Gemeenteblad van Valkenburg aan de Geul

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Valkenburg aan de GeulGemeenteblad 2020, 319144Verordeningen



Verordening Reclamebelasting Valkenburg aan de Geul 2021.

De raad van de gemeente Valkenburg aan de Geul;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 27 oktober 2020;

 

gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;

 

besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening Reclamebelasting Valkenburg aan de Geul 2021.

Artikel 2 Belastbaar feit

 

 

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    reclameobject: een openbare aankondiging in letters, symbolen of kleuren, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg;

  • b.

    bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte steun vindt in of op de grond;

  • c.

    vestiging: een gebouw, of deel daarvan, dat door één organisatie of bedrijf wordt gebruikt;

  • d.

    tussenpersoon: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het verlenen van bemiddeling bij het tot stand brengen en sluiten van overeenkomsten in opdracht en op naam van personen tot wie hij niet in vaste betrekking staat;

  • e.

    exploitant: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van reclameobjecten op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten;

  • f.

    jaar: een kalenderjaar;

  • g.

    voorziening: specifiek hulpmiddel bestemd voor het aanbrengen van één of meer (al dan niet wisselende) openbare aankondigingen.

 

Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen het gebied zoals nader aangewezen in de bij deze verordening behorende kaarten, een directe belasting geheven voor een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg.

 

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie de openbare aankondiging wordt aangetroffen.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting ter zake van openbare aankondigingen, die met vermelding van de naam van een tussenpersoon zijn aangebracht in verband met de huur of de verkoop van roerende of onroerende zaken, geheven van die tussenpersoon.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt de reclamebelasting ter zake van reclameobjecten die door tussenkomst van een exploitant zijn aangebracht, geheven van die exploitant.

  • 4.

    In afwijking in zoverre van het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid wordt de reclamebelasting voor een openbare aankondiging, die is aangebracht door tussenkomst van een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn beroep of bedrijf maakt van ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van openbare aankondigingen op daartoe beschikbaar gestelde oppervlakken, geheven van die natuurlijk persoon of rechtspersoon.

 

Artikel 4 Vrijstellingen

De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen:

  • a.

    die korter dan 13 weken aanwezig zijn, tenzij deze openbare aankondigingen zijn geplaatst in een voorziening waarin, waaraan of waarop wisselende openbare aankondigingen worden geplaatst, die individueel korter dan 13 weken aanwezig zijn, maar waarbij de verschillende openbare aankondigingen gezamenlijk 13 weken of meer aanwezig zijn;

  • b.

    die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend, kunnen worden aangemerkt;

  • c.

    die door de gemeente of in opdracht van de gemeente is geplaatst of aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak;

  • d.

    aangebracht door of namens winkeliersverenigingen, waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat uit een vlag, banier of zuil met de naam van de winkeliersvereniging;

  • e.

    aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden;

  • f.

    die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel belang dienen;

  • g.

    die onderdeel uitmaken van voor de verkoop of verhuur bestemde artikelen en producten in een etalage of in de winkel;

  • h.

    bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of te verhuren zaak;

  • i.

    aangebracht op scholen, kerken en moskeeën, en die betrekking hebben op de functie van het gebouw;

  • j.

    aangebracht op verpleeg- en verzorgingshuizen en ziekenhuizen met verblijf en die betrekking hebben op de functie van het gebouw;

  • k.

    die zijn aangebracht door niet commerciële culturele instellingen, die zich in hoofdzaak bezig

  • l.

    houden met muziek, toneel, dans en kunst en door niet commerciële sportinstellingen;

  • m.

    die ter aanduiding aan musea zijn aangebracht;

  • een openbare aankondiging die uitsluitend dient ten behoeve van de regulering van het verkeer over openbare land- en waterwegen.

 

Artikel 5 Maatstaf van heffing

  • 1.

    De reclamebelasting wordt geheven per vestiging naar de oppervlakte van een reclameobject, met inachtneming van het overige in deze verordening bepaalde.

  • 2.

    Voor de toepassing van dit artikel worden de op basis van artikel 7 bepaalde oppervlakten van reclameobjecten, die bij één vestiging, bouwwerk of deel daarvan behoren, bij elkaar opgeteld. Indien meerdere bouwwerken of delen daarvan direct naast elkaar gelegen zijn en tezamen worden gebruikt door één belastingplichtige voor één vestiging, worden de oppervlakten van reclameobjecten die bij deze bouwwerken of delen daarvan behoren voor de toepassing van dit artikel bij elkaar opgeteld.

  • 3.

    Reclameobjecten behoren in elk geval tot één bouwwerk indien zij daarmee fysiek zijn verbonden of daarmee tezamen worden gebruikt.

 

Artikel 6 Gebiedsomschrijving

Deze verordening is van toepassing binnen de aangewezen gebieden “deel van de Plenkertstraat en Neerhem”, “winkelgebied” en “historisch centrum inclusief Theodoor Dorrenplein en Jan Deckersstraat 1” van de gemeente Valkenburg aan de Geul zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaarten.

 

Artikel 7 Belastingtarieven

1. Voor het hebben van een reclameobject in het gebied “deel van de Plenkertraat en Neerhem” bedragen de tarieven per vestiging:

Per jaar Per maand

 

 

Per jaar

Per maand

a.

indien de oppervlakte van de reclameobjecten 0,1 m2 of

 

 

 

minder bedraagt

nihil

nihil

b.

Indien de oppervlakte van de reclameobjecten meer dan

 

 

 

0,1 m2 bedraagt, maar minder dan 20,0 m2

€ 126,-

€ 10,50

c.

Indien de oppervlakte van de reclameobjecten 20,0 m2 of

 

 

 

meer bedraagt

€ 252,-

€ 21,-

 

 

2. Voor het hebben van een reclameobject in het gebied “winkelgebied” bedragen de tarieven per vestiging:

Per jaar Per maand

 

 

Per jaar

Per maand

a.

indien de oppervlakte van de reclameobjecten 0,1 m2 of

 

 

 

minder bedraagt

nihil

nihil

b.

Indien de oppervlakte van de reclameobjecten meer dan

 

 

 

0,1 m2 bedraagt, maar minder dan 20,0 m2

€ 525,-

€ 43,75

c.

Indien de oppervlakte van de reclameobjecten 20,0 m2 of

 

 

 

meer bedraagt

€ 1.050,-

€ 87,50

 

3. Voor het hebben van een reclameobject in het gebied “historisch centrum inclusief Theodoor Dorrenplein, Jan Deckersstraat 1” bedragen de tarieven per vestiging:

Per jaar Per maand

 

 

Per jaar

Per maand

a.

indien de oppervlakte van de reclameobjecten 0,1 m2 of

 

 

 

minder bedraagt

nihil

nihil

b.

Indien de oppervlakte van de reclameobjecten meer dan

 

 

 

0,1 m2 bedraagt, maar minder dan 20,0 m2

€ 651,-

€ 54,25

c.

Indien de oppervlakte van de reclameobjecten 20,0 m2 of

 

 

 

meer bedraagt

€ 1.302,-

€ 108,50

 

 

Artikel 8 Berekening van de reclamebelasting

  • 1.

    Voor de berekening van de reclamebelasting wordt met betrekking tot een in artikel 7 genoemde oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als volle eenheid aangemerkt.

  • 2.

    De oppervlakte van een reclameobject wordt vastgesteld als volgt:

    • a.

      op het product van de grootste lengte vermenigvuldigd met de grootste breedte van de openbare aankondiging;

    • b.

      indien de openbare aankondiging wordt gedaan op een zuil, bord, vlag, (span)doek, poster of soortelijk aankondigingsvoorwerp, wordt de oppervlakte van de aankondiging bepaald op de oppervlakte van de zijde van het voorwerp waarop de aankondiging wordt gedaan. Indien het voorwerp niet rechthoekig is, wordt de oppervlakte van het aankondigingsvoorwerp bepaald door de lengte c.q. de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die het voorwerp omsluit;

    • c.

      indien de openbare aankondiging bestaat uit het aankondigingsvoorwerp zelf, wordt de oppervlakte van de aankondiging bepaald op de oppervlakte van het voorwerp. Indien het voorwerp niet rechthoekig is, wordt de oppervlakte bepaald door de lengte c.q. de hoogte en de breedte van het denkbeeldige rechthoek die het voorwerp omsluit;

    • d.

      indien de openbare aankondiging wordt gedaan door middel van een combinatie van verschillende losse voorwerpen of een opschrift met losse letters of symbolen, wordt de oppervlakte van het reclameobject bepaald door de lengte c.q. de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die de voorwerpen of het opschrift omsluit.

  • 3.

    Indien het reclameobject slechts voor een deel zichtbaar is vanaf de openbare weg wordt de oppervlakte van het reclameobject bepaald op het van de openbare weg zichtbare gedeelte van het reclameobject.

  • 4.

    Indien sprake is van een voorziening voor het doen van de aankondiging, wordt de oppervlakte van de aankondiging bepaald op de oppervlakte van de voorziening. Indien de voorziening niet rechthoekig is, wordt de oppervlakte bepaald door de lengte c.q. de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die de voorziening omsluit.

 

Artikel 9 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt of leidt tot een hoger belastingbedrag, is de reclamebelasting dan wel het hogere bedrag verschuldigd voor zoveel maanden als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht respectievelijk de toename van de reclamebelasting, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd met het resterende aantal volle kalendermaanden in het kalenderjaar vermenigvuldigd met het maandtarief.

  • 4.

    Indien vermindering van de oppervlakte van de openbare aankondigingen in de loop van het belastingtijdvak leidt tot indeling in een andere tariefklasse, wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd met het verschil tussen de respectievelijke maandtarieven gedurende het resterende aantal volle kalendermaanden in het kalenderjaar.

 

Artikel 11 Wijze van heffing

  • 1.

    De reclamebelasting wordt geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    Belastingaanslagen met een totaalbedrag van minder dan € 10,- worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingaanslag.

 

Artikel 12 Termijn van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald binnen 30 dagen na dagtekening van het aanslagbiljet.

2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn.

 

Artikel 13 Kwijtschelding

De regelgeving inzake de kwijtschelding is vastgelegd in de Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen.

 

Artikel 14 Overgangsrecht

De ‘Verordening reclamebelasting 2019’ vastgesteld bij raadsbesluit van 6 november 2018 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 15, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 15 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

 

Artikel 16 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening Reclamebelasting 2021’.

 

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 november 2020.

mr J.W.L. Pluijmen dr. J.J. Schrijen

griffier voorzitter