoemd onder hoofdstuk 2.1.1 t/m 2.5.3 voor een periode van 20 jaar

 

 

2.9.1

voor graven op het oude gedeelte van de begraafplaats, per verlenging

2.691,45

2.9.2

voor graven in het plantsoengedeelte per verlenging

3.823,00

2.9.3

voor graven op afdeling I - Noordoost, per verlenging

3.109,95

 

 

 

 

2.10

het door de gemeente verlenen van het recht tot het plaatsen van een:

 

 

2.10.1

een gedenkteken, per verlening

277,15

2.10.2

een naamsteen, per verlening

56,55

2.10.3

een grafkelder, per verlening

1.630,90

 

 

 

 

2.11

het verplicht verlengen van het uitsluitend recht tot het doen begraven en begraven ingevolge artikel 8 lid 3 en 4 van de Beheerverordening Algemene Begraafplaats Den Helder 2014 voor elk ontbrekend jaar:

 

 

2.11.1

op het oude gedeelte, per jaar

134,65

2.11.2

op het plantsoengedeelte

190,55

 

Hoofdstuk 3 Bijzetten van asbussen en urnen

3.1

Het tarief bedraagt voor:

 

 

3.2

het plaatsen van een asbus of een urn

121,45

3.3

het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen in de urnenmuur of urnengraf voor een periode van 10 jaar

1.344,55

3.4

elke verlenging van het tijdvak als genoemd in hoofdstuk 3.3 voor een periode van 5 jaar per verlenging

672,25

3.5

voor het bijzetten van een asbus zaterdag en op werkdagen na 15.00 uur wordt per bijzetting een extra bedrag geheven van:

175,40

3.6

Dit extra bedrag wordt niet geheven als de bijzetting geschiedt op rechterlijk gezag of in opdracht van de burgemeester.

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 4 Lichten en verstrooien

4.1.

Het tarief bedraagt voor:

 

 

4.2

het lichten van een lijk van een persoon van 3 jaar en ouder, per lichting

1.083,75

4.3

het lichten van een lijk van een persoon jonger dan 3 jaar, per lichting

541,85

4.4

het na lichting weer begraven van een lijk zijn de tarieven als genoemd in hoofdstuk 1 onder 1 en 2 van overeenkomstige toepassing

 

 

4.5

het lichten van een asbus, per lichting

109,80

4.6

het verstrooien van as, per verstrooiing

108,60

4.7

voor het lichten / verstrooien op- zaterdag en op werkdagen na 15.00 uur wordt per lichting /verstrooiing een extra bedrag geheven van

175,40

4.8

Dit extra bedrag wordt niet geheven als de bijzetting geschiedt op rechterlijk gezag of in opdracht van de burgemeester.

 

 

 

Hoofdstuk 5 Inschrijven en overboeken van graven en overige heffingen

5.1

Het tarief bedraagt voor:

 

 

5.2

het overschrijven van het uitsluitend recht op een graf, urnengraf of urnen nis, per inschrijving

26,20

 

Behoort bij raadsbesluit van 4 november 2020 no. RB20.

de griffier

 

mr. drs. M. Huisman