Gemeenteblad van Hollands Kroon

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Hollands KroonGemeenteblad 2020, 311391Verordeningen



Nota tarieven 2021

 

 

Inleiding

 

Deze nota Tarieven 2021 bevat een overzichtelijke bundeling van alle gemeentelijke belastingen/heffingen die in de gemeente Hollands Kroon geheven worden.

 

Bij het samenstellen van deze nota zijn de begrotingsrichtlijnen die aan de raad zijn voorgesteld, leidend geweest. Door het verloop van de tijd of door nieuwe inzichten of informatie kan het noodzakelijk zijn om eerder genomen standpunten te wijzigen. Wanneer hier sprake van is, wordt hiervan melding gemaakt in het betreffende onderdeel van de nota.

 

Ook is er gekeken of vanwege wettelijke wijzigingen of nieuwe inzichten tekstuele aanpassingen nodig waren. De verordeningen zijn getoetst aan de modelverordeningen van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

 

Toelichting per belastingsoort

 

  •  

1 Onroerende zaakbelasting

In de begroting 2021 wordt de opbrengst van de onroerende zaakbelasting bepaald. In de paragraaf lokale heffingen is aangegeven wat de uitgangspunten zijn voor onroerende zaakbelasting. Omdat zowel de WOZ-waarden als de gewenste opbrengst voor 2021 wijzigen, moeten de tarieven worden aangepast.

In de tariefstelling is rekening gehouden met een waardestijging van de niet-woningen van 1% en bij de woningen met een waardestijging van 5,0%. Daarnaast is ook rekening gehouden met leegstand, vrijstellingen en areaaluitbreiding. Dit leidt tot onderstaande tarieven:

 

Tarieven

2021

2020

Gebruiker niet-woningen

0,1431%

0,1435%

Eigenaar niet-woningen

0,1782%

0,1788%

Eigenaar woningen

0,1143%

0,1190%

 

Voor alle belanghebbenden gaat de aanslag gemiddeld met ongeveer 1% omhoog. De daadwerkelijke stijging kan voor iedere belanghebbende verschillen. Dit is afhankelijk van de individuele waarde wijziging van de individuele objecten.

 

 

 

Reden van de heffing

Algemeen dekkingsmiddel ter dekking van de gemeentelijke uitgaven.

2 Afvalstoffenheffing

De tarieven zijn verhoogd met het inflatiepercentage van 1%.Hier worden de kosten doorberekend die de gemeente maakt voor het inzamelen en laten verwerken van huishoudelijke afvalstoffen. De tarieven zijn gebaseerd op de opbrengst zoals dit is opgenomen in de begroting. Op basis van deze opbrengst is er sprake van 100% kostendekking.  

 

Reden van de heffing

Doorberekenen van kosten die de gemeente maakt voor het inzamelen en laten verwerken van huishoudelijke afvalstoffen.

 

De tarieven zijn op basis van de kosten als volgt opgebouwd:

 

Afvalstoffenheffing

% in heffing

Bedrag in heffing

% in heffing

Bedrag in heffing

% in heffing

Bedrag in heffing

 

1 persoons

2 persoons

3 en meerpersoons

7.3 Afval

74,4%

€ 172,31

74,4%

€ 244,36

74,4%

€ 265,70

0.4 Overhead en personele lasten

3,8%

€ 8,80

3,8%

€ 12,48

3,8%

€ 13,57

0.64 belasting overig

-0,1%

€ -0,23

-0,1%

€ -0,33

-0,1%

€ -0,36

6.3 inkomensregelingen

2,5%

€ 5,79

2,5%

€ 8,21

2,5%

€ 8,93

BTW

19,4%

€ 44,93

19,4%

€ 63,72

19,4%

€ 69,28

 

 

 

 

 

 

 

Tarief

 

€ 231,60

 

€ 328,44

 

€ 357,12

 

Alle kosten die op het taakveld Afval worden geboekt hebben te maken met de inzameling van huishoudelijk afval. Deze worden dan ook voor 100% meegenomen. Van de overhead wordt 3,8% meegenomen. Dit is gebaseerd op het aantal FTE dat zich bezig houdt met afval. De lasten en baten van de heffing en invordering worden voor 20% meegenomen. De lasten zijn op basis van een inschatting verdeeld over de verschillende soorten belasting die we heffen. Van de inkomensregeling wordt alleen de kwijtschelding meegenomen. De verdeling van de totale kwijtscheldingskosten is gebaseerd op ervaringscijfers uit het verleden. De BTW over de kosten van taakveld Afval wordt volledig meegenomen.

Bij de extra containers worden de containers voor GFT en plastic gratis verstrekt. De extra grijze container wordt alleen in bijzondere omstandigheden, zoals vastgelegd in de afvalstoffenverordening verstrekt tegen een tarief van € 133,120 per jaar.

3 Rioolheffing

Het tarief wordt met het inflatiepercentage verhoogd van 1% verhoogd naar € 196,92. De verordening is aangepast op basis van wijzigingen van de modelverordening van de VNG. De wijzigingen hebben betrekking op artikel 1 Definities, artikel 3 Belastbaar feit en artikel 4 Voorwerp van belasting.

 

Reden van de heffing

Doorberekenen van kosten die de gemeente maakt voor aanleg, onderhoud en exploitatie van de gemeentelijke riolering. De tarieven zijn gebaseerd op 100% kostendekking.

 

De tarieven zijn op basis van de kosten als volgt opgebouwd:

 

Rioolheffing

 

 

 

% in heffing

Bedrag in heffing

7.2 Riolering

58,6%

€ 115,39

0.4 Overhead en personele lasten

19,0%

€ 37,41

0.64 Belasting overig

-0,1%

€ -0,19

6.3 Inkomensregeling

2,7%

€ 5,32

BTW

6,3%

€ 12,41

BTW Investeringen

13,5%

€ 26,58

 

 

 

Tarief

 

€ 196,92

 

Op het taakveld riolering worden alleen kosten geboekt die uitsluitend met de openbare riolering te maken hebben. Deze worden dus volledig meegenomen. Van de overhead wordt 2,5% meegenomen. Dit is gebaseerd op het aantal FTE dat voor de exploitatie van de riolering werkt. De lasten en baten van de heffing en invordering worden voor 20% meegenomen. De lasten zijn op basis van een inschatting verdeeld over de verschillende soorten belasting die we heffen. Van de inkomensregeling wordt alleen de kwijtschelding meegenomen. De verdeling van de totale kwijtscheldingskosten is gebaseerd op ervaringscijfers uit het verleden. De BTW over de exploitatiekosten en de investeringen worden volledig meegenomen.

 

4 Lijkbezorgingsrechten

De tarieven voor de lijkbezorgingskosten worden verhoogd met het inflatiepercentage van 1,%. Er is hierbij nog geen sprake van kostendekking Dit is een landelijke tendens. Om op 100% kostendekking te komen, zouden de tarieven behoorlijk verhoogd moeten worden. Dit is niet wenselijk. Daarom zijn de tarieven alleen met het inflatiepercentage verhoogd.

Reden van de heffing

Doorberekenen van kosten die de gemeente maakt die betrekking hebben op lijkbezorging, de bijbehorende administratie en onderhoud van de begraafplaatsen.

 

Lijkbezorgingsrechten

% in heffing

Kosten

Opbrengsten

 

 

 

lijkbezorging

Lijkbezorging

 

0.4 Overhead en personele

0,80%

€ 23.365

7.5 Begraafplaatsen

€ 242.216

lasten

 

 

en crematoria

 

5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie

2,40%

€ 81.618

 

 

7.5 Begraafplaatsen en

100,00%

€ 470.023

 

 

crematoria

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Totale kosten

 

€ 575.006

Totale opbrengst

€ 242.216

 

Alle kosten die op het taakveld begraafplaatsen en crematoria worden geboekt hebben te maken met lijkbezorging. Deze worden dan ook voor 100% meegenomen. Van de overhead wordt 0,8% meegenomen. Dit is gebaseerd op het aantal FTE dat zich bezig houdt met lijkbezorging. Voor openbaar groen en (openlucht) recreatie worden alleen de kosten meegenomen die met de lijkbezorging te maken hebben en het onderhoud van de begraafplaatsen. Dat is ongeveer 2,4% van de totale lasten.

 

5 Havengeld

De tarieven zijn verhoogd met een inflatiepercentage van 1%. In sommige gevallen is bij de verhoging ook de inflatiecorrectie meegenomen van 2020 (1,5%). In die gevallen was het tarief zo laag dat een verhoging met het inflatiepercentage geen invloed had.

Het tarief voor pleziervaartuigen in Den Oever blijft € 1,95. Het tarief is dan gelijk met het tarief van de Marinahaven te Den Oever. De Wet Markt en overheid geeft aan dat we geen lager tarief mogen hebben dan een commercieel alternatief.

Reden van de heffing

Doorberekenen van kosten die gemeente maakte voor het beheren en onderhouden van gemeentelijke

havens.

 

 

Havengeld

% in heffing

Kosten havens

Opbrengsten

 

 

 

 

havens

 

2.3 Recreatieve Havens

100,00%

€ 45.748

 2.3 Recreatieve havens

 € 34.800

2.4 Economische Havens en waterwegen

75,00%

€ 338.990

2.4 Economische Havens en waterwegen

€ 269.533

0.4 Overhead

1,50%

€ 47.559

 

 

 

 

 

 

 

Totale kosten

 

€ 432.297

Totale opbrengst

€ 304.333

 

Alle kosten die geboekt worden op het taakveld recreatieve havens hebben betrekking op de havens en zijn volledig meegenomen. Bij het taakveld Economische Havens en Waterwegen zijn de incidentele kosten met betrekking tot Waddenpoort er buiten gehouden. Daarom is 75% van de kosten meegenomen. Van de overhead wordt 1,5% meegenomen. Dit is gebaseerd op het aantal FTE dat zich bezig houdt met de havens.

6 Leges

De tarieven voor 2021 zijn verhoogd met 1%, tenzij het Rijk dit anders heeft voorgeschreven. Voor de producten reisdocumenten en rijbewijzen is het tarief opgebouwd uit een deel rijksleges en een deel gemeenteleges. De rijksleges worden bepaald door het Rijk. Daarnaast stelt het Rijk een maximum prijs vast van deze producten. De maximum prijzen voor 2021 zijn op dit moment nog niet bekend, daarom is het tarief van 2020 nu nog gehandhaafd. Het college is op basis van de Legesverordening bevoegd om het tarief aan te passen, wanneer de nieuwe maximum tarieven bekend zijn. De kosten voor uittreksel uit de burgerlijke stand worden door het Rijk bepaald. De kosten van de Eigen Verklaring van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (in sommige gevallen nodig voor het verlengen van een rijbewijs) worden één op één doorberekend aan de inwoner.

Om de kostendekkendheid van de leges voor omgevingsvergunningen niet te overschrijven, zijn deze tarieven onveranderd ten opzichte van 2020.

Overige tarieven die door het Rijk worden bepaald zijn verstrekkingen op basis van de Wet Openbaar Bestuur (titel 1, hoofdstuk 7) en kansspelen (titel 1, hoofdstuk 15) . Hier heeft de gemeente geen invloed op.

Dat de aanvraag voor de rijbewijzen en de reisdocumenten nu bij de mensen thuis wordt gedaan heeft invloed op de kostendekkendheid. De aanvraag van deze documenten kost nu veel meer tijd en dus gaan de kosten omhoog. Vanwege het Coronavirus worden er op dit moment geen aanvragen meer bij de mensen thuis gedaan. Of deze situatie ook in 2021 nog zo blijft, is op dit moment niet te zeggen. Bij de berekening van de kostendekkendheid is er vanuit gegaan dat in 2021 weer bij de inwoners thuis een aanvraag kan worden gedaan. Voor het thuisbezorgen van de documenten kan eventueel een bedrag van maximaal € 15,33 per document bij de burger in rekening worden gebracht. De burger heeft echter geen keuze hierin en dit past niet bij de door de gemeente gewenste excellente dienstverlening.

 

Er is onderzoek gedaan naar de kostendekkendekking van de leges voor 2021. Voor de tarieven van de leges geldt dat deze maximaal kostendekkend mogen zijn. Wanneer er sprake is van veel verschillende tarieven in een verordening zoals bij leges, hoeft de maximale kostendekkendheid niet per tarief te gelden. Dat kan zolang het maximum van 100% voor het geheel van de verordening niet overschreden wordt. Door kruissubsidiëring is het mogelijk om de ‘winst’ van bepaalde producten te gebruiken om het ‘verlies’ op andere producten te dekken. Uit het onderzoek is gebleken dat de kostendekking uitkomt op 88,64%. Dit onderzoek vindt u bij het raadsvoorstel.

 

Reden van de heffing

Doorberekenen van de lasten verbonden aan het in behandeling nemen van aanvragen van diverse diensten.

 

7 Staangeld

De tarieven worden met het inflatiepercentage van 1% verhoogd. Verder is er een tarief toegevoegd voor het hebben van een staanplaats voor een periode van een kwartaal (drie maanden). Er is gebleken dat daar behoefte aan is.

 

Reden heffing

Er wordt op diverse plaatsen binnen de gemeente een standplaats ingenomen op gemeentegrond. Op basis van artikel 229 van de Gemeentewet mag de gemeente hier een vergoeding voor vragen.

 

8 Forensenbelasting

De tarieven worden met inflatiepercentage van 1% verhoogd.

 

Reden heffing

Mensen die relatief veel in de gemeente verblijven, dragen op deze manier bij aan de algemene voorzieningen in de gemeente.

 

9 Toeristenbelasting

Er wordt onderzocht of de wijze waarop de toeristenbelasting wordt geheven (een tarief per persoon per nacht) gewijzigd moet/kan worden. Dit wordt ook met de ondernemers overlegd. Daarom wordt het tarief voor 2021 niet aangepast. Het tarief blijft gehandhaafd op € 1,50.

Reden heffing

Toeristen dragen op deze manier bij aan de algemene voorzieningen in de gemeente.

 

10 Campergeld

Het Campergeld wordt verhoogd van € 10,00 naar € 11,00. Dit tarief is sinds 2012 niet meer verhoogd.

 

Tarieven belastingen en heffingen 2020 en2021

 

 

Belasting soort

Tarief 2021

Tarief 2020

Onroerende zaakbelasting eigenaren woningen

0,1140%

 0,1190%

Onroerende zaakbelasting eigenaren niet-woningen

0,1762%

 0,1788%

Onroerende zaakbelasting gebruikers niet-woningen

0,1410%

 0,1435%

 

 

 

Afvalstoffen éénpersoonshuishouden

€ 231,60

€ 229,32

Afvalstoffen tweepersoonshuishouden

€ 328,44

€ 325,20

Afvalstoffen meerpersoonshuishouden

€ 357,12

€ 353,52

Extra container

€ 133,32

€ 132,00

 

 

 

Rioolheffing per perceel

€ 196,92

 € 195,00

 

 

 

Onderhoud graf (zelf onderhouden grafbedekking)

€ 64,85

€ 64,20

Onderhoud graf Middenmeer (onderhoud door gemeente)

€ 144,85

€ 143,40

 

 

 

Forensenbelasting stacaravan

€ 210,68

€ 208,60

Forensenbelasting (recreatie) woning

€ 462,28

€ 457,70

 

 

 

Toeristenbelasting p.p.p.n

€ 1,50

€ 1,50

 

  • 2.

    Vergelijking met omliggende gemeenten

Onderstaande tabellen geven de voorgestelde tarieven 2021 van de gemeente Hollands Kroon weer. De tarieven van andere gemeenten zijn de tarieven van 2020. Van deze gemeenten zijn geen recentere gegevens bekend.

 

Gemeente

OZB tarief woning

OZB tarief niet-won--ing

Rioolheffing

Afval

1-pers

Afval

2-pers

Afval

Meerper

Hollands Kroon

0,1143

0,3213

€ 196,92

€ 231,60

€ 328,44

€ 357,12

Schagen

0,1276

0,3806

€ 160,00 ( 1

€ 276,00

€ 323,00 (2

€ 350,00

Texel

0,0389

0,1203

€ 280,00

€ 190,00

€ 305,00

€ 305,00

Den Helder

0,1336

0,6944

€ 130,00

€ 285,00

€ 427,00

€ 427,00

Langedijk

0,0992

0,4285

€ 347,00 (3

€ 173,00

€ 285,00

€ 285,00

Medemblik

0,0814

0,2774

€ 206,00 (4

€ 256,00

€ 340,00

€ 340,00

Opmeer

0,1097

0,2765

€ 175,00 (5

€ 270,00

€ 367,00

€ 367,00

1) Op basis van waterverbruik tot 350 m3

2) Ook voor driepersoonshuishouden

3) Plus waterverbruik boven 500 m3

4) Bedrijven percentage van de WOZ-waarde

5) Op basis van WOZ-waarde. Dit is het tarief bij een gemiddelde WOZ-waarde

 

  • 3.

    Lokale Lastendruk

 

De lokale lasten druk wordt bepaald door de tarieven van de onroerende zaakbelasting, afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In de tabel hieronder wordt de opbouw van de lokale lastendruk in Hollands Kroon weergegeven over de jaren 2019 tot en met 2021

 

Voor huurders zijn alleen de hoogte van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing bepalend, omdat zij niet worden aangeslagen voor de onroerende zaakbelasting. De eigenaren worden voor alle drie de belastingen aangeslagen (daarbij natuurlijk uitgezonderd de rioolheffing voor panden die niet op het gemeentelijke riool zijn aangesloten).

 

Bij de berekening van de onroerende zaakbelasting is uitgegaan van een WOZ-waarde van € 200.000 in 2019 (rekening houdend met de waardeontwikkeling)in 2020 en 2021) en voor de afvalstoffenheffing is uitgegaan van een meerpersoonshuishouden. Het betreft hier een rekenvoorbeeld. De werkelijke lastenontwikkeling kan voor de individuele belanghebbende afwijken, gelet op de werkelijke waarde – en de waardeontwikkeling- van de woning.

 

 

 

2019

2020

2021

Onroerende zaakbelasting eigenaren woningen

€ 243,00

€ 245,00

€ 246,00

Rioolheffing per perceel

€ 194,52

€ 195,00

€ 196,92

Afvalstoffen meerpersoonshuishouden

€ 348,24

€ 353,52

€ 357,12

Totaal

€785,76

€ 793,52

€ 800,04

 

  • 4.

    Opbrengsten belastingen en retributies

 

Belastingen/retributies  

 

Begroting

2021

Belastingen    

 

 

Onroerende zaakbelasting woningen 

 

€ 5.462.753

Onroerende zaakbelasting niet-woningen 

 

€ 5.436.645

Forensenbelasting 

 

€ 78.971

Toeristenbelasting 

 

€ 134.000

 

 

 

Totaal belastingen 

 

€ 11.212.369

 

 

 

Retributies  

 

 

Rioolheffing 

 

€ 3.865.070

Afvalstoffenheffing 

 

€ 6.140.106

Lijkbezorgingsrechten 

 

€ 242.216

Havengeld 

 

€ 304.333

Leges 

 

€ 1.850.661

Totaal retributies 

 

€ 12.402.386

 

 

 

Kwijtscheldingen  

 

€ 275.000

 

 

 

Netto opbrengst  

 

€ 23.339.755

 

Tarievenlijst bij de verordeningen

 

  • 1.

    Tarieventabel bij de ‘Verordening Onroerende zaakbelasting’

 

  • 1.

    Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:

  • a.

    de gebruikersbelasting niet-woningen 0,1431%;

  • b.

    de eigenarenbelasting :

voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1143 %;

voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,1782 %.

  • 2.

    Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden afgerond op gehele euro's.

Belastingaanslagen beneden € 10,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin, wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde bedragen belastingen aangemerkt als één belastingbedrag.

 

  • 2.

    Tarieventabel Afvalstoffenheffing bij de ‘Verordening afvalstoffenheffing’

 

A. De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar:

1. als het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht wordt gebruikt door één persoon :

€ 231,60

2. als het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht wordt gebruikt door twee personen :

€ 328,44;

3 als het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht wordt gebruikt door drie of meer personen : € 357,12;

4 als uit de gegevens van de gemeentelijke basisadministratie personen niet blijkt door hoeveel personen het perceel wordt gebruikt (tarief gelijk aan gebruik drie of meer personen): € 357,12;

 

De belasting als bedoeld in onderdeel 1, 2, 3 en 4 wordt voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van iedere (boven het geen volgens de gemeentelijke afvalstoffenverordening aan het perceel is verstrekt) rest rolcontainer, vermeerderd met € 133,32.

Voor het vaststellen van het aantal personen per huishouden naar de situatie per 1 januari van het belastingjaar of als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, wordt uitgegaan van de gegevens van de gemeentelijke basisadministratie personen

 

B. Voor scholen die voldoen aan de gestelde eisen in de afvalstoffenverordening en hun afval laten inzamelen door de gemeente bedraagt de belasting per belastingjaar:

1. voor scholen met minder dan 200 leerlingen € 410,04.

2. voor scholen met 200 of meer leerlingen maar minder dan 400 leerlingen € 563,88.

3. voor scholen met 400 of meer leerlingen maar minder dan 600 leerlingen € 717,60.

4. voor scholen met 600 of meer leerlingen wordt maatwerk geleverd.

 

  • 3.

    Tarieventabel bij de ‘Verordening rioolheffing’

 

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 196,92

 

  • 4.

    Tarieventabel bij de ‘Verordening Lijkbezorgingsrechten’

 

Hoofdstuk 1

Verlenen van rechten

 

 

 

Tarief

1.1

Voor het verlenen/reserveren van het uitsluitend recht op een particulier (kinder)graf wordt geheven:

 

1.1.1

Voor een periode van 5 jaar

€ 251,95

1.1.2

Voor een periode van 10 jaar

€ 503,90

1.1.3

Voor een periode van 15 jaar

€ 755,85

1.1.4

Voor een periode van 20 jaar

€ 1.007,80

1.2

Voor het verlenen/reserveren van het uitsluitend recht op een particulier (kinder)graf op de begraafplaats in Middenmeer wordt geheven:

 

1.2.1

Voor een periode van 5 jaar

€ 144,35

1.2.2

Voor een periode van 10 jaar

€ 288,70

1.2.3

Voor een periode van 15 jaar

€ 433,05

1.2.4

Voor een periode van 20 jaar

€ 577,40

1.3

Voor het recht tot het begraven houden van een lijk van een persoon in een algemeen graf voor een periode van 10 jaar

€ 472,40

1.4

Voor het verlenen/reserveren van het uitsluitend recht op een urnengraf of plaats in de urnentuin:

 

1.4.1

Voor een periode van 5 jaar wordt geheven

€ 170,60

1.4.2

voor een periode van 10 jaar wordt geheven

€ 341,20

1.4.3

voor een periode van 15 jaar wordt geheven

€ 511,80

1.4.4

voor een periode van 20 jaar wordt geheven

€ 682,40

1.5

Voor het verlenen van het recht op een urnennis:

 

1.5.1

voor de periode van 5 jaar wordt geheven

€ 236,20

1.5.2

voor de periode van 10 jaar wordt geheven

€ 472,40

1.5.3

voor de periode van 15 jaar wordt geheven

€ 708,60

1.5.4

voor de periode van 20 jaar wordt geheven

€ 944,80

1.6

Voor het verlengen van het uitsluitend recht op een particulier (kinder)- graf (behalve in Middenmeer):

 

1.6.1

voor een periode van 5 jaar wordt geheven

€ 251,95

1.6.2

voor een periode van 10 jaar wordt geheven

€ 503,90

1.7

Voor het verlengen van het uitsluitend recht op een particulier

 

 

(kinder)graf in Middenmeer

 

1.7.1

voor een periode van 5 jaar wordt geheven

€ 144,35

1.7.2

voor een periode van 10 jaar wordt geheven

€ 288,70

1.8

Voor het verlengen van het uitsluitend recht op een urnengraf:

 

1.8.1

voor een periode van 5 jaar wordt geheven

€ 170,60

1.8.2

voor een periode van 10 jaar wordt geheven

€ 341,20

1.9

Voor het verlengen van het recht op een urnennis:

 

1.9.1

voor een periode van 5 jaar wordt geheven

€ 236,20

1.9.2

voor een periode van 10 jaar wordt geheven

€ 472,40

1.10

De rechten als bedoeld in 1.1 en 1.2 worden verlengd tot en met de mini- male periode van grafrust. Het bedrag dat betaald moet worden is het geldende tarief op het tijdstip van verlenging genoemd in 1.1.4 en 1.2.4 en wordt berekend door dit tarief te delen door twintig en te vermenigvuldigen met het aantal jaren dat het recht verlengd wordt.

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 2

Begraven

Tarief

 

 

 

2.1

Voor het begraven van een lijk:

 

2.1.1

van een persoon van 12 jaar of ouder wordt geheven.

€ 682,35

2.1.2

van een kind tussen 1 en 12 jaar wordt geheven

€ 314,90

2.1.3

van een kind beneden 1 jaar wordt geheven

€ 162,70

2.1.4

in een grafkelder

€ 682,35

2.2

Voor het begraven buiten de in de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen vastgestelde tijd wordt het recht, bedoeld in 2.1.1, 2.1.2, 2.1.3 en 2.1.4 verhoogd met

50%

2.3

Voor het begraven buiten de in de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen vastgestelde tijd wordt het recht bedoeld in 2.1.1, 2.1.2, 2.1.3 en 2.1.4 op zon- en feestdagen verhoogd met

100%

 

 

 

Hoofdstuk 3

Bijzetten van asbussen en urnen

Tarief

 

 

 

3.1

Voor het bijzetten van één of meerdere asbussen of urnen in één urnennis, of in/op een (urnen)graf wordt geheven:

 

3.1.1

in een urnennis

€ 142,75

3.1.2

op een (urnen) graf

€ 115,50

3.1.3

in een (urnen) graf

€ 146,95

3.2

Voor het bijzetten van een asbus buiten de in de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen vastgestelde tijd wordt het recht, bedoeld in 3.1.1, 3.1.2 en 3.1.3 verhoogd met

50%

3.3

Voor het bijzetten van een asbus buiten de in de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen vastgestelde tijd op zon- en feestdagen wordt het recht, bedoeld in 3.1.1, 3.1.2 en 3.1.3 verhoogd met

100%

 

 

 

Hoofdstuk 4

Verstrooien van as

Tarief

 

 

 

4.1

Voor het verstrooien van as:

 

4.1.1

in een (urnen) graf wordt per asbus of urn geheven

€ 131,20

4.1.2

op een verstrooiingsplaats wordt per asbus of urn geheven

€ 99,75

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 5

Grafbedekking en onderhoud

Tarief

 

 

 

5.1

Als bijdrage voor het algemeen onderhoud van de begraafplaats wordt per particulier (kinder)graf, algemeen graf, urnengraf, urnennis, urnen- monument, plaats in de urnentuin of gedenkplaats geheven:

 

5.1.1

voor een periode van 20 jaar gelijklopend aan het verleende recht als bedoeld in 1.1.4, 1.2.4, 1.4.4, 1.5.4, 1.6.4, 1.7.4, 1.8.4 en 1.9.4

€ 1.296,85

5.1.2

voor een periode van 15 jaar gelijklopend aan het verleende recht als bedoeld in 1.1.3, 1.2.3, 1.4.3, 1.5.3, 1.6.3, 1.7.3, 1.8.3 en 1.9.3

€ 972,65

5.1.3

voor een periode van 10 jaar gelijklopend aan het verleende recht als bedoeld in 1.1.2, 1.2.2, 1.4.2, 1.5.2, 1.6.2, 1.7.2, 1.8.2 en 1.9.2

€ 648,40

5.1.4

voor een periode van 5 jaar gelijklopend aan het verleende recht als bedoeld in 1.1.1, 1.2.1, 1.4.1, 1.5.1, 1.6.1, 1.7.1, 1.8.1 en 1.9.1

€ 324,20

5.2

Voor het jaarlijks onderhoud wordt op grond van oude regelingen nog een beperkt aantal graven via de gemeentelijke belastingaanslagen geheven. Het genoemde tarief is het jaarlijkse belastingbedrag:

 

5.2.1

Als voor 1 januari 2014 een recht is verleend en het onderhoudsrecht is niet afgekocht, per jaar per particulier (kinder)graf

€ 64,85

5.2.2

Voor het door of vanwege de gemeente onderhouden van grafbedekking op de voor 1 januari 2014 uitgegeven graven op de begraafplaats te Middenmeer, per gedenkteken

€ 144,85

5.2.3

Wanneer een graf als bedoeld in 5.2 wordt verlengd, worden de tarieven zoals vermeld in 5.1 in rekening gebracht.

 

5.3

De rechten als bedoeld in 5.1 kunnen worden afgekocht voor een periode gelijk lopend aan het recht. De afkoopsom bedraagt het geldende tarief op het tijdstip van afkoop genoemd in 5.2.1 en wordt berekend door vermenigvuldiging van het jaarlijkse belastingbedrag met het aantal jaren van afkoop.

 

5.4

voor het afgeven van een vergunning terzake van het plaatsen of ver- nieuwen van grafbedekking wordt geheven:

 

5.4.1

voor de aanleg van een grafkelder

€ 724,30

5.4.2

voor het plaatsen van gedenktekenen en kruisen of andere voorwerpen per verlening

€ 76,60

 

 

 

Hoofdstuk 6

Opgraven en ruimen

Tarief

 

 

 

6.1

Voor het op verzoek opgraven van een lijk of de overblijfselen daarvan wordt geheven

€ 776,85

6.2

Voor het op verzoek na opgraven weer begraven in een ander graf wordt geheven

€ 682,35

6.3

Voor het op verzoek opgraven van een asbus of urn uit een graf wordt geheven (het gelijktijdig opgraven van meerdere asbussen of urnen uit hetzelfde graf wordt hiermee gelijkgesteld)

€ 176,35

6.4

Voor het na opgraven weer begraven van de asbus of urn in een ander graf wordt geheven (het gelijktijdig begraven van meerdere asbussen of urnen in hetzelfde graf wordt hiermee gelijkgesteld)

€ 146,95

6.5

Voor het op verzoek verwijderen van een op een graf geplaatste asbus of urn wordt geheven (het gelijktijdig verwijderen van meerdere asbussen of urnen van hetzelfde graf wordt hiermee gelijkgesteld)

€ 146,95

6.6

Voor het op verzoek verwijderen van een in een urnennis geplaatste asbus of urn wordt geheven (het gelijktijdig verwijderen van meerdere asbussen of urnen van dezelfde nis wordt hiermee gelijkgesteld)

€ 142,75

6.7

Voor het op verzoek na verwijderen weer bijzetten van de asbus of urn in een andere urnennis wordt geheven (het gelijktijdig bijzetten van meerdere asbussen of urnen in dezelfde nis wordt hiermee gelijkgesteld)

€ 142,75

6.8

Voor het opgraven, herbegraven, verwijderen en opnieuw bijzetten buiten de in de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen vastgestelde tijd wordt het recht, bedoeld in 6.1, 6.2, 6.3, 6.4, 6.5, 6.6 en 6.7 verhoogd met

50%

6.9

Voor het opgraven, herbegraven, verwijderen en opnieuw bijzetten bui- ten de in de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen vastgestelde tijd op zon- en feestdagen wordt het recht, bedoeld in 6.1, 6.2, 6.3, 6.4, 6.5, 6.6 en 6.7 verhoogd met

100%

6.10

voor het schudden of samenvoegen van een graf wordt geheven

€ 73,50

 

  • 5.

    Tarieventabel bij de ‘Verordening Havengeld’

 

1.

Weektarief

Tarief

 

Het tarief als bedoeld in artikel 6 van de Verordening Havengeld bedraagt exclusief omzetbelasting voor het verblijf van ten hoogste één week voor

 

 

Omschrijving

 

a.

Zeeschepen per BT

€ 0,87

b.

Vissersschepen per BT verblijvend in de Vissershaven of Noorderhaven

€ 0,48

c.

Vissersschepen per BT verblijvend in de Waddenhaven

€ 0,42

d.

Schepen voor het vissen op schelpdieren per m² ingenomen wateroppervlakte

€ 0,30

e.

Schepen voor het vissen op schelpdieren per m² ingenomen wateroppervlakte verblijvend in de Waddenhaven

€ 0,26

f.

Sportvissersschepen per m² ingenomen wateroppervlakte

€ 0,23

g.

Passagiersschepen/zeilende bedrijfsvaartuigen, per m² ingenomen wateroppervlakte in de Vissershaven of de Noorderhaven in de periode van oktober tot april

€ 0,23

h.

Passagiersschepen/zeilende bedrijfsvaartuigen, per m² ingenomen wateroppervlakte in de Waddenhaven

€ 0,18

i.

Binnenvaartvrachtschepen, per strekkende meter

€ 0,27

j.

Voor de overige schepen, per m² ingenomen wateroppervlakte

€ 0,23

 

met een minimum van

€ 5,46

k.

Voor de overige schepen, genoemd in artikel 1 van de Verordening Havengeld per m² ingenomen wateroppervlakte verblijvend in de waddenhaven

€ 0,18

 

met een minimum van

€ 5,46

 

 

 

2.

Dagtarief

 

 

Het tarief als bedoeld in artikel 6 van de Verordening Havengeld Gemeente Hollands Kroon bedraagt exclusief omzetbelasting voor:

 

a.

passagiersschepen/zeilende bedrijfsvaartuigen, per m² ingenomen wateroppervlakte in de vissershaven of de Noorderhaven in de periode van april tot oktober per dag:

€ 0,22

b.

pleziervaartuigen verblijvend in de haven van Den Oever, per strekkende meter, per

overnachting,

€ 1,95

 

met een minimum van:

€ 7,70

c.

pleziervaartuigen, niet verblijvend in de haven van Den Oever, per strekkende meter, per overnachting

€ 1,32

 

met een minimum van:

€ 5,51

 

 

 

3.

Vast ligplaatsen

 

 

Voor het innemen van een vaste ligplaats voor een pleziervaartuig in andere havens dan Den Oever, bedraagt het havengeld per jaar per strekkende meter

€ 35,28

 

 

 

 

4.

Abonnementen

 

 

Voor sportvissersschepen dan wel voor vaartuigen verblijvend in de Waddenhaven, met als thuishaven Den Oever, geldt voor de berekening van het jaartarief van het abonnement 52 maal het berekende tarief overeenkomstig artikel 1 van deze tarieventabel

 

 

 

 

5.

Kadegeld

 

 

Het tarief voor kadegeld bedraagt voor het hebben van voorwerpen op de gemeentelijke kaderuimten € 0,32 per m2 per dag, tenzij de goederen binnen 7 dagen na aanvang van het in beslag nemen worden afgevoerd. Gedeelten van een m2 worden voor een hele m2 gerekend

 

 

 

 

6.

Overslag

 

a.

Het weektarief ter zake van het gebruik van de kade ten behoeve van het uit vissersschepen lossen wordt verhoogd met

30%

b.

Ter zake van het gebruik van de kade ten behoeve van het uit binnenvaartschepen laden en lossen geldt een tarief per ton

€ 0,15

 

 

 

7.

Reserveren

 

 

Voor schepen, waarvoor de mogelijkheid van reserveren van een ligplaats bestaat, bedraagt de verhoging van het havengeld per reservering

€ 55,04

 

  • 6.

    Tarieventabel bij de ‘Legesverordening’

 

Titel 1 Algemene Dienstverlening

Artikel

Omschrijving

Verkooptarief

Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand

1.1.1

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk, registratie, of omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk met ceremonie dan wel een huwelijk in een geregistreerd partnerschap:

 

1.1.1.1

als de voltrekking, registratie of omzetting plaatsvindt op:

 

1.1.1.1.1

dinsdag om 9.00 uur en 9.15 uur(zonder toespraak en gezelschap ) voltrokken door een ambtenaar van de burgerlijke stand in ‘Samen Doen', Sportlaan 36 te Anna Paulowna.

 

1.1.1.1.2

een andere dag dan dinsdag om 9.00 of 9.15 uur voltrekking ( zonder toespraak met gezelschap) door een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand (BABS) in ‘Samen Doen’ Sportaan 36 te Anna Paulowna, inclusief kosten BABS

€ 215,25

1.1.1.1.3

een ander moment dan dinsdag om 9.00 of 9.15 uur,(met toespraak én gezelschap) voltrokken door een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand (BABS) exclusief kosten BABS

€ 215,25

1.1.1.2

De kosten voor een BABS bedragen

 

1.1.1.2.1

wanneer het huwelijk wordt voltrokken door een BABS van Hollands Kroon op maandag t/m vrijdag tussen 9:30 en 17:00 uur

€ 134,55

1.1.1.2.2

wanneer het huwelijk wordt voltrokken door een BABS van Hollands Kroon op een andere dag of tijd dan hiervoor is aangegeven of op een algemeen erkende christelijke feestdag of Koningsdag

€ 193,75

1.1.1.2.3

wanneer het huwelijk wordt voltrokken door een BABS die al beëdigd is en die voor één dag wordt benoemd

€ 26,90

1.1.1.2.4

wanneer het huwelijk wordt voltrokken door een nieuw te benoemen en te beëdigen BABS

€ 215,25

1.1.1.3

Bovenop de gemeentelijke leges komen nog de kosten voor de externe locaties. Deze worden in rekening gebracht door de externe locatie zelf.

 

1.1.1.4

Voor het gebruik maken van getuigen van de gemeente bedraagt het tarief per getuige

€ 17,35

1.1.1.5

Als er sprake is van annulering van een huwelijk wordt in rekening gebracht:

 

1.1.1.5.1

bij annulering tot een week voor het geplande huwelijk een bedrag van

€ 55,25

1.1.1.5.2

bij annulering binnen één week voor het geplande huwelijk een bedrag van

€ 173,75

1.1.2

Het tarief voor het verstrekken van een trouwboekje of partnerschapsboekje

€ 16,15

1.1.3

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand (stb. 1879, 72) geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand (stb. 1969, 36) of zoals dat besluit laatstelijk is vervangen of gewijzigd.

 

1.1.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een gewaarmerkt afschrift van stukken, geen akten van burgerlijke stand zijnde, per verstrekking

€ 8,15

Hoofdstuk 2 Reisdocumenten

1.2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.2.1.1

tot het verstrekken van een nationaal paspoort aan een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 73,23

1.2.1.2

tot het verstrekken van een nationaal paspoort aan een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

€ 55,37

1.2.1.3

tot het verstrekken van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in 2.1.1 (zakenpaspoort) aan een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 73,23

1.2.1.4

tot het verstrekken van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in 2.1.2 (zakenpaspoort) aan een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt.

€ 55,37

1.2.1.5

tot het verstrekken van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort) aan een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 73,23

1.2.1.6

tot het verstrekken van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort) aan een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

€ 55,37

1.2.1.7

tot het verstrekken van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen

€ 55,37

1.2.1.8

tot het verstrekken van een Nederlands identiteitskaart (N.I.K.) aan een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 58,31

1.2.1.9

tot het verstrekken van een Nederlands identiteitskaart (N.I.K.) aan een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt.

€ 30,73

1.2.1.10

De tarieven genoemd in de onderdelen 2.1.1 tot en met 2.1.9 worden bij een spoedlevering vermeerderd met een bedrag van

€ 49,86

Hoofdstuk 3 Rijbewijzen

1.3.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.3.1.1

tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs

€ 40,65

1.3.2

Het tarief genoemd in onderdeel 3.1.1 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met

€ 34,10

Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen

1.4.1

Voor de toepassing van dit hoofdstuk, met uitzondering van de onderdelen 4.3 en 4.4, wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens omtrent één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.

 

1.4.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.4.2.1

tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking

€ 8,15

1.4.2.2

In afwijking van de voorgaande onderdelen bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen

€ 7,50

1.4.3

Voor de toepassing van onderdeel 4.4 wordt onder een verstrekking verstaan één of meer gegevens omtrent één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen.

 

1.4.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens: per verstrekking

€ 7,50

1.4.5

Het tarief bedraagt voor het op verzoek doornemen van de basisregistratie personen voor ieder daaraan besteed kwartier

€ 23,20

1.4.6

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een verzoek tot het verstrekken van:

 

1.4.6.1

Een (meertalig) uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, op basis van een verzoek per internet

€ 8,70

1.4.6.2

Een (meertalig) uittreksel uit de basisregistratie personen, op basis van een verzoek per gemeentebalie

€ 14,40

1.4.6.3

Een (meertalig) uittreksel uit de basisregistratie personen, op basis van een schriftelijk verzoek

€ 14,40

1.4.7.1

Een uittreksel uit de basisregistratie personen, ten behoeve van meerdere personen uit een samenlevingsgebied, op basis van een verzoek per internet

€ 8,70

1.4.7.2

Een uittreksel uit de basisregistratie personen, ten behoeve van meerdere personen uit een samenlevingsgebied, op basis van een verzoek per gemeentebalie

€ 14,40

1.4.7.3

Een uittreksel uit de basisregistratie personen, ten behoeve van meerdere personen uit een samenlevingsgebied, op basis van een schriftelijk verzoek

€ 14,40

Hoofdstuk 5 Verstrekkingen uit het Kiezersregister

1.5.1

Vervallen

 

Hoofdstuk 6 Verstrekkingen op grond van Wet Bescherming persoonsgegevens

1.6.1

Vervallen

 

Hoofdstuk 7 Bestuursstukken

1.7.1

Het tarief bedraagt voor fotokopieën of op andere wijze gereproduceerde afschriften, aangevraagd op basis van de Wet openbaarheid van bestuur

 

1.7.1.1

minder dan 6 kopieën

 

1.7.1.2

6 tot 13 kopieën

€ 4,75

1.7.1.3

14 of meer kopieën per kopie

€ 0,35

Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie

1.8.1

Het tarief bedraagt:

 

1.8.1.1

voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van informatie over bestemmingsplannen, voorbereidingsbesluiten, streekplannen, structuurplannen, bodemgesteldheid, bodemonderzoeken en soortgelijke zaken, inclusief het digitaal verstrekken van kopieën of afschriften

€ 14,85

Hoofdstuk 9 Overige bestuurszaken

1.9.1

tot het verkrijgen van een verklaring omtrent het gedrag

€ 41,35

1.9.2

tot het verkrijgen van een legalisatie van een handtekening, per handtekening

€ 8,85

1.9.3

Voor het verkrijgen van een bewijs van in leven zijn

€ 13,65

1.9.4

een afschrift op grond van artikel 2.5.5, lid 3 wet basisregistratie personen (uitdraai van aanvrager zoals vermeld in basisregistratie personen)

€ 17,55

Hoofdstuk 10 Gemeentearchief

1.10.1

Vervallen

 

Hoofdstuk 11 Huisvestingswet

1.11.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een urgentieverklaring voor een sociale huurwoning 

€ 75,00

Hoofdstuk 12 Leegstandswet

1.12.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet

€ 130,00

1.12.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, vierde lid van de Leegstandswet met één jaar.

€ 65,00

Hoofdstuk 13 Marktstandplaatsen en ventvergunningen

1.13.1

Gereserveerd

 

Hoofdstuk 14 Winkeltijdenwet

1.14.1

Gereserveerd

 

Hoofdstuk 15 Kansspelen

1.15.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen:

 

1.15.1.1

voor een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat wordt het tarief gerekend zoals vastgelegd in Speelautomatenbesluit 2000

 

1.15.1.2

voor een periode van twaalf maanden voor twee of meer kansspelautomaten, voor de eerste kansspelautomaat wordt het tarief gerekend zoals vastgelegd in Speelautomatenbesluit 2000

 

1.15.1.3

en voor iedere volgende kansspelautomaat wordt het tarief gerekend zoals vastgelegd in Speelautomatenbesluit 2000

 

1.15.1.4

Voor één kansspelautomaat, welke vergunning geldt voor onbepaalde tijd wordt het tarief gerekend zoals vastgelegd in Speelautomatenbesluit 2000

 

1.15.1.5

voor twee of meer kansspelautomaten, welke vergunning geldt voor onbepaalde tijd, voor de eerste automaat wordt het tarief gerekend zoals vastgelegd in Speelautomatenbesluit 2000

 

1.15.1.6

en voor iedere volgende automaat voor onbepaalde tijd wordt het tarief gerekend zoals vastgelegd in Speelautomatenbesluit 2000

 

1.15.2

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning)

€ 34,35

Hoofdstuk 16 Telecommunicatiewet

1.16.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag in verband met verkrijgen van een instemmingsbesluit, omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden:

 

1.16.1.1

als het tracés betreft met een lengte vanaf 25 tot 250 m

€ 275,45

1.16.1.2

als het tracés betreft met een lengte vanaf 250 tot 1000 m

€ 387,35

1.16.1.3

als het tracés betreft met een lengte vanaf 1000 tot 2500 m

€ 506,00

1.16.1.4

als het tracés betreft met een lengte vanaf 2500 m op basis van begroting. De aanvraag wordt pas in behandeling genomen nadat de uitgebrachte begroting is geaccordeerd.

 

1.16.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een graafmelding tot 25 m

€ 76,20

1.16.3

Als er met betrekking tot de aanvraag overleg moet plaatsvinden tussen de gemeente en de netbeheerder of de gemeente, andere beheerders van openbare gronden en de netbeheerder, worden de in 16.1 genoemde tarieven per overleg verhoogd met

€ 296,70

1.16.4

Als met betrekking tot een aanvraag onderzoek naar de status van de kabel en/of leiding plaatsvindt, worden de in 16.1 genoemde tarieven verhoogd met de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de netbeheerder meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die ter zake door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

1.16.5

Als een begroting als bedoeld in 16.4 is uitgebracht ,wordt een aanvraag pas in behandeling genomen nadat de uitgebrachte begroting is geaccordeerd.

 

Hoofdstuk 17 Verkeer en vervoer

1.17.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.17.1.1

tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Stb. 459)

€ 57,20

1.17.1.2

tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen

€ 57,20

1.17.1.3

tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 148 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994

€ 105,10

1.17.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.17.2.1

tot het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (Stb. 1990, 460)

€ 43,10

1.17.2.2

tot het verlengen van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (Stb. 1990,460)

€ 26,90

1.17.2.3

Voor het in behandeling nemen van een verzoek tot het toekennen van een gehandicaptenparkeerplaats bedraagt het tarief

€ 165,85

Hoofdstuk 18 Algemeen

1.18.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot verstrekken van:

 

1.18.1.1

gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina

€ 8,70

1.18.1.2

afschriften, doorslagen of fotokopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:

 

1.18.1.2.1

per pagina op papier van A4-formaat

€ 0,80

1.18.1.2.2

per pagina op papier van A3-formaat

€ 1,55

1.18.1.3

kaarten, tekeningen en lichtdrukken, al dan niet behorend bij de in de onderdelen 18.1.1 en 18.1.2 genoemde stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per kaart, tekening of lichtdruk, ongeacht de wijze van verstrekking

 

1.18.1.3.1

Op A2 formaat

€ 3,35

1.18.1.3.2

Op A1 formaat

€ 5,80

1.18.1.3.3

Op A0 formaat

€ 8,70

1.18.1.4

een beschikking of vergunning op een aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen

€ 130,00

 

 

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning

 

Artikel

Omschrijving

Vast tarief

Variabel tarief

Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen

2.1.1

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

 

 

2.1.1.1

aanlegkosten: de aannemingssom, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk OF het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen (de aannemingssom), de omzetbelasting daarin niet begrepen], of voor zover deze ontbreekt, een raming van de kosten die voortvloeien uit de aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het aanleggen) van de werken of de werkzaamheden, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van de werken of de werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen; De UAV 2012 ligt ter inzage bij de publieksbalie van de gemeente.

 

 

2.1.1.2

Bouwkosten: de aannemingssom, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk OF het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen (de aannemingssom), de omzetbelasting daarin niet begrepen], of voor zover deze ontbreekt een raming van de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen; De UAV 2012 ligt ter inzage bij de publieksbalie van de gemeente.

 

 

2.1.1.3

Sloopkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting,, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de sloopkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien het slopen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder sloopkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het slopen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; De UAV 2012 ligt ter inzage bij de publieksbalie van de gemeente. 

 

 

2.1.1.4

Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

 

 

2.1.2

In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.

 

 

2.1.3

In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.

 

 

Hoofdstuk 2 Vooroverleg

2.2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het houden van vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project in het kader van de Wabo vergunbaar is (dit is een principe verzoek)

€ 53,30

 

Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning

2.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

 

 

2.3.1.1

Bouwactiviteit, indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

2.3.1.1.1

indien de bouwkosten bedragen € 0 tot € 50.000; van de bouwkosten. 

€ 220,00

1,990%

2.3.1.1.2

indien de bouwkosten bedragen € 50.000 tot € 100.000; van de bouwkosten.

€ 375,00

1,880%

2.3.1.1.3

indien de bouwkosten bedragen €100.000 tot € 200.000; van de bouwkosten.

€ 695,00

1,810%

2.3.1.1.4

indien de bouwkosten bedragen € 200.000 tot € 500.000; van de bouwkosten.

€ 1055,00

1,730%

2.3.1.1.5

indien de bouwkosten € 500.000 of meer bedragen; van de bouwkosten.

€ 2.500,00

1,410%

2.3.1.1.6

het tarief bedraagt nooit meer dan 15% van de bouwkosten met een minimum van € 71,64

 

 

2.3.1.1.7

wanneer bij het in behandeling nemen van een aanvraag blijkt er sprake is van vergunningsvrij bouwen wordt een bedrag in rekening gebracht van

€ 196,95

 

2.3.1.2

Extra welstandstoets: het tarief voor advisering door ambtelijke bouwplantoetsers bedraagt:

 

 

2.3.1.2.1

voor reguliere adviezen bij een bouwsom tot € 20.000

€ 20,20

 

2.3.1.2.2

voor reguliere adviezen bij een bouwsom boven € 20.000 Maximum tarief per bouwplan bedraagt€ 1.125,00

 

0,130%

2.3.1.2.3

voor advies bij handhavingszaken/excessenregeling

€ 75,75

 

2.3.1.3

Extra welstandstoets: het tarief voor advisering door de welstandscommissie WZNH bedraagt:

 

 

2.3.1.3.1

voor reguliere adviezen bij een bouwsom tot € 20.000

€ 40,40

 

2.3.1.3.2

voor reguliere adviezen bij een bouwsom boven € 20.000 Maximum tarief per bouwplan bedraagt€ 2250,00

 

0,250%

2.3.1.3.3

voor reguliere adviezen zonder bouwsom, o.b.v. tijd, omrekening naar commissietarief per uur

€ 444,40

 

2.3.1.3.4

voor advies bij handhavingszaken/excessenregeling

€ 151,50

 

2.3.1.3.5

voor behandeling in WZNH Erfgoedcommissie

€ 444,40

 

2.3.1.3.6

voor overige advisering op basis van bestede tijd per uur

 

 

2.3.1.4

Voor het uitbrengen van adviezen door de Stichting Agrarische beoordelingscommissie

 

 

2.3.1.4.1

Voor het uitbrengen van standaardadvies bestaande bedrijven bedraagt het tarief

€ 870,00

 

2.3.1.4.2

Voor het uitbrengen van advies Inzake nieuwe vestigingen en/of beoordeling van een bedrijfsplan bedraagt het tarief

€ 1.030,00

 

2.3.1.4.3

Voor adviezen waarbij ons wordt verzocht ook uitspraken van een commissie voor bezwaar en beroepen/of gerechtelijke uitspraken te betrekken bedraagt het tarief

€ 1.085,00

 

2.3.1.4.4

Voor nadere adviezen op eerder uitgebrachte adviezen bedraagt het tarief

€ 520,00

 

2.3.1.4.5

Voor een second opinion bedraagt het tarief

€ 1.350,00

 

2.3.2

Achteraf ingediende aanvraag, onverminderd het bepaalde in onderdeel 3.1.1 bedraagt het tarief, indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit: van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges.

 

5,000%

2.3.2.1

Beoordeling aanvullende gegevens, onverminderd het bepaalde in onderdeel 3.1.1 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de in dat onderdeel bedoelde aanvraag al in behandeling is genomen: van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges.

 

2,000%

2.3.3

Aanlegactiviteiten; indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten, bedraagt het tarief

€ 169,20

 

2.3.4

Planologisch strijdig gebruik Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 3.1.1 en het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

 

2.3.4.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking):

€ 268,75

 

2.3.4.2

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking):

€ 330,65

 

2.3.4.3

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking, inclusief verzorging GML):

€ 3.039,65

 

2.3.4.4

indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking):

€ 320,15

 

2.3.4.5

indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan):

€ 324,30

 

2.3.4.6

Als de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving):

€ 214,65

 

2.3.4.7

indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving):

€ 214,65

 

2.3.4.8

indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit):

€ 310,65

 

2.3.4.9

De in 3.4.3, 3.4.6 en 3.4.7 genoemde tarieven worden verhoogd met het eventuele bedrag dat een externe adviseur de gemeente in rekening brengt.

 

 

2.3.4.10

indien de aanvraag betrekking heeft op het verkrijgen van een (objectgebonden) beschikking dat permanent bewonen van een recreatieverblijf is toegestaan onder voorwaarden die behoren bij de overgangsbepalingen van het bestemmingsplan, bedraagt het tarief:

€ 1.086,00

 

2.3.4.11

indien de aanvraag betrekking heeft op het verkrijgen van een (persoonsgebonden) beschikking en indien de aanvrager het recreatieverblijf vanaf 1 april 2006 permanent bewoonde en het verblijf aan de eisen van het Bouwbesluit voldoet en de permanente bewoning vanuit milieuregels toelaatbaar is, bedraagt het tarief :

€ 1.086,00

 

2.3.4.12

Ontheffing op grond van de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuur Visie (PRVS)Het tarief voor het doen van een aanvraag bij de Gedeputeerde staten van Noord‐Holland tot het verstrekken van een ontheffing ingevolge de artikelen 12 lid 2, 13 lid 2, 14 lid 2, 19 lid 3 , 22 lid 4, 24 lid 3, 25 lid 3, 26 lid 2,28 lid 6 of 32 lid 4 van de PRVS, inclusief eventueel advies van de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling, voor zover deze kosten niet zijn verhaald op een andere wijze, worden volledig door belast.

 

 

2.3.5

In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid

 

 

2.3.5.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief voor een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte: tot 500 m2

€ 723,25

 

2.3.5.2

van 500 m2 tot 1.000 m2

€ 1.042,05

 

2.3.5.3

van 1.000 m2 en meer wordt het tarief van 2.3.5. 2 verhoogd met voor elke m2 boven de 1.000 m2 of gedeelte daarvan € 0,20 voor elke m² boven de 1.000 ² tot een maximum van € 2.437,80

€ 1.042,05

 

2.3.6

Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten.

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo met betrekking tot een krachtens provinciale verordening of de via de Monumentenverordening Hollands Kroon aangewezen monument, waarvoor op grond van die provinciale verordening of artikel 4 van die gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist of als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de Wabo, op het slopen van een bouwwerk in een krachtens provinciale verordening of de Erfgoedverordening 2013 Hollands Kroon aangewezen stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder c, van de Wabo, waarvoor op grond van die provinciale verordening of Erfgoedverordening 2013 Hollands Kroon een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief:

€ 396,45

 

2.3.7

Aanleggen of veranderen weg, als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2.11 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief:

€ 252,75

 

2.3.8

Kappen, Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 4.11 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief

€ 95,70

 

2.3.9

Als de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2aa, aanhef en onder a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Natura 2000-activiteit) bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten

€ 201,65

 

2.3.10

Als de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2aa, aanhef en onder b, van het Besluit omgevingsrecht (flora- en fauna-activiteit) bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten

€ 201,65

 

2.3.11

Andere activiteiten

 

 

2.3.11.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling dan behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 162,25

 

2.3.11.2

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling dan behoort tot een bij provinciale verordening, gemeentelijke verordening of waterschapsverordening aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 162,25

 

2.3.12

Omgevingsvergunning in twee fase, Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

2.3.12.1

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft;

 

 

2.3.12.2

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft

 

 

2.3.13

Beoordeling bodemrapport, onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld:

 

 

2.3.13.1

voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport

€ 173,80

 

2.3.13.2

voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport

€ 173,80

 

2.3.13.3

De tarieven in dit artikel worden verhoogd met de, vooraf aan de aanvrager medegedeelde kosten, die een externe adviseur de gemeente in rekening brengt, blijkend uit een door het college van burgemeester en wethouders opgestelde begroting

 

 

2.3.14.1

Advies, Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij algemene maatregel van bestuur, provinciale of gemeentelijke verordening aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.26, derde lid, van de Wabo: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld

 

 

2.3.14.2

Als een begroting als bedoeld in 3.14.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

 

2.3.14.3

Onverminderd het bepaalde in de voorafgaande onderdelen van dit hoofdstuk, bedraagt het tarief indien archeologisch advies wordt ingewonnen

€ 470,55

 

Hoofdstuk 4 Vermindering

2.4.1

niet van toepassing

 

 

Hoofdstuk 5 Teruggaaf

2.5.1

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw‐, aanleg‐ of sloopactiviteiten, als bedoeld in de onderdelen 3.1, 3.2, 3.6 en 3.7, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, of wanneer deze aanvraag buiten behandeling wordt gesteld, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges.

 

 

2.5.1.1

Als de aanvraag wordt ingetrokken of buiten behandeling gesteld, binnen 4 weken na het in behandeling nemen, doch voor het verlenen van de omgevingsvergunning van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges wordt de aanslag verminderd met 50% tot een maximum te betalen bedrag van € 250

€ 250,50

 

2.5.1.2

Als de aanvraag wordt ingetrokken of buiten behandeling gesteld, na 4 weken na het in behandeling nemen, doch voor het verlenen van de omgevingsvergunning van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges wordt de aanslag verminderd met 30% tot een maximum te betalen bedrag van € 500

€ 500,00

 

2.5.1.3

De tarieven genoemd in 5.1.1 en 5.1.2 worden verhoogd met het eventuele bedrag dat een externe adviseur de gemeente in rekening brengt.

 

 

2.5.2

Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten, 

 

 

2.5.2.1

Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw‐, aanleg‐ of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 3.1, 3.2, 3.6 en 3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 12 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt.De teruggaaf bedraagt van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

25,000%

2.5.2.2

Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw‐, aanleg‐ of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 3.1, 3.2, 3.6 en 3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 12 maanden na verlening van de vergunning, de vergunning noodzakelijk was voor het verkrijgen van een subsidie en van de vergunning geen gebruik is gemaakt.De teruggaaf bedraagt van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

40,000%

2.5.3

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten.

 

 

2.5.3.1

Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw‐, aanleg‐ of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 3.1, 3.2, 3.6 of 3.7 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

 

2.5.3.2

Onder een weigering bedoeld in onderdeel 5.3.1 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.

 

 

2.5.4

Minimumbedrag voor teruggaaf, Een bedrag minder dan € 100 wordt niet teruggegeven.

 

 

2.5.5

Geen teruggaaf legesdeel advies of verklaring van geen bedenkingen, van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 3.1.2, 3.3.9, 3.4.9 en 3.17 wordt geen teruggaaf verleend.

 

 

Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning

2.6.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.33, tweede lid, onder b, van de Wabo, tenzij onderdeel 5.2 van toepassing is:

€ 259,60

 

Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

2.7.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project:

€ 105,10

 

2.7.2

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van de tenaamstelling van een verleende omgevingsvergunning bedraagt

€ 105,10

 

Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten

2.8.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening

€ 4.025,70

 

2.8.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening

€ 1.453,85

 

2.8.3

De in 8.1 en 8.2 genoemde tarieven worden verhoogd met het eventuele bedrag dat een externe adviseur de gemeente in rekening brengt.

 

 

Hoofdstuk 9 In deze titel niet benoemde beschikkingen

2.9.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde beschikking:

€ 162,25

 

2.9.2

Het in 9.1 genoemde tarief wordt verhoogd met het eventuele bedrag dat een externe adviseur de gemeente in rekening brengt.

 

 

 

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

 

Artikel

Omschrijving

Verkooptarief

Hoofdstuk 1 Horeca

3.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet

€ 237,15

3.1.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een wijziging van de leidinggevenden:

 

3.1.1.1.1

Voor de eerste leidinggevende

€ 79,05

3.1.1.1.2

Voor iedere volgende leidinggevende

€ 39,55

3.1.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in artikel 30 van de Drank- en Horecawet

€ 63,75

3.1.3

Vervallen

 

3.1.4.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet

€ 80,75

3.1.4.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet voor ten hoogste vijf jaren

€ 161,40

3.1.5

tot het verkrijgen van een ontheffing tot het na het algemeen sluitingstijdstip geopend mogen houden van voor het publiek toegankelijke lokaliteiten (art. 2:29 Algemene plaatselijke verordening) indien ontheffing wordt verleend, per aanvraag

€ 38,05

3.1.6

voor het in behandeling nemen van een exploitatievergunning voor een openbare inrichting (art. 2:28 Algemene Plaatselijke Verordening)

€ 237,15

Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten

3.2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening (evenementenvergunning), indien het betreft:

 

3.2.1.1

een regulier evenement

€ 49,70

3.2.1.2

een aandachtevenement

€ 419,85

3.2.1.3

een risico-evenement

€ 1.738,65

3.2.1.4

een vechtsportwedstrijd of gala

€ 1.738,65

3.2.1.5

Als de vergunning betrekking heeft op een meerjarenvergunning (voor ten hoogste vijf jaren) voor een evenement als bedoeld in artikel 2.1.1 t/m 2.1.3 bedraagt het tarief 200% van het betreffende tarief

 

Hoofdstuk 3 Prostitutiebedrijven

3.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning tot exploittia van een seksinrichting:

€ 1.259,70

Hoofdstuk 4 Huisvestingswet 2014

3.4.1

Er zijn geen legestarieven opgenomen in het kader van de splitsingsvergunning woonruimten. Het aantal verzoeken om een vergunning is nihil of zeer beperkt. Eventuele leges kunnen worden verhaald via hoofdstuk 7 van titel 3.

 

Hoofdstuk 5 Leefmilieuverordening

3.5.1

Er zijn geen legestarieven opgenomen in het kader van de leefmilieuverordening. Het aantal verzoeken om een beschikking of vergunning is nihil of zeer beperkt. Eventuele leges kunnen worden verhaald via hoofdstuk 7 van titel 3.

 

Hoofdstuk 6 Marktstandplaatsen en ventvergunningen

3.6.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een éénmalige standplaatsvergunning:

€ 50,30

3.6.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een standplaatsvergunning voor een periode van ten hoogste vijf jaar:

€ 100,60

Hoofdstuk 7 Winkeltijdenwet

3.7.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

3.7.1.1

voor een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet

€ 39,95

Hoofdstuk 8 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

3.8.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van elke andere niet in deze titel benoemde vergunning of ontheffing op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening

€ 80,35

3.8.1.2

Indien de aanvraag als bedoeld in artikel 8.1.1 betrekking heeft op een meerjarenvergunning of meerjarenontheffing voor ten hoogste vijf jaar bedraagt het tarief

€ 160,50

 

  • 7.

    Tarieventabel bij de ‘Verordening Staangeld’

Het recht als bedoeld in artikel 2 bedraagt per vierkante meter ingenomen gemeentegrond of gedeelte daarvan: 

per halve dag of gedeelte daarvan €   0,39 

per hele dag €   0,78 

per maand of gedeelte daarvan (wanneer de standplaats een halve dag wordt ingenomen)

€   4,57 

per maand of gedeelte daarvan (wanneer de standplaats een hele dag wordt ingenomen)

€   9,14 

per kwartaal (drie maanden) of gedeelte daarvan (wanneer de standplaats een halve dag wordt ingenomen € 10,50

per kwartaal (drie maanden) of gedeelte daarvan (wanneer de standplaats een hele dag wordt ingenomen € 21,00

per jaar of gedeelte daarvan (wanneer de standplaats een halve dag wordt ingenomen) € 19,61 

per jaar of gedeelte daarvan (wanneer de standplaats een hele dag wordt ingenomen) € 39,22 

 

Voor de tarieven onder 1 c,d,e,f, g en h wordt maximaal drie dagen per week in rekening gebracht

  • 2.

    Als gebruik wordt gemaakt van een van gemeentewege geplaatste stroomkast worden de tarieven in artikel 1 verhoogd met € 4,29 per dag of gedeelte daarvan

 

 

 

  • 8.

    Tarieventabel bij de ‘Verordening Forensenbelasting’

De belasting bedraagt:

Voor een stacaravan € 210,68

Voor (recreatie) woning € 462,28

 

  • 9.

    Tarieventabel bij de ‘Verordening Toeristenbelasting’

Het tarief bedraagt € 1,50 per persoon per nacht.

 

  • 10.

    Tarieventabel bij de ‘Verordening campinggeld’

Het tarief bedraagt per camper per etmaal € 11,00

 

11. Inwerkingtreding

  • 1.

    Bovenstaande tarieven treden in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 

  • 2.

    De datum van ingang van bovenstaande heffingen is 1 januari 2021. 

  •  

  • 11.

    Citeertitel

Deze nota wordt aangehaald als ‘Nota tarieven 2021’