Inwerkingtreden van het warmteplan Amstelkwartier 2e fase Weststrook, gemeente Amsterdam

Het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam

Gezien de voordracht van burgemeester en wethouders van 24 november 2020 ;

Gelet op:

artikel 108 jo artikel 147, lid 2 van de Gemeentewet,

Artikel 1, eerste lid Bouwbesluit

 

Besluit:

In te stemmen met de inwerkingtreding van het Warmteplan Amstelkwartier 2e fase Weststrook op de dag na publicatie van onderhavig besluit in het Gemeenteblad.

 

1 Samenvatting

Op 8 november 2017 heeft de gemeenteraad van Amsterdam ingestemd met het Warmteplan Amstelkwartier 2e fase Weststrook. Tevens heeft de raad het bepalen van de ingangsdatum voor inwerkingtreding van het warmteplan gemandateerd aan het college. Het college besluit tot inwerkingtreding van het Warmteplan Amstelkwartier 2e fase Weststrook op de dag na publicatie van onderhavig besluit in het Gemeenteblad.

 

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 24 november 2020

De voorzitter

Femke Halsema

De raadsgriffer

Jolien Houtman

Op grond van het bepaalde in artikel 7:1 eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen dit besluit binnen zes weken na de dagtekening van deze publicatie een gemotiveerd bezwaarschrift worden ingediend bij de gemeenteraad van Amsterdam, Grond en Ontwikkeling, Postbus 1104, 1000 BC Amsterdam. In afwachting van de behandeling van het bezwaarschrift kunt u een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening indienen bij de voorlopige voorzieningenrechter van de rechtbank te Amsterdam (Rechtbank Amsterdam, sector bestuursrecht, Postbus 75850, 1070 AW Amsterdam).

Bijlage I: Begrippen

De volgende begrippen worden gehanteerd in dit Warmteplan.

 

BENG

Bijna Energie Neutrale Gebouwen, een nieuwe norm voor energieverbruik en opwek van te bouwen gebouwen, die in gaat vanaf 1 januari 2021. Gesproken wordt wel over BENG 2015, waarmee de criteria aanvankelijk zijn gedefinieerd en BENG 2019, met versoepelde criteria. NB Beide zijn geen formele benamingen

 

EMG

Energieprestatienorm voor Maatregelen op Gebiedsniveau. De EMG is vastgelegd in de NVN/NEN 7125.

 

EOR

Equivalent Opwek Rendement voor warmte- en koudelevering door het energiesysteem aan de afnemers. Dit getal geeft weer hoeveel bruikbare energie in de woning beschikbaar is tegenover de hoeveelheid fossiele energie die daarvoor nodig is.

 

EPC

De Energie Prestatie Coëfficiënt is een dimensieloos getal dat de energiezuinigheid van een gebouw weergeeft. Dit getal wordt bepaald op basis van de rekenmethodiek beschreven in de EPG-norm (NEN 7120). Basis voor de berekeningen zijn de energiebehoefte van de woningen en gebouwen: primaire gebouwgebonden energie. Zie ook artikel 5.2 van het Bouwbesluit.

 

EPG

Energie Prestatienorm voor Gebouwen. De EPG is vastgelegd in de NEN 7120.

 

Warmteplan

Besluit van de gemeenteraad inzake de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied. Het plan is geldig tot ten hoogste 10 jaar na goedkeuring door de Raad en is alleen geldig voor de voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet. In het plan wordt de mate van energiezuinigheid en eisen tot bescherming van het milieu vastgelegd.

 

Bijlage II: Procedure aanvraag ontheffing aansluitplicht op warmtenet (collectief warmte- koudesysteem)

Een aanvrager van een omgevingsvergunning die wil bouwen in een Warmteplangebied en niet aangesloten wenst te worden op het in dit warmteplan omschreven warmtenet maar een gelijkwaardig alternatief wenst te realiseren, moet een aanvraag tot ontheffing van de aansluitplicht indienen.

 

De procedure om te beoordelen of ontheffing van de aansluitplicht kan worden verleend, verloopt volgens onderstaand stappenplan.

 

De Aanvrager doet aanvraag voor een omgevingsvergunning en geeft bij deze aanvraag aan dat hij een beroep doet op wettelijke bepalingen waardoor volgens hem geen aansluitplicht geldt. Voor onderbouwing van dit onderdeel van de aanvraag levert de aanvrager de volgende informatie aan:

  • -

    EPC- of BENG-berekening

  • -

    Berekening van het primaire fossiele energieverbruik voor verwarmen, warm tapwater en koeling conform de vigerende regelgeving: EPC (NEN 7120 en NVN 7125) of BENG (NTA 8800 en NEN 7125).

  • -

    Berekeningen van de CO2-, stikstof- en fijnstofemissie van het toegepaste alternatief.

  • -

    Aanvullende documentatie zoals kwaliteitsverklaringen van het alternatieve energiesysteem.

  • -

    Bij gebruik van een luchtwarmtepomp via een tekening met de plaatsing van de warmtepomp en

  • -

    een akoestisch onderzoek dat aantoont dat het geluidsniveau onder de in het warmteplan vastgelegde waarde blijft.

STAP 1: toetsing van de aanvraag door de Gemeente

Burgemeester en Wethouders controleren of aanvraag volledig en correct is (ontvankelijkheidstoets):

  • -

    Zijn alle documenten aangeleverd?

  • -

    Zijn juiste getallen uit de EPC- of BENG-berekening overgenomen?

  • -

    Zijn juiste waarden uit de kwaliteitsverklaring overgenomen?

Nee:

Aanvrager ontvangt bericht dat aanvraag tot ontheffing van de aansluitplicht nog niet in behandeling genomen kan worden. De aanvrager wordt op grond van het bepaalde in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid gesteld om binnen een bepaalde termijn de benodigde aanvullende gegevens te verstrekken. Indien bij uit de toets blijkt dat de aanvraag niet compleet is of de verstrekte gegevens onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag, kan besloten worden de aanvraag niet te behandelen mits de aanvrager de gelegenheid heeft gekregen de aanvraag binnen een gestelde termijn aan te vullen, conform het bepaalde in artikel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht.

 

Ja:

Burgemeester en Wethouders toetsen of ontheffing van de aansluitplicht kan worden verleend door:

  • 1.

    de EPC- en/of BENG-berekening te controleren:

  • 2.

    te controleren of de CO2- en fijnstofemissie van het alternatief gelijk of lager dan zijn dan bij aansluiting op het collectieve warmtenet;

  • 3.

    te controleren of plaatsing van de warmtepomp niet tot overschrijding van richtwaarden voor geluid leidt conform het Warmteplan;

STAP 2: besluitvorming door de Gemeente

Nee:

Indien het duurzame alternatief niet voldoet aan de vereisten van gelijkwaardigheid, wordt de omgevingsvergunning door Burgemeester en Wethouders geweigerd, wegens strijdigheid met het Bouwbesluit 2012.

Aanvrager kan nieuwe aanvraag indienen voor omgevingsvergunning op basis van:

  • aansluiting op het collectieve warmtenet (volgens reguliere procedure voor omgevingsvergunning)

  • aangepaste vraag met een alternatief dat wel de toetsing aan gelijkwaardigheid kan doorstaan.

Ja:

Indien het duurzame alternatief wel voldoet aan de criteria:

De aanvraag voldoet aan het Bouwbesluit 2012 door toepassing van het alternatief. Verdere toetsing vindt plaats aan het bestemmingsplan en de overige van toepassing zijnde regelgeving.

 

Bijlage III: Berekening energiezuinigheid

Eerst wordt vastgesteld dat het gebouw met de alternatieve warmtevoorziening (inclusief eventuele maatregelen) voldoet aan alle eisen van het Bouwbesluit 2012, dan wel een hiervoor in de plaats komende eis. Het alternatief (alt) is gelijkwaardig aan de warmtelevering vanuit het warmtenet (net) als voldaan wordt aan de volgende eisen:

  • 1.

    Het primaire fossiele energieverbruik voor ruimteverwarming (rv), ruimtekoeling (k) en tapwaterverwarming (tap) van de alternatieve warmtevoorziening (alt) is tenminste gelijkwaardig aan de situatie met het warmtenet (net). De berekening van het primaire fossiele energieverbruik dient plaats te vinden met de NEN 7120 en NVN 7125 (EMG verklaring) tot 1 januari 2021 of met de NTA 8800 en de NEN 7125 (EMG verklaring) na 1 januari 2021.

  • 2.

    De equivalente CO2-emissies die veroorzaakt wordt door het primaire energiegebruik voor ruimteverwarming, ruimtekoeling en tapwaterverwarming van de situatie met een alternatieve warmtevoorziening is ten minste gelijkwaardig aan de situatie met een aansluiting op het warmtenet. De berekening van de CO2 emissies vindt plaats met behulp van de NTA 8800 en de NEN 7125.

  • 3.

    Zowel in de situatie waarbij de woning/het gebouw is aangesloten op het warmtenet als de situatie waarbij deze is aangesloten op de alternatieve warmtevoorziening, moet voldaan worden aan de geldende EPC-eis (de dan geldende eis EPC, BENG of toekomstige eis) uit geldend Bouwbesluit 2012 of geldende eis.

  • 4.

    Zowel in de situatie waarbij de woning/het gebouw is aangesloten op het warmtenet als de situatie waarbij deze is aangesloten op de alternatieve warmtevoorziening, moet binnen het gebied waarop dit Warmteplan van toepassing is een fijnstofemissie gerealiseerd worden die gelijk of lager is dan de referentie.

     

  • 5.

    Voor wat betreft geluidsproductie op de gevel van de bouwwerken van derden wordt de voorwaarde gesteld dat aanvrager aan kan tonen dat het alternatief onder wettelijke langtijdgemiddelde geluiddrukniveau de richtwaarde van 35 dB(A) op dichtstbijzijnde gevel van andere gebouwen niet overschrijdt.

     

Totaal jaarlijks primair energieverbruik warmte en koude (MJ/jaar), warmtenet

Totaal jaarlijks primair energieverbruik warmte en koude (MJ/jaar), alternatief

Emissiecoëfficiënt per geleverde MJ-warmte uit het net (kg CO2/ eenheid). Te gebruiken de actuele waarde en referentiemethode conform www.co2emissiefactoren.nl. Het gaat om de directe CO2-emissies.

Emissiecoëfficiënt per gebruikte MJ-elektriciteit uit de nationale elektriciteitsproductie (kg CO2/ eenheid). Te gebruiken de actuele waarde van het CBS volgens de integrale methode.

Berekening

Voor het bepalen of het alternatief voldoet aan de genoemde eisen worden de volgende stappen doorlopen. De gebruikte waarden dienen onderbouwd te worden of er moet gebruik gemaakt worden van de forfaitaire waarden in de vigerende norm. De gebruikte waarden voor de grootheden in de vergelijkingen moeten zijn berekend volgens geldend protocol voor het vergelijken van alternatieven voor de warmtevoorziening op locaties.

  • 1.

    Stap 1. Bereken de benodigde hoeveelheid primaire energie voor voorziening van ruimteverwarming, tapwaterverwarming en koude, rekening houdend met onderbouwde omzettingsrendementen, verliezen en pompenergie.

  • 2.

    Stap 2: Bepaal vervolgens aan de hand van de aan de emissiefactoren voor de desbetreffende energiestromen de CO2-emissie.

  • 3.

    Stap 3: Vergelijk de benodigde primaire energie en CO2-emissie van het alternatief met die van een aansluiting op warmtenet.

  • 4.

    Stap 4: Controleer of het alternatief voldoet aan de geldende energieprestatienorm (EPC, BENG of toekomstige eis).

  • 5.

    Stap 5: Controleer of het alternatief voldoet aan de voorwaarde van het niet verhogen van de achtergrondconcentraties van fijnstof binnen de Metropool Regio Amsterdam en binnen het gebied van het Warmteplan.

  • 6.

    Stap 6: Controleer of het alternatief voldoet aan een geluidsbelasting van maximaal 35 dB(A) op de dichtstbijzijnde gevel van derden.

 

Naar boven