Gemeenteblad van Haarlemmermeer

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
HaarlemmermeerGemeenteblad 2020, 313063Overige besluiten van algemene strekking



Procedure aan- en toewijzing (ondergrondse) verzamelcontainers naar aanleiding van besluit ‘Aanpassing Aanpak van Afval- naar Grondstofinzameling (VANG) 2020’

 

Bekendmaking

Burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer maken bekend dat zij op 1 september 2020 de Procedure aan- en toewijzing (ondergrondse) verzamelcontainers naar aanleiding van besluit ‘Aanpassing Aanpak van Afval- naar Grondstofinzameling (VANG) 2020’ hebben vastgesteld.

 

Inwerkingtreding

De procedure wordt van kracht met ingang van de dag na die van deze bekendmaking.

 

Rechtsmiddelen

Tegen het besluit tot vaststelling van de procedure is geen bezwaar of beroep mogelijk.

Procedure aan- en toewijzing (ondergrondse) verzamelcontainers naar aanleiding van besluit ‘Aanpassing Aanpak van afval- naar grondstofinzameling (VANG) 2020’

 

1. INLEIDING

De gemeente Haarlemmermeer gaat het beheer van huishoudelijk afval wijzigen, met als doel meer huishoudelijk afval gescheiden in te zamelen. De kern van het nieuwe afvalbeheerplan VANG is van afval- naar grondstofinzameling. Dit houdt in dat de gemeente service biedt op het aanbieden van gescheiden afvalstromen door deze zoveel als mogelijk aan huis of dichtbij de woning in te zamelen. Op het aanbieden van ongescheiden afval – restafval – wordt de service verlaagd. Het type inzamelsysteem waarvoor de gemeente Haarlemmermeer kiest is afhankelijk van de woonsituatie. Bij laagbouw (uitgezonderd de wijken met ondergrondse restafvalinzameling) vindt de inzameling van restafval, GFT+E, plastic, blik en drinkpakken (PBD) met rolemmers plaats. Oud papier en karton (OPK) en glas wordt bij deze woningen ingezameld met ondergrondse containers. Bij hoogbouw (uitgezonderd de wijken met ondergrondse restafvalinzameling) wordt restafval, GFT+E, OPK, PBD en glas ingezameld met (ondergrondse) verzamelcontainers. Bij de hoogbouw komt op de (ondergrondse) verzamelcontainers voor restafval een elektronisch slot. Huishoudens woonachtig in een hoogbouwwoning krijgen één of meerdere verzamelcontainers toegewezen en ontvangen een pasje om deze container te openen.

Bij winkelcentra blijven (ondergrondse) verzamelcontainers voor PBD.

De ondergrondse containers zijn bedoeld voor huishoudelijk afval. Daarom komen ze in woonwijken en dichtbij woningen. Bij de keuze van een locatie voor een (ondergrondse) verzamelcontainer weegt de gemeente verschillende belangen af. Hierbij kan gedacht worden aan fysieke mogelijkheden, inrichting en gebruik van de openbare ruimte en bewonersbelangen. Om deze afwegingen zo transparant en consistent mogelijk te maken, is een procedure vastgelegd in voorliggend document. De procedure bevat op hoofdlijnen bestaand beleid en beperkt een aanvulling/nadere uitwerking daarop. Het doel is om in 1 document zo duidelijk en transparant mogelijk aan te geven hoe de gemeente de locaties van de ondergrondse containers bepaald.

 

2. AFBAKENING EN OPBOUW

De procedure gaat over de aan- (locatiebepaling) en toewijzing van (ondergrondse) verzamelcontainers. De procedure loopt vanaf de locatiekeuze tot en met het in gebruik nemen van de containers. In het hiernavolgende juridische hoofdstuk wordt de toepasselijke wet- en regelgeving aangehaald en kort toegelicht. In hoofdstuk 4 is de procedure voor het bepalen van de locaties voor de (ondergrondse) verzamelcontainers stap voor stap toegelicht.

 

3. JURIDISCH KADER

 

3.1 WET MILIEUBEHEER

De Wet milieubeheer verplicht de gemeente tot het inzamelen van huishoudelijk (rest)afval bij of nabij elk perceel (10.21 Wm). De gemeente heeft hierin geen keuzevrijheid. Op grond van de Wet milieubeheer zijn regels gesteld over de manier waarop de gemeente invulling moet geven aan deze verplichting. Het inzamelen van huishoudelijk afval via onder- of bovengrondse verzamelcontainers valt onder het inzamelen van afval nabij percelen.

 

3.2 AFVALSTOFFENVERORDENING

Op grond van de Wet milieubeheer moet iedere gemeente een afvalstoffenverordening vaststellen (10.23 Wm). In deze verordening wordt onder andere vastgelegd – binnen de randvoorwaarden zoals gesteld bij en op grond van de wet Milieubeheer – op welke manier(en) het huishoudelijk afval wordt ingezameld en hoe dit ter inzameling moet worden aangeboden.

In dit kader is op grond van de Haarlemmermeerse Afvalstoffenverordening en de nadere regels de (ondergrondse) verzamelcontainer aangewezen als één van de in gebruik zijnde inzamelvoorzieningen voor (rest)afval (verordening artikel 17). Het college kan bepalen welke gebruikers van percelen van welke ondergrondse containers gebruik dienen te maken voor het aanbieden van hun (rest)afval. Gebruikers van percelen welke zijn aangesloten op een (ondergrondse) verzamelcontainerlocatie, dienen hiervan gebruik te maken voor het aanbieden van hun (rest)afval (verordening artikel 17).

 

3.3 VERGUNNINGEN

Het plaatsen van een (ondergrondse) verzamelcontainer is in beginsel vergunningsvrij, mits het deel van de container dat boven de grond zichtbaar is, niet hoger is dan twee meter en de totale inhoud van de containers op een locatie niet de 35 m3 te boven gaat. Uitzondering hierop is het plaatsen van een (ondergrondse) verzamelcontainer binnen het beschermd dorpsgezicht of bij een monument; in deze gevallen kan een omgevingsvergunning vereist zijn.

 

3.4 ALGEMENE WET BESTUURSRECHT (Awb)

Voor het plaatsen van (ondergrondse) verzamelcontainers voor (rest)afval wordt een aan- en toewijzingsbesluit opgesteld. Dit aan- en toewijzingsbesluit wordt door het College vastgesteld. Op grond van de uitspraak van de Raad van State (201001129/2/M1) moet vaststelling van een aan- en toewijzingsbesluit door het College worden aangemerkt als primair besluit. Tegen een Besluit kunnen belanghebbenden een zienswijze indienen. In de Afvalstoffenverordening is bepaald dat de Participatieverordening/Inspraakverordening moet worden gevolgd. Hierin is vermeld dat afdeling 3.4 Awb moet worden toegepast bij inspraak. Bij verweer conform afdeling 3.4 wordt een zienswijze op het ontwerp-aan- en toewijzingsbesluit bij de gemeente ingediend. Het ontwerp-aan- en toewijzingsbesluit dient daartoe de status van ontwerpbesluit te hebben. De gemeente handelt de zienswijze af door het (definitief) aan- en toewijzingsbesluit hierop aan te passen of door de zienswijze gemotiveerd af te wijzen.

 

4. DE PROCEDURE

Het aan- en toewijzen van (ondergrondse) verzamelcontainers voor (rest)afval vereist een zorgvuldige, transparante en consistente werkwijze en besluitvorming.

 

4.1 WERKWIJZE

Het aan- en toewijzen van (ondergrondse) verzamelcontainers gaat gefaseerd. Hiervoor is Haarlemmermeer verdeeld in gebieden. Deze gebieden vallen samen met één of meerdere van de huidige inzamelwijken van Meerlanden. Het traject per gebied bestaat uit een aantal fasen: de ontwerp-aan- en toewijzing, het informatietraject, de (definitieve) aan- en toewijzing, de plaatsing en de ingebruikname van de containers.

 

4.2 DE ONTWERP-AAN- EN TOEWIJZING

Per gebied stelt de gemeente aan de hand van een aantal randvoorwaarden een ontwerp aan- en toewijzingsbesluit op. Het ontwerp-aan- en toewijzingsbesluit bevat per gebied:

 

  • 1.

    Plattegrond met daarop alle containerlocaties gemarkeerd

  • 2.

    Een preciezere plattegrond per containerlocatie

  • 3.

    Adreslijst van toegewezen woningen per containerlocatie

     

4.2.1 Belangenafweging

Bij het kiezen van locaties vindt per locatie een zorgvuldige afweging plaats op basis van een aantal randvoorwaarden. Deze randvoorwaarden zijn uitgewerkt in toetsingscriteria (bijlage checklist). Door deze precieze afweging, is er weinig ruimte om tegemoet te komen aan de wensen van individuele bewoners. Het algemene belang (bijvoorbeeld: doelmatige inzameling, het creëren van een veilige situatie, het behoud van parkeerplaats of boom) gaat daarbij in beginsel altijd voor op het individuele belang (‘niet bij mij voor de deur of in mijn directe omgeving’).

 

4.2.2 Randvoorwaarden

Hieronder volgt een korte beschrijving van de randvoorwaarden.

  • 1.

    Loopafstand

Voor de loopafstand tussen de erfgrens/centrale entree van een appartementencomplex of flatgebouw en een ondergrondse container zijn richtlijnen vastgesteld. Het gaat dan om de route die iemand echt moet lopen om bij de container te komen. Deze richtlijnen zijn:

De containers moeten zodanig gesitueerd worden dat de loopafstand – de daadwerkelijk te lopen route - dus niet hemelsbreed gemeten – tussen de grens van een op de containerlocatie aan te sluiten perceel of centrale entree van een hoogbouwcomplex en de (ondergrondse) verzamelcontainer bij voorkeur de hiertoe in de randvoorwaarden opgenomen gewenste maximale loopafstand bedraagt:

 

Ondergrondse container

Loopafstand

GFT + E voor hoogbouw

50 meter

Restafval , PBD, OPK voor hoogbouw

100 meter

OPK voor laagbouw en glas voor laagbouw en hoogbouw

300 meter

Het aantal woningen (hoogbouw) per container zijn aan de hand van deze richtlijnen ongeveer:

 

Ondergrondse container

Aantal

GFT + E

50

Restafval, PBD en OPK

100

Voor de woonmilieus Stedelijk centrum en Stedelijk Plus uit het Woonbeleidsprogramma 2019-2025 (onder andere Hyde Park) en bij hoogbouwcomplexen met een gering aantal woningen zal maatwerk worden toegepast. In bijzondere gevallen kan van de gewenste maximale loopafstand afgeweken worden. Dit kan het geval zijn:

• Als het door techniek (door kabels en leidingen) niet mogelijk is de containers te plaatsen;

• Als de containers hierdoor beter bereikbaar zijn voor inwoners;

• Als Meerlanden de inzamelroute hierdoor beter kan rijden;

• Als er sprake is van een klein aantal woningen. Voor een klein aantal woningen (minder dan 50) is een containerlocatie duur.

Woningen in het buitengebied zijn voor OPK en glas aangewezen op de containerlocaties in de dorpen.

 

B. Bereikbaarheid

De container moet zowel voor de inzameldienst als voor inwoners bereikbaar en toegankelijk zijn. Voor de inzameldienst betekent dit dat de containers bereikbaar moeten zijn voor de inzamelwagens. Ook moet het technisch mogelijk zijn dat de containers geleegd kunnen worden. Verder moet het inzamelen van het afval mogelijk zijn zonder schade aan te brengen aan de openbare ruimte of gebouwen.

Voor inwoners moeten de containers bereikbaar en toegankelijk zijn, ook voor ouderen en mindervaliden.

 

C. Veiligheid

De container moet zowel voor de inzameldienst als voor inwonersop een veilige manier te bereiken zijn. Voor de inzameldienst houdt dit minimaal in dat de container geleegd moet kunnen worden zonder dat hierdoor een gevaarlijke verkeerssituatie ontstaat. Voor inwoners betekent dit dat zij de container op een verkeersveilige manier kunnen bereiken. Het moeten oversteken van een druk bereden rijweg, zonder dat er een veilige oversteekplaats dichtbij is, is een voorbeeld van een verkeersonveilige manier. De container mag nooit zo worden geplaatst dat het verkeer hier last van heeft.

 

D. Ondergrondse infrastructuur

Bij het bepalen van locaties onderzoeken we de ondergrond op de aanwezigheid van obstakels. Denk hierbij bijvoorbeeld aan kabels en leidingen. De gemeente legt kabels en leidingen alleen om als dat tegen relatief lage kosten kan.. Voor hoofd (transport) leidingen, hoofdriool en glasvezelkabels is dat niet mogelijk. Voor overige kabels en leidingen die tot een lokaal netwerk behoren, huisaansluitingen en putten, weegt de gemeente de kosten voor verleggen af tegen het belang van de locatie.

 

E. Parkeerplaatsen

In veel wijken in Haarlemmermeer bestaat een tekort aan parkeerplaatsen. Bij de locatiekeuze houdt de gemeente hier rekening mee. Bestaande parkeerplaatsen worden zoveel mogelijk behouden. Als er toch containers op een parkeerplaats geplaatst moeten worden, dan richten we in de omgeving een nieuwe parkeerplaats in.

 

F. Bomen en groenvoorzieningen

Groen in de wijk is belangrijk. Daarom worden bomen en ander groen alleen in zeer bijzondere situaties weggehaald om plaats te maken voor een container. Het verwijderen van bomen en groen voor een container kan wel nodig zijn. Bijvoorbeeld als er geen of onvoldoende ruimte in de verharding is. Inpassing in de openbare ruimte en overige ruimtelijke aspecten

Containers worden zoveel mogelijk bij elkaar gezet. Dit vergroot het gebruikersgemak van bewoners. Hierbij wordt rekening gehouden met de loopafstand richtlijn en de aantallen woningen per container. De locatie van de (ondergrondse) containers moet passen binnen het straatbeeld. Containers worden zo veel als mogelijk op locaties geplaatst waar nu al containers staan. Is dit niet mogelijk? Dan plaatsen we containers zoveel mogelijk op plekken waar ze vanuit de woningen niet te zien zijn. Dat zal niet altijd mogelijk zijn. Het algemeen belang gaat ook hier uiteindelijk voor op het individuele belang. Als sprake is van een historische omgeving of een architectonisch belangrijke locatie, zijn passende eisen aan die locatie leidend. De plaatsing van een ondergrondse container moet passen binnen het bestemmingsplan. Als het toch noodzakelijk is een container te plaatsen waar dit ruimtelijk niet is toegestaan wordt dit planologisch geregeld.

In het algemeen geldt bij het maken van een locatiekeuze dat het algemeen belang (doelmatige inzameling) voorgaat op het individuele belang en dat de locatie voldoet aan de loopafstanden, veiligheid, bereikbaarheid en passend is binnen de ondergrondse infrastructuur. Daarbij wordt voor de overige randvoorwaarden onderstaande prioritering van 1 (hoogste prioriteit) tot en met 10 (laagste prioriteit) aangehouden:

 

Prioritering voor locatiekeuze

 

Niet in een beschermd dorpsgezicht of bij een monument

1

Niet bij ee n boom

2

Niet op een dwarsparkeervak

3

Niet op een langsparkeervak (fileparkeren)

4

Niet in structureel groen langs rand

5

Niet in structureel groen op een hoek

6

Niet in snippergroen

7

Niet op een plein

8

Niet op een stoep

9

Zo weinig mogelijk binnen het zicht van een woning

10

4.2.3 Ontwerpbesluit

Het ontwerp locatieplan wordt opgesteld door de gemeente en intern goedgekeurd door relevante betrokken en belanghebbende clusters. Dit gebeurt aan de hand van de randvoorwaarden en de checklist. Vervolgens gaat het plan ter goedkeuring naar de clustermanager van Beheer en Onderhoud. Bij machtiging van het College van Burgemeester en Wethouders stelt de clustermanager Beheer en Onderhoud het ontwerp locatieplan vast.

 

4.3 HET INFORMATIETRAJECT EN ZIENSWIJZETERMIJN

Het inzamelen van huishoudelijk afval is een wettelijke taak die is opgedragen aan de gemeente. In de gemeentelijke afvalstoffenverordening is vastgelegd hoe en met welke middelen de gemeente dit doet. Tegen het gebruik van een (ondergrondse) container als inzamelvoorziening is geen zienswijze mogelijk. Dit is namelijk een eerder genomen gemeentelijke beslissing. Op het ontwerp locatieplan is wel een zienswijze mogelijk.

Uit oogpunt van zorgvuldig bestuur, creëren van draagvlak en het zoveel mogelijk rekening kunnen houden met verschillende belangen, hanteert de gemeente een uitgebreid informatietraject. Dit informatietraject richt zich zowel op het totale afvalbeleid, waarvan het toepassen van (ondergrondse) verzamelcontainers voor (rest)afval voor hoogbouw een onderdeel is, als op de specifieke containerlocaties en de toewijzing hiervan. Het informatietraject bestaat uit de volgende fasen:

 

A. Informatiebrief

Inwoners die gebruik gaan maken van de ondergrondse containers ontvangen een brief met daarin informatie over de nieuwe manier van afval scheiden, specifieke veranderingen voor het betreffende huishouden en informatie over de locatiekeuzes voor (ondergrondse) verzamelcontainers. In verband met het coronavirus is het niet mogelijk om informatieavonden te organiseren. Daarom zetten we meer in op digitale middelen (denk aan een digitale kaart) waar inwoners duidelijk de locatiekeuzes kunnen inzien. Verder is in de brief informatie over de procedure voor zienswijze en beroep opgenomen. Andere belanghebbenden (bewoners van laagbouwwoningen in de buurt) worden in een brief gewezen op de komst van de containers en de bijbehorende procedure.

 

B. Publicatie

Het ontwerp-aan- en toewijzingsbesluit en de bijbehorende stukken worden gepubliceerd via www.officielebekendmakingen.nl en liggen, na het maken van een afspraak, ter inzage in het Informatiecentrum van het raadhuis. Belanghebbenden kunnen hun zienswijze schriftelijk en mondeling indienen bij de gemeente. Dit kunnen zij doen binnen 6 weken na de eerste dag dat het ontwerpbesluit ter inzage ligt.

In verband met corona vragen wij inwoners de informatie zoveel mogelijk digitaal in te zien via www.officielebekendmakingen.nl en via haarlemmermeer.nl/afvalscheiden. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan sturen wij na een telefonisch verzoek digitaal een exemplaar toe. Personen die geen toegang hebben tot internet, kunnen een afspraak maken om het ontwerp-aan- en toewijzingsbesluit op werkdagen van 9.00 tot 17.00 uur in te zien in het Informatiecentrum van het raadhuis, Raadhuisplein 1 in Hoofddorp.

 

C. Indienen zienswijzen

In de publicatie wordt de volgende tekst opgenomen waaruit duidelijk wordt hoe een zienswijze ingediend kan worden: Het ontwerp locatieplan ligt gedurende zes weken vanaf de publicatiedatum voor iedereen ter inzage in het Informatiecentrum van het raadhuis, Raadhuisplein 1 in Hoofddorp. Langskomen kan na het maken van een afspraak, op werkdagen tussen 9.00 en 17.00 uur.

Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na publicatiedatum mondeling een zienswijze indienen via telefoonnummer 0900-1852 of schriftelijk bij: Burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer, Cluster Beheer en Onderhoud, Postbus 250, 2130 AG Hoofddorp. De gemeente handelt de zienswijze af door het definitieve locatieplan hierop aan te passen of door de zienswijze gemotiveerd af te wijzen. Na publicatie van het definitieve besluit is het mogelijk in beroep te gaan.

 

D. Afhandelen reacties en zienswijzen

De gemeente verzamelt en verwerkt alle reacties en zienswijze. Het behandelen van een reactie of zienswijze bestaat uit een herbeoordeling van het locatieplan door de gemeente. Indien nodig of afgesproken, vindt telefonisch overleg plaats met de indiener van een reactie of zienswijze. Locatiebezoeken zijn ook mogelijk, bijvoorbeeld om gezamenlijk naar de (on)mogelijkheid van een andere locatie te kijken. Alle schriftelijk ontvangen reacties en alle zienswijzen handelt de gemeente schriftelijk af. In geval een zienswijze wordt afgewezen wordt in de afwijzing uitgelegd waarom.

 

4.4 DE DEFINITIEVE AAN- EN TOEWIJZING

Na afloop van de informatieperiode en na verwerking van eventuele wijzigingen naar aanleiding van reacties en zienswijzen, stelt de gemeente het definitieve locatieplan op. Als het definitieve locatieplan gewijzigd is ten opzichte van het ontwerp locatieplan, krijgen alle belanghebbenden daarover een brief. Het definitieve locatieplan gaat ter goedkeuring naar de clustermanager Beheer en Onderhoud. Hierbij wordt aangegeven welke wijzigingen zijn gedaan ten opzichte van het ontwerp. Ook wordt aangegeven waarom die wijzigingen zijn gedaan. Bij machtiging van het College van Burgemeester en Wethouders stelt de clustermanager Beheer en Onderhoud het ontwerp locatieplan vast.

 

4.5 BESLUIT

Het besluit wordt gepubliceerd via www.officielebekendmakingen.nl. Tegen het besluit is conform afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht geen bezwaar mogelijk. Belanghebbenden kunnen tegen het besluit beroep aantekenen bij de Raad van State. De termijn waarbinnen het beroep door de Raad van State moet zijn ontvangen is zes weken na publicatie van het besluit. Beroep is enkel mogelijk als een zienswijze op het ontwerpbesluit is ingediend, of als de indiener van het beroep een nieuwe belanghebbende is door wijziging van het ontwerpbesluit. De werkwijze van de gemeente is er echter op gebaseerd dat wijzigingen van het ontwerp locatieplan geen aanleiding geven tot nieuwe belanghebbenden die zich in hun belang geschaad kunnen voelen. Mocht er zich een situatie voordoen waarin dit toch onvermijdelijk blijkt, dan wordt de betreffende locatie in een nieuw ontwerpbesluit opgenomen.

 

4.6 PLAATSING EN INGEBRUIKNAME VAN DE CONTAINERS

De plaatsing van de containers volgt na bekendmaking van het besluit. Inwoners worden door middel van het plaatsen van een bord op de nieuwe containerlocatie geïnformeerd over de plaatsing van de container. Op locaties waartegen beroep wordt verwacht of is aangetekend, komen gedurende de beroepstermijn of -procedure tijdelijk bovengrondse containers.

Na plaatsing en controle van de werking van de container(s), gaan de containers in gebruik. Bewoners ontvangen een brief met daarbij informatie over het gebruik van de container en hun toegangspas voor de containers op de aan hun woning toegewezen containerlocatie(s). Vanaf het moment van aansluiting op de containers zijn bewoners op grond van de Afvalstoffenverordening Haarlemmermeer verplicht gebruik te maken van de (ondergrondse) verzamelcontainer voor het aanbieden van hun (rest)afval.